1.5 RUD Drenthe- Reactiebrief zienswijzen dagelijks bestuur RUD Drenthe
Tekst van het document
bezoekadres Westerbrink 1 9405 BJ Assen
Aan
De raden en provinciale staten van Drenthe In afschrift aan: De colleges van B&W en GS van Drenthe Verzending per -mail
ons kenmerk
uw brief van/kenmerk
202300546
team
bijlage(n)
Staf
1
behandeld door
telefoon
datum
M. van den Berg
0592 - 754569
m.vandenberg@ruddrenthe.nl
12 juli 2023
onderwerp
Reactie op ontvangen zienswijzen ontwerpbegrotingen 2023 en 2024
Geachte raads- en statenleden, In de afgelopen periode heeft u in uw raads-/statenvergadering de ontwerpbegrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 RUD Drenthe behandeld. Het dagelijks bestuur heeft de ingediende zienswijzen op 3 juli behandeld. In deze brief leest u de reactie hierop en de conclusies die daaraan worden verbonden. Ontwerpbegrotingswijziging 2023 – voorstel om ongewijzigd vast te stellen De meerderheid van de raden/staten heeft besloten om geen gebruik te maken van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Het dagelijks bestuur heeft drie zienswijzen ontvangen. Vanuit 1 raad wordt verzocht om het ziekteverzuimpercentage te verlagen van 9% naar 7% omdat dit beter aansluit bij het actuele verzuimpercentage. Vanuit 2 raden wordt verzocht om een onderbouwing voor de verrijking van het locatiebestand met milieubelastende activiteiten en op welke wijze de RUD Drenthe zich inzet om het ziekteverzuim te verlagen. Daarnaast wordt de verwachting uitgesproken dat de productienorm eenmalig verlaagd is in 2023 voor het inwerken van nieuw personeel. Het dagelijks bestuur heeft de onderwerpen uit de 3 zienswijzen besproken en licht hieronder haar reactie kort toe.
− Verlaging ziekteverzuim op de goede weg Het is goed om te signaleren dat de aanpak om het beïnvloedbaar ziekteverzuim te verlagen zijn vruchten lijkt af te werpen, deze ligt inmiddels op het niveau van de sector openbaar bestuur (CBS). In diverse eerdere zienswijzen is verzocht om vooral realistisch te ramen. Daarom is sinds 2022 gewerkt met een realistisch verzuimpercentage. De positieve cijfers uit het eerste kwartaal bieden nog onvoldoende basis voor aanpassing. Overigens leidt een lager feitelijk verzuimcijfer tot een hogere productie tegen gelijkblijvende kosten. − Verrijken locatiebestand met MBA’s noodzakelijke handeling De incidentele € 400K voor het verrijken van het locatiebestand met milieubelastende activiteiten zijn noodzakelijke voorbereidende activiteiten om te kunnen werken met de Omgevingswet. Dat deze werkzaamheden op de RUD Drenthe afkwamen is al lange tijd bekend. Het bedrag voor de omzetting was daarom ook opgenomen in de kostenkant van de primaire begroting 2023 (inclusief onderbouwing). Echter is dit niet vertaald naar de deelnemersbijdrage. Via deze begrotingswijziging wordt deze omissie hersteld. De blijvende aandacht voor tijdig signaleren en programmeren wordt vanzelfsprekend onderschreven.
− Productienorm vergelijkbaar met andere diensten De productienorm van de RUD Drenthe (op basis van 5% ziekteverzuim) is 1350 uur. De correctie naar 9% verzuim leidt tot een verlaging van de norm naar 1289 uur. Voor het inwerken van het (vele) nieuw personeel is gekozen om dit zo transparant mogelijk in beeld te brengen en daarom in mindering te brengen op de productienorm. Dit leidt tot een correctie van 50 uur. In totaal is hier circa 6500 uur mee gemoeid. Als alternatief kiezen andere diensten kiezen ervoor om deze uren van het jaarprogramma af te halen (of apart te financieren). Het effect op jaarbasis blijft hetzelfde maar is bij deze diensten niet zichtbaar in de productiviteitsnorm. Het op een goede wijze inwerken van het vele nieuwe personeel en zij-instromers is belangrijk om de gevraagde kwaliteit te leveren voor een schoon en veilig Drenthe. De monitoring op feitelijke productiecijfers is gericht op het zo efficiënt mogelijk inzetten van de beschikbare capaciteit. In de ontwerpbegroting 2024 is een verlaging van het ziekteverzuim naar 7% opgenomen, dit leidt tot een hogere productiviteit. In overleg met de bedrijfsarts wordt onderzocht wat een passend verzuimpercentage is gelet op de opbouw van onze organisatie. De ingediende zienswijzen leiden niet tot het beeld dat de ontwerpbegrotingswijziging aangepast moet worden.
