2. Nota van Uitgangspunten - Bijlage 4 Gebiedseigen verhaal
Tekst van het document
Meppel gebiedseigen verhaal
4
Meppel, gebiedseigen verhaal
Meppel, gebiedseigen verhaal (deel I) December 2020
6
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
VOORWOORD Een échte stad verandert continu. Enerzijds organisch door autonome ontwikkelingen, anderzijds doordat er mensen zijn die – bewust en met een resultaat voor ogen – de schouders onder een ontwikkeling zetten. Meppel is zo'n stad met een rijke historie waarbij met ruimtelijke aanpassingen wordt ingespeeld op de dynamiek van een constant veranderende maatschappij. Ook in de toekomst kan Meppel in ruimtelijke zin wendbaar zijn én tegelijkertijd zichzelf blijven. De Omgevingsvisie is daarvoor een belangrijk instrument. Het definieert de kernwaarden en kwaliteiten van gebieden en plekken en geeft koers aan het ontwikkelen of behouden van die plekken. Meppel wil een Omgevingsvisie die werkelijk aansluit bij de eigen identiteit, ambities en behoeften. Ter voorbereiding op de Omgevingsvisie is Meppel recent gestart met een verkenningsfase.
Het verhaal - op basis van het verleden en heden - biedt inspiratie om vóóruit te kijken. De gemeente Meppel stelt de vraag: ‘hoe kunnen we de gemeente Meppel opnieuw oud laten worden en de (ruimtelijke) ontwikkelingen zodanig inpassen zodat ze over 50 jaar als logisch onderdeel van Meppel worden gezien?’ We wensen u veel leesplezier. Hopelijk leert u nieuwe dingen over uw leefomgeving en biedt dit (gebiedseigen) verhaal die inspiratie voor de toekomst!
December 2020
Eén van de onderdelen van de verkenningsfase is het opstellen van een gebiedseigen verhaal: wat is de identiteit van de gemeente en wat betekent dit voor de gebiedseigen verhalen van de stad Meppel, de dorpen en het buitengebied? Dit verhaal is een belangrijke basis om in de toekomst op door te bouwen: het geeft houvast voor de beleidskeuzes voor de toekomst en kan ervoor zorgen dat Meppel zich passend bij haar DNA ontwikkelt. Het gebiedseigen verhaal vertelt het verhaal van de gemeente Meppel. Daarin staat de (ruimtelijke) identiteit van de gemeente Meppel centraal, een identiteit die is voorgekomen uit (cultuur)historie, landschap, de cultuur van haar bewoners en hun economie.
Meppel, gebiedseigen verhaal
7
8
Meppel, gebiedseigen verhaal
INHOUDSOPGAVE Het DNA van Meppel samengevat
11
1.1. Cultuurhistorie
12
1.2. Gebiedskenmerken
22
1.3. Functionele gebiedsinzet
34
1.4. Bewoners en bezoekers
36
1.5. Positionering binnen de regio
40
10
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
1 Het DNA van Meppel Meppel, gebiedseigen verhaal
11
Het DNA van Meppel samengevat Elke plek heeft zijn eigen verhaal, het een is spannender en meer inspirerend dan de ander. Het verhaal van Meppel vertelt een boeiend verhaal: van ontoegankelijke woestenij tot een bloeiend knooppunt van activiteiten. Die ontwikkeling ging niet van de een op de andere dag, maar op een geleidelijke manier. In het ruimtelijk DNA van Meppel zien we de volgende elementen keer op keer verschijnen: •
•
12
Adaptiviteit: de huidige situatie van Meppel is grotendeels te danken aan een strategische ligging ten opzichte van waterwegen en een breed achterland. De opslag- en handelsfunctie was in Meppel al vroeg in de geschiedenis aanwezig en leidde tot een serieuze poortfunctie voor het Drentse achterland. Door de veenontginningen kwam de ontwikkeling van Meppel in een stroomversnelling: met de stad ontstonden de lintdorpen, het stedelijk weefsel werd dichter van structuur en welvarende bebouwing kreeg een plekje in het hart van de stad. Het adaptieve vermogen - de mate waarin de stad zich weet aan te passen aan veranderende omstandigheden - wordt hiermee keer op keer bewezen. De vroegere poortfunctie is ontwikkeld tot een knooppunt in een netwerk: qua verzorgingsgebied en infrastructuurverbindingen heeft Meppel zich ontwikkeld tot een stad met een regionale betekenis. Die betekenis leunt minder dan vroeger op de water-gerelateerde economie, maar nog steeds is water een belangrijke motor achter het imago en uitstraling van de stad. Water als vanzelfsprekendheid: het waterrijke centrum is niet meer weg te denken in Meppel, hoewel de binnenwateren qua oppervlakte niet indrukwekkend zijn. Voor de beleving en uitstraling zijn de kanalen, vaarten en sloten van groot belang. Het stedelijk en landelijk landschap is ermee doorvlochten en geeft het gebied haar eigenheid.
De ‘lijnen van het water’ zijn
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
ook terug te zien in de bebouwing en infrastructuur van Meppel. Zowel in het slagenlandschap als in de historische bebouwing van het centrum. •
Gebruikswaarde van groen: de stad én het buitengebied zijn erg groen. De functionele benadering ervan lijkt echter groot: als buffer tussen ruimtelijke functies en als effect van een groot aandeel agrarisch grondgebruik. Ondanks de van oorsprong functionele benadering is de gebruikswaarde van groen groot. Qua natuurgebieden is Meppel niet ruim bedeeld, op het Reestdal na. Gelukkig is deze kwaliteit in de omgeving (Wieden-Weerribben en het niet-Meppelse deel van het Reestdal) overvloedig aanwezig.
•
Bedrijvigheid als aanjager: bedrijvigheid is altijd van groot belang geweest voor Meppel, voornamelijk gerelateerd aan de opslag-, doorvoer- en handelsfunctie. Ook nu zie je die bedrijvigheid terug in de opbouw van de stad met haar industriegebieden en havenactiviteiten, hoewel die functie in regionaal economisch opzicht beperkter is geworden. Naast een functionele omgang met haar leefomgeving is de inpassing van industrie redelijk zorgvuldig geweest. Ondanks dat men voor een efficiëntere doorstroming van goederen en mensen in de loop van de tijd waterwegen heeft rechtgetrokken, grachten (gedeeltelijk) heeft gedempt en nieuwe wegen heeft aangelegd, is de oorspronkelijke opbouw van het centrumgebied nog duidelijk herkenbaar. Nieuwe bedrijfssectoren hebben daarin hun plaats gevonden.
