CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.95.1 College - 53.1 Bijlage - Meerjarenbegroting Stichting de GKB 2026

1 - RAADSVERGADERING 25 september 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen4.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meerjarenbegroting Stichting de GKB 2026 – 2028 Augustus 2025

1

Inhoud Inleiding ......................................................................................................................................................... 2 Aanleiding .................................................................................................................................................. 2 Stichting de GKB......................................................................................................................................... 3 Resultaat 2025 ............................................................................................................................................... 5 Exploitatieresultaat 1e halfjaar 2025.......................................................................................................... 5 Opbrengsten .......................................................................................................................................... 5 Kosten .................................................................................................................................................... 6 Begroot resultaat 2025 ..............................................................................................................................

6 Transitiekosten 2025 .................................................................................................................................. 7 Openingsbalans 1-1-2026 .............................................................................................................................. 8 Toelichting Balansposten ......................................................................................................................... 10 Financiering Stichting De GKB...................................................................................................................... 11 Weerstandsvermogen (Eigen vermogen) ................................................................................................ 11 Vreemd vermogen ................................................................................................................................... 14 BNG ...................................................................................................................................................... 14 Begroting 2026 – 2028 ................................................................................................................................. 14 Toelichting opbrengsten ..........................................................................................................................

15 Toelichting kosten .................................................................................................................................... 16 Cashflow .................................................................................................................................................. 17 Bijlagen ........................................................................................................................................................ 19 Bijlage 1 Geprognotiseerde balans ultimo 2026, 2027 en 2028 .............................................................. 19 Bijlage 2 Overzicht Materiële vaste activa 2026 ...................................................................................... 22

Inleiding Aanleiding Eind vorig jaar is door de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Kredietbank van de gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel, (hierna GR GKB) een bedrijfsplan gepresenteerd onder de naam: businessplan 2025 Stichting de GKB. Dit document is als onderbouwing meegestuurd met de OR adviesaanvraag van december 2024 met de intentie de activiteiten van de GR GKB om moverende 2

redenen (hier niet verder uitgewerkt) over te zetten naar een nieuw op te richten Stichting de GKB. Naast een uiteenzetting van de strategie bestond de financiële basis van dit businessplan vooral uit een cijfermatige analyse uit 2023 met de cijfers van 2022 als grondslag. Dit plan met haar onderbouwing was voor de ondernemingsraad van de GR GKB (OR) niet duidelijk genoeg, wat geleid heeft tot vragen aan de GR GKB. De beantwoording daarvan in de eerste maanden van 2025 gaf de OR onvoldoende comfort om tot een positief advies te kunnen komen. De meeste punten, waaronder een goed sociaal plan voor de medewerkers, zijn in overleg opgelost. Vooral de financiële robuustheid van de nieuwe Stichting de GKB vraagt om meer duidelijkheid en staat nog open. De OR heeft daarom het Dagelijks bestuur van de GR GKB (hierna DB GKB) verzocht om naast het startkapitaal (eerder omschreven als de ‘bruidsschat’) de berekende bovenformatieve bijdrage uit het eerdere plan onvoorwaardelijk bij aanvang van de stichting de GKB in één keer vooraf uit te betalen, zonder verrekening achteraf. Op dit moment is dat het enige punt van verschil dat nog open staat om tot een positief advies te kunnen komen. De OR en het DB GKB hebben een aantal keren overlegd om tot een oplossing te komen. Dat is nog niet gelukt.

De OR heeft in beginsel geen bezwaar tegen overgang naar een stichting, maar wil vooraf een solide basis van die stichting gegarandeerd zien. Het DB GR wil niet zomaar overgaan tot vooraf onvoorwaardelijk uitbetalen van de bovenformatieve bijdrage.

