1.20 College - 22. Memo - Aanvullende informatie rondom toekomst GKB
Tekst van het document
Memo Kenmerk Aan Van Datum Onderwerp Afschriften voor
: 1870658/1889029 : de leden van de raad : het college van burgemeester en wethouders : 15 maart 2024 : Aanvullende informatie rondom toekomst GKB n.a.v. De Ronde van 7 maart 2024 :-
Aanleiding In de Ronde van 7 maart 2024 is met uw raad gesproken over de toekomst van de GKB. Tijdens deze bijeenkomst is gevraagd om de juridische verschillen tussen een stichting en een gemeenschappelijke regeling (GR) op een rij te zetten en inzicht te geven in wat de rol van de raad is bij een stichting. In deze memo willen wij u hierover informeren. Opsomming juridische verschillen en eigenschappen Het overzicht hieronder is een beknopt overzicht, dat niet beoogt volledig te zijn, maar wel een goed beeld van de verschillen laat zien. In de toelichting is extra uitleg gegeven en zijn de afkortingen omschreven. Gemeenschappelijke regeling
Stichting
• •
Rechtspersoon naar publiek recht In het openbaar bestuur
• •
Rechtspersoon naar privaat recht Op afstand van het openbaar bestuur
•
Deelnemers zijn bestuursorgaan; bijv. college
•
Oprichters zijn privé-persoon of rechtspersoon. Kan ook gemeente zijn.
•
Uitvoering overheidstaak
•
Uitvoering taak op maatschappelijk of ideëel terrein. Kan ook een overheidstaak zijn.
•
Besturing door Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur
•
Besturing door bestuur (3 personen of 1 directeur-bestuurder) en Raad van Toezicht (per gemeente 1 RvT lid)
•
Financiële stukken worden door het bestuur vastgesteld Begroting zienswijze door raad (wet Wgr) Kadernota en jaarrekening naar raad (wet Wgr)
•
Financiële stukken worden door het bestuur vastgesteld. Op basis van afspraken is toezending van financiële documenten aan de raad voor geven zienswijzen mogelijk. P&C cyclus geregeld in BW
• •
•
•
•
P&C cyclus net als gemeente in BBV Inkomsten: bijdragen deelnemers, subsidies, inkomsten uit dienstverlening
•
Jaarrekening deponeren bij KvK
•
Inkomsten: startkapitaal, subsidies, inkomsten uit dienstverlening, legaten of schenkingen.
•
Wettelijke regeling dat er een bepaling voor inrichting financiële verhoudingen en stemverhoudingen moet worden opgenomen in de tekst van de GR.
•
In statuten opnemen wat stemverhoudingen en financiële verhoudingen zijn. Borgen dat partijen zich voor langere tijd houden aan inkoop en deelname aan de stichting.
•
CAO gemeenten, medewerkers dienstverband ambtenaar
•
CAO Sociaal Werk Welzijn en maatschappelijke dienstverlening, medewerkers regulier dienstverband
•
Rol van de raad bij een stichting De raad heeft verschillende instrumenten tot haar beschikking bij een stichting. De raad kan net als bij een GR op de volgende momenten invloed uitoefenen: kadernota verbonden partijen, risicoprofiel, begroting, jaarrekening, actieve informatieplicht en evaluatie. Daarnaast is de raad betrokken bij de totstandkoming van beleid en kan in dat proces kaders meegeven. Het verschil met een GR is dat de raad dan nog de instrumenten heeft van het indienen van zienswijzen, een voorjaarsoverleg, een zomermarkt en een verantwoordingsgesprek. Het college vindt het belangrijk dat de betrokkenheid van de raad op dit onderdeel in stand wordt gehouden en wil met de raad afspraken maken om in gezamenlijkheid te bepalen wat daarvoor nodig is.
