1.5 RUD Drenthe - Reactiebrief zienswijzen dagelijks bestuur RUD Drenthe
Tekst van het document
bezoekadres Westerbrink 1 9405 BJ Assen
Aan
De raden en provinciale staten van Drenthe In afschrift aan: De colleges van B&W en GS van Drenthe Verzending per -mail
ons kenmerk
uw brief van/kenmerk
202400515
team
bijlage(n)
Staf
1
behandeld door
telefoon
datum
M. van den Berg
0592 - 754569
m.vandenberg@ruddrenthe.nl
10 juli 2024
onderwerp
Reactie op ontvangen zienswijzen ontwerpbegrotingen 2024 en 2025
Geachte raads- en statenleden, In de afgelopen periode heeft u in uw raads-/statenvergadering de ontwerpbegrotingswijziging 2024 en de ontwerpbegroting 2025 RUD Drenthe behandeld. Het dagelijks bestuur heeft de ingediende zienswijzen op 8 juli behandeld. In deze brief leest u de reactie hierop en de manier waarop het dagelijks bestuur het algemeen bestuur voorstelt om die zienswijzen bij de besluitvorming te betrekken. Ontwerpbegrotingswijziging 2024 – voorstel om ongewijzigd vast te stellen Op de ontwerpbegrotingswijziging 2024 zijn door uw raden/staten geen zienswijzen ingediend. In de vast te stellen begrotingswijziging wordt echter nog wel 1 aanpassing doorgevoerd. Onlangs is namelijk gebleken dat de provincie toch het bevoegd gezag blijft voor een bedrijf waarvan aanvankelijk de aanname was dat het college van Aa en Hunze bevoegd gezag zou worden in verband met de komst van de Omgevingswet. Deze wijziging in uren is ambtshalve verwerkt in de tabel met de deelnemersbijdrage (verschuiving uren van Aa en Hunze naar de provincie) en werkt ook door in de begroting 2025. Omdat er geen zienswijzen zijn ingediend op de ontwerpbegrotingswijziging stellen wij het algemeen bestuur voor om deze, voor het overige, ongewijzigd vast te stellen. Ontwerpbegroting 2025 – Voorkeur variant B m.b.t.
Omgevingswet en financiële zorgen ravijnjaren De ontwerpbegroting 2025 bouwt in belangrijke mate voort op eerder gemaakte afspraken. Belangrijk onderdeel daarvan is het eind 2021 vastgestelde groeimodel gemeenten waarmee in 2025 een laatste bijstelling plaatsvindt om het gemeentelijk toezicht op adequaat niveau te brengen. Een ander belangrijk onderdeel voor de ontwerpbegroting is het werken met de Omgevingswet. De grote incidentele inzet hiervoor in 2024 komt in 2025 te vervallen. Aan uw raden/staten is gevraagd op welke wijze de structurele impact van de Omgevingswet verwerkt dient te worden in de begroting 2025. Hiervoor zijn 2 varianten aan u voorgelegd: • Variant A (stijging 4% t.o.v. 2024) – 9% urenstijging op basis van impactanalyse/uitvoeringskeuzes • Variant B (0% lijn t.o.v. 2024) – 5% urenstijging uit 2024 continueren en zo nodig bijstellen op basis van monitoring daadwerkelijke impact Alle raden en ook de staten hebben in hun zienswijzen hun voorkeur uitgesproken over de te verwerken variant in de begroting 2025. De zienswijzen zijn als bijlage opgenomen, een samenvatting hiervan leest u hierna inclusief de reactie hierop.
Samenvatting zienswijzen Uit de behandeling in vergaderingen van raden/staten en de ingediende zienswijzen blijkt grote betrokkenheid bij het werk van de RUD Drenthe en de organisatie. Vijf zienswijzen zijn enkelvoudig, dat wil zeggen dat alleen een voorkeur wordt uitgesproken over de variant voor verwerking urenimpact Omgevingswet. In acht zienswijzen worden naast een uitspraak over de Omgevingswet ook zorgen geuit over de financiële ontwikkelingen. Hierbij gaat het om de onzekerheid over de ravijnjaren vanaf 2026, maar ook om de stijging van de gemeentelijke deelnemersbijdrage afgelopen jaren. Daarom wordt in een aantal gevallen verzocht om in de begroting 2026 alleen nog kostenstijgingen te verwerken als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen, ook verzoekt 1 raad om met ombuigingsvoorstellen te komen voor de ontwerpbegroting 2026. In dit verband wordt ook een flink aantal keren verzocht om betrokken te worden bij de 2 e fase van de U&H-strategie waarin keuzes worden gemaakt over het ambitieniveau en te accepteren risico’s. Naast zorgen worden ook complimenten gegeven over de sterke daling van het ziekteverzuim en de het positieve resultaat van 2023 (zowel financieel als productie) De raden/staten hebben allen een voorkeur uitgesproken voor een variant i.r.t. de Omgevingswet. In de zienswijzen wordt 6x de voorkeur uitgesproken voor variant B en 4x voor variant A.
