1. Nota van Uitgangspunten wijziging omgevingsplan Industrie- en bedrijventerreinen
Tekst van het document
In dat kader is met de provincie afgestemd over de inpassing van deze transformatie binnen het kader van de kernkwaliteiten landschap. Daarbij heeft de provincie ingestemd met de transformatie tegen de achtergrond van deze instructieregel. Op grond van de POV is een gedeelte van de gronden van deelgebied Noord IV aangewezen als kernkwaliteit Archeologie Waarde-Archeologie 3. Op grond van de instructieregels van de POV moet met het wijzigen van het omgevingsplan rekening worden gehouden met de aanwezige archeologische waarden en
24
moeten de regels daarvan de aanwezige archeologische waarden en verwachtingen beschermen. Daarnaast is het gebied Noord IV aangewezen als ‘beekdal’. Volgens artikel 3.36 van de POV voorziet een omgevingsplan dat betrekking heeft op gebieden in het Beekdal niet in nieuwe kapitaalintensieve functies. De POV bevat afwijkingsmogelijkheden wanneer is voldaan aan de volgende voorwaarden: er is sprake van een zwaarwegend maatschappelijk belang; er zijn geen reële alternatieven; de functie vormt op die locatie geen feitelijke belemmering om in de toekomst de afvoer- en bergingscapaciteit van het regionale watersysteem te vergroten en het negatieve effect op het watersysteem wordt in het desbetreffende ruimtelijke plan gecompenseerd. Deze aspecten onderbouwen we in het omgevingsplan. Omdat in overleg met het waterschap de Oude Vaart zal worden gewijzigd zodat de waterbergingscapaciteit van dit water wordt verbeterd, staat de ontwikkeling van Noord IV niet aan de doelen van de POV op dit gebied in de weg. Voorts moet bij de wijziging van het omgevingsplan: • uiteengezet worden hoe de ontwikkeling van Noord IV zich verhoudt tot het provinciale belang dat is uitgewerkt in de Strategische Opgaven 2030 van de provincie • geen structureel negatief effect voor het functioneren van de agrarische sector in het gebied worden veroorzaakt.
Uitgangspunten: 1. het provinciaal monument graansilo CLM aan het Molenpad wordt voorzien van beschermende regels in het omgevingsplan 2. we stemmen met de provincie af over het realiseren van bedrijventerrein Noord IV in overeenstemming met de (instructie)regels die hierover in de POV zijn opgenomen.
In paragraaf 4.4 en verder van deze Nota van Uitgangspunten wordt voor een aantal thema’s dieper ingegaan op de gevolgen van de instructieregels van Rijk en provincie voor het wijzigen van het omgevingsplan voor de Industrie- en bedrijventerreinen.
4.4
Cultureel erfgoed
Industrie- en bedrijventerreinen Voor het omgevingsplan doen we een inventarisatie naar beeldbepalende panden. We nemen het beschermingsregime van de in Binnenstad-Centrumschil aangewezen beeldbepalende panden, zoals al opgenomen in het omgevingsplan, over. We bepalen de ligging van de omgeving van het monument. Dit is de omgeving van Rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden. Ook de molenbiotoop van molen De Vlijt betrekken we hierbij. Voor het provinciaal monument Graansilo CLM en gemeentelijke monumenten nemen we regels op conform de regels die we al hebben opgenomen voor monumenten in Binnenstad-Centrumschil. Bij het opnemen van regels oer cultureel erfgoed in het omgevingsplan zoeken we afstemming met de gebruikers van de bedrijventerreinen en industrieterreinen (ICC) en cultuurhistorische organisaties, zoals Stichting Oud Meppel, Historische Vereniging 25
Nijeveen, Cuypers Genootschap en Erfgoedvereniging Heemschut. Uitgangspunten: 1. we beschermen het provinciale monument 2. we gaan nieuwe beeldbepalende panden op de industrie- en bedrijventerreinen aanwijzen in het omgevingsplan 3. we gaan de ligging van de ‘omgeving van het monument’ in beeld brengen en daarvoor regels opnemen in het omgevingsplan 4. we betrekken de ondernemers, cultuurhistorische stichtingen en verenigingen in het proces. Noord IV Het zoekgebied voor het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein Noord IV ligt in het beekdal van de Oude Vaart. Dit gebied dat in de bestaande situatie voornamelijk agrarisch gebruik kent, kenmerkt zich door: • Openheid: afwezigheid van bosjes, houtwallen en dergelijke • De gekanaliseerde beek Oude Vaart • Langgerekte, ruime polderkavels haaks op de Oude Vaart • Het samenspel tussen de Oude Vaart aan de zuidzijde en de Drentsche Hoofdvaart aan de noordzijde • Rivierduinen, de Leisloot (afwateringssloot die in de Oude Vaart uitmondt), het buurtschap Nijentap en de Zegelhorstweg (een zandpad). • De verschillende boerderijplaatsen. Uitgangspunt: we houden bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein Noord IV rekening met het beschermen van de cultuurhistorische elementen in het gebied.
