CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.104.4 College - 26.4 Bijlage 4 - Notitie Sociaal Domein (van transitie door in transformatie)

1 - RAADSVERGADERING 23 april 2026, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen8.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van transitie door in transformatie Anders en samen werken in ondersteuning en zorg

Inleiding Twee jaar na de overheveling naar de gemeente van taken op het gebied van ondersteuning en zorg (de transitie) gaan we intensiever vorm geven aan de omslag (de transformatie) die nodig is. De eerder vastgestelde ‘Visie en Kaderstelling Sociaal Domein’1 beschreef het proces van verandering. De overheveling van taken van rijk naar gemeente had twee doelen: 1. Een verandering van het stelsel voor zorg en ondersteuning: op 1 januari 2015 moest de gemeente klaar en ingericht zijn voor deze nieuwe taken 2. Een vernieuwing van de zorg en ondersteuning zelf, de transformatie, in een tijdsbestek van 5 tot 10 jaar Er is hard gewerkt aan het slagen van de overheveling van de taken. Waar mogelijk werd ook al vooruitgelopen op de transformatie. Nu is het tijd om deze verder uit te werken, samen met onze inwoners, (zorg)aanbieders en andere (vrijwilligers)organisaties die actief zijn in welzijn en zorg. Deze notitie kent een drietal doelstellingen:  Richting geven: Nader vorm geven aan de transformatie, een wenkend perspectief.  Samenhang bieden: Met de notitie Sociaal Domein bieden we een ‘kapstok’ die alle beleidsterreinen in het sociaal domein met elkaar verbindt.  Focus aanbrengen: Concrete prioriteiten en speerpunten voor de kortere termijn. De samenhang met andere beleidsnota’s Deze notitie beslaat het gehele spectrum van ondersteuning en zorg dat onder de gemeente valt.

Nota’s op deelthema’s zijn hierdoor minder nodig. Reeds bestaande nota’s kunnen deze notitie ondersteunen in geval ze nog actueel zijn. Daarnaast is de notitie bedoeld om de koers voor het sociaal domein zo integraal mogelijk op te pakken. Nota’s op deelterreinen passen daar niet zo goed bij. Gezondheid en sport zijn belangrijke beleidsthema’s in het sociaal domein, die niet tot de drie decentralisaties behoren. Op deze beide thema’s zijn de relevante beleidsteksten opgenomen in bijlage I. Daarmee nemen ze geen onevenredig deel van hoofdstuk 2 in beslag en zijn ze toch integraal onderdeel van de notitie. Leeswijzer Hoofdstuk 1 beschrijft de betekenis van de transformatie, in aansluiting op de raadskaders en het Meppeler sturingsmodel voor de ondersteuning en zorg: de opgaven ABC-Z. Hoofdstuk 2 beschrijft de prioriteiten en speerpunten voor de komende periode. Daarmee kan deze notitie beschouwd worden als een eerste concretisering van de ‘Visie en Kaderstelling Sociaal Domein’. 1

Visie en Kaderstelling Sociaal Domein. Gemeente Meppel. 2014

1

Hoofdstuk 1 Van transitie door in transformatie Opgave De samenleving is toe aan een andere houding van de overheid. Ook in de ondersteuning en zorg klinkt dit door. Steeds vaker wil men hiervoor verantwoordelijkheid dragen. We zien dan kleine initiatieven ontstaan die een waardevolle aanvulling zijn op wat gemeente en professionele organisaties doen. Vaak richten de initiatieven zich op de eigen wijk of buurt. Voor een overheid is het belangrijk om hier op een goede wijze bij aan te sluiten. Niet meer aan het roer staan, maar deel uit maken van een netwerk en samenwerkingsverband. Dat vraagt lenigheid om te kunnen schakelen tussen verschillende rollen en verantwoordelijkheden, verschillende manieren van aanpakken en bijbehorend gedrag. Bovenal gaat het om anders denken en handelen. Transformeren We citeren de Raad van State2 over wat verstaan wordt onder transformatie en wat het verschil is met transitie. […] Onderscheiden [moet] worden tussen de transitie, dat wil zeggen de overgang bij wet van taken, bevoegdheden en middelen, en de transformatie, de wijziging in de praktijk van het beleid, in de uitvoering en in de verhouding tussen overheid en burger. De transitie is voornamelijk een organisatorische en administratieve operatie.

In het afgelopen jaar zijn door gemeenten veel inspanningen geleverd om de overgang van de uitvoering van verschillende taken naar gemeenten zo goed mogelijk te realiseren. Dat was geen sinecure gelet op de omvang van de operatie en de korte voorbereidingstijd die gemeenten is gegund, nadat tot in een zeer laat stadium op de verschillende deelterreinen aanzienlijke wijzigingen in de opzet zijn aangebracht. De transformatie die nodig is, reikt echter veel verder en wordt niet met de enkele wijziging van de wet gerealiseerd. Breed wordt onderkend dat het nog een aantal jaren zal vergen om na de transitie de transformatie, de voorziene omslag, werkelijk te maken. Dit geldt voor burgers, voor zorgaanbieders en zorgverleners en voor provincies, gemeenten en het rijk. Een dergelijke verandering in houding en gedrag van alle betrokkenen kan niet van de ene op de andere dag worden verwacht, maar vergt een proces van langere adem.

De transitie is dus de overgang, de transformatie is de omslag waarbij het gaat om het HOE met de bijbehorende veranderingen op:  Inhoud: omslag van het formuleren van strikt geformuleerde beoogde resultaten naar het formuleren van een wenkend perspectief, dat richting geeft maar gelijktijdig ruimte biedt;  Proces: omslag van een bepalende overheid naar één die aansluit bij wat leeft in de samenleving, inspeelt op maatschappelijke opgaven, faciliteert en desnoods regisseert dat deze opgaven worden aangepakt, dat hulp wordt geboden waar dat nodig is;

2

Raad van State: ‘En nu verder’ over interbestuurlijke verhoudingen in het licht van de decentralisaties. Nov. 2016. 2

 Relatie: omslag van een overheersende nadruk op controle naar het bieden van ruimte aan de professionele kwaliteit om maatwerk te kunnen leveren.

Betekenis van transformatie voor onze inwoners Inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor hun leven en voor keuzes die zij maken. Naast de verantwoordelijkheid voor zichzelf en gezin, mag ook een betrokkenheid bij buurt, familie en vrienden verwacht worden. Oplossingen voor problemen worden zoveel mogelijk in eigen netwerk gevonden, maar soms lukt dat niet. Dan is er ondersteuning vanuit de gemeente, die altijd aanvullend is op de eigen kracht van mensen. Voor inwoners die al voor de transitie ondersteuning ontvingen, kan dat leiden tot een verandering in de geboden hulp. Aansluiten bij de draagkracht van inwoners, zodat zij beter in staat zijn om regie te voeren over hun leven en tot oplossingen te komen -dat is de centrale gedachte van de transformatie. Betekenis van transformatie voor de aanbieders en zorgpartners Ook voor zorgaanbieders is er veel veranderd en zal nog veel veranderen. Niet het aanbod, maar de vraag van de klant staat centraal. Afstemming is belangrijk als er meerdere aanbieders betrokken zijn. Van organisaties vraagt dit flexibiliteit in de bedrijfsvoering. Betekenis van transformatie voor de gemeentelijke organisatie Ook van de gemeente wordt flexibiliteit verwacht. De samenleving verandert in hoog tempo en dat vraagt voortdurende aanpassing. Problemen in de samenleving zijn complexer en organisaties moeten hun aanpak richten op die vraagstukken.

