CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.17.1 College - 35.1 Bijlage - Reactienota zienswijzen programma biodiversiteit

1 - RAADSVERGADERING 3 juli 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen3.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota zienswijzen Programma Biodiversiteit 28 mei 2025

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................ 3 1.1 Inspraakprocedure....................................................................................................................... 3 1.2 Leeswijzer ................................................................................................................................... 3

2.

Zienswijzen .................................................................................................................................. 4 2.1 Overzicht ingediende zienswijzen................................................................................................ 4 2.4 Samenvatting, beoordeling en conclusie zienswijzen .................................................................. 4

3.

Ambtshalve aanpassingen ......................................................................................................... 9

2

1. Inleiding Deze zienswijzennota is opgesteld naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerp programma biodiversiteit. De nota geeft een overzicht van alle formeel ingediende zienswijzen op dit ontwerp. Een inhoudelijke gemeentelijke reactie op de ingekomen zienswijzen staat in deze nota.

1.1 Inspraakprocedure Van 2 april 2025 tot en met 13 mei 2025 lag het ontwerp programma biodiversiteit ter inzage. De publicatie van de terinzagelegging was in de huis-aan-huis-krant, in het gemeenteblad op www.officielebekendmakingen.nl en op de website van gemeente Meppel. Tijdens de terinzagelegging kon iedereen zijn of haar zienswijze indienen in de vorm van een mondelinge of schriftelijke inspraakreactie. Zes indieners hebben dit gedaan.

1.2 Leeswijzer Deze reactienota heeft betrekking op het omgevingsprogramma biodiversiteit van de gemeente Meppel. In hoofdstuk 2 staat een samenvatting van de ingekomen zienswijzen met daarbij de overweging van de gemeente en een conclusie. In de conclusie staat wat de gevolgen zijn van de zienswijzen voor het programma biodiversiteit.

3

2. Zienswijzen 2.1 Overzicht ingediende zienswijzen Tijdens de terinzageperiode zijn in totaal zes zienswijzen ontvangen. Deze reacties zijn afkomstig van inwoners, belangengroepen (LTO Noord en Agrarische Natuur Drenthe) en een ketenpartner (Natuur en Milieufederatie Drenthe). Elke zienswijze wordt in deze nota afzonderlijk behandeld. Hierbij worden de volgende onderdelen besproken: 1. Samenvatting van de zienswijze: een beschrijving van de ingediende reactie. 2. Overweging: het gemeentelijk standpunt en de afwegingen naar aanleiding van de zienswijze. 3. Conclusie: een beoordeling of de zienswijze leidt tot aanpassingen in het programma biodiversiteit. De zienswijzen zijn geanonimiseerd wanneer deze afkomstig zijn van particulieren. In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de ingekomen zienswijze. In de Bijlagen zijn alle originele zienswijzen gebundeld. Nr.

Documentnummer

Gedateerd

Ontvangstdatum

Ontvankelijk

1

3349969

17 april

17 april 2025

Ja

2

3349969

10 april 2025

10 april 2025

Ja

3

3349969

22 april 2025

22 april 2025

Ja

4

3349969

25 april 2025

25 april 2025

Ja

5

3444975

12 mei 2025

12 mei 2025

Ja

6

3447024

13 mei 2025

13 mei 2025

Ja

2.4 Samenvatting, beoordeling en conclusie zienswijzen 2.4.1 Zienswijze 1 Samenvatting Indiener benoemt dat in de eigen woonomgeving struiken vervangen zijn door ander groen en dat daarmee de aanwezigheid van fauna in dit groen afgenomen is. Tevens ervaart

4

indiener een toename van hooikoortsklachten sinds de nieuwe aanplant. Indiener verzoekt om de beplanting weer in de oude staat terug te brengen. Overweging We danken indiener voor het afgegeven signaal. We zien graag dat inwoners begaan zijn met de biodiversiteit in Meppel. Bij de inrichting van de openbare ruimte of aanpassingen daarvan kijken we per locatie welke inrichting passend is. We nemen de biodiversiteit hierin mee. In dit geval kan een andere afweging zijn gemaakt. Conclusie Het betreft hier een vraag op individueel niveau. Het leidt niet tot aanpassingen in het programma biodiversiteit.

