1.32 College - 19. Memo - Ontwikkelingen wetgeving warmtetransitie en collectieve warmtevoorzieningen
Tekst van het document
Memo Kenmerk Aan Van Datum Onderwerp Afschriften voor
: 3367951 : de gemeenteraad : het college van burgemeester en wethouders : p.m. : Ontwikkelingen wetgeving warmtetransitie en collectieve warmtevoorzieningen :
Inleiding Op 1 januari 2025 is de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) in werking getreden. Deze wet geeft gemeenten concrete handvatten om de wijkgerichte warmtetransitie voor (met name) bestaande bebouwing vorm te geven met gebruikmaking van de instrumenten van de Omgevingswet. Naast de Wgiw zal naar verwachting binnen afzienbare tijd de Wet collectieve warmte (Wcw) in werking treden. De Wcw vervangt de huidige warmtewet en reguleert collectieve warmteoplossingen, inclusief de marktordening (en daarmee de regulering van de warmtetarieven). De verwachting is dat deze wet dit jaar nog zal worden aangenomen en medio 2026 in werking zal treden. Voor nieuwbouw geldt sinds 2018 dat er in principe geen nieuwe gasaansluiting gerealiseerd mag worden voor woningbouw. Dat betekent dat voor nieuwe woningbouwontwikkelingen op voorhand nagedacht moet worden over alternatieve warmtevoorzieningen. Complicerende factor daarbij is netcongestie op het elektriciteitsnet. waardoor (individuele) all-electric oplossingen op bepaalde locaties minder voor de hand liggen. Zeker in gebieden met een relatief hoge bebouwingsdichtheid ziet de wetgever warmtenetten als een voor de hand liggende warmteoplossing.1 Maar ook voor de bestaande bebouwde omgeving kan een warmtenet zowel financieel als technisch een aantrekkelijk alternatief vormen.
Warmteprogramma Op 25 november 2021 heeft uw gemeenteraad een transitievisie warmte vastgesteld. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat deze elke vijf jaar geactualiseerd moet worden. Op grond van de Wgiw geldt door uw raad vastgestelde Transitievisie Warmte als een omgevingsprogramma als bedoeld in de Omgevingswet. Tegelijkertijd wordt in (artikel 3.6 van) de Omgevingswet een verplichting opgenomen voor het college om een warmteprogramma vast te stellen.2 Dat betekent dat de Transitievisie Warmte zoals vastgesteld door uw raad op termijn vervangen zal worden door een Warmteprogramma dat wordt vastgesteld door het college.
1 Memorie van Toelichting bij de Wet collectieve warmte, Kamerstukken II, 2023-2024, 36 576,
nr. 3, p. 4. 2 Memorie van Toelichting bij de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, Kamerstukken II, 2022-2023, 36 387, nr. 3, p. 11
Vanzelfsprekend zal uw raad ter zijner tijd bij de voorbereiding daarvan betrokken worden. In een warmteprogramma wordt onder andere een planning voor de transitie van (bestaande) wijken omschreven, waarbij wordt aangegeven welke mogelijke warmtealternatieven in beeld zijn voor die specifieke wijk. Als een gemeente wil dat een bepaalde wijk op termijn in zijn geheel van het gas af gaat, zal die wijk aangewezen moeten worden in het warmteprogramma zodat inwoners ruim de tijd krijgen zich op die grote verandering voor te bereiden. Dat zelfde geldt als er een voornemen is een collectieve warmtevoorziening te realiseren: ook dat voornemen begint in het warmteprogramma.
Gemeentelijke taak en rol Bij beide wetten (Wgiw & Wcw) wordt door de wetgever de cruciale rol van gemeenten in de lokale warmtetransitie benadrukt. Beide wetten beogen dan ook gemeenten te voorzien van de nodige instrumenten om de bebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Bij het aanwijzen van wijken die op termijn van het gas af gaan, zal nadrukkelijk ook nagedacht moeten worden over de mogelijkheid van collectieve warmtevoorzieningen. Uit onderzoek van Berenschot3 in opdracht van Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), netbeheerder Stedin, Bouwend Nederland en Energie Beheer Nederland (EBN) blijkt dat de maatschappelijke kosten van een warmtenet in dichtbevolkt gebied significant lager zijn dan individuele warmtepompen en bovendien het elektriciteitsnet ontlasten. Tegelijkertijd is er momenteel veel kritiek op collectieve warmtevoorzieningen. Warmtenetten worden door aangesloten huishoudens als duur en onbetrouwbaar ervaren. Met de nieuwe wetgeving beoogt de wetgever deze kritiek te ondervangen door enerzijds betere marktregulering, maar anderzijds door gemeenten een grotere rol te geven.