Stichting de GKB Intussen is op 21 juli 2025 Stichting de GKB opgericht. De meerjarenbegroting die nu voorligt, is een begroting, geschreven vanuit het perspectief van deze nieuwe stichting in opdracht van de nieuwe bestuurder. Doel is inzicht geven in de toekomstbestendigheid incl. het benodigde weerstandsvermogen bij aanvang. De exploitatiecijfers (resultaat gecorrigeerd voor kosten die verband houden met de transitie van GR naar stichting) tot en met het eerste halfjaar van 2025 zijn hierin als uitgangspunt genomen. De intentie is om hiermee voor partijen een duidelijk en actueel beeld te geven van de financiële toekomst van de Stichting de GKB. De beleidsuitgangspunten uit het vorige businessplan vragen nu niet direct om een aanpassing. In deze begroting beperken we ons daarom ook tot het onderbouwen van de robuustheid van de Stichting de GKB en het benodigde beschikbare weerstandsvermogen bij aanvang om een gezonde financiële start te kunnen maken. Dat betekent ook dat we een andere presentatie laten zien voor het berekenen van het benodigde beschikbare weerstandsvermogen voor de Stichting de GKB. We voegen de in eerdere rapportages gebruikte en berekende begrippen ‘bruidsschat’ en bovenformatieve bijdrage samen in het vanaf nu gebruikte begrip beschikbaar weerstandsvermogen.

Via de methodiek uit het BVV 1 is uitgaande van een inschatting van de grootste risico’s en daarbij passende wegingsfactoren het benodigde beschikbare weerstandsvermogen bepaald. (Dus een op risicoanalyse gebaseerde berekening) Hoewel de stichting straks niet onder het BVV valt, is dit wel een

1 Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies, onderdeel bepaling weerstandsvermogen en Besluit risicobeheersing

3

hele duidelijke en herkenbare methode om tot een onderbouwd benodigd beschikbaar weerstandsvermogen te komen. Het betreft dezelfde methodiek die ook toegepast wordt door de Stadsbank Oost Nederland (SON). Onderdelen als tijdelijk extra personeel bij wegvallende omzet (bovenformatief) en met vertraging in de berekende prijzen kunnen inspelen op kostenstijgingen (door de OR ook wel benoemd als verliescompensatie) zitten daar nu in verwerkt. Samenvattend laten de andere presentatie van het benodigde beschikbare weerstandsvermogen in combinatie met de meerjarenbegroting een toekomstbestendige Stichting de GKB zien. Assen, 6 augustus 2025

4

Resultaat 2025 Exploitatieresultaat 1e halfjaar 2025

Figuur 1 Financiële rapportage 1e halfjaar 2025

Opbrengsten Het eerste halfjaar van 2025 laat een bescheiden positief resultaat zien, maar een enorme verbetering ten opzicht van het eerste halfjaar van 2024. De dalende trend in opbrengsten van kredietverlening zet zich in 2025 door, gedreven door het krimpen van de kredietportefeuille. De opbrengsten van Schuld Oplossen zijn gestegen door de algemene tariefsverhoging, het schrappen van de (10%)korting voor GR gemeenten en een stijging in het aantal dossiers van circa 5%. 5

De opbrengsten van budgetbeheer zijn gestegen door de algemene tariefsverhoging, het schrappen van de (10%)korting voor GR gemeenten en een bescheiden stijging in het aantal dossiers. De opbrengsten van Beschermingsbewind zijn gestegen door de verhoging van de wettelijke tarieven, het aantal dossiers is ongeveer gelijk gebleven. De totale opbrengsten liggen hiermee circa tweehonderdduizend (200.000) euro hoger dan in het eerste halfjaar van 2024.

Kosten In het eerste halfjaar van 2025 beginnen de effecten van het in dienst nemen in plaats van inhuren zich steeds duidelijker af te tekenen. De personeelskosten stijgen en de kosten van inhuur dalen, het totaal van beide is 145 duizend euro lager dan in de eerste helft van 2024. Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting voor 2025 gaat de verschuiving inhuur naar vast personeel iets minder snel dan begroot in het eerste halfjaar. De overige algemene kosten zijn circa 80 duizend euro lager dan in de eerste helft van 2024, voornamelijk door lagere kosten voor betalingsverkeer (60 duizend euro). Hiermee wordt duidelijk dat de ingezette aanpak in het tweede halfjaar van 2024 van een aantal tot dan structurele financiële problemen binnen de GKB effect heeft. Het werken naar kostendekkende tarieven, het schrappen van de kortingsregeling (10%) voor de GR gemeenten en werken met meer eigen personeel, geven zicht op een Stichting de GKB die bij de start in 2026 financieel gezond kan zijn.

