CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.24.3 College - 77.3 Bijlage - Advies omgevingsdienst d.d. 17-10-2025

1 - RAADSVERGADERING 18 december 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen4.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Aan:

Gemeente Meppel

Van:

Omgevingsdienst Drenthe

Datum:

17-10-2025

Ons kenmerk:

Z2025-023764

Onderwerp

Achtergrondinformatie bij advies luchtkwaliteit inclusief een reactie op de second opinion inzake kindcentrum Bremenbergweg Meppel

De Gemeente Meppel heeft de Omgevingsdienst Drenthe (OD Drenthe) gevraagd om een nadere toelichting op het in juni gegeven advies over de plannen tot het vestiging van een kindcentrum aan de Bremenbergweg te Meppel. Deze memo bevat die toelichting op het eerdere advies en bevat daarnaast onze reactie op de recent beschikbaar gekomen second opinion in deze zaak van adviesbureau TAUW. Samenvatting/conclusies Wij beginnen deze memo met het geven van de samenvattende conclusies die uit deze memo volgen. Deze conclusies zijn: a. De in deze memo gegeven achtergrondinformatie over de lokale luchtkwaliteit ter plaatse van de Bremenbergweg 2 te Meppel, laat zien waarom de Omgevingsdienst Drenthe de gemeente adviseert het kindcentrum bij voorkeur niet te willen vestigen op deze locatie omdat de luchtkwaliteit aldaar relevant negatief wordt beinvloed door de aan deze locatie grenzende lokale bronnen van de biomassacentrale en de provinciale weg N375; b. De recente second opinion, uitgebracht door het adviesbureau TAUW, leidt voor de OD Drenthe niet tot andere inzichten of een ander advies en dat wordt met argumenten toegelicht. Dit met uitzondering van de passage in het in juni gegeven advies over de specifieke zorgplicht. Dat aspect is door ons eerder te zwaar aangezet en maakt nu geen deel meer uit van ons advies. c.

Nieuwe metingen naar de luchtkwaliteit nabij de Bremenbergweg 2 zijn aan te bevelen om beter inzicht en meer zekerheid te krijgen over de nu hoofdzakelijk berekende luchtkwaliteit. Bij realisatie van het kindcentrum is onze aanbeveling met continue metingen (monitoring) de luchtkwaliteit ter plaatse te volgen. Dit om zicht te hebben op de momenten met een mindere tot onvoldoende luchtkwaliteit, en nut en noodzaak voor het treffen van eventuele aanvullende maatregelen af te kunnen wegen. Helikopterview Allereerst een schets van de achtergrond van ons advies. Even uitzoomen en het grote plaatje bekijken om van daaruit details, feiten en kwantiteiten te duiden. Of een locatie voor gevoelige objecten geschikt is hangt af van de ligging. Locaties naast een drukke weg of veehouderij of industrie enzovoorts zijn vanuit leefomgevingskwaliteit en gezondheidsoogpunt minder geschikt voor gevoelige objecten. Het is beter de gevoelige objecten op afstand hiervan te realiseren. Soms ontkom je er niet aan als andere locaties niet beschikbaar zijn of voor de hand liggen. 1 / 11

De gemeente weegt dit af in het kader van ruimtelijke ordening: is het een logische plaatsing in de beschikbare ruimte leidend tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat? Niets meer en niets minder. Onder de Wet ruimtelijke ordening bestond dit al, gesproken werd over een ‘goede ruimtelijke ordening’. Nu onder de Omgevingswet wordt het nog breder getrokken waarbij alle aspecten van de fysieke leefomgeving en alle betrokken belangen worden afgewogen: Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties (ETFAL). Naast de milieuaspecten an sich, verdient gezondheid een prominente rol in die afweging te hebben, zo luidt de Omgevingswet. Het gegeven advies Dan naar het door de gemeente gevraagde advies inzake de vestiging van het kindcentrum aan de Bremenbergweg te Meppel. Het advies dat op luchtkwaliteit (en geluid) is gegeven luidt: deze locatie is niet de beste keuze om een gevoelig object, wat een kindcentrum is, te realiseren gezien een afstand van 40 meter van de Provinciale weg N375 en 62 meter van de biomassacentrale BMP. Qua luchtkwaliteit is een vestiging op deze plek af te raden omdat kinderen tot de meest gevoelige groepen voor een slechte(re) luchtkwaliteit behoren. Aldus de strekking van het advies. Afweging door de gemeente De gemeente moet beoordelen of de luchtkwaliteit bij gevoelige objecten aanvaardbaar is.

