CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.104.2 College - 26.2 Bijlage 2 - Voorstel raadskaders en onderbouwing

1 - RAADSVERGADERING 23 april 2026, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen4.307 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel raadskaders en onderbouwing November 2017

1. Aanleiding en overzicht Op 19 januari 2017 is een themabijeenkomst gehouden van de Raadscommissie Sociaal Domein, die in het teken stond van de “Voortgang Sociaal Domein”. Tijdens deze bijeenkomst is stilgestaan bij de actualiteit van de huidige kaders en het monitoren van het Sociaal Domein. Hier is toen de afspraak gemaakt dat de woordvoerders sociaal domein en de RKC samen met ondersteuning vanuit de organisatie nader zouden kijken naar de kaders (in hoeverre nog actueel en/ of goed geformuleerd) en te zoeken naar een monitor methode. Op 7 maart 2017 en op 30 mei 2017 zijn de woordvoerders bijeen geweest om te spreken over het schrappen en actualiseren van kaders. Daarnaast zijn de woordvoerders meegenomen in een mogelijke monitor sociaal domein. In de bijeenkomst van 30 mei is afgesproken dat vanuit de organisatie een voorzet zou worden gedaan voor een set nieuwe en meetbare kaders, geënt op de fase van transformatie en op maatschappelijke effecten. In een technische themabijeenkomst zouden de resultaten worden toegelicht aan de gehele Raad. In de tussentijd is ook de Notitie Sociaal Domein in de besluitvorming gebracht en na behandeling in het college van B&W is deze notitie voor het zomerreces aangeboden voor behandeling in de gemeenteraad.

Afgesproken is om deze notitie nog even aan te houden tot na de themabijeenkomst van de raadscommissie Sociaal Domein (omdat e.e.a. met elkaar samenhangt). Op 21 september jl. is deze themabijeenkomst gehouden. Dit gaf aanleiding tot vragen. Hoe waren deze nieuwe kaders tot stand gekomen? Waarom deze? Wat was er met de oude kaders gebeurd? Vandaar hierbij het hoe, wat, waarom en hoezo bij de route van de oude naar de nieuwe kaders. Overzicht Deze notitie gaat allereerst in op de bedoeling achter de raadskaders en op de uitgangspunten daarbij (paragraaf 2). De werkwijze rond de kaders en de monitoring wordt uit de doeken gedaan (paragraaf 3) en de samenhang met de notitie sociaal domein (paragraaf 4). Vervolgens worden de nieuwe kaders beschreven. In elk kader zijn de relevante sleutelwoorden opgenomen en zijn deze verbreed naar hun context binnen het Sociaal Domein, zodat het waarom van elk kader duidelijk wordt (paragraaf 5). In paragraaf 6 worden alle huidige kaders weergegeven. Per kader volgen de overwegingen die meespeelden in relatie tot de nieuwe kaders.

1

2. Doelen en uitgangspunten Voorop staat dat de nieuwe kaders vormgeven aan: 1. de kaderstellende en controlerende rol van de Raad; 2. de uitgangspunten van de decentralisaties, verwoord in de transformatiedoelen en in het uitvoeringsplan; 3. het vastgestelde beleid, verwoord in de recente Notitie Sociaal Domein. De gemeenteraad heeft drie rollen: kaderstellen, controleren en het vertegenwoordigen van inwoners. Wat betekenen deze rollen voor de vormgeving van de raadskaders? Vanuit de kaderstellende rol zullen raadskaders voor het sociaal domein moeten aansluiten bij en richting geven aan de kerndoelen van het sociaal domein. De kaders geven daarmee de voor de Raad belangrijkste zaken aan. Het moeten er dan ook niet te veel zijn. En ze dienen zich te richten op maatschappelijke effecten, want het gaat uiteindelijk om wat in de samenleving wordt bereikt, niet per se om de vorm. Vanuit de controlerende rol is van belang dat de Raad kan volgen en toetsen of deze maatschappelijke effecten worden gerealiseerd en zo niet, wat daarvoor de verklaring is. Dit vereist een daarop toegespitste werkwijze. We meten niet om het meten, maar bieden gericht inzicht in de realiteit om daarmee tot betere maatschappelijke effecten te komen. Daarom hanteren we de volgende uitgangspunten bij de raadskaders: 1.

