1.7.1 Bijlage College - 48.1 VTH HUP 2024 (Definitief)
Tekst van het document
VTH-Uitvoeringsprogramma 2024 (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving)
1
Inhoudsopgave Voorwoord ........................................................................................................................... 3 1
Inleiding .................................................................................................................... 5
2
Werkwijze en uitvoering ................................................................................................ 15
3
Kader Vergunningverlening ............................................................................................ 28
4
Kader bouwen en wonen (Toezicht & Handhaving) ............................................................... 32
5
Kader openbare ruimte ................................................................................................. 42
6
Kader Ondermijning ..................................................................................................... 45
7
Kader Milieu ............................................................................................................. 48
8
Monitoring en evaluatie ................................................................................................. 51
Bijlages .............................................................................................................................. 52
2
Voorwoord Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (hierna: VTH-uitvoeringsprogramma) over het jaar 2024 van de gemeente Meppel. Hierin worden de geprioriteerde handhavingstaken voor 2024 op het terrein van de fysieke leefomgeving beschreven. Het belangrijkste wettelijk kader is hiervoor vanaf 1 januari 2024 de Omgevingswet. Het VTH-uitvoeringsprogramma is wettelijk verplicht en wordt jaarlijks door het college vastgesteld en verzonden aan de gemeenteraad. In dit uitvoeringsprogramma staat waar we in 2024 mee aan de slag gaan op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. Het beschrijft hoe vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de gemeente Meppel georganiseerd zijn. Daarnaast geeft het inzicht in de reguliere en te verwachten taken voor 2024. De uitvoering van deze taken vinden plaats onder de werking van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Er moeten jaarlijks keuzes worden gemaakt: Prioriteitenstelling Het VTH-takenpakket is erg breed en omvangrijk, maar we kunnen echter niet overal tegelijk zijn om deze taken uit te voeren. Daarom moeten er ieder jaar weer keuzes worden gemaakt. Om te bepalen waar de grootste risico’s zitten wordt gewerkt met een risicoanalyse. Op basis van die risicoanalyse zijn de gemeentelijke prioriteiten vastgesteld voor de komende beleidsperiode.
Voor dit VTH-uitvoeringsprogramma, en daarmee voor de uitvoering, zijn de risicoanalyse en prioriteitenlijst dan ook het uitgangspunt. Van belang is te weten dat de risicoanalyse een dynamisch document is. Voor 2024 kunnen de effecten en keuzes rondom de Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor de bouw bijvoorbeeld invloed hebben op de prioriteitstelling. Projecten waarop in eerdere jaren is ingezet zijn illegale bewoning en illegale bebouwing door de toezichthouders ‘Wabo’. Door de boa’s is ingezet op het handhaven van de Alcoholwet. Nu de gestelde doelen hierin nog niet volledig zijn behaald wordt hier ook in 2024 op ingezet. Hoewel elk geval anders is, geeft het vastgestelde beleid en dit uitvoeringsplan algemene beginselen en daarmee handvatten voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Vanuit de praktijk hoor je dat nog steeds veel gebeurt in ‘de waan van de dag’, aan de hand van ‘wat zich aandient’. Aan de hand van de actuele meldingen en klachten wordt aan de hand van de aard en omvang, de ernst en urgentie en het gevaar voor veiligheid of volksgezondheid prioriteiten gesteld ten aanzien van welke zaken het eerst behandeld worden. Een belangrijk aspect was om daar meer structuur in aan te brengen, zodat dat beschikbare capaciteit ook ingezet wordt op de onderwerpen voortvloeiende uit de risicoanalyse en prioritering.
Dat is in 2023 gebeurd en krijgt in 2024 een vervolg. Handhaving draagt bij aan de realisatie van vastgesteld beleid en maakt dan ook onderdeel uit van de beleidscyclus. De wettelijke taken, nu neergelegd in de Omgevingswet, de gemaakte beleidskeuzes en de beschikbare middelen en formatie maken nog steeds dat keuzes moeten worden gemaakt in de uitvoering van taken. 3
Inzetten op handhaving van alle overtredingen die zich voordoen binnen gemeente Meppel is dan ook een utopie. Handhaving is belangrijk voor de leefbaarheid en veiligheid binnen gemeente Meppel. Een voorbeeld van dit belang is dat de beslissing om niet tot handhaving over te gaan een precedent kan scheppen voor anderen. Dit kan leiden tot meer overtredingen van dezelfde soort en aard als de overtreding waarvoor geen handhavingstraject is opgestart. Dit kan een nadelige invloed hebben op de leefbaarheid en veiligheid binnen gemeente Meppel. Een goed uitgevoerd handhavingsbeleid draagt daarom ook bij aan de geloofwaardigheid van de overheid en de regels die zij stelt. Taken die structureel en planmatig worden uitgevoerd zijn vastgelegd in dit VTH-Uitvoeringsprogramma 2024, zoals dat ieder jaar gebeurt. Voor zaken met een lagere prioriteit wordt in de regel alleen gereageerd op klachten/meldingen of op verzoeken om handhaving. Veiligheid, gezondheid en het thema ‘ondermijning’ staan bij het maken van een keuze en het doen van inzet altijd voorop. Voor ondermijning geldt dat de gevolgen van ondermijning voorkomen in de gehele fysieke leefomgeving. We zien dat ondermijning zich voordoet in alle domeinen en dit kan ertoe leiden dat de reeds toegekende risicoscore de hoogste bestuurlijke prioritering krijgt toegewezen.
Doelen De belangrijkste algemene doelen van handhaving zijn ook voor 2024: • vermindering van veiligheidsrisico’s; • bewerkstelligen van rechtsgelijkheid en –zekerheid; en • bewaken van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Leeswijzer In hoofdstuk 2 vindt u een beschrijving van de wettelijke grondslag, de uitgangspunten en werkwijze bij de uitvoering van het toezicht op regelgeving en de handhaving hierop bij overtredingen. De daarop volgende hoofdstukken betreffen: 1. 2. 3. 4. 5.
Vergunningverlening; Bouwen en wonen (Toezicht & Handhaving) Openbare Ruimte Ondermijning; en Milieu
Elk hoofdstuk begint met een algemene korte beschrijving, vervolgens worden de doelen voor het lopende jaar benoemd. Dit wordt gevolgd met een beschrijving van hetgeen we gaan doen om de doelen te bereiken en hoeveel menskracht daarvoor wordt ingezet. Na vaststelling van dit VTH-uitvoeringsprogramma 2024 door het college van burgemeester en wethouders zal het ter kennisname worden aangeboden aan de gemeenteraad. Op grond van de bestuursovereenkomst interbestuurlijk toezicht (IBT) wordt het VTHuitvoeringsprogramma aan de provincie Drenthe gezonden ter toetsing.
4
1 Inleiding In dit hoofdstuk worden enkele algemene uitgangspunten omtrent vergunningverlening, toezicht en handhaving besproken. Het betreft aspecten die in het algemeen van invloed zijn op de taken binnen dit beleidsterrein. Ook wordt in dit hoofdstuk de risicoanalyse besproken en de daarop gebaseerde prioriteitenstelling.
Algemeen Dit VTH-uitvoeringsprogramma 2024 geeft inzicht in de handhavingstaken die de gemeente in 2024 uitvoert, welke capaciteit daarmee gemoeid is en wat de gewenste resultaten op het gebied van toezicht en handhaving zijn. De handhavingstaken voeren we uit conform de beleidsuitgangspunten uit het geformuleerde en te formuleren handhavingsbeleid en de concrete wettelijke verplichtingen en/of beleidsmatige beslissingen van het college, de burgemeester of de gemeenteraad. Daarin is inhoudelijk niet iets veranderd onder de werking van de Omgevingswet. Daar waar mogelijk is flexibiliteit ingebouwd, bijvoorbeeld om in te spelen op actuele ontwikkelingen. Handhaving draagt in het algemeen bij aan een leefbare, veilige en duurzame gemeente waar het prettig is om te wonen, werken en te verblijven. Daarbij is handhaving van het bestuursrecht wezenlijk voor de geloofwaardigheid van de overheid en regels die zij stelt. Een goed uitgevoerd handhavingsbeleid is daarvoor essentieel. Het programma voor de uitvoering van de handhaving vormt het hart van de beleidscyclus BIG 8. Ook onder de werking van de Omgevingswet.