Dit volgt uit de taak tot het evenwichtige toedelen van functies (artikel 4.2 Omgevingswet). De afweging is dus aan de gemeente, en de verantwoordelijkheid ligt dus ook bij de gemeente. De afweging is niet aan OD Drenthe. De OD Drenthe is er voor het geven van advies vanuit de milieu-specialismen die in Drenthe vanuit alle gemeenten en de Provincie Drenthe bij OD Drenthe zijn ondergebracht. De Omgevingswet biedt gemeenten beleidsruimte. Gemeenten kunnen zelf bepalen welke luchtkwaliteit zij aanvaardbaar vinden bij woningen, maar de rijksomgevingswaarden vormen wel het minimum milieukwaliteitsniveau dat in acht moet worden genomen. Middels lokaal beleid biedt de Omgevingswet de mogelijkheid voor strengere omgevingswaarden, bijvoorbeeld de WHO advieswaarden. Vanuit het Schone Lucht Akkoord met het Rijk zijn voor alle gemeenten adviezen en tips beschikbaar voor lokaal beleid voor (meer) gezondheidswinst. Adviesrol Omgevingsdienst Voor de goede orde, de gemeente Meppel heeft het Schone Lucht Akkoord niet ondertekend. Het is dan ook vanuit onze expertise- en adviesrol dat we de mogelijkheid noemen, en de met het SLA bestaande landelijke beleidslijn aangeven, om voor deen betere luchtkwaliteit en een hogere bescherming te kiezen voor omgevingswaarden in gemeentelijk beleid die lager zijn dan het wettelijk maximum.

En daar is nog een aanvullende reden voor, namelijk dat vanaf 2030 voor luchtkwaliteit fors aangescherpte rijks-omgevingswaarden gelden. Ook heeft in 2021 de WHO haar advieswaarden voor luchtkwaliteit, vanwege nadere inzichten over gezondheidsrisico’s, nog aangescherpt. Het staat de gemeente vrij om ook andere adviezen in te winnen en bijvoorbeeld een second opinion te vragen op het advies van de OD Drenthe. Dit heeft de gemeente ook gedaan. Adviesbureau TAUW heeft hiervoor een notitie opgesteld, kenmerk N001-1303874BRA-V01 met datum 10 oktober 2025. Hieronder gaan we daarop in om daarna verder te gaan met de eigen aanvulling op het eerder gegeven advies. 2 / 11

Reactie op de second opinion van TAUW In hoofdstuk 2 van de notitie van TAUW wordt een analyse gedaan van het eerder gegeven advies van OD Drenthe. Hieronder geven wij de reactie op vier van de zes punten die TAUW benoemt. De andere twee punten in de notitie van TAUW worden hieronder niet besproken omdat op die punten TAUW meegaat met OD Drenthe. De hoofdlijn van onze reactie op de notitie van TAUW is dat het adviesbureau met deze second opinion geen recht doet aan, de strekking van, het ODD-advies zoals hierboven samengevat. TAUW redeneert te ‘kort door de bocht’ en gaat voorbij aan het gegeven dat het hier om kinderen gaat als voor luchtkwaliteit (extra) gevoelige doelgroep. Onze reactie op de vier uit de second opinion te behandelen punten luidt: 1. Aandachtsgebied en verplichting luchtkwaliteitsonderzoek TAUW geeft in haar notitie aan: “Daarna benoemt de ODD dat de gemeente Meppel geen ‘aandachtsgebied’ is voor luchtkwaliteit zoals bedoeld in artikel 5.51 Bkl.” TAUW reageert vervolgens: “Dat klopt, dit betekent dat er geen verplichting is om een uitgebreid luchtkwaliteitsonderzoek uit te laten voeren bij ruimtelijke ontwikkelingen in Meppel: de luchtkwaliteit wordt zo goed geacht dat een dergelijk onderzoek overbodig is volgens de wetgever”. • Onze reactie als OD Drenthe is: TAUW gaat hier te kort door de bocht en doet geen recht aan ons advies.