2.4.2 Zienswijze 2 Samenvatting Indiener wijst op vervuiling van de bodem met piepschuim bij bouwprojecten en kijkt daarmee kritisch naar het behalen van de doelen voor biodiversiteit die gesteld zijn. Overweging We danken indiener voor het afgegeven signaal. Uit de zienswijze volgt geen vraag of oproep tot aanpassingen in het programma. Wel lezen wij hierin een oproep om milieudrukfactoren zoals vervuiling aan te pakken. Dit pakken we op vanuit onze rol als toezichthouder bouw. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassingen in het programma biodiversiteit.

2.4.3 Zienswijze 3 Samenvatting Indiener complimenteert de gemeente met het programma biodiversiteit en met het feit dat er budgetaanvraag aan gekoppeld is. Overweging Wij danken indiener voor het compliment. Conclusie 5

De zienswijze leidt niet tot aanpassingen in het programma biodiversiteit.

2.4.4 Zienswijze 4 Samenvatting Indiener heeft met veel interesse het programma biodiversiteit doorgenomen. Indiener komt graag in gesprek om te kijken op welke manier een bijdrage kan worden geleverd. Overweging We danken indiener voor de reactie en zijn blij dat indiener betrokkenheid toont. Het sluit goed aan bij onze ambitie om samen met burgers, bedrijven en andere partijen aan de slag te gaan. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassingen in het programma biodiversiteit.

2.4.5 Zienswijze 5 Samenvatting Allereerst betreurt indiener het dat zij niet betrokken is geweest bij het opstellen van het programma. Opgemerkt wordt dat het probleem van verdroging wel wordt genoemd, maar er bij de oplossingen niet over wordt gesproken. Indiener pleit ervoor om met grondeigenaren in het landelijk gebied in gesprek te gaan. Ook vraagt indiener aandacht voor predatie van weidevogels, giftige planten voor vee in bermen en exoten, kansen voor inzaaien akkerranden, de reeds gepleegde inzet op afname van vermesting vanuit de agrarische sector en het risico van aantrekken plaagdieren in overhoekjes. Ook wijst indiener op de tekst over baggeren en geeft toelichting op de werkwijze door agrariërs. Ten aanzien van financiële middelen roept indiener op om eerst naar ‘laaghangend fruit’ te kijken en minder naar maatregelen die veel kosten met zich meebrengen. Tenslotte wil indiener de handschoen oppakken voor meer biodiversiteit en gaat indiener graag gezamenlijk aan de slag. Overweging Ook wij betreuren het dat indiener niet bij het opstellen van het programma betrokken is geweest. Indiener is echter wel uitgenodigd. Over watervraagstukken gaan wij graag in gesprek met grondeigenaren. We merken daarbij op dat de regie hierin bij het waterschap ligt.

Op de overige punten is ons standpunt dat we streven naar een compleet ecosysteem in het landelijk gebied, passend bij dat gebied. Daarbij horen robuuste leefgebieden, met een balans tussen predatoren, plaagdieren en andere soorten. We kijken daarvoor allereerst 6

goed naar onze eigen invloedssfeer. Wij beseffen ons dat op de thema’s die de agrarische bedrijfsvoering raken, knelpunten en zorgen zijn. We blijven daarom graag gesprekspartner. Wat betreft de tekst over baggeren en ecologisch slootbeheer zijn we blij met de toelichting die indiener hierop geeft en helpt het ons om elkaars werkwijze te kennen. Wij waarderen de handreiking om gezamenlijk met indiener aan de slag te gaan en zien een uitnodiging voor een gesprek graag tegemoet. Daarbij geven ook de recent vastgestelde omgevingsvisie, de landbouwvisie Zuidwest-Drenthe en een toekomstige wijziging van het omgevingsplan buitengebied input voor gesprek. Conclusie We wijzigen de tekst in paragraaf 2.4.

