CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.2 Provincie Drenthe - Financieel toezicht - vorm en bevindingen 2024

1 - RAADSVERGADERING 25 januari 2024, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen1.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

provinciehuis Westerbrink i. Assen postadres Postbus 122, 9400 AC Assen

provincie^renthe

www.drenthe.nl O59i - 36 5$ 55

Aan: de raad van de gemeente Meppel Postbus 501 7940 AM MEPPEL I

Assen, 19 december 2023 Ons kenmerk 51/5.7/2023001775 Behandeld door mevrouw J.K. van der Laan (0592) 36 56 75 Onderwerp: Financieel toezicht; vorm en bevindingen 2024

Geachte raad, Elk jaar besluiten wij vóór aanvang van het begrotingsjaar of voor uw gemeente repressief of preventief begrotingstoezicht geldt. Wij verwijzen u naar artikel 203 van de Gemeentewet. Repressief toezicht is regel. Dit houdt in dat u uw begroting direct kunt uitvoeren. Wij hoeven uw begroting en begrotingswijzigingen niet vooraf goed te keuren. Preventief toezicht is uitzondering. Dit betekent dat de begroting en be­ grotingswijzigingen eerst door ons moeten worden goedgekeurd, voordat u tot uit­ voering kunt overgaan.

Besluit: repressief begrotingstoezicht voor 2024 Naar ons oordeel voldoet uw begroting aan de criteria voor repressief toezicht. Daarom hebben wij besloten dat voor uw gemeente voor het jaar 2024 sprake is van repressief begrotingstoezicht. De begroting hebben wij voor kennisgeving aange­ nomen. Wij verzoeken u om begrotingswijzigingen binnen twee weken na vaststelling aan ons toe te sturen.

Overwegingen 1. U hebt de Begroting 2024 en Jaarrekening 2022 tijdig toegestuurd. 2. Uw begroting is naar ons oordeel structureel en reëel in evenwicht. Wettelijk kader/toetsingscriteria Ons besluit is gebaseerd op de kaders en criteria genoemd in: 1. de Gemeentewet 2. de Algemene wet bestuursrecht 3. het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) 4. het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader 2020

A

« 2

De criteria om voor het repressieve begrotingstoezicht in aanmerking te komen zijn: 1. de Jaarrekening 2022 en de Begroting 2024 zijn tijdig, respectievelijk vóór 15 juli en 15 november 2023, ingezonden; 2. de Begroting 2024 is naar ons oordeel in evenwicht of, als dat niet het geval is, in de meerjarenraming is aannemelijk gemaakt dat dit evenwicht uiterlijk in 2027 tot stand zal worden gebracht.

Met 'evenwicht' bedoelen wij structureel en reëel evenwicht, dat wil zeggen dat, op basis van het bestaande beleid en het aanvaarde vastgestelde nieuwe beleid, de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Daarbij dienen de begroting en de meerjarenraming uiteraard volledig en reëel te zijn.

Opmerkingen naar aanleiding van ons onderzoek op hoofdlijnen Begroting 2024 Naar ons oordeel voldoet de Begroting 2024 aan het wettelijke criterium van struc­ tureel en reëel evenwicht. Het structureel begrotingssaldo hebben wij bepaald door het begrotingssaldo te zuiveren van incidentele baten en lasten.

Niet sluitende Meerjarenraming 2025-2027 De door u overgelegde Meerjarenraming 2025-2027 laat voor de jaren 2026 en 2027 jaar geen sluitend beeld zien. Het structurele tekort wordt voor een groot deel veroor­ zaakt doordat het Rijk in het Gemeentefonds een voorschot neemt op een nieuwe fi­ nancieringssystematiek en doordat de opschalingskorting nog niet van de baan is. U sluit daarbij op voorhand niet uit dat u mogelijk voor keuzes komt te staan ten aanzien van uw ambities. Wij constateren dat een aantal grote, in deze begroting geplande in­ vesteringen, na de periode van de meerjarenraming gereed zijn, zodat de kapitaallasten daarvan pas na 2027 voor het eerst worden opgenomen. Het geraamde tekort loopt in de jaren na de planperiode daardoor nog verder op. Omdat uw Begroting 2024 structureel en reëel in evenwicht is, heeft dit geen gevolgen voor het toezichtregime voor 2024. Zolang uw meerjarenraming niet sluitend is moet u volgens de Gemeentewet bij iedere toekomstige begroting zorgen voor structureel en reëel evenwicht in het begrotingsjaar. Dit is risicovol, omdat het niet altijd mogelijk is om structureel begrotingsevenwicht op korte termijn te bewerkstelligen. Wij hebben er begrip voor dat u, zolang het Rijk geen duidelijkheid geeft over moge­ lijke compensatie ervan, de tekorten in uw meerjarenraming laat zien.