De procescriteria zijn de eisen die worden gesteld aan de beleidscyclus bij de taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De procescriteria staan in het Omgevingsbesluit, in paragraaf 13.2.2 (artikelen 13.5 tot en met 13.11). Deze procescriteria vormen twee cycli, een beleidvormende (strategische) cyclus en een uitvoerende (operationele) cyclus. Op het snijvlak van beide cycli ligt dit uitvoeringsprogramma.
5
De beleidvormende cyclus is voornamelijk het domein van het bevoegd gezag. Hier worden de kaders geformuleerd voor het uitvoeringsprogramma. De uitvoerende cyclus ligt deels bij omgevingsdiensten en deels het bevoegd gezag zelf. De procescriteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn. Daarnaast moeten de criteria worden gebruikt bij het inrichten van de organisatie. De volgende procescriteria worden onderscheiden: • • • • • • •
de uitvoeringsstrategie (artikel 13.5 en 13.6) de handhavingsstrategie (artikel 13.5 en 13.6) het uitvoeringsprogramma (artikel 13.8) de uitvoeringsagenda (artikel 13.6) de uitvoeringsorganisatie (artikel 13.9) de borging van middelen (artikel 13.10) de evaluatierapportage (artikel 13.11)
Voorliggende uitvoeringsprogramma is gebaseerd op artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit. BIG-8 model is samenhangend geheel Het samenhangende geheel van beide cycli wordt ook wel BIG-8 genoemd. Dit model maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid ten behoeve van kwaliteitsborging samen met een sluitende planning- en controlcyclus. Door deze cycli te volgen, wordt de cyclus, die begint bij het opstellen van het beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van het beleid, gesloten. Het programma komt voort uit de probleemanalyse, prioriteiten en doelen en de daarbij gehanteerde strategie en wordt vastgesteld door ons college. Uit het programma volgt de monitoring en de verslaglegging (evaluatie). De verbetermaatregelen die voortkomen uit de evaluatie worden gebruikt als aanscherping en verbetering van de probleemanalyse en de prioriteiten. Dit maakt de beleidscyclus van de handhaving rond. In het VTH-uitvoeringsprogramma beschrijven we de geprioriteerde handhavingstaken op het gebied van de fysieke leefomgeving. Door het uitvoeren van adequate vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) dragen we, samen met inwoners, ondernemers en organisaties binnen de gemeente, bij aan een veilige, leefbare en duurzame gemeente. Zeker dat laatste is belangrijk gelet op de gemeentelijke ambities op het gebied van duurzaamheid.
Het gaat bij toezicht en handhaving om taken in het kader van het omgevingsrecht, zoals bouw, sloop en asbest, milieu, reclame en bomenkap. Het gaat daarnaast om taken in het kader van de APV, zoals toezicht op de openbare ruimte en openbare orde, en bijzondere wetten, bijvoorbeeld de Alcoholwet. Met een doelgerichte inzet van de toezicht en handhavingsinstrumenten wordt een actieve bijdrage geleverd aan een veilig en leefbaar Meppel. Binnen het handhavingsprogramma moeten keuzes gemaakt worden. Kiezen gaat dan vooral om de vraag “Waarop houden we systematisch en structureel toezicht en waarop op ad hoc basis?”
6
Wettelijke grondslag Op grond van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit worden eisen gesteld aan de gemeentelijke handhaving. In artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit is het college van burgemeester en wethouders verplicht een uitvoerings- en handhavingsstrategie vast te stellen. Artikel 13.6 Omgevingsbesluit geeft aan waar de uitvoerings- en handhavingsstrategie inzicht in moet geven. Artikel 13.8 Omgevingsbesluit bepaalt dat het vastgestelde beleid wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke van de voorgenomen activiteiten in het komende jaar worden uitgevoerd, en daarmee impliciet welke niet. De vaststelling is een bevoegdheid van het college van B&W, waarna bekendmaking aan de gemeenteraad volgt. Het programma wordt jaarlijks vastgesteld en geëvalueerd door het college. Dat bepaalt artikel 13.11 Omgevingsbesluit. De verbetermaatregelen die voortkomen vanuit de evaluatie worden gebruikt als aanscherping en verbetering van de prioriteiten. Dit vormt de cyclus van handhaving.
Organisatie Binnen de gemeentelijke organisatie is het team Leefbaarheid en Wijkregie verantwoordelijk voor toezicht en handhaving. In dit team zijn bijna alle toezicht- en handhavingsfuncties (APV, Boa’s domein 1 en Omgevingswet) ondergebracht om hun krachten te bundelen samen met de wijkregisseurs, het cluster ondermijning en vergunningverleners APV. Een team wat samen de oren en ogen vormt in de wijken en van daaruit een belangrijk eerste aanspreekpunt is voor de inwoners van onze wijken. Ook is het juridisch advies van de APV in dit team ondergebracht. Het team Ruimte Initiatief is verantwoordelijk voor het beleid, de programmering en de uitvoering van nieuwe initiatieven op het gebied van mobiliteit, omgevingsvergunningen, projecten in de openbare ruimte, ruimtelijke ordening, voorbereiding & toezicht en wonen.
Ontwikkelingen Voor de totstandkoming van het VTH-uitvoeringsprogramma 2024 zijn verschillende beleidsdocumenten geraadpleegd en is gekeken naar de ontwikkelingen die in de komende jaren gaan plaatsvinden. Met name de inwerkingtreding van de Omgevingswet en als onderdeel daarvan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna ook: Wkb) zijn van grote invloed op de (administratieve) werkwijze van het houden van toezicht en op de handhaving in de fysieke leefomgeving. Concreet betekent dit dat er gewerkt gaat worden met twee caseloads, één van voor en één van na de invoering van de Omgevingswet en Wkb. 2024 Zal voornamelijk een overgangsjaar zijn.
Motieven voor handhaving Om de samenleving ordelijk te organiseren bedient de overheid zich van een uitgebreid stelsel van regelgeving. Alleen regels stellen is daarbij natuurlijk niet voldoende. Er moet ook worden toegezien op de naleving ervan. Zo nodig wordt de naleving afgedwongen. Dat is het terrein van de bestuurlijke handhaving.
7
De belangrijkste doelen van handhaving zijn: • vermindering van veiligheidsrisico’s; • bewerkstelligen van rechtsgelijkheid en rechtszekerheid; • bewaken van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Dit uitvoeringsprogramma richt zich op de naleving van regels en het handelend optreden bij overtredingen. Controles en sancties spelen hierbij uiteraard een rol. Daarnaast dragen voorlichting over regelgeving en het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven bij aan het realiseren van bovenbeschreven doelen.
Prioritering op basis van risicoanalyse: Prioriteitstelling voor 2024 Het is onmogelijk maar ook onwenselijk om overal op toe te zien. Bovendien zijn toezicht en handhaving geen zelfstandig doel, maar slechts een middel om een einde te maken aan een overtreding. Er moet wat mee worden bereikt: behoud en herstel van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Beschikbare middelen en capaciteit zijn beperkt. Daarom worden er keuzes gemaakt. Alle taken die structureel en planmatig worden uitgevoerd zijn vastgelegd in dit VTH-Uitvoeringsprogramma 2024. Voor zaken met een lagere prioriteit wordt in de regel alleen gereageerd op formele verzoeken om handhaving. 1.6.1 Risicoanalyse en Prioriteitsstelling voor 2024 Het Omgevingsbesluit bevat kwaliteitseisen waaraan het professioneel handhavingsproces op beleids- en strategisch niveau moet voldoen. Er moet onder meer sprake zijn van bestuurlijk vastgelegde handhavingsdoelen, die gebaseerd zijn op een analyse van de handhavingsproblemen die zich kunnen voordoen. De gemeente Meppel heeft in 2021 een risicoanalyse laten uitvoeren. In het Omgevingsbesluit is dit neergelegd in artikel 13.6. Voor de uitvoering van deze risicoanalyse is gebruik gemaakt van een aanpak die door het Expertisecentrum Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie is ontwikkeld in het kader van programmatisch handhaven.