•
•
•
•
Gebruikswaarde en belevingswaarde in balans: de balans tussen het functioneel gebruiken en beleven van de fysieke leefomgeving zien we duidelijk terug in het DNA van Meppel en is een kwaliteit voor de toekomst. Het past niet bij Meppel om alles te polijsten, of om zonder slag of stoot grote veranderingen toe te passen. Een strategie waarmee het buitengebied en de stad zich hebben aangepast is een kernwaarde die in de toekomstige ruimtelijke strategie een goede plek kan krijgen. Gestage groei leidt tot een diverse gemeenschap: Meppel groeit minder hard dan 10 jaar geleden werd aangenomen. Ondanks dat, is er een groei waarneembaar die vergelijkbaar is met het Nederlands gemiddelde. De relatief jonge leeftijdsopbouw is een interessant gegeven voor de ruimtelijke koers voor de stad Meppel in 2040 en verder.
energieinfrastructuur, aanpassing aan een ander klimaat dat leidt tot grotere extremen in droge en natte periodes, minder CO2 uitstoot van industrie en mobiliteit en hoge ambities om de gebouwde omgeving energiezuiniger te maken. Belangrijke keuzes voor de ruimtelijke koers van de toekomst zijn terug te voeren op één basisvraag: blijft Meppel bij het versterken van haar adaptieve en functionele historie die terug te zien is in de huidige kwaliteiten, of zet ze in op een koerswijziging om onderbelichte kwaliteiten op een met elkaar samenhangende wijze verder te versterken? De volgende hoofdstukken nemen je als lezer mee in de huidige stand van zaken op verschillende onderdelen om op deze vragen een eigen antwoord te vormen.
Ondernemende bevolking is gereserveerd naar zijn gasten: De handelsgeest van de Meppelaars is tot op heden te herkennen aan de veelheid aan ondernemingen - bijvoorbeeld de vele winkels in de binnenstad - en de evenementen die plaatsvinden. In de bruisende stad is altijd iets te doen. Toch zijn er slechts enkele ondernemers die zich richten op toerisme. De hoge ambities voor toerisme en recreatie kennen momenteel nog maar weinig output.
Van het nu naar de toekomst Het verhaal van Meppel is een belangrijke onderlegger voor het ontwikkelen van een (beleids)visie over 'Meppel over 50 jaar'. De herkenbaarheid in het straatbeeld en haar landschappen zullen waarschijnlijk niet zomaar verdwijnen. Tegelijkertijd staan er grote maatschappelijke opgaven voor de deur met een forse ruimtelijke impact. Bijvoorbeeld de omvorming van het landbouwsysteem tot een meer houdbaar model, een meer autonome en hernieuwbare
Meppel, gebiedseigen verhaal
13
1.1 Cultuurhistorie Zuidwest-Drenthe vormde in de Vroege Middeleeuwen een ontoegankelijke veenwildernis en was als vestigingsgebied weinig aantrekkelijk. Pas toen er in de loop van de Middeleeuwen in Europa sprake was van een algemene bevolkingstoename, werden ook in Nederland de minder begaanbare gebieden ingenomen en vestigden zich op de hogere zandgronden en stuwwallen van ZuidwestDrenthe de eerste boeren. Ze legden stukjes van het veengebied bloot en stichtten rond de Reest esgehuchten, waar op kleine essen slechts enkele boeren woonden. Vanaf deze gehuchten werden de nattere tussengelegen landen ontgonnen, waar geen essen werden aangelegd maar ‘kampen’, in plaats van akkers van individuele boeren. Meppel is ontstaan op een kruispunt van riviertjes en stroompjes die in zuidwestelijke richting van het Drents Plateau afstroomden. Daar waar de Reest, de Wold Aa, de Havelter Aa (nu Oude Vaart) en de al vroeg gegraven Swarte Grift (nu Leisloot) en de Wetering (nu Hoogeveensche Vaart) samenkwamen in de Sethe (nu Meppeler Diep) ontstond in de Middeleeuwen een nederzetting. Een strategische plek, omdat de Sethe direct in verbinding stond met de Zuiderzee.
De nederzetting was rond 1300 alleen via het water bereikbaar en bestond uit zes erven: Evesingehus (Eefsinge), Anekingehus (Enekinge), Woltingehus (Woltinge), Severdingehus (Severdinge), Dincstadinchus (Dingstede) en Dincstadincvene (Dinxterveen). Hiervan vormden de eerste drie de eigenlijke kern van het latere Meppel. Naast deze erven, behoorde ook de kleine havezate Vledderinge (het latere Regteren) tot de oudste huizen van Meppel. In 1422 werd Meppel als een zelfstandig kerspel afgescheiden van Kolderveen en mocht toen een kerk bouwen, nu Mariakerk of Grote Kerk.
14
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
Poort van Drenthe Het dorp Meppel fungeerde in het begin van zijn bestaan als stapelplaats, waar de landbouwproducten uit het zuidwesten van Drenthe verzameld werden. Deze producten waren grotendeels bestemd voor de kerkelijke autoriteiten uit Utrecht die het bestuur over Drenthe uitoefenende. Vanaf de 15de eeuw groeide Meppel verder; in 1460 werd haar positie als marktplaats bestendigd met de instelling van twee vrije jaarmarkten door bisschop David van Bourgondië. In 1487 kregen de Meppelers bovendien toestemming van dezelfde bisschop voor het houden van weekmarkten op woensdag. Deze waren vooral van belang voor Meppel en ommelanden. Op de jaarmarkten verschenen niettemin handelaren en boeren uit een veel groter verzorgingsgebied. Met het toenemen van de handel kreeg Meppel een centrumfunctie in Zuidwest-Drenthe; het fungeerde als het ware als de poort van Drenthe. De plattegrond van Meppel werd voor een belangrijk deel bepaald door de natuurlijke waterwegen; op knooppunten van waterwegen en langs de vaarten ontstond de eerste bebouwing. Zo is de bochtige (Olde) Aa in de huidige Grote Oever en Eendrachtsstraat terug te vinden. In de loop van de tijd vond er tussen deze meervoudige lintstructuur verdichting plaats, waardoor een meer gesloten stadsweefsel ontstond.
Aan de randen bleef Meppel echter lange tijd minder dicht bebouwd, mede omdat Meppel niet werd omgeven door een stadsmuur en er dus geen uiterste noodzaak was tot verdichting. Aan het begin van de zeventiende eeuw werd de stadsvorm van Meppel bepaald door de van noord naar zuid stromende Aa en de zuidelijk langs de nederzetting lopende Wetering. De Aa was op dat moment al aan beide zijden bebouwd. De aansluiting van de Wetering op de Aa was een belangrijke locatie in de nederzetting omdat hier, achter de kerk, de weekmarkt gehouden werd.
