CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Archeologisch bureauonderzoek d.d. april 2023_geanonimiseerd

1 - RAADSVERGADERING 30 januari 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Interpellatiedebat - Lord Nelson8.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laagland Archeologie Rapport 967

Bureauonderzoek

Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel(DR)

april 2023 Versie 1.1 (definitief)

In opdracht van: Reeststouwe Exploitatie

v3.1

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 967

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR) Auteur: 5.1.2e

, 5.1.2e

en 5.1.2e

In opdracht van: Reeststouwe Exploitatie

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: definitief

Controle: 5.1.2e Autorisatie: 5.1.2e

5.1.2e

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876

© Laagland Archeologie BV, Almelo, april 2023

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in september 2022 een bureauonderzoek uitgevoerd aan het Prinsenplein 48 te Meppel. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de herontwikkeling van het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform het protocol SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied binnen de historische kern van Meppel ligt. Op basis van bodemkundige gegevens is vastgesteld dat in het plangebied (verspoeld) dekzand aanwezig is, dat mogelijk is afgedekt door veen. Op basis van archeologische gegevens is bekend dat de omgeving van het plangebied vanaf de 16e eeuw is bewoond, waarbij een stadsophoging met een dikte van 1 à 2 m is ontstaan. Voor archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met Vroeg-Neolithicum geldt een lage archeologische verwachting, omdat eventuele archeologische resten uit deze periode vermoedelijk zijn vergraven als gevolg van latere graafactiviteiten in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.

Vanaf het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen was het plangebied te nat en daardoor ongeschikt voor bewoning. Vanaf de Late Middeleeuwen werd het plangebied ontgonnen en bij de historische kern van Meppel betrokken. Daarom geldt een hoge archeologische verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Indien hier bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden, is archeologisch vervolgonderzoek van toepassing. Geadviseerd wordt om na de sloop van de bovengrondse bebouwing een proefsleuvenonderzoek uit te voeren met een mogelijk doorstart naar een opgraving. Booronderzoek is voor deze locatie weinig geschikt, omdat het vaak niet goed mogelijk is om subrecent verstoorde lagen van oudere ophogingspakketten te onderscheiden. Booronderzoek is daarnaast ongeschikt om resten van oude funderingen en dergelijke op te sporen. Het bevoegd gezag neemt het advies over en neemt het volgende selectiebesluit. Voorafgaande aan de sloop van de ondergrondse funderingen dient er een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd te worden. Hierbij worden een deel van de te sporen funderingen onderzocht. Als uit het proefsleuvenonderzoek blijkt dat er binnen het plangebied spraken is van archeologisch relevante funderingen zal er een archeologische begeleiding van de ondergrondse sloop plaats moeten vinden.

Als uit het proefsleuvenonderzoek verder blijkt dat er behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn, za; er een opgraving moeten plaatsvinden. Voorafgaande aan het archeologisch onderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld en getoetst te worden door het bevoegd gezag. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting ____________________________________________________ 3 1 Inleiding _____________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek________________________________________________ 5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________ 5 Administratieve gegevens ____________________________________________ 7 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________ 8 Gemeentelijk beleid _________________________________________________ 8 Onderzoeksdoel ____________________________________________________ 9

2 Inventarisatie _________________________________________________ 10 2.1 2.2 2.3

Inleiding_________________________________________________________ 10 Landschappelijke ontwikkeling _______________________________________ 10 Archeologie ______________________________________________________ 11

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.4 2.5

Bekende archeologische waarden ___________________________________ 11 Waarnemingen _________________________________________________ 11 AMK-terreinen __________________________________________________ 12 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________ 12 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________ 12 Synthese ______________________________________________________ 17

Historie _________________________________________________________ 17 Bekende verstoringen ______________________________________________ 23

3 Conclusie en verwachtingsmodel __________________________________ 25 3.1 3.2 3.3

Conclusie ________________________________________________________ 25 Verwachtingsmodel ________________________________________________ 26 Advies __________________________________________________________ 27

literatuur ______________________________________________________ 29 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________________ 31 BIJLAGE 2 Archeologische perioden_________________________________ 32 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart _________________________________ 33 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland _________________________ 34 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart _____________ 35 BIJLAGE 6 Bodemkaart __________________________________________ 36 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _______ 37 BIJLAGE 8 Verklarende woordenlijst ________________________________ 38

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande sloop en nieuwbouw aan het Prinsenplein 48 te Meppel, gemeente Meppel (DR.). De gemeente Meppel heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft het Prinsenplein 48 te Meppel, gemeente Meppel (DR.), zie onderstaande afbeelding. Het plangebied heeft een omvang van 355 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

5

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl

6

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

1.3ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Drenthe

Gemeente

Meppel

Plaats

Meppel

Beheerder/eigenaar grond

Onbekend

Toponiem

Prinsenplein 48

Kadastrale perceelnummer(s)1

8600

Laagland Archeologie projectnummer

MEPR221

Datum conceptrapportage

20-09-2022

Datum definitief rapport

5-4-2023

XY-coördinaten

209455/523560 209490/523545 209455/523545 209470/523505

Kaartblad

21E

Oppervlakte/lengte Plangebied Datering

355 m2

Complextype

Nederzetting met stedelijk karakter

Onderzoeksmeldingsnr

5291466100

AMK-terrein

14513

Vondstmeldingsnr.

-

Type onderzoek

Bureauonderzoek

Opdrachtgever

Reeststouwe Exploitatie

Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid

nog niet beoordeeld

2

Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie Uitvoerder

Projectleider/opsteller onderzoek

Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd

Gemeente Meppel 5.1.2e

E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 5.1.2e / 5.1.2e , 5.1.2e 5.1.2e @laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

1

kadastralekaart.com

2

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 7

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel bebouwd. Het terrein bevat een kelder onder het voormalige pand Prinsenplein 46. Binnen het plangebied zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.

Afbeelding 2. Huidige situatie (links) en nieuwe situatie (rechts). Bron:pdok.nl

1.5 GEMEENTELIJK BELEID In het bestemmingsplan Meppel – Binnenstad (artikel 18) ligt het plangebied in een zone Waarde – Archeologie 1. Archeologisch onderzoek is vereist bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 30 cm –mv. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven. Het bestemmingsplan is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart. Hierop ligt het plangebied binnen de historische kern van Meppel. Behoud in situ is hier het uitgangspunt en bodemingrepen moeten worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is dan dient er onderzoek plaats te vinden.4

3

bron: gemeentelijke monumentenlijst

4

Beleidsadvieskaart gemeente Meppel. 8

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

1.6 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fase in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek.