In deze aanpak wordt voor het bepalen van het risico de volgende formule gehanteerd: Risico = negatief effect x kans op niet-naleving. Het risico wordt berekend door de scores van het negatief effect te vermenigvuldigen met de kans op niet-naleving. De basisgedachte achter de formule is dat de beschikbare handhavingscapaciteit het meest effectief kan worden ingezet op handhavingsonderwerpen met een hoger risico.
HOOG RISICO GROTER DAN OF GELIJK AAN 7
>7
GEMIDDELD RISICO
KLEINER DAN 7 EN GROTER DAN 4
>47
LAAG RISICO
KLEINER DAN OF GELIJK AAN 4
<4
8
De risicoanalyse heeft betrekking op de volgende werkterreinen: a. bouwen (nieuwbouw/verbouw) b. bouwen (bestaande bouw) c. slopen d. brandveiligheid e. erfgoed f. ruimtelijke ordening g. APV h. Alcoholwet i. evenementen De uitkomsten van de risicoanalyse zijn uitgewerkt in een prioriteitenlijst. Die lijst maakt onderdeel van het nieuwe handhavingsbeleid. De risicoanalyse is een dynamisch document waarop jaarlijks actualisatie plaatsvindt. Dat gaat steekproefsgewijs gebeuren en zal jaarlijks deel gaan uitmaken van het uitvoeringsprogramma. De risicoanalyse en de daarop gebaseerde prioriteitsstelling zijn een belangrijk uitgangspunt voor de praktijk van toezicht en handhaving. Aan de hand van deze lijst kunnen de beschikbare handhavingsmiddelen worden ingezet voor 2024.
Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse vallen bij het toezicht houden en handhaven in de fysieke leefomgeving van de gemeente Meppel de volgende onderdelen in de hoogste categorie en hebben daarmee de hoogste prioriteit: Bouwen: - Kamerverhuur - Logiesgebouw, restaurant, café, bedrijf, kantoor, winkel - Utiliteitsbouw - Illegaal huisvesting van studenten en arbeidsmigranten Brandveiligheid: - Kamerverhuur > 4 personen - Verzorgingstehuis - Groepszorgwoning (bewoning in groepsverband met zorg) - Kinderdagverblijf > 10 kinderen - Kinderdagverblijf < 10 kinderen - Café - Fabriek > 100 personen - Opslag gevaarlijke stoffen - Asielcentrum/ opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van personen - Zwembad Erfgoed: - Onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden APV: - Verrommeling van de openbare ruimte (buurtfeest, vervuiling, controle reclame, terrassen, uitstalling, aanhangers/caravan) - Afval illegale stort (meldingen afvalstort en zwerfvuil) - Overlast jongeren (meldingen op overlast jeugd) - Handel en gebruik van lachgas 9
Alcoholwet: - Schenken aan minderjarige - Verkoop alcohol minderjarigen (supermarkt e.d. ) - Overtreden vergunningsvoorwaarden (b.v. terrassen, sluitingstijden) Evenementen: -
Schenken (en doorgeven) van alcohol aan minderjarigen Handelen in afwijking van een evenementenvergunning type B Handelen in afwijking van een evenementenvergunning type C
Ondermijning is integraal onderdeel van het effect leefbaarheid. De gevolgen van ondermijning komen voor in de gehele fysieke leefomgeving. Ondermijning doet zich mogelijk voor in alle domeinen en dit kan ertoe leiden dat de reeds toegekende risicoscore, indien er sprake is van ondermijning binnen de gemeente Meppel, de hoogste bestuurlijke prioritering krijgt toegewezen. De risicoanalyse en Prioriteitstelling voor 2024 staan in Bijlage 1. Deze is gelijk aan die van 2023.
Bestuurlijke verantwoordelijkheden De bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van toezicht en handhaving zijn als volgt verdeeld: Het college Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor handhaving en vormt het bestuursorgaan dat bestuursrechtelijk optreedt. Het college moet prioriteiten stellen, zowel op beleidsniveau als op zaakniveau. Ook beslist het college over zowel de vaststelling van het handhavingsbeleid als de uitvoering daarvan. De burgemeester De burgemeester heeft een aantal rollen op het gebied van handhaving. Hij heeft eigenstandige handhavingsbevoegdheden op het gebied van Algemeen bestuur, Openbare Orde en Veiligheid. Daarnaast is hij, als coördinerend portefeuillehouder, medeverantwoordelijk voor de vaststelling van het handhavingsbeleid door het college. De gemeenteraad De raad heeft op 21 december 2023 de Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Meppel vastgesteld. Deze verordening regelt de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht door en in opdracht van burgemeester en wethouders. De verordening vormt het kader voor de kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaken op het terrein van de Omgevingswet door de gemeente en in opdracht daarvan handelende (omgevings)diensten. De verordening drukt commitment uit van de raad aan kwaliteit.
De verordening verbindt daarmee inhoudelijke ambities voor kwaliteit aan bestaande, deels in ontwikkeling zijnde, andere kaders die door procedurele of inhoudelijke normering van uitvoering en handhaving bijdragen aan deze kwaliteit.
10
De provincie De provincie heeft een wettelijke regierol met betrekking tot (milieu)handhaving. De provincie voert interbestuurlijk toezicht uit op gemeenten. Interbestuurlijk toezicht vindt plaats per beleidsdomein. De provincie is de toezichthouder voor ruimtelijke ordening, bouwen, milieu, huisvesting, monumenten, archieven (overheidsinformatie) en constructieve veiligheid van bouwwerken. Voor handhaving betekent dit dat we jaarlijks het HUP en jaarverslag handhaving moeten sturen naar de provincie. Daarnaast vullen we een vragenlijst in over de beleidsmatige kant van handhaving.
VTH-wet/instelling Omgevingsdiensten Met de VTH-wet was de Wabo aangepast, waarmee de randvoorwaarden zijn vastgesteld voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van VTH te komen. In de wet is vastgelegd dat het zogenaamde Basistakenpakket Milieu moet worden uitgevoerd door een regionaal openbaar lichaam met eigen publieke bevoegdheden, op grond van een Gemeenschappelijke Regeling. Daarnaast verplichtte de VTH-wet gemeenten en provincies een verordening kwaliteitscriteria vast te stellen. De Wet VTH is beleidsneutraal naar de Omgevingswet overgeheveld. Uitgangspunt is dat taken en bevoegdheden na de omzetting vergelijkbaar zijn met de huidige taken en bevoegdheden Zoals hiervoor aangegeven heeft de raad op 21 december 2023 de Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Meppel vastgesteld. Deze verordening regelt de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht door en in opdracht van burgemeester en wethouders. De verordening vormt het kader voor de kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaken op het terrein van de Omgevingswet door de gemeente en in opdracht daarvan handelende (omgevings)diensten.
Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) De Drentse gemeenten en de provincie Drenthe werken sinds 1 januari 2014 samen vanuit één uitvoeringsdienst, de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD Drenthe) waarin alle milieutaken zijn ondergebracht zoals vergunningverlening, meldingen, toezicht, handhaving, bodemtaken en milieuspecialismen. De taken van de omgevingsdiensten vinden hun grondslag in artikel 13.12 Omgevingsbesluit (basistakenpakket omgevingsdienst).
