1.19.1 College - 12.1 Bijlage 1 - Ontwerp programma biodiversiteit
Tekst van het document
Programma biodiversiteit maart 2025
1
Voorwoord Geachte lezers, Met dit programma biodiversiteit zetten wij als gemeente een belangrijke stap richting een duurzame en groene toekomst. Het is mede onze verantwoordelijkheid om biodiversiteit te beschermen, herstellen en versterken binnen onze gemeentegrenzen. We willen hierin onze rol pakken, zowel in het beheer van de openbare ruimte als bij ruimtelijke ontwikkelingen. Als beheerder van de openbare ruimte hebben wij invloed op het groenbeheer van parken, bermen, bomen en groenstroken. Door bewuste keuzes, zoals het uitbreiden van ecologisch bermbeheer, dragen wij bij aan een een bloeiend, zoemend en fluitend Meppel. Ook bij de ontwikkelingen in onze gemeente nemen wij regie. We kiezen voor natuurinclusieve oplossingen. Denk aan nieuwe wijken als Nieuwveense Landen en Noordpoort, gemeentelijke gebouwen als Ogterop en de gemeentewerf en infrastructurele projecten zoals de nieuwe stadsentree. Dit programma beschrijft doelen en maatregelen om biodiversiteit te versterken en in ons werken te integreren. Samenwerking met bewoners, bedrijven en natuurorganisaties is daarbij essentieel. We gaan vol vaart aan de slag, zelf én met de Meppeler samenleving. Want de natuur houdt zich niet aan grenzen van tuinen, bermen of wegen. Alleen door samen te werken kunnen wij zorgen voor een biodiverse en duurzame toekomst voor iedereen in onze gemeente.
Namens het college van burgemeesters en wethouders van gemeente Meppel, Klaas de Vries
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding .................................................................................................................................. 4 1.1
Aanleiding .........................................................................................................................4
1.2 1.3
Wettelijk en beleidskader ..................................................................................................4 Omgevingsprogramma .....................................................................................................7
1.4 1.5
Wat is biodiversiteit? .........................................................................................................8 Doelen voor biodiversiteit .................................................................................................9
1.6 1.7
Leeswijzer .......................................................................................................................10 Participatie ...................................................................................................................... 11
Ecologische analyse ........................................................................................................... 12 2.1
Meppel binnen de regionale ecologische structuur ........................................................12
2.2 2.3
Meppeler natuurwaarden ................................................................................................13 Gidssoorten ....................................................................................................................14
2.4 2.5
Knelpunten en oplossingsrichtingen ...............................................................................17 Projecten voor biodiversiteit ...........................................................................................25
Naar uitvoering .................................................................................................................... 27 3.1 3.2
Strategie .........................................................................................................................27 Uitvoeringsagenda 2025-2028 .......................................................................................27
3.3
Financiering ....................................................................................................................30
3.4
Monitoring .......................................................................................................................31
Bijlagen ........................................................................................................................................... 1 Bijlage I: Bronnenlijst .................................................................................................................... 2 Bijlage II: Evaluatie beleidsdocumenten ..................................................................................... 3 Bijlage III: Projectoverzicht ......................................................................................................... 13 Bijlage IV: Ambities van samenwerkende partners ................................................................. 18 Bijlage V: Verslag inwonersavond ............................................................................................. 20 Bijlage VI: verslag interne ambtelijke sessie ............................................................................ 23 Bijlage VII Analyse ecologische knelpunten ............................................................................. 28 Bijlage VIII Financiële dekking uitvoeringsagenda .................................................................. 35
3
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Het gaat niet goed met de biodiversiteit in Nederland. Op zowel landelijk als op Europees niveau volgt uit verschillende onderzoeken een zorgwekkend beeld: populaties van soorten gaan sterk achteruit en de kwaliteit en omvang van de gebieden waarin ze leven verslechteren [bron 5, 17 en 19, zie bijlage I]. In 2018 sloegen Nijmeegse wetenschappers alarm, omdat zij met hun onderzoek constateerden dat in Duitsland - en zeer waarschijnlijk dus ook in Nederland - in 27 jaar tijd het aantal insecten in beschermde gebieden met 76% is afgenomen. Recent waarschuwde het Wereld Natuur Fonds dat zonder grootschalig natuurherstel op korte termijn belangrijke natuur in Nederland verdwijnt. We hebben als gemeente doelen gesteld om deze afname van biodiversiteit te voorkomen én om biodiversiteit te behouden en verbeteren. In overeenstemming met haar omgevingsvisie, het coalitieakkoord ‘Werk in uitvoering’ en het programma Duurzaam, streven we naar een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving. Biodiversiteit is hier een integraal onderdeel van. Om deze ambitie te realiseren zijn op basis van natuurwaardenkaarten en in samenwerking met inwoners, bedrijven en maatschappelijke uitvoeringsorganisaties, dit programma Biodiversiteit en een bijbehorende uitvoeringsagenda opgesteld.
1.2 Wettelijk en beleidskader Beschermde soorten en gebieden Het beleid dat we in de gemeente Meppel opstellen voor biodiversiteit sluit aan bij het natuurbeleid op provinciaal, landelijk en Europees niveau. Op Europees niveau worden ecosystemen en soorten door wetgeving beschermd, met name via de aangewezen beschermde gebieden binnen het Natura 2000-netwerk. Dit zijn beschermingszones die zijn aangewezen binnen de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) om zeldzame, kwetsbare en karakteristieke planten en dieren, en hun leefgebieden, te beschermen. Deze bescherming houdt in dat er maatregelen moeten worden uitgevoerd om soorten en hun leefgebieden in stand te houden [bron 2 en 4]. Nederland is verantwoordelijk voor het implementeren van het natuurbeleid voor de Natura 2000-gebieden en de VHRsoorten in eigen wetgeving. In Meppel zelf komen geen Natura 2000-gebieden voor, maar wel in de directe omgeving, zoals de Wieden en de Weerribben, Olde Maten en het Holtingerveld, zie Afbeelding 1. In Nederland wordt de bescherming van VHR-soorten gewaarborgd binnen de Omgevingswet, waar de Wet Natuurbescherming in opgegaan is. Naast de VHR-soorten worden ook soorten van nationaal belang voor Nederland beschermd. Een voorbeeld in Meppel is de das. Daarnaast staan er op de Rode lijst soorten die bedreigd zijn [bron 12], maar niet per se wettelijke bescherming kennen.
Voorbeelden in Meppel zijn de gevlekte orchis en moeraskartelblad.
4
Natuurnetwerk Nederland Naast de Natura 2000-gebieden is in Nederland het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ingericht om leefgebied voor planten en dieren te realiseren. Het NNN is een bestaand netwerk van natuurgebieden en is bedoeld om natuurgebieden met elkaar en met het agrarisch gebied te verbinden. In Meppel behoren de Wold Aa Zone en Het Reestdal tot NNN-gebied (zie ook Hoofdstuk 3). De provincies zijn verantwoordelijk voor het borgen van de omvang en kwaliteit van het NNN. Zo heeft de Provincie Drenthe kaders gesteld voor de uitvoering van het Europees, landelijk en provinciaal natuurbeleid in de Gastvrije Natuur, Natuurvisie 2040 [bron 18]. Hierin heeft de provincie uitvoeringsplannen uitgewerkt om de natuurdoelen te halen, bijvoorbeeld het programma Natuurlijk Platteland en het programma Natuurinclusief Drenthe.
Afbeelding 1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden in Nederland met de ligging van gemeente Meppel (rood omcirkeld)
5
Nieuw beleid in ontwikkeling Omdat het huidige natuurbeleid niet voldoende is om de achteruitgang van soorten te stoppen, is aanvullend beleid nodig. Basiskwaliteit natuur biedt hiervoor een nieuw handvat. Dit gaat over de minimale kwaliteit van de omgeving zodat algemene soorten, die karakteristiek zijn voor het landschap, zich ook buiten de wettelijk beschermde gebieden kunnen handhaven. Belangrijke factoren daarbij zijn de milieucondities in het gebied, de inrichting en het beheer en onderhoud van het gebied. Deze factoren moeten aan minimum eisen voldoen om de basiskwaliteit natuur te garanderen. In Europa wordt deze bescherming geborgd binnen de in 2024 vastgestelde Natuurherstelwet. Deze heeft betrekking op landbouwecosystemen, stedelijke ecosystemen en bossen [bron 19]. De lidstaten maken hiervoor ieder een herstelplan. In Nederland is verder de Agenda Natuurinclusief 2.0 vastgesteld, waarin maatregelen worden uitgewerkt voor de jaren 2024 tot 2026. Hiervan ligt de focus op het versterken van de 70% niet-beschermde natuur van Nederland in bijvoorbeeld steden en het landelijk gebied. Ook binnen de Provincie Drenthe is bescherming van soorten buiten de beschermde gebieden een speerpunt.
