1.31.2 Bijlage RUD - Begroting 2025 RUD Drenthe
Tekst van het document
5.6 PERSONELE ONTWIKKELINGEN We starten 2024 met 179 fte vaste medewerkers en 31 fte inhuur, wat neerkomt op totaal 210 fte bezetting. Een toelichting op de verdeling van ons personeel over de verschillende clusters in relatie tot de totale opgave in 2025, volgt in het Jaarprogramma 2025. In het kader van de versterking van het VTH-stelsel zijn de kwaliteitscriteria voor ‘kritieke massa’ (deskundigheid en ervaring) daarbij een belangrijk instrument. De komende jaren laten nog geen grote uitstroom zien als gevolg van pensionering. De gemiddelde leeftijd bedraagt 49 jaar. Qua formatieve groei verwachten we eind 2025 de gewenste situatie te bereiken. De focus verschuift dan meer naar beperking van uitstroom en uitval.
RENTE RISICONORM
Ter beperking van het renterisico op vaste schuld is er een rente risiconorm vastgesteld. De rente risiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen zoals de RUD Drenthe is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag 25
6 FINANCIËLE BEGROTING
In 2018 is als onderdeel van de verbetering van onze financiële grip de opzet van de begroting verbeterd, in afstemming met de deelnemers. Ook de Begroting 2025 is volgens deze verbeterde opzet opgesteld. 6.1
OPZET BEGROTING
We werken langs de volgende uitgangspunten: • De begroting is in overeenstemming met het BBV opgesteld, waarbij alle benodigde paragrafen en voorgeschreven onderdelen zijn opgenomen; • In de exploitatiebegroting is een nadere specificatie van de budgetten opgenomen. Zo is er bijvoorbeeld onderscheid gemaakt naar personeels- en inhuurbudgetten voor het primair proces en de overhead; • De meerjarenbegroting maakt onderdeel uit van de financiële begroting.
26
Met ingang van 2025 is er geen apart programma “milieu, leges en projecten” meer. De projecten maken integraal onderdeel uit van het Jaarprogramma waardoor deze niet langer apart aan de deelnemers in rekening worden gebracht. De hiermee samenhangende lasten en baten zijn opgenomen in het programma “milieu”. Dat programma valt volgens de IV3–informatievoorschriften voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen onder taakveld 7.4 Milieubeheer. De leges worden apart weergegeven omdat deze niet onder dat taakveld vallen. Dit gaat hoofdzakelijk om bouwleges.
6 FINANCIËLE BEGROTING
• Het gewogen indexcijfer (4,65%) door toepassing van de index loonvoet sector overheden de prijsindex netto materiële overheidsconsumptie; • Een productiviteitsnorm van 1.331 uur per FTE, waarbij rekening gehouden is met een ziekteverzuimpercentage van 6,5 %; • De in 2020 vastgestelde verrekensystematiek voor de deelnemersbijdragen.
6.2 MEERJARENRAMING OVERZICHT BATEN EN LASTEN De meerjarenraming 2026 - 2028 is op basis van de geldende normen geïndexeerd. De financiële en beleidsmatige uitgangspunten die leiden tot de Begroting 2025 bestaan uit: • De uitgangspunten van de Begroting 2024, inclusief de begrotingswijziging 2024;
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
Programma Milieu
18.944
25.587
26.573
27.972
29.155
30.220
Leges
2.484
200
200
200
200
200
Overhead
151
101
129
134
140
145
Algemene dekkingsmiddelen
155
145
145
145
145
145
Heffing VPB
0
0
0
0
0
0
Bedrag onvoorzien (rente)
0
0
0
0
0
0
Baten totaal
21.734
26.033
27.047
28.452
29.640
30.710
Programma Milieu
12.398
17.068
17.628
18.419
19.200
19.903
Leges
2.426
150
140
140
140
140
Overhead
6.562
8.690
9.154
9.617
10.025
10.392
Algemene dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
0
Heffing VPB
0
0
0
0
0
0
Bedrag onvoorzien
0
125
125
125
125
125
21.386
26.033
27.047
28.302
29.490
30.560
348
0
0
150
150
150
Toevoeging aan bestemmings reserve Zaaksysteem
0
0
0
150
150
150
Onttrekking reserves
0
0
0
0
0
0
348
0
0
0
-0
0
Lasten totaal
Saldo van baten en lasten vóór mutaties reserves
Saldo van baten en lasten na mutaties reserves Tabel 8: Overzicht van de meerjarenraming
De Begroting kan worden gewijzigd in geval van hernieuwde inzichten, te weten werkelijke indexcijfers, toe- en/of afname van de productie op basis van het nog op te stellen Jaarprogramma 2025, wanneer er een concrete begroting is voor de projecten 2025, in geval van concretisering van het investeringsbudget of als er zich onvoorziene zaken voordoen. In ieder geval dient
sprake te zijn van een gelijkblijvend takenpakket of een gelijkblijvend uitvoeringsniveau. Wijziging in omvang, intensiteit of kwaliteit van de werkzaamheden leidt tot begrotingseffect of herprioritering van taken. Een aantal risico’s die mogelijk substantiële begrotingseffecten meebrengen zijn in deze rapportage reeds benoemd.