Alcoholwet Het toezicht op de naleving van de Alcoholwet is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Deze wet regelt de distributie van alcoholhoudende drank onder het publiek. De wet bestaat uit een vergunningstelsel voor de horeca en slijterijen, een aantal verbodsbepalingen voor winkels en bepalingen over leeftijdsgrenzen en doorschenken. De toezichthouders bouwen & wonen houden zich ook bezig met het toezicht op de inrichtingseisen ten aanzien van horecagelegenheden. Als er een gelegenheid wordt gerealiseerd waar (sterke)drank wordt geschonken, commercieel of para-commercieel, wordt door bouwen & wonen een controle uitgevoerd of het desbetreffende bedrijf voldoet aan de vergunningsvoorwaarden en de inrichtingseisen die van rijkswege zijn bepaald. De controle wordt uitgevoerd nadat vergunningverlening alle aanvraagdocumenten heeft ontvangen, ter beoordeling. In geval van wijziging van een inrichting ligt de verantwoordelijkheid bij de ondernemer om dit te melden en een nieuwe of gewijzigde vergunning aan te vragen.
11
Omgevingswet Invloed Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor de bouw Beide wetten hebben effect op het werk van de betrokken teams. Deze wetten zijn op 1 januari 2024 in werking getreden. Vanwege het omvangrijke karakter van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de gevolgen voor de werkwijze van de betrokken teams wordt daar in dit VTH-uitvoeringsplan nogmaals iets uitvoeriger bij stil gestaan. De Omgevingswet is een totale herziening van het Omgevingsrecht. In de Omgevingswet, en bijbehorende vier algemene maatregelen van bestuur, wordt een groot aantal wetten en andere regelingen samengevoegd. Daarmee wordt het omgevingsrecht overzichtelijker en integraler. Ook de manier van werken onder de nieuwe wet is anders. Het uitgangspunt is niet meer “nee, tenzij” ten aanzien van initiatieven in de samenleving. Het wordt “ja, mits”. Dit sluit aan op de Koers van de gemeente Meppel, waarin ruimte is gemaakt voor samenwerking met de samenleving en participatie, een term die een belangrijke rol gaat spelen bij de vergunningverlening door de gemeente. Wat dat betreft heeft de komst van de Omgevingswet op het eerste gezicht meer gevolgen voor vergunningverlening dan voor toezicht & handhaving. Onder de Omgevingswet zijn er minder concrete regels die gehandhaafd kunnen worden. Er komt meer ruimte voor algemene en specifieke zorgplichten en voor maatwerk.
Dat maakt het toezicht houden en handhaven niet direct eenvoudiger. Het vergt meer overleg, samenwerking en uitzoekwerk. Dat betekent dat hier meer tijd aan wordt besteed. Zeker in een overgangsjaar als 2024. Onder de Omgevingswet zijn meer activiteiten toestemmingsvrij. Dit maakt toezicht en handhaving lastiger. We worden niet meer van tevoren over die activiteiten ingelicht. Dat heeft tot gevolg dat bouw-toezichthouders meer “in het veld” moeten nagaan of en welke bouwactiviteiten gaande zijn. Of meer moeten reageren op meldingen van particulieren en bedrijven. Belangrijk is ook dat dat de toezichthouders onder de Omgevingswet een iets andere positie krijgen. Omdat er een overgang zal zijn van regelgeving, zal meer communicatie plaatsvinden met verschillende partijen, bijvoorbeeld over onduidelijke situaties, zoals de invulling van een zorgplicht. Zeker in het begin zal er sprake zijn van voorlichting. Dit vergt meer tijd en competenties van de toezichthouder. Deze wijziging vereist ook in 2024 verdere scholing en bijscholing van de gemeentelijke toezichthouders. Voor de vergunningverlening, en in het verlengde daarvan ook voor toezicht en handhaving, is een belangrijk verschil met de huidige wetgeving de zogenoemde ‘Knip’ tussen de bouwtechnische vergunning en de vergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Onder de Wabo was nog sprake van één vergunning.
Ook voor de bouwpraktijk zal dat in het begin tot veel vragen leiden, die aan de voorkant of het voortraject beantwoord moeten worden. Die voorlichtende rol van de gemeente zal ook in 2024 een rol spelen. Het nieuwe stelsel, waarbij er minder vergunningen zijn, meer zorgplichten en meer algemene regels, leidt ertoe dat de meeste toetsingen in het nieuwe stelsel achteraf plaatsvinden. Juridisch betekent dat een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving.
12
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wkb is ook op 1 januari 2024 in werking getreden. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door het inschakelen van een private kwaliteitsborger. Na inwerkingtreding houden gemeentelijke toezichthouders ‘bouw’ geen toezicht meer op de gevolgklasse 1 bouwwerken zoals grondgebonden eengezinswoningen, woonboten, vakantiewoningen, bedrijfspanden van maximaal 2 bouwlagen. Naast de preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt ook het toezicht tijdens en na realisatie van de bouw vervangen door toezicht door private kwaliteitsborgers. Hierdoor verschuift het toezicht van de voorkant van het proces naar handhaving achteraf. De gemeente blijft verantwoordelijk voor onder andere het toetsen aan de ruimtelijke component (toets omgevingsplan) en het houden van toezicht op de bouw- en sloopveiligheid. Ook noodzakelijk geworden handhaving blijft voorbehouden aan de gemeente. Bij het vervullen van deze nieuwe rol biedt de Wkb ruimte aan gemeenten om in beleid specifieke keuzes te maken. Op 6 december 2023 is het beleidskader Wet Kwaliteitsborging vastgesteld. In paragraaf 4.2.1 worden daar verder op in gegaan.
Afbakening en P&C-cyclus Burgemeester en wethouders zijn in eerste instantie het bevoegd gezag als het gaat om vergunningverlening, toezicht en handhaving. De gemeente blijft het aanspreekpunt voor de samenleving. Een correcte afstemming tussen de gemeente (als bevoegd gezag en aanspreekpunt voor burgers en bedrijven) en de RUD Drenthe (als uitvoeringsorgaan) vereist inrichting van heldere processen. Daarom nemen we de toezicht- en handhavingstaken milieu ook op in dit uitvoeringsprogramma. De handhavingstaken op het gebied van brandveiligheid zijn ondergebracht bij de Veiligheidsregio Drenthe (VRD). Deze taken maken geen onderdeel uit van dit VTHuitvoeringsprogramma. Voor het VTH-Plan 2024 zijn de volgende documenten van belang: 1
Kadernota Toezicht & Handhaving (hierna: Kadernota). Dit document geeft antwoord op de vraag: Wat willen we bereiken? Het is het strategische beleidskader met een beschrijving van de doelen. “Bij handhaving spelen soms grote belangen: het algemeen belang, belangen van betrokkenen en belangen van de gemeente zelf om wel, of juist niet te handhaven. Gevolgen van niet-handhaven, gedogen, of half-handhaven kunnen (onverwacht) groot en ernstig zijn. Denk aan precedentwerking of schadeclaims. Iedere concrete handhavingssituatie is anders, iedere keer is ook de belangenafweging anders. Er zijn veel partijen (burgers, bedrijven, andere overheidsorganen en natuurlijk de gemeente zelf) bij betrokken. De gevolgen van niet-naleven van regelgeving kunnen levensbedreigend zijn. Kortom, handhaven is een kernactiviteit van de gemeente. Er komt veel kennis en menskracht bij kijken om het gedrag van burgers en bedrijven zodanig te beïnvloeden dat zij zich (weer) aan de regels houden. De middelen die ingezet kunnen worden voor gemeentelijke taken zijn gelimiteerd”
2
Prioriteitstelling Hierin wordt antwoord gegeven op de vraag: Welke prioriteiten stellen we bij het nastreven van de doelen? In dit document is zowel de risicoanalyse opgenomen als de Prioriteitstelling. Het betreft het strategisch beleidskader en geeft een beschrijving
13
weer van de bestuurlijk gestelde prioriteiten. 3
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving – uitvoeringsprogramma Dit is het operationele beleidskader dat jaarlijks wordt vastgesteld. Het geeft antwoord op de vraag: Hoe gaan we binnen de gegeven randvoorwaarden (middelen) de doelen proberen te bereiken?” Het VTH-programma biedt de mogelijkheid om te sturen bij de dagelijkse uitvoering. Dat is dit document.