De belangrijkste stedelijke functies (o.a. hoofdkerk, stadhuis, waag) bevonden zich aan de Hoofdstraat en in de hiernaast liggende zijstraten en pleinen. Aan de westzijde van de stad ontstonden water gerelateerde nijverheidsfuncties. Zo bevonden zich in 1832 bijvoorbeeld twee werven bij de samenkomst van de Zuideindigersloot en de (Olde) Aa (Stoombootkade en Harm Smeengekade). Een derde werf lag bij de samenkomst van het Mallegat en de Drentse Hoofdvaart. Opschalen van ontginningen Het ontginnen van de veengebieden begon in de Middeleeuwen kleinschalig met als doel het creëren van meer landbouwgrond. In het gebied rondom Meppel kwamen groene weidezones met kleine dorpen en gehuchten. Er leefden voornamelijk boeren die verschillende agrarische bedrijven hadden, variërend van akkerbouw, rundveeteelt en pluimveehouderij tot zuivelbereiding. Gedurende de Middeleeuwen werden de natte gronden in Drenthe steeds systematischer ontgonnen, waarbij turfwinning het voornaamste doel werd. Tijdens de ontginning zijn enkele lintdorpen ontstaan, zoals Ruinerwold, Nijeveen en Kolderveen.
Het verkavelingspatroon van deze wegdorpen werd gekenmerkt door zeer smalle en lange kavels - soms van enkele kilometers lengte-, een fijnmazig slotenpatroon en lange zichtlijnen; een totaal ander verkavelingspatroon dan de onregelmatige, veel kleinschaligere blokverkaveling met houtwallen en houtsingels rond de esgehuchten in het Reestdal. Het water vormde de oorsprong en levensader van Meppel, maar werd ook cruciaal in de periode dat de turfwinning in de hoogveengebieden van Drenthe enorm toenam. De bestaande wateren werden al vanaf de 13de of 14de eeuw uitgebreid met griften, de oudste veenkanalen van Drenthe, noodzakelijk voor de ontwatering van het veen en voor het transport van de gewonnen turf. De turfwinning leidde daarbij tot een versterkte handelspositie van
Meppel. Meppel had een belangrijke schakelfunctie als doorvoerhaven tussen het Drentse agrarische achterland en het westen van het land, voornamelijk Amsterdam; turfschippers zorgden voor het verschepen van het gewonnen turf, beurtveren namen het vervoer van stukgoederen en mensen voor hun rekening. Door de toenemende handel over water werd Meppel aan het eind van de Middeleeuwen een aantrekkelijke vestingplaats. In de zeventiende eeuw kwamen er naast boeren en middenstanders lieden van andere pluimage bij, zoals schippers, boot- en zeilmakers, wevers, meubel- en schoenmakers en kooplieden. Het zijn beroepen die op dat moment nauwelijks elders in Drenthe voorkwamen, wat wijst op de unieke centrumfunctie die Meppel vervulde in Drenthe. De bouw van een waag rond 1617 zette de economische macht nog verder kracht bij. Toen de nederzetting in 1644 inmiddels meer dan duizend inwoners telde, verschafte de drost van Drenthe Meppel stadsrechten. In 1809 kreeg Meppel van Lodewijk Napoleon opnieuw stadsrechten. De turfwinning in Drenthe had grote gevolgen voor het landschap, dat in steeds sneller tempo werd drooggelegd, maar het had ook forse invloed op de economie en de groei van Meppel. De bevolkingssamenstelling veranderde mee. Verkeersknooppunt van water, spoor en wegen Met het opschalen van de turfwinning, nam ook de noodzaak toe het vervoer via het water te bespoedigen.
Tot de 16e eeuw bleef de scheepvaart bescheiden in omvang en concentreerde zich voornamelijk rondom Meppel en de Oostermoerse venen. Tijdens de zeventiende en achttiende eeuw vonden echter veel kanaliseringen plaats, die het directe gevolg waren van het ontginnen van de veengebieden van west- en zuidoost Drenthe. Zo werd in de vanuit Meppel naar het oosten lopende Wetering in het begin van de 17de
Meppel, gebiedseigen verhaal
15
Aanbrengen stuw in Wold Aa ter verbetering stroomgebied, datum onbekend, Drents Archief
16
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
1300 - 6 erven
1500 - 45 erven
1800 - 3900 inwoners
1900 - 10.000 inwoners
1985 - 23.000 inwoners
2020 - 33.000 inwoners
Meppel, gebiedseigen verhaal
17
eeuw verlengd, verbreed en verdiept tot aan Hoogeveen – en werd vervolgens de Hoogeveensche Vaart genoemd - om als transportkanaal te dienen voor de grootschalige turfwinning. In 1767 werd gestart met de aanleg van de Drentsche Hoofdvaart naar Assen, waardoor ook de verbinding met Groningen beter werd. Interessant gegeven is ook de frequentie van de stoombootverbinding met Amsterdam over het water sinds de 19e eeuw. Het Meppeler Diep was in de jaren ’60 van de 19de eeuw aan de beurt. Deze waterweg werd rechtgetrokken om de bevaarbaarheid te verbeteren. Langs de vaarwegen verrees een grote diversiteit aan bouwwerken, zoals pakhuizen, molens en fabrieken. Bovendien werd een heel stelsel van sluis- en brugcomplexen aangelegd, waaronder de Meppeler Sluis aan de Sluisgracht. Zo konden de waterstanden beter worden beheerst en nam de kans op overstromingen af.
18
nijverheid werd daarentegen steeds belangrijker. Aan het begin de negentiende eeuw was Meppel al uitgegroeid tot een van de grote markten voor boter en vlees en er ontstonden handelscontacten met alle delen van de wereld. En terwijl de textielnijverheid eind negentiende eeuw verminderde, kwamen er allerlei andere vormen van nijverheid op, zoals de stoomtabak- en sigarenfabriek Jacobs, rijwielfabriek De Germaan, farmaceutische industrie Brocades en drukkerij van Boom.