4.6
Milieu en omgevingsaspecten
In het onderstaande wordt ingegaan op de uitwerking van de hiervoor beschreven instructieregels voor enkele thema’s die voor de verschillende bedrijven- en industrieterreinen relevant zijn.
4.6.1 Milieueffectrapportage In bijlage V bij de Omgevingsregeling zijn projecten aangewezen waarvoor of een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht voor geldt. Onder categorie J10 is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein (in dit geval Noord IV) door het wijzigen van een omgevingsplan genoemd als mer-beoordelingsplichtig project. Daarnaast is het omgevingsplan kaderstellend voor de vestiging van mer(beoordelings)plichtige bedrijven op een aantal terreinen. Ook wordt voor het omgevingsplan een passende beoordeling opgesteld. Vanwege de kaderstelling en de passende beoordeling is sprake van een mer-plicht. Er wordt een gecombineer plan-/projectMER opgesteld. Voorafgaand aan het MER wordt een Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) opgesteld. Het college geeft dit document vrij voor terinzagelegging. De eventuele zienswijzen op de NRD worden verwerkt in het MER dat vervolgens samen met het vast te stellen omgevingsplan aan de raad wordt voorgelegd voor besluitvorming. Uitgangspunt: we stellen een MER op en wegen de omgevingsaspecten goed af bij de totstandkoming van het omgevingsplan.
4.6.2 Veiligheid De industrieterreinen Oevers, Noord, Blankenstein en Rogat liggen geheel of deels binnen het invloedsgebied van risicobronnen zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en het spoor 26
of hogedruk aardgasleidingen. Er moet daarom een beslissing worden genomen over het al dan niet opleggen van zwaardere bouwkundige eisen voor nieuwe gebouwen rondom deze risicobronnen. Daarnaast worden er op verschillende plaatsen op de verschillende bedrijven en industrieterreinen risicovolle activiteiten uitgeoefend. Ook hiervoor kan op grond van het Bkl de verplichting gelden om het vastleggen van een voorschriftengebied te overwegen. Voor de manier waarop de bedrijfsvoering wordt uitgeoefend, zijn in het tijdelijke deel van het omgevingsplan en het Bal regels opgenomen die de veiligheid voldoende waarborgen. Uitgangspunt: we onderzoeken samen met de VRD en de ODD waar de voorschriftengebieden voor brand en explosie komen te liggen. De begrenzing hiervan nemen we op in het omgevingsplan.
4.6.3 Water Op gebied van de waterveiligheid zijn er regels opgenomen in de verordening van het waterschap Drents Overijsselse Delta. In het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Meppel zijn regels opgenomen over het lozen van afvalwater op de riolering, het oppervlaktewater en in de bodem. Met deze regels wordt voldoende waarborg voor de kwaliteit en kwantiteit van het water geboden.
gelden regels over de emissie van stoffen naar de lucht. Daarmee wordt voldoende waarborg tegen luchtverontreiniging geboden.