In het programma Natuurinclusief Drenthe werkt de provincie onder andere aan een goede basiskwaliteit natuur [bron 1] en ecologische verbindingszones, zoals een groenblauwe dooradering in het landelijk gebied. Ook gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor de bescherming van soorten en hun leefgebieden binnen de gemeentegrenzen. Dit geldt ook voor de gemeente Meppel. In het hoofdstuk 2 gaan we in op het huidig gemeentelijk beleid voor biodiversiteit in Meppel.
Programma Duurzaam Gelijktijdig met het opstellen van dit programma is gewerkt aan een actualisatie van het programma Duurzaamheid uit 2021. Het nieuwe programma Duurzaam geeft onze overkoepelende en lange termijn ambities weer voor vijf duurzame pijlers: energietransitie, klimaatadaptatie, gezond leefmilieu, circulariteit en natuur, landschap en biodiversiteit. Daarnaast geeft het een helder overzicht van onze inspanningen en de manier waarop we aan de pijlers werken.
Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In deze wet zijn eerdere wetten voor de fysieke leefomgeving gebundeld, waaronder de Wet Natuurbescherming. De instrumenten die we als gemeente onder de wet kunnen inzetten, zijn onder andere de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en het omgevingsplan.
6
1.3 Omgevingsprogramma Omgevingsvisie In 2019 zijn we gestart met het opstellen van de omgevingsvisie, een integrale visie in het kader van de omgevingswet. De omgevingsvisie [bron 11] is in concept gereed en wordt naar verwachting begin 2025 vastgesteld. We duiden hierin het strategisch beleid naar 2040 en schetsen onze ambities. Het vormt daarmee de hoofdlijn voor verder uitwerking van beleid. Er zijn vier integrale ambities die onder andere gaan over de thema’s wonen, infrastructuur, duurzame ontwikkeling (energie, klimaatadaptatie) en de groenblauwe structuur, zie bijlage II. Het thema biodiversiteit is sterk verweven met ieder van deze thema’s. 1 Duurzaam in alle opzichten; 2 Schoon, natuurlijk en gezond; 3 Levendig en leefbaar voor iedereen; 4 Kwalitatieve en inclusieve groei. We werken de doelen uit de omgevingsvisie die betrekking hebben op biodiversiteit in dit programma verder uit. Ook geven we invulling aan de rol die we voor dit thema in de omgevingsvisie hebben bepaald.
Omgevingsprogramma Met dit omgevingsprogramma vertalen we de ambities naar concreter beleid en zetten we stappen in de uitvoering. De ontwikkelprincipes uit de omgevingsvisie bieden hiervoor een kapstok. Zo willen we onder andere duurzaam, natuurinclusief ontwikkelen en ruimte bieden aan groen en water bij ontwikkelingen. Zo werken we aan onze natuurkwaliteit en behouden en verbeteren we de Meppeler biodiversiteit.
Bestaand beleid Werken aan biodiversiteit is niet nieuw. In de kadernotitie “Zo doen we groen” hebben we al ambities voor en waarden van groen beschreven, waaronder de ecologische waarde. We hebben dit en ander beleid geëvalueerd en beschrijven van daaruit wat we voor biodiversiteit nog meer nodig hebben, zie ook bijlage II. In Zo doen we groen werken we aan onze ambitie ‘drie keer groener’: het zien van goed groen, het ervaren van groen en het zorgen voor gezond groen. De eerste twee onderdelen van de ambitie leggen het accent op het perspectief van onze inwoners, het laatste onderdeel gaat meer uit van de intrinsieke waarde van het groen. In dit programma bouwen we voort op dit laatste onderdeel. Onder de oude bestemmingsplannen hebben we beleidsregels gekoppeld. Deze zijn nu onderdeel van het omgevingsplan. In onze beleidsregels voor natuurinclusief bouwen (Nieuwveense Landen, Noordpoort, voormalig ziekenhuisterrein) zetten we goede stappen. We beschouwen een gebouw en haar omgeving als gezamenlijk onderdeel van een leefgebied. Er zit echter wel een grote mate van keuzevrijheid in de beleidsregels, een initiatiefnemer kan zelf kiezen welke maatregel getroffen wordt. Met dit programma sturen we op meer inzicht in onze Meppeler soorten en hun leefomgeving, waarmee we in de toekomst de beleidsregels beter kunnen laten aansluiten op de verschillende gebieden in Meppel. 7
Integrale opgave In de omgevingsvisie zijn vier integrale ambities benoemd. In al deze ambities raakt biodiversiteit aan andere thema’s, zoals bijvoorbeeld klimaatadaptatie en woningbouw. Hoewel het hier om een thematisch programma gaat, kunnen we biodiversiteit niet langer als een los thema beschouwen. We hebben hierin allemaal iets te doen. Uitgangspunt is dat we vanaf nu biodiversiteit meenemen in alle ontwikkelingen en projecten in de fysieke leefomgeving. Dat doen we door biodiversiteit integraal mee te ontwerpen in de aanleg van bijvoorbeeld nieuwe wegen, woonwijken en bedrijventerreinen. We noemen dat natuurinclusief ontwikkelen. Dat betekent vaak ook extra kosten, bijvoorbeeld voor ruimte voor voldoende groen en voorzieningen in en aan gebouwen. Daartegenover staan de baten van groen en biodiversiteit. De vastgoedwaarde gaat omhoog en de gezondheid van inwoners en werknemers is duidelijk beter in een groene omgeving. Een groene omgeving werkt preventief. De kansen voor natuurinclusief ontwikkelen verschillen wel per gebied. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen, zoals Noordpoort en Nieuwveense Landen, zijn er volop kansen. In bestaande woonwijken en bedrijfsterreinen ligt dat anders. Maar ook daar gelden onze ambities en dienen zich kansen voor. We willen die kansen pakken, maar ook de Meppeler samenleving zelf zit niet stil.
In beide gevallen, nieuw én bestaand, is het van belang om uitgangspunten voor groen en biodiversiteit in een vroeg stadium van een ontwerp mee te nemen.
1.4 Wat is biodiversiteit? De term biodiversiteit kan op verschillende manieren uitgelegd worden. Volgens de ‘Van Dale’ is biodiversiteit ‘de verscheidenheid aan plant- en diersoorten’. Vaak spreken we over het bevorderen van de biodiversiteit, wat volgens de definitie van de Van Dale een toename van de verscheidenheid aan planten en dieren betekent. Het gaat over het genetisch materiaal van soorten, de verschillende soorten en de ecosystemen waarin zij voorkomen (Afbeelding 2). Het is dus niet hetzelfde als natuur of als groen. Immers, een stad met alleen maar grasvelden of alleen dezelfde bomen, heeft nog geen hoge biodiversiteit. Afbeelding 2 Verschillende niveaus van biodiversiteit in de grotere context van de natuurkwaliteit [bron 16]
8
Ons alleen richten op zoveel mogelijk verschillende soorten is ook niet altijd overal wenselijk. Zo kan in bepaalde leefgebieden de verscheidenheid aan soorten laag zijn, terwijl er wel bijzondere natuur voorkomt. Een goed voorbeeld hiervan zijn rietlanden, waar bijzondere plantensoorten zoals ronde zonnedauw en kamvaren voorkomen zonder dat de soortenrijkdom groot is. Het voorkomen van deze bijzondere natuur komt doordat natuurlijke processen en structuren, die van oorsprong bij het landschap horen, denk bijvoorbeeld aan kwelstromen, op sommige plaatsen nog steeds grotendeels ongestoord aanwezig zijn. Helaas zijn deze bijzondere plekken steeds zeldzamer. Biodiversiteit gaat over populaties die zichzelf in stand kunnen houden en niet dreigen uit te sterven, zoals het voorbeeld van de motten in Afbeelding 3. Daar is kwaliteit en omvang van de leefomgeving voor nodig. Afbeelding 3 Soortenaantallen van motten en aantallen binnen de populaties van mottensoorten in 2018 en in 1992
1.5 Doelen voor biodiversiteit We richten ons daarom niet alleen op de soorten en hun aantallen, maar stellen de leefomgeving van soorten centraal, de ecosystemen. Het hoofddoel, zoals ook vastgelegd in onze omgevingsvisie, is:
Het realiseren van een robuust en veerkrachtig ecosysteem, passend bij de kenmerken van gemeente Meppel en met behoud en herstel van bestaande landschaps- en natuurkwaliteiten Een robuust en veerkrachtig ecosysteem kan tegen een stootje en weet zich aan te passen aan verstoringen van buitenaf, zoals weersinvloeden als gevolg van klimaatverandering of ziekten en plagen, zoals de eikenprocessierups.