Wij hebben het over een afweging waarvoor het gewenst is specifiek extra aandacht aan luchtkwaliteit te besteden. Die afweging voor de gemeente betreft: kan dit initiatief verantwoord op deze plek? Het is zodoende belangrijk om te weten hoe de luchtkwaliteit ter plaatse is. Een voorbeeld om dit mee te illustreren: als het bijvoorbeeld om een woningbouwplan zou gaan met een honderdtal woningen, dan draagt dat plan zelf ‘Niet In Betekenende Mate’ (NIBM) bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, omdat het gaat om <1500 woningen (de NIBM-categorie voor woningen). Maar dat betekent niet dat het op elke plek gerealiseerd kan worden. Nieuwbouw wordt, niet in de oksel van de A37/A28 geprojecteerd, of naast een bedrijventerrein met zware industrie. Zeer waarschijnlijk niet, omdat is afgewogen dat de ongunstige luchtkwaliteit ter plekke leidt tot de keuze voor een andere, betere locatie. Daarom ligt het ons inziens inzake het kindcentrum voor de hand om de lokale luchtkwaliteit (en andere aspecten) in kaart te brengen om zo een (nadere) beoordeling te kunnen maken of dit een goede plek is voor een dergelijk initiatief gezien de omgeving en naburige activiteiten. 2. Lokale luchtkwaliteit TAUW geeft aan: “…benoemt ODD dat de luchtkwaliteit in Meppel ‘redelijk tot goed is’ maar dat onduidelijk is of dat ook geldt voor de locatie aan de Bremenbergweg 2a”. En “..

de luchtkwaliteit is wel degelijk bekend. Zie daarvoor hoofdstuk 3 van deze second opinion”. • De reactie van OD Drenthe: TAUW gaat uit van oude gegevens, een SWECO rapport uit 2017 gebaseerd op kentallen voor de biomassacentrale uit de tijd dat de installatie nog niet gerealiseerd was. • Bovendien: TAUW gaat ook uit van gegevens (CIMLK) maar van een andere locatie, niet geldend voor de Bremenbergweg 2. Om dit recht te zetten heeft de OD Drenthe ter oriëntatie een nauwkeuriger berekening uitgevoerd. Zie hiervoor onder het kopje ‘luchtkwaliteitsberekening’ later in deze memo. 3 / 11

3. GGD advies TAUW geeft aan: “Daarnaast benoemt de ODD een GGD advies om minimaal 50 meter tussen een gevoelige locatie en een drukke weg te houden. Deze waarde van 50 meter geldt echter buiten de bebouwde kom. Binnen de bebouwde kom is het advies 25 meter, en daar wordt aan voldaan, de afstand van de Bremenbergweg 2a tot de N375 is tenslotte 40 meter”. Vervolgens noemt TAUW dat het GGD advies geen norm is maar een advies dat meegewogen kan worden in besluitvorming. • De reactie van OD Drenthe: Het gaat hier nota bene om een locatie buiten de bebouwde kom van Meppel. TAUW bestempelt de locatie ten onrechte als ‘binnen de bebouwde kom’. Het eerste deel N375 Bremenbergweg en de Bremenbergweg parallel daaraan is binnen de bebouwde kom, maar al snel begint ‘einde bebouwde kom’. • Daarnaast neemt TAUW zelf een link op naar de RIVM website met daarin de richtlijn van de GGD: Beleidsadvisering ruimtelijke planvorming. Op deze website wordt onderstreept dat met de huidige Europese normen, zoals we deze ook in Nederland hanteren, de gezondheid onvoldoende beschermd wordt. Ook onder de grenswaarden worden gezondheidseffecten gezien, zoals effecten op de luchtwegen en effecten op hart en bloedvaten. Ook wordt genoemd dat plekken waar men langdurig verblijft (zoals scholen, verzorgingstehuizen en woningen) niet te situeren op de plekken waar veel luchtverontreiniging optreedt.

