1.5 OR GKB - Brief - Borging levensvatbaarheid GKB Drenthe
Tekst van het document
Aan: Gemeenteraad van de gemeenten Assen, Hogeveen, Meppel Afzender: De ondernemingsraad van de GR GKB Drenthe CC: Dagelijks Bestuur GR GKB Drenthe Margriet Nascimento, Bestuurder GR GKB Drenthe en St. GKB Drenthe Betreft: Borging levensvatbaarheid GKB Drenthe Datum: 09 juli 2025
Geachte leden van de gemeenteraad, De Ondernemingsraad (OR) brengt hierbij de besluitvorming rond de verzelfstandiging GKB Drenthe, door het overbrengen van de organisatie van een Gemeenschappelijke Regeling (GR) naar een stichting, onder de aandacht. Hij verzoekt u in te grijpen in het proces door het beschikbaar stellen van (reeds begrote) middelen. Op die manier wordt de OR comfort geboden, in die mate dat deze kan adviseren de voorgenomen verzelfstandiging plaats te laten vinden en een gang naar de Ondernemingskamer (OK) onnodig wordt. In juni 2024 hebben de gemeenteraden van de GR-gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel besloten over het overbrengen van de GKB Drenthe van de huidige GR naar een op te richten stichting. Aan deze stichting kunnen, behalve de huidige GR-gemeenten, ook de gemeenten deelnemen die nu diensten afnemen o.b.v. een dienstverleningsovereenkomst. Als vervolg daarop zou dan de GR kunnen worden geliquideerd. Aan het besluit om de GKB te verzelfstandigen heeft het Dagelijks Bestuur de volgende randvoorwaarden gesteld: • • • • •
Aanwezigheid van perspectief op een stabiele en robuuste verzelfstandigde organisatie; Realiseren van een rechtmatige constructie; Het kunnen voortzetten van de huidige dienstverlening; Mogelijkheid tot deelname van gemeenten met nu een dienstverleningsovereenkomst; Het doorlopen van een gezamenlijk proces
In de discussie over de verzelfstandiging heeft de OR, naast de eventuele gevolgen voor medewerkers, met name deze randvoorwaarden van het DB zelf laten meewegen. Verder heeft de OR meermaals aangegeven in beginsel niet negatief te staan tegenover een verzelfstandiging. Verder vindt de OR het noodzakelijk dat met verzelfstandiging rust ontstaat rond de organisatie en deze voor langere tijd haar zo belangrijke werk voor de kwetsbare bewoners van de gemeenten kan blijven uitvoeren. Geen stabiele en robuuste organisatie De OR stelt vast dat aan een aantal randvoorwaarden inmiddels voldaan wordt. Zo is met de overgang naar een stichting sprake van een rechtmatige organisatie en kunnen ook DVO-gemeenten daaraan deelnemen. Wat betreft de continuïteit van de dienstverlening is een openstaand punt de tijdige overheveling van de onderbewindstellingsdossiers naar de nieuwe organisatie. Hiervoor moet de rechtbank tijdig goedkeuring geven. De OR heeft aangegeven dat hij ervanuit gaat dat alles in het werk gesteld zal worden om te zorgen dat de overheveling voor 1 januari 2026 gerealiseerd is. Een fundamenteel verschil van inzicht bestaat nog op één, door het DB zelf gestelde, randvoorwaarde. Die luidt dat sprake moet zijn van “perspectief op een stabiele en robuuste verzelfstandigde organisatie”.