Hoofdlijnen: raadskaders dienen aan te sluiten bij de kern van en de belangrijkste doelen in het sociaal domein; 2. Less is more: het aantal kaders moet niet te groot zijn; 3. Relevantie en betrouwbaarheid: monitoring moet relevant inzicht bieden. Daarnaast is het uitgangspunt dat de nieuwe kaders niet principieel afwijken van de huidige kaders en dat ze passen bij de transformatiefase, zoals de huidige kaders passen bij de transitiefase.

2

3. Werkwijze De werkwijze rond monitoring van de raadskaders is gebaseerd op dezelfde uitgangspunten als die rond de inhoud: hoofdlijnen, less is more, relevantie en betrouwbaarheid. Deze werkwijze kent twee fasen. De eerste fase bestaat uit het presenteren van een beperkte set gegevens, een Effectenmonitor Sociaal Domein die bestaat uit praatplaten waarin de voorgestelde kaders aan de orde komen. De resultaten worden eenvoudig verbeeld (middels smileys). De smileys tonen of sprake is van: a. voor- of achteruitgang (in de tijd); b. een score boven of onder een referentiegroep. Door de uitkomsten te visualiseren zijn aandachtspunten eenvoudig te destilleren en ligt het voor de hand om juist die kaders te agenderen voor nadere bespreking. Naar aanleiding van dit overzicht wordt bepaald of en, zo ja, met wie een gesprek wordt gevoerd over de stand van zaken rond bepaalde raadskaders. Dit is de tweede fase. In dat gesprek wordt ingegaan op de wereld achter de gegevens. De meeste kaders worden structureel gemonitord, over enkele organisatorische kaders wordt de stand periodiek of incidenteel gerapporteerd. Door deze werkwijze wordt ons inziens optimaal recht gedaan aan de sturende en de controlerende rol van de Raad. Allereerst vindt monitoring plaats op de belangrijkste kaders van de Raad. Monitoring is beknopt en overzichtelijk, visueel vormgegeven.

De focus ligt bij de hoofdlijnen. Tegelijkertijd zijn alle relevante gegevens, waarop de monitor is gebaseerd, als achtergrond beschikbaar. Ten allen tijde kan dus worden getoetst of de eenvoudige verbeelding (middels smileys) correspondeert met de onderliggende cijfers en andere gegevens. Transparantie staat voorop. Ten tweede is voorzien in aandacht voor verklaringen van constateringen. De cijfers staan niet op zichzelf. Als de monitor opvallende uitkomsten te zien geeft, naar het oordeel van de Raad, dan wordt daarover een gesprek met betrokkenen georganiseerd. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de gevoelde overbelasting van mantelzorgers of over de ervaren eigen kracht en zelfredzaamheid van cliënten. Door als Raad (of commissie) met betrokkenen in te gaan op de interpretatie van uitkomsten, wordt het verhaal achter de cijfers zichtbaar. Dit kan de Raad helpen in haar controlerende en haar sturende rol.

3

4. Samenhang met de notitie Sociaal Domein Relevant is het verband met de notitie Sociaal Domein. Pasten de kaders uit 2014 en de notitie Sociaal Domein uit hetzelfde jaar bij de transitie, zo passen de nieuwe kaders en de nieuwe notitie Sociaal Domein veel meer bij de transformatie. De belangrijkste hoofdlijnen van de transformatie vervat in de nieuwe kaders komen terug in de drie grote opgaven, zoals beschreven in de notitie Sociaal Domein. Onderstaand overzicht maakt dit zichtbaar. De notitie kent drie opgaven: A. De kracht van de samenleving: De kracht van de samenleving is van belang in het kader van preventie en vroeg signalering, zorg nabij, zelfredzaamheid en het eigen netwerk. Over deze begrippen wordt informatie gegenereerd vanuit de kaders 1, 2, 3, 4, 5 en 6, 10.