27
6 FINANCIËLE BEGROTING
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
Totale baten
21.735
26.033
27.047
28.452
29.640
30.710
Deelnemersbijdragen
19.143
25.118
26.313
27.712
29.155
30.220
Reguliere deelnemersbijdrage
18.743
25.118
26.313
27.712
29.155
30.220
400
0
0
0
0
0
200
200
200
200
200
200
1.178
0
0
0
0
0
Bijdrage incidentele aanvullende kosten Legesopbrengsten Projectbaten Projectbaten SPUK
908
444
260
260
0
0
Financiële baten
155
145
145
145
145
145
151
126
129
134
140
145
Totale lasten
Inkomsten overige baten
21.386
26.033
27.047
28.302
29.490
30.560
Personeelslasten
15.947
21.138
22.604
23.575
24.845
25.755
Loonsom primair proces
10.686
12.512
13.050
13.644
14.223
14.743
Loonsom overhead
3.337
4.615
4.677
4.890
5.098
5.284
Doorbelasting loonkosten
-2.203
-444
-260
-260
0
0
-79
-40
-42
-44
-45
-47
2.462
2.483
2.541
2.647
2.759
2.860
750
747
964
1.004
1.047
1.085
Frictiekosten, looncompensatie enz. Inhuur primair proces Inhuur overhead Reiskosten
306
313
728
758
790
819
Opleidingen
321
415
435
453
472
489
Overige personele kosten
367
536
511
482
503
521
Bedrijfsvoeringskosten
3.013
3.686
3.801
4.002
4.172
4.324
Packagedeal gem. Emmen en prov. Drenthe
1.794
2.029
2.136
2.225
2.319
2.404
Huur zaaksysteem / licentie LOS
247
287
287
299
312
323
Overige licentie- en ICT-kosten
523
728
701
773
806
835
Overige bedrijfsvoeringskosten
449
642
677
705
735
762
Doorbetaalde leges
140
150
140
140
140
140
Projectkosten Projectkosten SPUK Onvoorzien
1.178
0
0
0
0
0
908
444
260
260
0
0
0
125
125
125
125
125
Incidentele lasten
201
490
118
200
208
216
Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves
349
0
0
150
150
150
Toevoeging aan bestemmingreserve Zaaksysteem
0
0
0
150
150
150
Onttrekking reserves Saldo van baten en lasten na mutatie reserves
0
0
0
0
0
0
349
0
0
0
-0
0
Tabel 9: De exploitatiebegroting
INDEXATIE
De posten in de exploitatiebegroting voor het jaar 2025 en de meerjarenraming (2026-2028) zijn geïndexeerd op basis van een inschatting van de directie voor de jaren 2025-2028. Dit is schematisch weergegeven in bijlage A.
28
6 FINANCIËLE BEGROTING
Hieronder worden de belangrijkste posten waarin afwijkingen in de Begroting 2025 plaatsvinden ten opzichte van de Begroting 2024 toegelicht.
