1. Bijlage - TAM-Omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37 Nijeveen - Regels en Motivering
Tekst van het document
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding en doel Beschrijving van het plangebied Het Omgevingsplan van rechtswege De bij het plan behorende stukken Leeswijzer
5 5 5 7 9 9
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie
10 10 10
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleid Rijk Provincie Waterschap Gemeente
14 14 15 22 27
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Omgevingsaspecten Archeologie Activiteiten en Milieuzonering Bodem Cultuurhistorie Duurzaamheid Geluid Klimaatadaptatie Ladder voor duurzame verstedelijking Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage Mobiliteit, Verkeer en Parkeren Natuur Omgevingsveiligheid Water
33 33 34 37 38 39 39 41 42 43 44 46 46 48 49
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Voorbereiding en participatie (maatschappelijke uitvoerbaarheid) Vooroverleg Participatie Procedure
51 51 51 51
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Uitvoerbaarheid Financiële economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Nadeelcompensatie
52 52 52 52
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Juridisch kader TAM-omgevingsplan Inleiding Opzet regels Nadere toelichting op de regels
53 53 53 54
Hoofdstuk 8
Belangenafweging en conclusie
56
Bijlagen bij motivering
58
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
59
Bijlage 2
Bodemonderzoek
60
Bijlage 3
Quickscan flora en fauna
61
Bijlage 4
Beschikking Natura 2000-activiteit
62
Bijlage 5
Wateradvies
63
2
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
Regels
64
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Inleidende regels Begripsbepalingen Aanvullende begripsbepalingen Meet en rekenbepalingen Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Algemeen gebruiksverbod
65 65 66 71 72 73 74
Hoofdstuk 2 Artikel 7
Functies en gebiedsaanwijzingen Agrarisch met waarden - Cultuurhistorische waarden
75 75
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels voor activiteiten Algemene afwijkingsregels Algemene gebruiksregels
79 79 80
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Overgangs- en slotbepalingen Overgangsrecht
81 81
Bijlagen bij regels
82
Bijlage 1
83
3
Landschappelijk inpassingsplan
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
4
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
Motivering Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Initiatiefnemer is voornemens deel te nemen aan de LBV+ regeling door de agrarische bedrijfsactiviteiten (melkveehouderij) gedeeltelijk te beëindigen op het erf aan de Kolderveense Bovenboer 37 te Nijeveen. In de regeling is een verplichting opgenomen een planologische procedure te voeren, teneinde te realiseren dat geen (bedrijfsmatig gehouden) vee op de locatie aanwezig kan zijn. Initiatiefnemer is daarbij voornemens het perceel te ontwikkelen, waarbij de meeste bedrijfsgebouwen gesloopt worden, de bestaande bedrijfswoning, kapschuur en mestsilo behouden blijven en er een familievakantiewoning wordt gerealiseerd. Een dergelijke vakantiewoning is vooral gericht op het ontvangen van grotere families, familiegroepen en daarmee naar aard en omvang vergelijkbare groepen. Ons, nieuw te bouwen, vakantiehuis heeft als doel deze te verhuren aan families en vriendengroepen. Het aantal personen dat kan verblijven zou rond de 18 personen moeten zijn. Dit aantal is niet uit de lucht gegrepen. In het verleden hebben we vaak met zowel familie als vrienden in een vakantiehuis van deze omvang gebruik gemaakt. Hierbij was het belang om samen onder één dak te verblijven wel de belangrijkste. Vooral wanneer er kinderen bij zijn, is dit erg fijn voor zowel ouders als kinderen. De doelgroep zal dan ook enkel voor volwassenen (huuders) zijn en niet voor groepen jeugd onder 25 jaar.
Ook willen we het toegankelijk maken voor mensen met beperkingen en ouderen aangezien het aanbod hierin minimaal is. De gevraagde omvang van het huis heeft met name te maken met het comfort. Denk aan ieder slaapvertrek een eigen sanitair (en ruimte om kleding/bagage in op te ruimen in elk vertrek), een inpandige speelruimte voor kinderen, een ontspanningsruimte, ruime woonkeuken waar gasten fijn kunnen zitten samen tijdens het bereiden en consumeren van maaltijden of goede gesprekken. In de ruimte om het vakantiehuis zullen wij het ook zo inrichten dat het veilig is voor de kinderen om te spelen (er is geen verkeer). Voor kinderen van elke leeftijd zal er iets te doen zijn. Het terrein wordt ingericht met veel beplanting en bebossing zodat het voor de gasten privé zal zijn. De woning willen we voorzien van extra luxe als een wellnessruimte en inpandig “cafeetje” voor extra ontspanning. In het dagelijkse leven hebben mensen te maken met tijdsdruk en het gevoel van móeten, hier willen we het gevoel van rust en vrijheid kunnen bieden. De bestemming van dit huis ligt op een perfecte locatie. Enerzijds de rust, natuur en ruimte waarbij het vakantiehuis uitkijkt op de mooie landerijen. Anderzijds kunnen gasten zich gemakkelijk bewegen naar Meppel, Steenwijk en Giethoorn.
Door middel van het lezen van reviews van andere vakantiehuizen is er ook duidelijk te lezen waar andere mensen tegenaan lopen en wat hun wensen zijn. Het plan speelt hierop in. Rondom de huidige bedrijfswoning zal een agrarisch bedrijf ten behoeve van graslandbeheer, voederwinning en opslag van producten behouden blijven ('akkerbouw'). De familievakantiewoning wordt mogelijk gemaakt als nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf. Op dit voornemen heeft de gemeente een positief principebesluit genomen. De beoogde ontwikkeling van een recreatief verblijf is op basis van het vigerende planologische regime (het Omgevingsplan van rechtswege) niet toegestaan. Daarbij is het in het kader van de bedrijfsbeëindigingsregeling noodzakelijk dat de planologische mogelijkheden voor het bedrijfsmatig houden van vee worden geamoveerd. Hiertoe is een planologische wijziging van het vigerende planologische regime noodzakelijk. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Ten behoeve van het wijzigen van een omgevingsplan is de Tijdelijke Alternatieve Maatregel mogelijk gemaakt. Deze TAM vormt een alternatieve mogelijkheid voor gemeenten om het omgevingsplan te wijzigen, wanneer zij dit nog niet via de nieuwe standaarden kunnen doen.