4.6.5 Geluid Rond de industrieterreinen Oevers/Betoneiland, Noord en Spijkerserve zijn geluidzones op grond in hoofdstuk 5 van de voormalige Wet geluidhinder vastgesteld. Op deze industrieterreinen zijn activiteiten die in aanzienlijke mate geluid veroorzaken (zoals bedoeld in artikel 5.78, lid 1 van het Bkl) toegestaan. Op grond van artikel 2.11 van de Omgevingswet moeten de zones bij het wijzigen van het omgevingsplan worden omgezet in zogenoemde geluidproductieplafonds (GPP’s). Deze omzetting moet op grond van artikel 12.2 van het Bkl worden gebaseerd op de geluidruimte die met de zone en de vastgestelde hogere grenswaarden voor de milieubelastende activiteiten binnen het industrieterrein is gereserveerd. De GPP’s moeten met regels in het omgevingsplan worden vastgelegd. Daarnaast moeten in het omgevingsplan regels worden opgenomen om ervoor te zorgen dat deze GPP’s worden nageleefd. Hiervoor kan de systematiek van de VNG Handleiding Activiteiten en Milieuzonering worden gebruikt. Met de vaststelling van het bestemmingsplan Rogat in 2013 is de geluidzone rondom dit bedrijventerrein grotendeels ingetrokken. Een deel van de zone is nog opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied. Met deze wijziging van het omgevingsplan worden ook die percelen meegenomen, zodat de zone in zijn geheel juridisch is komen te vervallen.
4.6.4 Luchtkwaliteit Voor het hele project geldt dat Meppel niet in een agglomeratie ligt en het project geen aanleg of wijziging van een autoweg, autosnelweg of tunnelbuis voor het wegverkeer betreft. Dit betekent dat er geen verplichting geldt om na te gaan of aan de wettelijke omgevingswaarden voor de luchtkwaliteit wordt voldaan. In het tijdelijke deel van het omgevingsplan en op grond van het Bal
Uitgangspunt: we zetten de bestaande geluidzones om naar de nieuwe systematiek van geluidproductieplafonds onder de Omgevingswet.
27
4.6.6 Trillingen De gebruiksregels die voor industrie- en bedrijventerreinen op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan gelden, laten het uitvoeren van activiteiten toe die trillinghinder kunnen veroorzaken. In de bruidsschat die in het tijdelijke deel van het omgevingsplan is opgenomen, zijn grenswaarden opgenomen die trillinghinder voorkomen. Het verdient de aanbeveling om na te gaan of in de bestaande situatie klachten over trillinghinder veroorzakende activiteiten zijn gemeld bij de gemeente of de Omgevingsdienst Drenthe. Als er binnen de kaders van de bestemmingsplannen in het tijdelijke deel activiteiten worden uitgeoefend die de trilling grenswaarden uit de bruidsschat overschrijden, dan zet de voorrangsbepaling opgenomen in artikel 22.1 van het omgevingsplan alle regels uit afdeling 22.3 feitelijk uit. Daardoor gelden er in dat geval feitelijk geen regels die de mate van trillinghinder die wordt veroorzaakt tot een aanvaardbaar minimum beperkt. De hinderklachten die bij de omgevingsdienst bekend zijn, kunnen daarom worden gebruikt om met maatwerkregels alsnog een aanvaardbaar trillingniveau te borgen met het omgevingsplan. Uitgangspunt: we onderzoeken of bij de OmgevingsDienst Drenthe klachten bekend zijn over trillingshinder en gaan na of in die gevallen met maatwerkregels het hinderniveau tot een aanvaardbaar niveau kan worden beperkt.