INDIRECT PRODUCTIEVE PROJECTEN
6.3.1 BATEN DEELNEMERSBIJDRAGE
De deelnemersbijdrage stijgt ten opzichte van de begrotingswijziging 2024 met € 1,2 mln. Een specificatie per deelnemer is weergegeven in de bijlagen. De stijging wordt veroorzaakt door de volgende posten: OMSCHRIJVING
BEDRAG
Indexering 4,65% en CAO ontwikkelingen
1.556K
Ontwikkel/innovatiebudget
50K
Overige incidentele kosten*
-444K
Aanpassing uren Jaarprogramma**
-182K
Minder SPUK energietoezicht
184K
Overige wijzigingen
31K
Totaal
1.195K
Tabel 10: Mutatie deelnemersbijdrage * dit betreft de mutatie ten opzichte van de begrotingswijziging 2024. ** dit is de continuering van het aantal geraamde uren (5%) voor de omgevingswet
SPUK BATEN
De Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK) is bedoeld om voor meerdere jaren extra capaciteit voor toezicht en handhaving te realiseren, zodat de organisatie op dit vlak een professionaliseringsslag kan maken. De uitkering loopt tot en met 2026. In de jaren 2025 en 2026 wordt een jaarlijkse uitkering van € 260K verwacht. In 2024 was dit nog € 444K. Na afloop van de uitkering moeten de kosten door de deelnemers zelf worden gedragen. AANPASSING UREN JAARPROGRAMMA
In de begrotingswijziging 2024, gebaseerd op het Jaarprogramma 2024, zijn we uitgegaan van 191.936 direct productieve uren. In dat jaar is afgeschaald op een aantal onderdelen omdat er veel extra inzet nodig is om te leren werken met de omgevingswet. Onze inschatting is dat 5% impact Omgevingswet en het groeimodel RGT (3.273) in 2025 kan worden gerealiseerd, waardoor wij verwachten uit te komen op 195.587 direct productieve uren. Dit is een toename van 3.651 uur. Voor de urenverdeling per deelnemer wordt verwezen naar bijlage B.
Vanaf de begrotingswijziging 2024 zijn de indirect productieve uren apart geprogrammeerd. Dit zijn uren die we besteden aan werkzaamheden en projecten die bijdragen aan het efficiënter en effectiever maken van het primaire proces in de organisatie. Deze manier van ramen is zuiverder (voorheen in de productienorm opgenomen) en biedt meer zicht op de onderdelen die het betreft en de daarbij behorende tijdsbesteding. De indirect productieve uren worden geraamd op 18.000 uur. Het totale aantal productieve uren komt hiermee op 213.587 (195.587+18.000). 6.3.2 LASTEN PERSONEELSLASTEN
De personeelslasten nemen toe met € 1.466K (zie de exploitatiebegroting onder 6.3). Dit komt voornamelijk door inflatie en overige te verwachten CAO ontwikkelingen. Enkele andere aspecten spelen een rol; deze worden hierna toegelicht. Er is rekening gehouden met een eenmalig budget van € 25K voor inhuur in verband met HR-digitalisering. Ook zijn er meerkosten opgenomen in verband met het houden van een ronde functiewaardering (€ 160K in 2025 inclusief incidentele advieskosten, vanaf 2026 € 180K structureel). Doordat zowel de omgevingswet en de organisatiefilosofie van ‘Zo werken wij’ andere vaardigheden vraagt van en bevoegdheden geeft aan de functies is het actualiseren van het loongebouw relevant. Niet alleen om de medewerkers een reële beloning te bieden voor het werk wat zij doen, maar ook om een aantrekkelijk werkgever te blijven. BIJDRAGE INCIDENTELE AANVULLENDE KOSTEN
In de begrotingswijziging 2024 is rekening gehouden met een bedrag van € 490K aan incidentele lasten. In de Begroting 2025 is hiervoor € 118K geraamd. Dit bedrag is bestemd voor de verwachte kosten in verband met herhuisvesting (€ 100K) en voor een risico-inventarisatie en -evaluatie (€ 18K).