9

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Meppel. Meppel ligt op de grens tussen het hoger gelegen dekzandlandschap in het zuiden en oosten en het lager gelegen veenlandschap ten westen van de stad. De omgeving is ontstaan in de laatste ijstijd (Weichselien) toen onder koude omstandigheden dekzand is afgezet. Door klimaatverbetering steeg de zeespiegel en trad vernatting op. Hierdoor kon in de omgeving van het plangebied veenvorming plaatsvinden. De binnenstad bevindt zich op een hoger gelegen rug tussen twee beekdalen in. Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd. Ten oosten en westen van het onderzoeksgebied is een vlakte van smeltwaterafzettingen gekarteerd. Ten noorden van het onderzoeksgebied is een dalvormige laagte aanwezig en een beekdalbodem ten zuiden van het onderzoeksgebied. Op het actueel hoogtebestand Nederland (AHN) zijn de dalvormige laagte en de beekdalbodem zichtbaar (zie bijlagen 4 en 5). Op basis van de geomorfologische kaart en het AHN kan er worden aangenomen dat het plangebied op een vlakte van smeltwaterafzettingen ligt. Deze smeltwaterafzettingen zijn ontstaan gedurende de laatste ijstijd (Weichselien, 116 – 12,6 duizend jaar geleden) onder periglaciale omstandigheden. De bovengrond was bevroren (permafrost), waardoor oppervlaktewater in de zomerperiode over het oppervlak moest afvloeien.

Het water voerde ontdooid materiaal mee over het oppervlak hellingafwaarts, waardoor gelaagde afzettingen ontstonden. In de top van de smeltwaterafzettingen kunnen moerige podzolgronden of beekeerdgronden worden verwacht. Het plan- en onderzoeksgebied is op de bodemkaart niet gekarteerd. Aan de oostzijde van het plangebied komen moerige podzolgronden en beekeerdgronden voor. Bij moerige podzolgronden is (dek)zand aanwezig op een diepte van minder dan 120 cm -mv. In dit zand is sprake van bodemvorming, wat erop wijst dat het gedurende langere tijd voldoende ontwatering heeft gekend om bodemvorming mogelijk te maken. De B-horizont van een moerige podzolgrond is meestal kazig van structuur en is slecht waterdoorlatend. Bij de ontginning van dergelijke gronden is de Bhorizont vaak gescheurd om de waterhuishouding te verbeteren. 10

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

Beekeerdgronden zijn zandgronden die ontstaan in gebieden met een hoog fluctuerende grondwaterstand. De top bestaat uit een humeuze (moerige) laag. Dit eerddek is ontstaan doordat de aangroei van organische stof sneller verloopt dan de afbraak ervan. Eronder ligt dekzand waarin zich geen of een onduidelijke podzol heeft ontwikkeld. In de top komen roestvlekken voor. De aanwezigheid van roestvlekken duidt op een (zeer) slechte ontwatering.

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plangebied zijn geen bekende waarden geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied zijn er vier waarnemingen, één AMK-terrein en 22 eerdere archeologische onderzoeken uitgevoerd.

2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn diverse waarnemingen bekend: Zaak id. 2899212100: Deze waarneming betreft een 16 e -eeuwse munt uit Utrecht. Deze is in het centrum van Meppel aangetroffen en in Archis administratief geplaatst. Zaak id. 3027701100: Deze waarneming betreft een onbekend aantal keramiek- en metaalfragmenten uit de Middeleeuwen. Deze waarneming is gebaseerd op de DMA basislijst. Echter: de locatie waar deze vondsten zijn gedaan is niet ingevuld. Deze waarneming is administratief in Archis geplaatst. Zaak id. 3170789100: Op ongeveer 350 meter ten noordwesten is na de sloop van een oorspronkelijk 15e eeuws woonhuis een kelder opgegraven. De 15e eeuwse gebinten zijn van de gemeentewerf afgevoerd naar de vuilverwerking. Van de oudste bouwfase zijn de beide zijgevels, grote delen van de achtergevel, kelder met vier ribloze kruisgewelven en zuil van Bentheimer zandsteen en nagenoeg complete gebintconstructie van de kap bewaard gebleven. In het voorhuis waren sporen aanwezig van een bierbrouwerij in de vorm van eesttegels uit de eerste bewonigsfase. Tot de vondsten behoort een vermoedelijk bouwoffer (steengoed bierkruikje) uit circa 1475. Bij het verdiepen van de kelder werden de paaltjes gevonden waarmee het keldergewelf is uitgezet. Begin 17e eeuw was er een koperslager in het pand.

In de vroege 18e eeuw is er sprake van een grote bouwcampagne, waarbij het voorhuis met het voorste deel van de zolder tot zelfstandige woning werd gemaakt. In het voorhuis was in de 18e eeuw een schoenmaker gevestigd. Het achterhuis werd bij deze bouwcampagne bij het rechter buurpand getrokken. De huidige voorgevel stamt uit rond 1900. Recent werden in het interieur diverse trappen gesloopt en uitgebroken. Uit de periode van voor het eerste gebouw stammen scherven uit ca. 1400. De centrale zuil in de kelder staat op daktegels uit oudere bebouwing evenals een grote funderingskei. Zaak id. 3032107100: Sloop van een bakkerij. Het betreft een pand daterend uit het laatste deel van de 16de eeuw. De buitenzijde van het huis toonde 17de eeuwse kenmerken. Ook werd een 17e eeuwse kelder aangetroffen. Een gevonden eesttegel (vroeg 17de eeuws) in een afvalkuil onder de fundering wijst mogelijk op een eerder gebruik als bierbrouwerij van dit pand. Onder de afvalkuil en totale fundering bevond zich een schervenpakket uit de periode 1400-1900.