9
Om dit te realiseren, moeten we de randvoorwaarden op orde brengen. We stellen daarom de volgende doelen: 1 De leefgebieden binnen Meppel zijn geschikt en groot genoeg voor gezonde populaties van onze gidssoorten. De vooronderstelling is dat als het met de gidssoorten goed gaat, het goed gaat met het hele ecosysteem. Meer over de gidssoorten vertellen we in hoofdstuk 2.3. Dit betekent dat minimaal 10% van het buitengebied met groene of blauwe elementen is ingericht en in de bebouwde kom 30%. 2 De groene hoofd- en nevenstructuren zijn met elkaar verbonden. De groene hoofdstructuur hebben we al vastgelegd in Zo doen we groen en de omgevingsvisie. We zorgen voor versterking van het netwerk van routes waar dieren en planten gebruik van maken en verbinden het nevengroen onderling en met de hoofdstructuur. 3 De groenblauwe hoofdstructuur binnen de gemeente Meppel wordt ecologisch ingericht en beheerd; Op sommige plekken staat de natuurwaarde al voorop, zoals de natuurzone Berggierslanden en het wandelbos. Op andere plekken spelen andere waarden een belangrijke rol. Denk aan de gebruikswaarde van de grachten in de binnenstad en van de parken. De hoofdstructuur vormt de ecologische ruggegraat van de gemeente, we willen in samenhang met de andere waarden van groen de ecologie op deze plekken versterken.
4 Minimaal 80% van onze bermen wordt ecologisch beheerd; Dat betekent dat we op die plekken een kwart van de berm niet maaien. Zo blijft er leefgebied beschikbaar voor overwinterende dieren. We passen op dit moment bij ongeveer 8% van onze bermen ecologisch bermbeheer toe. 5 In alle leefgebieden van de natuurwaardenkaarten is sprake van een goede basiskwaliteit natuur; Op dit moment geldt dit alleen voor de wijk Oosterboer, zie ook paragraaf 3.4.
1.6 Leeswijzer Om onze doelen te halen hebben we een uitvoeringsagenda 2024-2028 opgesteld. Hiervoor hebben we vijf ontwerpstappen doorlopen (afbeelding 4). De hoofdstukken 2 en 3 volgen deze vijf ontwerpstappen. Voor stap 4 geldt dat dit proces gelijktijdig met het opstellen van de omgevingsvisie verliep. Ambities, doelen en strategie zijn daarom enerzijds voortgekomen uit de conceptversies van de omgevingsvisie, anderzijds heeft bijstelling plaatsgevonden door het proces binnen dit programma. Afbeelding 4 ontwerpstappen programma Biodiversiteit
10
In hoofdstuk 2 geven we naast de ecologische analyse ook uitleg over enkele begrippen uit de onze doelen, zoals gidssoorten en natuurwaardenkaarten. In hoofdstuk 3 beschrijven we op welke manier we met de doelen aan de slag gaan, welke strategie we hiervoor kiezen en hoe we dit gaan financieren.
1.7 Participatie Voor het opstellen van dit programma Biodiversiteit hebben we verschillende gesprekken gevoerd en sessies georganiseerd. Dat komt voort uit de verplichting tot motivering uit het Omgevingsbesluit, artikel 10.8 én uit ons eigen participatiebeleid (destijds ‘Participatie omgevingswet’, in 2023 vervangen door Leidraad Participatie ‘Meedoen in Meppel’). Maar bovenal vanuit het besef, dat biodiversiteit ons allen aangaat en we het als gemeente niet alleen kunnen. Het participatieaccent lag op het raadplegen. De opgehaalde informatie hebben we gebruikt voor een overzicht van wat de gemeente Meppel en andere partijen al doen aan biodiversiteit (Bijlage III: Projectoverzicht). Want wat goed gaat en al gebeurt, willen we koesteren. Ook heeft het ons richting gegeven voor het opstellen van de uitvoeringsagenda. We hebben drie verschillende soorten sessies georganiseerd: 1 Sessies met partners waarmee de gemeente samenwerkt, waarin wederzijdse ambities, lopende projecten en geplande maatregelen zijn besproken. Een overzicht is te vinden in Bijlage IV. De deelnemende partners waren: - provincie Drenthe - waterschap Drents Overijsselse Delta - Agrarische Natuur Drenthe - Het Drents Landschap - Natuur- en milieufederatie Drenthe - Landschapsbeheer Drenthe - ICC parkmanagement - wooncorporaties Actium en Woonconcept 2 Een avond voor de inwoners van gemeente Meppel.
Doel van deze avond was enerzijds inwoners te informeren over de natuurwaardenkaarten en het programma Biodiversiteit en anderzijds informatie op te halen over projecten en ideeën van inwoners om de biodiversiteit in hun wijk te verbeteren. Naast inwoners waren een drietal (duo)raadsleden aanwezig. Het verslag hiervan staat in Bijlage V 3 Een interne sessie met medewerkers van de gemeente Meppel van verschillende afdelingen om te kijken wat er al goed gaat en waar we een stap extra kunnen zetten. Het verslag hiervan staat in Bijlage VI.
11
2 Ecologische analyse 2.1 Meppel binnen de regionale ecologische structuur Op Afbeelding 5 zijn het Natura 2000-gebied De Wieden en de NNN-gebieden in Meppel en omgeving weergegeven. Binnen deze gebieden komen bijzondere soorten en leefgebieden voor die kenmerkend zijn voor het landschap. Het landschap binnen en rondom Meppel ligt lager dan de rest van Drenthe. De hoger gelegen gebieden op het Drents plateau wateren af via een aantal beken en vaarten, die samenkomen in Meppel. Dit zijn de Oude Vaart, de Wold Aa, de Hoogeveense Vaart, de Drentse Hoofdvaart en de Reest. Deze plek in het landschap zorgt dat binnen Meppel zowel zandgronden als natte veenbodems voorkomen. De veenbodems liggen met name in het beekdal van de Oude Vaart, Wold Aa en het Reestdal [bron 13] en de Nijeveense- en Kolderveense polder. Daarnaast komen in het Natura 2000-gebied De Wieden vele soorten voor die kenmerkend zijn voor moerassen, natte graslanden en rietlanden. Sommigen van deze soorten, zoals de rietzanger en poelkikker, gebruiken de graslanden en oevers binnen Meppel als foerageergebied. Meppel speelt een belangrijke rol in de verbinding van de hoger gelegen gebieden van Drenthe met het laagveengebied van NoordwestOverijssel. De otter is hier een duidelijk voorbeeld van. Afbeelding 5 Natura 2000-gebied De Wieden (lichtgroen) en NNN-gebieden (donkergroen) in de omgeving van gemeente Meppel
De bijzondere kwaliteiten van de NNN- en Natura2000 gebieden in en rond Meppel staan onder druk, zoals we ook beschrijven in onze omgevingseffectrapportage voor de omgevingsvisie. Zonder aanvullende maatregelen voor stikstofdepositie, waterhuishouding, verdroging en verbinding, zal de kwaliteit van deze gebieden achteruit gaan.
12
2.2 Meppeler natuurwaarden Het is van belang dat we weten hoe het staat met de biodiversiteit in Meppel. Daarom hebben we natuurwaardenkaarten opgesteld, waarin de ecologische toestand van 19 deelgebieden is beschreven. De deelgebieden zijn weergegeven in Afbeelding 6Afbeelding 6. In de kaarten wordt ingegaan op de kenmerken van het landschap en de omgeving, er wordt een beschrijving gegeven van de huidige kwaliteit van het gebied op basis van de voorkomende soorten uit de Basiskwaliteit Natuur [bron 1] en er zijn kansen en knelpunten genoemd. Voor ieder deelgebied is daarnaast een gidssoort aangewezen die de kwaliteit van een deelgebied vertegenwoordigt, zie verder in Hoofdstuk 3.3 [bron 3]. De natuurwaardenkaarten zijn nog niet af. Met meer onderzoek en inventarisaties naar soorten vullen we de natuurwaardenkaarten de komende jaren aan. De kaarten zijn te vinden op de website van de gemeente Meppel. Afbeelding 6 Overzicht van de gebieden van de natuurwaardenkaarten
13
2.3 Gidssoorten Voor elk van de 19 deelgebieden van de natuurwaardenkaarten is een gidssoort aangewezen [bron 3]. De vooronderstelling is dat als het met de gidssoorten goed gaat, het goed gaat met het hele ecosysteem. De eisen die soorten stellen aan hun habitat zijn samengevat in de 4 V’s: • • • •
Voedsel: foerageergebied en jachtgebied; Voortplanting: broed- of nestplaats; Veiligheid: schuilplaats, verblijfplaats, rustgebied; Verbinding: verbindende elementen, veilige passages.