Zo kunnen in de overgangssituatie op basis van de voorheen geldende Wet ruimtelijke ordening (Wro)-standaard (IMRO-standaard) wijzigingsbesluiten van het omgevingsplan bekendgemaakt, conform de inhoudelijke eisen van de Omgevingswet. Dit plan is conform de TAM methodiek opgesteld waarbij de beoogde ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Beschrijving van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Kolderveense Bovenboer 37 te Nijeveen. De bestaande situatie bestaat uit een bedrijfswoning in boerderijmodel. Naast en achter de bedrijfswoning zijn de bedrijfsopstallen gelegen. Het betreft een relatief diep en breed perceel. De directe omgeving is te kenmerken als agrarisch en landelijk, doch ligt de locatie in een gemengd gebied met verschillende bedrijfsmatige functies, agrarische functies en woonfuncties. Het geheel is te karakteriseren als landelijk gebied met verspreid liggende bebouwing en afnemende agrarische activiteit.
5
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
De locatie ligt ten noordwesten van het dorp Nijeveen in het buitengebied. Het plangebied wordt aan de noordzijde ontsloten op de Kolderveense Bovenboer. De tot het plangebied behorende percelen staan kadastraal bekend als kadastrale gemeente Nijeveen, sectie F, nummers 228, 862 en 995. Figuur 1 toont de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied, figuur 2 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving.
Figuur 1: Begrenzing van het plangebied
6
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
Figuur 2: Geografische ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving
1.3
Het Omgevingsplan van rechtswege
Ter plaatse van het plangebied geldt het omgevingsplan "Omgevingsplan gemeente Meppel" dat in werking is vanaf 20 augustus 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit (ruimtelijke) regels uit verschillende in artikel 4.6 Invoeringswet Omgevingswet aangewezen vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen, wijzigingsplannen én uit rijksregels over activiteiten, die zijn aangeduid als de bruidsschat.
1.3.1
Bestemmingsplanregels
Met de inwerkingtreding van de Ow zijn vigerende bestemmingsplannen onderdeel geworden van het Omgevingsplan van rechtswege. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit twee onderdelen: 1. de bestaande ruimtelijke plannen, en 2. de bruidsschat. Zolang het Omgevingsplan niet wordt gewijzigd, en de vigerende ruimtelijke plannen dus niet komen te vervallen, wordt nog gesproken van bestemmingen en bestemmingsplanregels in het Omgevingsplan van rechtswege. Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de ruimtelijke plannen "Buitengebied" (vastgesteld op 3 september 2009), "Meppel - Paraplubestemmingsplan Parkeren" (vastgesteld 15 november 2018) en "Paraplubestemmingsplan woningsplitsing en woningomzetting" (vastgesteld op 22 december 2022).
1.3.1.1
Buitengebied
Op grond van het omgevingsplan geldt ter plaatse van het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden Cultuurhistorische waarden'. Ter plaatse van een deel van het plangebied geldt een bouwvlak. De gronden zijn hiermee bestemd voor de uitoefening van een agrarisch (veehouderij)bedrijf met een daarbij behorende bedrijfswoning.
7
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
Figuur 3: Vigerend planologisch regime Strijdigheid Het gehele plangebied is aangewezen voor agrarische doeleinden en een agrarisch gebruik. Daarbij is maximaal één agrarische bedrijfswoning bij het agrarische bedrijf toegestaan. Het bouwen en in gebruik nemen van een recreatieve familievakantiewoning is binnen dit planologische regime strijdig. De beoogde transformatie van melkveehouderij naar akkerbouwbedrijf is niet strijdig. In het kader van de LBV+ regeling moeten de bestaande mogelijkheden tot het houden van vee worden geamoveerd om strijdigheid met deze regeling te voorkomen. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient het planologische regime te worden gewijzigd. De functie 'recreatie verblijfsrecreatie' moet worden toegelaten met ook planvoorschriften voor het bouwen van de recreatiewoning. Daarbij dient de mogelijkheid tot het houden van vee worden geamoveerd. Op grond van tabel 3 van de planregels bestond er onder het regime van de Wet ruimtelijke ordening een wijzigingsbevoegdheid tot het toestaan van verblijfsrecreatieve vervolgfuncties. Deze wijzigingsbevoegdheid is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet langer toepasbaar. Wel geeft de tabel inzicht in de beleidsmatige beoordeling van een dergelijke vervolgfunctie.
1.3.1.2
Meppel - Paraplubestemmingsplan Parkeren
In het paraplubestemmingsplan is het parkeerbeleid van de gemeente Meppel vervat. Het paraplubestemmingsplan geldt voor alle bestemmingsplangebieden binnen het grondgebied van de gemeente Meppel, met uitzondering van het plangebied van het recentelijk vastgestelde bestemmingsplan Meppel Kromme Elleboog (1 februari 2018). Conform artikel 4 van het plan dient bij omgevingsvergunning aan de hand van de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Gemeente Meppel bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Tevens kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Gemeente Meppel mits dit geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving en wordt voldaan aan de in de Nota Parkeernormen Gemeente Meppel opgenomen regels en voorwaarden. Strijdigheid
8
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
De regels met betrekking tot de parkeernormen zijn van toepassing op het onderhavige initiatief. De ontwikkeling voorziet in de eigen parkeerbehoefte. Er is geen sprake van strijdigheid.
1.3.1.3
Paraplubestemmingsplan woningsplitsing en woningomzetting
In dit paraplubestemmingsplan zijn regels opgenomen met betrekking tot woningsplitsing, woningomzetting en kamerbewoning en het herziet op die onderdelen de geldende bestemmingsplannen. Dit paraplubestemmingsplan legt een verbod op voor woningsplitsing, woningomzetting en kamerbewoning voor alle bestemmingen waarbinnen de woonfunctie mogelijk is. De onderliggende bestemmingsplannen blijven voor wat betreft de overige onderwerpen onverkort van toepassing. Strijdigheid De regels met betrekking tot woningsplitsing en woningomzetting zijn van toepassing op het onderhavige initiatief. De ontwikkeling voorziet niet in woningsplitsing. Er is geen sprake van strijdigheid.
1.3.2
Omgevingsplanregels
In het Omgevingsplan gemeente Meppel is de bruidsschat van het Rijk opgenomen. Op basis van 'Regels op de kaart' gelden er verscheidene regels voor activiteiten ter plaatse van het plangebied. Deze regels zijn niet relevant voor voorliggend plan. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan wordt onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Meppel. Het plan wordt als hoofdstuk opgenomen in het omgevingsplan. Een TAM-IMRO omgevingsplan is daarmee een aanvullend omgevingsplan, en de regels die de gemeente hierin opneemt, kunnen de bruidsschatregels overschrijven, aanvullen of buiten toepassing verklaren. Voorliggend hoofdstuk van het Omgevingsplan gemeente Meppel prevalleert boven de regels van de bruidschat welke onderdeel zijn van het omgevingsplan.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het TAM-omgevingsplan "Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0119.KolderveenseBB37-TOA1) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het omgevingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het omgevingsplan.