We kennen dit als het (voormalige) Besluit Gevoelige Bestemmingen. N.B.: dit besluit is niet meegegaan in de overgang naar de Omgevingswet omdat het Rijk zich in de Ow heeft willen beperken tot alleen een verplicht te volgen minimum omgevingswaarde en de gemeenten verder juist de mogelijkheid heeft willen geven dit lokaal te regelen. Het GGD-advies dat, TAUW zegt het ook, in besluitvorming meegewogen kán worden, luidt als volgt: o Situeer gevoelige bestemmingen op zoveel mogelijk afstand van drukke wegen, onafhankelijk van de heersende concentraties; o Hoe verder van de weg, hoe schoner de lucht en dus hoe gezonder. Meer afstand leidt tot gezondheidswinst. Hanteer hierbij de volgende minimale afstanden: ▪ Snelweg: ten minste 150 meter; ▪ Drukke weg (>10.000 motorvoertuigen per etmaal) buiten de bebouwde kom: ten minste 50 meter); ▪ Drukke weg (<10.000 motorvoertuigen per etmaal) binnen de bebouwde kom: ten minste 25 meter. o Het GGD advies voor gevoelige bestemmingen is puur gericht op verkeer. Voor andere bronnen (industrie of veehouderijen etc.) kunnen afstandszones ook uitkomst bieden. Hier is echter in nog sterkere mate maatwerk nodig en biedt een integraal advies vrijwel altijd meerwaarde.

• Kijken we alleen naar de N375 Bremenbergweg, en houden we de kenmerken van de weg naast het GGD-advies, dan kunnen we concluderen dat een afstand van ten minste 50 meter is aan te bevelen (drukke weg, >10.000 mvt/etmaal, buiten de bebouwde kom). Uit een akoestisch onderzoek, zie de bijlage bij voorliggende memo onder ‘Verkeerscijfers N375 Bremenbergweg’, is te halen dat voor 2030 ruim 11.000 motorvoertuigen per etmaal verwacht worden. Voor de situatie 2019/2020 zoals ook beschouwd in dat akoestisch onderzoek is 8.400 motorvoertuigen per etmaal gegeven. Dit betrof echter de situatie van vóór de reconstructie van de wegen om en nabij het plangebied. 4 / 11

•

Voor de situatie kindcentrum Bremenberweg bestaat een situatie die integraal afgewogen moet worden vanwege de nabijheid en lokale bijdrage aan de luchtkwaliteit van én de N375 én de biomassacentrale.

4. Specifieke zorgplicht TAUW geeft aan dat OD Drenthe negatief adviseert op deze locatie en een beroep doet op de specifiek zorgplicht zonder enige onderbouwing. TAUW zegt daarover: “ .. waardoor het advies meer lijkt op een persoonlijke opvatting dan ...” . • OD Drenthe is van mening dat TAUW hier een punt heeft. Het is niet zomaar mogelijk de specifieke zorgplicht aan te halen in dit verband. Daar moet wel voldoende en onderbouwd onderzoek aan ten grondslag liggen. Met het noemen van de specifieke zorgplicht kan ons advies te zwaar aangezet zijn. • OD Drenthe laat de kwalificatie van ‘een persoonlijke opvatting’ aan het bureau maar herkent zich hier niet in. Luchtkwaliteitsberekening Ter verduidelijking en onderbouwing van het gegeven advies zijn luchtkwaliteitsberekeningen een goed hulpmiddel. Gezien de vraag van de gemeente om nadere informatie zijn voor deze memo berekeningen uitgevoerd. Om de luchtkwaliteit lokaal in kaart te brengen zijn daarvoor de volgende gegevens nodig: • Achtergrondconcentratie (GCN-kaarten van het RIVM); • Emissiegegevens van de biomassacentrale; • Verkeerscijfers van de N375 Bremenbergweg: Deze cijfers zitten (nog) niet opgenomen in het CIMLK (Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit). Deze kunnen wel bepaald worden, zie het kopje ‘verkeerscijfers N375 Bremenbergweg’ in bijlage 1.