Daarnaast wordt in drie zienswijzen voorgesteld een derde variant op te stellen en voor te leggen aan de betreffende raden, hierbij gaat het om een wettelijk minimum variant. Twee raden hebben hierbij aangegeven dat wanneer deze minimumvariant niet tijdig opgesteld kan worden de voorkeur in dat geval uitgaat naar variant B. Reactie op zienswijzen Het dagelijks bestuur spreekt haar waardering uit voor de constructieve zienswijzen. De uitgesproken voorkeur voor variant B i.r.t. de impact van de Omgevingswet leidt tot een gewijzigd voorstel voor het algemeen bestuur. Hieronder wordt dit toegelicht en ontvangt u ook een reactie op de overige opgenomen zorgen en aandachtspunten. − Variant B impact Omgevingswet verwerken in begroting Op basis van de zienswijzen blijkt een voorkeur voor variant B, mede omdat de door drie raden verzochte minimumvariant niet binnen korte tijd kan worden voorgelegd. In de volgende alinea wordt het verzoek om een derde variant uit te werken verder toegelicht. Omdat uit de meerderheid van de zienswijzen een voorkeur voor variant B blijkt, wordt voorgesteld de begroting op dit uitgangspunt te baseren. Dat wil zeggen de 0% lijn voor de Omgevingswet. Hierin wordt de 5% urenstijging uit 2024 gecontinueerd en zo nodig bijgesteld op basis van monitoring.
De impactanalyse geeft een onderbouwde aanname dat de inzet met een hoger percentage stijgt maar dit hebben we nog niet in de praktijk kunnen toetsen. Dit jaar doen we met elkaar ervaring op in het werken met de Omgevingswet. Bij de tussentijdse rapportages (4 en 8 maanden) wordt een analyse gegeven van de stijging in vraag/complexiteit die we zien voor de Omgevingswet en ook of er noodzaak is tot een bijstelling via een begrotingswijziging. Wij adviseren u hier rekening mee te houden in de risicoparagraaf van uw begroting. − Verzoek om derde variant uit te werken en voor te leggen: wettelijk minimum Door 3 raden is voorgesteld om een derde variant uit te werken naast variant A en B. Verzocht wordt om op basis van het wettelijk minimum, keuzes in de uitvoering in beeld te brengen inclusief de middelen die daarvoor nodig zijn. Dit verzoek is begrijpelijkerwijs ingegeven met het zicht op de ravijnjaren. Het verzoek sluit goed aan bij het proces van de Uniforme Uitvoerings- & Handhavingsstrategie (U&H-strategie) waarvan een eerste bespreekversie nagenoeg gereed is. Uit veel zienswijze blijkt namelijk de wens om nauw betrokken te worden bij de keuzes over de risico’s, kwaliteit en uitvoering en de hieraan verbonden middelen. Het verzoek is nadrukkelijk om met scenario’s te komen met keuzes en risico’s over het uitvoeringsniveau.