1.5
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 de planbeschrijving uiteengezet. In Hoofdstuk 3 wordt het initiatief aan het van toepassing zijnde beleid getoetst. Ten behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn in Hoofdstuk 4 de relevante omgevingsaspecten onderzocht en beoordeeld. Hoofdstuk 5 beschrijft de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarna in Hoofdstuk 6 de financiële uitvoerbaarheid wordt aangetoond. Hoofdstuk 7 beschrijft de wijze waarop het initiatief juridisch-planologisch is vormgegeven. Deze motivering wordt afgesloten in Hoofdstuk 8 met een belangenafweging en conclusie.
9
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied ligt in een oud veenontginningslandschap. Het hoogveencomplex werd gefaseerd ontgonnen, aanvankelijk vanuit de ontginnigsas van Kolderveen en Nijeveen, toen men steeds dieper het land in kwam, werd een nieuwe ontginningsas gerealiseerd, de Bovenboer. De Bovenboer bestaat uit een onregelmatig lint van kleinschalige erven. Enkele erven hebben door de tijd uitgebreid en zijn grootschalige bedrijven geworden met grote opstallen, zo ook het erf aan de Kolderveense Bovenboer 37. Op de historische kaart van omstreeks 1930 is het erf in het plangebied al aanwezig. Door de tijd heen komen er erven langs de Kolderveense Bovenboer bij en breiden sommige erven uit. Wat verder opvalt op de kaart van omstreeks 1930, is dat het landschap niet zo open en grootschalig was als nu; de kavelgrenzen waren veelal aangezet met beplanting, zoals wilg en els, waarbij de singels in maat en hoeveelheid afnam naarmate het land verder van de ontginningsas lag. Op de reliëfkaart is een licht glooiend natuurlijk reliëf zichtbaar. Niet toevallig ligt de Kolderveense Bovenboer langs een strook waar het land relatief hoger ligt. De verschillende erfensembles zijn daarbij door de mens verder opgehoogd.
Figuur 4: Uitsnede landschappelijke analyse
2.2
Toekomstige situatie
Algemeen De beoogde ontwikkeling gaat uit van de volgende onderdelen: 1. Realisatie bouwvlak met huidige bedrijfswoning met daarbij ca. 650 m2 schuurruimte (kapschuur); 2. Realisatie verblijfsrecreatief ‘familievakantiehuis’ als nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf, ter grootte van ca. 1000 m2; 3. Sloop ca. 5500 m2 agrarische, landschapsontsierende bijgebouwen en afname oppervlakte erfverharding; 4. Realisatie landschappelijke inpassing met elzen, eiken, berken, menghagen, erfbosje, fruitbomen en erfbomen; 5. Realisatie kruidenrijk grasland; 6. Realisatie waterpartij. Hiermee voorziet het plan in een aanzienlijke transformatie van een verharde en versteende locatie naar een groen erf. Daarnaast verbeterd de ruimtelijke kwaliteit door een fors afname van bebouwd oppervlak en wordt er water in het plangebied toegevoegd, hetgeen tevens goed is voor de waterberging en afname van de verhard oppervlakte. De familievakantiewoning sluit aan bij de recreatieve waarden. Het unieke aan het voorliggende concept is de toevoeging van een ecologisch ingevuld erf met een bijzonder blauwe component: een forse waterpartij. Hierdoor is er niet alleen sprake van
10
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
een economisch, ecologisch, innovatief en economisch verantwoord plan. Een dergelijke woning is vooral gericht op het ontvangen van grotere families. Op het erf zijn in de bestaande situatie twee mestsilo's gesitueerd. In de toekomstige situatie heeft het bedrijf nog een groot areaal landbouwgrond in beheer, hiervoor is de toepassing van mest wenselijk. Hiertoe wordt één van de mestsilo's behouden. De silo wordt slechts enkele keren per jaar geleegd en gevuld. Naar aard en omvang valt er daarmee geen noemenswaardige milieuhinder te verwachten. Ook voor de nieuwe familievakantiewoning zal geen sprake zijn van onevenredige milieuhinder gezien het gaat om bij het gebied passende activiteiten. De mestsilo is op grond van het bestaande planologische regime toegelaten, hier vinden geen wijzigingen in plaats. De mestsilo behoeft derhalve geen nadere beschouwing. Ten behoeve van een passende inrichting van de beoogde ontwikkeling in haar omgeving is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, deze is bijgevoegd bij voorliggende motivering als Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan. In het landschappelijk inpassingsplan is het plangebied geanalyseerd op landschap waaruit uitgangspunten voor de nieuwe erfinrichting en landschappelijke inpassing volgen.
Aan de hand van de uitgangspunten is het landschappelijk inpassingsplan opgesteld en aangevuld met een landschappelijk beplantingsplan. De vastgestelde uitgangspunten zijn: Door erfuitbreidingen langs de Kolderveense Bovenboer zijn sommige erfensembles als zijnde traditioneel ontginningserf in herkenbaarheid afgenomen. Wenselijk in de beoogde ontwikkeling het beeld van een karakteristiek, kleinschalig erfensemble na te streven; Het landschap was vroeger minder open dan nu. Door de oude structuur van kavelsloten te herstellen en kavelgrensbeplantingen terug te brengen wordt het landschapstype herkenbaarder en wordt de omgeving ecologisch waardevoller. Ook realisatie van natte natuur is denkbaar; Het is wenselijk beplanting toe te passen die past bij het agrarisch karakter en de aanwezige bodemsoort door middel van het vaststellen van een potentiële natuurlijke vegetatie (pnv). In concept wordt gestreefd naar het beeld van een kleinschalig erfensemble aan de ontginningsas met een duidelijke kavelstructuur voorzien van kavelgrensbeplanting naar het achterland. Erfensemble en inpassing Door het verwijderen van grote opstallen en erfverhardingen ontstaat er veel ruimte voor groen. De erfinrichting bestaat uit drie deelgebieden, het woonerf op de voorgrond, het erf van het familievakantiehuis en het agrarische erf ten behoeve van het akkerbouwbedrijf.
Een gefragmenteerd beeld van verspreid liggende bebouwing wordt voorkomen, door aan te sluiten bij de gebiedskenmerken en bestaande ruimtelijke structuur. Het akkerbouwbedrijf met wagenloods, mestsilo en kuilvoerplaat sluit ruimtelijk aan bij het naburige erf met grote schuren. Het erf valt binnen de historische kavelstructuur die door middel van een houtsingel en bomenrijen landschappelijk wordt versterkt. De in aanbouw zijnde schuur van het naburige erf wordt met een erfbosje aan het zicht onttrokken. Met het gebruik van boomgaarden, hagen en kavelgrensbeplanting ontstaat er ruimtelijke samenhang tussen het familievakantiehuis op de achtergrond en het woonerf op de voorgrond. Het familievakantiehuis ligt als verder gelegen ‘veldschuur’ op het achtererf van het woonerf. Het is wenselijk deze in de beeldkwaliteit dan ook als zijnde veldschuur met gedekte tinten en natuurlijke materialen uit te voeren. Een eik als markante erfboom versterkt de ruimtelijke samenhang tussen woonerf en veldschuur. De sloot die door de ligboxenstal werd onderbroken is hersteld en vormt daarmee de oostelijke begrenzing van het erf. Ter plaatse van de verwijderde kuilvoerplaten wordt de kenmerkende kavelstructuur aangezet met kavelgrensbeplanting en een nieuwe sloot in de kavelrichting waarmee de historische verkaveling van het plangebied wordt hersteld.