Aan de lokale luchtkwaliteit is te rekenen met behulp van Geomilieu STACKS. STACKS is gebaseerd op het Nieuw Nationaal Model en goedgekeurd voor luchtkwaliteitsberekeningen. De lokale bijdrage aan de achtergrondconcentraties van industriële bronnen en wegverkeer kunnen gecombineerd worden in het STACKS model van Geomilieu. Rekenresultaten Resultaten zijn verkregen op toetspunten (6 totaal, waarvan 1 op de noord- en zuidgevel en 2 op de oost- en westgevel) rondom het kindcentrum. De resultaten worden gegeven voor jaartal 2025 en 2030. Alle waarden zijn in de eenheid microgram/m3 jaargemiddeld. Tabel 1: Rekenresultaten rekenjaar 2025 [jaargemiddeld, in microgram/m3]

Rekenjaar 2025

Bijdrage BCM Totale concentratie en N375

Rijksomgevingswaarde

Aangescherpte omgevingswaarde 2030

WHOadvies 2021

NO2

12,8

3,7

40

20

10

Fijn stof (PM10)

13,5

0,7

40

20

15

Fijn stof (PM2,5)

7,2

0,6

25

10

5

5 / 11

Tabel 2: Rekenresultaten rekenjaar 2030 [jaargemiddeld, in microgram/m3]

Rekenjaar 2030

Bijdrage BCM Totale concentratie en N375

Rijksomgevingswaarde

Aangescherpte omgevingswaarde 2030

WHOadvies 2021

NO2

11,4

3,7

40

20

10

Fijn stof (PM10)

12,6

0,7

40

20

15

Fijn stof (PM2,5)

6,5

0,6

25

10

5

Bovenstaande tabellen zijn tot stand gekomen op basis van volgende uitgangspunten: • De waarden geven de hoogste van de modelresultaten berekend voor 2025 en 2030. • Voor rekenjaar 2025 is uitgegaan van de verkeerscijfers 2030, omdat voor nu geen aandacht is besteed aan de autonome groei in de periode 2025-2030. De situatie 2030 uit het eerder genoemd akoestisch onderzoek is beter toepasbaar voor rekenjaar 2025 omdat de reconstructie van de wegen in dat scenario anno 2025 al is doorgevoerd. De autonome groei in 2025-2030 zal orde grootte 500-1000 motorvoertuigen per etmaal bedragen bij 1 a 2% groei per jaar. • Omdat niet bekend is wat de PM10 en PM2,5 bijdrage is aan de totale stofemissie van de biomassaketels, is worst case uitgegaan van de totale stofemissie. • Voor de biomassaketels is gerekend met de emissies die maximaal uitgestoten mogen worden. Dit is de emissievracht berekend op basis van de emissie-eisen. Zie daarvoor bijlage 1 van deze memo onder het kopje ‘brongegevens biomassacentrale’. Naast toetsing op de locatie van het kindcentrum zijn ook contouren in kaart gebracht. Met deze contouren is inzichtelijk te maken dat er een lokale bijdrage van de lokale bronnen optreedt en waar dat in de omgeving in welke mate het geval is.

Dan valt op dat jaargemiddeld, door de overheersende zuidwestenwind, niet bij het kindcentrum de grootste toename door de lokale bronnen berekend wordt. De hoogste concentraties, als totaal van achtergrond en lokale bronbijdragen, treden op aan de rand van de woonwijk. De huidige schoorsteen voorkomt niet dat lokaal een relevante lokale bijdrage optreedt. Vergelijkbare contourplaatjes zijn ook te maken voor de fijnstofconcentraties inclusief lokale bronbijdragen.

