1.104.3 College - 26.3 Bijlage 3 - Document over kaders en effectmonitoring
Tekst van het document
1
Over kaders en effectmonitoring 11 september 2017
De kaders Meppel kent 24 raadskaders sociaal domein. Deze zijn opgesteld tijdens de voorbereiding op de decentralisaties in 2014. Zij hebben de afgelopen jaren hun functie gehad in de sturing van de uitvoering van de gedecentraliseerde taken, de transitie. Inmiddels is de nadruk meer komen te liggen op de transformatie, de omvorming van de zorg. Daarom is de vraag gesteld of de bestaande raadskaders nog voldoen. Om deze vraag te beantwoorden heeft de griffie twee sessies georganiseerd. Hieraan hebben de woordvoerders sociaal domein, de voorzitter van de Rekenkamer en enkele ambtenaren deelgenomen. Zij hebben, met een technische blik, de raadskaders op functie en doel onder de loep genomen. De uitkomsten van die sessies en het huiswerk dat aan de ambtenaren is gegeven, wordt hier gepresenteerd. In de kern komt het erop neer dat de helft van de kaders achterhaald was en dat een deel van de resterende kaders een herformulering behoefde. Een herijking dus, geënt op de transformatie en de vragen die nu relevant zijn. Leidende ideeën waren dat de kaders: • meer gericht moeten zijn op maatschappelijke effecten (dan op organisatorische of instrumentele vereisten); • meer sturingsgericht en daarom minder omvangrijk moeten zijn; • nauw verbonden moeten zijn aan monitoring en de gewenste effecten van het beleid (verwoord in de notitie sociaal domein).
Daartoe is nu een voorstel gemaakt voor een aangepaste set raadskaders, waarbij een deel van de bestaande raadskaders is geschrapt (omdat die geen functie meer hebben) en een ander deel is vernieuwd (aangepast aan de hiervoor beschreven uitgangspunten). Geschrapt zijn de raadskaders 3, 6, 10, 11, 12, 14, 16, 19 en 22. De overige zijn geherformuleerd, geconcretiseerd, geabstraheerd, aangescherpt, en wat dies meer zij.
De effectenmonitor Tegelijk met het denken over de kaders werd ook nagedacht over de gewenste monitor Sociaal Domein. Deels kende deze dezelfde uitgangspunten als de herijking van de kaders, deels hier en daar wat explicieter nog: • De monitor moet overzichtelijk, transparant en eenvoudig zijn; • In de monitor moet de inhoud centraal staan, niet de cijfers; • De monitor gaat over effectmeting; • Voor de monitor geldt “Less is more”; • Er moet samenhang en integraliteit zijn; • Voor de indicatoren in de monitor moeten degelijke bronnen beschikbaar zijn; • De monitor moet flexibel zijn en kunnen dienen als kapstok. In de effectenmonitor zijn vijf niveaus gekozen. Per niveau is benoemd wat belangrijk is, rekening houdend met de meetbaarheid én met de kaders in het achterhoofd. Hieronder staat links de omschrijving van het niveau en rechts de kaders die erbij horen: Niveau A
Effecten op cliënten
B
Effecten op de samenleving
Kaders: Zelfredzaamheid De overbelasting van mantelzorgers Leefbaarheid
2
C D
Cliënttevredenheid, dienstverlening en communicatie Organisatorische transformatie
E
Volumes en budgetten
Buurtparticipatie Sociale samenhang Bekendheid met de toegang Snelle, passende en goede dienstverlening De uitvoeringscoördinatie De ketensamenwerking Erop af! Preventie en vroegsignalering De verschuiving van zware naar lichtere vormen van zorg
Deze vijf niveaus zijn de basis van de monitor. Per niveau zijn twee a drie kaders die op hoofdlijn de inhoud vangen. Van elk niveau is een “praatplaat” gemaakt over de kaders. Het idee is de praatplaten als onderwerp van gesprek periodiek in de raad te bespreken. Hierbij kunnen ook deelnemers uit de samenleving worden uitgenodigd. Voor de goede orde zij vermeld dat de onderzoeksfrequentie van de meeste onderzoeken één a twee jaar is. Incidentele verdieping, vanuit de actualiteit, is mogelijk en kan als detail-praatplaat in de monitor gehangen worden.
De notitie Sociaal Domein, de kaders en de effectenmonitor Behalve met monitoring is ook het verband met de notitie sociaal domein en de daar beschreven doelen en opgaven relevant. De notitie kent drie opgaven: A. Kracht van de samenleving –preventie; vroegtijdige signalering; sociale samenhang; eigen kracht en netwerk. B. Ondersteuning op maat –integrale toegang; adequate aanpak enkelvoudige problematiek; integrale aanpak complexe problematiek. C. Efficiency en samenhang –kwaliteit van hulp (slimme combinaties); effectieve randvoorwaarden (maatwerk, 1 gezin-1 plan- 1 contactpersoon, verlaging administratieve lasten, e.d.) Deze opgaven en doelen zijn gemakkelijk te relateren aan de genoemde niveaus: Opgave Kracht van de samenleving
Ondersteuning op maat
Efficiency en samenhang
Preventie Vroegtijdige signalering Sociale samenhang Eigen kracht en netwerk Integrale toegang Adequate aanpak enkelvoudig Integrale aanpak complex Effectieve randvoorwaarden
Niveau E Volumes en budgetten E Volumes en budgetten B Samenleving A Individuele cliënten C Dienstverlening C Dienstverlening C Dienstverlening D Organisatorische zaken