4
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving – jaarverslag Na afloop van ieder kalenderjaar wordt verslag gedaan over de uitvoering. Het verslag geeft antwoord op de vraag: Wat hebben we bereikt en hoe hebben we dat bereikt (middelen)?” Via verschillende systemen van monitoring wordt teruggekeken op de uitvoering en wordt een relatie gelegd met de strategische doelen.
Bovenstaande documenten zijn geborgd in de reguliere cyclus van planning en control en passen binnen het hiervoor genoemde Big Eight-principe. De Kadernota Toezicht & Handhaving (vastgesteld in 2011) is gedateerd en wordt momenteel opnieuw opgesteld. De verwachting is deze dat een nieuwe kadernota in 2024 wordt vastgesteld. Dat gebeurt mede vanuit de herijking van gemeentelijke doelstellingen op het gebied van toezicht en handhaving. Daarvoor is ter vervanging van de nota prioriteitsstelling uit 2011 de hiervoor besproken risicoanalyse opgesteld, aan de hand waarvan de prioriteiten voor 2024 zijn vastgesteld. In 2024 wordt de bestaande risicoanalyse geactualiseerd door de medewerkers die zicht hebben op de risico’s. 2024 en 2025 worden gebruikt om ervaringen met het naleefgedrag op basis van de nieuwe wetten op te doen. Zo kan er gekeken worden naar wat het effect is van het meer vergunningsvrij, maar niet regelvrij zijn van activiteiten. En naar het effect van de verschuiving van de toetsing en het toezicht op bouwactiviteiten gevolgklasse 1 naar de private sector. De verkregen inzichten geven input voor een nieuw op te stellen probleem- en risicoanalyse in een volgende collegeperiode.
Financiële middelen Naast de interne capaciteit en de capaciteit bij de RUD Drenthe is voor toezicht en handhaving een budget beschikbaar van € 20.300,-. Dit budget kan worden gebruikt als dekking voor onvoorziene uitgaven. Het gaat dan bijvoorbeeld om kosten voor bodemonderzoeken, aanschaf materialen en externe adviezen. Bij de boa’s wordt het budget vooral ingezet voor de aanschaf van uitrusting en apparatuur.
14
2 Werkwijze en uitvoering In onderstaand hoofdstuk geven we een beschrijving van de wettelijke grondslag, de uitgangspunten en werkwijze bij de uitvoering van het toezicht op regelgeving en de handhaving hierop bij overtredingen.
Reikwijdte Zoals hiervoor aangegeven is handhaving geen doel op zich. Het is een middel om naleving van wetten en regels te bewerkstelligen. De gemeente draagt de verantwoordelijkheid voor vele wettelijke taken. Dit VTH-Uitvoeringsprogramma beperkt zich tot taakvelden die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Dat sluit ook aan bij de Omgevingswet. Die wet gaat over de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben en kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving (artikel 1.2 Omgevingswet). De belangrijkste wettelijke kaders zijn vanaf 1 januari 2024 de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit, Besluit kwaliteit leefomgeving, Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving. Maar zeker ook de Wabo, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Wet Milieubeheer, de Alcoholwet, de Algemene Plaatselijke Verordening en de hieraan gekoppelde (lokale) uitvoeringsbesluiten en regelingen blijven relevant. Al dan niet via het van toepassing zijnde overgangsrecht, neergelegd in de invoeringswet en – besluiten.
Uitgangspunten De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaving. Dit beginsel is in de Omgevingswet tot uitdrukking gebracht in artikel 18.1 onder c. Bij het uitvoeren van de handhavingstaken wordt gestreefd naar een goede verhouding tussen doel en middel. Inzet wordt gemotiveerd op basis van proportionaliteit en effectiviteit. In de praktijk wordt die balans gevonden in de wisselwerking tussen gemeentebegroting en VTH-Uitvoeringsprogramma. De voor handhaving beschikbare middelen liggen vast in de door de raad vastgestelde begroting. In het VTH-Uitvoeringsprogramma worden deze middelen vertaald in personele capaciteit. Die capaciteit wordt toegekend aan verschillende taakvelden. In de praktijk is het verschuiven van capaciteit van het ene naar het andere taakveld niet eenvoudig. Dat betekent dat een wens of noodzaak tot vergroting van de handhavings-capaciteit op een bepaald taakveld vrijwel altijd vertaald moet worden in een aanpassing van de gemeentebegroting. Daarmee heeft de raad dus ook een belangrijke taak op het gebied van het VTH-uitvoeringsprogramma. Op basis van het huidige, nog geldende handhavingsbeleid kiest het college ervoor: 1. Handhavingsverzoeken altijd in behandeling te nemen en af te wikkelen; 2. Te werken aan de hand van de Prioriteitstelling 2023; 3.
Het bouwtoezicht op verleende omgevingsvergunningen tot een bouwsom van € 100.000, in afwijking van het toezichtprotocol, steekproefsgewijs en op hoofdlijnen uit te voeren. Ad 2. In 2021 zijn aan de hand van de risicoanalyse de gemeentelijke prioriteiten in beeld gebracht. Mede aan de hand van de vastgestelde prioriteiten wordt invulling gegeven aan 15
het handhavingsbeleid. Ad 3. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen bleef dit als uitgangspunt gelden. In paragraaf 4.2.1 wordt inzicht gegeven in de wijze waarop onder de Omgevingswet/Wkb wordt gewerkt.
Preventie De bekendheid van en bewustwording over de regels moet worden vergroot, zodat inwoners, verenigingen en bedrijven (als vanzelf) hun gedrag hierop afstemmen. Zo worden onveilige en ongewenste situaties voorkomen. Om dit te bereiken moet er sprake zijn van actuele en duidelijke regels en beleid. Wat betreft de verschillende toestemmingen wordt voorafgaand en tijdens het aanvraagtraject actief het gesprek aangegaan om aan te geven welke regels van toepassing zijn. Vooraf worden nut en noodzaak van voorschriften die aan de vergunning worden verbonden besproken door de betreffende teams. Hiermee wordt expliciet gemaakt wat kan en wat niet kan. Door tevoren helderheid te geven over de voorschriften en voorwaarden is het achteraf makkelijker om te toetsen of de regels wel of niet worden nageleefd. Het houden van toezicht op de naleving van de regels wordt daarmee transparanter en effectiever.