B. Ondersteuning op maat Ondersteuning op maat hangt nauw samen met een integrale toegang en met de adequate aanpak van zowel enkelvoudige problematiek als van de complexe problematiek. Hierover wordt informatie gegenereerd vanuit de kaders 1, 7, 8, 9, 10, en 11.

C. Efficiency en samenhang Efficiency en samenhang stoelen op de kwaliteit van hulp (slimme combinaties via de transformatieopgaven), maatwerk, de uitvoeringsregie en optimale dienstverlening. Informatie hierover volgt vanuit de kaders 6, 9, 11 en 12.

4

5. Voorstel voor de nieuwe set kaders De nieuwe set kaders is ontstaan door de oude kaders tegen het licht te houden. Tijdens twee avonden met de woordvoerders sociaal domein werden 9 van de 24 kaders geschrapt. Over de overige 15 is afgesproken vanuit de ambtelijke organisatie een voorzet te doen voor een set nieuwe, geactualiseerde kaders, die aansluiten bij de fase van transformatie en meer geënt zijn op maatschappelijke effecten. De kaders zijn bewust algemeen geformuleerd via begrippen met een grote reikwijdte, net als de huidige. Daarmee zijn ze langer houdbaar en kunnen ze over langere tijd gemonitord worden. Bovendien kan vanuit de monitoring op hoofdlijnen (algemene begrippen) bepaald worden of het, gezien bepaalde uitkomsten, raadzaam is verder in te zoomen en specifiek onderzoek op een deelterrein te verrichten. De kaders zijn niet SMART gemaakt om te voorkomen dat cijfers gaan prevaleren boven inhoud. Dit neemt niet weg dat elk kader meetbaar en objectiveerbaar is gemaakt. Voor een goede monitoring en toetsing is dat noodzakelijk. Om die verbinding duidelijk te maken, is bij elk kader aangegeven hoe de operationalisering en meetwijze plaatsvindt. De meeste kaders worden structureel gemeten; enkele zijn meer specifiek en kennen een incidentele meetwijze. De onderstaande set van dertien kaders richt zich op vijf relevante niveaus: A.

Over het (het welzijn van) de individuele cliënt; B. Over de vitaliteit van onze samenleving; C. Over onze dienstverlening (cliënttevredenheid); D. Over de organisatorische transformatie; E. Over effectiviteit. Met deze vijf niveaus wordt zicht geboden op zowel de individu als op de samenleving als geheel, op zowel het WAT (welzijn en vitaliteit) als het HOE (dienstverlening en wijze van organiseren), op zowel organisatie als middelen (efficiency en doelmatigheid). Daarmee dekken de kaders alle relevante vragen af. Binnen elk van de vijf niveaus zijn kaders geformuleerd, die aansluiten bij de essentie van (de transformatie in) het sociaal domein. Bij niveau A gaat het om de zelfredzaamheid en eigen regie van de individuele cliënt en de (over)belasting van de mantelzorger. Bij niveau B gaat het om de belangrijkste begrippen rond opgave A uit de notitie sociaal domein: sociale samenhang en meedoen of participatie. Bij niveau C gaat het om cliënttevredenheid ten aanzien van de toegankelijkheid van de zorg en of mensen passende zorg hebben ontvangen. Bij niveau D gaat het om de belangrijkste organisatorische werkwijzen: één gezin, één plan, één regisseur (bij complexe situaties), eropaf (bij enkelvoudige situaties) en ketensamenwerking. Bij niveau E gaat het om de verschuiving van zwaardere (en duurdere) vormen van zorg naar lichtere.