11

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologische waarde en van hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied is onderstaand AMK-terrein aanwezig: 14513: Terrein met bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Het betreft Meppel, zoals weergegeven op de topografische militaire kaart van 1853. Meppel was oorspronkelijk een esgehucht (typologie T. Spek): tot 1422 een buurschap van het kerspel Kolderveen. Aan het eind van de 15e eeuw groeide Meppel uit tot een dorp met een belangrijke streekfunctie; eerst als overslagplaats en vanaf 1460 als markt. Stadsrechten verkreeg Meppel pas in 1809. Onder de kern bevinden zich mogelijk sporen van vroegere bewoning, zie dossier Stadskernonderzoek 1979.

2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het plangebied in de historische stadskern van Meppel.

2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. Zaak id. 2242106100 & 2249235100: Betreft een archeologisch bureauonderzoek en de daaropvolgende begeleiding op ongeveer 490 meter ten noordwesten van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek is de kans op resten uit de Late Middeleeuwen hoog. Eventuele resten bestaan uit onder meer resten van muren, funderingen, en beer- en waterputten. Op de huidige Prinsenstraat en de zuidkant van het Kerkplein kunnen resten verwacht worden van de oude loop van de Wetering. De te verwachten resten bestaan uit kades, beschoeiingen, afvaldumps, gezonken vaartuigen en dergelijke. Ter hoogte van de kruising Hoofdstraat met de Prinsenstraat kunnen resten van een brug over de Wetering aangetroffen worden. Aan de westkant van het plangebied Hoogetin kunnen resten verwacht worden van de oude loop van de Wold (of Oude) Aa. De te verwachten resten bestaan uit kades, beschoeiingen, afvaldumps, gezonken vaartuigen en dergelijke. Tevens kunnen hier resten van de Lange Brug over de Wold (of Oude) Aa aangetroffen worden. Het is echter zeer waarschijnlijk dat archeologische resten bij de aanleg van de al aanwezige riolering geheel of gedeeltelijk zullen zijn vernietigd.

De begeleiding is in 2009 uitgevoerd door ADC-archeoprojecten.5 Tijdens deze begeleiding zijn er weinig archeologische sporen aangetroffen en geen vondstmateriaal. Het enige dat kon worden vastgelegd was het landhoofd van een brug.

5

Huisman 2010. 12

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

Zaak id. 4952773100: Op ongeveer 280 meter ten noordwesten van het plangebied is een inventariserend veldonderzoek in de vorm van verkennende boringen uitgevoerd door de VUhbs archeologie.6 Het booronderzoek heeft aangetoond dat in het onderzoeksgebied een natuurlijke dekzandondergrond aanwezig is met een top gelegen op 150-220 cm onder maaiveld. Gezien de geomorfologische ligging en intacte dekzandondergrond wordt de verwachting op het aantreffen van sporen en resten van bewoning uit de periode Steentijd-Middeleeuwen bijgesteld worden naar hoog voor het hele onderzoeksgebied. Zaak id. 2399920100: Op ongeveer 200 meter ten noordwesten van het plangebied is een archeologische begeleiding uitgevoerd door MUG ingenieursbureau BV in 2013.7 Het betrof hier de begeleiding van de aanleg van een waterleiding en een watertappunt op het Kerkplein. Het tracé was 40 cm breed en 80 cm diep. De bodemopbouw bestond uit circa 40 cm opgebrachte grond en een stedelijk ophoginspakket met puin, grind, aardewerk en menselijk botmateriaal. Zaak id. 2123490100: Op ongeveer 210 meter ten noorden van het plangebied is een bureauonderzoek uitgevoerd door de Grondmij.8 Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied waarschijnlijk een podzolbodem aanwezig is. Door de bouw in de kern van Meppel zijn resten uit de perioden voor de Middeleeuwen vermoedelijk verdwenen.

In het terrein bevinden zich mogelijk resten ven een termijnhuis/gasthuis. Er kan niet met de zekerheid worden gezegd dat zich op de locatie een termijnhuis bevond. De meest concrete aanwijzing vormt de naam ’t Klooster, die mogelijk verwijst naar een klooster of aanverwant gebouw in de nabije omgeving of in het plangebied. Op basis van deze gegevens word aan het plangebied een middelhoge trefkans op archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd toegekend. Zaak id. 2469231100: Op ongeveer 70 meter ten noordwesten van het plangebied heeft het Bureau voor Archeologie een bureau- en booronderzoek uitgevoerd.9 Het plangebied ligt oostelijke van de dekzandrug waarop Meppel waarschijnlijk is ontstaan. Over de bodemkundige ondergrond van het plangebied is weinig bekend. Waarschijnlijk is sprake van lage zandgronden. Op de zandgronden kunnen archeologische resten uit alle perioden aanwezig zijn. Het plangebied is onderdeel van de historische kern van Meppel. In het plangebied kunnen archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn.

6

5.1.2e

5.1.2e

3.

8 5.1.2e

en Hesseling 2006.

9 5.1.2e

2015. 13

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

Zaak id. 2148074100: Op ongeveer 50 meter ten noorden van het plangebied heeft Synthegra een bureauonderzoek uitgevoerd.10 Op basis van het bureauonderzoek kan geen uitsluitsel worden gegeven van de landschappelijke ligging van het plangebied. Het plangebied ligt in het dekzandgebied, mogelijk aan de rand van een beekdal of op de waterscheiding tussen twee beekdalen. In het centrum van Meppel zal het bodemarchief op veel plaatsen zijn verstoord door bouwactiviteiten. De verwachting voor Prehistorische resten is laag. De verwachting voor de Vroege Middeleeuwen is laag. Het gebied bestond uit ontgonnen veengebieden, deze waren te drassig voor bewoning. De verwachting voor de Middeleeuwen is onbekend, aangezien het niet duidelijk wat de landschappelijke ligging van het plangebied is. De verwachting voor resten uit de Nieuwe tijd is hoog. Het gebied is rond de 16 e eeuw in ontwikkeling genomen. In het huizenblok waar de Prinsenplein tot behoort zijn vondsten gedaan die terug gaan tot circa 1500-1525. Op basis van dit onderzoek wordt vervolgonderzoek geadviseerd. Zaak id. 2179965100: In 2007 is direct ten noorden van het plangebied een bureauonderzoek uitgevoerd door ARC.11 Op basis van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat er een reële kans is dat er bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden archeologische vindplaatsen worden verstoord.