Wij stellen daarom het algemeen bestuur voor om de ontwerpbegrotingswijziging ongewijzigd vast te stellen. Ontwerpbegroting 2024 – Voorbereiding Omgevingswet wordt onderschreven De ontwerpbegroting 2024 bouwt in belangrijke mate voort op eerder gemaakte afspraken. Belangrijk onderdeel daarvan is het eind 2021 vastgestelde groeimodel gemeenten waarin de herijkte Drentse Maatkengetallen in een periode van 4 jaar in het gemeentelijke deel van de begroting wordt verwerkt. Hiermee wordt toegewerkt naar voldoende capaciteit voor het gevraagde kwaliteitsniveau van gemeenten. Daarnaast is een voorstel opgenomen om te anticiperen op de Omgevingswet. Nu immers duidelijk is dat die wet daadwerkelijk van kracht wordt op 1 januari 2024 zullen ook de effecten in de begroting verwerkt moeten worden. Hiermee kan extra capaciteit worden geworven om de tijdige afhandeling van het werk te borgen. Daarbij is aangegeven dat het nog indicatieve effect verder inzichtelijk wordt gemaakt met een plan van aanpak. Tien raden besloten een zienswijze in te dienen. De staten en twee raden besloten geen zienswijzen in te dienen. De zienswijzen zijn als bijlage opgenomen, hierna samengevat en van een reactie voorzien. Samenvatting zienswijzen Uit de behandeling in vergaderingen van raden/staten en de ingediende zienswijzen blijkt grote betrokkenheid voor het werk van de RUD Drenthe en de organisatie.
Van de ingediende zienswijzen zijn 5 zienswijzen enkelvoudig, en gaan over de wijziging van de werkzaamheden als gevolg van de Omgevingswet. 5 zienswijzen zijn meervoudig. In de meerderheid van de zienswijzen wordt voorgesteld om de 7% voor de Omgevingswet (al dan niet) op te nemen in de eigen begroting (en na nadere onderbouwing te verwerken in een begrotingswijziging 2024 op basis van het nog op te leveren plan van aanpak). Daarnaast zijn de volgende onderwerpen éénmaal of enkele malen opgenomen in de zienswijzen: − Goed dat financiële middelen zijn opgenomen i.v.m. onzekerheden Omgevingswet; − Verzoek om gesprek over de inhoudelijke (beleids-)kaders voor de uitvoering van de werkzaamheden/ 2e fase U&H-strategie en brede herijking Drentse maat; − Zorgen over de sterke verhoging van de deelnemersbijdrage; − De lagere productienorm (mede vanwege inwerken personeel) dient niet de standaard te worden; − Verzoek om een toelichting over de hogere loon- en prijsindexering; − Zorgen over het ziekteverzuim dat ten koste gaat van de productienorm; − Verzoek tijdige informatie bij afwijkingen van de begroting/ inzet (en kosten Omgevingswet); − Belangrijk om uit te gaan van een realistisch verzuimpercentage (niet te optimistisch); − Niet akkoord met 7% omgevingswet, kosten invoering dient in eerste instantie uit het (op basis van het meerjarige groeimodel verruimde) beschikbare budget
2024 te worden voldaan; − Werk kostenverhogende ontwikkelingen uit in scenario’s met risico’s voor de raad; − Verhoging deelnemersbijdrage alleen acceptabel door wijzing in taakstelling, CAO of inflatie; − Verzoek om jaarlijks een reservering te doen voor kosten aanbesteding zaaksysteem; − Verzoek om een evaluatie uit te voeren en een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Naast zorgen en aandachtspunten wordt ook waardering uitgesproken over de voorwaartse stappen die de organisatie heeft gezet afgelopen periode. 2
