1. Bijlage - Perspectiefnota 2027-2030
Tekst van het document
Perspectiefnota 2027 - 2030
2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................................................... 3 Voorwoord .............................................................................................................................................. 5 Kiezen voor de Toekomst ..................................................................................................................... 6 Financiën op hoofdlijnen .................................................................................................................... 13
3
4
Voorwoord Deze perspectiefnota markeert de overgang naar een nieuwe bestuursperiode. De verkiezingen voor de gemeenteraad zijn geweest en er wordt een nieuw college van B&W gevormd. In zo'n periode van bestuurlijke wisseling kiest de gemeente Meppel voor continuïteit en zorgvuldigheid: lopende opgaven gaan door, de financiële basis wordt geactualiseerd en grotere beleidskeuzes volgen bij de begroting in het najaar. Daarmee is deze perspectiefnota de afsluiting van de afgelopen bestuursperiode. Een periode waarin veel is gedaan voor de toekomst van Meppel: veel woningen gebouwd; financiering binnengehaald voor infrastructuur; financiële positie verbeterd; toekomstvisies opgesteld voor de leefomgeving (Omgevingsvisie), maatschappelijke accommodaties, sociale basis; en heel veel meer. Uiteraard is het ook het begin van de nieuwe periode, kort na de gemeenteraadsverkiezingen. Gebruikelijk is dat bij de perspectiefnota de integrale afweging van het beleid en de financiële middelen plaatsvindt. De huidige perspectiefnota is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het ‘oude’ college, maar wordt besproken in de nieuwe raad ná de installatie van de nieuwe wethouders (en dus na de vorming van het nieuwe college). Dat nieuwe college heeft in mei en begin juni een coalitieakkoord opgesteld.
Dat coalitieakkoord is een belangrijk document, dat de koers en doelstellingen voor de komende vier jaar vastlegt. De perspectiefnota is echter al opgesteld als het coalitieakkoord klaar is. Om toch alle ambities uit het vers opgestelde coalitieakkoord mee te nemen verschuiven we de integrale afweging naar een later tijdstip: in het najaar bij de (meerjaren)begroting 2027-2030. Dit maakt dat deze perspectiefnota een wat bescheidener karakter heeft dan andere jaren. De lijnen naar de toekomst worden wat voorzichtiger en globaler geschetst en de echte besluitvorming volgt bij de begroting in het najaar. Wel wordt uw raad in de gelegenheid gesteld via moties richting te geven aan de vormgeving van de begroting door het nieuwe college. In hoofdlijn bestaat deze perspectiefnota uit twee bestanddelen: A. De stand van zaken en de voortgang op de opgaven uit de Perspectiefnota 2026-2029. Dit betreft de uitwerking van "Kiezen voor de Toekomst", het centrale thema uit die perspectiefnota. B. De financiële stand van zaken. Hoe staat Meppel ervoor wat betreft de financiële middelen oftewel wat is het vertrekpunt voor de komende programmabegroting?
5
Kiezen voor de Toekomst Vorig jaar stond de perspectiefnota in het teken van keuzes maken voor de toekomst. Dat was nodig, omdat Meppel stond voor een combinatie van uitdagingen: een stevige ambitie om te groeien; de noodzaak om te investeren in het voorzieningenniveau; dreigende financiële tekorten en een moeizame arbeidsmarkt. Enkele van deze uitdagingen waren op dat moment al verbeterd: de reserves zijn flink toegenomen; het financiële ravijn is opgeschoven naar 2028 (in plaats van 2026) en minder diep; en we hebben geld weten binnen te halen voor investeringen in woningbouw en infrastructuur. De destijds vermelde onzekerheid over de toekomst geldt onverminderd: internationale en nationale ontwikkelingen hebben de voorspelbaarheid van wat ons te wachten staat bepaald niet vergroot. Onzekerheid over bijvoorbeeld inflatie, energieprijzen en regelgeving van hogere overheden vergroten de noodzaak om wendbaar te zijn en rekening te houden met risico’s[1].