De nieuwe sloot krijgt een breed oeverprofiel met plas-draszone waarbij bij perioden van regen het naastgelegen kruidenrijk grasland mag overstromen. De houtsingels langs de kavelsloten, voorzien van zwarte els en wilg, versterken de kenmerkende kavelstructuur van de omgeving en vormen het groene raamwerk waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt. Deze houtsingels worden voorbij het erf dieper naar het zuiden doorgetrokken met onregelmatige tussenafstanden waarbij het landschap geleidelijk steeds opener wordt.
11
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
Figuur 5: Toekomstige situatie Beplantingsplan De groenstructuren in het landschappelijk inpassingsplan bestaan uit erfgroenstructuren en landschappelijk groen. Het erfgroen bestaat uit de hagen, erfbomen en hoogstam fruitbomen en draagt bij aan het kleinschalige, agrarische karakter van de Kolderveense Bovenboer. De landschappelijke structuren bestaan uit de bomenrijen en houtsingels op de kavelgrenzen. Ook worden percelen ingericht met kruidenrijke grasruigte. Voor de sortimentkeuze voor de landschappelijke groenstructuren is de potentiële natuurlijke vegetatie (pnv), aan de hand van de bodemkaart, geraadpleegd. Hiermee wordt een soortenrijk en gebiedseigen sortiment aangeplant wat zich goed kan handhaven en lokaal bijdraagt aan de biodiversiteit. In het plan worden twee typen landelijke scheerhaag aangeplant. Op het voorerf wordt de bestaande haag aangevuld met een beukhaag, de hagen op het achtererf bestaan uit meerdere soorten door elkaar heen gemengd (menghaag). De scheerhagen worden jaarlijks geknipt. De houtsingels en het erfbosje bestaan uit gemengd inheems bosplantsoen met enkele boomvormers. Het bosplantsoen wordt groepsgewijs gemengd aangeplant met vijf tot zeven stuks van een soort per groep om onderlinge concurrentie te voorkomen.
Het bosplantsoen kan periodiek (tussen de circa vijf tot 10 jaar) tot de grond worden afgezet waardoor het jonge hout zich verder vertakt en de groenstructuur dichter wordt. Volledige kaalslag wordt voorkomen door de singels gefaseerd tot maximaal 30% van het oppervlak per keer af te zetten. Zo blijft er altijd nest- en foerageergelegenheid voor vogels en kleine zoogdieren. De boomvormers in het bosplantsoen, de bomenrijen en de hoogstam fruitbomen worden periodiek waar nodig opgekroond. De schietwilgen mogen worden geknot. Optioneel is de zwarte els ook geschikt als knotboom. Ook bij het knotten is het wenselijk dit door de jaren heen gefaseerd te doen ten behoeve van nest- schuil- en foerageergelegenheid.
12
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
Figuur 6: Beplantingstabel
Figuur 7: Beplantingsplan
13
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijk
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
3.1.1.1
Algemeen
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.
In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
3.1.1.2
Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)
In dit geval is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee, op basis van de NOVI, geen Rijksbelangen zijn gemoeid.
3.1.1.3
Hoe is dit verwerkt in het plan
De beoogde ontwikkeling voorziet in het verkleinen en gedeeltelijk amoveren van een agrarisch bedrijf en het ontwikkelen van een familievakantiewoning. Daarmee is sprake van een bijdrage aan het duurzaam groeipotentieel voor de gemeente Meppel waarbij invulling wordt gegeven aan een bestaand erf. Daarnaast draagt de ontwikkeling in betekenende mate bij aan stikstofreductie op Natura 2000. De ontwikkeling past daarmee voor zowel initiatiefnemer als de gemeenschap van Meppel binnen de NOVI.
3.1.1.4
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat sprake is van een lokale ontwikkeling welke bijdraagt aan een duurzaam perspectief voor Nederland, onderhavig plan is daarmee in lijn met de ambities en doelstellingen van de NOVI.
14
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
3.1.2
Rijksinstructieregels
3.1.2.1
Algemeen
De instructieregels van het Rijk staan in hoofdstuk 5 van het Bkl. De instructieregels over een evenwichtige toedeling van functies staan in afdeling 5.1 Bkl en gaan over thema's zoals water, veiligheid en geluid, en tevens over nationale belangen, zoals elektriciteitsvoorziening, doorvaart rijksvaarwegen en erfgoed. Hoofdonderwerpen met betrekking tot de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn: a. waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) b. beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) c. beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; d. beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; e. het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; f. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; g. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.
3.1.2.2
Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)
Het plangebied is gesitueerd in de gebieden "Gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren" en "Uitsluitingsgebieden hyperscale datacentra". Hier gelden regels voor omgevingsplannen en wijzigingen daarvan. Artikel 5.155 (geen belemmeringen voor militair radarbeeld) 1. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op gebieden waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren, laat het omgevingsplan niet toe dat: a. binnen een straal van 15 km vanaf de radar bouwwerken worden gebouwd die de maximale hoogte van bouwwerken, bedoeld in de tabel in bijlage XIV, onder E, overschrijden; en b. binnen een straal van 15 tot 75 km vanaf de radar windturbines worden gebouwd met een tiphoogte die de maximale hoogte van windturbines, bedoeld in de tabel in bijlage XIV, onder E, overschrijdt. Voorliggend plan maakt geen bouwwerken of windturbines mogelijk die kunnen leiden tot verstoring van het radarbeeld, de betreffende bepaling is niet relevant. Artikel 5.161bc (geen hyperscale datacentra) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op het uitsluitingsgebied hyperscale datacentra, bedoeld in artikel 5.161bb, laat het omgevingsplan geen hyperscale datacentrum toe. Voorliggend plan maakt geen hyperscale datacentrum mogelijk, de betreffende bepaling is niet relevant.
3.1.2.3
Hoe is dit verwerkt in het plan
Niet van toepassing.
3.1.2.4
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de rijksinstructieregels geen belemmering vormen voor onderhavig plan.