6 / 11

Figuur 1: Jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide NO2 in microgram/m3 voor rekenjaar 2025. Locatie kindcentrum aangeduid met de blauwe rechthoek

Toetsing aan de luchtkwaliteitseisen Voor ons advies willen wij ter toelichting allereerst benadrukken dat de berekende waarden als orienterend gelezen moeten worden, en niet als (te) absoluut. Het gaat hier om inzicht in de lokale luchtkwaliteit gebaseerd op berekende waarden uitgaande van diverse aannamen. Zo is in deze berekeningen uitgegaan van een jaargemiddeld beeld en is nog geen rekening gehouden met het, in de praktijk meermaals vastgestelde, niet altijd optimaal functioneren van de biomassacentrale waardoor een periode verhoogde luchtemissies (kunnen) optreden. Zie voor dit aspect verder onder het kopje ‘Lokale luchtkwaliteit door het jaar heen’. Wat betreft de jaargemiddelde resultaten komen de lokaal berekende waarden, zoals te verwachten was, niet in de buurt van rijksomgevingswaarden die nu gelden. De lokale luchtkwaliteitssituatie zal, afgaande op de rekenresultaten, op dit moment jaargemiddeld ruim voldoen aan de nu geldende rijksomgevingswaarden voor zowel NO2, PM10 als PM2,5. Daarover kunnen we duidelijk zijn en verschillen wij ook qua inzichten niet met TAUW. Maar ons advies over de vestiging van het kindcentrum aan de Bremerbergweg is dan ook niet gebaseerd op een vermeende overschrijding van de huidige wettelijke grenswaarden of rijksomgevingswaarden.

Ons advies signaleert dat op de beoogde locatie voor het kindcentrum lokale bronnen een zodanige negatieve bijdrage op de luchtkwaliteit zullen of kunnen hebben dat deze luchtkwaliteit mogelijk belemmerend gaat zijn voor het functioneren ervan. Specifiek één waarde uit tabel 2 geeft wat ons betreft het beste aan waar we met ons advies de 7 / 11

aandacht op hebben willen vestigen. Dat is de jaargemiddelde fijnstofconcentratie voor PM2,5 van 7,2 en 6,5 microgram/m3 voor respectievelijk 2025 en 2030. Afgezet tegen WHOadvieswaarde van 5 microgram/m3, als richtsnoer voor het voldoende beschermen van gevoelige groepen zoals kinderen, laat dit zien dat de luchtkwaliteit lokaal niet optimaal wordt voor de vestiging van een kindcentrum. De berekende bijdrage van de lokale bronnen N375 en de biomassacentrale samen komt met jaargemiddeld ongeveer 0,6 microgram/m3 op zeker 10% van de achtergrond uit. Dat beoordelen wij relevant veel. En dat is nog zonder rekening te houden met de betekenis van de te verwachten dag tot dag schommelingen in achtergrondconcentratie én vooral in deze bijdrage van de lokale bronnen waar hieronder nader op wordt ingegaan. De luchtkwaliteit door het jaar heen Beoordeling van luchtkwaliteit vindt niet alleen plaats op basis van jaargemiddelden maar ook aan de hand van het aantal dagen of aantal keren per jaar met concentraties hoger dan dat jaargemiddelde. Zulke momenten of episoden worden aangeduid met de algemene term smog. Bij smog is er een korte tijd van uren of dagen veel meer luchtvervuiling dan anders, aldus het RIVM en de GGD op hun websites.

Smogepisoden kunnen ontstaan door zowel grootschalige verspreiding van luchtverontreiniging over Nederland zoals bij Paasvuren, als door de bijdrage van lokale bronnen zoals wegen, veehouderijen en bedrijven met emissies aan NO2 of fijnstof. De ernst van zulke smogepisoden wordt in beeld gebracht met, en getoetst aan, een Luchtkwaliteitsindex LKI. Zie voor deze LKI de tabel in figuur 2.

Figuur 2: De Luchtkwaliteitsindex van RIVM/GGD voor fijnstof en andere luchtverontreiging 8 / 11