In Tabel 1 zijn de gidssoorten van ieder gebied en de eisen die zij aan hun leefomgeving stellen benoemd. Tabel 1
Gidssoorten en eisen die zij stellen aan hun leefomgeving
Deelgebied en gidssoort
Leefgebied
Het Reestdal: grote pimpernel
Deze plant is kenmerkend voor matig voedselrijke hooilanden en aanwezigheid van kwelwater. Het is de waardplant voor de zeldzame vlinder het pimpernelblauwtje, die momenteel alleen nog in Limburg voorkomt.
Bron: iStock Kolderveen- & Nijeveengebied: veldleeuwerik
In het broedseizoen is deze vogel voor voedsel afhankelijk van insecten. De soort maakt nesten in open graslanden met voldoende beschutting van kruidachtige, ruige vegetatie.
Bron: iStock Nijentap: haas
De haas leeft in graslanden, akkers, houtwallen en bosjes. In de zomer hebben hazen baat bij veel kruidachtige planten voor voedsel en een veilige schuilplek.
Bron: E. Witter Wold Aa zone: kleine karekiet
De kleine karekiet is een vogel die afhankelijk is van de aanwezigheid van riet, waarvoor het waterpeil voldoende hoog moet staan en de overgang land-water geleidelijk moet zijn.
Bron: iStock Broekhuizen: bunzing
Bron: V. Jeronimus
Bunzings (marterachtigen) eten ratten, muizen, kikkers en vogels. Schuren met hooi bieden schuilmogelijkheden. Bunzings gebruiken landschapselementen (houtwallen, bosschages) in agrarische graslanden om te verplaatsen en op zoek te gaan naar voedsel.
14
Deelgebied en gidssoort
Leefgebied
De Schiphorst: bruine kikker
De bruine kikker is afhankelijk van voldoende vocht en strooisel. Verbindingen tussen bos of struweel en watergangen zijn belangrijk voor de verspreiding van de bruine kikker, evenals geleidelijke land-water overgangen.
Bron: E. Witter Nijeveen: wilde narcis
De wilde narcis groeit het best op matig vochtige, lemige bodems. De plant heeft baat bij een omgespitte bodem voor verspreiding van het bijwortelstelsel.
Bron: iStock Watertoren en Nieuwveense Landen: huiszwaluw Bron: iStock Steenwijkerstraatweg en Noord: boomblauwtje
Voor voedsel zijn huiszwaluwen afhankelijk van (vliegende) insecten. Ze bouwen nesten in betonnen of stenige muren of gevels, waarvoor ze nestmateriaal verzamelen in tuinen of modderpoelen. Deze vlinder eet boomsappen en nectar van bloeiende planten. Hun poppen overwinteren in strooisel en ze zetten eitjes af op sporkehout, klimop, vlinderstruik en hulst.
Bron: H. Bosma Oevers: kneu
De kneu is een vogel die met name zaden van grassen en kruiden eet. De vogel broedt in dichte struiken en ruige vegetatie, zoals de braam, die schuilmogelijkheden bieden.
Bron: iStock Koedijkslanden: gierzwaluw
Gierzwaluwen eten insecten uit de lucht (spinnen, vlinders, muggen) en nestelen in gebouwen, waardoor de soort gebonden is aan het stedelijk gebied.
Bron: iStock Berggierslanden: huismus
Bron: J. Bogaart Centrum: rosse metselbij
Voor voedsel zijn jonge huismussen afhankelijk van insecten, die aanwezig zijn bij voldoende bloemen en struweel met bijvoorbeeld hondsroos. Struiken en hagen bieden schuilmogelijkheden. De huismus heeft baat bij meerdere nestkasten bij elkaar voor broedmogelijkheden. De rosse metselbij maakt voor zijn voedselvoorziening gebruik van bloeiende planten (longkruid, smeerwortel) en nestelt in holtes in muren of bijenhotels.
Bron: E. Witter
15
Deelgebied en gidssoort
Leefgebied
Haveltermade: egel
Tuinen met strooisel en struweel bieden beschutting voor de egel. Voor voedsel is de egel afhankelijk van natte bodems.
Bron: iStock Ezinge: koninginnenpage
Koninginnenpages eten nectar van bloeiende planten (fluitenkruid, vlinderstruik). Ze zetten hun eitjes af op wilde peen en andere schermbloemigen.
Bron: V. Jeronimus Blankenstein: kleine vuurvlinder
Bron: E. Witter Oosterboer: gewone dwergvleermuis
De kleine vuurvlinder is voor voedsel afhankelijk van bloeiende planten zoals de algemene soorten klaver en madelief. In de winter verpoppen ze in strooisel en ze leggen hun eitjes vooral op schapenzuring. Ze hebben baat bij plekken met open zand. Voor voedsel zijn gewone dwergvleermuizen afhankelijk van insecten. Ze schuilen en nestelen in hoge beschutte plaatsen zoals nestkasten of bomen.
Bron: iStock Nieuwveenslanden (oost): spreeuw
Spreeuwen eten insecten en bessen van bijvoorbeeld kersenbomen. Ze gebruiken brede rietoevers als slaapplaats en broeden in holtes in bomen, muren of nestkasten.
Bron: G.J. Assink Groenblauwe structuur: ijsvogel
Bron: iStock
De ijsvogel is voor voedsel afhankelijk van kleine visjes zoals stekelbaars en maakt nesten in oeverwanden. Het is een schuwe soort en maakt gebruik van beschutting (rietkragen, boomtakken) langs watergangen om te jagen.
16
Voor het in kaart brengen van knelpunten delen we de 19 gebieden van de natuurwaardenkaarten in drie hoofdgroepen in, zie Tabel 2. Tabel 2
Verdeling deelgebieden natuurwaardenkaarten in hoofdgroepen voor knelpuntenanalyse
Het landelijk gebied
Het stedelijk gebied
-
-
-
Het Reestdal Broekhuizen De Schiphorst Wold Aa Zone Kolderveenseen Nijeveense polder Nijentap
-
Berggierslanden Koedijkslanden Haveltermade Oosterboer Centrum Ezinge Nijeveen
De groenblauwe hoofdstructuur -
-
Nieuwveense Landen Oost Watertoren en Nieuwveense Landen Steenwijkerstraatweg en Noord Blankenstein Oevers
Groenblauwe structuur
2.4 Knelpunten en oplossingsrichtingen Op basis van de natuurwaardenkaarten, de gidssoorten en de eisen die zij stellen aan hun leefomgeving, hebben we zestien ecologische knelpunten geformuleerd. Van deze knelpunten zijn er zeven in het landelijk gebied, zes in het stedelijk gebied en drie in de groenblauwe hoofdstructuur. Bij ieder knelpunt passen één of meer oplossingsrichtingen, die “in het veld” getroffen kunnen worden. Door ons óf door anderen die eigenaar van gronden zijn. Een meer uitgebreide toelichting van de knelpunten is te vinden in bijlage VII en in de natuurwaardenkaarten op onze website.
17
Tabel 3
Knelpunten en bijbehorende oplossingsrichtingen in het landelijk gebied
Knelpunt
Oplossing
Toelichting Een aaneengesloten netwerk van singels, houtwallen, bosschages of bosjes in het boerenlandschap is voor veel soorten belangrijk voor
Herstellen, uitbreiden
verbinding tussen rust- en
of aanleggen houtige
foerageergebied, onder andere
landschapselementen
voor de bunzing, de gidssoort van Broekhuizen. Ook profiteren soorten als haas, ree en vogels als geelgors, bonte
onvoldoende
vliegenvanger en groene specht
aanwezigheid van
mee.
structuren in
Van kruidenrijke vegetatie in of
boerenlandschap
nabij landbouwpercelen kunnen de veldleeuwerik en haas Aanleggen/ onderhouden kruidenrijke graslanden, keverbanken en bermen
profiteren voor schuilplaatsen en voortplantmogelijkheden. Het koevinkje en oranje zandoogje (vlindersoorten) zetten hun eitjes af in gras- en kruidachtige vegetatie in bermen langs akkers en wegen. Keverbanken zijn verhoogde stroken met ingezaaide gras- of kruidenmengels.