Minder regels dus en meer maatwerk. Dat heeft consequenties voor de speelruimte en eigen verantwoordelijkheid van de medewerkers en de aansturing. De organisatie moet zo worden ingericht dat het de transformatie volledig ondersteunt. Daarvoor is het nodig de organisatie te prikkelen met vernieuwende en creatieve manieren van (samen)werken die het bewustzijn vergroten en het repertoire verbreden. Er komt een nieuwe agenda voor de organisatieontwikkeling. Medewerkers op alle niveaus worden daarbij betrokken. De agenda is uiterlijk in het 4 e kwartaal van 2017 gereed. Betekenis van transformatie voor het bestuur en de raad Burgerkracht en ruimte voor participatie heeft ook gevolgen voor de lokale democratie. Het betekent vernieuwing in de wijze waarop het college van burgemeester en wethouders optreedt: meer samen met burgers en organisaties naar oplossingen zoeken. Ook de gemeenteraad kent de uitdaging om nader invulling te geven aan haar volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rollen.

3

Hoofdstuk 2 Richting en focus Dit hoofdstuk beschrijft de richting en de speerpunten voor de komende periode. Aan de hand van de zogenoemde ABC-Z opgaven. De B- en C-opgave pakken we samen, omdat de intake in de toegang (B) en de aanpak die daaruit voortvloeit (C) met elkaar verbonden zijn en samen tot passende ondersteuning en zorg leiden. 1. Kracht van de samenleving (A-opgave) Hierbij draait het om: • Preventie: inzetten van preventieve activiteiten om daarmee het beroep op zwaardere hulp te voorkomen. • Vroegtijdig signaleren: beginnende problematiek vroegtijdig signaleren en aan te pakken, om verergering en stapeling van problemen te voorkomen. • Sociale samenhang: bevorderen van sociale samenhang en vitale buurten om ‘meedoen’, welbevinden en gezondheid te stimuleren. • Versterken eigen kracht en netwerk: zodat mensen beter eigen regie kunnen houden. 2. Ondersteuning op maat (B- en C-opgave) Hierbij draait het om: • Integrale toegang (brede intake): alle zaken waarin mensen vastlopen zo goed mogelijk in beeld brengen. • Snelle en adequate aanpak van enkelvoudige vragen. • Integrale aanpak complexe problematiek: meervoudige en ingewikkelde problematiek wordt integraal in het sociaal team opgepakt via maatwerk en de methode van 1 gezin – 1 plan – 1 regisseur. 3.

Efficiency en samenhang (Z-opgave) Hierbij draait het om: • Kwaliteit van hulp: door het slim combineren van verschillende voorzieningen kan beter maatwerk worden geleverd en de kosten van hulp worden beperkt. • Effectieve randvoorwaarden: alle voorwaarden die nodig zijn voor een effectieve organisatie van de hulp. Dit perspectief beslaat een periode van meerdere jaren. De omslag van de transformatie kost nu eenmaal tijd. De speerpunten daarentegen gelden voor de korte termijn. Juist omdat de samenleving snel verandert, moeten we snel kunnen schakelen als de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Besturen is weliswaar vooruit zien, maar niet tot in detail plannen voor jaren maken. Het uitgangspunt is: uitproberen en leren. Wat werkt en wat niet werkt is leidend voor (bijstelling van) beleid en uitvoering. De komende periode geven we extra aandacht aan transformatie in de A en de Z opgaven. Hoe zorgen we dat de kracht van de samenleving optimaal benut wordt, wat is nodig om dit te stimuleren of te faciliteren en hoe kunnen we komen tot innovatie? De drie opgaven worden hieronder uitgewerkt. We noemen de speerpunten en de uitwerking. De raadskaders die van toepassing zijn, zijn bij elk onderdeel vermeld. 4

A. Kracht van de samenleving a. Preventie Met preventie moet voorkomen worden dat mensen problemen krijgen met hun gezondheid of welzijn, of dat al bestaande problemen verergeren. Omstandigheden die risico geven zijn: sociaal isolement, armoede/schulden, leefstijl (overgewicht, roken, alcohol, drugs). Maar ook de overgang van onderwijs naar arbeidsmarkt. Het is belangrijk om mensen die meer risico lopen goed in beeld te krijgen. Welke speerpunten kiezen we? a.1. Preventie: inspelen op risicofactoren •

Sociaal isolement terugdringen

Het tijdig signaleren van sociaal isolement is nodig om grotere problemen te voorkomen. Inwoners stimuleren we om mee te doen via activering, sociale weerbaarheidstrainingen en ontmoetingsactiviteiten in de wijk. ‘Meppel voor elkaar’, een site via welke mensen elkaar kunnen ondersteunen, helpt daarbij. Dagbesteding vergroot de mogelijkheden van mensen om anderen te ontmoeten. •

Armoede en schulden verminderen

Armoede Naast hulp bij (schulden)problematiek vraagt preventie aandacht. Weerbaarheid, voorlichting en vroegsignalering zijn hierbij belangrijke termen. Via een armoedepact met betrokken (zorg)partners, draagt ieder vanuit de eigen rol bij aan het gemeenschappelijke doel. Schuldhulpverlening Een aanpak gelieerd aan armoede is schuldhulpverlening. De beleidsnotitie Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (2012) is de basis voor de huidige uitvoering. Een schuldhulpcoach wordt ingezet in de pilot Integrale ketenaanpak schuldhulpverlening. Er is een unieke samenwerking tussen zowel schuldeisers als schuldhulpverleners, formeleen informele organisaties. •

Leefstijl en gezondheid bevorderen

Gezondheid Gezondheid is de basis voor welbevinden en het kunnen meedoen. We zetten preventief in op gezondheidsbevordering: de Gezonde school, JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht), ‘Geweldige Wijk’ (voor kansarme gezinnen) en het Nationaal Programma Preventie ‘Alles is gezondheid’. Logopedie is beschikbaar voor de basisscholen. Sporten en bewegen stimuleren Sport en bewegen kan bijdragen aan gezondheid, maar ook aan sociale samenhang. Aantrekkelijke sport- en beweegactiviteiten in wijken, dorpen en buurten, waarbij inwoners betrokken worden bij de organisatie, vergroten de kans op meer onderlinge

5

betrokkenheid. Ook een sportief alternatief voor bepaalde groepen (bijv. overlast veroorzakende jongeren of eenzame ouderen) bevordert de leefbaarheid. We helpen sportverenigingen die willen samenwerken en willen bijdragen aan maatschappelijke doelen. Een combinatiefunctionaris wordt hiervoor ingezet. •

Overgang onderwijs – arbeidsmarkt sluitend maken

Passend onderwijs De Wet passend onderwijs beoogt de verbinding tussen onderwijs en zorg. Vroegtijdig signaleren van problemen bij kinderen en/ of hun ouders vermindert niet alleen schooluitval, maar ook mogelijk zwaardere hulp. De groep die de school (vroegtijdig) verlaat, moet benaderd worden met een brede aanpak zodat bekend is wat er met hen gebeurt als ze de school verlaten. Dit vergt een sluitende keten van onderwijs, werk en inkomen en gezondheid. De doelgroep 18-27 jaar vraagt extra aandacht. Bij hen speelt ook de overgang tussen wet- en regelgeving voor 18- en 18+ (van Jeugdwet naar Wmo). We zoeken naar op de jeugdige gerichte oplossingen, vanuit de samenhang tussen verschillende wetten en regels. a.2. Preventie: algemene voorzieningen a. Gebruik van algemene voorzieningen stimuleren De algemene voorzieningen hebben hun wettelijke basis in de verordening Wmo. Ze kunnen met voorrang worden ingezet in plaats van individueel maatwerk en individuele voorzieningen. We willen het gebruik van algemene voorzieningen stimuleren. Hiervoor is samenwerking nodig met aanbieders en instellingen en een dialoog met gebruikers. Voorbeeld MensA De MensA is een activeringscentrum ontwikkeld voor en door de inwoners. Oorspronkelijk was ze een laagdrempelige ontmoetingsplek voor hoofdzakelijk mensen in de bijstand in de wijk.