De keuzes die bij de vaststelling van die perspectiefnota zijn gemaakt, bestaan uit een combinatie van investeringen en besparingen: - Investeringen om Meppel sterker en meer toekomstbestendig te maken, gericht op groei overeenkomstig de Omgevingsvisie; - Investeringen in preventie om te voorkomen dat situaties verslechteren en daardoor de kosten in zorg en ondersteuning, maar ook van onvoldoende onderhouden bruggen, wegen, accommodaties e.d. op termijn oplopen. Investeringen in de organisatie om op termijn te besparen op personele inzet én concurrerend te zijn op de arbeidsmarkt van de toekomst; - Besparingen en structuurversterkingen hand in hand, waarbij het beperken van de negatieve impact op de samenleving leidend uitgangspunt is; - Sparen voor later: structureel middelen beschikbaar maken voor noodzakelijke vervangingen (gebaseerd op beheerplannen)[2].
6
Concreet zijn de volgende besluiten genomen: 1. Korte termijn. In 2026 en 2027 een begin te maken met structurele besparingen. In 2026 door met name lucht uit de begroting te persen door middel van het schrappen van posten die niet meer nodig zijn. In 2027 door besparingen te realiseren met zo min mogelijk nadelen voor de samenleving en die relatief eenvoudig te realiseren zijn; 2. Middellange termijn. Voorbereidingen te treffen voor besparingen en andere maatregelen, die per 2028 gerealiseerd moeten zijn; 3. Lange termijn. Onderzoeken te verrichten die in de eerste helft van 2026 tot concrete plannen van aanpak worden gebracht en in de jaren daarna tot uitvoering. Daarbij geldt dat zij voorinvesteringen vergen, die terugverdiend moeten worden door structurele opbrengsten op termijn; 4. Zwembad en reserves. Het principebesluit te nemen tot vernieuwing van het zwembad, waarbij het uitgangspunt is dat minimaal een instructiebad, gericht op zwemveiligheid, en ruimte voor sportverenigingen behouden blijft. De kosten van eventuele aanvullende faciliteiten moeten in principe via andere financieringsbronnen worden terugverdiend (dus via een businesscase). Deze investering (deels) te bekostigen uit 'overschot' binnen de algemene reserves; 5. Vervangingsinvesteringen.
Het bedrag dat structureel nodig is ter dekking van de noodzakelijke vervangingen (gebaseerd op beheerplannen) op te nemen in de meerjarenbegroting. Beheerplannen op te stellen voor zo ver dit nog niet is gebeurd en daarmee het totaalbedrag te berekenen[3]. We geven hieronder de stand van zaken en de voortgang rond deze besluiten. Bij de begroting in het najaar zullen concrete besluiten moeten worden genomen over 2027 en de voornemens voor 2028. Voor de jaren daarna is nog tijd voor nader onderzoek, overleg en nadere uitwerking.
[1] Uit Perspectiefnota 2026-2029, Kiezen voor de Toekomst, Inleiding [2] Uit Perspectiefnota 2026-2029, Voorwoord. [3] Uit Perspectiefnota 2026-2029, Kiezen voor de Toekomst, Integraal voorstel
7
Omschrijving (bedragen x 1.000)
2026
2027
2028
2029
2030 e.v.