18
Knelpunt
Oplossing
Toelichting Als in landbouwpercelen op aangewezen plekken (rond weidepalen, keverbanken) gemaaid wordt buiten het broedseizoen hebben de jongen van soorten als de
optimaliseren maaibeheer lettend op broedseizoen, aanleggen van ‘reservaatjes’ (rond te intensief en in
weidepalen) die niet
het broedseizoen
gemaaid worden in
maaien van
het broedseizoen
agrarische
veldleeuwerik en de haas voldoende bescherming. Ook kruidachtige soorten krijgen hier de mogelijkheid om te groeien, waardoor meer insecten voorkomen waar vogels van kunnen eten, zoals de kleine karekiet (gidssoort Wold Aa Zone). Ook in Natuurgebieden hebben soorten baat bij
graslanden en
aangepast maaibeheer: vroeg in
natuurgebieden
het seizoen en in het najaar maaien biedt bijvoorbeeld kansen voor de grote pimpernel (gidssoort Het Reestdal). Om te zorgen dat (jonge) hazen op tijd kunnen vluchten en Gebruik van
voldoende veilige schuilplekken
wildredders en
hebben in open grasland
maaien vanuit het
kunnen wildredders op maaiers
midden van percelen
worden geïnstalleerd en kan vanuit het midden van percelen worden gemaaid.
19
Knelpunt
Oplossing
Toelichting Door aangepast akkerrandbeheer (geen bemesting, behoud van kruidenrijke vegetatie langs percelen, niet klepelen) wordt de toevoer van voedingsstoffen verminderd en kan ruige vegetatie plaatsmaken voor soortenrijkere water- en oevervegetaties waarvan meer
Hoge voedselrijkdom
Ecologisch beheer
van de bodem en
van sloten en oevers
het water
insecten, vogels, amfibieën en vissen kunnen profiteren. Bij het baggeren moet rekening worden gehouden met oevervegetatie, waterdieren en broedplaatsen van vogels door niet te diep te baggeren, niet te dicht bij broedplaatsen te komen, bagger minimaal 48 uur laten liggen om waterdieren de kans te geven terug te keren en oevervegetatie de kans te geven te herstellen. Realiseren van nestkasten en holtes in bomen als broedplaats
Realiseren van streekeigen erven: onder andere Verdwijnen van oude erfstructuren
nestkasten, holtes in gevels/muren
voor vogels, vleermuizen en bijen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de habitatseisen van de (gids)soorten: nestkasten van vleermuizen moeten
met ruige
bijvoorbeeld op voldoende hoog
vegetatie,
hangen.
strooisel, gevels
Ruige hoekjes op erven bieden
en schuurtjes
hogere kruiden- en Extensief beheren van erfbeplanting (verruiging)
insectenrijkdom en veilige schuilmogelijkheden en overwinteringsplekken voor egels en amfibieën (zoals de bruine kikker, gidssoort van De Schiphorst).
20
Knelpunt
Oplossing
Toelichting Voornamelijk in Broekhuizen en
Versnippering
Aanleggen van
de Schiphorst, waar de wegen
door obstakels in
faunapassages (zoals
A32, A28 en N851 een
het landschap
ecoducten of
belangrijke doodsoorzaak zijn,
zoals
wildtunnels) op
zullen zoogdieren (zoals de
(snel)wegen: A32
locaties waar wegen
bunzing, haas en otter) en
langs de Wold Aa
een knelpunt vormen
amfibieën (kikkers en
zone en A28
voor verbindingen
salamanders) baat hebben bij
tussen
van leefgebieden van
faunapassages zoals ecoducten
Broekhuizen en
zoogdieren en
(over wegen of sporen) en
het Reestdal
amfibieën
wildtunnels (buizen onder wegen of sporen). Om snelle vermeerdering en competitie met soorten van kruidenrijke graslanden (Noordse zegge, grote pimpernel en draadrus) in onder
Toename van invasieve exoten
Bestrijden invasieve
zoals Japanse
exoten waar mogelijk,
duizendknoop,
de aanpak is
reuzenberenklauw
afhankelijk van de
en grote
soort
waternavel
andere Wold Aa Zone en Het Reestdal te voorkomen en terug te dringen, zijn er verschillende manieren om exoten te bestrijden: uitgraven, wortels afsteken, meerdere keren per jaar maaien of inzetten van begrazing. De juiste aanpak is soort-specifiek en moet nog blijken uit pilotprojecten/onderzoek.
21
Tabel 4
Knelpunten en bijbehorende oplossingsrichtingen in het stedelijk gebied
Knelpunt
Oplossing
Toelichting
Verdwijnen
Realiseren
Groene daken en gevels kunnen in
leefgebied
natuurinclusieve
nieuwbouwwijken gerealiseerd worden,
door
gebouwen met
maar ook in bestaande woonwijken zoals
uitbreiding
groene daken en
Haveltermade. Nestkasten en holtes in
stedelijk
gevels,
gebouwen bieden habitat voor bijvoorbeeld
gebied en
nestkasten en
spreeuwen en dwergvleermuizen
verduurzaming
holtes in
(gidssoorten van Nieuwveense landen en
van gebouwen
gevels/muren
Oosterboer). Hierbij moet rekening worden gehouden met de habitatseisen van de (gids)soorten: nestkasten voor de spreeuw (gidssoort van de Nieuwveense Landen) moeten bijvoorbeeld hoog hangen en (besdragende) struiken moeten te bereiken zijn. Nestholtes voor de rosse metselbij moeten in de zon hangen in de buurt van (liefst vroegbloeiende) planten.
Ontbreken van
Natuurvriendelijk
Afwisseling in de vegetatie met kruidenrijk
leefgebied
inrichten van
grasland, struiken en bomen biedt habitat
voor flora en
parken, bermen
voor verschillende dier- en plantsoorten. Zo
fauna (en/of
en bomenlanen:
zorgen kruidenrijke graslanden voor meer
variatie in
meer variatie in
insecten dan een gazon, zorgen
structuur en
structuur en
besdragende soorten (hulst, meidoorn) voor
soorten)
soorten,
voldoende voedsel voor vogels in de winter
binnen
afwisseling tussen
en voorzien struiken en bomen in veilige
openbare
open kruidenrijke
schuilmogelijkheden. Aanplant van struiken
ruimte en
graslanden,
kan bijvoorbeeld in parken, langs
bedrijven-
struweel en
speeltuinen of als hagen op
terreinen
bomen
bedrijventerreinen.
Aanpassen
Maaien buiten het broed- en groeiseizoen
maairegime in tijd
hebben soorten baat bij op braakliggende
en ruimte. Geldt
terreinen voor hun voedsel, zoals de kneu
voor
(gidssoort van Oevers) en de kleine
braakliggende
vuurvlinder (gidssoort Blankenstein). Het
terreinen,
maairegime moet op de leefgebieden van
grasvelden en
deze soorten afgestemd worden.
bomenlanen Stoppen met
Bij vermindering van gebruik van
gebruik van
bestrijdingsmiddelen krijgen kruiden een
bestrijdings-
grotere kans om te groeien en is er minder
middelen
schade aan insecten. Ook is gif op gekochte planten schadelijk voor insecten.
22
Knelpunt
Oplossing
Toelichting
Onderhoud
Minder
Minder frequent schoonhouden van oude
van oude
schoonhouden
muren van bijvoorbeeld kades en
muren
van oude muren
historische gebouwen biedt kansen voor
en muurvegetatie
muurvegetatie zoals muurvaren en het mos
niet verwijderen
gewoon muursterretje en insecten die nestelen in muren (zoals de rosse metselbij, gidssoort Centrum).
‘Te strakke’
Natuurvriendelijk(
Dit gaat met name om private tuinen in
tuinen: weinig
er) inrichten en
woonwijken zoals het Centrumgebied,
strooisel, ruige
beheren van
Haveltermade en Nieuwveense Landen.
en bloemrijke
tuinen met minder
Natuurvriendelijk inrichten kan door
vegetatie, te
tegels en meer
verwijderen van tegels, aanplant van meer
vroeg maaien
planten en
kruidenrijke vegetatie, hagen en struiken,
en een vaste
verblijfmogelijk-
plaatsen van nestkasten voor de huismus,
ondergrond
heden voor onder
spreeuw, gierzwaluw en gewone
andere insecten
dwergvleermuis, en creëren van holtes in
en vogels
muren. Net als inrichting kunnen tuinen natuurvriendelijk(er) beheerd worden. Dit gaat onder andere om laten liggen van strooisel als schuilmogelijkheden voor kikkers en egels, na het groeiseizoen maaien, omspitten van de grond en geen gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.