Ze groeide uit tot een centrum waar wekelijks 150 mensen elkaar ontmoeten en gezamenlijk activiteiten doen (ook voor en door). Deze opzet werkt. Dit willen wij ook in andere wijken een kans geven. a.3. Preventie: specifieke groepen Een integraal plan met en voor mensen met een beperking Op 14 juli 2016 werd het ‘VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking’ in de Eerste Kamer aangenomen. Dit verdrag verplicht de gemeente om een plan op te stellen, samen met mensen met een beperking. We gaan hier uitvoering aan geven. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang lokaal organiseren Landelijk is het advies om beschermd wonen en maatschappelijke opvang meer als ‘normale huisvesting’ onder te brengen in de wijken en buurten van Meppel. Samen met de zorgaanbieders wordt dit opgepakt, op basis van de behoeften van de mensen die het betreft (individu of groep). Raadskaders 3 (samenhangend stelsel van voorzieningen) 6 (toegankelijke algemene voorzieningen) 6

b. Vroegtijdig signaleren Door beginnende problematiek tijdig te signaleren en aan te pakken, wordt verergering voorkomen. Welke speerpunten kiezen we? b.1. Vroegtijdig signaleren: Netwerkvorming Signaleringsnetwerk Professionals moeten gemakkelijker signalen kunnen uitwisselen. Ze moeten op de goede plek terecht komen zodat er ook iets mee gebeurt. Wat nodig is voor een goed signaleringsnetwerk werken we samen met de professionals uit. b.2. Vroegtijdig signaleren: Werkwijze Omgang met signalen Signalen over problemen van mensen kunnen gemeld worden door professionals, maar ook door de sociale omgeving zoals buren en familie. Het is belangrijk dat een ieder weet waar men terecht kan en dat er afspraken zijn over de wijze van omgaan met de signalen. b.3. Erop af aanpak en vindplaatsgericht werken Zichtbaar zijn Door als professional aanwezig te zijn op ‘vindplaatsen’ in bijvoorbeeld de wijken (voorschoolse voorzieningen, scholen, wijkbijeenkomsten, sportverenigingen) kunnen signalen actief opgehaald worden. Inwoners moeten de weg naar professionals leren vinden. Vindplaatsgericht werken en een Erop af aanpak dragen hieraan bij. Raadskaders 7 (preventie en vroegtijdig signaleren).

c. Sociale samenhang en d. Versterken eigen kracht en netwerk Door sociale samenhang en versterken van eigen kracht en netwerk kunnen mensen beter de regie over het eigen leven voeren. Buurtopbouw en leefbaarheidsbevordering (het collectief niveau) kunnen ingezet worden om hier winst op te boeken. Op individueel niveau is de inzet op de versterking van de eigen kracht en het benutten daarvan. Op organisatieniveau gaat het om het effectief ondersteunen van mensen. Welke speerpunten kiezen we? c.1. Buurtopbouw Buurtopbouw organiseren/faciliteren In de praktijk van het wijk- en dorpsgericht werken zien we dat de leefbaarheid toeneemt, maar ook het welbevinden van buurtbewoners, als mensen elkaar kennen en zich verantwoordelijk voelen voor hun buurt. Dat professionals de initiatieven van 7

inwoners niet overnemen is belangrijk om deze sociale dynamiek krachtig te houden. Dorpsverenigingen en wijkplatforms krijgen ruimte voor eigen activiteiten en zelfstandige analyses van dorp of wijk. Professionals ondersteunen op inhoud en proces. c.2 Eigen kracht Burgerkracht faciliteren Meer dan voorheen is het van belang om als gemeente initiatieven van inwoners en maatschappelijke organisaties te faciliteren. Met zo min mogelijk randvoorwaarden, met oog voor de mogelijke verschillen tussen wijken/dorp en het belang en het maatschappelijk effect van het initiatief voor onze inwoners. Er is ruimte voor eigen initiatief en 'het experiment'. We sluiten aan bij wat leeft. c.3 Ondersteuning van de eigen kracht Netwerken versterken Een orgaan als een wijkplatform (en in Nijeveen de dorpsvereniging) is van groot belang voor het bevorderen van sociale samenhang. Het wijkplatform stimuleert, ondersteunt en faciliteert burgerinitiatieven en weet wat er leeft in de buurt. Het houdt zich bezig met het opstellen van een wijkagenda en de uitvoering daarvan in samenwerking met de gemeente en andere partijen. Cliëntondersteuning Aan MEE Drenthe en WMW is de opdracht verstrekt om de verschillende vormen van cliëntondersteuning beter op elkaar te laten aansluiten en de cliёntondersteuning toekomstbestendig te maken. Dit gebeurt samen met alle betrokken partijen.

Doel is dat mensen zo veel mogelijk zelf regie over het eigen leven voeren, gebruik makend van algemene voorzieningen. Clientondersteuning richt zich daarbij achtereenvolgens op: 1. Het bieden van preventieve ondersteuning (informatie, voorlichting en advies) zodat een aanvraag tot maatwerk niet (meer) nodig is (A segment). 2. Als mensen de mogelijkheden en het netwerk ontberen om goed zelf regie te voeren, wordt specifieke ondersteuning geleverd bij een aanvraag voor hulp bij een instantie zoals de gemeente of het UWV (B segment). Vrijwilligerswerk stimuleren Om het aantal vrijwilligers te vergroten, wordt er ingezet op het betrekken van specifieke groepen binnen het vrijwilligerswerk zoals jongeren, gepensioneerden en kwetsbare groepen. Mantelzorgondersteuning verbeteren Het Mantelzorgplatform Meppel bundelt alle ondersteuning, informatie, advies en activiteiten voor mantelzorgers op één plek. Voor 2017 en 2018 is het doel om in te zetten op het vergroten van de bekendheid van het mantelzorgplatform en ondersteuningsmogelijkheden. Dit werkt ook preventief. Doordat mantelzorgers op de hoogte zijn van ondersteuningsmogelijkheden, kunnen zij tijdig aan de bel trekken om overbelasting te voorkomen.