Handhavingsdomeinen Hieronder de beknopte informatie over de handhavingsdomeinen: bouw en wonen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid (gebruik), milieutoezicht (milieubelastende activiteiten), bodemtoezicht/grondstromen, bijzondere wetten, openbare ruimte en integraal veiligheidsbeleid.
a. Bouwen & Wonen (bouwtoezicht) Toezicht/Handhaving bouwen & wonen, richt zich op naleving van het bouwbesluit, bouwverordening, het welstandsbeleid en de onder de Omgevingswet hangende AMVB’s. Dit is sterk gekoppeld aan de door de gemeente verleende omgevingsvergunningen. Het toezicht concentreert zich voornamelijk op de fase tijdens de bouw. Daarnaast is er ad hoc toezicht op bijvoorbeeld de bestaande woningvoorraad, aandacht voor het beschermd stadsgezicht en het reclamebeleid. Dit kan gaan over illegale bouw, achterstallig onderhoud etc. Ook wordt binnen dit domeintoezicht gehouden op het illegaal slopen/verwijdering van asbest zonder sloopmelding. 2024 zal met name gelden als overgangsjaar waarbij zowel aan de hand van de oude als nieuwe regelgeving toezicht zal worden gehouden. b. Ruimtelijke Ordening Toezicht/Handhaving op naleving van bestemmingsplannen (onder de Omgevingswet het omgevingsplan) is deels gekoppeld aan omgevingsvergunningen voor bouwen en afwijken bestemmingsplan. Toezicht op illegale bouw (bouwen in strijd met het bestemmingsplan) of strijdig gebruik (gebruik in strijd met het bestemmingsplan) vindt niet structureel plaats maar op basis van excessen en op basis van meldingen van derden. 16
c. Brandveiligheid/Gebruik Voorschriften betreffende brandveiligheid zijn opgenomen in het bouwbesluit (onder de Omgevingswet in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Er wordt binnen dit domein gecontroleerd op de brandveiligheid van gebouwen zoals kinderdagverblijven, scholen, verpleegtehuizen/zorginstellingen, pensions, kamerbewoning en horeca. Er wordt dan gekeken naar het gebruik van het pand, de bouwkundige en installatietechnische aspecten (sprinklers, compartimentering e.d.) op het gebied van brandveiligheid. Het gaat om locatiecontroles en advies van de VRD/Brandweer. d. Milieu Met de Omgevingswet is het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer (Wm) verdwenen. Het is vervangen door een regulering per milieubelastende activiteit. De rijksregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het maakt voor de geldigheid van de milieuregels van het Bal meestal niet meer uit: - of een activiteit een bedrijfsmatige omvang heeft - hoe lang de activiteit duurt - of de activiteit op een vaste plek plaatsvindt De milieubelastende activiteit verschilt van het begrip inrichting uit de Wet milieubeheer en ook van het begrip inrichting uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De milieubelastende activiteit omvat onder het Bal ook activiteiten buiten inrichtingen waarvoor nu al algemene regels gelden, zoals: Lozingen van afvalwater in rioolstelsels en in de bodem - omgaan met afvalstoffen (storten, verbranden, nuttig toepassen) - toepassing van warmte- en koudeopslag
e. Bodem en Grondstromen De regels voor hergebruik van bouwstoffen, grond en baggerspecie staan deels in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en deels in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De uitvoering van het toezicht op deze regelgeving omvat taken zoals toezicht en handhaving op toepassingen van grond en baggerspecie op of in de bodem, de opslag van grond, bagger en bouwstoffen, toepassingen van bouwstoffen o.a. menggranulaat, asfaltgranulaat, betonklinkers e.d. Het toezicht en advies daaromtrent wordt uitgevoerd door de RUD. g. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) is geheel opgegaan in de Omgevingswet. De bepalingen uit de Wnb, het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming zijn verspreid over de OW, de AMvB’s en de Regeling Ow. De Wet natuurbescherming is volledig vervallen. Er is een beleidsneutrale wijziging beoogd, waardoor de regelgeving zoveel mogelijk ongewijzigd zal overgaan. Hierdoor zal het beschermingsniveau op eenzelfde niveau blijven.
17
h. Bijzondere wetten Binnen het handhavingsdomein bijzondere wetten valt de handhaving van de Alcoholwet, de Wet op de Kansspelen en de Opiumwet. De belangrijkste doelgroepen zijn de reguliere horeca, de para-commerciële instellingen (sportkantines, wijkcentra en dorpshuizen), evenementen, supermarkten, slijterijen, coffeeshops en prostitutiebedrijven. De Alcoholwet regelt de bedrijfsmatige verstrekking van alcoholhoudende dranken. Het doel van de wet is het voorkomen van gezondheidsschade en verstoring van de openbare orde door alcoholgebruik. De Wet op de Kansspelen reguleert de kansspelen. De uitvoering ligt deels op gemeentelijk niveau. Op grond van deze wet heeft de gemeenteraad aan de burgemeester de bevoegdheid gegeven om een vergunning te verlenen voor één speelautomatenhal. Daarnaast verleent de burgemeester aanwezigheidsvergunningen voor het hebben van een speelautomaat. Dit kan voor een horeca-inrichting zijn of een speelautomatenhal. Artikel 13b van de Opiumwet is het juridische instrument om op te treden tegen illegale verkooppunten van verdovende middelen. Daartoe is beleid opgesteld door de burgemeester beleid opgesteld. Ten aanzien van coffeeshops wordt een gedoogbeleid gevoerd.
Daarbij gelden de landelijk vastgestelde AHOJGI-criteria: A: geen affichering H: geen harddrugs O: geen overlast J: geen aanwezigheid van/ verkoop aan jongeren G: geen verkoop van grote hoeveelheden (meer dan 5 gram per transactie) I: geen toegang en verkoop aan niet-ingezetenen Prostitutieregelgeving staat in hoofdstuk 3 van de gemeentelijke APV. Doel daarvan is het voorkomen van verstoring van de openbare orde, het bestrijden van mensenhandel en het regelen van een gezonde en veilige werkomgeving. De burgemeester is bevoegd vergunning te verlenen voor een seksinrichting en het college is bevoegd vergunning te verlenen voor een escortbedrijf. i. Openbare ruimte Toezicht en handhaving Openbare ruimte richt zich op verbetering van het naleefgedrag met als resultaat schonere wijken, parken en buitengebied. Het handhavingsdomein toezicht openbare ruimte bestaat uit de deelgebieden honden, parkeren, reclame, graffiti, gebruik openbare grond, groen/bomen, afval, ligplaatsen en ambulante handel. Meppel kent gebieden voor betaald parkeren en vergunninghouders. In deze gebieden wordt doorlopen gesurveilleerd door gemeentelijke toezichthouders (intensiever in de binnenstad) met als doel de naleving van wet- en regelgeving te verbeteren en de betalingsbereidheid te verhogen.
Het verwijderen van verkeerd gestalde fietsen, weesfietsen en fietswrakken valt ook onder het deelgebied parkeren. j. Integraal Veiligheidsbeleid De gemeenteraad stelt vierjaarlijks het integraal veiligheidsbeleid vast. De gemeente streeft in het veiligheidsbeleid naar een veilige en leefbare stad, waar bewoners zich veilig voelen en bereid zijn om actief de veiligheid te bevorderen. Toezicht en handhaving is een exclusieve overheidstaak, waarin wij met de politie samenwerken. De gemeente wil 18
overlast en criminaliteit terugdringen, door direct in te grijpen en de oorzaken aan te pakken. Daarin spelen toezicht en handhaving een belangrijke rol. Het nieuwe IVP is op 28 september 2023 vastgesteld door de gemeenteraad.
Handhavingsprocedure Hieronder wordt het handhavingsproces beschreven zoals dat doorgaans wordt doorlopen nadat een overtreding is geconstateerd. Het gaat om het proces waarbij een bestuursrechtelijke sanctie wordt opgelegd. Deze processtappen zijn voor de toepassing van de last onder dwangsom en last onder bestuursdwang grotendeels identiek. In de praktijk wordt de last onder bestuursdwang minder vaak toegepast dan de last onder dwangsom. Aan het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang kan het intrekken van een vergunning voorafgaan. Tegen handhavingsbesluiten staan bezwaar- en beroepsmogelijkheden open. Als tijdens de procedure de overtreder alsnog de overtreding ongedaan maakt dan wordt in principe de overtreder schriftelijk meegedeeld dat de handhavingsprocedure wordt beëindigd. Onder de werking van de Omgevingswet verandert in de handhavingsprocedure niets noemenswaardig. Die wijzigingen betreffen met name de te handhaven normen.