29
6 FINANCIËLE BEGROTING
BEDRIJFSVOERING KOSTEN
De bedrijfsvoering kosten stijgen ten opzichte van de begrotingswijziging 2024 met € 115K. Dit betreft hoofdzakelijk inflatie. ONVOORZIEN
De post ‘onvoorzien’ wordt ten opzichte van voorgaande begrotingen niet verhoogd en blijft met € 125K gelijk aan de begrotingswijziging 2024. De afspraken hierover zijn opgenomen in de financiële verordening.
6.3.3 NIEUWE UITZETTINGEN VANAF 2025 Zoals vermeld wordt een groot deel van de extra uitzettingen in de Begroting 2025 veroorzaakt door inflatie en door de groei van de organisatie. Dat laatste wordt vooral zichtbaar door hogere personele kosten. Hiernaast zijn er enkele andere uitzettingen die nieuw zijn ten opzichte van de begrotingswijziging 2024. Deze aspecten zijn hierboven bij de verschillende onderdelen besproken. We vatten dit samen in één overzicht:
INCIDENTELE EXTRA UITZETTINGEN
BEDRAG
Kosten herhuisvesting (2024 en 2025)
100K
HR digitalisering
25K
FUWA traject (inhuur)
50K
Risico-inventarisatie en -evaluatie
18K 193K
(effect op het uurtarief: € 0,88)
STRUCTURELE EXTRA UITZETTINGEN vcFUWA traject en CAO ontwikkelingen
510K
Organisatieontwikkeling en innovatie
50K 560K
30
(effect op het uurtarief: € 2,56)
6 FINANCIËLE BEGROTING
6.4 UITEENZETTING VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN MEERJARENRAMING
6.4.1. GEPROGNOSTICEERDE BEGIN- EN EINDBALANS Onderstaand wordt de (geprognosticeerde) begin- en eindbalans weergegeven voor het begrotingsjaar. Tevens wordt de meerjarenraming uiteengezet. Het verschil in toevoeging aan de bestemmingsreserve en het resultaat voor toevoeging aan de bestemmingsreserve wordt aan de algemene reserve toegevoegd.
Na besluitvorming door DB wordt deze paragraaf toegevoegd. Artikel 20 van het BBV schrijft voor dat in de begroting een uiteenzetting van de financiële positie, voorzien van toelichting, dient te worden opgenomen. Tevens dient dit ook in meerjarig perspectief te gebeuren. In onderhavige paragraaf volgt deze uiteenzetting.
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa
-
-
-
-
-
-
Materiële vaste activa
10
41
26
10
42
25
Financiële vaste activa
-
-
-
-
-
-
10
41
26
10
42
25
korter dan één jaar
5.586
5.400
5.500
5.600
5.700
5.800
Liquide middelen
15
250
250
250
250
250
VLOTTENDE ACTIVA Uitzetting met een rentetypische looptijd
Overlopende activa
141
89
52
54
56
58
5.742
5.739
5.802
5.904
6.006
6.108
5.752
5.780
5.828
5.914
6.048
6.133
- Algemene reserve
289
638
638
638
638
638
- Bestemmingsreserve
23
23
23
23
23
23
-
-
-
150
300
450
TOTAAL ACTIVA Vaste passiva
- Bestemmingsreserve Zaaksysteem - Resultaat voor bestemming
349
-
-
-
-
-
Eigen vermogen
661
661
661
811
961
1.111
Voorziening voor verlofsparen
35
35
35
35
35
35
696
696
696
846
996
1.146
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
2.244
2.400
2.500
2.500
2.500
2.500
Overlopende passiva
2.812
2.684
2.632
2.568
2.552
2.487
5.056
5.084
5.132
5.068
5.052
4.987
5.752
5.780
5.828
5.914
6.048
6.133
VLOTTENDE PASSIVA
TOTAAL PASSIVA Tabel 11: Balans
31
6 FINANCIËLE BEGROTING
6.4.2. EMU-SALDO In onderstaand overzicht is het EMU-saldo opgenomen voor het begrotingsjaar, voorgaande jaren en is eveneens de meerjarenraming uiteengezet.