RIVM en GGD vaardigen tijdens smogepisoden gedragsadviezen uit voor iedereen, en speciaal voor mensen die gevoelig zijn voor luchtverontreiniging zoals astmapatienten, mensen met diabetes, ouderen en kinderen. De volgende variaties in de luchtkwaliteit door het jaar heen kunnen optreden, uitgedrukt in de uurgemiddelde concentratie PM2,5 als de meest kritische luchtkwaliteitswaarde ter plaatse van het kindcentrum: • Grootschalige luchtverontreiniging, de achtergrondconcentratie: 2 tot 60 µg/m3 resulterend in een jaargemiddelde achtergrondwaarde van 6 a 7 µg/m 3. • Bijdrage van de lokale bronnen N375 en/of de biomassacentrale: 0 tot > 60 µg/m3; met een bijdrage nul als de wind van deze lokale bronnen afstaat en bijdragen tot uren met meer dan 60 µg/m3 bij voor luchtverontreiniging ongunstige weers- of bedrijfsomstandigheden én een windrichting over de bronnen heen richting het kindcentrum. Dagen met hoge achtergrondcentraties vallen niet ‘automatisch’ samen met die waarop de bijdragen van de lokale bronnen hoog zijn. Hoge bijdragen van de lokale bronnen kunnen optreden op dagen met zowel een lage als een hoge achtergrondconcentratie. Dit resulteert in het beeld voor de lokale situatie aan de Bremenbergweg dat het door het RIVM verwachte aantal van 6 smogdagen per jaar door grootschalige luchtverontreiniging, in deze lokale situatie ten minste verdubbelt.

Zo relevant moet deze lokale situatie worden ingeschat. Klachtenbeeld Dat er lokaal, nabij het geplande kindcentrum en aan de rand van woonwijk, sprake kan zijn van een sterk wisselende luchtkwaliteit, is te illustreren met het klachtenbeeld over de impact van de biomassacentrale van de de laatste jaren. Over de gelopen jaren zijn 30 formele klachten ingediend bij de Gemeente over de biomassacentrale, te weten meldingen van rook-, geur- en geluidsoverlast. In tabel 3 hieronder zijn alleen de als klacht geregistreerde meldingen met betrekking tot lucht, geur en geluid opgenomen. Tabel 3: Klachtenoverzicht Biomassacentrale Meppel van 2020 tot oktober 2025 Aantal Klachten

2020

2021

2022

2023

Geluid

2

4

2

Geur

1

Lucht

2

8

1

6

Eindtotaal

5

12

3

6

2024

2025

Eindtotaal 8

1

2

1

2

20

1

3

30

Het klachtenbeeld in tabel 3 laat zien dat er in 2021 een piek in de klachten is geconstateerd. Na de uitvoering van geluidsisolerende maatregelen in 2023 zijn er geen nieuwe geluidsklachten meer binnegekomen. Tussen 2022 en 2024 is er actief gecommuniceerd over maatregelen tegen fijnstof- en geluiduitstoot tussen de Gemeente Meppel, OD Drenthe en de exploitant van de biomassacentrale. Dit heeft geresulteerd in een vermindering van klachten t.a.v. geur en luchtkwaliteit (fijnstof e.a.). 9 / 11

Alle geur en luchtkwaliteitsklachten zijn te relateren aan de uitstoot van stof/fijnstof door BCM en de lokale, extra, bijdrage die dit in de omgeving oplevert. Geconstateerd wordt, en geverifieerd door OD Drenthe, dat tot op heden nog altijd momenten zijn met klachten over die lokale bijdrage van de biomassacentrale en verhoogde fijnstofconcentraties die daardoor optreden. Daarmee is deze lokale bron van fijnstof nog altijd een actueel vraagstuk, ondanks de getroffen maatregelen. Metingen In 2021 zijn luchtkwaliteitsmetingen uitgevoerd aan de rand van de woonwijk Nieuwveense Landen. Het doen van die metingen hield verband met de klachtensituatie in 2021 en bevestigden de relevant grote lokale bijdrage die de uitstoot van de biomassacentrale aan de luchtkwaliteit ter plekke kon hebben. Sindsdien zijn maatregelen bij de biomassacentrale doorgevoerd. Het lijkt zinvol om, in relatie tot de voorgenomen vestiging van het kindcentrum, dergelijke metingen te gaan herhalen o om de actuele situatie te bepalen en deze te leggen naast de beschikbare model-rekenresultaten vanuit het CIMLK en de STACKS-berekeningen. Bij realisatie van het kindcentrum op de locatie Bremenbergweg 2 is onze aanbeveling om meer met het meten van de lokale luchtkwaliteit te doen.