Het knooppunt van vaarwegen werd in de negentiende eeuw aangevuld met andere vormen van vervoer. De eerste helft van deze eeuw kende een aanzienlijke verbetering van het wegenstelsel, zoals de aanleg van de rijksstraatweg Zwolle – Meppel – Assen – Groningen en de Zwolsestraatweg van Meppel naar Zwolle. Vanaf de jaren ‘60 van de 19de eeuw werden spoorlijnen aangelegd, tussen Zwolle – Meppel - Leeuwarden en Zwolle – Meppel - Groningen. Na de eeuwwisseling kwamen er bovendien ook nog tramwegen tot stand: tussen 1908 en 1939 reed er een tram van Meppel over Rogat naar De Wijk en Balkbrug, en in de periode 1916 – 1933 was er een tramweg van Meppel langs de Drentse Hoofdvaart richting Hijkersmilde.
Deze nieuwe bedrijvigheid vestigde zich vooral langs de spoorlijn, het Meppelerdiep en de Drentsche Hoofdvaart. Er kwamen herenhuizen langs de Stationsweg en het Zuideinde, en arbeiderswoningen in het gebied tussen Heerengracht en Stationsweg. Na 1900 kreeg de stadsuitbreiding een planmatiger aanpak. De Meppeler Bouwvereniging liet in 1916 aan de noordoostzijde van de stad de Indische Buurt bouwen. Aan de zuidzijde van Meppel werd vanaf deze tijd het Wilhelminapark aangelegd met bijbehorende villabebouwing. Op basis van een in 1927-’28 door D. Monsma, de directeur van gemeentewerken, opgesteld uitbreidingsplan kwamen de zuidzijde van de Indische Buurt, het Beatrixplantsoen, en de wijk Ezinge ten oosten van de spoorlijn tot stand. Verder breidde de stad zich uit langs de Steenwijkerstraatweg en ten noorden van de Indische Buurt. Na de Tweede Wereldoorlog werd de uitbreiding van de stad naar buiten toe voortgezet, op basis van een in 1943 door D. Roosenburg opgesteld uitbreidingsplan. De stad werd uitgebreid met nieuwbouwwijken, zoals Haveltermade en Koedijkslanden, en bedrijventerreinen.
Nieuwe bedrijvigheid en stadsuitbreidingen in de twintigste eeuw Door deze nieuwe vervoersmogelijkheden en de geleidelijke afname van de turfvaart, nam de betekenis van de schipperij voor Meppel in het begin van de twintigste eeuw geleidelijk af. Handel en
Maar ook het centrum van Meppel onderging in de naoorlogse periode omvangrijke veranderingen. Met de ontwikkeling van grotere schepen, waren de grachten in de stad steeds minder bruikbaar. In 1880 was daarom al de verbinding tussen Sluisgracht-Oevergracht rondom Bleekerseiland gedempt. Onder toenemende druk van het
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
autoverkeer, volgden echter gauw meer dempingen van eerder belangrijke watergangen in de binnenstad. Vooral in de jaren zestig van de twintigste eeuw heeft de binnenstad van Meppel een intensieve sanering ondergaan, waarbij de demping van de grachten werd voortgezet en een binnenringweg werd gerealiseerd. Langs deze nieuwe ringweg bevonden zich een groot aantal saneringslocaties, waar veel nieuwbouw is gerealiseerd. Bovendien werd in de jaren tachtig de Hoogeveensche Vaart langs de zuidzijde van de stad omgelegd.
Nieuwe aandacht voor historie Sinds omstreeks 1981 wordt de oude kleinschalige structuur van de stad met meer respect behandeld en is er meer aandacht voor de waardevolle cultuurhistorische landschappelijke elementen. Toerisme en recreatie zijn sinds de laatste decennia dan ook een steeds belangrijkere rol gaan spelen voor Meppel. De binnenstad met bijzondere historische gebouwen, de grachten en de groene omgeving oefenen een grote aantrekkingskracht uit op toeristen uit de regio en daarbuiten. Daarbij heeft het water - naast een economische ook een belangrijke recreatieve functie gekregen.
In de ommelanden vonden eveneens wijzigingen plaats. Het grondgebied van de gemeente werd stap voor stap uitgebreid, onder andere met grond van de buurgemeenten Havelte, Ruinerwold, Nijeveen en Staphorst. Door ruilverkavelingen is een deel van de kleinschalige blokverkaveling rond het dorp Rogat verdwenen. Dit gebied ten oosten van de stad Meppel wordt nu doorsneden door twee snelwegen, een modern kanaal en een modern bedrijventerrein. Toch zijn er her en der nog wel kleine boerenbedrijven te vinden, die te herkennen zijn aan hun begrenzing door houtsingels en - wallen. Rond de oude lintdorpen Nijeveen en Kolderveen aan de noordwestzijde van Meppel is de ruimtelijke structuur echter minder gewijzigd; de kenmerkende openheid en weidsheid van het slagenlandschap is nog duidelijk zichtbaar. Deze dorpen vormen dan ook de cultuurhistorische dragers en beeldmerken van dit gebied.
Meppel, gebiedseigen verhaal
19
Het orthogonale slagenlandschap
20
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
Het meanderende Reestdal
Meppel, gebiedseigen verhaal
21
1.2 Gebiedskenmerken Op de grens van twee provincies Meppel is de meest westelijk gelegen gemeente van de provincie Drenthe. Qua oppervlakte is Meppel de kleinste gemeente van de provincie met 58 km². Opvallend is dat Meppel qua ligging in de provincie een flink grensgebied heeft met gemeenten in de provincie Overijssel. Landschappelijk gezien ligt Meppel ‘ingeklemd’: aan de noordwestzijde grenst het aan waternatuurgebied De Wieden en aan de oostkant aan het Reestdal. Het landelijk gebied is bijna rondom van oorsprong een slagenlandschap met uitzondering van de oostzijde waar de meanderende Reest een ander karakter heeft. Een gebied met variatie Het buitengebied ten noorden van Meppel bestaat uit het beekdal van de Oude Vaart en slagenlandschap rondom het lint van Haakswold. De Oude Vaart ligt als rechtgetrokken beek tussen de kades. Van een beekdallandschap is geen sprake meer: het is een rationeel verkaveld agrarisch gebied. Er zijn slechts nog enkele cultuurhistorische relicten aanwezig, zoals oude erven, die als begroeide eilandjes in de grote open ruimte liggen. De hoofdfunctie van het gebied is landbouw, waarbij de verkaveling bijna optimaal te noemen is. De openheid in dit gebied is een waardevol kenmerk. Het buitengebied aan de noordwestzijde van Meppel is een typisch slagenlandschap. Het gebied bestaat uit drie opeenvolgende linten met historische bebouwing.