Participatieverklaring Om mensen klaar te stomen voor het inburgeringsexamen en om vergunninghouders een goed beeld te geven van hoe wij in Nederland en hier in Meppel leven en ondernemen is 8

er een programma van vier dagdelen samengesteld. Verschillende organisaties zijn bij de uitvoering hiervan betrokken. Na afloop ontvangen de deelnemers een Participatieverklaring. Vergunninghouders moeten, naast de eigen verantwoordelijkheid om in te burgeren, werken. We nemen deze mensen mee in alle bestaande mogelijkheden en netwerken, maar we kijken ook naar specifieke kansen voor hen. Dit doen we samen met het bedrijfsleven. Raadskaders 2 (initiatieven en eigen kracht,), 10 (mogelijkheden i.p.v. beperkingen) 1 (wederkerigheid) 11(naar vermogen bijdragen) 12 (lokale PGB´s)

9

B en C Ondersteuning op maat a. Integrale toegang Een integrale toegang wil zeggen dat we niet voor iedere vraag of probleem, een apart loket hebben. Nee, we gaan met mensen in gesprek over hun vragen en soms en liggen ze op diverse leefgebieden, zoals werk, inkomen, opvoeding, zorg. Dat bekijken we dan in samenhang. Dit vraagt van de consulenten dat zij het gesprek goed kunnen voeren over wat nodig is in aanvulling op wat mensen zelf kunnen. Ook moeten consulenten in staat zijn hulp en ondersteuning op maat te regelen. Overigens is het gemeentelijk loket niet de enige toegang tot zorg. Er zijn ook andere belangrijke verwijzers, zoals bijvoorbeeld de huisartsen. Maatwerk: Begeleiding en ondersteuning Door de uitvoering van taken in het sociaal domein dicht bij de gemeente te organiseren weten we waar het om gaat. We zien wat nodig is, we kopen de benodigde ondersteuning in en contracteren aanbieders. De transformatiekansen liggen in deze gerichte maatwerk- aanpak: 1 gezin - 1 plan - 1 regisseur, passende zorg, de eigen kracht en de betrokkenheid van de sociale omgeving bij de ondersteuning, en de inzet van algemene voorzieningen wanneer dat mogelijk is. Welke speerpunten kiezen we? a.1 brede intake Het gesprek aan de keukentafel Als er een eerste contact is geweest worden gesprekken bij mensen thuis gevoerd.

Gebleken is dat mensen zich meer op hun gemak voelen in de eigen omgeving, eventueel ondersteund door mantelzorgers of familie. Daarnaast is het belangrijk voor de consulent om een goed idee te krijgen van de leefsituatie. Door bescheidenheid kunnen mensen soms belangrijke informatie achterwege laten. Aan de keukentafel ziet de consulent bijvoorbeeld dat ook huishoudelijke hulp nodig is. Ook ziet de consulent beter of er ook mogelijkheden tot ondersteuning in de eigen omgeving zijn. Van bijvoorbeeld familieleden of een bezorgde buur. Komen er al hulpverleners over de vloer, dan wordt met hen afstemming gezocht. Voor ieder huishouden/gezin willen we toewerken naar 1 plan en 1 regisseur. Dat is ook een doel van de transformatie/vernieuwing. De consulenten groeien in hun rol. We evalueren deze aanpak regelmatig o.a. in intervisie. a.2 Verwijzers Belangrijke verwijzers zijn onder andere gecertificeerde instellingen voor jeugd. Daarnaast constateerden we al dat ook huisartsen belangrijke verwijzers zijn. Deze ziet soms dat er meer nodig is dan alleen medische hulp. Om met deze signalen iets te kunnen doen is er nu de POH Jeugd (PraktijkOndersteuner Huisartsen voor jeugd). . De POH jeugd biedt kortdurende en daardoor laagdrempelige hulp in de huisartsenpraktijk. Doel is het voorkomen van medicalisering en daardoor (hoge) zorgkosten.

Soms biedt de praktijkondersteuner een overbrugging wanneer er een wachtlijst is voor gespecialiseerde jeugdhulpverlening. Deze nieuwe aanpak is een proef in samenwerking met de huisartsen in Meppel. 10

Raadskaders 9 (herkenbare toegang)

b. Enkelvoudige problematiek Waar problemen van mensen worden gesignaleerd, wordt liefst snel gehandeld. We streven naar het inzetten van passende ondersteuning om te voorkomen dat het probleem verergert. Inwoners mogen geen last hebben van administratieve processen. Als hulp direct nodig is, dan wordt deze meteen ingezet, bijvoorbeeld huishoudelijke hulp na een ziekenhuisopname. In (zorgelijke) situaties waarin mensen hulp afhouden kan een zorgmelding de oplossing brengen. De sociale omgeving van het gezin moet dan wel weten waar ze deze melding kan doen. Welke speerpunten kiezen we? b.1 Snelle aanpak: er op af Mensen in buurten en wijken moeten weten waar ze hun zorgen over een huishouden kunnen melden en dat het normaal is om je te bekommeren om je buurtgenoten. Wie er dan ‘op af gaat’ volgt uit de afspraken die gemaakt zijn met onze partners voor zorg en welzijn. Dit kan een voor het gezin vertrouwd persoon zijn. Raadskaders 7 (Erop af, preventie en vroegtijdig signaleren)

c. Complexe problematiek Bij complexe problematiek lukt het de persoon of het huishouden zelf niet meer voldoende om alle zaken goed op de rit te houden, ook niet met hulp van familie en buurtgenoten. Snel moet dan gekeken worden wat er allemaal speelt op de verschillende leefgebieden. Eventuele hulp die al ingezet wordt moet opnieuw bekeken worden. Er komt één samenhangend plan en alleen dat wordt ingezet wat nodig is en bijdraagt aan de aanpak: 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. Welke speerpunten kiezen we? c.1. Complexe problematiek: sociaal team Sociaal team en uitvoeringsregisseurs voor afstemming hulpverlening Het Sociaal team is een netwerkorganisatie, waarin de gemeente samen met een aantal hulpverlenende organisaties de hulp afstemt in meervoudige complexe situaties om escalaties te voorkomen. Het team regelt het ondersteunings- of hulpaanbod (op maat). Niet het aanbod van de instelling telt, maar de vraag van het gezin en wat vervolgens nodig is. In geval dat zorg- of hulpverlening stagneert kan vanuit het sociaal team procesregie geregeld worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij zorgmijdend gedrag of een moeizame/conflicterende samenwerking met de hulpverlening of bij dreigende escalaties zoals een woninguitzetting. Door het sociaal team wordt een uitvoeringsregisseur 11

aangewezen, die aansluit bij (de mogelijkheden van) de klant, de situatie in zijn geheel in beeld brengt en kijkt wat nodig is om escalatie te voorkomen en zo mogelijk de situatie te verbeteren. We gaan kijken of inzet van ervaringsdeskundigen van toegevoegde waarde kan zijn in de aanpak. Enerzijds als mogelijke ondersteuning van het gezin/de cliënt, die worstelt met zijn veranderingen en het werken aan perspectief. Anderzijds voor leden van het sociaal team om helder te krijgen wat mensen helpt en wat niet helpt. c.2 Complexe problematiek: methodiek Op- en afschalen De eigen kracht van de burger en het inschakelen van zijn eigen netwerk zijn twee belangrijke uitgangspunten. Het moet leiden tot een goede combinatie van zorg en laagdrempelige ondersteuning. Zorgaanbieders moeten hiermee vertrouwd raken: weten waar ondersteunende inzet te vinden is en zo nodig hiervoor de buurt of het dorp ingaan waar de vrijwilligers, mantelzorgers en de algemene voorzieningen te vinden zijn. Is opschalen nodig, dan doen we met dit met zo mogelijk korte interventies. Samen met de zorgpartners oefenen we hiermee in de praktijk en verfijnen we de methodiek op basis van de ervaringen. De best passende zorg voor de cliënt staat hierbij centraal. Voorbeeld: PRACHT project In 2016 werden problemen ervaren in de Jeugdhulp.