2.4.6 Zienswijze 6 Samenvatting Indiener onderschrijft het hoofddoel uit het programma. Indiener wijst op het project NIL (Natuurinclusieve Landbouw), wat benoemd is in het programma, maar vindt dat dit steviger kan. Verder wijst indiener op de kans van toename Jacobskruiskruid bij uitbreiding ecologisch bermbeheer. Verder wijst indiener erop dat natuurinclusieve maatregelen voor een agrarische ondernemer nog onvoldoende financiële compensatie geeft om bijkomende inkomstenderving. Indiener vraagt om een financiële toezegging om het project voort te kunnen zetten. Verder geeft indiener aan dat het gebruik van (kunst)meststoffen in de afgelopen jaren juist is afgenomen, in plaats van toegenomen. Tenslotte is indiener van mening dat de tekst over stedelijke ontwikkeling op agrarische percelen beter verwoord kan worden. Overweging Wij zijn blij met het feit dat indiener hetzelfde doel als ons voor ogen heeft. Wij beamen de belangrijke rol van betrokken partijen bij het project NIL. Wat betreft Jacobskruiskruid verwachten wij geen directe toename in verspreiding door het uitbreiden van ecologisch bermbeheer. Dit richt zich op het laten staan van delen van de vegetatie, niet op het veranderen van maaitijdstippen. De verspreiding van Jacobskruiskruid vind met name in juliaugustus plaats. Maatwerkafspraken blijven mogelijk.

Ten aanzien van invasieve exoten blijven wij scherp op de aanwezigheid en verspreiding, ook als er meer ecologisch beheerd wordt. Wij delen de ambitie van indiener om het project Natuurinclusieve landbouw (NIL) voort te zetten. We zijn echter wel terughoudend met structurele subsidies, omdat er via andere wegen subsidies beschikbaar zijn. Verder zijn wij ook van mening dat de tekst over gebruik van meststoffen verkeerd in het programma staat, maar is er nog steeds sprake van een overschrijding van streefwaarden van nutriënten in watergangen, door nalevering en uit/afspoeling uit de landbouw. Tenslotte beamen wij de wat onduidelijke tekst over bedrijventerreinen. 7

Conclusie Wij breiden in het programma biodiversiteit de tekst in paragraaf 3.1 uit. Tevens wijzigen wij de tekst op twee punten in Bijlage VII.

8

3. Ambtshalve aanpassingen Er zijn geen ambtshalve wijzigingen voorgesteld en daarmee ook niet verwerkt in het programma biodiversiteit.

9

Bijlagen

Zienswijze 1 Geachte heer, mevrouw, In de Meppeler Courant van dinsdag 15 april las ik over het programma Biodiversiteit, waarbij werd vermeld, dat men via dit e-mailadres kon meedenken. Daar maak ik graag gebruik van, dus hieronder vindt u mijn input: Sinds mijn man en ik in 2000 in Meppel zijn komen wonen, stonden er bij ons achter nogal wat struiken. We zagen (en hoorden) er veel vogels, vlinders en insecten. Eens per jaar stonden de struiken vol met duizenden kleine witte bloemetjes en dan hoorden we het, als we op het balkon zaten, letterlijk gonzen van de insecten. Ook was er een egeltje die we in de struiken hoorden schuifelen op zoek naar slakken en als hij er eentje had, dan hoorde je het gesmikkel daarvan. In de herfst zaten de struiken vol met kleine besjes en in de winter was het er altijd groen en dat was ook heel fijn. Wat ook fijn was, was dat de prikkels niet uitnodigden om er rond te lopen, dus ik voelde me er ook veiliger door. In de loop der jaren werden de struiken aan de stoepkant minder mooi. Een aantal jaar geleden werden de lelijke stuiken vervangen voor dezelfde soort, alleen de jonge struiken redden het niet in de droge, hete zomer. Vervolgens werden ze nogmaals vervangen door dezelfde soort, maar deze keer werden ze in de zomer bevloeid. Ze waren net mooi aan het groeien, toen opeens alles eruit gerukt werd door een team van hoveniers.