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
349
0
0
150
150
150
15
14
15
16
16
17
3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorziening ten bate van de exploitatie
30
0
0
0
0
0
4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden \ geactiveerd
0
0
0
0
0
0
5. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overige, die niet op de exploitatie zijn verantwoorden niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
0
0
0
0
0
0
6. Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im) materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
0
0
0
7. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
0
0
0
0
0
0
8. Baten bouwgrondexploitatie: Baten voor zover transacties niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
0
0
0
9. lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen
0
0
0
0
0
0
10. Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
0
0
0
0
0
0
11. Boekwinst bij verkoop effecten
0
0
0
0
0
0
394
14
15
166
166
167
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q.ontttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
Berekend EMU-Saldo Tabel 12: Overzicht van het EMU-saldo
32
6 FINANCIËLE BEGROTING
6.4.3. J AARLIJKS TERUGKERENDE ARBEIDSKOSTEN GERELATEERDE VERPLICHTINGEN VAN VERGELIJKBAAR VOLUME De Begroting dient de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbare volume weer te geven. In ons geval geldt dat alle arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een vergelijkbaar volume in de Begroting zijn opgenomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het IKB, aanvullende uitkeringen, tijdelijke loondoorbetalingen en verzekeringspremies. Maar ook voor de wettelijke verlofsaldi van medewerkers, omdat deze binnen twee jaar moeten worden opgemaakt. Enkel voor spaarverlof en overmatige verlofsaldi (“verlofstuwmeren”) wordt een voorziening getroffen. 6.4.4. INVESTERINGEN INVESTERINGEN MET EEN ECONOMISCH NUT
Ten behoeve van de thuiswerkfaciliteiten van onze medewerkers zijn extra bureaustoelen aangeschaft. Deze bureaustoelen zijn eigendom van de RUD Drenthe en worden in bruikleen uitgegeven. Bij uitdiensttreding worden de stoelen weer ingeleverd. De bureaustoelen zijn door ons geactiveerd op de balans en worden in 3 jaar afgeschreven. In de meerjarenraming houden wij er rekening mee dat afgeschreven activa worden vervangen.
6.4.5. DE FINANCIERING Het BBV schrijft voor dat tevens aandacht dient te worden geschonken aan de financiering bij de uiteenzetting van de financiële positie. De financiering is nader uitgewerkt in paragraaf 2.2. RESERVES
In de Jaarrekening 2023 wordt aan het bestuur voorgesteld het rekeningresultaat over 2023 (€ 349K) toe te voegen aan de algemene reserve. Dit ter verbetering van de robuustheid van het weerstandsvermogen, zodat wij beter in staat zullen zijn om onverwachte tegenvallers op te kunnen vangen. In de jaren daarna worden geen wijzigingen in de algemene reserve voorzien. Voor wat betreft de bestemmingsreserve ontwikkelprogramma kan worden gesteld dat deze min of meer overbodig is geworden. De kosten van organisatieontwikkeling worden indien nodig in de Begroting opgenomen. Wij zullen dan ook korte termijn voorstellen deze reserve op te heffen. Voor het vervangen van het zaaksysteem in de toekomst wordt voorgesteld een nieuwe bestemmingsreserve in het leven te roepen, waarin jaarlijks € 150K wordt gestort vanaf 2026. Op deze wijze drukken de kosten van de aanbesteding van het zaaksysteem minder op de Begroting van één enkel begrotingsjaar.
33
6 FINANCIËLE BEGROTING
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
Algemene reserve Saldo per 1-1
289
638
638
638
638
638
Bij: Resultaat
349
0
0
0
0
0
Af: Resultaat
0
0
0
0
0
0
Bij: Bijdrage deelnemers resultaat
0
0
0
0
0
0
638
638
638
638
638
638
23
Saldo per 31-12 Bestemmingsreserve (Doorontwikkeling organisatie) Saldo per 1-1
46
23
23
23
23
Bij: Resultaat
0
0
0
0
0
0
Af: Resultaat
23
0
0
0
0
0
Saldo per 31-12
23
23
23
23
23
23
0
0
0
0
150
300 150
Bestemmingsreserve Zaaksysteem Saldo per 1-1 Bij: Resultaat
0
0
0
150
150
Af: Resultaat
0
0
0
0
0
0
Saldo per 31-12
0
0
0
150
300
450
661
661
661
811
961
1.111
Totaal van de reserves Tabel 13: overzicht van de reserves
VOORZIENINGEN
Wij hebben sinds de uitgave van de Jaarrekening 2017 een voorziening gevormd voor verlofsparen. Ieder jaar wordt bij het opstellen van de Jaarrekening beoordeeld wat de hoogte van deze voorziening moet zijn. In de (meerjarige) Begroting wordt deze post niet structureel meegenomen.