Eerste controle
Er wordt een overtreding geconstateerd. Hiervan wordt een constateringsrapport gemaakt. De toezichthouder gaat in gesprek met de overtreder. Er wordt aangegeven dat een overtreding is geconstateerd en daarover wordt uitleg gegeven. De overtreder krijgt, indien mogelijk, de tijd om de overtreding ongedaan te maken. Duidelijk wordt gemaakt dat als de overtreding niet ongedaan wordt gemaakt dit kan leiden tot een sanctie (intrekking vergunning, dwangsom of bestuursdwang).
Waarschuwing/constateringsbrief
De toezichthouder stelt een constateringsbrief op waarmee hij de overtreder schriftelijk bevestigd welke overtredingen hij heeft geconstateerd.
Vooraankondiging voor nemen besluit
De gemeente maakt aan de overtreder bekend welke gevolgen de overtreding voor de overtreder heeft. Dit doet de gemeente door een schriftelijke vooraankondiging van het (voorgenomen) besluit te verzenden naar de overtreder. Om een overtreding te beëindigen kan
19
een gemeente gebruik maken van herstelsancties, zoals een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Echter, er kan ook worden gekozen voor een sanctie die zich richt tot de overtreder, zoals een bestuurlijke boete. Zienswijzetermijn en beschikking last onder dwangsom/bestuursdwang
Als de overtreder een zienswijze indient wordt deze meegewogen bij het besluit om wel of niet de sanctie op te leggen. In een zienswijze kunnen argumenten naar voren worden gebracht op basis waarvan kan worden afgezien van handhaving. Als dit niet het geval is neemt de burgemeester of het college het besluit om een sanctie op te leggen.
Overtreding is beëindigd
De overtreder krijgt een schriftelijke bevestiging dat geconstateerd is dat de overtreding is beëindigd.
Overtreding is niet beëindigd -> besluit last onder dwangsom/last onder bestuursdwang
Wanneer de overtreding niet is beëindigd, krijgt de overtreder een besluit toegestuurd. De overtreder ontvangt het besluit waarin de burgemeester of het college aangeeft welke overtreding moet worden beëindigd, wanneer deze overtreding beëindigd moet zijn en hoe hoog de dwangsom is die wordt opgelegd en wanneer de dwangsom van rechtswege wordt verbeurd als geen gehoor wordt gegeven aan de last. De hoogte van de dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van de vermeende geschonden belangen, maar ook voldoende prikkel zijn om de overtreding te beëindigen. De gemeente Meppel hanteert geen standaard leidraad aan de hand waarvan de hoogte van dwangsommen en de duur van begunstigingstermijnen wordt vastgesteld. Dat betekent dat in de handhavingsbesluiten maatwerk wordt geleverd wat betreft de hoogte van de dwangsom en de lengte van de
20
begunstigingstermijn. Waarbij vanzelfsprekend moet worden aangesloten bij de rechtspraak op dit punt. Als de overtreder de overtreding niet beëindigt wordt de dwangsom verbeurd of kan de gemeente, in geval van een last onder bestuursdwang, zelf optreden. Alle kosten die verbonden zijn aan de bestuursdwang kunnen worden verhaald op de overtreder, mits de overtreder in het besluit is gewezen op het gegeven dat deze kosten verhaald zullen worden. Afzonderlijk van het besluit met de herstelsanctie dient een kostenverhaalsbeschikking (bij bestuursdwang) en een invorderingsbeschikking (bij een last onder dwangsom) te worden verzonden naar overtreder. De overtreder krijgt de gelegenheid binnen een termijn van zes weken een bezwaar in te dienen.
Her-controle overtreding
Na het verlopen van de begunstigingstermijn wordt gecontroleerd of voldaan is aan de opgelegde last en of de overtreding is beëindigd. Hiervan wordt een rapport gemaakt.
Rechtsmiddelen: Bezwaar/beroep tegen last onder dwangsom/last onder bestuursdwang
De overtreder krijgt de gelegenheid binnen een termijn van zes weken een bezwaar in te dienen. Na besluit op bezwaar kan de overtreder in beroep tegen dit besluit.
Overtreding is beëindigd
Als voldaan is aan de last eindigt het handhavingstraject. De overtreder krijgt een schriftelijke bevestiging dat geconstateerd is dat de overtreding is beëindigd. De dwangsom verbeurt niet en het traject komt ten einde.
21
Overtreding is niet beëindigd
Als niet voldaan is aan de last volgt een invorderingstraject en kan een nieuwe last onder dwangsom (met een hogere dwangsom) of een last onder bestuursdwang opgelegd worden om de overtreding alsnog te doen beëindigen. Invorderingsbeschikking Indien niet is voldaan aan de last onder dwangsom moet de burgemeester/het college een besluit tot invordering nemen. Indien niet is voldaan aan de last onder dwangsom dient er een besluit tot invordering te worden genomen. Dit besluit wordt ook wel ‘invorderingsbeschikking’ genoemd.
Brief verbeurde dwangsom (overtreding is niet beëindigd na oplegging last onder dwangsom)
De overtreder wordt schriftelijk in kennis gesteld van het gegeven dat de dwangsom van rechtswege is verbeurd. In deze brief staan de betaalgegevens vermeld.
Vooraankondiging invorderingsbeschikking (na oplegging last onder dwangsom waarbij de overtreding niet beëindigd is en (nog) niet is betaald.)
Voor de burgemeester/het college overgaat tot het verzenden van een invorderingsbeschikking dient hij/zij eerst zijn voornemen tot invordering kenbaar te maken aan de overtreder. De overtreder wordt ook hierbij in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen.
Zienswijze vooraankondiging invorderingsbeschikking
Als de overtreder een zienswijze indient wordt deze meegewogen bij het besluit om wel of niet tot invordering over te gaan. In een zienswijze kunnen argumenten naar voren worden gebracht op basis waarvan kan worden afgezien van invordering van de dwangsom.
22
Invorderingsbeschikking
De burgemeester/het college gaat over tot het invorderen van de opgelegde last onder dwangsom.
Rechtsmiddelen: Bezwaar/beroep tegen invorderingsbeschikking
De overtreder krijgt de gelegenheid binnen een termijn van zes weken een bezwaar in te dienen. Na besluit op bezwaar kan de overtreder in beroep tegen dit besluit.
Kostenverhaalsbeschikking (na feitelijke toepassing van bestuursdwang)
In situaties waarin de burgemeester/het college zelf uiteindelijk overgaat tot beëindiging van een overtreding ((spoedeisende) bestuursdwang), omdat een overtreder dat ondanks gestelde termijnen en herstelsancties zelf niet doet, dient de burgemeester/het college een besluit tot kostenverhaal te nemen (dit wordt ook wel kostenverhaalsbeschikking genoemd). Deze beschikking vermeld in ieder geval de kosten welke zijn gemoeid bij de beëindiging van de overtreding en de betaalgegevens voor de overtreder.
Rechtsmiddelen: Bezwaar/beroep tegen kostenverhaalsbeschikking
De overtreder krijgt de gelegenheid binnen een termijn van zes weken een bezwaar in te dienen. Na besluit op bezwaar kan de overtreder in beroep tegen dit besluit.
Handhavingsverzoek
Een handhavingsprocedure kan starten met een handhavingsverzoek. Dit is een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen voor een ander. De burgemeester/het college dient binnen 8 weken een besluit te nemen op dit handhavingsverzoek. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met 8 weken.
23
Toekennen handhavingsverzoek
Indien het verzoek om handhaving wordt gehonoreerd, neemt de burgemeester/het college een besluit tot handhaving zoals reeds hiervoor is aangegeven (zie in het bijzonder vooraankondiging/besluit last onder dwangsom/last onder bestuursdwang). De verzoeker om handhaving wordt op de hoogte gesteld van dit besluit.
Rechtsmiddelen: Bezwaar/beroep tegen last onder dwangsom/last onder bestuursdwang
Zowel de overtreder als de verzoeker om handhaving kunnen in bezwaar/beroep tegen last onder dwangsom/last onder bestuursdwang. Het indienen van bezwaar moet binnen zes weken geschieden. Na besluit op bezwaar is er een mogelijkheid tot beroep tegen dit besluit.