Het gebied tussen die linten wordt gekenmerkt door een grote mate van openheid. Wat opvalt is het fijnmazige slotenpatroon haaks op de linten. Het gebied is dooraderd met kleine waterverbindingen, direct te linken aan het veenverleden. Ook de griften en oude paden geven een beeld van het vroegere gebruik voor turfwinning. Het buitengebied-noordwest is hoofdzakelijk in gebruik voor de landbouw. Grasland en akkers van
22
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
de gemengde melkveehouderijbedrijven wisselen elkaar af. De oostkant van de stad, met het Reestdal als parel, heeft een compleet ander karakter dan hiervoor beschreven. Het kenmerkende aan dit gebied zijn de verspreide (historische) boerderijen, de essen en kleinere akkers met een onregelmatige verkaveling. De diverse houtwallen, bosjes en het meanderende verloop van De Reest maakt het plaatje hier af. Een plaatje dat afsteekt tegen de stedelijke omgeving van de stad Meppel. Samenvattend kunnen we voor het grondgebied van Meppel constateren dat de wijzigingen gedurende de opeenvolgende eeuwen enorm geweest zijn en het overgrote deel van het nu nog aanwezige waterlandschap door mensenhand gevormd is. Alleen de Reest is – hoewel ook haar loop op enkele locaties is gewijzigd – nog duidelijk als laaglandrivier met haar meanderend karakter in het stadslandschap aanwezig. Afpellen van de lagen in de leefomgeving De stedenbouwkundige structuur van de historische binnenstad van Meppel kent in tegenstelling tot veel andere Nederlandse historische steden een zeer ingewikkeld samenspel van rationele regelmaat en ‘landschappelijke’ onregelmatigheid.
De historische stadsvorm van Meppel is tot stand gekomen onder invloed van de agrarische kavel- en ontginningsstructuur, de oude landverbindingswegen en de vanouds aanwezige waterstructuur, maar ook als gevolg van bewust ingrijpen van het lokaal bestuur. In de volgende analyses zetten we vier verschillende brillen op en ‘pellen we de lagen af’ van de leefomgeving van Meppel: • De bebouwingslaag • De verkeerslaag • De waterlaag • De groene laag
6
4
5
3 Meppel is op te delen in 6 deelgebieden: 1. centrum & centrumschil 2. stationsgebied 3. woonwijken 4. dorpen 5. bedrijventerreinen 6. buitengebied
3 1
5
5 1
3 2
3
6 4
3
Deelgebieden van de gemeente Meppel
Meppel, gebiedseigen verhaal
23
figuur 1 Bebouwingsstructuur gemeente Meppel 24
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
Laag 1: De bebouwingslaag Figuur 1 geeft de verschillen in bebouwing weer. Op de kaart van Meppel zijn aan de hand van de verschillende structuren en korrelgroottes van de bebouwing de functies van de gebieden af te lezen. Door de variatie in ‘korrelgrootte’ zijn de verschillende gebieden duidelijk te onderscheiden. Als we inzoomen van noord naar zuid komen we de volgende gebieden tegen: •
Het buitengebied in het noorden waarbij de erven - met relatief grote korrel – een redelijk grote afstand hebben tot elkaar.
•
Aan het lint door Kolderveen staat bebouwing dichter op elkaar en is de kleinere korrelmaat goed zichtbaar.
•
Het lint door Nijeveen is nóg intensiever bebouwd. Hier staat de bebouwing dichter op elkaar. Nijeveen zelf is een duidelijk orthogonaal dorp met de grote schaal in een cluster aan de westzijde.
•
Tussen Nijeveen en Meppel bevindt zich langs de Matenweg Gedeputeerde Dekkerweg nog één lint wat overeenkomt met het meest noordelijke. Ook richting Nijentap zijn grotere korrels op grote afstand tot elkaar zichtbaar.
•
In het centrum van Meppel zijn de verschillende structuren goed te onderscheiden. De woonwijken, de industriële panden en het intensief bebouwde centrumgebied. De relatief (ten opzichte van de maat van het centrum) grote fysieke afstand tussen het centrum en de wijken Oosterboer en Berggierslanden is hier goed zichtbaar, waarbij het ziekenhuis een eigen enclave vormt.
•
Aan de oostzijde van Meppel - richting Rogat - zijn grotere korrels - op grote afstand van elkaar - zichtbaar met een intensivering bij Rogat. De kleine (woon)korrels zijn duidelijk ondergeschikt.
Hoofdkenmerken van de bebouwingslaag: De Meppeler structuur en bebouwing heeft een in enkele eeuwen ontstane diversiteit en een grote variatie in schaal. De korrelmaat van bebouwing is een belangrijk (en zichtbaar) onderscheidend kenmerk in de deelgebieden van de gemeente Meppel en biedt aanknopingspunten voor de toekomst.
Meppel, gebiedseigen verhaal
25
figuur 2 Bouwtijdperken in Nederland bron: 3D BAG door 3D Geoinfromation Group, TU Delft, januari 2020
figuur 3 Bouwtijdperken in Nederland bron: 3D BAG door 3D Geoinformation Group, TU Delft, januari 2020
spoorlijn naar Leeuwarden
N371
A32
N375 spoorlijn naar Groningen
N851 N375
A28
spoorlijn naar Zwolle figuur 4 Verkeersstructuur gemeente Meppel
28
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
Laag 2: de verkeerslaag Figuur 4 geeft in een oogopslag de belangrijkste verkeersstruccturen weer. Als eerste vallen de snelwegen op. De noord-zuid georiënteerde A32 en oost-west georiënteerde A28 zijn duidelijk herkenbaar. Samen met de spoorwegen - die dezelfde richting volgen - vormen ze duidelijke scheidingen in de functie, indeling en beleving van gebieden. Wat verder opvalt aan dit beeld: •
Het buitengebied is zeer licht ‘dooraderd’. Aan de noordzijde is de orthogonale structuur van het slagenlandschap (de haaks op elkaar staande lijnen) goed te herkennen en aan de zuidzijde de glooiing van het Reestdal.
•
De verkeersstructuur in dorpen is verschillend. Het dorp Nijeveen is zeer goed herkenbaar aan een intensief orthogonaal wegennetwerk, aansluitend op het slagenlandschap. Het dorp Rogat is echter nauwelijks herkenbaar, aangezien de ontwikkelingen minder en grootschaliger zijn en zich grotendeels langs bestaande wegen hebben gevestigd.
•
Het centrum van Meppel en de wijken zijn qua structuur goed herkenbaar. De industriële gebieden bevatten - door grote bouwblokken - een minder intensief wegennetwerk. De hoofdontsluiting via de N375 en A32 verkeerstechnisch zijn goed gelegen, maar isoleren het centrum van Meppel van het buitengebied.