4.6.7 Slagschaduw Industrie- en bedrijventerreinen In de directe omgeving van bedrijventerreinen en industrieterreinen waar de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel op zal zien, staan geen windturbines. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan staat bovendien op deze bedrijventerreinen en industrieterreinen geen windturbines toe. Daarom is het
niet nodig om onderzoek te doen naar mogelijke slagschaduw door de activiteiten die met het omgevingsplan zijn toegestaan. Noord IV Eén van de opgaven in Noord IV is het realiseren van wind in het kader van de RES-opgave. Noord IV is in de omgevingsvisie aangewezen als kansrijk gebied voor wind en de zoekgebieden uit het omgevingsprogramma Noord IV zijn daarin overgenomen. Het omgevingsplan loopt voor op de eventuele plannen voor wind in Noord IV. In het omgevingsplan maken we geen grootschalige wind mogelijk, maar we houden wel rekening met het feit dat er wind komt op of nabij het bedrijventerrein Noord IV. Uitgangspunt: voor Noord IV houden we bij de locatie van het terrein rekening met de komst van wind, maar in het omgevingsplan maken we geen grootschalige wind mogelijk.
4.6.8 Bodemkwaliteit Op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Meppel geldt voor het bedrijventerrein Nijeveen, het industrieterrein Oevers/Betoneiland, Noord I, II en III, het bedrijventerrein Blankenstein en het industrieterrein Rogat de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. Voor de locatie waarbinnen het nieuwe bedrijventerrein Noord IV is geprojecteerd, geldt de bodemfunctieklasse ‘Landbouw/Natuur’. Op grond van de instructieregels van het Rijk moet de bodemfunctieklasse aansluiten bij het toegestane gebruik. Voor Noord IV wordt de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ van toepassing verklaard en opgenomen in het omgevingsplan. Op initiatief van de ODD hebben we voor de deelgebieden Binnenstad/Centrumschil en Noordpoort aanvullende regels opgenomen voor activiteiten met grond en/of baggerspecie, zoals
28
‘kleinschalig graven’. Deze regels verklaren we ook van toepassing op de industrie- en bedrijventerreinen. Het wijzigen van het omgevingsplan gemeente Meppel voor de bedrijventerreinen en industrieterreinen kan aanleiding zijn om de Nota bodembeheer van de gemeente Meppel over te laten gaan naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Als dit niet nodig is, dan stellen we dit uit tot één van de volgende wijzigingen van het omgevingsplan. Uitgangspunt: voor Noord IV nemen we de bodemfunctieklasse Industrie op in het omgevingsplan. Als het kan dan stellen we de uitwerking van de Nora bodembeheer in het nieuwe deel uit tot een van de volgende wijzigingen van het omgevingsplan.
Op het industrieterrein Noord I ligt een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Op grond van de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, moeten hiervoor regels over het beperken van de geurbelasting in het omgevingsplan opgenomen worden. Bij het uitwerken van dit deel van de regels in de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel gaan we na of de rioolwaterzuivering aan deze regels kan voldoen en nemen we deze in dat geval over in het nieuwe deel van het omgevingsplan of stellen we aangepaste regels hiervoor op. Uitgangspunt: voor het thema geur werken we voor de mengvoerbedrijven op industrieterrein Oevers en de rioolwaterzuivering op Noord I de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving uit in de wijziging van het omgevingsplan.
4.6.9 Geur In de omgeving van verschillende bedrijventerreinen en industrieterreinen liggen verschillende agrarische bedrijven. De activiteiten die op het industrieterrein zijn toegestaan, zijn niet geurgevoelig. Daarom hoeft bij het wijzigen van het omgevingsplan geen onderzoek gedaan te worden naar de geurbelasting door agrarische bedrijven. Op het industrieterrein Oevers zijn verschillende geurbronnen gevestigd: twee mengvoerfabrieken en een asfaltcentrale. Deze asfaltcentrale ligt buiten het ambtsgebied van de gemeente Meppel; de twee mengvoerfabrieken liggen daarbinnen. Voor deze mengvoerfabrieken gelden vergunningvoorschriften waarmee de geurbelasting in de omgeving daarvan tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt. Deze voorschriften worden bij de omzetting van het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar een het nieuwe deel in het omgevingsplan als maatwerkregel opgenomen.