Deze gingen over onnodig gebruik van een ‘duur’ bed op interventieniveau 8 (zorg met verblijf) door gebrek aan voldoende extramurale opvang. Daarnaast had men te weinig inzicht in elkaars processen en aanmeldingen. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid werd gestart met samenwerking in de werkgroep PRACHT (Plan Reductie interventieniveau ACHT). Deze bestaat uit een aantal gemeenten waaronder Meppel, de grote zorgaanbieders op interventieniveau 8 en twee gecertificeerde instellingen. Doel van de werkgroep is gezamenlijk kwalitatief goede zorg leveren tegen zo laag mogelijke kosten, met mogelijkheden voor op- en afschalen. Met andere woorden: passende zorg voor ieder kind dat deze zorg nodig heeft. De eerste resultaten zijn zichtbaar.

c.3. Complexe problematiek: specifieke problematieken Verwarde personen Gedrag van verwarde personen zorgt voor veel overlastmeldingen. In Drenthe is er een aanpak vanuit het Bestuurlijk Veiligheidsoverleg Drenthe. Het plan beoogt ordening te brengen in de basis, die bestaat uit: • De triage (snel beoordelen en vaststellen wanneer wat moet gebeuren). • De faciliteiten • De aanpak sluitend maken • Samenhang in Drenthe bevorderen Het plan bestrijkt de jaren 2016-2020. Op lokaal niveau wordt verder gewerkt aan de optimalisering van de aanpak van personen met verward gedrag. Veilig Thuis Drenthe (VTD): aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld 12

Het bovenlokale meldpunt Veilig Thuis Drenthe heeft sinds het eerste jaar te maken met een forse toename van het aantal meldingen. In 2016 stond ze tijdelijk onder verscherpt toezicht vanwege onder andere haar lange wachtlijst. Inmiddels is er een verbeterplan. Daardoor worden jeugd, gezinnen of echtparen die te maken hebben met kindermishandeling en/of huiselijk geweld eerder en beter geholpen. Voorkoming van escalatie en inzet van zware, specialistische zorg is belangrijk. Er zijn werkafspraken met VTD over de uitvoering van hun ondersteuning conform de methode 1 gezin, 1 plan. De gemeente voert de regie. Raadskaders 15 (complexe casuïstiek, casemanager) 16 (netwerkregie)

13

Z. Efficiency en samenhang a. Kwaliteit van hulp Kwaliteit van hulp: door het slim combineren van verschillende voorzieningen waarvoor de gemeente sinds de decentralisaties verantwoordelijk is, kan beter maatwerk worden geleverd en kunnen de kosten van hulp worden beperkt. Welke speerpunten kiezen we? a.1 Kwaliteit van hulp: effectief inzetten van middelen Werkgeversbenadering en de regio Met de werkgeversdienstverlening hebben we in onze subregio een succesvolle samenwerking neergezet. Vanuit een duurzame relatie met onze werkgevers, kunnen we samen werken aan de opgave van een inclusieve arbeidsmarkt. De aanpak geldt als een voorbeeld voor de Regio Zwolle. Het is daarmee niet klaar. Via een bestuursopdracht van de vier colleges wordt gewerkt aan voorstellen om de samenwerking rond de werkgeversdienstverlening meer en breder vorm te geven. Dit biedt kansen om meer werkprocessen van de Participatiewet (waarbij de subregio het juiste schaalniveau is) hier in onder te brengen. Te denken valt aan werk(ervarings)plekken voor de werkfitaanpak of gezamenlijk organiseren van opleidingstrajecten. Tenslotte zien we kansen om op het niveau van de subregio te zorgen voor de juiste arbeidsmarktinformatie, zodat we onze cliënten ook kunnen voorbereiden op de vraag vanuit de markt.

Een goed samenwerkende keten rond dagopvang en dagbesteding Reguliere dagbesteding, arbeidsmatige dagbesteding en dagopvang vervullen voor verschillende mensen een belangrijke rol in de manier waarop zij hun dagen invulling geven. De afgelopen periode is geïnvesteerd in algemene voorzieningen voor dagopvang. Juist bij de dagopvang is voor ons het uitgangspunt dat vrijwilligers en professionals samenwerken. Buurtactiviteiten en initiatieven vanuit onze inwoners faciliteren we zoveel mogelijk. We onderzoeken de mogelijkheden voor een aanjaagbudget voor dergelijke initiatieven in het Sociaal domein. We willen graag flexibel zijn in het kunnen bieden van een omgeving die past bij wat mensen op dat moment nodig hebben. Daarover gaan we in gesprek met (zorg)aanbieders en afspraken daarover zullen geïnitieerd worden. Verder zullen samenwerkingsvormen met het bedrijfsleven en met het onderwijs worden gestimuleerd en het aanbod voor nieuwkomers (vergunninghouders) wordt verbeterd. De samenwerking tussen de welzijnsstichting, huisartsen en aanbieders wordt uitgebreid. Initiatieven vanuit bewoners in wijken en buurten stellen we voorop. Voorbeeld dagopvang Nijeveen De Buurtkamer Nijeveen is een initiatief van de Stichting Ouderenzorg Nijeveen, Zorggroep Noorderboog, Welzijn Mensenwerk en de wijkzorgorganisaties Buurzorg en Icare.

Mensen die het sociaal en fysiek iets minder hebben genieten een fijne dag in Het Kerspel. Door deze laagdrempelige voorziening (geen indicatie) worden tevens mantelzorgers ontlast en contacten hersteld. De deelnemers betalen een kleine bijdrage.

14

De organisatoren bieden professionele opvang, mede mogelijk gemaakt met hulp van vrijwilligers en afgestemd met de zorgpartijen in Nijeveen. De gemeente bekostigt de professionele begeleiding (waarborg voor veiligheid en kwaliteit). Accommodaties beter benutten Maatschappelijk vastgoed effectief benutten is een van de kerndoelen van het college. Daartoe gaan we de bestaande en toekomstige vraag naar accommodatieruimte én het huidige (en toekomstige) aanbod in beeld brengen, per wijk en voor Meppel als geheel. Dit wordt gevolgd door een plan voor de korte en voor de langere termijn. Maatschappelijke waarde én multifunctioneel benutten zijn de uitgangspunten die ook van belang zijn voor de transformatie/vernieuwing. Raadskaders 17 (effectieve, kostenbesparende combinaties)

b. Effectieve randvoorwaarden Zakelijke afspraken met aanbieders van hulp, resultaatgerichte inkoop, sturingsgerichte monitoring en overzichtelijk beheer en inzet van financiën zijn randvoorwaarden voor een effectieve organisatie van de hulp. Hiertoe horen ook het organiseren van rolvaste relaties tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, het beperken van administratieve lasten, het ruimte geven aan kleine aanbieders (t.b.v. krachtiger marktwerking) en meetbare doelstellingen. Welke speerpunten kiezen we? b.1 Effectieve randvoorwaarden: contractering Resultaatgericht inkopen en subsidiëren Voorheen vond inkoop in het sociaal domein voornamelijk plaats op basis van productie (aantal uren of trajecten). We maken de omslag naar een nieuw stelsel, waarbij bekostigd wordt op basis van het te bereiken resultaat. Dit betekent dat voor iedere ondersteuningsvraag een passende invulling wordt gevonden, toegespitst op de specifieke situatie. De omvang van de ondersteuning is afhankelijk van de situatie en kan per aanvrager verschillen; maatwerk dus. Daarin kunnen ook gemakkelijker de kleinere aanbieders en innovatieve arrangementen worden aangeboden. Wij richten ons als inkoper daarmee op het 'wat'. De wijze waarop de ondersteuning wordt geboden laten we over aan de professional. Inkopen is een instrument, dat wordt ingezet om (beleids)doelen te bereiken. De doelen staan voorop.