•
Prestedelijke agrarische verbindingswegen en paden zijn ook nu nog in de plattegrond van Meppel aan te wijzen. De drie wegen (Kruisstraat, Woldstraat en Hoofdstraat) verbonden in de Middeleeuwen de prille nederzetting van Meppel met het omliggende gebied.
•
Het centrum heeft meerdere kenmerken van een verstedelijkt dorp. De historische wegendriehoek en meerdere onregelmatige, gebogen en op de agrarische verkaveling en het slotenpatroon teruggaande perceelgrenzen wijzen hierop. Oude historische linten en uitvalswegen bepalen nog altijd de hoofdstructuur van de Centrumschil. Een enkele keer is daar een nieuwe hoofdstructuur aan toegevoegd, zoals de Stationsweg.
•
Meppel ligt landschappelijk ingeklemd tussen De Wieden en Het Reestdal. Wat opvalt is dat een interessante route naar Nationaal Park Weerribben Wieden ontbreekt.
Hoofdkenmerken van de verkeerslaag: De omarming van een stevige infrastructurele hoofdstructuur geeft goede verkeersdoorstroming maar maakt het meer fijnmazige centrum van Meppel tevens minder toegankelijk. De kenmerkende landschappelijke structuren verweven met infra.
Meppel, gebiedseigen verhaal
29
Drentsche Hoofdvaart Oude Vaart
3.
Wold Aa
4. 2.
Koekanger Aa
1.
Meppelerdiep Hoogeveensche Vaart figuur 5 Waterstructuur gemeente Meppel Verkeerstructuur gemeente Meppel
30
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
De Reest
Laag 3: de waterlaag Figuur 5 geeft de waterstructuur van Meppel weer. Via het IJsselmeer - Ketelmeer - Zwarte Meer komt via het Zwarte Water het Meppelerdiep de stad Meppel binnen. Het is duidelijk te zien dat Meppel nog steeds het knooppunt is van meerdere afslagen van het water. Deze afslagen vormen vervolgens de begrenzing, van nagenoeg de hele oostzijde, van de gemeente Meppel. Wat opvalt: •
Meppel staat bekend om het water, omdat er veel water zichtbaar is. Ten opzichte van vergelijkbare steden heeft de gemeente Meppel naar verhouding echter weinig oppervlakte water.
•
Naast de grachten is er de zandwinningsplas (1), duikplas (2) Engelgaarde en recreatieplas Tussenboerslanden bij Nijeveen (3). Ten slotte zijn er de havengebieden langs de Drentsche Hoofdvaart (4).
•
Daarnaast zijn er enkele losse waterbuffers of vijvers. In het buitengebied zijn veel sloten zichtbaar, vooral in het slagenlandschap en het Reestdal.
•
De in de Middeleeuwen gegraven Wetering is een lange periode (zeker tot aan het begin van de 17de eeuw) de begrenzing geweest voor de stadsgroei richting het zuiden. De Wetering is tevens bepalend geweest voor enkele aan het water parallelle structuren en vooral voor het ontstaan van twee centrale marktpleinen in de stad.
•
Bedrijvigheid is aan het water ontstaan. Die functie is in de huidige opbouw van Meppel nog steeds duidelijk zichtbaar.
•
De waterinfrastructuur van Meppel is van groot belang voor het vervoer van goederen en producten én de recreatievaart. Aangezien Meppel dooraderd is met watergangen van verschillende maten kunnen we ons voorstellen dat waterveiligheid een belangrijk ruimtelijk ontwikkelprincipe is voor de toekomst van de stad.
•
De dooraderdheid met water brengt - naast een positief economisch nut - ook een beperkende factor met zich mee omdat het de toegankelijkheid en bereikbaarheid van het centrum aan de zuid- en westkant verkleint.
Hoofdkenmerken van de waterlaag: Feitelijk gezien is er in Meppel niet uitzonderlijk veel oppervlaktewater, maar in de beleving is dat heel anders. De aanwezigheid en zichtbaarheid van water heeft een belangrijke betekenis en waarde. Daarnaast valt op dat de waterstructuren en de infrastructuur deels samenvallen en dezelfde routes volgen.
Meppel, gebiedseigen verhaal
31
figuur 6 de groene laag van gemeente Meppel
32
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
Laag 4: De groene laag Figuur 6 geeft inzicht in de verdeling van 'groen' in de gemeente. De kaart vertekent enigszins, aangezien een groot deel van de ‘groene gebieden’ bijna volledig in functie zijn als agrarisch gebied. •
In de stad Meppel is te zien dat groenstructuren met name zijn ingezet om verschillende functiegebieden van elkaar te scheiden. Zo worden bijvoorbeeld de Koedijkslanden en Haveltermade gescheiden van het industriegebied en de Oosterboer van de A32. Groen wordt hier ingezet als functionele buffer.
•
Een grote uitzondering hierin is het Wilheminapark welke een meerwaarde voor de stad geeft omdat water (natuurlijk in overvloed op deze plek) en natuur hier samenkomen en omdat het park is aangelegd met een duidelijk recreatieve functie. Bij de Nieuweveenselanden wordt eenzelfde kwaliteit vermoedelijk nagejaagd door de waterwinplas te combineren met de uitbreidingswijk.
•
Elke wijk heeft een eigen park (of natuurzone zoals dat bij Berggierslanden het geval is), veelal vanuit een bufferfunctie aangelegd. De gebruiks- en natuurwaarde van deze plekken is inmiddels echter groot.
•
Het wandelbos/Engelgaarde is eigenlijk het enige bos/natuurgebied op Meppels grondgebied en daarmee van belangrijke waarde.
Hoofdkenmerken van de groenlaag: Er zijn veel verschillende 'soorten groen'. Als je de agrarische functie buiten beeld laat, zien we dat groen met name functioneel wordt ingezet in de gemeente Meppel. Natuurgebieden van enige maat ontbreken op het eigen grondgebied, met uitzondering van Het Reestdal, maar zijn overvloedig aanwezig in de regio.