4.6.10 Activiteiten en milieuzonering De gebruiksactiviteiten die op de bedrijventerreinen en industrieterreinen op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn toegelaten, zijn gereguleerd met de systematiek volgens de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering. Inmiddels heeft de VNG, in verband met het in werking treden van de Omgevingswet, deze methode vervangen door een nieuwe systematiek. Volgens deze systematiek, die wordt aangeduid als ‘Activiteiten en milieuzonering’ d.d. oktober 2024, worden bedrijven toegelaten op grond van de milieugebruiksruimte (de mate van overlast die zij veroorzaken). Daardoor hoeft geen gebruik meer te worden gemaakt van lijsten met soorten van bedrijven die nooit volledig zijn (en die snel verouderen).
29
Uitgangspunt: Voor de industrie- en bedrijventerreinen nemen we afscheid van de oude Bedrijven en milieuzonering systematiek en verwerken we de nieuwe Activiteiten en milieuzonering in het omgevingsplan. Daarmee regelen we tegelijkertijd de toelaatbare geluid en geurbelasting. Bij de industrieterreinen verweven we dit met de systematiek van de geluidproductieplafonds.
4.6.11 Flora en Fauna / stikstof De Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn verplichten de lidstaten tot het treffen van maatregelen voor de bescherming van kwetsbare (Natura 2000-)gebieden en voor de bescherming van inheemse diersoorten. Deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in de Omgevingswet: in artikel 5.1, tweede lid, is bepaald dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen flora- en fauna-activiteit te verrichten. Ingevolge het eerste lid is het verboden om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten. Soortenbescherming Voor soortenbescherming moet onderscheid gemaakt worden tussen de bestaande bedrijventerreinen enerzijds en nieuwe ontwikkelingen anderzijds. Op grond van het bestaande beleid van de gemeente Meppel worden geen specifieke regels in het omgevingsplan opgenomen voor de verduurzaming van de bestaande bebouwde omgeving. Waar op bestaande industrie- of bedrijventerreinen in het omgevingsplan nieuwe activiteiten of -bouwwerken worden toegestaan, zal per geval beoordeeld moeten worden in hoeverre dat voornemen ook daadwerkelijk uitvoerbaar is gelet op de daar voorkomende plant- en diersoorten. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt het vastgestelde, maar nog niet onherroepelijke
bestemmingsplan Meppel – Noord III beschouwd als bestaand industrie- of bedrijventerrein. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat deze in het licht van soortenbescherming niet onuitvoerbaar mogen zijn. Hoewel er nog geen jurisprudentie op dit onderdeel is, wordt algemeen aangenomen dat uitvoerbaarheid, mede gelet op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, wel een rol zal blijven spelen bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van een planologische wijziging. De ‘uitvoerbaarheidstoets’ maakt in zoverre plaats voor een ‘onuitvoerbaarheidstoets’. Alleen als op voorhand duidelijk is dat bepaalde functies niet op die locatie kunnen zal dat gevolgen hebben voor het plan. Dat betekent dat het voor nieuwe ontwikkelingen nodig zal zijn nader onderzoek te doen naar de in het betreffende gebied voorkomende plant- en diersoorten. Gebiedsbescherming Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een tweetal uitspraken gedaan met potentieel verstrekkende gevolgen voor natuurtoestemmingen van bestaande bedrijven. Voor de effecten op Natura 2000-gebieden zal voorafgaand aan de wijziging van het omgevingsplan voor de verschillende industrie- en bedrijventerreinen geïnventariseerd moeten worden wat de referentiesituatie is. De referentiesituatie is de feitelijk bestaande, planologisch toegestane situatie voorafgaand aan een planologische wijziging.