incidenteel
incidenteel
incidenteel
incidenteel
structureel
200
200
200
200
200
800
800
Korte termijn
Technisch
Middellange termijn
Sociaal
200
600
Fysiek
200
1.000
1.000
1.000
Bedrijfsvoering
200
1.000
Zie O3
Zie O3
-700
-600
200
400 300
Lange termijn
O1. Preventie O2. WDW als vliegwiel O3. Effectiviteit
-500 -200
-200
-200
300
-1.700
-1.600
-1.700
-1.800
Onderzoeken
1.500
2.500
Nieuw beleid
-500
-1.000
-1.000
Inkomstenverhoging
1.000
2.000
2.000
800
3.200
6.200
Totaal (netto)
-2.200
-1.700
(plus = voordeel)
Besparingen Korte termijn De beperkte besparingen voor de korte termijn van € 0,2 miljoen per jaar die vanaf 2026 is opgenomen in de perspectiefnota, is bij de programmabegroting 2026-2029 volledig ingevuld door administratieve bijstellingen. Conform de motie van de raad is hierbij het 'Overzicht kleine besparingsopties' niet ingezet. Middellange termijn In de Perspectiefnota 2026-2029 zijn taakstellende besparingen opgenomen voor de jaren 2027-2028. Het gaat om € 0,6 miljoen in 2027 en € 2,6 miljoen in 2028. In 2027 wordt in elk domein (sociaal, fysiek en bedrijfsvoering) een besparing gerealiseerd van € 0,2 miljoen. In 2028 is de verdeling van de taakstellingen als volgt: € 0,6 miljoen voor het Sociaal domein, € 1,0 miljoen voor het fysieke domein en € 1,0 miljoen voor bedrijfsvoering. De besparing op de bedrijfsvoering is de opstap naar de grotere besparing van € 2,5 miljoen in 2030. Hieronder worden de besparingen in het Sociaal domein en het Fysiek domein nader toegelicht. De opties die tijdens het proces van "Kiezen voor de Toekomst" zijn voorgelegd en door de raad van een eerste duiding zijn voorzien, zijn nader tegen het licht gehouden. Over de bedrijfsvoering wordt de voortgang in het proces aangegeven.
8
Ø Sociaal domein Uitgangspunt voor de voorgestelde besparingen is dat zij zo min mogelijk negatieve impact hebben op inwoners en samenleving. Dit sluit aan bij de richting die de raad vorig jaar aangaf. De taakstelling voor 2028 in het Sociaal domein is € 600.000. Die achten wij grotendeels haalbaar op basis van het bovengenoemde uitgangspunt - door strakker begroten, efficiënter inrichten en hier en daar eenduidiger toepassen van regels. Opties met meer negatieve impact vergen nader onderzoek naar de consequenties. We proberen die zo goed mogelijk in beeld te brengen bij de begroting, zodat daarover dan keuzes gemaakt kunnen worden. Ø Fysiek domein Ook in het Fysiek domein zijn de besparingsopties uit "Kiezen voor de Toekomst" nader beoordeeld. Dit is gebeurd aan de hand van de duidingen van de raad van vorig jaar en op haalbaarheid. Op een enkele maatregel na hebben deze opties alle impact op de samenleving en/of de openbare ruimte. Het gaat dan om het verminderen van dienstverlening, om het verminderen van ambitie of het verhogen van lasten. Een politieke afweging is noodzakelijk, die bij de begroting gemaakt moet worden op basis van een voorstel van het nieuwe college. Ø Bedrijfsvoering De besparingen in de bedrijfsvoering hebben een breder doel om de gemeentelijke organisatie meer toegerust te maken voor de toekomst.
Dit vraagt aanpassingen in de organisatie, die meerjarige inspanningen vergen. De horizon voor realisatie ligt op 2030, maar vanaf 2028 worden de eerste resultaten zichtbaar. De beschrijving van dit proces treft u hieronder aan bij de lange termijn. Voor 2027 worden de besparingen gerealiseerd door intern-technische ingrepen, zoals het verminderen van het aantal abonnementen en dergelijke. Onderzoeken Lange termijn Voor de lange termijn zijn in de Perspectiefnota 2026-2029 drie onderzoeken uitgezet, die tot structurele verbeteringen moeten leiden. Hieronder worden de vorderingen in deze onderzoeken geschetst en wordt kort vooruitgeblikt.