Reactie op zienswijzen Het dagelijks bestuur spreekt haar waardering uit voor de veelal constructieve zienswijzen. De zienswijzen over de Omgevingswet leiden tot een gewijzigd voorstel voor het algemeen bestuur. Hieronder wordt dit toegelicht en ontvangt u ook een reactie op de overige opgenomen zorgen en aandachtspunten. − Impact Omgevingswet – gewijzigd voorstel aan het algemeen bestuur De meeste ingediende zienswijzen gaan over de wijzingen in het werk door de Omgevingswet. Vanuit 11 deelnemers wordt het signaal afgegeven dat een goede voorbereiding op de Omgevingswet belangrijk is en dat een verhoogde inzet en begroting daarbij aannemelijk is. Alleen de keuze voor het tijdstip waarop de impact financieel in de begroting verwerkt moet worden verschilt. 4 deelnemers hebben namelijk de voorkeur om direct 7% op te nemen in de begroting 2024, 7 deelnemers vragen om eerst onderzoek uit te voeren en de uitkomst hiervan zo nodig op te voeren in een begrotingswijziging. 1 deelnemer geeft aan dat de impact vooralsnog gedekt dient te worden uit de urentoename van het groeimodel gemeenten. En 1 deelnemer geeft aan alleen stijging van kosten te aanvaarden als gevolg van wijziging taken, CAO of inflatie en verzoekt om scenario’s met risico’s.
Voor het waarborgen van de dienstverlening, beheersen van risico’s en een gezonde werkdruk biedt het opnemen van 7% impact in de ontwerpbegroting de meeste waarborg. Immers op deze wijze kan de organisatie vol inzetten op de werving van medewerkers zodat per 1 januari meer menskracht beschikbaar is om te starten met de gewijzigde werkzaamheden onder de Omgevingswet. Het alternatief is om de impact Omgevingswet eerst in beeld te brengen en daarna in het najaar te verwerken in een begrotingswijziging 2024. Deze variant vraagt om een overbruggingsperiode met extra keuzes over het niveau van dienstverlening, te accepteren risico’s en mogelijk stil te leggen werkzaamheden per 1 januari. Het gaat daarbij bijvoorbeeld ook om keuzes of vergunningen/meldingen altijd voorrang hebben boven toezicht/klachten en de mate waarin vooroverleg of deelname aan de omgevingstafel kan plaatsvinden. Deze keuzes worden bij de voorbereiding op het jaarprogramma 2024 in beeld gebracht. Mogelijk biedt het vertragen van het groeimodel gemeenten hier ook enige ruimte. In de voorbereiding wordt toegewerkt naar een scenario die zoveel mogelijk flexibiliteit biedt. In het addendum op de aanbiedingsbrief ontwerpbegroting van 19 mei leest u meer over de wijzigingen. Het dagelijks bestuur heeft zwaar laten wegen dat een groter aantal zienswijzen de voorkeur uitspreekt voor het alternatieve scenario.
Het algemeen bestuur wordt daarom voorgesteld om de ontwerpbegroting 2024 op dit onderdeel gewijzigd vast te stellen. Voorgesteld wordt om de impact voor de wijzigingen van de Omgevingswet niet op te nemen in de begroting 2024 maar (op basis van het onderzoek) nader te verwerken in een begrotingswijziging 2024. U wordt geadviseerd om hiervoor alvast een reservering in de eigen begroting op te nemen. Om tijdens de overbruggingsperiode de risico’s zoveel als mogelijk te beperken zal - vooruitlopend op definitieve besluitvorming – op cruciale plekken wel alvast geworven worden. Waar mogelijk zal dat gedekt worden uit het nog niet bezette deel van het groeimodel. − Betrokkenheid bij beleidskeuzes/ 2e fase U&H strategie/DM en informeren over voortgang en afwijkingen Ook tijdens de zomermarkten kwam naar voren dat met belangstelling wordt uitgekeken naar het gesprek over de milieudoelen in Drenthe en het bijbehorende prijs- en kwaliteitsniveau. Dit proces wordt getrokken door de deelnemers en bevindt zich in de startfase. De insteek vanuit uw eigen ambtelijk vertegenwoordigers is dat raden/staten aan de voorzijde hierbij worden betrokken. Het verzoek om kostenverhogende ontwikkelingen voor de raad uit te werken in scenario’s en risico’s maakt onderdeel uit van dit traject.