Meppel, gebiedseigen verhaal
33
1.3 Functionele gebiedsinzet Huidig gebruik van het landschap en gebieden Een groot deel van het grondgebied van Meppel is in gebruik voor agrarische doeleinden, dat is de grootste gebruiker qua oppervlak. Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde van de provincie Drenthe. Drenthe is binnen Nederland een typisch agrarische provincie, waar - naast het hoge percentage agrarisch gebied - relatief weinig bebouwing en veel natuurgebied ligt. In de gemeente Meppel is een tendens waarneembaar waarbij het agrarisch gebied met 5% is afgenomen in de laatste 15 jaar. Het daardoor vrijgekomen grondgebied is met name in gebruik genomen voor bebouwd terrein, maar er is ook een procent ten gunste gekomen aan natuur en recreatie. Opmerkelijk is dat het percentage bebouwd terrein bijna drie keer zo hoog ligt dan gemiddeld in de provincie Drenthe en het aandeel natuurgebied bijna zes keer lager. Ook het terrein bestemd voor verkeersdoeleinden is twee keer zo hoog als gemiddeld in Drenthe. Kortom: Meppel is (in de Drentse context) een gemeente met relatief veel bebouwing, weinig natuurgebied en veel verkeersgebied. Bebouwd terrein Het percentage bebouwd terrein is de laatste 15 jaar met 3% toegenomen. Dit geldt voor allerhande bouwwerken. In totaal staan er bijna 16.000 woningen in de gemeente Meppel, wat 88% is van het totaal aantal gebouwen.
In relatie tot de provincie Drenthe staan er in de Meppel relatief veel woningen van voor 1945 en zijn er in het tijdsbestek tussen 1945 en 2000 naar verhouding minder woningen gebouwd. Na het jaar 2000 lijkt dat weer ruim ingehaald te zijn. De woonvoorraad bestaat uit 4% meer vooroorlogse woningen dan in de rest van Drenthe, maar ook bijna uit het dubbele aantal nieuwbouwwoningen (ook bijna 4% meer). Steden met vergelijkbare inwonersaantallen bezitten meer eengezinswoningen en minder meergezinswoningen dan Meppel, het verschil is circa 6%. Het verschil met Drenthe is hoger (bijna 8%).
34
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
Soort gebruik 2015 - Meppel
5,2% 15,4%
2,8%
69,3%
Verkeersterrein
Bebouwd terrein
Bos en open natuurlijk terrein
Semi-bebouwd terrein
Recreatieterrein
Agrarisch terrein
Binnenwater
Bron: CBS
Wat ook opvalt is de verdeling tussen koop- en huurwoningen. Er zijn 8% minder koopwoningen in Meppel, maar wel ruim 6% meer sociale huurwoningen. De vraagprijs (per m²) is laag, ten aanzien van inwoneraantallen met vergelijkbare steden in Nederland, maar hoger dan de rest van Drenthe. Procentueel zijn er relatief veel kleine woningen (met een oppervlak tot de 90 m²) en weinig van 150 m² en groter. Leegstand (en daarmee ruimte voor de toekomst) bestaat uit 15% industrie, 16% kantoren en 14% winkels.
Landelijk terrein Vanaf 2000 zijn het aantal landbouwbedrijven met meer dan 30% afgenomen. Dit verklaart dat ook het agrarisch gebied is afgenomen en ten gunste is gekomen aan onder andere natuur en recreatie. Ook het wateroppervlak is toegenomen. Dit is een tendens die in heel Drenthe waarneembaar is. De landbouwbedrijven bestaan met name uit grasland en groenvoe-
dergewassen. Daarnaast worden aardappelen, granen en suikerbieten verbouwd. In de weilanden worden met name koeien aangetroffen. Daarnaast ook soms schapen, geiten en enkele paarden en pony's.
Meppel, gebiedseigen verhaal
35
1.4 Bewoners en bezoekers Meppel is een fijne stad om te zijn. Bewoners weten dat, maar ook bezoekers – met verschillende motieven - herkennen de kwaliteiten van Meppel: werkenden, leerlingen, studenten en toeristen. In dit hoofdstuk verdiepen we ons in het sociale karakter van Meppel. Meppel: sociale kenmerken van de bevolking Wat is kenmerkend aan het DNA van de bevolking van Meppel? In de veelheid aan stukken en notities lezen we meermaals over de alom geprezen handelaarsmentaliteit, het open en gastvrije karakter én het adaptief vermogen van de Meppelaar. De Meppelaar is van nature een ondernemend en aanpakkend type. Van oorsprong handelaars die met beide benen op de grond staan, maar ook weten wat genieten is. Het grote aantal evenementen in Meppel is daarvan een mooie afspiegeling. Hard werken en hard genieten. Het merk 'Meppel Diep Geluk' is een gedragen uitwerking van het sociale DNA van de gemeente Meppel. Naast de ‘zachte’ kenmerken van de bevolking van Meppel laat het burgerbelevingsonderzoek uitgevoerd in 2018 een interessant beeld zien van de meer kwantitatieve stand van zaken. De sociale samenhang van Meppel lijkt bijna een vanzelfsprekendheid. Het burgerbelevingsonderzoek laat zien dat ongeveer een derde van de inwoners zich inzet voor de leefbaarheid en/of veiligheid in de buurt.
Wat opvalt is dat de inzet voor het behoud van de sfeer en het onderlinge contact is gedaald ten opzichte van dezelfde meting in 2016. De bereidheid om een bijdrage te leveren aan de buurt verschilt sterk per onderwerp. Zo is een groot deel wel bereid om rommel op straat op te ruimen (of doet dit nu al), maar zijn mensen minder geneigd om anderen aan te spreken op ongewenst gedrag of om bij te dragen aan het onderhoud van openbaar groen.
36
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
De SES is een verzamelindicator op basis van inkomen, opleidingsniveau en beroepsstatus in een gebied. Het geeft een idee van de sociaal-economische status op buurtniveau. De sociale samenhangscore (SES) is een stabiele 6,3. Dit ligt in lijn met het Nederlands gemiddelde (6,2). Nijeveen en de wijken Berggierslanden en Nieuwveense Landen/Nijeveenseweg hebben relatief hoge scores. Centrum en Oosterboer/Rogat liggen in lijn met het gemiddelde. Wijken als Watertoren/Haveltermade, Koedijkslanden en Ezinge hebben benedengemiddelde sociale samenhangscores. Een aantal belangrijke conclusies uit het burgerbelevingonderzoek die een relatie hebben met de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Meppel: •
Op de thema’s sociale samenhang, leefbaarheid en buurtparticipatie staat Meppel er over het algemeen goed voor. Inwoners zijn positief over hun buurt en hun buren.
•
43% van de inwoners van Meppel geeft aan zich matig, sterk of zeer sterk eenzaam te voelen. In verhouding tot het gemiddelde in Meppel is er in de wijken Centrum, Berggierslanden en het dorp Nijeveen relatief weinig eenzaamheid. In Ezinge, Nieuwveense Landen/Nijeveensewegen Koedijkslanden is relatief meer eenzaamheid.