Die grotere rol van de gemeente komt (zeker bij collectieve warmtesystemen) niet alleen terug in de beleidscyclus voor de warmtetransitie, de planvorming en de uitvoering, maar nadrukkelijk ook (en meer dan onder de warmtewet het geval is) in de exploitatiefase waar een publiek meerderheidsbelang als uitgangspunt wordt genomen. Zo licht de wetgever bij de Wcw toe dat een (publiekrechtelijk) ‘[…] aangewezen warmtebedrijf integraal verantwoordelijk is voor een efficiënte (betaalbare) en betrouwbare warmtelevering […].4. Daarmee worden de publieke belangen beter geborgd en wordt de eindgebruiker beter beschermd.
3 Berenschot, ‘De keuze voor warmtenetten of andere warmteoplossingen’, 24 april 2024. 4 Memorie van Toelichting bij de Wet collectieve warmte, Kamerstukken II, 2023-2024, 36 576,
nr. 3, p. 79.
Stand van zaken in Meppel Momenteel bevindt het proces om te komen tot een warmteprogramma vóór 1 januari 2027 zich in de opstartfase. Zoals hierboven aangegeven gaat het om een programma als bedoeld in de omgevingswet en wordt het warmteprogramma – anders dan de Transitievisie Warmte – niet door uw raad, maar door het college vastgesteld. In het raadsvoorstel voor de Omgevingsvisie heeft ons college een voorstel gedaan over werkafspraken rondom omgevingsprogramma’s. Voor meer informatie verwijzen wij u naar deze afspraken. De Transitievisie Warmte zoals door uw raad vastgesteld is tot aan de vaststelling van een warmteprogramma het leidende kader voor zowel de beleidsmatige detaillering als de uitvoering van de warmtetransitie in Meppel. Daarbij hebben wij vanzelfsprekend oog voor veranderende omstandigheden en waar afwijking van het beleid nodig is zal die afwijking gemotiveerd worden. Tegelijkertijd wordt in Meppel momenteel gewerkt aan de transformatie van het bedrijventerrein Noordpoort naar een levendige, compacte woonwijk met ruimte voor duizend nieuwe woningen. In de Transitievisie Warmte wordt voor dit gebied nog uitgegaan van het Chw-bestemmingsplan ‘Transformatiegebied Noordpoort’. In dat bestemmingsplan wordt voor dit gebied een mix van lichte bedrijvigheid met bijzondere woonvormen voorzien met veel minder woningen dan nu beoogd is.
De beoogde gewijzigde invulling van dit gebied vraagt ons inziens ook om een heroverweging van het energieconcept. Hierover wordt uw raad in een afzonderlijk memo geïnformeerd.
Conclusie De nieuwe wetgeving toont aan dat de wetgever de daad bij het woord voegt: gemeenten krijgen een omgevingsrechtelijk instrumentarium om daarmee actief te kunnen sturen op de warmtetransitie in zowel de bebouwde omgeving als voor nieuwe ontwikkelingen. Individuele ‘all-electric’ warmtealternatieven zijn, mede gelet op de netcongestieproblematiek, zowel vanuit maatschappelijk als vanuit energetisch perspectief vaak een sub-optimale keuze. Tegelijkertijd blijkt uit deze nieuwe wetgeving dat de wetgever ook oog heeft voor de in de praktijk ervaren knelpunten door betaalbaarheid en betrouwbaarheid van collectieve warmtesystemen voorop te stellen bij de realisering van collectieve warmtevoorzieningen in de toekomst. De energietransitie en dan in het bijzonder de warmtetransitie vraagt om actieve publiekrechtelijke sturing. Met deze wetgeving geeft het rijk gemeenten het instrumentarium om te komen tot de door uw raad geambieerde aardgasvrije gemeente in 2040. Tegelijkertijd stellen wij vast dat deze nieuwe wetgeving ook een verandering van taken en rollen met zich mee brengt. Zoals wij hierboven al aan uw raad hebben toegezegd zal uw raad actief betrokken worden bij de totstandkoming van het warmteprogramma. Het college zal bij die voorbereiding ook de resultaten van de door uw raad gevraagde evaluatie van warmtenet in Nieuwveense Landen betrekken.
Dat gezegd hebbende: op korte termijn zullen er al keuzes gemaakt moeten worden, niet in de laatste plaats over de energievoorziening in Noordpoort. Ook bij dat proces zal het college bovenstaande als uitganspunt hanteren en uw raad zoveel mogelijk betrekken in de verschillende te nemen stappen.