Hoewel vaststaat dat deze uitspraken ook gevolgen hebben voor het planspoor, is op het moment van schrijven van deze Nota van Uitgangspunten nog niet duidelijk wat die gevolgen precies zijn. Wel is duidelijk dat via één op één inpassing van een bestaande natuurtoestemming de meeste rechtszekerheid gerealiseerd wordt. Waar mogelijk verdient dat de voorkeur boven een zelfstandige motivering en beoordeling van de toelaatbaarheid van een specifieke activiteit. Nadeel is wel dat als een bedrijf op korte
30
termijn iets wil wijzigen dat ook leidt tot een aanpassing in de vergunning, die wijziging alsdan ook in het omgevingsplan verwerkt zal moeten worden (of met een omgevingsvergunning daarvan afgeweken zal moeten worden. Voor veel bedrijven zal sprake zijn van een voortzetting van het al bestaande project. De planologische regeling zal dan vooral een technische wijziging zijn zonder dat sprake is van een inhoudelijke wijziging van het plan. Waar mogelijk kan worden meegewerkt aan uitbreiding of wijziging van toegestane (bedrijfs)activiteiten. Net als bij soortenbescherming zal per geval beoordeeld moeten worden in hoeverre dergelijke wijzigingen in het kader van gebiedsbescherming mogelijk zijn. Voor zover geen wijziging van de natuurtoestemming nodig is kan ook in dit geval de natuurtoestemming één op één ingepast worden. Tot slot zij nog gewezen op nieuwe ontwikkelingen. Ook hier is het belangrijk de referentiesituatie goed in beeld te brengen, maar anders dan bij bestaande locaties is één op één inpassing niet mogelijk omdat over het algemeen sprake is van een wezenlijk andere activiteit (en dus van een ander project). Uitgangspunt: Voor de zuiver technische wijzigingen is weinig tot geen aanvullend onderzoek nodig. Dat ligt anders voor nieuwe ontwikkelingen.
Op het gebied van soortenbescherming zal onderzocht moeten worden of de beoogde activiteit of activiteiten niet onuitvoerbaar zijn gelet op de in een bepaald gebied aanwezige beschermde plan- en diersoorten. Voor nieuwe initiatieven met mogelijk negatieve effecten op kwetsbare Natura 2000-gebieden zal eveneens nader onderzocht moeten worden in hoeverre een initiatief verenigbaar is met de bescherming van die gebieden. Waar mogelijk kan een bestaande vergunning in het omgevingsplan worden opgenomen.
4.8 Dezoneren de Molenhoek, de Boompjes en het Noordeinde Binnen de begrenzing van het industrieterrein liggen verschillende woningen aan de Molenhoek, De Boompjes en het Noordeinde. Bij het omzetten van de bestemmingsplannen uit het tijdelijke deel naar het nieuwe deel van het omgevingsplan, zal de begrenzing van het industrieterrein zo worden aangepast dat deze woningen daarbuiten zullen vallen. Vooruitlopend hierop is onderzoek gedaan naar de gevolgen van het binnen het geluidaandachtsgebied rond het industrieterrein brengen van deze woningen en de regels die hierop op grond van hoofdstuk 5 van het Bkl van toepassing zijn. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat deze omzetting kan worden gemotiveerd binnen de randvoorwaarden die hierop op grond van de instructieregels van het Bkl van toepassing zijn. Door het aanpassen van de grens van het industrieterrein komen deze woningen binnen het aandachtsgebied te liggen dat rond het industrieterrein ligt. Er zijn dan wettelijke geluidgrenswaarden van toepassing op de geluidbelasting door het industrieterrein op deze woningen. Dit heeft geen consequenties voor de bedrijfsvoering van de bedrijven op het industrieterrein.
Uitgangspunt: met de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel, waarmee de bedrijventerreinen en industrieterreinen worden opgenomen in het nieuwe deel, wordt de grens van het industrieterrein Oevers aangepast. Daardoor komen de woningen aan de Molenhoek, de Boompjes en het Noordeinde binnen het geluidaandachtsgebied te liggen. Met de wijziging van het omgevingsplan wordt dit zo vormgegeven dat het beschermingsniveau ter hoogte van deze woningen voldoende is en dit tegelijkertijd geen beperking voor de bedrijfsvoering van de bedrijven op industrieterrein Oevers vormt.