Uitbreiden van de metingen van een (tijdelijke) meetcampagne naar monitoring van de lokale luchtkwaliteit met continue metingen, staat ons dan voor ogen. Continue meting van de luchtkwaliteit stelt de gemeente en andere betrokkenen namelijk in staat om: a. te weten wanneer de luchtkwaliteit goed is of matig tot slecht en b. daar direct passende maatregelen op te nemen, of c. nut en noodzaak van aanvullende maatregelen of voorzieningen af te kunnen wegen ter bescherming van het functioneren van het kindcentrum; wat zou gaan om maatregelen aan het kindcentrum zelf of bij de biomassacentrale of N375 als de lokale bronnen met potentieel een voor de luichtkwaliteit relevant grote impact.

10 / 11

Bijlage 1:

onderbouwing invoergegevens luchtkwaliteitsberekeningen met het Nationaal model STACKS

Verkeerscijfers N375 Bremenbergweg We hebben verkeersgegevens (2023, 2025 en 2030) in het CIMLK. Het gaat om de wegen, die allen ontsloten worden door dezelfde rotonde: - N375 Steenwijkerstraatweg (ten oosten van de rotonde) - Steenwijkerstraatweg (ten zuiden van de rotonde) De N375 Bremenbergweg zelf zit (nog) niet opgenomen in het CIMLK. Wel bevat het bestemmingsplan een akoestisch onderzoek (Bijlage 13 van Chw bestemmingsplan Meppel Nieuwveense Landen 20201). In dat onderzoek worden de cijfers voor N375 voor de situatie in 2019/2020 gegeven: 8.400 motorvoertuigen per etmaal. De voertuigverdeling alsmede de spreiding over de dag-, avond- en nachtperiode is bekend. Ook worden de etmaalcijfers voor de N375 voor de toekomstige situatie 2030 gegeven. Dit is tevens qua (re)constructie de situatie anno 2025. Voor 2030 wordt een etmaalintensiteit gegeven van ruim 11.000 motorvoertuigen per etmaal. Naar verwachting levert terugrekenen voor 2025, dus zonder autonome groei in de periode 2025-2030, geen wezenlijke andere uitkomsten op. De eerste 120 meter van de N375 Bremenbergweg, gemeten vanaf de rotonde, bevindt zich binnen de bebouwde kom. Hiervoor wordt een gemiddelde snelheid aangehouden van 37 km/uur. Voor buiten de bebouwde kom wordt een snelheid van 80 km/uur aangehouden.

De snelheden zijn gehanteerd conform de handleiding voor de STACKS module en zijn passend bij de emissiefactoren die zijn opgenomen in het rekenmodel. Brongegevens Biomassacentrale De biomassacentrale van MeppelEnergie bestaat uit twee ketels van 550 kWth (thermisch ingangsvermogen). De luchtemissies van MeppelEnergie zijn gebaseerd op de volgende basisgegevens tijdens normaal bedrijf. Het rookgasdebiet bedraagt 941 Nm 3/uur, berekend o.b.v. de stookwaarde van 4,5 MJ/kg, het thermisch ingangsvermogen en een zuurstofovermaat van 6% (de emissie-eisen voor installatie op vaste brandstof wordt ook gesteld bij normaalomstandigheden en 6% zuurstofovermaat in het rookgas). De rookgastemperatuur is 115 graden Celsius, de schoorsteendiameter 0,34 meter en de schoorsteenhoogte is op 9 meter gehouden. Per ketel worden de volgende luchtemissies tijdens doorsnee bedrijfssituaties berekend op basis van de geldende concentratie-eisen (BAL): • Uitgaande van 300 mg NOx/Nm3 (6%O2) eis: 0,28 kg/uur → maximaal 2495 kg/jaar; • Uitgaande van 40 mg totaalstof/Nm3 (6%O2): 0,04 kg/uur → maximaal 333 kg/jaar;

1 https://ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0119.BPNVL2020-

BPC1/b_NL.IMRO.0119.BPNVL2020-BPC1_tb13.pdf 11 / 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=8cf1930e-c2d6-49e7-92d6-bd66a17b106e