Begroot resultaat 2025 Het begroot resultaat voor 2025 laat ook een zeer bescheiden winst zien. Naar verwachting is de omzet van het eerste halfjaar een goede proxy voor de omzet van het tweede halfjaar. Het eerste kwartaal is over het algemeen wat sterker, het tweede en derde kwartaal wat lager en het vierde kwartaal weer wat sterker. Er is dus wel sprake van een seizoenpatroon, maar dit seizoenpatroon heeft nauwelijks invloed op de verdeling van opbrengsten tussen het eerste en het tweede halfjaar. Naar verwachting vallen de personeelskosten in het tweede halfjaar hoger uit dan in het eerste halfjaar. Het aantal mensen in loondienst ligt in verhouding iets hoger en de externe inhuur naar verhouding iets lager. Ook vallen de effecten van de CAO-verhogingen hoofdzakelijk in het tweede halfjaar.2 De dalende trend in inhuurkosten zet zich naar verwachting door in het tweede halfjaar. Overige personeelskosten liggen naar verwachting in het tweede halfjaar wat hoger dan in het eerste halfjaar, vooral door het zwaartepunt van nog te volgen opleidingen in het vierde kwartaal. De afschrijvingen liggen naar verwachting in het tweede halfjaar lager dan in het eerste halfjaar. Een aantal activa bereiken het einde van hun theoretische economische levensduur. Vervangingsinvesteringen zullen naar verwachting niet meer in 2025 plaatsvinden.

De overige kosten liggen naar verwachting iets hoger dan in het eerste halfjaar.

2 Bron CAO SGO 2025-2027

6

Transitiekosten 2025 De resultaten 2025 zijn geschoond voor directe transitiekosten (tot eind juni 2025 44.000 euro voor ORadvies, juridisch advies, extra inhuur als direct gevolg van de transitie etc.) Deze worden direct doorbelast aan de GR-gemeenten. In verband met de transitie is dit jaar nog wel sprake van hogere kosten voor inhuur in plaats van dienstverband, onder andere door de externe inhuur van een controller en bewindvoerder. De verder begrote transitiekosten komen in deze begroting voor de Stichting de GKB niet terug. Deze worden meegenomen in de actualisatie van het oorspronkelijke liquidatieplan/de liquidatiebegroting voor de Gemeenschappelijke Regeling. (Die kan nu nog niet opgeleverd worden omdat hiervoor o.a. nog een bouwkundige inventarisatie gemaakt moet worden van het onroerend goed)

7

Openingsbalans 1-1-2026

Figuur 2 - Geprognotiseerde openingsbalans

8

Toelichting Balansposten 1) Materiële vaste activa a. Bestaande hardware in GR geprognotiseerde boekwaarde 140k ultimo 2025 b. Bestaande inventaris in GR geprognotiseerde boekwaarde 123k ultimo 2025, +20k kleine vervangingsinvesteringen nog in 2025 c. Bestaande huurdersverbeteringen in GR geprognotiseerde boekwaarde 61k 2) Leningen u/g - Per 30/06/25 is de waarde van de leningen portefeuille 2.148k EUR, de afname in het eerste halfjaar van 2025 is circa 166k, verwachte waarde ultimo 2025 circa 2.000k EUR. 3) Per 30/06/2025 is de waarde van de doorlopende kredieten (DK) 104k eur, de afname in het eerste halfjaar 2025 is circa 30k en in principe worden geen nieuwe DK’s verstrekt, verwachte waarde circa 75k EUR. 4) Voorziening incourante leningen bedraagt 60k ultimo 2024. Verwachting is dat dit afdoende is per ultimo 2025. 5) Vorderingen op openbare lichamen – de facturering aan deelnemende gemeenten vindt ieder halfjaar op voorschotbasis plaats. Per 1-1-2026 bestaat er dus een vordering op de deelnemende gemeenten. (en aan de andere kant van de balans een verplichting voor nog te verrichten werkzaamheden). 3 6) Cliëntgelden, betreft middelen van cliënten gestald op verzamelrekeningen op naam van de GKB. Hier tegenover staat een verplichting van gelijke grootte. 7) Liquide middelen – betreft de girale en contante middelen ter onmiddellijke beschikking van de GKB.

