1.17 College - 29. Memo - Brief JHRD Ontwikkelingen inrichting en governance m.b.t. jeugdhulp in Drenthe
Tekst van het document
Memo Kenmerk Aan Van Datum Onderwerp
: 1916699/1916713 : gemeenteraad : college van b&w : 29 april 2024 : Brief JHRD Ontwikkelingen inrichting en governance m.b.t. jeugdhulp in Drenthe
Aanleiding Op 11 april 2024 hebben alle wethouders Jeugd in Drenthe per mail een brief ontvangen gericht aan de colleges van de Jeugdhulpregio Drenthe. De brief gaat over de ontwikkelingen en in te richten governance m.b.t. de regionaal te organiseren specialistische jeugdhulp in Drenthe. De colleges kunnen de brief vormvrij bespreken om tot een reactie te komen. De brief is enkel gericht op instemmen met de te nemen stappen om te komen tot een intergemeentelijke samenwerking. Het besluit in welke vorm ligt nu nog niet voor. Aanleiding brief ABO Jeugd Drenthe In opdracht van de Drentse bestuurders is de kwartiermaker Monique Jacobs aan de slag gegaan met de opdracht om tot een governance te komen m.b.t. tot de regionaal te organiseren specialistische jeugdhulp in Drenthe. Deze opdracht is aan haar gegeven omdat: - de Hervormingsagenda Jeugd als belangrijk uitgangspunt en voorwaarde heeft dat de inkoop van specialistische jeugdhulp vanuit een robuuste jeugdhulpregio wordt geborgd: dit om er voor te zorgen dat jeugdigen en gezinnen daadwerkelijk passende zorg ontvangen en dat de daarvoor benodigde jeugdhulpaanbieders ook daadwerkelijk kunnen blijven bestaan; - het kabinet een wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ bij de Kamer zal indienen, met daaraan twee gerelateerde Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB).
Die AMvB’s hebben betrekking op de regio-indeling (die voor ons waarschijnlijk niet zal veranderen) en op de zorgvormen van jeugdhulp die minimaal regionaal ingekocht dienen te worden (omdat de schaal van een individuele gemeente te klein is om die zorgvormen in stand te kunnen houden). - nadat het wetsvoorstel (Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen) in werking is getreden, dienen gemeenten voor de organisatie van specialistische jeugdhulp een samenwerkingsvorm te kiezen zoals is bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Op grond van die Wet gemeenschappelijke regeling kunnen samenwerkende gemeenten ervoor kiezen een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie op te richten of een centrumgemeente aan te wijzen die wordt belast met de regionale inkoop. Dit samenwerkingsverband wordt ‘Jeugdregio’ genoemd;
In het verleden is gebleken dat de Drentse gemeenten bestuurlijk en ambtelijk wisselend in de Drentse samenwerking stonden. Om deze reden heeft de Jeugdhulpregio Drenthe deze brief gestuurd, om het draagvlak te toetsen om de stappen te kunnen zetten richting de verplichte regionale samenwerking. Intergemeentelijke samenwerking Onder de definitie “gemeenschappelijke regeling” wordt het volgende verstaan: “Een gemeenschappelijke regeling is een besluit tot samenwerking tussen bestuursorganen van gemeenten, provincies, waterschappen, rechtspersonen of andere openbare lichamen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die bestuursorganen.” De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) kent 5 vormen (van licht naar zwaar) van intergemeentelijke samenwerking. Dat zijn: • de regeling zonder meer[1]; • de centrumgemeente[2] (Centrumconstructie art. 8 lid 4 Wgr); • de bedrijfsvoeringsorganisatie (artikel 8 lid 3 Wgr); • een gemeenschappelijk orgaan[3] (artikel 8 lid 2 Wgr); • een gemeenschappelijk openbaar lichaam[4] (artikel 8 lid 1 Wgr).
In de brief aan colleges staat de alinea: “De hervormingsagenda geeft richting aan de inrichting van de jeugdhulpregio ten behoeve van de robuustheid welke bruikbaar is voor het op te stellen uitvoeringsplan in de regio (2.6): Nadat het wetsvoorstel (Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen) in werking is getreden treffen gemeenten voor de organisatie van specialistische jeugdhulp een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Op grond van die gemeenschappelijke regeling richten gemeenten een bedrijfsvoeringsorganisatie of een openbaar lichaam op of wijzen een centrumgemeente aan die wordt belast met de regionale inkoop. Deze regionale entiteit wordt ‘Jeugdregio’ genoemd;” Artikel 2.18 in het wetsvoorstel “Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg” bepaalt het volgende: 1. De colleges van de gemeenten in een regio treffen een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen teneinde de beschikbaarheid te bevorderen van: a. vormen van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1˚, en b. kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. 2.
Bij de gemeenschappelijke regeling wordt een regionale entiteit genaamd Jeugdregio ingesteld of aangewezen, zijnde een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringorganisatie als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen dan wel een college van één gemeente in de regio dat mede namens de
overige colleges in de regio de in artikel 2.19, eerste lid, bedoelde werkzaamheden alsmede andere in de gemeenschappelijke regeling aangewezen werkzaamheden zal verrichten[5]. Dit ontwerpartikel stelt dus dat we als jeugdhulpregio kunnen kiezen uit 3 intergemeentelijke samenwerkingsvormen: • de bedrijfsvoeringsorganisatie; • een openbaar lichaam; • de centrumgemeente. Huidige Drentse situatie Op dit moment kopen we de Jeugdhulp op interventieniveau 4 t/m 8 in vanuit 2 inkoopregio’s (NMD en Zuid). Als gevolg van de Hervormingsagenda en het komende nieuwe wetsvoorstel zal interventieniveau 4, 5 en een deel 6, lokaal worden georganiseerd en ingekocht c.q. beschikbaar komen. Welk deel van 6 is nog niet geheel uitgekristalliseerd en is afhankelijk van: - wat in de wet wordt voorgeschreven welke jeugdhulp minimaal regionaal ingekocht moet worden; - welke jeugdhulp we daarnaast ook regionaal willen blijven c.q. gaan inkopen. Grote kansen liggen er in de interventieniveaus 4,5 en deel 6 die we nu lokaal gaan organiseren en waar we veel invloed en sturing op gaan hebben. Wanneer we hier verbeterslagen kunnen maken voor onze inwoners zal er minder inzet vanuit de intensievere, specialistischere en duurdere interventieniveaus (zwaarste deel) 6 en in 7 en 8 nodig zijn.
Tot slot In de wetsvoorstellen zoals die voor het zomerreces ingediend zullen worden wordt gesteld dat de jeugdregio dient te komen tot een intergemeentelijke samenwerkingsvorm m.b.t. de organisatie van de specialistische jeugdhulp. Welke vorm dit gaat zijn zal uiteindelijk ter besluitvorming aan de colleges en gemeenteraden voorgelegd gaan worden. Dit besluit ligt nu nog niet voor. De brief vraagt enkel om instemming om de stappen vanuit de Jeugdhulpregio Drenthe te zetten om tot deze vereiste regionale samenwerking te komen. Deze stappen voorzien in het verder onderzoeken van soorten samenwerking in de Jeugdhulpregio Drenthe. Collegestandpunt Het collegestandpunt is om in te stemmen met de te nemen stappen in de Jeugdhulpregio Drenthe behorende bij het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ die bij de Kamer voor het komende zomerreces ingediend zal worden.