Te veel
Creëren van
Met name voor de egel (gidssoort
obstakels (erf-
openingen aan de
Haveltermade) helpen verbindingen tussen
afscheidingen)
onderkant van
tuinen om schuilplaatsen en voedsel
in tuinen, zoals
schuttingen
bereikbaarder te maken.
schuttingen
(±15 x 15 cm)
23
Tabel 5
Knelpunten en bijbehorende oplossingsrichtingen n de groenblauwe hoofdstructuur
Knelpunt
Oplossing
Toelichting
Kunstmatige
Inrichten van
Langs steile kades kan drijvend
overgangen van
natuurvriendelijke
groen of een ‘vooroever’ van
land naar water
oevers met
wilgentenen worden aangelegd
zoals
geleidelijke land-
waar waterplanten kunnen groeien,
beschoeiingen
water overgang
zodat amfibieën en vogels
en vegetatie
makkelijker uit het water kunnen treden. In het Reestdal en de Wold Aa Zone kunnen natuurvriendelijke oevers met rietbegroeiing een natuurlijkere overgang van land naar water zorgen en schuilplaatsen en voortplantingsmogelijkheden creëren voor amfibieën, vissen en vogels.
Verwijderen van
Met name langs steile kades kunnen
beschoeiing en
onder andere amfibieën zich niet
plaatsen van
verplaatsen tussen land en water.
amfibieën- en
Hier helpen amfibieën- en
paddentrappen
paddentrappen om een veilig habitat te bieden voor soorten als de bruine kikker (gidssoort de Schiphorst).
Recreatiedruk in
Beperken van
De ijsvogel (gidssoort groenblauwe
en rondom het
verstoring door
hoofdstructuur) is een schuwe soort
water, met
recreatie d.m.v.
en heeft baat bij rustige delen langs
name
beperking
de oevers zonder verstoring door
pleziervaart
toegankelijkheid
recreatie en voldoende
(natuur)gebieden
onaangetaste rietkragen die als
en vaar- of
uitkijkposten kunnen dienen om te
aanmeerverbod
jagen.
Onvoldoende
Herinrichten van
Rietvegetatie is van belang voor het
beschutting
oevers met
leefgebied (voor voedsel, veiligheid
(rietkragen,
voldoende
en verbinding) van de ijsvogel. Meer
boomtakken)
rietvegetatie en
rietvegetatie langs oevers kan
langs
beperkt beheer
gerealiseerd worden door
watergangen
met de
bijvoorbeeld het beperken van
voor o.a. de
mogelijkheid tot
maaibeheer (zoals in Oosterboer of
IJsvogel
verruiging
Engelgaarde).
24
2.5 Projecten voor biodiversiteit Gelukkig gebeurt er ook al een heleboel in Meppel om de biodiversiteit te verbeteren. We hebben geïnventariseerd welke projecten er lopen. Soms is de gemeente initiatiefnemer (geweest), soms ook inwoners, bedrijven of natuurverenigingen. De projecten spelen in zowel de openbare als particuliere ruimte. De projecten hebben we ingedeeld in zes categorieën, zie Tabel 6. Voor een uitgebreider overzicht, zie Bijlage III: Projectoverzicht Tabel 6
Projecten in Meppel die uitgevoerd zijn of worden en bijdragen aan biodiversiteit
Categorie
Onderwerp
Voorbeelden van Meppeler projecten en maatregelen
1
inrichting en
(her)inrichting van
permacultuur Noorderpark; inrichting
beheer openbare
parken met variatie
Mandenmakerspark; bijen- en vlinderparadijs
ruimte (stedelijk
in plantensoorten en
Ringpark oost. herinrichting Bleekerseiland.
gebied)
vegetatiestructuur. aanpakken van
aanplanten van bomen en struiken op
verstening.
schoolpleinen; vergroening binnen projecten (zoals Prinsenplein).
2
inrichting en
Steenbreek; subsidies voor aanleg van
beheer particuliere
groendaken en waterinfiltratiemogelijkheden
ruimte
in tuinen.
(woonwijken)
natuurinclusief
uitwerking van soortenmanagementplan
bouwen.
(SMP) van de gemeente voor gebouwgebonden soorten; plaatsen van nestkasten en bijenhotels door woningcorporaties in nieuwbouwwijken Noordpoort en Nieuwveense Landen.
3
inrichting en
natuurinclusieve
zwaluwwand voor de oeverzwaluw
beheer particuliere
bedrijventerreinen
bedrijventerrein Noord; Koploperproject ICC-
ruimte
(2 projecten).
Parkmanagement Meppel (ICC-PMM) waarbij
(bedrijventerreinen)
in samenwerking met ondernemers inrichtingsmogelijkheden met betrekking tot verduurzaming (met biodiversiteit als één van de thema’s) worden geïnventariseerd en uitgevoerd.
4
inrichting en
natuurvriendelijke
realiseren van natuurvriendelijke oevers;
beheer landelijk
inrichting van het
aanleg van bufferstroken en
gebied
boerenlandschap en
landschapselementen binnen onder andere
realisatie van de
de projecten Duurzaam boeren Drenthe
groenblauwe
(Provincie Drenthe), Plan Boom (NMF) en
hoofdstructuur.
Heel Drenthe Zoemt (NMF); maai- en afvoerbeheer bermen.
25
Categorie
Onderwerp
Voorbeelden van Meppeler projecten en maatregelen
5
6
educatie en
creëren van
natuurexcursies voor de jeugd door IVN;
communicatie
bewustzijn over
informatieve bijeenkomsten en activiteiten
biodiversiteit en
voor bewoners door wijkplatforms;
informeren van
inspiratiebord voor inrichting van tuinen door
bewoners
NMF.
inventarisatie en
inventarisatie en monitoring van
monitoring van
landschapselementen landelijk gebied met
soorten.
behulp van landschapselementenregister
onderzoek
Provincie Drenthe en soortenmonitoring Landschapsbeheer Drenthe; Nectarindex om te bepalen in hoeverre een berm bijdraagt aan voorkomen insecten.
26
3 Naar uitvoering 3.1 Strategie In de omgevingsvisie benoemen we drie strategieën: beschermen, transformeren en ontwikkelen. Het verschilt per gebied welke strategie het beste past. In het Reestdal en de groenblauwe hoofdstructuur staan beschermen voorop, maar in het landelijk gebied is transformeren ook belangrijk. Ook zijn er kansen voor ontwikkelen, zoals bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en mogelijk zelfs een ecologische verbinding tussen Schiphorst en Broekhuizen. De knelpunten en oplossingsrichtingen uit het vorige hoofdstuk zijn vertaald naar maatregelen. We voeren de maatregelen via drie sporen uit. Deze sporen sluiten aan op de rol die we voor ons zien voor het thema natuurlijke leefomgeving, zoals beschreven in de omgevingsvisie. De nadruk ligt daarbij op de rollen realiseren, stimuleren en samenwerken. In mindere mate pakken we een regulerende rol.
Spoor 1 Regie- en voorbeeldfunctie van de gemeente We nemen regie en geven het goede voorbeeld. Door op eigen gebouwen en terreinen en in de openbare ruimte actief aan de slag te gaan, laten we zien aan inwoners, bedrijven en partners dat biodiversiteit belangrijk is. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het natuurinclusief maken van onze gebouwen of om het aanpassen van maaibeheer van bermen en parken.
Spoor 2 Samenwerking met andere overheden en natuurorganisaties; Samenwerking met provincie, waterschap en natuurorganisaties is nodig om plannen en onderzoeken op elkaar af te stemmen en van elkaar te leren. Daarnaast hebben deze partijen veelal ervaring met dezelfde ecologische knelpunten in hun eigen beheergebied of bij andere gemeenten. Bijvoorbeeld de aanpak van ongewenste exoten in watergangen, waar het waterschap ook aan werkt.
Spoor 3 Stimuleren van inwoners, bedrijven en agrariërs. We stimuleren inwoners, ondernemers en agrariërs om concrete natuurmaatregelen uit te voeren. Hierbij zetten we verschillende instrumenten in, zoals voorlichting over het natuurinclusief inrichten van een tuin of het subsidiëren van een groen dak.