Er werd gras ingezaaid, een berkenheg omheen geplant en er kwam een boompje. Het ziet er netjes uit, maar in de zomer (maar ook in het voorjaar) ziet het gras er voornamelijk bruin uit en in de winter is de heg dor en de boom kaal. We zien bijna geen vogels, vlinders en insecten meer en ik vrees dat de egel gedood is door de rigoureuze manier waarop alles is weggehaald. Dat terwijl de egels het al moeilijk hebben! Daarbij verergeren het gras, de berkenhaag én de boom door hun pollen hooikoortsklachten bij mijn man en mij. Mijn man krijgt zelfs asthma getriggerd door de pollen. We kunnen sindsdien niet meer op ons balkon zitten en we hebben de ramen en balkondeur ook alleen nog maar in de ochtend open. Daarbij is er nu geregeld lawaai van grasmaaiers. Het is duidelijk, dat de biodiversiteit bij ons er enorm op achteruit is gegaan en dat was helemaal niet nodig. Het planten en herbeplanten en vervolgens er weer uit jassen van de struiken, is een grote verspilling geweest en ons leefplezier (en gevoel van veiligheid) is er ook op achteruitgegaan..

11

Ik pleit voor verwijdering van het gras en de berkenhaag en het herbeplanten met dezelfde prikkelstruiken als er voorheen stonden. De boom mag blijven staan, want deze kan, als hij groot genoeg is, met de toenemende hitte in de zomers nog wat schaduw geven aan de buurman. Hopelijk komen er dan ook wat meer vogeltjes in, want dat gebeurt nu bijna niet. Ik hoop dat u iets met mijn feedback kunt. Met vriendelijke groet,

12

Zienswijze 2 Geachte B&W, Onlangs kwam ik er toevallig achter dat de provinciale en Meppeler natuur/bodem ambtenaren oogluikend toestaan dat alle piepschuimafval rond bouwprojecten begraven/ verwerkt in de grond wordt. Aannemers komen er standaard van af met een waarschuwing. Ze moeten wat zichtbaar spul oppakken maar alle grond rond alle nieuwe bouwprojecten is dus vervuild. Het is dit soort extreme wijdverspreide mentale armoede die ervoor zorgt dat er niets terecht komt van wat u met elkaar verzint. Ik wens u daarom veel wijsheid en succes maar blijf uiterst kritisch en negatief over uw werkelijke doelen. Met vriendelijke groet,

13

Zienswijze 3 Hallo, Ik ben er eindelijk aan toegekomen om jullie programma biodiversiteit (op hoofdlijnen) te lezen. Wat een mooi, gedegen en inspirerend programma. Ook goed dat er budget bij wordt gevraagd. Mijn complimenten! Met vriendelijke groet, Judith van den Berg, Natuur en Milieufederatie Drenthe

14

Zienswijze 4 Goedendag, Via de media en door het inlezen van de stukken heb ik met veel interesse het programma biodiversiteit doorgenomen. Graag zou ik met u in gesprek komen om te kijken of ik een bijdrage kan leveren in dit programma en op welk vlak. Naast dat ik inwoner ben van Meppel en helemaal achter dit programma sta, sluit het eveneens aan bij mijn hbo-deeltijd opleiding Bos- en Natuurbeheer. Ik zie uw reactie graag tegemoet. Vriendelijke groet,

15

Zienswijze 5 Geacht College van gemeente Meppel In het programma Biodiversiteit staan een aantal zaken waarover wij als bestuur LTO afdeling ZuidWest-Drenthe een zienswijze in willen dienen Punt 1.7 Participatie : er is een breed vooroverleg geweest met vele stakeholders, helaas hebben we niet meegedaan aan het overleg, wat op zich wenselijk is aangezien we een belangenbehartiger zijn van het landelijk gebied, waar in het programma zo veel over wordt gesproken. Punt 2.1 Hier staat in dat verdroging en waterhuishouding aandachtspunten zijn voor een goede biodiversiteit, echter bij de oplossingen wordt er hier met geen woord over gerept. We pleiten om met de grondeigenaren in het landelijk gebied in gesprek te gaan en op deze wijze tot een goed en werkbaar waterpeil te komen, voor de landbouw alsmede ook voor de natuur. Punt 2.4.2 Oplossingen. Hier vallen meerdere punten op. - Houtige landschapselementen. In het open karakter van het landelijk gebied zorgen deze elementen voor een perfecte uitvalbasis van predatoren. Te denken valt hierbij aan de buizerd en zwarte kraai, maar ook de ooievaar is tegenwoordig een predator voor de gidssoort haas in Nijentap. Deze herstellen of uit te breiden kan zorgen voor een negatief effect en averechtse werking. - Ecologisch beheer.