De GKB zal zekerheidshalve ook over een aanvullende rekeningcourant faciliteit moeten beschikken. De liquide middelen dienen ook ter dekking van de te verrichten doorbetalingen. In februari en juli, zal de liquiditeitspositie van de GKB op zijn gunstigst zijn, als de voorschotfacturen betaald worden. Het gestorte eigen- / weerstandsvermogen is hier al inbegrepen in de liquide middelen. 8) Algemene reserve – In de presentatie van de openingsbalans is dus leeg gelaten. Er is voor gekozen het te storten vermogen te presenteren als weerstandsvermogen en de Algemene reserve om de cumulatieve resultaten weer te geven. Dit om lezers makkelijker in de gelegenheid te stellen scenario’s te verwerken. 9) Weerstandsvermogen – het te storten weerstandsvermogen bij aanvang van Stichting De GKB. NB ook de algemene reserve wordt ook tot het weerstandsvermogen gerekend. NB de aanname is hier dat het weerstandsvermogen op 1 januari 2026 aanwezig en gestort is. 10) Bestemmingsreserve mobiliteit – een in de GR gecreëerde bestemmingsreserve t.b.v. 3 De vordering in verband met de bevoorschottingsfacturen aan de deelnemende gemeenten per 1 januari bevat de helft van de

begrote omzet voor het jaar voor: de vergoeding per kredietaanvraag, de schuldhulpverlening, budgetbeheer, budgetcoaching, extra begeleiding jongeren en nazorg. In 2026 loopt de vergoeding voor beschermingsbewind via de bijzondere bijstand, daarnaast is er de omzet van zogenoemde zelfbetalers die maandelijks direct aan de GKB betalen, de vergoedingen in de categorie projecten worden separaat gefactureerd.

10

arbeidsmobiliteit. 11) Bestemmingsreserve ICT investeringen – Bestemd vermogen voor noodzakelijke investeringen in ICT. 12) Voorzieningen – Betreft de voorzieningen voor vakantie-uren en verlofsparen. 13) Langlopende leningen – Betreft de tot 2030 lopende bullit lening bij de BNG, waarvan we hebben aangenomen dat deze kan worden meegenomen naar de Stichting de GKB. 14) Doorbetalingen – betreft doorbetalingen aan schuldeisers te doen door de GKB 15) Gelden van derden – betreft de verplichting jegens cliënten uit hoofde van voorheen beheerde middelen (zie punt 6) 16) Vooruitontvangen SHV – betreft de verplichting aan deelnemende gemeenten tot verrichten van schuldhulpverlening welke per voorschot gefactureerd is.

Financiering Stichting De GKB Weerstandsvermogen (Eigen vermogen) De gemeenschappelijke regeling GKB heeft praktisch geen eigen vermogen. De afgelopen jaren zijn de opgelopen verliezen door de GR gemeenten aangevuld zodat het eigen vermogen niet structureel negatief werd. Doelstelling van alle betrokken partijen is de totstandkoming van een financieel robuuste stichting. Een stichting die “haar eigen broek op kan houden”. Een stichting die in staat is zelfstandig te opereren, tegenvallers kan opvangen en kan blijven investeren om de dienstverlening richting inwoners van de deelnemende gemeenten continue te verbeteren. Om echt zelfstandig te opereren zijn twee zaken van belang: Op korte termijn reserves of garanties om tegenvallers op te vangen en op lange termijn een gezonde exploitatie die de middelen genereert om reserves op te bouwen of aan te vullen en investeringen te doen. In de openingsbalans van de Stichting is eigen vermogen opgenomen. Dit eigen vermogen bestaat uit een door de GR gemeenten toegezegde vermogensstorting á 766.800 EUR. Daarnaast is het volledige bedrag van de zogenoemde bovenformatieve formatie-bijdrage opgenomen. Deze bijdrage zou gedurende de eerste drie jaren, door de GR gemeenten worden gedaan om de Stichting in de gelegenheid te stellen haar organisatie in te richten naar de nieuwe omstandigheden.