Uit onderzoek dat de OR zelf door een financieel deskundige heeft laten uitvoeren, blijkt dat aan deze randvoorwaarde met de huidige plannen niet voldaan wordt. De conclusies van de financieel deskundige luiden, kort gezegd: Het businessplan gaat uit van een positief resultaat van gemiddeld jaarlijks € 25.000. Dit is gebaseerd op valide uitgangspunten en is een aannemelijke balans in zowel plussen als minnen. Dat wil zeggen: het is in beginsel aannemelijk dat de omzet en kosten zich binnen de aan onze deskundige weergegeven bandbreedte zullen
bewegen. Toch betekent dat positieve resultaat van € 25.000 niet dat GKB zelfstandig op eigen benen kan staan. Belangrijkste redenen daarvoor zijn: •
•
•
•
•
•
•
Het positieve resultaat komt alleen tot stand door de bovenformatieve bijdrage van de GR. Zonder deze bijdrage is er geen sprake van een kostendekkende exploitatie en een positief resultaat. Deze bovenformatieve bijdrage is gebaseerd op de omzetderving bij de transitie van GR naar stichting, en vervolgens vertaald naar bovenformatieve fte. Op korte termijn lijkt het niet mogelijk de formatie daadwerkelijk met 3,5 fte af te bouwen. Daarnaast is de bijdrage tijdelijk, voor een periode van 3 jaar. Een extra beperking is dat (het DB van) de GR zelf kan bepalen of de bovenformatieve bijdrage wel nodig is. Het DB koppelt het toekennen van de bovenformatieve bijdrage direct aan de opdracht van de directie om tot een zo efficiënt mogelijke bedrijfsvoering te komen. Dat een directie deze opdracht te allen tijde heeft staat buiten kijf. Echter, dit betekent dat de GKB ook bij terugvallende omzet alsnog niet kan rekenen op het bedrag aan bovenformatieve bijdrage. Bij een slechts beperkt positief resultaat (bijv. €25.000 zoals hierboven genoemd) duurt het vele jaren voor sprake kan zijn van voldoende buffer om tegenvallers op te vangen. Jaren waarin dan nog geen sprake mag zijn van tegenvallers, die een opgebouwd bedrag aan buffer alweer teniet zouden doen. De huidige praktijk wijst al uit dat de GKB zonder bovenformatieve bijdrage geen positief resultaat kan halen.
Volgens de begroting getiteld ‘geactualiseerd businessplan 2025’ komt de exploitatie dit jaar uit op een negatief resultaat van -€ 263.846, als de bovenformatieve bijdrage niet meegerekend wordt. De begroting getiteld ‘concept business plan 2026’ komt uit op een negatief resultaat van -€121.030, wederom als de bovenformatieve bijdrage niet meegerekend wordt. Van de opbouw van een buffer om eventuele tegenvallers in de toekomst op te vangen is dan nog geen enkele sprake. Het staat niet expliciet vast dat de stichting de tarieven kan verhogen met meer dan de indexatiemethodiek. In artikel 5.3 van de deelnemingsovereenkomst staat dat in geval dat GKB gedurende het jaar geconfronteerd wordt met andere kosten of kostenstijgingen dan voorzien bij het bepalen van de tarieven, deze kosten met instemming van de gemeenten worden doorbelast…zonder instemming dit kan verdisconteren in de tarieven in het volgende jaar. Hieruit blijkt niet dat de stichting haar tarieven kan verhogen in die situatie waarin gemeenten tot 10% minder afnemen met als gevolg een negatief resultaat. Bij verzelfstandiging is er sprake van een negatief werkkapitaal. Daardoor is de stichting al vanaf de oprichting aangewezen op en afhankelijk van vreemd vermogen. Een marginaal resultaat leidt ook tot een marginale cashflow.
Omdat de tarieven vaststaan en gebaseerd zijn op een kostendekkende exploitatie, kan de stichting het weerstandsvermogen niet zelfstandig aanvullen. Een zo efficiënt mogelijk werkende organisatie die op zoek gaat naar nieuwe werkwijzen en andere dienstverlening is vanzelfsprekend een taak van de directeur en het MT. Op termijn zijn er wellicht mogelijkheden om de exploitatie te versterken. Bijvoorbeeld door efficiënter te werken of met nieuwe dienstverlening. Op korte termijn kan daar nog niet van uit worden gegaan, terwijl op korte termijn het risico op exploitatieverliezen wel voor rekening van de stichting is. De activiteiten van de GR GKB worden deels gefinancierd met vreemd vermogen; een langlopende lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) met een omvang van €1.400.000 en een rentelast van €200.000 in 2023. Een substantieel bedrag, kortom. Op dit moment is onvoldoende zeker of deze lening kan worden ‘overgezet’ naar de Stichting GKB en of dit dan tegen dezelfde voorwaarden kan. Het DB GKB heeft inmiddels aangegeven bereid te zijn om net zolang garant te staan voor een lening bij de BNG als nodig is om de stichting te financieren. Echter, zo geeft het DB ook aan: “uiteindelijk moet het AB GKB, alle colleges en de raden daar nog wel een akkoord op geven.