Wordt er bij het beheer van de bermen en kruidenrijke graslanden ook gekeken naar giftige planten voor mens en dier, zoals reuzenberenklauw en jakobskruiskruid. Door niet of te laat maaien ontstaan er nieuwe zaden voor de volgende jaren waardoor er haarden kunnen ontstaan met niet te overziende gevolgen, gelet op japanse duizendknoop en grote waternavel. Naar onze mening moeten giftige planten voldoende bestreden worden. -

Het grondgebruik. Er wordt gesproken over een veranderend maaibeleid voor een hogere intensiteit van insecten, volgens ons kan dat beter door ook stroken braakland aan te leggen en stroken bloemranden in te zaaien, zowel in agrarische beheerde gronden alsook in natuurgrasland.

16

-

Randbeheer bij sloten. Al enige jaren hebben agrarische grondgebruikers zich te houden aan een bufferstrook van 3 meter bij een watervoerende sloot en 5 meter bij een kwetsbare watergang zoals de Reest en de Wold A. Maar ook bij droogvallende sloten hoort een bufferstrook van 1 meter waarbinnen geen teeltactiviteiten mogen plaatsvinden anders dan weiden en maaien, dus geen bemesting en gewasbescherming. Hierdoor wordt er al veel gedaan om de vermesting van sloten tegen te gaan.

-

-

Baggeren. Baggeren, hekkelen en oevers maaien wordt meestal gedaan in het najaar of in het vroege voorjaar, dit om de gewassen die op het veld staan niet te beschadigen en om de flora en fauna niet te storen tijdens het groei en voortplantingsseizoen. Daarnaast zijn de werkzaamheden zeer belangrijk, veelal om te zorgen voor voldoende aan- en afvoer van water. Zoals het genoemd wordt in het programma zien we onvoldoende kennis van het landelijk gebied en de werkwijze van de agrariërs hierin Verruiging. Er wordt gesproken over het “verrommelen” van erven en over hoekjes. Deze plekken in het landschap en op de erven van boerderijen zijn voor de gewenste soorten belangrijk. Tevens zijn zulke beschuttingen ook aanlokkelijk voor bruine en zwarte ratten. Gezien de plagen in de grotere steden en het wegvallen van adequate bestrijding van deze ongewenste soorten vragen we terughoudend te zijn met deze maatregelen. Punt 3.3 Financiën. In het programma worden grote doelen gesteld voor de toekomst. Er wordt gesproken over maatregelen en over faunapassage’s zoals ecoducten en wildtunnels. Ons lijkt de begroting zoals die hier genoemd wordt niet toereikend voor deze mogelijkheden. Graag zien we dat er eerst meer gekeken wordt naar het laaghangend fruit, zoals bestaande projecten blijvend ondersteunen. Of op boerenerven kansen creëren voor insecten, vogels en vleermuizen.

Van oudsher zien we al veel biodiversiteit op ons erf en zou ondersteuning een mogelijkheden creëren voor bijvoorbeeld een struweelhaag of een oeverzwaluwwand. Graag willen we met de gehele gemeente Meppel de handschoen oppakken om tot een grotere biodiversiteit te komen en gaan we graag in gesprek. Klaas Vogelzang, Voorzitter LTO afdeling Zuid-West-Drenthe.