De hierna gepresenteerde berekening van het benodigde beschikbare weerstandsvermogen van de stichting De GKB geeft de noodzaak weer van het uitgangspunt om beide bijdragen vanaf de start mee te nemen als eigenvermogen. De bovenformatieve formatie-bijdrage was in eerder opgeleverde rapporten uiteindelijk begroot op 807.500 EUR: 297.500 EUR in de eerste twee jaren en 212.500 in het derde jaar. De OR van de GR GKB heeft zich in de laatste gesprekken met het bestuur van de GR op het standpunt gesteld dat zij deze bijdrage graag vooraf en onvoorwaardelijk als noodzakelijk eigen vermogen ter ondersteuning van de robuustheid van de stichting gestort zou zien.

11

Het totaal door de drie GR gemeenten ter beschikking te stellen eigen vermogen komt hiermee op 1.574.300 euro. In deze meerjarenbegroting laten we zien wat dit betekent voor de Stichting. De GKB kampt met ernstig verouderde ICT-systemen en investeringen hierin zijn op korte termijn noodzakelijk. We stellen daarom voor tweehonderdduizend euro van het eigen vermogen te bestempelen als bestemmingsreserve ICT investeringen, dit wil zeggen dat deze middelen alleen aangewend mogen worden voor dit doel. Er bestaat nog een Bestemmingsreserve mobiliteit á 35k EUR welke naar verwachting niet wordt gebruikt in 2025 en mee zal gaan naar de Stichting. Gebaseerd op de methodiek gehanteerd door de Stadsbank Oost Nederland (SON) 4hebben we voor de Stichting de GKB een inschatting gemaakt van het benodigde beschikbare weerstandsvermogen. Tot het weerstandsvermogen wordt het eigen vermogen waarover vrij beschikt kan worden om tegenvallers op te kunnen vangen gerekend, inclusief het nog niet verwerkte resultaat van het betreffende boekjaar. Voor de GKB is dit het gehele eigen vermogen, minus de bestemmingsreserves. De bestemmingsreserves zijn altijd geoormerkt voor een specifieke bestemming en kunnen in beginsel niet worden gebruikt om tegenvallers op te vangen. Het benodigde weerstandvermogen wordt bepaald op basis van een inventarisatie van risico’s.

Van elk significant risico wordt een inschatting gemaakt van de kans dat de gebeurtenis zich voordoet en de financiële impact als de gebeurtenis zich voordoet. Onderstaand zijn de verschillende categorieën in tabellen weergegeven.

Figuur 3 - Kans categorieën

Figuur 4 - Risicobandbreedtes

Risico’s worden uitgedrukt in een bandbreedte categorie, uitgedrukt als een percentage van de totale begroting.

4

Met als basis het eerder genoemde Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies

12

Voor de Stichting de GKB zijn in een eerste risico inventarisatie de volgende risico’s onderkend:

Figuur 5 - Onderkende risico's

Opvallend, maar niet vreemd tijdens de start van de Stichting, is dat de onderkende risico’s zijn ingeschat met een hoge waarschijnlijkheid van voordoen en een relatief hoge impact. De genoemde risico’s zijn die risico’s die de Stichting niet tegen acceptabele lasten kan verzekeren of anderszins in voldoende mate kan verminderen. In deze risicoafwegingen is het effect van tijdelijke fte’s boven formatie door wegvallen omzet meegerekend, net als het niet meteen door kunnen belasten van verliezen (lees niet kostendekkende tarieven in een lopend jaar) De verhouding tot het benodigde weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in verhouding tot het beschikbare eigen vermogen. Het weerstandsvermogen wordt in de door SON gebruikte methodiek bestempeld als voldoende wanneer het zich binnen een bandbreedte van 1 tot 1,4 maal het benodigde weerstandsvermogen bevindt. In de onderstaande tabel is te zien dat het weerstandsvermogen in eerste instantie onder deze gewenste bandbreedte zit en zich gedurende de komende jaren naar de bovenkant van deze bandbreedte beweegt.