•
Een aanzienlijk aandeel van de inwoners - 45% - geeft aan dat zij regelmatig actief is in het verenigingsleven. Dit aandeel was in 2016 42%. De respondenten uit Nijeveen zijn in relatief grote mate actief in verenigingsverband.
Meppel: demografische kenmerken De bevolking van Meppel neemt in aantal toe. Niet met grote spurten of in een onhoudbaar tempo, maar sinds de eeuwwisseling op een gestage manier. Die geleidelijke groei heeft de afgelopen 20 jaar geleid tot een aantal van 33.920 inwoners (1 januari 2020). Een toename van ongeveer 15 procent. Die toename past bij de ontwikkeling van de landelijke cijfers, maar steekt af tegen de cijfers van de Provincie Drenthe. Wat opvalt is de relatief jonge bevolkingsopbouw van Meppel. Het inwonersaantal jonger dan 44 jaar ligt bijna 4% hoger dan in de rest van Drenthe. De demografische druk (jong in relatie tot oud) ligt meer dan 5% lager ten opzichte van de rest van de provincie. Bevolking totaal - Meppel 40.000 38.000 36.000
Grafiek 2 - Bevolkingsgroei in relatie tot provincie en Nederland
34.000
aantal
32.000
Wonen in Meppel kan op veel verschillende manieren. Het overgrote deel van de inwoners woont in het centrum/de centrumschil en de grotere woonwijken Oosterboer en Koedijkslanden.
30.000 28.000 26.000 24.000 22.000
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
2000
20.000
Bron: CBS -1 Nationaliteiten Grafiek - Bevolkingsgroei Meppel
Meppel, gebiedseigen verhaal
37
Meppel: een plek om te bezoeken Zoals eerder aangestipt: de bezoekfunctie van Meppel is een belangrijke motor van de gemeente. Door het relatief grote winkelaanbod en het onderscheidende historische karakter van de binnenstad heeft Meppel een regiofunctie; het trekt (functionele) bezoekers uit de omgeving (Steenwijk, Staphorst, Hoogeveen). Meppel is allround als het gaat om aankoopmotieven; zowel dagelijkse boodschappen, horecagelegenheden als recreatief shoppen scoren goed bij het publiek. Naast het winkelaanbod staat Meppel in de regio bekend om haar vele evenementen in verschillende soorten en maten, zowel in Meppel zelf als in de omliggende kernen. De rijke evenementenagenda brengt een levendigheid met zich mee die Meppel kenmerkt.
Voor wat betreft toeristen van buiten de regio wordt ingezet op de beleving van de stad. Het merk 'Meppel Diep Geluk’ beschrijft het DNA van Meppel en heeft de ambitie de inwoners van Meppel meer verbonden te laten voelen met hun stad, maar ook om Meppel bij een breder publiek bekend te maken. Meppel: een plek om te werken Meppel is een gemeente van ondernemerschap en bedrijvigheid. Landbouw en scheepsbouw waren altijd een belangrijke bron van inkomsten voor Meppel, evenals het verhandelen van producten op de markt. Het verhandelen en doorvoeren is nog steeds terug te zien in het aandeel groothandels- en logistieke bedrijven. Wat daarnaast opvalt is dat Meppel altijd een centrumrol vervuld heeft in drukkerij, grafische industrie en uitgeverij. Momenteel zijn de meeste banen te vinden in de gezondheids- en welzijnszorg (4059), groot- en detailhandel (3725) en de industrie (2959). De meeste vestigingen zitten in de groot- en detailhandel (585) en advies en onderzoek (556). Industriële vestigingen zijn er 132 en van de gezondheids en welzijnszorg 339. Dit betekent dat de industrie de meest kwetsbare werkverstrekker is omdat hier gemiddeld het meeste mensen per vestiging werken. De groei van de werkgelegenheid (in aantal banen) zit voornamelijk in de volgende sectoren: vervoer en opslag, informatie en communicatie, financiële instellingen en onroerend goed.
38
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
Banen naar sector - Meppel 30 28 26 24 22 20
%
18 16 14 12 10 8 6 4 2 2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
2000
0
Grafiek 3: ontwikkeling van aantal banen per sector, periode 2001-2019 (Meppel in Cijfers, 2020)
A Landbouw, bosbouw en visserij E Watermanagement
B Delfstoffenwinning
F Bouwnijverheid
I Logies-, maaltijd- en drankverstrekking L Onroerend goed P Onderwijs
C Industrie
G Groot- en detailhandel J Informatie en communicatie
D Energiesector
H Vervoer en opslag K Financiële instellingen
M Advies en onderzoek
N Overige zakelijke dienstverlening
Q Gezondheids- en welzijnszorg
R Cultuur, sport en recreatie
O Openbaar bestuur S Overige dienstverlening
Bron: LISA 2019 Meppel, gebiedseigen verhaal
39
1.5 Positionering in de regio Is Meppel Drents? Jazeker, maar wel op een eigen manier. Meppel is altijd een stad geweest met een centrale (regionale) functie. Met enerzijds een ‘formele’ plek als gemeente in de provincie Drenthe heeft Meppel in het ‘daily life’ een sterke verbinding met de regio Zwolle. Werkenden en studenten gaan over en weer. Ligging in de regio: een plek van knooppunten Het woord ‘knooppunt’ staat centraal in Meppels verleden én het heden. Zowel in fysieke vorm zoals infrastructuren, maar ook in samenhangende vorm. In de loop van de geschiedenis zijn verbanden ontstaan die de oude provinciegrenzen overschrijden. Voor wat betreft voorzieningen en zorg heeft Meppel een duidelijke regiofunctie die ver buiten haar eigen gemeentegrenzen strekt. Met voorzieningen op het gebied van onder meer zorg en cultuur bedient Meppel een verzorgingsgebied van zo’n 100.000 mensen. Ook op een wat hoger schaalniveau staat Meppel in verbinding met haar omgeving. De ligging van Meppel in Nederland is zo centraal dat belangrijke aders - de Randstad, Groningen, Arnhem of Duitsland - binnen een uur te bereiken zijn. Met de A28 en A32 is Meppel verbonden tussen Oost- Nederland, de Randstad en Noord-Nederland. Door de weg- water- en spoorverbindingen die samenkomen in Meppel, is de logistieke functie een belangrijke.
De verschillende bedrijventerreinen en (het netwerk van) havens in omliggende steden vormen een belangrijke draaischijf in het logistieke netwerk.
Knooppunt van spoorwegen 40
Xxxxx Meppel, gebiedseigen verhaal xxxxxxxxxxxxxxxx
Knooppunt van waterwegen
Meppel, gebiedseigen verhaal
41