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
Voorziening voor verlofsparen Saldo per 1-1
5
35
35
35
35
Bij:
30
0
0
0
0
0
Af:
0
0
0
0
0
0
Saldo per 31-12
35
35
35
35
35
35
Tabel 14: overzicht van de voorzieningen
34
35
35
BIJLAGEN
BIJLAGE A - INDEXERING INDEX
2023
2024
2024BW
2025
2026
2027
2028
Loonvoet sector overheid
3,5%
4,7%
6,1%
4,9%
4,3%
4,4%
3,8%
Prijs netto materiele overheidsconsumptie
6,2%
3,0%
3,3%
2,4%
2,9%
2,8%
2,4%
Gewogen index (90% loonvoet / 10% materiele overheidsconsumptie)
3,8%
4,5%
5,8%
4,7%
4,2%
4,2%
3,7%
Tabel 15: Overzicht van meerjaren indexering
acro-economische verkenning 2023, publicatie 17-08-2023 Bron: M (CPB) voor de jaren 2024-2028
36
BIJLAGE
BIJLAGE B – DEELNEMERSBIJDRAGE MEERJARENBEGROTING BEGROTINGSWIJZIGING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
BEGROTING 2028
Gemeente Aa en Hunze
1.086.172
1.174.607
1.237.171
1.304.577
1.352.210
Gemeente Assen
1.681.858
1.775.012
1.869.576
1.970.483
2.042.429
Gemeente Borger-Odoorn
1.285.651
1.387.345
1.461.318
1.540.151
1.596.385
Gemeente Coevorden
2.047.417
2.191.250
2.307.964
2.432.458
2.521.272
Gemeente Emmen
4.619.894
4.768.697
5.022.855
5.293.890
5.487.181
Gemeente Hoogeveen
1.854.270
2.014.560
2.121.945
2.236.443
2.318.101
Gemeente Meppel
1.536.052
1.680.609
1.770.171
1.865.658
1.933.777
Gemeente Midden-Drenthe
1.904.480
2.045.698
2.154.695
2.270.944
2.353.861
Gemeente Noordenveld
1.063.812
1.160.039
1.221.837
1.287.778
1.334.798
Gemeente Tynaarlo
1.187.317
1.221.254
1.286.406
1.355.830
1.405.334
Gemeente Westerveld
1.207.010
1.292.398
1.361.266
1.434.732
1.487.117
Gemeente De Wolden
1.434.979
1.545.803
1.628.101
1.715.970
1.778.623
Provincie Drenthe
4.209.015
4.055.502
4.269.046
4.446.395
4.608.742
Totaal
25.117.927
26.312.772
27.712.352
29.155.307
30.219.829
DEELNEMER
Tabel 16 : Overzicht Meerjarenbegroting
* Getallen in euro's
BEGROTINGSWIJZIGING 2024 VERSUS BEGROTING 2025
DEELNEMER
DEELNEMERSBIJDRAGE BEGROTINGSWIJZIGING 2024
DEELNEMERSBIJDRAGE BEGROTING 2025
TOENAME
Gemeente Aa en Hunze
1.086.172
1.174.607
88.435
Gemeente Assen
1.681.858
1.775.012
93.154
Gemeente Borger-Odoorn
1.285.651
1.387.345
101.693
Gemeente Coevorden
2.047.417
2.191.250
143.832
Gemeente Emmen
4.619.894
4.768.697
148.803
Gemeente Hoogeveen
1.854.270
2.014.560
160.290
Gemeente Meppel
1.536.052
1.680.609
144.557
Gemeente Midden-Drenthe
1.904.480
2.045.698
141.218
Gemeente Noordenveld
1.063.812
1.160.039
96.227
Gemeente Tynaarlo
1.187.317
1.221.254
33.937
Gemeente Westerveld
1.207.010
1.292.398
85.388
Gemeente De Wolden