Gemeentelijke accounthouders gebruiken Naast het inkoopproces dat om de paar jaar plaatsvindt, is het ook nodig te sturen op de afspraken uit de contracten. Zeker in de periode van transformatie waarin we voorbijkomende kansen om efficiënter en effectiever te werken willen benutten, is goed en regelmatig contact met aanbieders en partners nodig. De contractafspraken (inkoop) die er met hen zijn gemaakt bevatten ook de voorwaarde dat ze inspelen op innovatie en transformatie. Transformeren en sturen op resultaat betekent ook de juiste vragen stellen en niet op de stoel van de aanbieder te gaan zitten. We ontwikkelen contractrelatiebeheer en relatiemanagement. 15

Outcomesturing/social return on investment Outcomesturing is ook goed bruikbaar als instrument om met maatschappelijke partners afspraken te maken rond subsidiëring. Instellingen, verenigingen en samenwerkende groepen kunnen samen met de gemeente resultaatafspraken maken en de subsidie ontvangen als aan het resultaat (de subsidievoorwaarde) is voldaan. Het huidige systeem van subsidiëren past niet bij de transformatiegedachte. We willen toe naar netwerkregie waarbij de gemeente niet langer wordt gezien als de zak met geld (traditionele subsidierelatie tussen gemeente en maatschappelijke partners) maar waar in gezamenlijkheid wordt gekeken naar maatschappelijke opgaven en hoe die aan te vliegen, een ieder vanuit zijn eigen rol en expertise. Uitgangspunt daarbij is vertrekken vanuit de inhoud, vorm volgt. Geld ophalen moet niet het doel zijn. We willen met samenwerkingspartners een experiment starten om aan de netwerkregie verder vorm en inhoud te geven. b.2 Effectieve randvoorwaarden: financiën Budget als smeerolie Soms valt een vraagstuk net buiten allerlei regelingen, maar is het in de persoonlijke situatie toch verstandig geld beschikbaar te stellen voor een vorm van hulp. In zo’n geval biedt de gemeente de mogelijkheid om (tijdelijk) budget in te zetten met als doel om te voorkomen dat problemen verergeren en dit later meer geld kost.

Een andere ontwikkeling die kan bijdragen aan de transformatie, is het ontschotten van budgetten. Een ontschot budget sociaal domein maakt het toekennen van middelen voor uiteenlopende cases gemakkelijker. Risicomanagement gebruiken als instrument Risicomanagement is een structureel onderdeel van de beleids- en besluitvorming. Dit is natuurlijk geen doel op zichzelf, maar goed risicomanagement draagt eraan bij de doelen die wij nastreven te realiseren. Goed risicomanagement helpt in dit proces, en zal leiden tot het realiseren van de doelstellingen. Het risicomanagement behoort tot de normale managementverantwoordelijkheden. Het risicomanagement is een periodiek terugkerend proces dat bestaat uit een aantal onderdelen: identificeren en kwantificeren van risico’s, definiëren en implementeren van beheersmaatregelen (waaronder het financieel afdekken van risico's) en het evalueren en bijstellen van de analyses.

16

De komende tijd gaan we het risicomanagement verbreden naar ontwikkelingen op maatschappelijk en demografisch vlak die mogelijk een risico vormen. Denk bijvoorbeeld aan de verschuiving van hulp, of thema’s als veroudering en vereenzaming. Zie ook de paragraaf over preventie, waarbij risicofactoren een belangrijk startpunt vormen. b.3 Effectieve randvoorwaarden: zakelijke afspraken Minder regels Maatwerk (ondersteuning) voor iedere burger is het uitgangspunt. Wetten en regels moeten hierbij niet gaan knellen. Dat betekent dus ook dat we waar mogelijk 'minder regels op papier' zetten en kijken naar kansen en ruimte bieden aan burgerinitiatieven. Daarnaast willen we onze bureaucratie herijken op de toegevoegde waarde. Minder registratie Minder regels en minder bureaucratie. Cliënten en bijvoorbeeld hun mantelzorgers geven aan dat ze veel tijd kwijt met administratieve zaken. De tijd die zij kwijt zijn aan de administratie en de tijd die de gemeentelijke organisatie kwijt is aan de verwerking van die gegevens kan veel minder worden. We gaan niet meer standaard alles registreren (en vragen de cliënt dat ook niet meer te doen), maar werken toe naar een benadering van registratie op resultaat en kwaliteit. Het gaat meer om beheersen in plaats van beheren. De ketenbenadering die eerder in deze notitie is beschreven sluit hier ook op aan.

Informatisering van registratie in de keten (beheer van gegevens en privacy) is hierin een blijvend aandachtspunt. Afstemming met zorgverzekeraars Zorgverzekeraars en gemeenten hebben beide een rol als opdrachtgever/financier in het sociaal domein. Afstemming tussen beide is erop gericht om de verschillende geldstromen bij elkaar te brengen zodat er meer afstemming en efficiëntie wordt bereikt. Meppel heeft specifiek belang bij afspraken over de opvang vanuit de Jeugdzorg, een gezamenlijke benadering van huisartsen en ouderenzorg. b.4 Effectieve randvoorwaarden: monitoring Resultaatgericht monitoren Afspraken maken over het te behalen resultaat in combinatie met een goed monitoringsinstrument om het behaalde resultaat te meten zijn nodig in de transformatie. Partners vragen om alles vast te leggen bij wat ze doen, past niet bij ‘sturen op resultaat’. Het begrip loslaten is hier van belang. De basishouding moet vertrouwen zijn i.p.v. controle. Dit vraagt een andere manier van monitoren dan bij outputsturing, wat veel meer kwantitatief was. We spreken gezamenlijk een resultaat af (en wat het bijvoorbeeld mag kosten). De aanbieder, instelling of partner krijgt de kans slimme combinaties te leggen om het resultaat zo goed en effectief mogelijk te bereiken.

Informatiemanagement in plaats van monitoren Waar het begrip monitoren vaak een activiteit achteraf of 'ter plekke' als peilstok weergeeft, zegt het woord 'informatiemanagement' ook meer over het beheren van gegevens. Beheren van informatie en die benutten ook voordat er activiteiten worden ondernomen, geeft vaak meer zicht op de uitkomst van een interventie. Goed informatiemanagement door de juiste gegevens te verzamelen, geeft een goede 17

voorbereiding en onderbouwing voor keuze. Je kunt informatiemanagement dus ook wel proactief monitoren noemen. We gaan hier meer mee werken. Op die manier kunnen we ook effecten gaan incalculeren en meetbaar maken en tijdig inspelen op veranderende omstandigheden. Evidence based learning (leren van de praktijk) heeft op die manier ook meer resultaat. b.5 Effectieve randvoorwaarden: Informatiesystemen Informatiesystemen op de klantgerichte werkwijze aansluiten De informatiesystemen zijn het samenspel van hard- en software om de processen in het (getransformeerde) sociale domein zo goed mogelijk te ondersteunen. Er worden om meerdere redenen verschillende systemen gebruikt omdat die beter aansluiten bij de praktijk. Het komende jaar wordt besteed om de uitwisseling tussen die systemen zo goed mogelijk voor elkaar te maken. Zo moet in één systeem een compleet klantbeeld ontstaan zodat voor consulenten duidelijk is welke processen zich bij een cliënt afspelen. Ook willen we geautomatiseerd aansluiten op landelijke voorzieningen om de processen zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Denk hierbij aan de uitwisseling met de Raad voor de Kinderbescherming (via CORV), de VerwijsIndex Risicojongeren (VIR) en met het Gemeentelijke GegevensKnooppunt (GGK).