Afwijzing handhavingsverzoek
Verzoeker om handhaving ontvangt een besluit inhoudende de afwijzing van het handhavingsverzoek. Hiertegen staan rechtsmiddelen open.
Rechtsmiddelen: Bezwaar/beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek.
De verzoeker om handhaving kan bezwaar indienen tegen het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek. Dit bezwaar moet binnen zes weken worden aangetekend. Na besluit op bezwaar is er een mogelijkheid tot beroep tegen dit besluit.
In de Invoeringswet Omgevingswet is het overgangsrecht geregeld ten aanzien van formele verzoeken om handhaving (aanvragen om tot handhaving over te gaan). Artikel 4.3 bepaalt, als hoofdregel, dat als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aanvraag om een besluit is ingediend het oude recht van toepassing blijft. Dat betekent dat bij ambtshalve handhaving waarin nog geen besluit is genomen de Omgevingswet van toepassing is. Als er al wel een sanctiebesluit genomen dan regelt paragraaf 4.2.8 van de Invoeringswet Omgevingswet het overgangsrecht. In Bijlage 2 staat een overzicht van het sanctie-instrumentarium handhaving.
24
2.5.1. Handhavingsverzoeken Inwoners en bedrijven kunnen de gemeente verzoeken om op overtredingen te handhaven. Het bevoegd bestuursorgaan moet binnen acht weken een besluit nemen op dit verzoek. Wanneer naar aanleiding van een handhavingsverzoek inzet nodig blijkt, kan de inzet ten koste gaan van de gerichte inzet op prioritaire onderwerpen. De gemeente Meppel heeft als doelstelling elk verzoek tot handhaving af te handelen. Dit sluit aan bij de beginselplicht tot handhaving, een verplicht die uitvoering in rechtspraak is benadrukt. We streven naar een hoge klanttevredenheid, waarbij we ons moeten realiseren dat ook een overtreder zich ‘klant’ mag noemen. Deze hoge klanttevredenheid bereiken we door op korte termijn contact op te nemen met de indiener van het verzoek tot handhaving en te bespreken wat het belang en doel van het verzoek tot handhaving is en wat er kan worden verwacht van de gemeente. Voorts wordt er ook op korte termijn contact opgenomen met de (vermeende) overtreder om hem te informeren over het ingediende handhavingsverzoek.
2.5.2 Onderzoek legalisatiemogelijkheden Op de beginselplicht tot handhaving bestaan drie uitzonderingen. ‘Concreet zicht op legalisatie’ is daar één van. Bij handhaving dient derhalve te worden onderzocht of de overtreding met een toestemming te legaliseren valt. Dit wordt legalisatieonderzoek genoemd. De (handhavings)procedure start met een constateringsbrief, waarin de overtreder de gelegenheid wordt gesteld om binnen een bepaalde, redelijke termijn op eigen initiatief een einde te maken aan de overtreding of, als dat mogelijk is, na het legalisatieonderzoek een vergunning aan te vragen voor legalisatie van de geconstateerde overtreding. Dat kan het bouwen zonder vergunning zijn, of gebruik dat strijdig is met het omgevingsplan.
Samenwerkende partijen 2.6.1 Algemeen Bij toezicht en handhaving werkt de gemeente nauw samen met andere overheden en instanties. De gemeente is onder meer via een handhavingsarrangement en Landelijke Handhavingsstrategie verbonden met de politie en het Openbaar Ministerie. Ook de toenemende aandacht voor de ondermijning vergt die samenwerking. VRD en RUD Drenthe voeren taken uit voor gemeenten en provincie. In verband daarmee is er frequent contact met deze instanties. Via de RUD, maar ook rechtstreeks, en tevens via het Interbestuurlijk Toezicht zijn er ook relaties met de provincie. Verder komen gemeente en waterschap elkaar geregeld tegen bij toezicht en handhaving, bijvoorbeeld bij gevallen van water- en bodemvervuiling. 2.6.2 Politie en Openbaar Ministerie Meppel heeft in 2021 met de politie een handhavingsarrangement gesloten. Dat document verschaft duidelijkheid over de taakverdeling tussen de gemeentelijke boa’s en het basisteam Zuidwest-Drenthe van de politie. Het arrangement biedt het lokale politiebasisteam en de gemeente handvatten voor een goede regie, prioritering en samenwerkingsafspraken om te acteren op leefbaarheids- en veiligheidsvraagstukken in de gemeente Meppel. Het handhavingsarrangement sluit aan op het Integraal Veiligheidsplan (IVP). 25
2.6.3 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) De twaalf Drentse gemeenten en de provincie Drenthe werken samen in de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD Drenthe), waarin alle milieutaken zijn ondergebracht zoals vergunningverlening, meldingen, toezicht, handhaving, bodemtaken en milieuspecialismen. Bij de totstandkoming van de RUD Drenthe is bestuurlijk per 1 januari 2016 gewerkt met de “Drentse Maat”, met als belangrijkste doel: “Een gemeenschappelijk gedragen niveau van taakuitvoering op alle vlakken, vooral vergunningen en toezicht en handhaving, geldend voor alle deelnemers. Wel met ruimte voor meerwerk voor een deelnemer die dat wil en daarvoor betaalt, maar zonder ruimte voor minder werkzaamheden dan op grond van de Drentse Maat is bepaald.” De gemeente Meppel is opdrachtgever voor de RUD en blijft verantwoordelijk voor het beleid dat de RUD moet volgen. De RUD legt via rapportages en een eigen jaarverslag verantwoording af over de behaalde resultaten.
2.6.4 Veiligheidsregio Drenthe (VRD) Voor het onderdeel brandveiligheid van bouwtoezicht wordt advies ingewonnen bij de VRD, waar het toezicht op brandveilig gebruik van gebouwen is ondergebracht. De brandweer adviseert en is geen bevoegd gezag; dat is de gemeente. De brandweer wordt ingezet voor toetsing en advisering van de brandveiligheidsrisico’s met betrekking tot een aanvraag omgevingsvergunning en voor het beoordelen van (zorg)inrichtingen, al dan niet in combinatie met gemeentelijk toezicht.
2.6.5 Provincie De provincie Drenthe heeft de wettelijke taak toezicht te houden op de uitvoering van medebewindstaken door de gemeenten in Drenthe. Dit is het Interbestuurlijk Toezicht, dat zich richt op een beperkt aantal toezichtdomeinen, namelijk: • ruimtelijke ordening; • omgevingsrecht; • monumenten; • huisvesting statushouders; • archief; • financiën. De provincie heeft een wettelijke regierol met betrekking tot (milieu)handhaving. In het kader van de vernieuwde interbestuurlijke verhoudingen is een bestuursovereenkomst afgesloten over de wijze waarop het interbestuurlijke toezicht vorm krijgt. Het vastgestelde Handhavingsuitvoeringsprogramma moet jaarlijks aan de provincie worden gezonden. In het jaarverslag IBT over 2022 is het volgende opgenomen: Verbeterpunt: Versterken inhoudelijke verslaglegging (aansluiten bij doelen en concrete observaties Aandachtspunt: capaciteit formatie BWT is krap (ondergrens)
26
2.6.6 Waterschap Met het Waterschap Reest en Wieden wordt samengewerkt op het gebied van vooral waterkwantiteit en het beschermen van primaire en secundaire waterkeringen. Het waterschap verleent vergunningen op basis van de Waterwet. De verleende vergunningen worden gedeeld met de gemeente zodat deze kan zien of er nog samenloop is met door de gemeente af te geven vergunningen. Overigens kan het ook zo zijn dat de gemeente een omgevingsvergunning moet afgeven voor een werk nabij een waterkering waarbij advies van het waterschap nodig is. Naast de reguliere contacten met de medewerkers van het waterschap is er ieder jaar regulier overleg over actuele zaken.