1.19.2 College - 12.2 Bijlage 2 - Natuurwaardenkaart - voorbeeld deelgebied Oosterboer
Tekst van het document
Palmboom. Bron: iStock
Meppel
Oosterboer
Het landschap
Oppervlakte: 197 ha Functie: Wonen Bodem: Zand
Nieuwbouw met oude groene dooradering
Deze woonwijk wordt omgeven door het Ringpark. Deze groene buffer sluit aan bij de de oude weg- en boomstructuren die door de wijk heen lopen. Bij de aanleg van de wijk is gezorgd voor mogelijkheden voor recratie, geluidsbuffering van de omgliggende wegen en spoorlijn. Door de opzet van de wijk, met deze verschillende onderling verbonden onderdelen, is er veel afwisseling in soorten die er voorkomen. Er lopen verschillende watergangen langs de randen van het deelgebied. Deze natte randen zorgen ervoor dat waterminnende planten hier graag groeien. Er zijn dan ook veel verschillende moerassoorten waargenomen. De oude eikenlanen die door het gehele gebied lopen, vormen geschikte structuren waar veel soorten gebruik van maken. Ook in de woonwijken is redelijk veel particulier groen aanwezig; er zijn veel woningen met groene hagen rond de tuin.
Van oorsprong was het gebied in agrarisch gebruik. De bebouwing langs de Oosterboerweg en centraal in de wijk gelegen paardenhouderij herinnneren nog aan dit voormalige gebruik. Voor wie goed kijkt zijn er nog meer oude elementen terug te vinden in de wijk. Bij de aanleg van de woonwijken in het gebied is bij de inrichting een groene en blauwe dooradering aangelegd. De bouw van de eerste woonwijk in het zuidwesten, de verzetsbuurt, vond plaats rond eind jaren ‘70. Rond 1995 begon de bouw aan de woonwijk die tegenwoordig bekend staat als de Vlinderbuurt. Deze naam is erg toepasselijk voor dit deelgebied want er zijn erg veel vlinders waargenomen; zo’n 32 verschillende soorten. Iets later rond 1997 kwam er ook nog de vogelbuurt bij. Ook heel gepast voor deze locatie, want er zijn heel veel verschillende vogels gezien. In 2018 is er een begin gemaakt aan de aanleg van een Bijen- en Vlinderparadijs in het Ringpark, gelegen in het westen van Oosterboer. Door het vergroten van de bloemenrijkdom en de variatie aan bomen en struiken zijn de initiatiefnemers van plan om de leefomstandigheden voor insecten in het park te verbeteren. De wijk scoort prima als het gaat om het aantal soorten dat er is gezien. Alle algemene vogelsoorten die je mag verwachten in een woonwijk in dit deel van Nederland zijn er ook daadwerkelijk gemeld!
‘Gidssoort van dit deelgebied is de gewone dwergvleermuis.’
De groene dooradering van de wijk bestaat voornamelijk uit oude eikenbomen. Deze bomen hebben veel waarde voor de biodiversiteit. Er zijn namelijk veel verschillende diersoorten die gebruik maken van eiken. Soms is dat uit hun naam te herleiden, zoals bij de eikenlichtmot en de eikentandvlinder. Er zijn ook bomen waar maar zeer weinig soorten op en in leven. Een voorbeeld hiervan zijn platanen, deze zijn onder andere te vinden langs de Brandemaat. De platanen dragen relatief weinig bij aan de biodiversiteit van de wijk, maar zorgen wel voor koelte. Eekhoorns gebruiken de oude eikenbomenrijen om zich langs te verplaatsen en de eikels van inheemse eiken worden graag door ze gegeten. De laanbomen vormen niet alleen een route voor eekhoorns, maar ook voor andere zoogdieren zoals vleermuizen. De laatvlieger bijvoorbeeld gebruikt lijnvormige elementen om te reizen tussen zijn verblijfplaats en het jachtgebied, bijvoorbeeld rond de Wold Aa aan de noordzijde van wijk. De verblijfplaats van een laatvlieger is te vinden in menselijke bebouwing. Vaak wonen ze in de spouwmuur of onder dakpannen. Vleermuizen zijn erg nuttig; ’s nachts vangen ze wel 3000 muggen, motten en kevers om op te eten.