De leveranciers zien ook dat gemeenten bezig zijn met de transformatie en zijn druk bezig om hun software aan te passen op integrale processen en ontschotte budgetten. Het is echter nog te vroeg om te beoordelen of deze doorontwikkeling gaat aansluiten op het Meppeler beleid. Raadskaders 20 (relatie opdrachtgever-opdrachtnemer) 18 (administratieve lasten) 13 (inkoop en kleine aanbieders) 21 (meetbare doelstellingen en maatschappelijke effecten) 19 (nieuwe taken binnen de Rijksmiddelen) 24 (Reserve Sociaal Deelfonds) 23 (5% extra korting).

18

BIJLAGE: BELEIDSTEKSTEN GEZONDHEID EN SPORT

Volksgezondheid Reeds in de nota volksgezondheid 'Gezond verbonden 2013-2016' is nadrukkelijk aansluiting gezocht bij bij de visie en uitgangspunten in de beleidsnota Wmo 'Samen veranderen' 2012-2015. Diverse ontwikkelingen en trends maken dat het onderwerp 'volksgezondheid' nog meer dan voorheen aansluit op de andere aandachtsgebieden in het Sociaal domein. Ontwikkelingen gezondheid De belangrijkste trends op het gebied van volksgezondheid:  De levensverwachting is de afgelopen 10 jaar sterk gestegen en behoort tot de hoogste van de EU;  Aantal mensen met chronische ziekten is toegenomen;  Een aantal trends in leefstijl is niet langer ongunstig;  Roken is nog steeds de belangrijkste oorzaak van sterfte en ziekte, gevolgd door overgewicht en weinig bewegen;  De verschillen in levensverwachting tussen laag en hoog opgeleiden zijn groot;  Er is nog veel gezondheid te winnen door preventie in de zorg;  Gezondheid wordt vaker breed en positief opgevat;  Gezondheid is niet alleen een doel, maar ook middel om andere doelen te bereiken zoals ‘meer regie op eigen leven’ en ‘meedoen in de maatschappij’.

Dit verbindt het gezondheidsbeleid met de doelstellingen in het sociale domein: participatie, zelfregie en zelfredzaamheid;  Bij de professionals in de zorg moet de omslag worden gemaakt: meer aandacht voor preventie en gezondheidsdenken en minder denken in termen van ziekte, zorg en afhankelijkheid. Gezondheid bevorderen via een integrale aanpak Investeringen op het gebied van preventie, zorg en welzijn zijn blijvend van belang voor de gezondheid van onze inwoners. Wat werkt wordt ingezet en dat blijft de gemeente doen. Maar dit alleen is niet genoeg. Veel van de factoren die bijdragen aan een gunstig leefklimaat zijn niet direct vanuit gezondheidsbeleid te beïnvloeden. Ze vereisen maatregelen op andere beleidsterreinen zoals onderwijs, ruimtelijke ordening, sociale zaken of milieu. Andersom kan gezondheid een bijdrage leveren aan de doelstellingen van andere beleidssectoren: gezonde kinderen kunnen beter leren, gezonde inwoners kunnen eerder dan ongezonde mensen aan het werk of op andere fronten deelnemen aan het maatschappelijk leven.

Voorbeelden hiervan zijn de Gezonde school, het verbinden van gezondheidsbeleid met sport en bewegen, JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht), ‘Geweldige Wijk’ (een integrale aanpak van gezondheidsachterstanden bij kansarme gezinnen) en het Nationaal Programma Preventie ‘Alles is gezondheid’; www.allesisgezondheid.nl Verbeteren volksgezondheid: kansen benutten Het verbeteren van de volksgezondheid is een traject, waarvoor een lange adem nodig is. Voortbouwen op de nota ‘Gezond Verbonden’ is dus wenselijk. De koers voor de komende jaren zal zich daarom richten op:  De gezondheid van mensen bevorderen en chronische ziekten voorkomen door een integrale aanpak in de omgeving waarin mensen wonen, werken, leren en leven.  Preventie een prominente plaats geven in de gezondheidszorg. 19

 Gezondheidsbescherming op peil houden en nieuwe bedreigingen het hoofd bieden.  Stabiliseren of terugbrengen van gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden. Inzet op ouderen Een lokale aanpak gericht op preventieve ouderengezondheid draagt bij aan het doel om ouderen vitaal te houden en langer thuis te kunnen laten wonen. Vanuit de Wet publieke gezondheid (artikel 5a) hebben gemeenten vanaf 2010 een verantwoordelijkheid om de preventieve ouderengezondheidszorg in te richten en uit te voeren. De toenemende vergrijzende bevolking in Nederland brengt grote economische en maatschappelijke gevolgen met zich mee. Om oplossingen te ontwikkelen en te implementeren die gezond ouder worden bevorderen – van voor de geboorte tot de laatste levensfase - zijn bedrijven, zorginstellingen, kennisinstellingen en overheden met elkaar verbonden via het Healthy Ageing Network Northern Netherlands (HANNN). Gezien de ontwikkelingen en de doelstellingen binnen de Wmo (eigen regie, zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, zelfredzaamheid bevorderen, inzet op preventie en voorkomen duurdere zorg) is het belangrijk hier extra aandacht aan te besteden. Positieve gezondheid Juist de benadering van gezondheidsproblemen vanuit de gedachte van positieve gezondheid sluit helemaal aan bij het denken in 'eigen kracht' van mensen.

'Gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven'. In dit nieuwe concept van gezondheid staat de mens centraal, niet de ziekte. Mensen voelen zich in hun kracht aangesproken en niet in hun zwakte. Ook al heeft iemand een diagnose van een ziekte, er is een heel groot gebied waar hij of zij wel gezond is. Die gezondheid kan nog versterkt worden. --Sport en het sociaal domein Allemaal meedoen is belangrijk voor een vitale samenleving en haar sociale samenhang. Gelukkig zijn er veel mensen die nog kunnen en mogen bewegen en/of sporten. Sterker nog, steeds meer zien we niet alleen kansen voor de sporter zelf, maar ook voor de samenleving als geheel. Sport heeft namelijk de kracht om onze inwoners uit alle lagen van de bevolking letterlijk en figuurlijk in beweging te krijgen en te houden. Een samenleving waar de jeugd haar talenten – op school, maar ook daarbuiten maximaal ontwikkelt. Een samenleving met sterke maatschappelijke verbondenheid, vitale werknemers, een laag ziekteverzuim en bloeiende organisaties met professionals en vrijwilligers die zich daarvoor inzetten. Meedoen in al zijn facetten. Sport en bewegen helpt om de samenleving nog beter te maken. Bij steeds meer mensen neemt gezond leven – en daarmee sport en bewegen – een belangrijke plaats in hun leven in.