31
5.4
5. Procedure wijziging omgevingsplan 5.1
Nota van uitgangspunten
Deze Nota van uitgangspunten heeft tot doel duidelijke uitgangspunten mee te geven voor het opstellen van de wijziging van het omgevingsplan voor de bedrijven- en industrieterreinen in de gemeente Meppel. Deze nota wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Daarnaast biedt deze nota inzicht in de planning van de werkzaamheden en de totale doorlooptijd van het proces. De Nota van uitgangspunten is het eindresultaat van deze fase.
5.2
Ontwerp wijziging omgevingsplan
Na vaststelling van de Nota van uitgangspunten wordt de wijziging van het omgevingsplan voorbereid, de benodigde onderzoeken uitgevoerd en het MER opgesteld. Het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan wordt gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegd, samen met het MER.
5.3
Vaststellen omgevingsplan
De ingekomen zienswijzen worden samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. Deze zienswijzen leiden, samen met mogelijke ambtshalve aanpassingen, tot het vast te stellen wijzigingsbesluit. Na het besluit van de raad om in te stemmen met de eventuele wijzigingen en de vaststelling van het wijzigingsbesluit wordt het plan opnieuw gedurende zes weken ter inzage gelegd. Het wijzigingsbesluit treedt vier weken na publicatie in werking.
Beroepsfase
Tijdens de terinzagelegging van het vastgestelde wijzigingsbesluit kan beroep worden ingesteld door belanghebbenden. Na afloop van de termijn (in beginsel vier weken) treedt het wijzigingsbesluit in werking. Als er geen beroep wordt ingesteld is de wijziging van het omgevingsplan onherroepelijk. Wordt er wel beroep ingesteld dan treedt het wijzigingsbesluit wel in werking, maar is deze nog niet onherroepelijk. Als er voorlopige voorziening wordt aangevraagd treedt het wijzigingsbesluit pas in werking nadat uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter.
5.5
Planning
Procedurestap Vaststelling Nota van Uitgangspunten NRD besluitvorming door college ten behoeve van de m.e.r.-procedure Ontwerp wijziging omgevingsplan Industrieen bedrijventerreinen MER naar Commissie m.e.r. Vaststelling wijziging omgevingsplan Industrie- en bedrijventerreinen Beroepsfase wijziging omgevingsplan Industrie- en bedrijventerreinen
5.6
Tijdpad Juni 2025 Juni 2025 April 2026 Maart/april 2026 September 2026 Onbekend
Participatietraject
Belanghebbenden, zoals bedrijven, inwoners en maatschappelijke organisaties worden betrokken het tot stand komen van de wijziging van het omgevingsplan voor de bedrijventerreinen en industrieterreinen. Door middel van participatie kunnen zij hun inbreng leveren, zorgen delen en mede-eigenaar worden van de ontwikkeling. Dit bevordert draagvlak en vergroot de kans op succesvolle implementatie. In het traject sluiten we aan bij het dan door de raad vastgestelde participatiebeleid. 32
Participatie tot nu toe Voor de totstandkoming van deze Nota van uitgangspunten is op 14 april 2025 een informatiebijeenkomst georganiseerd voor alle bedrijven in de gemeente Meppel. Dit is gepland in samenspraak met ICC Parkmanagement en gedeeld via de communicatiekanalen van ICC Parkmanagement en de gemeente. Tijdens de bijeenkomst is op hoofdlijnen uitleg gegeven over wat de Omgevingswet is en wat deze wet inhoudt. De instrumenten onder de omgevingswet zijn kort toelicht aan de hand van de beleidscyclus: de omgevingsvisie, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Daarna is toegelicht wat de wetswijziging betekent voor de ruimtelijke regels: namelijk dat de bestemmingsplannen omgezet moeten worden naar één omgevingsplan voor de gehele gemeente Meppel. Tijdens deze bijeenkomst is een uitleg gegeven over de wijziging van het omgevingsplan voor de Industrie- en bedrijventerreinen, de te doorlopen procedure en wat er verandert ten opzichte van de nu nog geldende bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Bedrijven zijn in de gelegenheid gesteld om aan te geven tegen welke zaken zij aanlopen in de geldende plannen en of ze nog wensen hebben voor het nieuwe omgevingsplan. Ook hebben de aanwezigen een schets van het vervolgproces gekregen. De bijeenkomst was een vrije inloop van 16.00 tot 20.00 uur. Daardoor konden de ondernemers op een voor hun geschikt moment inlopen.