De onderstaande raadskaders wijken niet essentieel af van de huidige raadskaders, die hun werk in de fase van transitie hebben gedaan. Het aantal raadskaders is verminderd, ze zijn expliciet gericht op de transformatie in het sociaal domein en ze zijn meer dan voorheen gericht op maatschappelijke effecten. Indien vanuit uw Raad nieuwe kaders worden voorgesteld om toe te voegen, niet geënt op de huidige, dan is dat uiteraard mogelijk. Overigens is het aantrekkelijke van de voorgestelde werkwijze dat het leidt tot een meer inhoudelijke informatie-uitwisseling in plaats van een technocratische op basis van cijfers. Relevante zaken kunnen daarbij eenvoudig aan de orde gesteld worden. Door de woordvoerders Sociaal Domein zijn bijvoorbeeld als mogelijke nieuwe thema’s voor de nieuwe kaderset innovatie en robotisering/domotica genoemd. In dít document zijn dergelijke nieuwe kaders niet opgenomen, omdat de opdracht was te werken op basis van de huidige kaders. Eén door de woordvoerders geschrapt kader (nummer 12, over lokale PGB’s) wordt inmiddels als alsnog te handhaven genoemd. 5

De nieuwe set kaders met hun meetwijze, ingedeeld naar de vijf niveaus.

Over het welzijn van onze inwoners Kader 1 We streven naar maximale regie van mensen over hun leven. We vinden het belangrijk dat inwoners die de regie (dreigen te) verliezen, ondersteund worden om zo snel en zo goed mogelijk (binnen de grenzen van hun mogelijkheden) hun leven zo zelfstandig mogelijk te kunnen leiden. Daarom zetten we in op eigen kracht en zelfredzaamheid (samenredzaamheid/welbevinden). Toetsing: Toetsing van dit kader is mogelijk via drie vaste vragen in het Cliëntervaringsonderzoek vanuit de Wmo. Daarnaast wordt gezocht naar een instrument om meer grip te krijgen op het effect van begeleiding of ondersteuning. Onderzocht worden onder andere de mogelijkheden van de Zelfredzaamheidsmatrix en van het instrument Menselijke Maat. Afhankelijk van de gemaakte keuze kunnen de, uit aanvullende meetwijzes voortvloeiende inzichten, worden opgenomen in de monitoring. Voorop staat dat er meer grip op en inzicht in het effect van geboden voorzieningen ontstaat. Draagt het beleid bij aan het welbevinden/zelfredzaamheid/regie (of woorden van die strekking)?

Kader 2 Gezondheid is essentieel voor het welzijn van mensen. We hechten eraan een gezonde leefstijl te stimuleren. Eens in de vier à vijf jaar onderzoekt de GGD de volksgezondheid in alle Drentse gemeenten in drie onderzoeken (jeugd, volwassenen en ouderen). Relevante uitkomsten worden incidenteel in de monitor opgenomen.

Kader 3 Wederkerigheid. Wij verwachten van uitkeringsgerechtigden dat zij er alles aan doen om aan het werk te komen. Daarnaast vragen wij bijstandsgerechtigden zelf een plan te maken voor hun tegenprestatie voor de ontvangen bijstand. Met als uitgangspunt dat er geen verdringing van betaald werk plaatsvindt. Toetsing: Dit is de standaardwerkwijze van de reintegratie-coaches. In verband met hoge administratieve last bij dit type functies is er tot nu toe voor gekozen hierover niets vast te leggen. Meting is daarom op dit moment niet mogelijk. Over de werkwijze en de toepassing van wederkerigheid en tegenprestatie kan op verzoek worden gerapporteerd.

Kader 4 Mantelzorgers zijn essentieel voor de informele zorg, dichtbij, die mensen vanuit hun eigen netwerk ontvangen. Wij vinden het belangrijk dat mantelzorgers de noodzakelijke ondersteuning krijgen zodat zij hun zorg optimaal kunnen voortzetten. Toetsing: Via het Burgerbelevingsonderzoek is stelselmatige tweejaarlijkse toetsing en monitoring van dit kader mogelijk.