3.2
15
Provincie TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
3.2.1
Omgevingsvisie Drenthe
3.2.1.1
Algemeen
De 'Omgevingsvisie Drenthe 2022' gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Kern van de visie behelst de wens om zoveel mogelijk aan te sluiten op de gedachte zoals deze is geformuleerd in de Omgevingswet en de kernkwaliteiten van de provincie Drenthe te koesteren in vorm van behouden en versterken van ruimte, natuur, water, milieu. Dit komt neer op het gezamenlijk realiseren van een cultuurverandering waarbij kwalitatief hoogwaardige, snelle en concrete planvorming gewenst is. De gemeenten worden hierbij in een regierol geplaatst waar het gaat om ruimtelijke initiatieven en zijn bevoegd. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat.
3.2.1.2
Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)
Op basis van Regels op de kaart gelden ter plaatse van het plangebied verscheidene voorwaarden met betrekking tot de doelstelling van de provincie. In onderstaande tabel zijn deze samengevat en is de ontwikkeling getoetst. Gebiedsaanduiding Landschapstypen Wegdorpenlandschap van de laagveenontginning
Strekking omgevingsvisie Provinciaal belang Van provinciaal belang is het open weidegebied en de smalle verkaveling met het fijnmazige slotenpatroon. Beleid Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van het open karakter en de smalle verkavelingsstructuur.
Toets In het kader van de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling heeft een landschappelijke analyse plaatsgevonden. In het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 1) is de wijze waarop invulling is gegeven aan de landschappelijke kenmerken weergeven.
De ontwikkeling is daarmee passend in het landschapstype. Deelgebieden cultuurhistorie - 4.2.3.1.8. Gebied 8: De Reest en Meppel - alle(s) voer(t) In het kader van de De Reest en Meppel naar Meppel landschappelijke inpassing van de Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied is de ontwikkeling heeft een waaier van waterlopen waartussen de landschappelijke analyse randveenontginningen liggen met hun bebouwingslinten. plaatsgevonden. In het Waar de waterlopen samenkomen heeft Meppel zich landschappelijk inpassingsplan vanaf de middeleeuwen ontwikkeld als handelsstad en (Bijlage 1) is de wijze waarop doorvoerhaven. De randveenontginningen kenmerken invulling is gegeven aan de zich door bewonings- en ontginningsassen op smalle landschappelijke kenmerken zandruggen, met van daaruit smalle, zeer lange weergeven. verkavelingsstroken, en veelal een jongere 2de bewoningsas, zoals bij Ruinerwold. Bij Kolderveen en Het landschap is in grote mate Nijeveen zijn enkele middeleeuwse griften (turfkanalen) bepalend geweest in de nog aanwezig. De grillige loop van de Reest is authentiek cultuurhistorie. De ontwikkeling is passend binnen het landschapstype gebleven als grensrivier met Overijssel, met aan en de cultuurhistorie. weerszijden zandkoppen waarop losse erven en esgehuchten zich aftekenen als eilanden in een open uitgestrekt beekdal. Sturingsniveau Cultuurhistorie - 4.2.3.1.8.2.
Deelgebied 8.B: Meppel, en het laagveen In het kader van de Betrekken bij: 8B Meppel en het rondom. Betrekken bij landschappelijke inpassing van de laagveen rondom Karakteristieken/Omgevingsbeeld ontwikkeling heeft een - Licht slingerend verloop van linten, met een variatie in landschappelijke analyse bebouwingsdichtheid en doorzichten; plaatsgevonden. In het - Verschoven linten, zeer lange, smalle opstrekkende landschappelijk inpassingsplan verkaveling en tussen de linten openheid; (Bijlage 1) is de wijze waarop - In Ruinerwold eenzijdige en traditionele bebouwing invulling is gegeven aan de langs de oude noordelijke as, en tweezijdige en landschappelijke kenmerken eclectische, rijkversierde bebouwing langs het tweede weergeven. bewoningslint op de oude dijk; - In Kolderveen en Nijeveen drie middeleeuwse griften Het landschap is in grote mate (Kolderveensche Ooster- en Westergrift en de bepalend geweest in de Nijeveense Grift) in noord-zuid richting nog goed cultuurhistorie. De ontwikkeling is
16
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
herkenbaar;
Aardkundige waarden beschermingsniveau generiek
passend binnen het landschapstype en de cultuurhistorie.
Meppel - Vormende middeleeuwse water- en wegenlopen in het centrum grotendeels aanwezig of herkenbaar; - De Drentse Hoofdvaart buiten Meppel als sterke zelfstandige beelddrager met haar sluizencomplexen en aanverwante bebouwing; - De bebouwingsstructuren in het centrum veelal functioneel gekoppeld aan de markt- en havenfunctie, waarbij hoge verwachtingen van interne en ondergrondse sporen van de middeleeuwse stad; - Villawijken en –park, tuinwijken en havenbebouwing uit de periode 1860-1940 als representanten van de economische bloei en van stedenbouwkundige concepten uit die tijd. 4.2.5.2. Beschermingsgebieden In het kader van voorliggend plan is Ambitie de archeologische beleidskaart van Wij streven in combinatie met de opgave natuur, cultuur, de gemeente Meppel beoordeeld. Deze beoordeling is opgenomen in en/of vrijetijdseconomie naar de juiste balans tussen paragraaf 4.1 Archeologie. Op beleving, behoud en herstel van waardevol aardkundig erfgoed. Ons meest waardevol aardkundig erfgoed (hoog grond van deze beoordeling zijn beschermingsniveau aardkundig erfgoed) willen wij ter plaatse van het plangebied koesteren en doorgeven aan de volgende generaties. geen behoudenswaardige Voor ons overig aardkundig erfgoed (middel en generiek aardkundige waarden aanwezig.
beschermingsniveau aardkundig erfgoed) gaan wij met de Een archeologisch onderzoek is gebruiker, eigenaar of initiatiefnemer na hoe zij rekening dan ook niet noodzakelijk. Als kunnen houden met het aardkundig erfgoed. gevolg van de ontwikkeling gaan geen aardkundige waarden Wij koesteren het UNESCO Global Geopark label voor verloren. De Hondsrug, zetten in op versterking van de kennis en educatie over en de waardering voor de gebiedskwaliteiten en zetten deze in voor een duurzame ontwikkeling van het gebied. Wij zetten in op een bewustwordingsproces over het belang van aardkundig erfgoed. Zo vertellen wij onder meer via aardkundige monumenten het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van de Drentse bodem vanaf de laatste drie ijstijden tot heden. 4.2.5.2.3 Generiek beschermingsniveau aardkundig erfgoed In deze gebieden kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron bij ontwikkelingen worden gebruikt. Wij verwachten van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welk kenmerkend aardkundig erfgoed aanwezig is en dat zij hieraan bescherming geven via de gemeentelijk omgevingsvisie en plannen en initiatieven daarop beoordelen.