Foto’s (Bron:)
Gewone dwergvleermuis Bron: iStock
Projectnummer
Niet alleen vleermuizen, maar ook vogels zoals de merel en koolmees eten graag insecten die voorkomen in groene tuinen in woonwijken. De merel gebruikt ook slimme trucjes om wormen te vangen. Ze trippelen snel op het gras, waardoor er trillingen ontstaan in de grond die gevoeld kunnen worden door wormen. De merel zelf wordt soms ook gegeten door een vogel die in de wijk voorkomt, namelijk de ransuil. Deze uil eet voornamelijk veldmuizen en heeft een slaapplaats in een naaldboom in het oosten van de wijk.
Basisvoorwaarden gidssoort De “gidssoort” van het gebied is de gewone dwergvleermuis. Geen zorgen, de gewone dwergvleermuis is niet gevaarlijk en brengt ook geen ziektes over op mensen. Ze bijten ook geen isolatiemateriaal kapot en vliegen niet in uw haar. Het zijn insectenetende en zeer sociale zoogdieren met een fantastisch vliegvermogen en een unieke manier om in het donker te kunnen navigeren. Een gewone dwergleermuis past met gemak in een luciferdoosje. Ze komen overal in Nederland voor. Ook in Oosterboer zijn er kolonies.
Voorwaarde
Verbetermaatregel
Langs de rand van Oosterboer lopen verschillende watergangen. De oevers van deze watergangen vormen, mits ze niet te intensief beheerd worden, geschikte leefomstandigheden voor moerassoorten. Een moerasvogel die is gezien bij de watergang in het noordwesten van het gebied is de Cetti’s zanger, een nieuwkomer in dit deel van Nederland. Dit kleine compacte bruine vogeltje is te vinden in dicht struikgewas en verraad zijn aanwezigheid door zijn explosieve zang.
Boomkruiper
Grote bonte specht Heggenmus
Ekster
Huismus
Spreeuw
Wilde eend
Fitis
Kauw
Staartmees
Gaai
Kleine vuurvlinder
Steenmarter
Gierzwaluw
Merel
Tjiftjaf
Winterkoning Witte kwikstaart Zanglijster
Goudvink Putter Grauwe Ringmus vliegenvanger
Moerasplanten zoals de gewone dotterbloem zijn eveneens te vinden langs de oevers van de watergangen. En ook andere soorten die houden van een vochtige bodem zoals de wilde kievitsbloem (in dit geval verwilderd), rietorchis, zwanenbloem en het wilgenroosje groeien er.
Groot avondrood (Bron: iStock)
Het wilgenroosje is een waardplant voor de vlinder groot avondrood. Een waardplant is een specifieke plant die door rupsen wordt gegeten. Rupsen eten namelijk maar een paar soorten planten en niet zomaar alles. De naam van deze mooie vlinder is erg toepasselijk; de vlinder vliegt in de avond en het lijf en vleugels hebben een rode/roze kleur.
Eekhoorn (Bron :G.J. Assink)
Projectnummer
Leven op de rand
Gehakkelde aurelia (Bron: G.J. Assink)
Verblijfplaats
Vleermuizen maken van veel plekken gebruik om te schuilen en jongen groot te brengen. Plaats een (grote) vleermuiskast aan uw huis. Zorg dat ze zo hoog mogelijk opgehangen worden, beschut tegen volle zon en regeninslag, aan de warme kant van het huis. Plaats tot 2 meter onder de opening geen obstakels of licht.
In deze tabel is weergeven of algemene soorten, die verwacht mogen worden op basis van de kenmerken van dit gebied er ook daadwerkelijk zijn gezien. Groen: algemeen voorkomend; oranje: schaars aanwezig; rood: niet waargenomen. De balk aan de rechterzijde geeft een indicatie van de basiskwaliteit van het gebied.
Appelvink
Merel (Bron: iStock)
Voedsel
Plant een boom in de achtertuin; behalve schaduw levert deze ook nog eens insecten voor vleermuizen. Vooral bij slecht weer is dit belangrijk; zo hoeven ze niet te ver te vliegen om eten te vinden.
Basiskwaliteit soorten
In de groene tuinen van de woningen zijn veel verschillende soorten insecten gezien, waaronder de bessenglasvlinder, de agaatvlinder en de gehakkelde aurelia. Het roesje, een nachtvlinder, komt ook weleens binnen in huizen voor. In de winter zoekt deze soort namelijk een droog plekje zoals een kelder of zolder om te overwinteren.