6

Over de vitaliteit van onze samenleving Kader 5 In de gekantelde zorg speelt de nabije omgeving van onze inwoners een grote rol in hun welbevinden. We zetten in op een leefbare, vitale wijken, buurten en dorp. Leefbaarheid, sociale samenhang en buurtparticipatie zijn daarbij sleutelbegrippen. Toetsing: Leefbaarheid (sociale verloedering, fysieke verloedering en verkeersoverlast), sociale samenhang en buurtparticipatie zijn tweejaarlijks te toetsen via het burgerbelevingsonderzoek. Kader 6 Meedoen hoort bij een gezonde vitale samenleving. Wij stimuleren mensen om actief te zijn als vrijwilliger. Toetsing: Het percentage inwoners dat actief deelneemt aan het vrijwilligerswerk is te monitoren op basis van het Burgerbelevingsonderzoek.

Over onze dienstverlening Kader 7 Optimale ondersteuning begint bij de toegankelijkheid en bereikbaarheid van zorg. Inwoners moeten de weg naar zorg moeiteloos kunnen vinden en bereiken. Toetsing: Dit kader is voor wat betreft de Wmo te toetsen va het jaarlijkse Cliëntervaringsonderzoek. Kader 8 Inzet op goed georganiseerde snelle, passende en goede dienstverlening is belangrijk en verdient onze voortdurende aandacht. Hierbij vinden we de ervaring van inwoners steekhoudend. Hiertoe behoort het beperken van regeldruk en administratieve lasten. Toetsing: De snelheid, passendheid en kwaliteit van de dienstverlening worden, voor de Wmo, uitgevraagd in het jaarlijkse Cliëntervaringsonderzoek en zijn daardoor stelselmatig te monitoren. Regeldruk en administratieve lasten worden op dit moment niet gemeten. Over de werkwijze rond beperking van administratieve lasten van cliënten kan op verzoek worden gerapporteerd.

Over de organisatorische transformatie Kader 9 We zetten in op adequate coördinatie van de uitvoering, volgens de werkwijze één gezin, één plan, één regisseur. Toetsing: Via kwalitatief onderzoek.

7

Kader 10 Eropaf! We stimuleren preventie, vroegtijdig signaleren en ingrijpen om beroep op zwaardere zorg te voorkomen. Iedereen, bewoners en professionals, betrekken we bij het signaleren en vroegtijdig aanpakken van problemen van mensen. Toetsing: Via kwalitatief onderzoek. Kader 11 Zorg, ondersteuning en begeleiding kan een samenwerking van meerdere organisaties en partijen zijn, zeker in complexere situaties. Organisaties dienen gericht te zijn op de vraag en de aanpak in een samenhangende keten van samenwerking. Toetsing: Via kwalitatief onderzoek.

Over effectiviteit Kader 12 De betaalbaarheid van de zorg in het licht van de toenemende vraag naar zorg vergt onze waakzaamheid. De verschuiving van zwaardere vormen van zorg naar lichtere vormen van zorg is één van de pijlers van de transformatie. Deze verschuiving naar lichtere zorg veronderstelt vroegtijdig en effectief handelen, waarbij passende zorg wordt geboden. We willen grip krijgen op de verschuiving. Toetsing: Kant-en-klare toetsing is nog niet beschikbaar. Zoekend naar manieren om zorg, zwaar en licht, op een stabiele, eenduidige wijze te tellen. Kader 13 Kleine aanbieders (lokaal, identiteitsgebonden en voor een specifieke doelgroep) houden het zorglandschap innovatief en scherp. De wijze van inkopen dient ruimte te bieden aan kleine, innovatieve aanbieders – mits ze voldoen aan basale kwaliteitseisen. Toetsing: In de jeugdzorg kan iedere hulpverlener (mits voldoend aan basale kwaliteitscriteria) zich inschrijven als zorgaanbieder jeugd. Dit kan tijdens vier instapmomenten per jaar. Voor alle zorgaanbieders gelden dezelfde tarieven. De daadwerkelijke opdracht komt tot stand op basis van de keuze van de ouders. Op dit moment delen zeven gemeenten een “poule” van 150 zorgaanbieders voor jeugdigen. De werkwijze is transparant en uitgebreid geadministreerd. Binnen de Wmo wordt dezelfde werkwijze gehanteerd.