Het informeren over voortgang, afwijkingen en besteding van middelen vindt plaats via de 4- en 8-maandsrapportage (en jaarverantwoording). Met uw ambtelijk vertegenwoordigers is intensieve afstemming en wordt regelmatig de stand van zaken gedeeld vanuit de monitoring op de voortgang en realisatiecijfers. − Zorgen over de productiviteitsnorm en ziekteverzuim Over de wijze waarop de productienorm is opgebouwd en de daling van het ziekteverzuim is hiervoor een uitgebreide uitleg opgenomen. Met het verzoek om realistisch te begroten en programmeren wordt ieder jaar opnieuw bekeken wat een passende productienorm is. Zodra de arbeidsmarkt normaliseert, het aandeel nieuwe medewerkers stabiliseert en de daling van het ziekteverzuim zich voortzet dan leidt dit tot een hogere productiviteitsnorm in 2025. De resultaten van het preventief medisch onderzoek zijn geanalyseerd. De komende maanden worden deze uitgewerkt voor het verder beperken van het beïnvloedbaar verzuim. 3
− Stijging loon- en prijsindexering voor 2024 en zorgen over sterke verhoging deelnemersbijdrage De hogere loon- en prijsindexering voor 2024, ten opzichte van de primaire begroting 2023, komt voort uit het Centraal Economisch Plan van het CBS (volgens Drentse afspraken). Vanwege de hogere inflatie heeft het CBS de indexatie naar boven aangepast. De cijfers uit de primaire begroting 2023 dateren uit november 2021. De jaarlijkse verhoging van de deelnemersbijdrage komt voort uit het eerder vastgestelde gemeentelijke groeimodel. Uit een uitgevoerde benchmark in 2021 bleek namelijk dat vergelijkbare diensten fors meer uren ter beschikking hebben om hetzelfde takenpakket verantwoord uit te voeren. Voor gemeenten is een meerjarig groeimodel afgesproken waarmee in vier jaar tijd wordt toegegroeid naar het afgesproken niveau. − Jaarlijkse reservering voor grote uitgaven, brede evaluatie en gemeenschappelijke adviescommissie In één zienswijze wordt verzocht om grote incidentele uitgaven niet ineens op te voeren maar hiervoor een jaarlijkse reservering op te nemen. Voor de toekomst wordt onderzocht dit voor grote uitgaven (deels) kan worden ingevoerd. Het verzoek om een evaluatie lijkt voorbij te gaan aan de brede evaluatie in 2021. Hieruit volgde een uiterst positief beeld over de ontwikkeling van de organisatie.
Ook uw raden/staten zijn hierover geïnformeerd en worden betrokken bij de uitwerking van de aanbevelingen (nagenoeg gereed). Overigens vindt op dit moment via het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel een flinke impuls plaats om de Omgevingsdiensten nog verder te professionaliseren, waaronder een uitgebreide visitatie. Ook vindt er sinds 2021 door het ministerie van I&W een 2 jaarlijks onderzoek plaats onder alle Omgevingsdiensten om de staat van het VTH-stelsel te toetsen. In 2 zienswijzen wordt aanbevolen een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Op basis van de inventarisatie onder de raden wordt een concept voorstel tot wijziging voorbereid. Vaststelling begroting door het algemeen bestuur Op 4 september neemt het algemeen bestuur met inachtneming van uw zienswijzen een besluit over de ontwerpbegrotingswijzing 2023 en de ontwerpbegroting 2024. Met de ontwerpbegroting borgen we een betrouwbare en toekomstgerichte uitvoering van milieuactiviteiten, zodat we samen met onze partners proactief en resultaatgericht bijdragen aan een schoon en veilig Drenthe. Nu én voor volgende generaties. Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van de RUD Drenthe,
De voorzitter, R.H. Meijer
de secretaris, M. Heidekamp-Prins
4