Aan het verzoek van de 3 raden wordt tegemoetgekomen in het lopende proces van de U&H-strategie. Het is echter niet haalbaar om de derde variant nu al aan de raden/staten voor te leggen vòòr de vaststelling van de begroting 2025 op 9 september. Het uitwerken hiervan, inclusief de bestuurlijke afstemming, staat gepland in de tweede helft van dit jaar. De vastgestelde begroting dient voor 15 september te worden aangeleverd bij het ministerie van BZK. Uw zorgen over de financiële ontwikkelingen en de wens om ook als raad betrokken te worden bij keuzes over milieudoelen, risico’s en kwaliteit zijn goed gehoord en krijgen op korte termijn een vervolg. Het proces om te komen tot een U&H-strategie wordt getrokken door de gezamenlijke deelnemers, deze strategie vormt ons opdrachtkader voor de toekomst. 2
− Zorgen over stijging deelnemersbijdrage - alleen beperkte kostenstijgingen Gezien de financiële onzekerheid vanwege de ravijnjaren waar gemeenten vanaf 2026 voor staan wordt in 6 zienswijzen hiervoor expliciet aandacht gevraagd. In de zienswijzen wordt bijvoorbeeld aandacht gevraagd voor de forse stijging van de gemeentelijke bijdrage in de afgelopen jaren mede door het in 2021 afgesproken meerjarige groeimodel om het toezicht voor de gemeentelijke bedrijven op een adequaat niveau te brengen. Het jaar 2025 is het laatste jaar waarin deze groei zich voordoet. Vanaf 2026 stabiliseert de personele groei en daarmee ook in belangrijke mate de stijging van de hieraan verbonden deelnemersbijdrage. Voor de op te stellen ontwerpbegrotingen vanaf 2026 wordt in een aantal zienswijzen verzocht om alleen nog kostenstijgingen op te nemen naar aanleiding van loon- en prijsontwikkelingen. Hieraan verbonden is het verzoek in een aantal zienswijzen om de begroting leidend te laten zijn voor de het jaarprogramma en alleen een begrotingswijziging te doen voor (extra) indexatie van personeels- en andere kosten. Ook het verzoek om met ombuigingsvoorstellen te komen houdt verband met de financiële zorgen. Wij zijn ons zeer bewust van de financiële vooruitzichten waar de lagere overheden mee te maken krijgen.
Dit betekent ook dat wij als gemeenschappelijke regeling hierin onze verantwoordelijkheid nemen. Kostenstijging worden alleen doorgevoerd wanneer deze onontkoombaar zijn (dit kunnen bijvoorbeeld ook nieuwe of extra door u opgedragen taken zijn), verder wordt ingezet op een sober en doelmatige uitvoering van de milieutaken. In het gesprek over de U&H-strategie wordt u uitgenodigd via diverse scenario’s om hierover uw mening te geven. Uiteindelijk wordt toegewerkt naar een gedragen Drenthebreed uitvoeringskader, waarin we met elkaar het ambitieniveau voor de toekomst bepalen. − Betrokkenheid 2e fase uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie Zowel uit de zienswijzen als ook tijdens de zomermarkten kwam naar voren dat met belangstelling wordt uitgekeken naar het gesprek over de milieudoelen in Drenthe en het bijbehorende prijs- en kwaliteitsniveau. Dit proces wordt getrokken door de gezamenlijke deelnemers en bevindt zich in een oriënterende fase. De insteek is dat raden/staten aan de voorzijde hierbij worden betrokken. Het verzoek om te komen met scenario’s, bijvoorbeeld ook een wettelijk minimum variant, wordt hierbij betrokken. In deze scenario’s worden ook de te accepteren milieurisico’s betrokken. − Verzoek om voortgangsinformatie i.r.t.
de Omgevingswet In een aantal zienswijzen wordt daarnaast verzocht om via tussentijdse rapportages op de hoogte te worden gehouden over de voortgang van de Omgevingswet en eventuele uitvoeringskeuzes. In de 4- en 8maandsrapportage (en jaar-verantwoording) vindt verantwoording plaats over voortgang, afwijkingen en besteding van middelen. Indien de inzet i.r.t. de omgevingswet leidt tot prioritering dan wordt u hierover in deze rapportages geïnformeerd. Overigens is onlangs een grote vooruitgang geboekt in het transparant verantwoorden over wat we doen. Een nieuw dashboard geeft namelijk voor al onze deelnemers realtime inzicht in voortgang van het Jaarprogramma. Per onderdeel (bodem, vergunningen, RGT, etc.) wordt de stand van zaken urenbesteding aangeven waarbij doorgeklikt kan worden op zaakniveau. Ook is per locatie de stand van zaken te zien met doorklik op zaakniveau. Het dashboard wordt dagelijks bijgewerkt en bevat actuele gegevens. Vaststelling begroting door het algemeen bestuur Op 9 september neemt het algemeen bestuur met inachtneming van uw zienswijzen een besluit over de ontwerpbegrotingswijzing 2024 en de ontwerpbegroting 2025. Met de ontwerpbegroting borgen we een betrouwbare en toekomstgerichte uitvoering van milieuactiviteiten, zodat we samen met onze partners proactief en resultaatgericht bijdragen aan een schoon en veilig Drenthe.
Nu én voor volgende generaties. Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van de RUD Drenthe,
De voorzitter, R.H. Meijer
de secretaris, M. Heidekamp-Prins 3