1.434.979
1.545.803
110.824
Provincie Drenthe
4.209.015
4.055.502
-153.513
Totaal
25.117.927
26.312.772
1.194.846
Tabel 17 : Overzicht deelnemersbijdrage
* Getallen in euro's
37
BIJLAGE
SPECIFICATIE DEELNEMERSBIJDRAGE 2025 BEGROTINGSWIJZIGING 2024
INFLATIE EN CAO ONTWIKKELINGEN
OVERIGE INCIDENTEEL
Gemeente Aa en Hunze
1.086.172
72.719
-20.754
Gemeente Assen
1.681.858
105.280
Gemeente Borger-Odoorn
1.285.651
Gemeente Coevorden
MINDER SPUK
OVERIGE WIJZIGINGEN
BEGROTING 2025
25.252
10.095
1.123
1.174.607
-30.047
-2.181
14.620
5.482
1.775.012
82.105
-23.433
27.259
11.487
4.276
1.387.345
2.047.417
129.610
-36.991
26.450
18.014
6.749
2.191.250
Gemeente Emmen
4.619.894
282.543
-80.638
-107.148
39.334
14.713
4.768.697
Gemeente Hoogeveen
1.854.270
119.348
-34.062
52.168
16.621
6.215
2.014.560
Gemeente Meppel
1.536.052
99.421
-28.375
54.497
13.837
5.177
1.680.609
Gemeente Midden-Drenthe
1.904.480
121.108
-34.564
31.573
16.795
6.307
2.045.698
Gemeente Noordenveld
1.063.812
68.781
-19.630
33.922
9.572
3.582
1.160.039
Gemeente Tynaarlo
1.187.317
72.401
-20.663
-31.666
10.095
3.770
1.221.254
Gemeente Westerveld
1.207.010
76.633
-21.871
15.932
10.704
3.991
1.292.398
Gemeente De Wolden
1.434.979
91.662
-26.161
27.844
12.705
4.773
1.545.803
Provincie Drenthe
4.209.015
234.263
-66.859
-335.780
0
14.862
4.055.501
Totaal
25.117.927
1.555.874
-444.050
-181.877
183.878
81.020
26.312.772
DEELNEMER
Tabel 18: Specificatie deelnemersbijdrage
38
GROEI
* Getallen in euro's
BIJLAGE
SPECIFICATIE UREN JAARPROGRAMMA DEELNEMERS
DEELNEMER
BASISUREN
EXTRA OPDRACHTEN
COMPLEXE VTH TAKEN
INDIRECTE UREN*
TOTAAL UREN BEGROTING 2025
SPUK
Gemeente Aa en Hunze
8.014
250
450
842
-115
9.441
Gemeente Assen
13.067
150
0
1.216
-166
14.267
Gemeente Borger-Odoorn
9.331
300
700
951
-131
11.151
Gemeente Coevorden
14.491
375
1.450
1.502
-205
17.613
Gemeente Emmen
33.709
1.100
700
3.268
-447
38.330
Gemeente Hoogeveen
14.176
225
600
1.381
-189
16.193
Gemeente Meppel
11.189
325
1.000
1.152
-157
13.508
Gemeente Midden-Drenthe
14.057
250
925
1.402
-191
16.443
Gemeente Noordenveld
8.413
150
75
795
-109
9.324
Gemeente Tynaarlo
8.844
150
100
837
-115
9.816
Gemeente Westerveld
9.374
150
100
886
-122
10.388
Gemeente De Wolden
11.285
175
50
1.059
-144
12.425
Provincie Drenthe
28.037
1.850
0
2.710
0
32.597
Totaal
183.987
5.450
6.150
18.000
-2.089
211.498
Tabel 19: Overzicht uren Jaarprogramma deelnemers * Dit betreft de urenbesteding aan projecten, programma’s en werkzaamheden met als doel het effectiever en efficiënter maken van de organisatie.
39