Figuur 6 - Ontwikkeling weerstandsvermogen

Het is belangrijk op te merken dat als één of meer van deze risico’s zich voordoet, iets wat op basis van de gemaakte inschatting bijna onvermijdelijk is in de komende jaren, dat dit direct ten laste komt van het beschikbare weerstandsvermogen. We merken hierbij ook op dat de risico’s dynamisch zijn en jaarlijks opnieuw herijkt moeten worden. Dat kan betekenen dat in de toekomst meer of minder weerstandsvermogen noodzakelijk is afhankelijk van de gedetecteerde risico’s en de daaraan gekoppelde wegingsfactor.

13

Vreemd vermogen BNG De GR GKB is op dit moment gefinancierd met vreemd vermogen in de vorm van een lange lopende lening van 1,4 miljoen euro aflopend in 2030 en een rekeningcourant faciliteit á 5,5 miljoen euro bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Langlopende lening Ook Stichting de GKB zal vreemd vermogen nodig hebben voor haar financiering. De huidige lang lopende lening zou zij van de GR kunnen overnemen, dit zou haar voor de eerste jaren voorzien van structurele financiering tegen gunstige voorwaarden. Er dient rekening mee gehouden te worden dat deze lening in 2030 in zijn geheel ineens terugbetaald moet worden. De Stichting moet dus op dat moment over voldoende liquide middelen beschikken om dit te doen. Hetzij door voldoende liquide middelen op te bouwen, hetzij door tijdig een nieuwe lening aan te trekken. Rekening Courant Naast de langlopende lening beschikt de GR over een rekening courant faciliteit á 5,5 miljoen euro. In het voorliggende scenario zou de Stichting de GKB geen structureel beroep op de rekening courant faciliteit hoeven te doen. Vanwege de manier waarop zij de eerste jaren financieel gestructureerd zal zijn, achten wij het noodzakelijk dat zij wel een beroep kan doen op een dergelijke faciliteit. De GKB factureert de deelnemende gemeenten ieder halfjaar per voorschotfactuur.

In januari factureert zij circa zes maanden ineens aan de deelnemende gemeenten, In het beste scenario ontvangt zij in februari de gelden. Ongeacht of zij deze gelden tijdig ontvangt, zal de Stichting salarissen en crediteuren moeten betalen. Dekking door Garanties Gemeenten Uit verkennende gesprekken is tot op heden de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) als meest passende verstrekker van vreemd vermogen voor de Stichting naar voren gekomen. De BNG kan enkel financiering verstrekken als er sprake is van een garantiestelling door één of meer Nederlandse gemeenten of provincies. De drie GR gemeenten hebben zich bereid verklaard garant te staan gedurende het eerste jaar of zolang als nodig is. Dat betekent dat de Stichting de GKB in 2026 zal moeten verkennen hoe deze garanties in de toekomst vorm gegeven kunnen worden. Dit komt t.z.t. terug op de agenda van de Raad van Publiek Belang van de stichting.

Begroting 2026 – 2028 De meerjarenbegroting is in hoofdlijnen gebaseerd op de situatie in de GR in het eerste halfjaar 2025. Hieronder gaan we meer gedetailleerd in op de verschillen tussen de huidige situatie en de begroting 2026. De begrotingen 2027 en 2028 zijn vooral een voortzetting van de in 2026 ingezette richting. 14

Het eerste halfjaar van 2025 is als uitgangspunt genomen voor de begrotingen van de komende jaren. We zijn van mening dat dit positief realistisch is, echter de verzelfstandigde GKB staat ook voor aanzienlijke risico’s. Het wegvallen van één of meer gegevens, het uitvallen van sleutelfiguren in de organisatie en het onverwacht extern moeten inhuren van mensen, kan voor aanzienlijke tegenvallers zorgen.