Het is te verwachten dan bij de uitvoer van de werkzaamheden in de noordoosthoek (Marktstraat) van het plangebied sporen van bewoning uit in ieder geval de Nieuwe Tijd kunnen worden aangetroffen. Dit geld ook voor de noordkant van de Groenmarkt en de hoek Prinsenstraat/Grotekerkstraat/ Prinsenplein. Verder kunnen resten van kademuren en van bruggen worden aangetroffen. Tot slot word de voormalige gracht doorsneden. De bovenste laag zal naar verwachting weinig archeologisch materiaal opleveren, de oude(re) vullingen kunnen daarentegen vanuit archeologisch oogpunt interessant zijn. Daarnaast valt niet uit te sluiten dat zich onder het plangebied resten bevinden uit de prehistorie of uit de Middeleeuwen, die nieuwe gegevens kunnen verschaffen over het recente en minder recente verleden van de stad. Tot slot kan de opbouw van de bodem worden gedocumenteerd, wat waardevolle informatie kan verschaffen over de mate van verstoring. Dit is van belang voor het bepalen van de archeologische trefkans van het plangebied. Op basis hiervan wordt geadviseerd de bodemverstorende werkzaamheden archeologisch te begeleiden. In 2008 heeft de begeleiding plaatsgevonden (zaakid. 2194382100), waarbij sporen van de gracht zijn aangetroffen, die zijn gedateerd tussen de 16e en 20e eeuw.12 Zaak id.

2435146100: Op ongeveer 210 meter ten noorden van het plangebied is door MUG ingenieursbureau een bureauonderzoek uitgevoerd.13

10

Wagemans 2007, 15.

11

Malssen 2008.

12

Bergsma et al. 2008.

13

Schrijer 2014. 14

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

Zaak id. 2057692100: De locatie ligt volgens de geomorfologische en bodemkundige kaart op de lager gelegen delen van de flank van het Drents Plateau. Dit blijkt ook uit het eerder uitgevoerde onderzoek. Volgens de resultaten van dat onderzoek ligt het dekzand op circa 2 m beneden maaiveld en is het afgedekt met tenminste 1 m veen. Dit wijst erop dat het terrein aan de zuidzijde van de Marktstraat in de voorstedelijke periode laag gelegen was. Het ontbreken van podzolering in de top van het dekzand onder het veen en het verspoelde karakter van het zand wijst op natte omstandigheden, ook voordat het veen er groeide. Zeer waarschijnlijk is dit bodemprofiel op de onderzoekslocatie, circa 40 m verder naar het noordwesten gelegen, vergelijkbaar. Door het ontbreken van aanwijzingen voor aanwezigheid van mensen in de prehistorie en het natte karakter van het landschap, ook al vóór de veengroei, geldt voor de onderzoekslocatie een lage verwachting voor archeologische resten uit de prehistorie. Voor resten uit de Middeleeuwen geld ook een lage verwachting aangezien het plangebied buiten de historische kern gelegen is. Zaak id. 2188680100: Op ongeveer 60 meter ten oosten van het plangebied heeft Syntegra een archeologische begeleiding uitgevoerd. Op moment van schrijven is van dit onderzoek geen rapport beschikbaar via Archis en Dans. Zaak id.

5162027100: Op circa 60 meter ten oosten van het plangebied is in 2022 een begeleiding uitgevoerd door RAAP.14 Tijdens de begeleiding van het uitgraven van enkele boomplantgaten zijn moderne dempingslagen en een recente verstoring aangetroffen. Zaak id. 4979511100: Op circa 50 meter ten westen en 60 meter ten zuiden van het plangebied zijn twee begeleidingen uitgevoerd.15 Tijdens de begeleiding aan de Groenmarkt zijn verschillende dempingen van de Wetering aangetroffen. Langs de kant van de Wetering is een rij met houten kadeankers aangetroffen met kadebeschoeiing. Daarnaast is er een greppel uit de 18e eeuw aangetroffen op de Groenmarkt. Bij de begeleiding van aan de Kromme Elleboog is een fundering aangetroffen die waarschijnlijk gekoppeld kan worden aan de bewoning die zichtbaar is op de kaart van 1933. Deze bewoning is in de jaren 60 van de vorige eeuw gesloopt bij de herinrichting van Meppel. Daarnaast is aan de Kromme Elleboog een kuil aangetroffen die niet gedateerd kan worden en een ophogingslaag waaruit vondstmateriaal afkomstig is uit de Nieuw tijd (1650-1900). Er wordt aangenomen dat de kuil een zelfde datering heeft. Zaak id. 2384676100: Op ongeveer 30 meter ten zuiden van het plangebied is een karterend booronderzoek uitgevoerd door Econsultancy.16 Zaak id.

4937423100: De aangetroffen bodemopbouw bestaat onder de moderne klinkerverharding en de laag cunet-/stabilisatiezand uit een woon-/cultuurgrond die door lijkt te lopen tot minimaal 210 cm -mv. Hierin zijn, naast het vele baksteenpuin, een fragment vensterglas uit het begin van de 20e eeuw en een fragment witbakkend aardewerk met loodglazuur uit het eind van de 18e eeuw/begin 19e eeuw aangetroffen. In de ondergrond zullen zich waarschijnlijk nog veel muurresten/funderingen van historische bebouwing bevinden, gezien het feit dat alle boringen gestuit zijn op verhardingen. De onderzoeksresultaten bevestigen de aanwezigheid van oude stadsbebouwing in het plangebied. In hoeverre er ook sprake is van oudere resten uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe Tijd was niet te achterhalen met behulp van het booronderzoek. Booronderzoek is daarvoor niet de meest geschikte methode.

14

Op tijd van schijven zijn er alleen eerste bevindingen gerapporteerd bij Archis.

15

Hielkema 2022.