9
Ø Preventie in het Sociaal domein Het proces rondom de onderzoeksopdracht, bestaande uit drie actielijnen, is in volle gang. De eerste actielijn, gericht op de doorontwikkeling van de sociale basis, was al eerder gestart en is de afgelopen periode verder uitgewerkt. Onlangs heeft het college hiervoor het implementatieplan vastgesteld. Dit plan is tot stand gekomen na een intensief participatietraject en vormt de basis voor de uitvoeringsagenda voor 2026, waarmee de verdere versterking van de sociale basis wordt gerealiseerd. De tweede en derde actielijn, gericht op preventieve voorzieningen en lichtere/collectievere voorzieningen, worden momenteel procesmatig uitgewerkt. Tegelijkertijd zijn er al ontwikkelingen gaande die binnen deze actielijnen vallen. Zo wordt onder andere gewerkt aan de inrichting van preventieve jeugdvoorzieningen (uitvoeringsagenda jeugd) die naar verwachting op termijn bijdragen aan het terugdringen van de maatwerkkosten binnen de jeugdhulp. Daarnaast wordt onderzocht hoe de voortgang en effecten van de totale onderzoeksopdracht structureel gemonitord kunnen worden, zodat inzichtelijk wordt wat de inzet oplevert en waar verdere aanscherping nodig is. De eerder geschetste verwachting dat met de inzet van de eerder toegekende incidentele investeringsbedragen een besparing van € 0,4 miljoen per jaar ingaande 2030 kan worden gerealiseerd, staat nog steeds.
Ø Wijk- en dorpsgericht werken als vliegwiel voor samenwerking De gemeente Meppel werkt via Wijk- en Dorpsgericht werken (WDW) aan sterke, leefbare wijken en dorpen. Het uitgangspunt is dat vraagstukken in wijken en dorpen – zoals leefbaarheid, sociale samenhang, veiligheid en ondersteuning- nauw met elkaar verbonden zijn en het meeste effect hebben wanneer zij in samenhang worden opgepakt, samen met inwoners en maatschappelijke partners. Sinds de perspectiefnota van vorig jaar loopt een onderzoek naar de werking van WDW als vliegwiel voor samenwerking. De gemeente heeft een extern bureau opdracht gegeven dit onderzoek uit te voeren. Het onderzoek richt zich op de vraag hoe WDW bijdraagt aan betere samenwerking tussen gemeente, partners en inwoners en hoe deze manier van werken kan leiden tot meer maatschappelijke impact en een doelmatigere inzet van middelen.
10
Uit het lopende onderzoek komt naar voren dat WDW vooral waardevol is doordat signalen uit wijken en dorpen vroegtijdig worden opgehaald. Hierdoor kunnen knelpunten en kansen sneller worden gesignaleerd en wordt beter aangesloten bij wat inwoners nodig hebben. Inwoners en maatschappelijke organisaties ervaren WDW als een herkenbaar en nabij aanspreekpunt en waarderen het meedenken en de verbindende rol van de gemeente. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat de opbrengsten van WDW niet vanzelfsprekend ontstaan. De meerwaarde zit vooral in het daadwerkelijk benutten van signalen uit wijken bij bredere keuzes: welke opgaven vragen prioriteit, waar worden middelen ingezet en waar is samenwerking nodig om versnippering of dubbel werk te voorkomen. Wanneer dit lukt, draagt WDW bij aan effectievere oplossingen die beter passen bij de praktijk in wijken en dorpen en aan een doelmatiger inzet van middelen. Het onderzoek brengt in kaart welke kwaliteiten en vormen van samenwerking hierbij cruciaal zijn en hoe beleidskeuzes en investeringen hierop kunnen aansluiten. Het uiteindelijke doel is om een goed onderbouwd beeld te krijgen van hoe WDW zich verder kan ontwikkelen als vaste en herkenbare werkwijze binnen de gemeente Meppel, zodat de gemeente ook in de toekomst in samenhang, dichtbij en effectief kan blijven werken. Het bureauonderzoek en de diepte-interviews zijn afgerond.