De bijeenkomst was nadrukkelijk een soort aftrapmoment, want er zullen nog meer bijeenkomsten georganiseerd worden. Resultaten bijeenkomst 14 april 2025 Tijdens de eerste bijeenkomt met de gebruikers van de bedrijven en industrieterreinen hebben de bezoekers de volgende onderwerpen aangedragen: • Welk bevoegd gezag geldt voor welke activiteit? • Capaciteit van de elektriciteitsvoorziening • Ontsluiting van de bedrijventerreinen Noord I, II en III
• • • • • • • • •
Kansen voor bouwhoogte, collectieve warmtevoorziening, duurzame energievoorziening en opslag van zonne-elektriciteit Collectieve loslocatie op Oevers C Laad- en losactiviteiten op de openbare weg Parkeren en overnachten vrachtwagens Het proces dat het wijzigen van het omgevingsplan volgt Bescherming bedrijfswoningen tegen geluidoverlast De beschikbare geluidruimte binnen geluidzones Uitbreiding van Spijkerserve in Nijeveen Gebruiken van een ondergrens om verspilling van ruimte aan kleinschalige bedrijvigheid tegen te gaan.
Vervolg Na de algemene bijeenkomst op 14 april wordt per bedrijventerrein een vervolgbijeenkomst gepland waarin we verder de diepte in gaan met de bedrijven. We gaan in gesprek met de daar gevestigde bedrijven. We zullen blijven uitleggen dat de omgevingswet is en wat de gevolgen zijn. Daarnaast proberen we per Industrieen bedrijventerrein op te halen of er knelpunten zijn en zo ja of wij die in de te voeren ruimtelijke procedure willen en kunnen oplossen. Als dat wenselijk is en lukt nemen we die mee in het ontwerp wijzigingsbesluit. Als het niet lukt deze knelpunten op te lossen dan geven we dat aan en zullen we die noteren voor een ander vervolg dan het omgevingsplan. Daarnaast worden ook de ketenpartners en overige belanghebbenden betrokken. Voor de bijeenkomst op 14 april hebben we afstemming gezocht met ICC parkmanagement. Samen met hen is de bijeenkomst gepland en ook aangekondigd. Bij het vormgeven van het participatietraject met de bedrijven in onze gemeente zullen we blijven afstemmen met Parkmanagement ICC en Ondernemersvereniging Nijeveen.
33
Noord IV Het participatietraject in Noord IV loopt al enige tijd en is gestart bij de totstandkoming van de Structuurvisie Omgevingsprogramma Noord IV en de ontwikkelingen rondom het themapark. In december 2024 zijn inwoners geïnformeerd over de actuele stand van zaken met betrekking tot de opgaven wind, water en
bedrijventerrein in Noord IV. In dat kader is afgesproken om minimaal twee keer per jaar een participatiebijeenkomst te organiseren. Naar verwachting wordt in juni 2025 weer een bijeenkomst georganiseerd. Dit traject is vanwege de afstemming met wind en water in dat gebied afwijkend ten opzichte van de rest van de industrie- en bedrijventerreinen en volgt een eigen spoor.
34