16

Ten Broeke 2014. 15

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

Zaak id. 4937431100: Op ongeveer 350 meter ten zuidwesten van het plangebied heeft MUG ingenieursbureau een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd.17 Op ongeveer 305 meter ten zuidwesten van het plangebied heeft MUG ingenieursbureau een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Uit het booronderzoek blijkt dat het onderzoeksgebied uit verspoeld zand bestaat waarin soms één of meerdere veenlagen zijn ingesloten. Het verspoelde zand geeft aan dat het terrein sterk onder invloed heeft gestaan van de verschillende beken die bij Meppel samenkomen en zeer waarschijnlijk uit een dichtgeslibde geul bestaat. In de boringen 1 t/m 4 is tussen de 0,4 en 1 m-mv een vermoedelijke oude bouwvoor aanwezig, waarbinnen archeologische resten aanwezig kunnen zijn zoals afvalkuilen en bouwresten uit de periode voorafgaand aan het gebruik als bleekveld. Zaak id. 2178725100: Op basis van het booronderzoek worden geconcludeerd dat het oorspronkelijke bodemprofiel is vergraven. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen. De kans op het aantreffen van onverstoorde archeologische resten in het plangebied is zeer klein.18 Zaak id.

2157332100: Op ongeveer 350 meter ten zuidwesten van het plangebied heeft Synthegra een bureau- en booronderzoek uitgevoerd.19 Op basis van het bureauonderzoek is aan het plangebied hoge archeologische verwachting toegekend voor nederzettingssporen en andere onbekende complextypen voor de nieuwe tijd vanaf de 19e eeuw. Het verwachtingsmodel is getoetst door inventariserend veldwerk. In het plangebied is een ophogingpakket van circa 60 – 110 cm dikte aanwezig. De natuurlijke bodem, een eerdgrond, is tot een diepte van 25-60 cm verstoord (75 – 125 cm beneden maaiveld). Tijdens het archeologisch onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat er archeologische vindplaatsen in het plangebied aanwezig zijn. Een archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Zaak id. 2434199100: Op ongeveer 370 meter ten zuiden van het plangebied heeft het Vergeten Landschap een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd.20 Het plangebied ligt binnen de begrenzing van een archeologisch monument. Het bureauonderzoek heeft echter uitgewezen dat het plangebied waarschijnlijk sterk verstoord is door de sloop en graaf werkzaamheden. Historisch onderzoek heeft uitgewezen dat het gebied pas vanaf 1866 bebouwd is. Vervolgens hebben er in 1980 en 1997 wederom bouwwerkzaamheden plaatsgevonden. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Zaak id.

2401288100: Op circa 220 meter ten zuiden van het plangebied heeft Bureau voor Archeologie een bureauonderzoek uitgevoerd.21 Het noordelijke stuk van het Zuideinde bevindt zich in een begin 19e eeuwse uitbreiding van de oude stad van Meppel. Archeologische waarden worden aan weerszijden van de straat verwacht tot ca. 1 m diepte. Het zuidelijke stuk van het Zuideinde bevindt zich in het beekdal van de Reest. De kans bestaat dat zich hier resten van infrastructuur, vaartuigen, rituele deposities, jacht of visvangst bevinden. Door de voorgenomen ingrepen worden vermoedelijk geen archeologische waarden verstoord. Bureau voor Archeologie adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen.

17

Roller en Kremer 2021.

18 5.1.2e

19

2008.

Kremer 2007.

20 5.1.2e

2014.

21 5.1.2e

2013. 16

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

2.3.6 SYNTHESE Rondom het plangebied zijn verschillende archeologische onderzoeken en waarnemingen gedaan. Deze dateren over het algemeen uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Tijdens de omliggende onderzoeken zijn verschillende ophogingslagen aangetroffen waarin vondstmateriaal uit de Nieuwe tijd is aangetroffen. De dikte van deze ophogingslagen varieerde tussen de 60 cm en 2,10 meter dik. In en onder deze ophogingslagen werden archeologische resten aangetroffen waaronder funderingen van historische bebouwing. De oudste funderingen dateren uit de 15e eeuw terwijl de jongste dateren uit het begin van de 20e eeuw.

2.4 HISTORIE De oorsprong van Meppel ligt in de volle Middeleeuwen. Nabij de monding van verschillende beken in het Meppelerdiep waren enkele boerderijen gevestigd. Door de ligging aan deze beken verliep een groot deel van de scheepvaart in Drenthe via Meppel. Hierdoor profiteerde de plaats als overslagpunt. Tevens werden vanaf 1460 twee markten per jaar gehouden, waardoor Meppel zich als handelsplaats ontwikkelde. Als overslaghaven handelde Meppel met steden in Holland. De belangrijkste handelswaar in Meppel was turf, dat vanuit de Drentse ontginningen naar de Hollandse steden werd vervoerd. Door de bevolkingsgroei die de handel teweegbracht werd de stad meermaals uitgebreid. Hierdoor zijn in Meppel drie grachten te vinden: de Herengracht, de Keizersgracht en de Prinsengracht. Deze grachten liggen, niet geheel toevallig, in dezelfde volgorde als in Amsterdam.22 De prinsengracht betreft de jongste van de grachten in Meppel. Archeologische vondsten uit het gebied rondom de prinsengracht dateren vanaf de 16 e eeuw.23 Opvallend is dat Meppel geen verdedigingswerken heeft gekend. Hoewel er verschillende grachten zijn aangelegd, hadden deze geen verdedigende functie. Deze grachten hadden tot doel om het transport van goederen naar de pakhuizen te bevorderen. Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)24 is het plangebied bebouwd (zie onderstaande afbeelding).

Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als huis. In het plangebied stonden 3 huizen. Het meest westelijke pand, overeenkomstig met Prinsenplein 44, was eigendom van 5.1.2e . Het naastgelegen bijgebouw deed dienst als brouwerij. Naast zijn woning bevond zich een smal paadje, waarnaast twee woningen stonden. De restanten van dit paadje zijn in het huidige straatbeeld nog zichtbaar als ruimte tussen de panden Prinsenplein 48 en 44. In het westelijke pand woonde bakker 5.1.2e , in het andere pand woonde koopman 5.1.2e . Gezien de vorm van de woningen is het waarschijnlijk dat de huidige woningen reeds rond 1832 in het plangebied aanwezig zijn. Door verbouwingen is de vorm van de gebouwen sterk veranderd. Ten noorden van het plangebied is de Prinsengracht aanwezig. Deze gracht mondde via de oude Hoogveense vaart uit in het Meppelerdiep en zorgde voor een directe verbinding naar de Zuiderzee. Aan de buitenzijde van de stad bevond zich een groot oppervlak aan tuinen, dat voor een deel toebehoorde aan de gereformeerde kerk van Meppel, die zich ten oosten van het plangebied aan de

22

Geheugenvandrenthe.nl

23

Wagermans 2007, 12.