Robuuste landbouw
17
Dit onderwerp heeft vertaling in de Provinciale Omgevingsverordening. 5.7.2. Bodem en landbouw Met de sanering van de agrarische Omgevingsbeeld melkveehouderijtak neemt de De bodem van Drenthe is overwegend in gebruik voor plaatselijke druk van de landbouw de landbouw. De landbouw staat op een hoog niveau. op het bodem- en watersysteem Ook op de voor een groot deel van nature voedselarme af. bodems van Drenthe is de productie hoog. De bodem staat onder druk door verbouw van een beperkt aantal De mate van bebouwing en gewassen, inzet van kunstmest en bestrijdingsmiddelen en verharding neemt af als gevolg van berijden met zwaar materieel. Een vitale bodem is een de ontwikkeling. randvoorwaarde en de belangrijkste productiefactor voor veel agrarische sectoren. Er is achteruitgang van de Ook neemt de druk op het
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
biodiversiteit (boven en ondergronds), bodemstructuur, systeem af omdat de intensiteit van bodemchemie en organische stof. Op termijn neemt het akkerbouwbedrijf kleiner is dan die van een melkveehouderij. daardoor het gewasproducerend vermogen af en de gevoeligheid voor droogte, wateroverlast en plantziektes toe. De achteruitgang van bodemkwaliteit leidt ook tot De stikstofemissie neemt eveneens negatieve gevolgen voor de biodiversiteit en de kwaliteit af. Dit is positief voor de natuur. van grond- en oppervlaktewater. Een vitale bodem wordt steeds belangrijker door klimaatverandering met langere perioden van droogte en meer extreme neerslag. Verbetering van het bodemgebruik en bodembeheer is de sleutel om ook in de toekomst een vitale landbouwsector in Drenthe te houden, en de landbouw weerbaar te maken met het oog op de verwachte klimaatverandering. Met het programma Toekomstgerichte Landbouw is in de afgelopen jaren een deel van de inspanningen gericht op verbetering van de vitaliteit van landbouwbodems in Drenthe. 6.2. (Robuust) landbouwgebied Omgevingsbeeld Economisch gezien is de landbouw en agribusiness voor Drenthe een belangrijke sector. De primaire sector is van groot belang voor de Drentse economie en de werkgelegenheid. Daarnaast is het grootste gedeelte van de grond in Drenthe in bezit van landbouwers.
Dit maakt dat de landbouw (mede) bepaalt hoe het landschap eruitziet. Grond is een belangrijke productiefactor voor de landbouw. 8.2.1. Landbouwfunctie van watersystemen en multifunctionele functie van watersystemen Ambitie De waterhuishouding in gebieden met een landbouwfunctie of multifunctionele functie is, binnen de mogelijkheden van het watersysteem, afgestemd op de landbouw. Hierbij wordt de grondwatervoorraad zoveel mogelijk vergroot door ondiep af te wateren. Om deze ambitie te realiseren wordt gebiedsgericht samengewerkt met Waterschappen en andere partijen in de regio. Doelenkaart natuur en landschap
Omgevingsbeeld Drenthe is één van de provincies die opvalt door haar bijzondere natuur. Drenthe kent veertien gebieden die van Europees belang zijn, de Natura 2000-gebieden (8.3% van Drenthe). Deze gebieden maken deel uit van een Europees samenhangend netwerk van de allerbelangrijkste natuurgebieden die Europa kent. Het is dan ook niet vreemd dat natuur, rust en ruimte door de Drenten zijn aangegeven als kernkwaliteiten van onze provincie.
Met de sanering van de agrarische melkveehouderijtak neemt de plaatselijke druk van de landbouw op het bodem- en watersysteem af. De mate van bebouwing en verharding neemt af als gevolg van de ontwikkeling. Ook neemt de druk op het systeem af omdat de intensiteit van het akkerbouwbedrijf kleiner is dan die van een melkveehouderij.
De stikstofemissie neemt eveneens af. Dit is positief voor de natuur. Grondwaterlichaam - De klaag Omgevingsbeeld Met de sanering van de agrarische Rijn-Oost De toestand van de grondwaterlichamen is conform de melkveehouderijtak neemt de KRW-systematiek als goed beoordeeld. Lokaal staat de plaatselijke druk van de landbouw kwaliteit van het grondwater wel onder druk. Bij 75% van op het bodem- en watersysteem de drinkwaterwinningen is sprake van een actueel risico af. voor achteruitgang van de ruwwaterkwaliteit vanwege aanwezige belastingen die afkomstig zijn van landbouw en De mate van bebouwing en bodemverontreinigingen/industrie. In een aantal verharding neemt af als gevolg van
18
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
grondwaterbeschermingsgebieden spoelt te veel nitraat uit. Er is sprake van vergrijzing van het grondwater door toename van opkomende stoffen.
Olie- en gasreservoirs Ontwikkelkansen gebruik zoutkoepels - Ontwikkelkans injectie formatiewater en (verlengde) gaswinning
3.2.1.3
Niet relevant voor de ontwikkeling. Niet relevant voor de ontwikkeling.
de ontwikkeling. Ook neemt de druk op het systeem af omdat de intensiteit van het akkerbouwbedrijf kleiner is dan die van een melkveehouderij. De stikstofemissie neemt eveneens af. Dit is positief voor de natuur. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
Hoe is dit verwerkt in het plan
In het plangebied wordt een duurzame verblijfsrecreatieve voorziening gerealiseerd, een groen/blauwe invulling van het erf gerealiseerd en een veehouderij gesaneerd. Dit sluit uit aan op hetgeen wenselijk is op basis van het economisch vestigingsklimaat en in het kader van de later in deze onderbouwing te beoordelen omgevingsfactoren blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voorliggend plan past daarmee binnen de ambitie van de provincie om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren.
3.2.1.4
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de Omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavige activiteit.
19
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
3.2.2
Omgevingsverordening Drenthe 2023
3.2.2.1
Algemeen
Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe op 3 oktober 2018 vastgesteld. De meest recente vastgestelde wijziging van de omgevingsverordening dateert van 29 oktober 2024. De provinciale omgevingsverordening omvat een reeks kaartbeelden die teruggrijpen op de kernkwaliteiten uit de provinciale Omgevingsvisie.
3.2.2.2
Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)
Op basis van Regels op de kaart is het plangebied gelegen binnen de begrenzing van de gebiedsaanwijzingen "Landelijk gebied". Ter plaatse gelden specifieke regels, navolgend wordt aan de relevante artikelen getoetst.