Op dit moment wordt gewerkt aan de conclusies van het onderzoek. Het rapport wordt opgeleverd, daarna gaat het richting college en vervolgens naar de raad. Met de inzet van de eerder toegekende investeringsbedragen van € 0,2 miljoen de eerste drie jaren, verwachten we met ingang van 2029 uiteindelijk een besparing van € 0,3 miljoen per jaar te realiseren. Ø Investeren in de toekomst van de organisatie In de Perspectiefnota 2026-2029 is - net als bij 'preventie in het Sociaal domein' en 'Wijk- en dorpsgericht werken' - budget beschikbaar gesteld voor de start van 'Investeren in de Toekomst'. Het programma 'Investeren in de Toekomst' beoogt de ambtelijke organisatie flexibeler en wendbaarder te maken zodat kan worden omgegaan met het personeelsravijn dat verwacht wordt rond 2030. Naar verwachting kan in 2030 30% van de vacatures niet ingevuld worden terwijl het aantal gemeentelijke taken gelijk blijft of groeit. Daarnaast kan Investeren in de Toekomst een bijdrage leveren aan het dichten van het verwachte financiële ravijn. In 2025 zijn voorbereidingen getroffen voor het starten van het programma. Er is gestart met het vooronderzoek hoe het programma het beste kan worden ingericht. Er is een begin gemaakt met het opstellen van de benodigde visie en beleidsdocumenten die richting moeten geven en kaders gaan stellen aan de producten uit Investeren in de Toekomst.
Daarnaast is gestart met een aantal pilottrajecten rondom de inzet van AI die op middellange termijn tot optimalisatie van een aantal administratieve processen kan leiden. Direct na het vaststellen van de bestuursopdracht is gestart met het werven van een programmamanager/kwartiermaker Investeren in de Toekomst die in 2026 de kosten-/baten 11
analyse gaat maken welke optimalisaties mogelijk zijn en wat de prioritering van de optimalisaties is. Daarnaast gaat de kwartiermaker het programmaplan opstellen en het programmateam samenstellen zodat naar verwachting in het najaar gestart kan worden met het daadwerkelijk realiseren van de programmadoelen. Besluitvorming en vervolgproces Deze perspectiefnota is voornamelijk informatief van karakter. De voorbereiding is gedaan door het 'oude' college, op het moment dat de vorming van het nieuwe college gaande was. Het nieuwe college is daarom nog niet in staat geweest om de perspectieven voor de toekomst aan te geven. Dit verkiezingsjaar is de komende (meerjaren)begroting 2027-2030 hét moment voor de keuzes voor de toekomst. Met deze perspectiefnota geven we wel een blik op de voortgang rond het traject "Kiezen voor de Toekomst". In de begroting 2027-2030 worden voorstellen voor besparingen concreet gemaakt zodat zij in 2027 kunnen worden doorgevoerd en de besparingen voor 2028 kunnen worden voorbereid.
12
Financiën op hoofdlijnen In dit hoofdstuk actualiseren we de eindstand van de in november 2025 vastgestelde programmabegroting voor de jaren 2027-2030. Uitgangspunt voor deze actualisatie is dat we alleen onvermijdelijke zaken meenemen. We nemen ontwikkelingen op rijksniveau en andere autonome ontwikkelingen mee. Politieke wensen laten we in deze perspectiefnota buiten beschouwing. De financiële highlights uit de Voorjaarsnota van het Rijk De Voorjaarsnota geeft een vooruitblik op de rijksbegroting. De uitwerking van deze nota die eind maart is gepubliceerd, vindt zijn beslag in de aanstaande meicirculaire van het Rijk. Compensatie voor lonen en prijzen Er is een extra compensatie opgenomen voor loon- en prijsontwikkelingen voor het jaar 2026 dat zijn doorwerking heeft ook in de latere jaren. Deze verhoging is gebaseerd op de meest actuele cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP). In deze perspectiefnota is de verhoging meegenomen onder de cijferreeks "van constant naar lopend basisjaar 2027". Huishoudelijke hulp Mensen gaan voor zover mogelijk zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Dit betekent dat de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo met ingang van 1 januari 2029 verdwijnt. Voor mensen die zelf geen hulp kunnen regelen, blijft de gemeente dit doen. De Voorjaarsnota gaat nu uit van een besparing op het gemeentefonds ingaande 2029.