3.2 Uitvoeringsagenda 2025-2028 In de uitvoeringsagenda (Tabel 7) zijn voor elk strategisch spoor maatregelen benoemd, die we inzetten om aan de knelpunten in het landelijk gebied, stedelijk gebied en de groenblauwe hoofdstructuur te werken. Bij de maatregelen geven we aan welk type instrument daarbij hoort. We hanteren de volgende vijf type instrumenten:
27
Het uitvoeren van een concrete maatregel [U] Daar waar kennis en kunde al aanwezig is binnen onze organisatie kunnen we aan de slag. Wij kunnen in de openbare ruimte en op eigen percelen en gebouwen maatregelen zelf uitvoeren. Dit gaat om zowel inrichting als onderhoud.
Het onderzoeken van knelpunten en kansen [O] Daar waar we nog kennis missen, doen we onderzoek. Onderzoek kan door onszelf worden uitgevoerd, maar meestal is hiervoor kennis van samenwerkende partners nodig.
Communiceren en bewustwording [C] Communicatie zetten we in als instrument om meer bewustwording te creëren bij inwoners, bedrijven of agrariërs. Hierdoor stimuleren we de samenleving met betrekking tot natuurvriendelijk inrichten en beheren van hun omgeving.
Opstellen en wijzigen van beleid en regelgeving [B] Door het opstellen en wijzigen van beleid en regelgeving zorgen we ervoor dat deze in lijn zijn met de biodiversiteitsdoelen. Ook het subsidiëren van maatregelen die inwoners kunnen uitvoeren valt binnen deze categorie.
Het maken van procesafspraken [P] Tot slot kunnen we procesafspraken maken met de partijen waarmee we samenwerken om beleid en maatregelen op elkaar af te stemmen. Verder staat voor elke maatregel aangegeven in welk jaar de uitvoering is gepland.
28
Tabel 7
Maatregelen van de uitvoeringsagenda 2024-2028, met tussen haakjes het type maatregel en het geplande jaar waarin de maatregel wordt uitgevoerd.
Nr. SPOOR 1: Regie- en voorbeeldfunctie van de gemeente
Geplande uitvoering
1
Aanleg singels, houtwallen en bosschages op gemeentelijk terreinen in buitengebied [U]
2027
2
Uitbreiden ecologisch bermbeheer met behulp van de nectarindex [U]
v.a. 2028
3
Minder maaien rond bomen, te starten op enkele proeflocaties [U / O]
2026
4
Toevoegen struiklagen in parken [U]
2026
5
Vergroten areaal ecologisch oever- en slootbeheer [O / U]
6
Inventariseren kansrijke locatie voor omvormen kunstmatige oevers naar natuurvriendelijke oevers [O]
7
Ecologisch baggeren als uitgangspunt borgen bij baggeren van eigen watergangen [B / C]
v.a. 2025
8
Faunaknelpunten in kaart brengen/ registreren van aangereden wild [P]
2025
9
Faunapassages meenemen in ruimtelijke ontwikkelingen en beheer en onderhoud infra of seperaat realiseren bij hoge urgentie [P / U]
v.a. 2025
10
Aanleg amfibieën- en paddentrappen na soortenonderzoek amfibieën [O]
2026
11
Beheren/ bestrijden invasieve exoten eigen terreinen [U]
12
Gemeentelijk vastgoed natuurinclusief maken [U]
13
Opstellen soortenmanagementplan gebouwgebonden soorten [O]
2024/2025
14
Uitvoeren soortenmanagementplan gebouwgebonden soorten [U]
v.a. 2026
15
Jaarlijkse kennisdag voor medewerkers [C]
jaarlijks
16
Bescherming muurvegetatie borgen in planvorming en eigen onderhoud [B / U]
2026
17
Opstellen toetsingskader biodiversiteit bij projecten openbare ruimte [P / B]
2026
18
In beeld brengen groene nevenstructuur per wijk [O]
2026
19
Onderzoeken mogelijkheden van duurzaam inkopen in relatie tot biodiversiteit [O]
2026
20
Doorontwikkelen Meppeler basiskwaliteit natuur [P / O]
jaarlijks
21
Uitvoeren vervolgonderzoek beschermde soorten/ gidssoorten [O]
jaarlijks
v.a. 2028 2028
v.a. 2025 2025
SPOOR 2: Samenwerking met andere overheden en natuurorganisaties 22
In kaart brengen bestaand én wenselijk groenblauwe raamwerk en landschapselementen in het landelijk gebied [O]
2026
23
Plan maken over samenwerking bij bestrijding exoten [P / O]
2025-2026
24
Voortzetten Gebiedsdeal natuurinclusieve landbouw [P]
2026-2028
29
25
Onderzoeken van mogelijkheden handhaving op oneigenlijk gebruikte bermen [O]
n.t.b.
26
Proces, afspraken en maatregelen in het kader van het soortenmanagementplan (SMP) en natuurinclusief bouwen afstemmen met woningcorporaties [P / O]
jaarlijks
27
Uitvoeren gebiedsscan ecologie bedrijventerreinen/ aanhaken bij Koploperproject Duurzaam Ondernemen/ visie bedrijventerreinen van provincie [O]
28
(laten) uitgeven tuininspiratieboek voor nieuwbouw (Noordpoort en NvL) [C]
2026-2028
2026
Spoor 3: Stimuleren van inwoners, bedrijven en agrariërs 29
Opstellen en uitvoeren communicatieplan voor het actief Informeren van inwoners, ondernemers en agrariërs, bij voorkeur op wijkniveau [C]
2026-2028
30
Organiseren van activiteiten voor inwoners [U]
2026-2028
31
Uitbreiden/ versterken van bestaande bewonersinitiatieven [C / U]
doorlopend
32
Uitvoeren van wijkscans in samenwerking met (lokale) betrokkenen en binnen het programma WDW [O / C]
2026-2028
33
Inzetten van een tuincoach/ tuinranger [C]
2025-2027
34
Betrekken jeugd bij vergroening van de leefomgeving, openbare ruimte, schoolpleinen etc. [C / U]
doorlopend
3.3 Financiering Het uitgangspunt is dat we balans houden tussen onze ambities en beschikbare middelen. Dit betekent dat we slim omgaan met de beschikbare budgetten en capaciteit van medewerkers. We zetten in op werk met werk maken en kijken zorgvuldig of we maatregelen kunnen koppelen aan bestaand beleid en uitvoering. We zetten daarom in op de volgende drie manieren om de maatregelen te bekostigen:
Integreren binnen bestaande programma’s of projecten; We willen vanaf nu natuurinclusief ontwikkelen. Door biodiversiteit goed te integreren in bestaande programma’s of projecten behoort het tot de begroting daarvan. Biodiversiteit kan een primair doel zijn binnen een programma of project, zoals de aanleg van een zwaluwwand of kikkerpoel. Maar biodiversiteit kan ook een doel zijn in programma’s of projecten met een ander primair doel. Voorbeelden zijn de ontwikkeling van Noordpoort, de klimaatadaptatiestrategie en de Regionale Energiestrategie.
Behoud van en inzet uit bestaande budgetten in de begroting; Sommige maatregelen kunnen niet gefinancierd worden uit programma’s of projecten. Deze bekostigen we zoveel mogelijk uit bestaande middelen binnen de begroting. Voorbeelden zijn de tuincoach en de gebiedsdeal voor natuurinclusieve landbouw.