Toelichting bij de tabel Gemeenschappelijke regeling (GR) Een GR is een rechtspersoon naar publiek recht. Deze is geregeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en de gemeentewet (Gemw.). Een GR wordt altijd opgericht door bestuursorganen, zoals colleges van B&W of gemeenteraden ter regeling van een bepaalde wettelijke taak die zij gezamenlijk willen uitvoeren. De GR heeft een tekstuele regeling die gepubliceerd wordt op overheid.nl en waarin staat welke taken zij uitvoert en wat de afspraken tussen de samenwerkende partners zijn. Een GR heeft een Algemeen Bestuur (AB) en een Dagelijks Bestuur (DB) dat gevormd wordt uit bestuurders van de deelnemers. Bij een regeling van colleges zijn dat meestal wethouders. De verhouding tussen het AB (toezicht, kaderstellend bestuur) en DB (uitvoerend bestuur) is ongeveer dezelfde als de verhoudingen in een gemeentebestuur. De Wgr is onlangs aangescherpt en geeft gemeenteraden instrumenten om toezicht en invloed uit te oefenen op de uitvoeringsorganisatie van de GR. De begroting en de jaarrekening van de GR moeten jaarlijks aan de gemeenteraad worden toegezonden en de gemeenteraad moet bij bijzondere besluiten van de GR worden betrokken. Ook moet er sprake zijn van burgerparticipatie bij planvorming in de GR.
De regelgeving over de planning en controlcyclus en het financiële beheer is voor een GR hetzelfde als voor de gemeente want het is geregeld in de GemW en het Besluit Begroting en Verantwoording. In de GR moet een regeling getroffen zijn voor de verhouding van de financiële bijdragen van de betrokken deelnemers. Deelnemers zijn verplicht om financiële tekorten aan te vullen. De inkomsten van een GR kunnen daarnaast bestaan uit inkomsten uit dienstverlening en subsidies of rijksuitkeringen. Een GR gaat niet failliet. Het personeel van een GR is ambtenaar met een arbeidsovereenkomst en valt onder de CAO Gemeenten.
Stichting Een stichting is een rechtspersoon naar privaat recht. Deze is geregeld in het Burgerlijk Wetboek (BW). Een stichting heeft geen winstoogmerk maar werkt aan een maatschappelijk, sociaal of ideëel doel. Een stichting wordt altijd opgericht door één of meer (rechts-) personen. Een stichting heeft statuten die gedeponeerd worden in het Handelsregister en waarin staat aan welk ideëel of maatschappelijk doel zij werkt en wat de afspraken zijn over de bestuursvorm en het toezicht op het stichtingsbestuur. In het model wat voorligt wordt gedacht aan een bestuur en een raad van toezicht. In principe is het vrij om te bepalen wie toetreden in een bestuur en in een raad van toezicht. Omdat de stichting de bedoeling heeft om diensten te verlenen aan gemeenten en gemeenten gebruik willen maken van de quasi inbestedingsregeling (of 80/20 regeling) (dienstverlening als het ware bij jezelf inkopen zodat je niet (Europees) hoeft aan te besteden) moeten er in de raad van toezicht personen benoemd worden die bestuurlijk betrokken zijn bij de inbestedende diensten (gemeenten). Het bestuur van de stichting kan bestaan uit deskundigen. Dit wordt allemaal vastgelegd in de statuten.
De inkomsten van een stichting als deze bestaan uit bijdragen van de oprichters, subsidies, inkomsten uit dienstverlening en bijdragen van cliënten. Als de stichting onvoldoende inkomsten verkrijgt ten opzichte van de kosten gaat zij failliet. Er moeten daarom goede afspraken worden vastgelegd over garanties van de inkoop van dienstverlening door gemeenten. Men mag zich niet zomaar terug kunnen trekken. Met een stichting kunnen afspraken worden gemaakt over het informeren van de gemeentebesturen over de financiële en inhoudelijke verantwoording van haar activiteiten. Dit kan ook vastgelegd worden in de statuten. Personeel van een stichting valt met een arbeidsovereenkomst, gezien de dienstverleningstaak, waarschijnlijk onder de CAO Sociaal Werk Welzijn en maatschappelijke dienstverlening.