24

bron: hisgis.nl 17

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

overkant van de Prinsengracht bevond. Buiten de stad bevonden zich hooi- en weilanden.

18

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

In de tweede helft van de 19e eeuw groeide de rijkdom van Meppel als gevolg van de grootschalige Drentse veenontginningen en de sterk groeiende veeteelt in Drenthe.25 Hierdoor ontwikkelde nam de bevolking in deze periode toe, met als gevolg dat de binnenstad dichter bebouwd raakte. Op de topografische kaart van 1906 is te zien dat de bebouwing in de binnenstad sterk is toegenomen. Een groot deel van het tuincomplex aan de rand van de stad raakte bebouwd. Ook in het plangebied is bebouwing aanwezig. Op basis van het kaartmateriaal is het niet mogelijk om vast te stellen of het om dezelfde bebouwing gaat. In de eerste helft van de 20e eeuw zijn verschillende delen van de grachten door Meppel gedempt. Op de topografische kaart van 1935 is te zien dat de Prinsengracht ter hoogte van het plangebied is gedempt. Hierdoor is het huidige Prinsenplein ontstaan. In het plangebied is bebouwing zichtbaar. Het is, net als bij de topografische kaart van 1906 onmogelijk om vast te stellen of het de huidige of oudere bebouwing betreft. Op de topografische kaart van 1970 is te zien dat het bebouwde blok waarbinnen het plangebied ligt is verkleind. Een deel van de gebouwen is vermoedelijk gesloopt en de grond erachter is weer in gebruik als tuin. Nog een klein deel van de Prinsengracht is gedempt. In de omgeving is te zien dat de stad is uitgebreid.

De graslanden vlak buiten de stad zijn bebouwd geraakt. In het plangebied is nog steeds bebouwing aanwezig. Wel wijkt de vorm van de bebouwing af van de bebouwing van de voorgaande topografische kaarten. Het is onduidelijk in hoeverre de bebouwing binnen het plangebied sinds de bebouwing in 1832 afwijkt. Ten westen van het bouwblok waartoe het plangebied behoort is een weg gerealiseerd en ten zuiden is een parkeerplaats aangelegd. Ook is nog een deel van de Prinsengracht gedempt. Op basis van historisch kaartmateriaal is het niet mogelijk om met zekerheid vast te stellen uit welk jaar de huidige bebouwing dateert. Het is waarschijnlijk dat de huidige bebouwing ook in 1832 al aanwezig was, maar dat deze door de vele uitbouwen en verbouwingen niet meer als dusdanig te herkennen is. Aanwijzingen hiervoor zijn de restant van het paadje tussen de panden Prinsenplein 44 en 46-48 die op de kaart van 1832 al staat aangegeven. Tevens hebben de zijgevels een vergelijkbare oriëntatie als op de kadastrale minuut. Conform de BAGviewer van kadaster zou het pand echter dateren uit 1991.26 Het is echter onwaarschijnlijk dat deze datering voor het gehele pand opgaat. Op bouwtekeningen is te zien dat in 1991 de panden 44 en 48 zijn verbouwd en samen zijn getrokken.

25

Geheugenvandrenthe.nl

26

BAGviewer.kadaster.nl 19

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

Afbeelding 3. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is blauw omlijnd. Lichtgroen: weideland, groen: (moes)tuin, oranje: weg, rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl.

Afbeelding 4. Uitsnede uit de topografische kaart van 1906. Bron: topotijdreis.nl.

20

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

Afbeelding 5. Uitsnede uit de topografische kaart van 1935. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van 1970. Bron: topotijdreis.nl.

21

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

5.1.2e

Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1997. Bron: topotijdreis.nl.

22

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

2.5 BEKENDE VERSTORINGEN Het plangebied is momenteel bebouwd. Conform de BAGviewer van kadaster dateert deze bebouwing in 1990.27 Op basis van de opgevraagde bouwtekening lijkt dit niet juist te zijn. In 1990 zijn twee panden, Prinsenplein 46 en 48 samengevoegd tot één kadastrale eenheid. Beide gebouwen zijn echter blijven staan. Prinsenplein 46 De eerste bestaande bouwtekening van de panden Prinsenplein 46 en 48 betreffen een opmeting van het perceel Prinsenplein 46. Op deze bouwtekening is te zien dat het gebouw volledig is onderkelderd. Deze onderkeldering reikt tot 2,15 meter onder peil. Vervolgens wordt in 1969 een aanbouw gerealiseerd van een toiletgroep. De fundering van deze aanbouw staat niet duidelijk aangegeven, maar lijkt ondiep te zijn. Prinsenplein 48 Ook van Prinsenplein 48 zijn de oorspronkelijke bouwtekeningen niet bekend. De eerste bouwtekeningen van dit pand dateren uit 1975, toen het pand werd verbouwd van bedrijfspand naar een cafe/bar. De oorspronkelijke fundering is hierbij niet duidelijk, maar het gebouw lijkt op staal te zijn gefundeerd. De diepte van deze fundering is niet duidelijk. Bij de verbouwing wordt gesproken over een paalfundering, waarbij palen met een diameter van 30 centimeter tot een diepte van ca. 2,50 meter onder peil reiken. Het is echter onduidelijk hoeveel palen er zijn gebruikt en wat de onderlinge afstand tussen de palen is.

Het is echter waarschijnlijk dat archeologische resten tussen de palen nog intact zijn. Tot slot is in 1989 een doorbraak gerealiseerd. Wijzigingen hierbij zijn minimaal en hebben geen invloed gehad op de fundering. Bij de doorbraak is één muur tussen de gebouwen deels verwijderd.

27

www.bagvierwer.kadaster.nl 23

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

Afbeelding 8. Opmeting van Prinsenplein 46 in 1958.