Toelichting opbrengsten In 2026 verwachten we dat de opbrengsten voor kredietverlening aanzienlijk hoger uitvallen. Hoofdzakelijk vanwege het invoeren van een vergoeding per kredietaanvraag, welke wordt gedempt door het verlagen van de rente op nieuwe leningen en de dalende omvang van de kredietportefeuille. De opbrengsten voor BBR en TSO nemen toe met de reeds besproken tariefsverhoging van 5,16%, uitvoorzichtigheid hebben we rekening gehouden met een daling van de aantallen van 2%. Bij de opbrengsten van beschermingsbewind hebben we rekening gehouden met een stijging van de wettelijke tarieven met drie procent, maar ook met een daling van de aantallen van eveneens drie procent, waardoor de totale opbrengst nagenoeg gelijk blijft. Vanaf 2025 zet de GKB expliciet in op budgetcoaching, extra begeleiding van jongeren en nazorg trajecten om kwetsbare groepen nog beter te bedienen en de effectiviteit van hulpverlening op de lange termijn nog beter te garanderen. We zien echter ook een ontwikkeling waarbij gemeenten dit zelf intern 15

willen organiseren, in eerste instantie zijn we hier voorzichtig in het inschatten van de opbrengsten van deze activiteiten. We zijn positief over de verwachte opbrengsten van preventieprojecten op de lange termijn. We verwachten hier nog meer inwoners te bereiken en nog effectiever samen te gaan werken met onze ketenpartners, wat ook leidt tot een bescheiden financiële meeropbrengst. In 2025 is er nog sprake van circa honderdduizend euro aan huuropbrengsten. Omdat het eigendom van het pand in de GR blijft, is hier vanaf 2026 geen sprake meer van.

Toelichting kosten Onder kosten ten behoeve van de omzet zijn de directe kosten van preventieprojecten opgenomen. Dit bevat bijvoorbeeld de inzet van acteurs, technici of ontwikkelaars voor voorstellingen, het opnemen van podcasts of het ontwikkelen van een app. De personeelskosten gaan naar verwachting omhoog in 2026. Enerzijds door een verwachte CAO verhoging en de periodieke verhoging. Daarnaast gaan we er vanuit in 2026 de gewenste verhouding van circa 95% eigen personeel en 5% inhuur. We liggen nu, in augustus 2025, goed op schema om dit in 2026 te bereiken. Sturen op een dergelijke verhouding betekent dat de GKB flexibiliteit moet inbouwen in haar personeelsbestand, deels door te werken met tijdelijke contracten, deels door flexibiliteit in inzetmogelijkheden voor personeel te creëren en een ruimte in haar personeelsbestand te scheppen. Mede vanwege het niet in aftrek kunnen brengen van btw, leidt dit toch tot lagere kosten dan wanneer er wordt ingehuurd. De kosten voor inhuur zijn dan ook aanzienlijk lager begroot voor 2026. De overige personeelskosten stijgen naar verwachting, mede door de stijging in personeel in zijn algemeen, maar voornamelijk ook doordat er meer aandacht moet zijn voor opleidingen van bestaand en uiteraard nieuw personeel.