Figuur 8: Uitsnede omgevingsverordening Titel 3.2 Bruisend Drenthe Artikel 3.10 Agrarische bedrijvigheid Een omgevingsplan dat betrekking heeft op Landbouwgebied voorziet niet in ontwikkelingen die een structureel negatief effect hebben op het functioneren van de agrarische sector in het gebied. Toets Artikel 3.10 Agrarische bedrijvigheid Onderhavig plan maakt een nieuwe familievakantiewoning mogelijk als nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf. Daarmee wordt de beëindiging van een melkveehouderij gerealiseerd in het kader van de LBV+. Hiermee voorziet het plan in een kleinschalige ontwikkeling welke geen invloed heeft op het functioneren van de agrarische sector in het gebied. Artikel 3.15 Ruimte-voor-ruimte regeling Er wordt geen ruimte-voor-ruimte regeling toegepast. Derhalve is op voorhand duidelijk dat de toetsing niet tot een ander oordeel leidt. Artikel 3.16 Woningbouw Er wordt geen woningbouw mogelijk gemaakt. Derhalve is op voorhand duidelijk dat de toetsing niet tot een ander oordeel leidt. Artikel 3.18 Lokale werklocaties
20
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
Er wordt geen bedrijventerrein mogelijk gemaakt. Derhalve is op voorhand duidelijk dat de toetsing niet tot een ander oordeel leidt. Artikel 3.19 Bedrijfsvestiging buiten een werklocatie 1. In afwijking van Artikel 3.18, eerste lid, kan een omgevingsplan alleen voorzien in de vestiging of significante uitbreiding van een bestaand solitair in Landelijk Gebied gelegen bedrijf binnen categorie 1, 2 of 3 van de VNG-publicatie Handreiking Bedrijven en Milieuzonering, indien: a. het solitaire bedrijf op grond van een evenwichtige toedeling van functies niet op een bedrijventerrein gevestigd kan worden; b. er sprake is van een gegroeide ontwikkeling waarbij er geen mogelijkheden zijn om een eind te maken aan de ontstane ruimtelijke situatie; c. over de vestiging of uitbreiding van het bedrijf in het verleden bestuurlijke uitspraken zijn gedaan of intenties zijn vastgelegd, of; d. de vestiging of uitbreiding aansluit op de grens van het werkingsgebied Bestaand stedelijk gebied en het omgevingsplan gepaard gaat met een landschappelijke inpassing die gericht is op een plus op de landschapskenmerken of ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Toets Artikel 3.19 Bedrijfsvestiging buiten een werklocatie 1. De agrarische melkveehouderijtak wordt beëindigd. Het agrarische bedrijf wordt voortgezet als akkerbouwbedrijf.
Omdat een dergelijk bedrijf in de vigerende planologische situatie reeds is toegestaan is geen sprake van de vestiging of significante uitbreiding. Derhalve is op voorhand duidelijk dat de toetsing niet tot een ander oordeel leidt. Artikel 3.20 Detailhandel Er wordt geen detailhandel mogelijk gemaakt. Derhalve is op voorhand duidelijk dat de toetsing niet tot een ander oordeel leidt. Artikel 3.21 Mobiliteit Een omgevingsplan dat betrekking heeft op Landelijk Gebied met nieuwe woningbouwlocaties, voorzieningen, kantoren, (dag)recreatieve voorzieningen of bedrijven, die verkeersbewegingen kunnen veroorzaken die van wezenlijke invloed zijn op de verkeersafwikkeling via bestaande infrastructuur, geven inzicht in: a. de mogelijkheden van bestaande verkeers- en vervoersvoorzieningen om de extra mobiliteit veilig en adequaat op te vangen; b. de wijze waarop binnen het plan wordt voorzien in een adequate en veilige aansluiting op het bestaande wegen- en fietspadennet; c. de wijze waarop aansluiting op het Basisnetwerk openbaar vervoer wordt gerealiseerd. Toets Artikel 3.21 Mobiliteit In casu wordt een nieuwe recreatieve voorziening mogelijk gemaakt welke verkeersbewegingen kan veroorzaken. In het kader van voorliggend plan is de invloed van de ontwikkeling op de verkeerssituatie beoordeeld, hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.11 Mobiliteit, Verkeer en Parkeren. a.
op grond van paragraaf 4.11 neemt de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling af. Er is geen sprake van extra mobiliteit; b. het plangebied wordt via de bestaande ontsluiting ontsloten op het verkeersnetwerk. Hiermee is sprake van een adequate en veilige aansluiting op het bestaande wegen- en fietspadennet; c. de dichtstbijzijnde bushalte is gesitueerd in Nijeveen op circa 45 minuten lopen. Artikel 3.25 Zonne-energie Er wordt geen zonne-akkers mogelijk gemaakt. Derhalve is op voorhand duidelijk dat de toetsing niet tot een ander oordeel leidt.
3.2.2.3
21
Hoe is dit verwerkt in het plan
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
Op basis van voorgaande toetsing is onderhavig plan in overeenstemming met de omgevingsverordening.
3.2.2.4
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de Omgevingsverordening geen belemmering vormt voor onderhavig initiatief.
3.3
Waterschap
3.3.1
Waterbeheerprogramma 2022-2027 Drents Overijsselse Delta
3.3.1.1
Algemeen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. In de vergadering van 15 december 2021 is het 'Waterbeheerprogramma 2022-2027' vastgesteld. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen het waterschap wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Daarbij kan gaan om zowel nieuw beleid als vigerend beleid en maatregelen.
3.3.1.2
Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)
Het plangebied ligt in het gebied Meppelerdiep. Meppelerdiep ligt in de provincie Drenthe en kenmerkt zich door het relatief hooggelegen golvend keileemplateau en de afgegraven hoogveengebieden in de omgeving van Smilde en Hoogeveen. De hoogveengebieden hebben een uitgestrekt en open karakter met rechte sloten. Het stroomgebied van het Meppelerdiep bestaat uit vijf deelstroomgebieden, te weten: Oude Vaart, Wold Aa, Oude Diep, Drentse Kanalen en Meppelerdiep en de Reest. Via de beken en kanalen wordt het overtollige water afgevoerd naar het IJsselmeer. In tijden van droogte wordt de waterinlaat geregeld via gemalen in het kanalenstelsel en de Wold Aa. Vanaf Meppel wordt het water het stroomgebied in gepompt, zodat de gewenste grond- en oppervlaktewaterstanden in de omliggende gebieden worden gehandhaafd. Het projectgebied is gesitueerd in het projectgebied Veenweideverkenning.
Figuur 9: Stroomgebied plangebied
22
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
In het kader van de ruimtelijke procedure is het wateradvies opgevraagd, op basis hiervan is de korte procedure van toepassing. Het toetsingsdocument is bijgevoegd bij deze motivering als Bijlage 5 Wateradvies. Het waterschap gaat akkoord met het plan, mits wordt voldaan aan de uitgangspunten uit de standaard waterparagraaf met bijbehorende aanvullende adviezen. De standaard waterparagraaf is onderstaand opgenomen.