24

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouw 5.1.2e 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

3C

ONCLUSIE EN

VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied ligt in het historische centrum van Meppel. Dit centrum ligt op een hogere rug tussen twee beekdalen. Op basis van archeologisch booronderzoek in de omgeving kan worden geconcludeerd dat de top van de natuurlijke ondergrond uit dekzand of verspoeld dekzand bestaat, waarop in sommige delen veengroei heeft plaats gevonden. In de Nieuwe tijd is het terrein opgehoogd, waardoor een ophogingspakket met een dikte van ca. 1 tot 2 meter is gevormd. In de omgeving van het plangebied zijn diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn voornamelijk resten aangetroffen uit de Nieuwe tijd, afkomstig van de stad. Archeologische resten uit oudere perioden worden niet uitgesloten, maar zijn vooralsnog niet aangetroffen. De eerste benoeming van Meppel dateert uit de 11 e eeuw. Meppel bestond toen vermoedelijk uit een verzameling van zes boerderijen, die zich bevonden tussen verschillende beekdalen. In de 15e eeuw kreeg Meppel het recht tot een markt, waardoor economische bloei plaatsvond en het dorp zich uitbreidde en het een stads karakter kreeg. Door de ligging van Meppel verliep alle handel met Drenthe via Meppel.

De stad breidde zich uit met verschillende grachten, waaronder de Keizersgracht en de Prinsengracht. Het plangebied ligt aan de Prinsengracht, die op basis van archeologische vondsten vanaf de 16e eeuw kan worden gedateerd. De gracht is in het begin van de 20e eeuw gedempt. Op basis van historische kaarten kan worden vastgesteld dat het plangebied vanaf 1832 is bebouwd. Op basis van de vorm van de gebouwen op de kadastrale minuut is het waarschijnlijk dat het om de huidige bebouwing gaat. Dit kan echter door historische kaarten niet worden bevestigd. Tevens geeft de BAGviewer van kadaster als bouwjaar de datum van het samenvoegen van de adressen weer. Dit betreft echter een verbouwing en geen nieuwbouw. Het is waarschijnlijk dat de bodem binnen het plangebied als gevolg van historische en recente bouwwerkzaamheden (deels) is verstoord. De diepte van de verstoringen is vooralsnog onbekend evenals de dikte van het ophogingspakket. Op de locatie van de kelder is sprake van een bodemverstoring tot tenminste 2,15 m min peil. Het is waarschijnlijk dat de bodemverstoringen niet dieper reiken dan het ophogingspakket, waardoor archeologische resten die zich onder dit ophogingspakket bevinden vermoedelijk nog intact zijn.

25

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

3.2 VERWACHTINGSMODEL Op basis van het bureauonderzoek kan worden vastgesteld dat de kans op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – VroegNeolithicum laag is. Hoewel het plangebied zich op een aantrekkelijke locatie bevindt voor jachtkampementen voor jagers-verzamelaars, is het waarschijnlijk dat deze archeologische resten door latere grondwerkzaamheden zijn verstoord. Archeologische resten uit deze perioden bestaan uit vuursteenspreidingen. Deze bevinden zich direct op of net onder het oppervlak. Door grondwerkzaamheden in de Nieuwe tijd zullen deze resten zijn verstoord. Voor archeologische resten uit het Neolithicum – Vroege-Middeleeuwen geldt een lage archeologische verwachting. Door vernatting in de regio trad veengroei op, waardoor de locatie zeer nat was. Hierdoor was de omgeving niet geschikt voor bewoning. Voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een hoge archeologische verwachting. In de Late Middeleeuwen is het gebied rondom het plangebied ontgonnen. Op basis van archeologische gegevens is vastgesteld dat de omgeving van het plangebied zeker vanaf de 16e eeuw is bewoond, omdat in de 16e eeuw de prinsengracht is gegraven. Het is echter niet uit te sluiten dat dit deel van de historische kern van Meppel eerder is bewoond.

Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode Bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).28 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor, ophogingslaag en eventuele veenlaag. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand, eventueel afgedekt met een veenpakket. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de Late Middeleeuwen eeuw is ook baksteen te verwachten. Deze vondstcategorieën bevinden zich op het pleistocene zand of het eventueel aanwezige veenrestant en in ophogingslagen. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om (paal)kuilen, afvalkuilen, muurwerk en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond of in een eventueel veenpakket. Ook bevinden de resten zich mogelijk in de aanwezige ophogingslagen en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.

28 bron: Tol e.a., 2006.

26

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

3.3 ADVIES Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht in een groot deel van het plangebied. De geplande bodemingrepen zullen deze resten mogelijk aantasten. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een proefsleuvenonderzoek met mogelijke doorstart naar een opgraving. Dit dient te gebeuren na de sloopt van de bovengrondse bebouwing en voorafgaand aan de sloop van de funderingen. Een proefsleuvenonderzoek is de meest geschikte onderzoeksmethode omdat op basis van verkennend booronderzoek het vaak niet mogelijk is om onderscheid te maken tussen recente geroerde en oudere geroerde lagen. Een deel van de archeologische resten wordt verwacht in oudere ophogingslagen. Bij een proefsleuvenonderzoek kan het onderscheid tussen recent geroerde lagen en oudere ophogingspakket wel worden gemaakt. Voor een deel van het plangebied wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. Dit betreft de locatie van het Prinsenplein 46. Dit gebouw is tot een diepte van ruim 2 meter -mv onderkelderd. Eventuele aanwezige archeologische resten zijn als gevolg van deze onderkeldering verstoord. Voor de rest van het plangebied wordt wel vervolgonderzoek geadviseerd. Het bevoegd gezag neemt het advies over en neemt het volgende selectiebesluit.

Voorafgaande aan de sloop van de ondergrondse funderingen dient er een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd te worden. Hierbij worden een deel van de te sporen funderingen onderzocht. Als uit het proefsleuvenonderzoek blijkt dat er binnen het plangebied spraken is van archeologisch relevante funderingen zal er een archeologische begeleiding van de ondergrondse sloop plaats moeten vinden. Als uit het proefsleuvenonderzoek verder blijkt dat er behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn, za; er een opgraving moeten plaatsvinden. Voorafgaande aan het archeologisch onderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld en getoetst te worden door het bevoegd gezag.

27

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

Afbeelding 9. De locatie van de kelder wordt voorgesteld voor vrijgave.

28

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

literatuur

, 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische

5.1.2e

regio’s. Assen. , 2008. De vorming van het land. Assen.