De huisvestingskosten zullen naar verwachting beperkt stijgen, mede doordat er de afgelopen jaren te weinig aandacht is geweest voor de huisvestingsituatie. Er zal een inhaalslag gemaakt moeten worden in schoonmaak en klein onderhoud. In de huisvestingskosten is uitgegaan van een huur van 99.196 EUR per jaar en voor de servicekosten van 45m2 exclusief btw en een gehuurde oppervlakte van 1030 vierkante meter. Op dit moment is de GR GKB eigenaar van 2539 vierkante meter van het pand exclusief gemeenschappelijke ruimtes, waarvan zij 878 vierkante meter verhuurt aan het OV-bureau. Hierdoor ligt het totale deel van de kosten van het pand waarvoor de GR GKB nu staat, aanzienlijk hoger dan in 2026 voor de Stichting de GKB. Ondanks het feit dat de GKB straks huur verschuldigd is, blijven de totale huisvestingskosten naar verwachting op een vergelijkbaar niveau. De afschrijvingen dalen door het wegvallen van de afschrijvingen op het gebouw met circa 112 duizend euro en doordat een aanzienlijk deel van de activa in 2025 volledig afgeschreven is. In de tweede helft van 2026 gaan we naar verwachting grote investeringen in de ICT doen en investeringen in de inrichting van het pand. Deze investeringen zijn voor een halfjaar meegerekend in de verwachte afschrijvingen voor 2026. Vanaf 2027 stijgen de afschrijvingen door omdat de investeringen uit 2026 een volledig jaar

16

afschrijven. Voor 2027 en 2028 is rekening gehouden met beperkte vervangingsinvesteringen van dertigduizend euro per jaar. De kosten voor interest en betalingsverkeer nemen naar verwachting af door het dalen van de behoefte aan externe financiering. Wel is rekening gehouden met een mogelijke stijging van het rentepercentage dat aan de stichting in rekening wordt gebracht. Voor 2027 en 2028 is rekening gehouden met een jaarlijkse stijging van de personeelsgerelateerde kosten van 4% per jaar en de overige kosten met 3%, met uitzondering van de kosten t.b.v. de omzet. Deze worden 1-op-1 doorbelast in de opbrengsten van projecten en zijn daarmee niet relevant.

Cashflow Om levensvatbaar te zijn op lange termijn is het uiteraard noodzakelijk dat de tarieven van de stichting kostendekkend zijn. Dat wil niet altijd zeggen dat er voldoende middelen zijn om aan alle verplichtingen te voldoen en de gewenste investeringen te kunnen doen. Op basis van de begrotingen van de baten & lasten en de geprojecteerde balansen voor de komende jaren zijn onderstaande kasstroomoverzichten opgesteld.

17

Deze kasstroomoverzichten zijn een versimpelde weergave van de werkelijkheid. In de onderliggende balansen is ervan uitgegaan dat het niveau van de meeste balansposten stabiel blijft over de jaren. In werkelijkheid zullen hier van jaar op jaar schommelingen in zijn maar over meerdere jaren zullen de meeste van deze schommelingen elkaar opheffen. Belangrijke aannames hier zijn dat de omvang van de lening portefeuille zich stabiliseert op het verwachte niveau van 2026. Een groei van de uitstaande leningen zal een negatieve kasstroom tot gevolg hebben en een verder krimp van de uitstaande leningen zal in de eerste jaren tot een hogere kasstroom leiden. De weergegeven kasstroom voor 2026 wijkt af van 2027 en 2028. De kasstroom 2026 ziet op de mutaties tussen de balans per 1-1-2026 en die per 31-12-2026. De overige jaren zien op het verschil tussen de balans per 31-12 van het betreffende jaar en het voorgaande jaar. Een subtiel verschil, maar wel relevant. Waar we veronderstellen dat er op 1 januari een vordering en verplichting ontstaan vanwege de bevoorschottingsfactuur voor het eerste half jaar, veronderstellen we per 31 december van het jaar dat er geen vordering of verplichting meer bestaat, van daar de grote, elkaar opheffende mutaties in het werkkapitaal.

Op 1 januari 2026 nemen we aan dat de stichting geen overige schulden heeft, terwijl er op 31 december van dat jaar wel overige schulden zullen zijn (denk aan crediteuren, te betalen loonheffing en pensioenen), in het eerste jaar leidt dit tot een positieve kasstroom.

18

Bijlagen Bijlage 1 Geprognotiseerde balans ultimo 2026, 2027 en 2028

19

20

21

Bijlage 2 Overzicht Materiële vaste activa 2026

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=f7c1de6c-ff74-4a18-a8d7-af4b6bc13bbe