In onze samenleving wordt in de zorg steeds meer een beroep gedaan op eigen vitaliteit en die van familie en/of buren. Vitaliteit is daarbij een belangrijke economische factor, sport en bewegen zijn daarbij een belangrijke grondstof. Sport en bewegen mag dus niet ontbreken als een belangrijk thema in het sociaal domein. Sport en bewegen draagt bij aan participatie en verbinding Sport en bewegen heeft de kracht om mensen te bereiken en te verbinden. Hierbij kun je denken aan kwetsbare groepen zoals ouderen, mensen in een armoedesituatie, chronisch 20

zieken, mensen met een lichamelijke en/of geestelijke beperking, mensen die onze cultuur nog niet zo goed kennen en doordoor onvoldoende (kunnen) participeren in onze samenleving. Sporten en bewegen heeft (onder de juiste voorwaarden) een positieve invloed op de zelfredzaamheid en participatie van kwetsbare groepen. Dit willen we doen door de regie te nemen om partijen met elkaar te verbinden om samen effectieve interventies te initiëren die daadwerkelijk iets in beweging zetten. Hierbij kunnen we gebruik maken van de specifieke kennis die op dit terrein beschikbaar is op provinciaal niveau en de ondersteuning die hierin geboden wordt. In opdracht van het ministerie van VWS is het programma ‘Grenzeloos Actief’ ontwikkeld, waarin regionale samenwerkingsverbanden een belangrijke rol hebben. Bij de organisatie van het sociale netwerk willen we de bestaande netwerken ook meer met elkaar verbinden. Sportverenigingen maken hier net als buurtverenigingen, vrijwilligersorganisaties, scholen, wijkcentra etc. onderdeel van uit. Door deze netwerken te benutten en waar nodig te ondersteunen en met elkaar te laten samenwerken wordt een bijdrage geleverd om mensen zo lang mogelijk zelfredzaam te laten zijn en te participeren in de samenleving. Sport en bewegen draagt bij aan preventieve gezondheid en daling zorgkosten Sport en bewegen is gezond.

De waarde van sport en gezond bewegen voor de preventieve volksgezondheid wordt steeds duidelijker. Net als stoppen met roken en gezond eten is ook sport en bewegen een belangrijke factor. Het bestrijden van bewegingsarmoede en sportbeoefening en het stimuleren van sportbeoefening is daarom van belang. De investeringen in de gezondheid van de burger verdienen zich terug door een betere kwaliteit van leven en minder kosten voor de maatschappij en de zorg. Het doel is om zoveel mogelijk mensen dagelijks minimaal een half uur intensief te laten bewegen en de jeugd een uur te laten sporten per dag. We willen daarom samen met onze partners (lokaal en provinciaal) werken aan een gezonde omgeving waarin structureel aandacht is voor een gezonde leefstijl, gezond gewicht en voldoende beweging. Daarbij wordt gekeken naar de verbreding van JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht) naar DOGG (Drenthe op Gezond Gewicht), waarbij dus ook aandacht is voor volwassenen en ouderen. Sport is kans bij verbetering leefbaarheid en sociale samenhang Sport heeft veel te bieden als het gaat om verbetering van de leefbaarheid in wijken, buurten en dorpen. Aantrekkelijke sport- en beweegactiviteiten in wijken, dorpen en buurten waarbij inwoners betrokken worden bij de organisatie vergroten de kans op een betere sociale cohesie. Dit kan een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van o.a.

sociaal isolement, onverdraagzaamheid, vandalisme en het gevoel van onveiligheid. Ook het aanbieden van een sportief alternatief voor bepaalde groepen (bijv. overlast veroorzakende jongeren of eenzame ouderen) bevordert de leefbaarheid. Dit willen we doen door het ondersteunen van sportverenigingen die open staan voor samenwerking met verschillende partijen in wijken en die willen bijdragen aan maatschappelijke doelen. De combinatiefunctionaris kan daarbij als verbinder optreden. Betaalbaar sportaanbod biedt kansen op persoonlijke ontwikkeling Sport vindt nog steeds voor een groot deel plaats binnen de sportvereniging. De jeugd is zelfs voor 90% van haar sportbeoefening aangewezen op de sportvereniging. Voor veel mensen met een lage sociaal-economische status (SES) is de sportvereniging het enige betaalbare alternatief voor deelname aan georganiseerde sport. Het grote vrijwilligerskarakter en de grote varieteit aan werkzaamheden bij de sportverenigingen 21

biedt kansen voor mensen om zich over het algemeen op een andere wijze dan op het werk in te zetten en hieruit persoonlijke voldoening te halen. Sportverenigingen bieden ook een unieke omgeving voor sociale activering en re-integratie. De vereniging is nog steeds het hart van de sportbeoefening en de ontwikkel en vindplaats van talent. Als gemeente richten we ons op het verlagen van drempels om zo de sportdeelname te bevorderen. Vereniging is vindplaats in het voorliggend veld Sportbeoefening onder begeleiding van gekwalificeerd kader staat garant voor een kwalitatief goede en verantwoorde sportbeoefening. Betere pedagogische begeleiding van de jeugd zorgt voor minder sportblessures en leukere sportlessen en bevordert een leven lang sporten. Goed kader vormt de jeugd ook als het gaat om het bijbrengen van normen en waarden. Goed kader kan ook die belangrijke signaalfunctie zijn in het voorliggende veld van het sociaal domein. Om dit allemaal te kunnen realiseren is er voldoende opgeleid sporttechnisch en arbitraal kader nodig. Aandacht voor het werven, opleiden en behouden van kader in de sport is daarom van belang. Om hier inhoud aan te geven worden sportverenigingen ondersteund bij de implementatie van diensten en producten die de kwaliteit van sportverenigingen vergroot en/of hen ontzorgt, zoals bijv. ‘Meer Vrijwilligers in Korte Tijd.

Ook het (laten) begeleiden van verenigingen van beleidsplan tot en met het introduceren en implementeren van een vernieuwend sport- en beweegaanbod is een ontwikkeling. De sport(vereniging) in de jeugdketen Die best passende oplossing voor Meppel wordt ook beïnvloed door het initiatief dat wordt ontwikkeld over het gebruik van Sport in de jeugdketen. Sportverenigingen zijn belangrijke ontmoetingsplaatsen voor jongeren. Decentralisatie zorgt op dit moment voor meer aandacht van het voorliggend veld . Dit geldt in algemene zin maak zeker ook ten aanzien van jeugd. De sportvereniging is een belangrijke voorziening in het voorliggend veld. De sportvereniging kan dan ook een belangrijke(re) rol spelen in het voorkomen van individuele zorgtrajecten. We denken uiteindelijk aan vier resultaten: 1. Realisatie van een veilig sportklimaat voor alle kinderen in Drenthe 2. Vroegtijdig signaleren en afstemmen van mogelijke problematiek 3. Tegengaan uitval bij de sportvereniging 4. Ontwikkelen van laagdrempelige, geïntegreerde zorgtrajecten binnen de sportvereniging. Met als belangrijkste effect dat er minder jongeren in zorgtrajecten terecht komen. Vanwege de positieve ervaringen met POD in het onderwijs, wil de provincie Drenthe de kennis uit POD nu ook beschikbaar maken voor de sportverenigingen in Drenthe (POD Sport).

Binnen de pilots worden de POD interventies uitgeprobeerd voor sportverenigingen en verder ontwikkeld voor de sportcontext.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=81f7468f-4c2b-4210-ae7a-384ab9e46d64