3.3.1.3
Hoe is dit verwerkt in het plan
De standaard waterparagraaf van het wateradvies is navolgend opgenomen. De uitgangspunten zijn verwerkt in het plan. Daarmee is de zorgvuldige omgang met water gegarandeerd en is het waterbelang geborgd in het plan. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen de omgevingsplanwijziging worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lagergelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht.
Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Het beleid van de gemeente Meppel omtrent hemelwater(afvoer) is beschreven in subparagraaf 3.4.7 Compensatie bij aanleg verharding Als advies voor kleine plannen geldt als regel dat voor het realiseren van verhard oppervlak een berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater benodigd is. Compensatie moet de volgende trap volgen: vasthouden-bergen-afvoeren. Voor kleine plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater waarin maximaal 30 cm peilstijging is toegestaan.
Geadviseerd wordt om de waterberging te ontwerpen op basis van bij voorkeur een vertraagde afvoer, een infiltratiesituatie. In paragraaf 4.14 Water is toegelicht op welke wijze rekening is gehouden met het waterbelang. Hierbij is invulling gegeven aan de uitgangspunten van het waterschapsbeleid.
3.3.1.4
Conclusie
Op basis van de wijze waarop invulling is gegeven aan, en rekening is gehouden met, het waterbelang wordt geconcludeerd dat het waterbeheerprogramma geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
3.3.2
Waterschapsverordening Drents Overijsselse Delta
3.3.2.1
Algemeen
Op grond van artikel 56 in combinatie met artikel 78 van de Waterschapswet stelt het waterschap verordeningen vast die het nodig oordeelt voor de behartiging van de opgedragen taken. De taken die aan waterschap worden opgedragen betreffen, volgens artikel 1 van de Waterschapswet, de zorg voor het watersysteem en zorg voor het zuiveren van afvalwater. Eventueel kunnen nog de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden worden opgedragen, bijvoorbeeld vaarwegbeheer. Naast de Waterschapswet, die de organisatie van de waterschappen regelt, geven de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving allerlei bepalingen over de inhoud van het waterbeheer, bijvoorbeeld in de vorm van doelstellingen en concrete normen. In artikel 2.5 van de Omgevingswet is bepaald: “Het algemeen bestuur van het waterschap stelt één waterschapsverordening vast waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.”
23
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
De waterschapsverordening Drents Overijsselse Delta stelt regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.
3.3.2.2
Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)
Op basis van Regels op de kaart gelden ter plaatse van het plangebied gebiedsaanwijzingen en beperkingsgebieden voor activiteiten.
Figuur 10: Uitsnede waterschapsverordening Regels op de kaart Gebiedsaanwijzingen Ter plaatse van de beoogde bouwlocatie gelden gebiedsaanwijzingen: grondwaterlichaam_werkingsgebied; waterkwaliteit_werkingsgebied. Grondwaterlichaam werkingsgebied Ter plaatse van de hiervoor aangewezen gebieden gelden verscheidene regels. Navolgend wordt aan de relevante regels getoetst. Paragraaf Toepassingsbereik Toets Paragraaf 2.18.4 Dempen in Deze paragraaf is van toepassing op het In het plangebied wordt geen werkingsgebied van grondwaterlichaam dempen van een oppervlaktewaterlichaam in oppervlaktewaterlichaam gedempt. het werkingsgebied van een grondwaterlichaam. Uitgebreide toetsing is niet relevant. Paragraaf 2.19.3 Deze paragraaf is van toepassing op het graven In het plangebied wordt nieuw Oppervlaktewaterlichaam graven in van een oppervlaktewaterlichaam in het oppervlaktewater gegraven. Het werkingsgebied van grondwaterlichaam werkingsgebied van een grondwaterlichaam. plangebied is aangewezen als blauw gebied. Er gelden voorwaarden met betrekking tot de diepte ten opzichte van het maaiveld. Afhankelijk hiervan geldt een meldingsplicht of vergunningplicht.
Paragraaf 3.1.1 Grondwater uit 1. permanente bron onttrekken in Deze paragraaf is van toepassing op: werkingsgebied van grondwaterlichaam a.het onttrekken van grondwater uit een permanente bron in het werkingsgebied van een grondwaterlichaam; b.het in de bodem brengen van water voor aanvulling van het grondwater, in samenhang
24
Er zijn geen redenen om aan te nemen dat een eventuele vergunning niet verleend kan worden. De vergunningplicht vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. In het kader van de ontwikkeling vindt geen permanente onttrekking van grondwater plaats.
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op activiteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Paragraaf 3.1.2 Grondwater uit tijdelijke 1. In het kader van de ontwikkeling bron onttrekken in werkingsgebied van Deze paragraaf is van toepassing op: vindt geen tijdelijke onttrekking van grondwaterlichaam a.het onttrekken van grondwater uit een grondwater plaats. tijdelijke bron in het werkingsgebied van een grondwaterlichaam; b.het in de bodem brengen van water voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op activiteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Paragraaf 3.3.3 Bodem ontwateren in Deze paragraaf is van toepassing op het In het kader van de ontwikkeling werkingsgebied van grondwaterlichaam ontwateren van de bodem in het vindt geen ontwatering van de beperkingengebied van een grondwaterlichaam. bodem plaats. Op grond van voorgaande toetsing is geen sprake van een belemmering voor het plan. Waterkwaliteit werkingsgebied Ter plaatse van de hiervoor aangewezen gebieden gelden verscheidene regels.
Navolgend wordt aan de relevente regels getoetst. Afdeling Toepassingsbereik Toets Hoofdstuk 4 Lozingsactiviteiten op een Dit hoofdstuk is van toepassing op In het kader van de ontwikkeling is geen oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteiten op een sprake van lozingsactiviteiten. zuiveringtechnisch werk oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk, dat in beheer is bij het waterschap.
Op grond van voorgaande toetsing is geen sprake van een belemmering voor het plan. Beperkingengebieden Ter plaatse van de beoogde bouwlocatie gelden beperkingsgebieden met betrekking tot de volgende activiteiten: andere lozingen asverstrooiing bodem ontwateren dempen grondwater uit permanente bron onttrekken grondwater uit tijdelijke bron onttrekken lozen bij calamiteitenoefeningen lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton lozen bij niet-industriële voedselbereiding lozen bij ontgravingen, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder lozen bij opslaan en overslaan van andere dan inerte goederen lozen bij opslaan en overslaan van inerte goederen lozen bij regenereren winput voor drinkwater lozen bij reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen lozen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater lozen vanaf vaartuigen of andere drijvende werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening
25
TAM-IMRO omgevingsplan Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen
lozen van grondwater bij sanering of ontwatering lozen van huishoudelijk afvalwater lozen van koelwater lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers oppervlaktewaterlichaam graven