Voor Meppel betekent dat ongeveer een korting van € 2 miljoen die opgevangen moet worden door het schrappen van de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo. In deze perspectiefnota gaan we er vooralsnog van uit dat deze maatregel budgettair neutraal verloopt. WMO-uitstel vervanging abonnementstarief Huishoudens die gebruikmaken van de Wmo betalen hiervoor tot nu toe een vaste vergoeding (een abonnementstarief). Enkele jaren geleden is besloten om een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Daarvoor is een besparing ingeboekt in het gemeentefonds. Deze inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage invoeren kan niet eerder dan per 1 januari 2028. Dit betekent één jaar uitstel. Via het gemeentefonds worden gemeenten voor 2027 hiervoor gecompenseerd. Dit is voor Meppel naar verwachting een budget neutrale wijziging want tegenover de extra uitkering via het gemeentefonds vervalt ook de geraamde opbrengst aan eigen bijdragen.
13
Klimaatgelden blijven In het regeerakkoord is afgesproken dat gemeenten tot 2040 extra middelen ontvangen voor de capaciteitsinzet voor het klimaat- en milieubeleid. De tranche voor 2027 loopt net als in 2026 via een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds. Het bedrag voor 2027 ligt in lijn met de ontvangen middelen voor 2026. Voor Meppel is dat bijna € 2,1 miljoen. Deze middelen zetten we volledig in voor de uitvoering van de wettelijke taken uit de Klimaatwet, de Regionale Energiestrategie en de warmtetransitie én onze eigen lokale duurzaamheidsambities. Kostenstijgingen en nagenoeg geen compensatie van het Rijk Het coalitieakkoord biedt vooralsnog geen oplossing voor de financiële problematiek in de jeugdzorg. Bovenmatige stijging van kosten bijvoorbeeld in het Sociaal domein en de eigen organisatie werken structureel door in de meerjarenbegroting. Dat zien we ook in Meppel. Alleen is er nu geen zicht op extra financiële compensatie van het Rijk. Ook in het ruimtelijk domein voorzien we ontwikkelingen die in de toekomst kostenverhogend werken. Denk bijvoorbeeld aan de noodzakelijke vervanging van civiele infrastructuur, de problematiek rond netcongestie, de stikstofproblematiek en de betaalbaarheid van wonen. Andere autonome ontwikkelingen Vanuit het Rijk is de regeling Realisatiestimulans vastgesteld.
Gemeenten ontvangen vanaf 2026 tot en met 2030 een bijdrage per betaalbare woning waarvan de bouw het jaar ervoor is gestart. Deze bijdrage kan naar eigen inzicht worden ingezet en is bedoeld om lokale woningbouw te versterken. De regeling biedt de vrijheid aan gemeenten om de middelen te besteden op de manier die het beste bij hun woningbouwopgave past. De inschatting is dat het gaat om ca. € 700.000 - € 1.000.000 per jaar. Deze middelen zetten we in voor extra inzet rondom gebiedsontwikkelingen en woningbouwopgaves Naast het rijksbeleid zijn voor het toekomstig financieel beeld van onze gemeente ook autonome ontwikkelingen zoals de indexatie van lonen en prijzen, voortzetting van bestaande beleidsafspraken en de eventuele structurele effecten van de jaarstukken 2025 en de bestuursrapportage 2026 van belang. In deze perspectiefnota zijn de financiële verwachtingen voor de komende vier jaren geactualiseerd op basis van bovengenoemde factoren. Dit is inclusief de investeringen en structurele besparingen op basis van "Kiezen voor de Toekomst", waarvoor we de komende jaren nog de nodige inspanningen moeten doen om ze te realiseren. Het financiële beeld dat hieronder wordt geschetst is tevens het vertrekpunt voor de aanstaande programmabegroting 2027-2030 die in het najaar verschijnt.