17

Zienswijze 6 Geacht College, Met belangstelling hebben wij uw Ontwerp Programma Biodiversiteit gelezen. U noemt op pagina 9 het hoofddoel: Het realiseren van een robuust en veerkrachtig ecosysteem, passend bij de kenmerken van de gemeente Meppel en met behoud en herstel van bestaande landschaps- en natuurkwaliteiten. Een doel dat we als kernteam van het project Natuur Inclusieve Landbouw (NIL) kunnen onderschrijven. Dit project dat onder andere bedoeld is voor het gebied NijeveenKolderveen, is in 2022 gestart, waarbij de Gebiedscoöperatie Zuidwest Drenthe de penvoerder is en waarbij Agrarische Natuur Drenthe (AND) zorgt voor ondersteuning. Het richt zich met een aanbod van natuur inclusieve maatregelen op de agrarische ondernemers in vorengenoemd gebied. Ook wordt, desgewenst, de expertise van Landschapsbeheer Drenthe aangeboord. Met name daar waar de aanleg of het onderhoud van bossingels en houtwallen aan de orde is. In Bijlage 3 wordt ons project genoemd. We denken dat impact van de uitrol van het project in het landelijk gebied van Nijeveen en Kolderveen veel groter is dan wordt gesuggereerd in uw Ontwerp Programma Biodiversiteit. We spreken over het boerenlandschap oftewel de inrichting en het beheer van het landelijk gebied.

Graag zien we in het Ontwerp Programma benoemd dat het project NIL, met als ondersteunende organisatie AND en met de expertise voor specifieke maatregelen van Landschapsbeheer Drenthe een meer prominente rol speelt. Daarbij is de kans groot dat door uitbreiding van de budgetten voor Agrarisch Natuur-en Landschapsbeheer (ANLb) in Drenthe voor 2026 en volgende jaren aanzienlijk toenemen. Daarnaast hebben we de behoefte enkele kanttekeningen plaatsen: 1. Op pag. 10 spreekt u de wens uit om 80% van de wegbermen ecologisch te beheren. Daarbij is de wens 25% van die bermen niet te maaien. Ongewenste kruiden, als het voor evenhoevigen giftige Jacobskruiskruid, zullen op die plaatsen zich fors kunnen uitbreiden en ook aangrenzende landbouwgrond als vestigingsplaats gaan vinden. Dat is zeer ongewenst en graag zien we daar een reactie op in dit Ontwerp programma.

18

2. Het project NIL is sinds 2022 bezig om allerlei maatregelen aan te bieden aan de boeren in het landelijk gebied (boerenlandschap). Als stimulans en ondersteuning van de uit te voeren maatregelen worden de boeren voorzien in een een financiële tegemoetkoming. We zien als beperking dat we niet in staat zijn om bij forse ingrepen in het boerenlandschap, voldoende financiële compensatie te kunnen doen, voor de daardoor ontstane inkomstenderving. Willen we die forse ingrepen stimuleren, dan zal een financiële compensatie echt nodig zijn. We vragen u, B/W van de gemeente Meppel, na te denken over een financiële toezegging, waarbij we in de bestaande structuur van het project NIL en in samenwerking met AND stappen kunnen maken in het boerenlandschap. We zijn als kernteam van het project NIL aan het brainstormen hoe we dit project, dat eind 2025 afloopt, een vervolg kunnen geven in de daaropvolgende 4 jaar. We denken dan het project groter uit te rollen in de 4 gemeenten, welke ook beschreven zijn in de dit voorjaar gepresenteerde Landbouwvisie ZW Drenthe 3. Een ander punt is dat het ons stoort en wat pertinent onjuist is, dat het gebruik van natuurlijke meststoffen en kunstmest door de tijd is toegenomen. Het is juist fors afgenomen.

Ook door de verplichting van het minimaal 1 meter langs een watervoerende sloot niet te bemesten, is ook vanuit de landbouwsector zeker geen of juist veel minder sprake van verrijking van slootwater met meststoffen. Graag zien we dat gecorrigeerd in dit Ontwerp Programma. 4. Daarnaast is de opmerking dat door de ontwikkeling van bedrijventerreinen en ook woningbouw, de biotoop voor broedende weidevogels is verminderd in omvang, dat als een bedreiging wordt genoemd helaas waar. Dat gelijk ook als voordeel wordt genoemd dat er daardoor ook minder mest wordt gebruikt is logisch, maar is in deze context wel een bijzondere opmerking, alsof dit elkaar compenseert. Graag zien we dit vervangen door een beter tekstdeel in het Ontwerp Programma. We danken u voor de mogelijkheid onze zienswijze in te dienen. K. Flinkert, namens Kernteam project NIL, Gebiedscoöperatie Zuidwest Drenthe.

19

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=11888c5b-ba77-4a55-9f64-79feb1ede9cd