30
Krediet aanvragen voor maatregelen die niet onder 1 of 2 gedekt kunnen worden. Tot slot vragen we krediet aan voor maatregelen die niet binnen de reguliere middelen gefinancierd kunnen worden en niet in samenwerking met andere partijen kunnen worden opgepakt. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze maatregelen alleen kunnen worden uitgevoerd, als de Raad krediet beschikbaar stelt. Tabel 8 laat voor elk spoor zien welke financiële middelen daarvoor nodig zijn, wat daarvoor binnen de begroting beschikbaar is en wat dan uiteindelijk nog niet gedekt is. Voor een uitgebreid overzicht van de dekking van de maatregelen, zie bijlage VIII. De ontbrekende dekking vragen we verspreid over de komende jaren aan via de planning- en controlcyclus. Door het in stappen te doen, houden we het behapbaar. We kunnen dan steeds een gewogen afweging over de maatregelen maken, passend bij dat moment. Tabel 8
Overzicht financiering programma Biodiversiteit
Overzicht financiën
Kosten
Begroot
Benodigd
Regie- en voorbeeldfunctie van de gemeente
€ 535.000
€ 442.500
€ 92.500
Samenwerking met andere overheden en natuurorganisaties
€ 110.000
€ 65.000
€ 45.000
Stimuleren van inwoners, bedrijven en agrariërs
€ 86.000
€ 66.000
€ 20.000
Totaal
€ 731.000
€ 573.500
€ 157.500
3.4 Monitoring Monitoring is nodig om te controleren in hoeverre maatregelen zijn uitgevoerd én in hoeverre de biodiversiteitsdoelen van de gemeente Meppel zijn behaald. We maken gebruik van twee typen monitoring: beleidsmonitoring en ecologische monitoring. Op basis daarvan kunnen we bijsturen en het programma Biodiversiteit in een volgende beleidscyclus aanpassen. Deze manier van werken sluit aan op de plan-check-do-act cirkel van Deming (Afbeelding 7). We lichten toe welke onderdelen meegenomen moeten worden in de beleidsmonitoring en de ecologische monitoring. Afbeelding 7 plan-do-check-act cirkel van Deming
31
Beleidsmonitoring We rapporteren jaarlijks aan college en raad over de voortgang van het programma via het programma Duurzaam. We gaan daarbij in op de volgende vragen: • • •
Welke instrumenten zijn toegepast? Zijn er op basis van nieuwe inzichten aanvullende instrumenten nodig om de ecologische knelpunten op te lossen? Is er voldoende capaciteit om de instrumenten in te zetten?
De voortgangsrapportage geeft informatie voor de planning en control cyclus en voor de monitoring binnen het programma Duurzaam. We bekijken of we de monitoring ook kunnen laten aansluiten op de monitor van de leefomgeving, ten behoeve van de omgevingsvisie. Dit hangt af van het detailniveau van deze monitor.
Ecologische monitoring Voor monitoring hebben we een referentie (nulmeting) nodig, zodat we inzicht krijgen in voor- of achteruitgang van soorten. Voor de gemeente Meppel vormen de recent opgestelde natuurwaardenkaarten deze nulmeting. Daarin staat beschreven welke beschermde soorten en welke 30 basiskwaliteit soorten er in elk gebied voorkomen. Gegevens over soorten worden al op verschillende manieren en door verschillende partijen verzameld en ingevoerd in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF); • • • • • •
Soortenmanagementplan gebouwgebonden soorten; Ecologische onderzoeken in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen; Nectarindex Citizen science (waarnemingen gedaan door inwoners), bijvoorbeeld de nationale tuinvogeltelling; Landelijke monitoringsprogramma’s van soorten: Subsidiestelstel Natuur en Landschap (SNL) en Netwerk Ecologische Monitoring (NEM); Monitoringsgegevens van natuurorganisaties.
Als de gegevens uit de NDFF onvoldoende zijn om gericht aan de maatregelen van de uitvoeringsagenda te kunnen werken, voeren we aanvullend onderzoek uit. Dat geldt bijvoorbeeld voor marterachtigen en reptielen en amfibieën. De beschermde soorten monitoren we in een cyclus van vijf jaar: elk jaar wordt een deel van de soortgroepen gemonitord. Op deze manier kan na elke vijf jaar de ontwikkeling van de biodiversiteit ten opzichte van de nulmeting worden beoordeeld. We stimuleren ook onze inwoners om bij te dragen aan het verzamelen van waarnemingen en stimuleren actief citizen science.
32
Een mooi voorbeeld waarmee we eigen monitoring combineren met citizen science, is de nectarindex. Deze index geeft onze graslanden in bermen en parken een score voor het aantal bloeiende planten dat aanwezig is en wat daarmee de waarde is voor bestuivende insecten. Naast de professionele inventarisaties, wordt Meppel ook door vrijwilligers gemonitord. We gebruiken de nectarindex om ons maaibeheer aan te passen. Daarnaast gebruiken we de systematiek van de basiskwaliteit natuur Drenthe als hulpmiddel voor de beoordeling van staat van onze leefgebieden. De provincie Drenthe is hiervoor een belangrijke partner. De nulmeting voor de natuurwaardenkaarten laat zien dat slechts één van de negentien deelgebieden een goede score voor basiskwaliteit natuur heeft (Tabel 9). Vier deelgebieden scoren voldoende/ goed, alle andere gebieden scoren lager. Dat betekent dat er nog onvoldoende algemene soorten voorkomen. Tabel 9
Score nulmeting basiskwaliteit natuur: G=goed, V/G = voldoende/goed, V=voldoende, O/V=onvoldoende/voldoende, O=onvoldoende
Deelgebied Natuurwaardenkaarten
Score 2023 – basiskwaliteit natuur
Kolderveen- en Nijeveengebied
V
Nijeveen
V/G
Nijentap
O
Noord
V
Nieuwveense Landen Oost
O
Watertoren en Nieuwveense Landen
V
Haveltermade
V
Oevers
V/G
Centrum
O/V
Koedijkslanden
V
Berggierslanden
V/G
Ezinge
V
Blankenstein
O/V
Wold Aa zone
V
Oosterboer
G
Broekhuizen
V
Schiphorst
V/G
Reestdal
V
Groenblauwe hoofdstructuur
V
33
Bijlagen
Bijlage I: Bronnenlijst 1 Alserda, A., Kuipers, C. & Vedder, J. (2021). Rapportage basiskwaliteit natuur Drenthe. ATKB, Assen. 2 BIJ12 (z.j.). Vogel- en Habitatrichtlijn. Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/natura-2000-beheerplannen/vogelen-habitatrichtlijn/ 3 Econsultancy (2024). Natuurwaardenkaarten deelgebieden gemeente Meppel. 4 Europese Commissie (z.j.). Nature and biodiversity. Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://environment.ec.europa.eu/topics/nature-and-biodiversity_en 5 Europees Milieuagentschap (2020). State of nature in the EU: Results from reporting under the nature directives 2013-2018. European Environment Agency, Luxembourg. 6 Gemeente Meppel (2007). Stadsrandzone Meppel-Reestdal. Ontwikkelingsvisie. 7 Gemeente Meppel (2015). Kadernotitie ‘Zo doen we groen’. 8 Gemeente Meppel (2019). Beleidsregels Kwalitatief beoordelingskader Transformatiegebied Noordpoort. Beleidsregels voor de uitvoering van het Chw bestemmingsplan Meppel - Transformatiegebied Noordpoort. 9 Gemeente Meppel (2020). Programma Duurzaamheid 2021 - 2023. Samenwerken aan duurzaamheid: Van denken naar doen. 10 Gemeente Meppel (2020). Beleidsregel Wonen Nieuwveense Landen. Beleidsregel Wonen voor de uitvoering van het Crisis- en Herstelwet bestemmingsplan Meppel Nieuwveense Landen 2020. 11 Gemeente Meppel (concept, 2023). Omgevingsvisie Meppel.
12 Informatiepunt Leefomgeving (z.j.). Bescherming van soorten. Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://iplo.nl/thema/natuur/bescherming-soorten/ 13 Kijk in de Vegte, A., Paternotte, T., Tijdeman, E., van Inckel, M., Kaper, A., & Benus, I. (concept, 2024). Landschapsecologische systeemanalyse van deelgebied Wold Aa. Royal HaskoningDHV, Groningen. 14 NDFF (2023). FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten. Geraadpleegd op 8 december 2023 via www.verspreidingsatlas.nl 15 Nelen & Schuurmans (2023). LAS-LUA Gemeente Meppel 2023 - 2028. Op weg naar een waterrobuust en klimaatbestendig Meppel. 16 PBL (2017). Wat is biodiversiteit? Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://www.clo.nl/indicatoren/nl108304-wat-is-biodiversiteit 17 PBL (2016). Verlies natuurlijkheid in Nederland, Europa en de wereld. Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://www.clo.nl/indicatoren/nl144003-verlies-natuurlijkheid-innederland-europa-en-de-wereld 18 Provincie Drenthe (2021). Gastvrije Natuur, Natuurvisie 2040. 19 Raad van de Europese Unie (2023). Hoe gaat het met de natuur in de EU? Geraadpleegd op 11 maart 2024 via https://www.consilium.europa.eu/nl/infographics/state-of-eu-nature/ 20 Zoogdiervereniging (2023). Zoogdiersoorten, meervleermuis. Geraadpleegd op 8 december 2023 via www.zoogdiervereniging.nl 21 Vlinderstichting (2024). Satijnvlinder Leucoma salicis.