14
Omschrijving (bedragen x 1.000)
2027
2028
2029
2030
Eindstand vastgestelde programmabegroting 2026-2029
1.121 -1.180
863
3.613
Begrotingswijzigingen 2026
-163
-283
-663
-663
Eindstanden inclusief begrotingswijzigingen
958
-1.463
200
2.950
Uitwerking op basis van technische uitgangspunten 1. Loonontwikkelingen vanaf 01-04-2027 gebaseerd op verwachting
-1.050 -1.750 -1.750 -1.750
2. Prijsontwikkelingen (2,1%)
-1.000 -1.000 -1.000 -1.000
3. Gemeentefondsuitkering a. September- en decembercirculaire 2025
100
0
-100
-290
b. Van constant naar lopend basisjaar 2027 (compensatie lonen en prijzen)
2.300
2.200
2.000
2.000
c. Financiële effecten Voorjaarsnota 2026
300
300
300
4. Correctie kapitaallasten zwembad ivm beroep op dekkingsreserve kapitaallasten zwembad Eindstand na technische uitgangspunten
300 1.090
1.608 -1.713
-350
3.300
Gemeenschappelijke regelingen
-833
-875
-1.047 -1.123
Areaaluitbreiding openbare ruimte
-110
-110
-110
-110
Bovenmatige prijsstijgingen jeugd en wmo
-680
-680
-680
-680
Overige autonome ontwikkelingen
-84
1.166
-84
-84
Eindstand na autonome ontwikkelingen
-99
-2.212 -2.271 1.303
Structurele effecten jaarstukken 2025 en bestuursrapportage 2026
-35
-35
Eindstand na structurele effecten jaarstukken 2025 en bestuursrapportage 2026
-134
-2.247 -2.306 1.268
Eindstand PPN financieel beeld
-134
-2.247 -2.306 1.268
Autonome ontwikkelingen
-35
-35
We komen tot de volgende financiële resultaten: 2027 tekort € 0,1 miljoen 2028 tekort € 2,2 miljoen 2029 tekort € 2,3 miljoen 2030 overschot € 1,3 miljoen. Deze eindstanden zijn overigens nog indicatief en geven een meerjarig beeld. In dit overzicht is rekening gehouden met de cijfers op basis van "Kiezen voor de Toekomst" zoals voor de begroting 2026-2029 opgesteld. De beoogde besparingen (= voordelen) die we vanaf 2028 nog moeten realiseren lopen op van € 0,6 miljoen in 2028 naar € 6 miljoen in 2030. Deze beoogde (nog verder te concretiseren en definitief te besluiten) besparingen leiden er toe dat het tekort in de eerste drie jaren omslaat in een overschot in het jaar 2030. Let op: er is in deze perspectiefnota nog geen rekening gehouden met nieuwe wensen vanuit de coalitie, het college en/of ambtelijke organisatie. Helaas biedt de Voorjaarsnota van het Rijk niet veel extra financiële ruimte voor gemeenten. In het kader van "Kiezen voor de Toekomst" is voor nieuw beleid weliswaar voor 2028 € 0,5 miljoen opgenomen oplopend naar € 1 miljoen vanaf 2029 maar daar staat ook een inkomstenverhoging tegenover van € 1 miljoen voor 2028 oplopend naar € 2 miljoen vanaf 2029. Conclusie is dat we voor nieuwe ambities de financiële ruimte ook vooral moeten vinden binnen de eigen begroting. 15