5.1.2e

en 5.1.2e

5.1.2e

, 2012. KNA Leidraad Inventariserend

Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. 5.1.2e

,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1.

Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. 5.1.2e

, 2013. Bureau voor Archeologie Rapport 2013.01.Vervanging riolering en omgeving te Meppel, Utrecht.

5.1.2e 5.1.2e

, 2015. Bureau voor Archeologie Rapport 144. Vledderstraat, Meppel,

gemeente Meppel: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen, Utrecht. , 2014. Archeologisch karterend booronderzoek plangebied Kromme

5.1.2e

Elleboog te Meppel in de gemeente Meppel, Doetinchem. , 2021. Inventariserend veldonderzoek in de vorm van een

5.1.2e

verkennend booronderzoek voor het plangebied Meppel-Kruisstraat gemeente Meppel, Amsterdam. 5.1.2e

, 2014. 5.1.2e

te Meppel gemeente Meppel Een archeologisch

bureauonderzoek, Arnhem. 5.1.2e

, 2010. Meppel, Hoofdstraat, Kerkplein & Hoogetin archeologische

begeleiding, Amersfoort. 5.1.2e

., 2007. Bureauonderzoek en karterend veldonderzoek d.m.v. boringen te Meppel, Doetinchem.

5.1.2e 5.1.2e

&

, 2006. Archeologisch onderzoek 5.1.2e

5.1.2e

te Meppel,

Assen. , 2008. Een archeologisch bureau-onderzoek voor de Groenmartk en

5.1.2e

Prinsenplein te Meppel (DR.)., Groningen. , 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen.

5.1.2e

Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. en 5.1.2e

5.1.2e

, 2021. Archeologisch bureau- en booronderzoek op het

Bleekerseiland te Meppel, gemeente Meppel (DR), Leek. 5.1.2e

, 5.1.2e

en 5.1.2e

, 2012. Leidraad inventariserend

veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB. 5.1.2e

, 2013. Briefrapport; Resultaten archeologische begeleiding waterleiding

en -tappunt Kerkplein Meppel, Leek. 5.1.2e

2007: Bureauonderzoek 5.1.2e

te Meppel, Doetinchem

(Synthegra project P0501805).

29

Bureauonderzoek Prinsenplein 48 (bouwblok 1), Meppel gemeente Meppel (DR)

Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com www.BAGviewer.kadaster.nl

Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 7-9-2022 1 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 1-9-2022 1 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 31-8-2022 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 31-82022 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 31-8-2022 , 5.1.2e , 5.1.2e en 5.1.2e , 2018. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam. Op 21 juli 2017 gedownload van www.archeologieinnederland.nl 5.1.2e

Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 1-9-2022 0

30

BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS

31

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

32

BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART

geomkaart

33

BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

34

BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART

gwk

35

BIJLAGE 6 BODEMKAART

bodem

36

BIJLAGE 7 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

archis

37

BIJLAGE 8 VERKLARENDE WOORDENLIJST Administratief geplaatst – administratief geplaatste waarnemingen zijn waarnemingen waarvan de exacte vondstlocatie niet bekend is. Dit betreft vaak oude vondsten of recentere vondsten door een amateurarcheoloog. In Archis3 zijn ze op de topografische kaart geplaatst op het snijpunt van een 100 x 100 m raster. AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende, behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische, hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. ARCHIS3 - Archis3 (Archeologisch Informatiesysteem) is een databank waarin gegevens over archeologisch onderzoek, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Bleek – een bleek (of bleekweide) is een grasveld dat vroeger door huishoudens gebruikt werd om linnen te bleken na het wassen ervan. In oude teksten is in 1520 voor het eerst sprake van een veld om was te bleken. De bleek als zodanig werd nog tot in de vorige eeuw gebruikt. Bronstijd - In de Bronstijd (2.000 – 800 voor Chr.) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt, hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd.

Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet, waaronder aanvankelijk het gebruik overledenen in grafheuvels bij te zetten. Later, rond 1.200 voor Chr. werd begraving vervangen door crematies, die in urnenvelden en soms ook in oudere grafheuvels werden bijgezet. Eesttegel – tegel met gaten, behorend bij een oven die werd gebruikt om het ontkiemde graag te laten drogen in een oven (eesten). Es – een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen. IJzertijd - In de IJzertijd (800 – 12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. IJzer was harder dan brons en ijzererts was veel breder beschikbaar dan de grondstoffen voor brons (koper en tin). Het winnen en smeden van ijzer vereiste echter veel kunde en kennis. Naast aardewerk worden vanaf deze periode soms resten van ijzeroventjes gevonden of afval dat is ontstaan bij ijzerwinning. Op de hogere zandgronden kwamen celtic fields (raatakkers) tot ontwikkeling.

Dit waren akkercomplexen die zich soms tot over een groot gebied konden uitstrekken en gekenmerkt werden door relatief kleine akkertjes die omgeven werden door raatvormige wallen. Men woonde temidden van de akkers. Ten opzichte van de voorgaande en latere perioden werden vaak nattere gronden opgezocht. Vanaf de IJzertijd ook werden de zeekleigebieden in gebruik genomen. Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij 38

raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos. Neolithicum - Het Neolithicum (5.300 – 2.000 voor Chr.) wordt gekenmerkt door een overschakeling van jagen/verzamelen naar landbouw en veeteelt. De mens ging zich op een min of meer vaste locatie vestigen. Aanvankelijk werd daarnaast nog gejaagd en verzameld, maar meer en meer werd de mens agrariër. Doordat men zich op een locatie kon vestigen, namen de materiële bezittingen sterk toe. Men bouwde boerderijen en andere constructies en creëerde voorwerpen van aardewerk en geslepen steen. De bevolking kon groeien en de samenlevingen werden complexer. Uit deze periode zijn hunebedden en grafvelden/-heuvels bekend. Paleolithicum - Gedurende het Paleolithicum (300.000 – 8.800 voor Chr.) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende, tijdelijke kampementen bewoond. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed.

Weichselien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 11,7 duizend jaar geleden. Het Weichselien is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben. Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet, maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost).

39

Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet

Artikel

Omschrijving

Pagina's

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub e

De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer

2, 7, 13, 16, 17, 22, 25, 29, 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=f2881e9d-af0a-4911-b6b9-f0c8043fe74d