Het enige verschil is dat er geen instapmomenten zijn, maar dat gewerkt wordt met een aanbestedingsperiode. Monitoring of periodieke toetsing is niet van toepassing. Over de werkwijze en de positie van kleine aanbieders kan op verzoek worden gerapporteerd.

8

6. Toelichting bij de kaders uit 2014 Kader 1 Wederkerigheid. Wij verwachten van uitkeringsgerechtigden dat zij er alles aan doen om aan het werk te komen. Daarnaast vragen wij bijstandsgerechtigden zelf een plan te maken voor hun tegenprestatie voor de ontvangen bijstand. Met als uitgangspunt dat er geen verdringing van betaald werk plaatsvindt. Overwegingen: Wederkerigheid en een afspraak voor een tegenprestatie is geborgd in de werkwijze van de re-integratiecoaches en wordt voor elke binnenkomende cliënt omschreven in een plan van aanpak. In de notitie Sociaal Domein wordt hierop ingegaan in paragraaf c.3. Dit kader leent zich niet voor periodieke monitoring. Het is beleidsmatig vastgelegd en in de uitvoering geïncorporeerd. Meting is daarom op dit moment niet mogelijk. Over de werkwijze en de toepassing van wederkerigheid en tegenprestatie kan op verzoek worden gerapporteerd.

Kader 2 Wij stimuleren om de eigen kracht van inwoners te bevorderen. Daarbij gaan we uit van minder bureaucratie, meer slimme combinaties en een beperktere rol van de gemeente. Waarbij naast de 3 D's ook passend onderwijs wordt betrokken. Overwegingen: Zeer divers kader, waarvan de meetbaarheid moeizaam is. Eigen kracht is geen term die in de huidige beschikbare onderzoeksbronnen voorkomt. Om het kader toetsbaar te maken zou aanvullend onderzoek nodig zijn. Alternatief is om in de nieuwe set kaders te werken met het begrip zelfredzaamheid. Hoewel de strekking iets anders is, zijn de begrippen nauw verwant waardoor het aannemelijk is dat bij acceptabele scores op zelfredzaamheid, eigen kracht niet direct aanleiding zal geven tot zorg. Over zelfredzaamheid is vanuit het verplichte jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek (Wmo) te rapporteren. Daarnaast kan het verder uitgewerkt worden door waar mogelijk en zinvol met instrumenten als de ZelfRedzaamsheidsMatrix (meting op ruim tien leefdomeinen van mensen) of de Menselijke Maat (uitgaande van het welbevinden van mensen met autonomie, competenties en verbinding met anderen als indicatoren) te gaan werken. Voorstel is om dit kader toe te spitsen op zelfredzaamheid, welbevinden, regie of dergelijke (afhankelijk van de insteek van de meest passende meetwijze) en de toetsing op te nemen in de Effectenmonitor.

Kader 3 Wij bieden een samenhangend stelsel van voorzieningen. Overwegingen: Tijdens het woordvoerdersoverleg als uitgevoerd beschouwd en geschrapt. Kader 4 We stimuleren initiatieven om de eigen kracht van inwoners te bevorderen en onderkennen het belang van een gezonde leefstijl. Overwegingen: Zoals gezegd zijn in de huidige bronnen geen gegevens over “eigen Kracht” beschikbaar. Vanwege de verwantschap met zelfredzaamheid is het voorstel om dit laatste begrip als centraal begrip te gebruiken. Het belang van een gezonde leefstijl is geborgd in diverse beleidsnotities die daarmee annex zijn, van sociaal domein (paragraaf a.1.) tot sport en volksgezondheid. Voorstel is om dit kader op te nemen in kader 2. 9