Wel vragen wij u tijdig na te denken over concrete maatregelen om het structurele evenwicht op ter­ mijn te herstellen wanneer er geen volledige compensatie vanuit het Rijk komt.

Taakstellingen In de Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 zijn een aantal taakstellingen opgenomen. Dit betreffen taakstellingen op onder andere het Sociaal Domein en de Formatie/Bedrijfsvoering. Daarnaast is een algemene taakstelling opgenomen. Voor het begrotingsjaar betreft het op programmaniveau concreet ingevulde taakstellingen. Waarbij wij er vanuit gaan dat deze worden gerealiseerd, en dat u aanvullende maat­ regelen neemt mocht onverhoopt blijken dat deze in de praktijk niet volledig reali­ seerbaar zijn. Voor wat betreft het meerjarenperspectief dient een deel van de taak­ stellingen nog voorzien te worden van een concrete invulling. Wij hebben deze taak­ stellingen voor die jaren aangemerkt als onvoldoende hard en haalbaar en de meer­ jarenraming hiervoor gecorrigeerd.

3

Aandachtspunten voor de Begroting 2025 Onderhoud kapitaalgoederen Uit de paragraaf in uw begroting blijkt ook dit jaar nog onvoldoende of de opgenomen budgetten toereikend zijn om het door uw raad vastgestelde kwaliteitsniveau te halen. Op grond van het BBV dient de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen inzicht te geven in zowel het beleid als de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ten aanzien van het onderhoud op de kapitaalgoederen. Wij verzoeken u hier in de eerst­ volgende begroting in te voorzien

Uit uw paragraaf blijkt verder dat er nog steeds sprake is van achterstallig onderhoud op de wegen, waarbij wij hebben geconstateerd dat deze op gelijk niveau is gebleven als vorig jaar. Dit betekent dat het door u beschikbaar gestelde budget en de gefa­ seerde aanpak via de investeringsplanning in de afgelopen periode niet voldoende is geweest om het resterende achterstallig onderhoud in te lopen. Evenals de voor­ gaande begroting is voorzien om het achterstallig onderhoud in te lopen door middel van regulier klein- en groot onderhoud en via de investeringsplanning. Wij hebben ge­ constateerd dat de vaststelling van een herziening van het wegenbeheerplan is opge­ schoven naar het eerste kwartaal van 2024. Wij gaan er van uit dat als blijkt dat deze actualisatie en de voorgestelde aanpak weinig of onvoldoende bijdragen aan het in­ lopen van het achterstallig onderhoud u gelijktijdig maatregelen zult nemen om dit op te lossen. Dit betekent eveneens dat wij er van uit gaan dat er bij de eerstvolgende begroting geen sprake meer zal zijn van achterstallig onderhoud of dat er een voor­ ziening is gevormd voor het inlopen van de achterstanden.

Uit de paragraaf blijkt verder dat u voornemens bent om het Beheerplan Civieltech­ nische Kunstwerken te actualiseren en dit jaar vast te stellen. Het BBV schrijft niet voor dat gemeenten beheerplannen moeten hebben voor het onderhouden van kapitaal­ goederen. Vanuit het oogpunt van risicobeheersing en inzicht in de financiële positie is het echter aan te raden dat er altijd recente beheer-plannen zijn. Wanneer een ge­ meente een voorziening wil vormen om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te ver­ delen (egaliseren) over meerdere begrotingsjaren, is een recent beheerplan zelfs vereist. Een beheerplan is immers van belang om de omvang van de voorziening te bepalen die nodig is om het toekomstig groot onderhoud te kunnen bekostigen.

Tot slot Medio 2024 verrichten wij nader onderzoek naar uw begroting. Hierbij kijken wij met name naar de financiële positie van uw gemeente in het begrotingsjaar en de komende jaren. De resultaten van dit vervolgonderzoek willen wij waar mogelijk in samenhang met de eerstvolgende rapportage (bijvoorbeeld kadernota of voorjaars­ nota) met u bespreken. Wij vragen u deze rapportage dan ook tijdig aan ons toe te sturen.

Een afschrift van deze brief zenden wij aan het college van Burgemeester en Wethouders van uw gemeente. Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Drenthe,

, voorzitter Afschrift aan het college van Burgemeester en Wethouders van Meppel. Postbus 501, 7940 AM Meppel

, secretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=5f1ec7a5-b97a-41be-bac5-042f94ad042e