Roek
Vink
Sperwer
Waterhoek
Tuinfluiter Turkse tortel
In een aantal van de watergangen aan de rand van Oosterboer is de drijvende waterplant krabbenscheer gezien. Deze plant is één van de waardplanten van de krabbenscheermot. Ondanks de naam, zijn ook andere waterplanten, zoals gele plomp en witte waterlelie, waardplanten voor deze soort. De krabbenscheermot is samen met het kroosvlindertje en de waterleliemot één van de weinige soorten vlinders waarvan de rupsen onderwater leven. Het achterlijf van de rups van de krabbenscheermot heeft fijn vertakte kieuwen waarmee onderwater geademd kan worden. De rups van het kroosvlindertje maakt drijvende zakjes van kroos als huis. De aanwezigheid van deze soorten geeft ook wat inzicht in de staat van de watergangen; de soorten hebben namelijk veel waterplanten nodig.
Beschermde soorten (WnB) Hier worden de grootste bevindingen of knelpunten over de beschermde soorten beschreven. Wanneer er bijvoorbeeld een unieke verblijfplaats is aangetroffen, of het belangrijk is dat een bepaald landschapselement behouden blijft.
Projectnummer
Soort
Essentieel leefgebied
Locaties vaste rust- en voortplantingsplaatsen
Functionaliteit van rust- en voortplantingsplaatsen
Roek
Graslanden
Vrijstaande hoge groepen bomen
Waarschijnlijk meerdere nestlocaties
Ooievaar
Weilanden en hooilanden
Hoge bomen
Waarschijnlijk meerdere nestlocaties
Scholekster
Korte grasvegetaties
Platte daken
Waarschijnlijk meerdere nestlocaties
Huismus
Omgeving menselijke bebouwing
Onder dakpannen of gaten in muren
Waarschijnlijk meerdere nestlocaties
Ransuil
Open veld, wegbermen
Naaldbomen
Slaapplaats
Gierzwaluw
Omgeving menselijke bebouwing
Onder dakpannen of gaten in muren
Waarschijnlijk meerdere nestlocaties
Ontwikkelkansen Hier worden de ontwikkelkansen beschreven op basis van de plusen minpunten van het gebied.
Pluspunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Wie?
Oevers watergangen
• Oeverbegroeiing is belangrijk voor verschillende soorten zoals amfibieën en marters om zich tussen te kunnen verschuilen en zich te verplaatsen. Door een minder intensief oeverbeheer krijgen planten de kans om te groeien en kunnen deze planten door verschillende soorten gebruikt worden.
Oevers watergangen
Gemeente Groenbeheer
Groene buffer
• De woonwijk wordt omgeven door het Ringpark die als een groene buffer werkt tussen de wijk en omliggende wegen en spoorlijnen. Door het versterken van de verbinding van de wijk met het Ringpark kunnen veel soorten profiteren. • Dit kan door aanplant van kruiden en struiken langs de wegen en inwoners kunnen hun tuin wat gevarieerder beheren.
Ringpark
Gemeente Groenbeheer Inwoners
Groene tuinen
• Minder strakke tuinen biedt kansen voor verschillende soorten; maak ruimte voor rommelhoekjes en ruigere begroeiing in de tuin. • Gebruik inheemse plantensoorten bij de inrichting van de tuin, dit maakt het aantrekkelijker voor insecten, die vervolgens weer andere diersoorten aantrekken.
Tuinen inwoners
Minpunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Wie?
Verduurzaming woningen
• Tijdens de isolatie van woningen kunnen beschermde soorten zoals de huismus, gierzwaluw en vleermuis gedood worden of hun verblijfplaats/nestlocatie verliezen. Door natuurvriendelijk te isoleren kan schade aan deze soorten voorkomen worden.
Woningen
Inwoners
• Bermen en openbaar groen
Projectnummer
van
Inwoners
Veel bermen en stukken openbaar groen bestaan uit grasveldjes met enkele bomen. Door intensief bermbeheer krijgen kruiden en bloemen geen kans om te groeien, waardoor deze niet gebruikt Bermen en Gemeente kunnen worden door insecten. De struiken zijn veelal achterwege openbaar groen Groenbeheer gelaten, terwijl struiken erg belangrijk zijn voor verschillende diersoorten om beschutting te vinden. Door het planten van meer struiken in het openbaar groen kan de biodiversiteit toenemen.