Toelichting op tabel Uitwerking op basis van technische uitgangspunten 1. en 2. Loon- en prijsontwikkelingen Voor de raming van de loonkosten van het ambtelijk personeel vormen de cao-afspraken het uitgangspunt. De huidige cao loopt tot en met 31 maart 2027. In de cijfers zoals hierboven weergegeven doen we een aanname van een stijging van 2% per 1 april 2027 en 2% per 1 oktober 2027. Daarnaast is een bedrag opgenomen voor de jaarlijkse periodieken. Een aantal budgetten, zoals bijvoorbeeld subsidies en inkoop van goederen en diensten, compenseren we voor prijsstijgingen. We hanteren daarbij het consumentenprijsindexcijfer op basis van de laatste gegevens van het Centraal Economisch Plan. De raming uit februari 2026 geeft een inflatiecorrectie van 2,1% voor 2027 weer. Aan de inkomstenkant dus voor de gemeentelijke heffingen zoals de onroerend zaakbelastingen en ook voor de overige tarieven hanteren we hetzelfde percentage aan inflatie. 3. Gemeentefonds a. De vastgestelde begroting 2026-2029 is gebaseerd op de meicirculaire 2025. Nadien is nog de september- en decembercirculaire 2025 ontvangen. b. De compensatie voor lonen en prijzen die we via het gemeentefonds ontvangen, is gebaseerd op het bruto binnenlands product. Dat is helaas onvoldoende om onze "eigen" loon- en prijsstijgingen volledig op te kunnen vangen. c. Hier staan de effecten uit de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk.
4. Dekkingsreserve zwembad Bij de begroting 2026 is een 'dekkingsreserve kapitaallasten zwembad' ingesteld. Van de geraamde investering van € 33,5 miljoen zoals opgenomen in de begroting 2026-2029 kan met de inzet van deze reserve ongeveer 2/3 van het totale investeringskrediet worden opgevangen. Dat betekent dat we bijna € 1,1 miljoen aan kapitaallasten minder hebben vanaf 2030. Het investeringsbedrag is overigens nog gebaseerd op het eerdere scenario onderzoek uit 2023, waarbij het gemiddelde is genomen van de varianten vernieuwbouw en nieuwbouw en is geïndexeerd naar prijspeil 2029. Autonome ontwikkelingen Gemeenschappelijke regelingen De opgenomen bedragen zijn gebaseerd op de ontvangen meerjarenbegroting 2027 van Reestmond, GGD Drenthe/SamenDrenthe, Omgevingsdienst Drenthe en de Veiligheidsregio. Areaaluitbreiding Meppel groeit en verandert. De openbare ruimte groeit en verandert mee. Meer areaal betekent meer onderhoud. Het opgenomen bedrag aan areaaluitbreiding betreft groen en spelen, wegen en openbare verlichting.
16
Bovenmatige prijsstijgingen Sociaal domein De prijsstijgingen bij de Jeugdhulp en de Wmo zijn hoger dan de algemeen gehanteerde prijsindex van 2,1%. De verhoging is gebaseerd op contractuele verplichtingen. Overige autonome ontwikkelingen Voor het beheer van De Plataan is jaarlijks € 250.000 nodig. In de meerjarenbegroting is daarvoor € 166.000 per jaar beschikbaar. Aanvullend wordt nu € 84.000 gevraagd. De kapitaallasten van de vernieuwbouw Ogterop schuiven een jaar op. Dit levert in 2028 een voordeel op van € 1,25 miljoen. Structurele effecten jaarstukken 2025 en bestuursrapportage 2026 De aanpassingen op basis van de jaarstukken 2025 en de bestuursrapportage 2026 die structureel van aard (en ook gelden voor de latere jaren) staan hier vermeld.
17