Het definitieve besluit hierover vindt plaats bij de vaststelling van de gemeentelijke begrotingen in de raden van de GRgemeenten in november 2025.”
Samenvattend concludeert de OR dat op basis van de huidige documenten en afspraken met gemeenten op financieel vlak geen sprake is van perspectief op een stabiele en robuuste verzelfstandigde organisatie. Sterker: volgens de huidige stand van zaken komt de St. GKB binnen afzienbare termijn in financiële nood, met een herhaling van alle discussies van de afgelopen jaren tot gevolg. Hiermee voldoet de voorgenomen verzelfstandiging niet aan de criteria de het DB zelf heeft gesteld en met de gemeenteraden heeft afgestemd. Dit heeft ertoe geleid dat de OR negatief geadviseerd heeft over de voorgenomen verzelfstandiging. Naar aanleiding van het negatief advies hebben de OR en het DB overleg gevoerd. Hierin is gezocht naar mogelijke manieren om het bovenstaande verschil van inzicht alsnog op te lossen, zodat de OR kan adviseren
over te gaan tot uitvoering van de verzelfstandiging en een gang naar de OK niet meer nodig is. Ook heeft de OR zijn advocaat schriftelijk en telefonisch contact gehad met het DB. Deze overleggen hebben helaas niet tot een oplossing geleid. Oplossingsrichting Juist handelen nu kan financiële problemen in de toekomst wellicht voorkomen. Tijdens het overleg heeft de OR daarom onder meer voorgesteld om de bovenformatieve bijdrage t.w.v. €807.500 onvoorwaardelijk ten goede te laten komen aan de GKB. Dit naast de reeds begrote risicoreserve. Hiermee ontstaat een situatie waarin de GKB op langere termijn weliswaar nog altijd geen stabiele, robuuste organisatie is. Wel ontstaat er dan meer tijd om het volgens de OR noodzakelijke onderzoek te (laten) doen naar welke tarieven leiden tot een stabiele, robuuste organisatie en welke bedrijfsvoering daarbij past. Het DB heeft aangegeven een dergelijke toezegging niet te kunnen doen. De bovenformatieve bijdrage is weliswaar al begroot in het liquidatieplan van de GR GKB, maar voor het definitief toewijzen van het gehele bedrag, zijn de gemeenteraden de aangewezen partij. Gevraagd besluit De OR van de GR GKB verzoekt u dan ook te besluiten de gehele bovenformatieve bijdrage (€807.500) onvoorwaardelijk ten goede te laten komen aan de (op te richten) Stichting GKB Drenthe, met als resultaat: • • •
•
Het zonder verdere vertraging en onrust in gang zetten van de verzelfstandiging van de GKB, Het voortzetten van essentiële dienstverlening voor de meest kwetsbare bewoners door de organisatie met de meeste kennis en ervaring op dat vlak, zowel voor, tijdens als na de verzelfstandiging, Het verschaffen van extra tijd aan de GKB om te wennen aan de overgang van een publiekrechtelijke naar een privaatrechtelijke realiteit en de bijbehorende bedrijfsmatige, organisatorische en financiële veranderingen, Het vermijden van onnodige extra kosten als gevolg van een gang naar de OK.
Hoogachtend, Ondernemingsraad GKB Drenthe
Bijlage: rapportage