Kader 5 We zoeken ondersteuning in de directe sociale omgeving. Mantelzorgers krijgen in de toekomst de noodzakelijke ondersteuning zodat zij hun zorg kunnen voortzetten. Vrijwilligers worden gefaciliteerd. Overwegingen: De ondersteuning van mantelzorgers en de deelname aan vrijwilligerswerk worden gemeten in het burgerbelevingsonderzoek. De deelname aan vrijwilligerswerk is beter meetbaar dan de mate van het faciliteren van vrijwilligers. Voorstel is om een kader op te nemen over de ondersteuning van mantelzorgers en een kader over de deelname aan vrijwilligerswerk. Ook een drietal sleutelbegrippen (leefbaarheid, sociale cohesie en buurtparticipatie) over de sociale gezondheid van een gemeenschap verdient aanbeveling. Kader 6 We stimuleren de ontwikkeling en het gebruik van toegankelijke algemene voorzieningen in Meppel. Zonder ingewikkelde aanvraagprocedure of indicatie is het mogelijk hiervan gebruik te maken. Overwegingen: Tijdens het woordvoerdersoverleg als uitgevoerd beschouwd en geschrapt. Kader 7 Eropaf! We stimuleren preventie, vroegtijdig signaleren en ingrijpen om beroep op zwaardere zorg te voorkomen. De professionals in buurten, wijken en dorp vervullen een signaalrol. Overwegingen: Preventie en vroegsignalering zijn essentiële werkwijzen in de transformatie. Voorstel is om dit kader op te nemen in de nieuwe set van kaders.

Kader 8 Om de leefbaarheid te bevorderen worden leefbaarheidsvraagstukken (zoals overlast beperken) samen met de vitale buurt, wijk of dorp opgepakt. Overwegingen: Zorg dichtbij, sociale netwerken en de directe omgeving van mensen zijn belangrijk. Vandaar het voorstel om drie sleutelbegrippen (leefbaarheid, sociale cohesie en buurtparticipatie) op te nemen om de vitaliteit van buurt, wijk of dorp te monitoren. Kader 9 We initiëren een herkenbare toegang tot voorzieningen in Meppel. Overwegingen: Toegang en bereikbaarheid zijn van blijvend belang. Het voorstel is om dit kader opnieuw op te nemen. Kader 10 We gaan uit van de mogelijkheden van onze inwoners en niet van hun beperkingen bij een ondersteuningsvraag. Overwegingen: Tijdens het woordvoerdersoverleg als uitgevoerd beschouwd en geschrapt. 10

Kader 11 Binnen de wettelijke kaders is de veronderstelling dat degene die zorg zelf kan betalen dit ook doet; een ieder dient naar vermogen bij te dragen. Overwegingen: Tijdens het woordvoerdersoverleg als uitgevoerd beschouwd en geschrapt. Kader 12 Binnen de wettelijke kaders willen wij de mogelijkheden voor lokale PGB's benutten. Overwegingen: Tijdens het woordvoerdersoverleg als uitgevoerd beschouwd en geschrapt. Kader 13 Bij de inkoop moet er ruimte zijn voor lokale, kleine en identiteitsgebonden aanbieders. Overwegingen Dit is geborgd in de werkwijze rond inkoop. Dit kader heeft zijn werk gedaan. Voorstel is het niet opnieuw op te nemen. Kader 14 Wij als gemeente zijn opdrachtgever en maken efficiënte zakelijke afspraken over de verschillende producten en activiteiten. Overwegingen: Tijdens het woordvoerdersoverleg als uitgevoerd beschouwd en geschrapt. Kader 15 Voor het opstellen en regisseren van een integraal (hulp)plan in de uitvoering van complexe casuïstiek wordt een casemanager verantwoordelijk volgens de methodiek '1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur'. Overwegingen De uitvoeringscoördinatie is essentieel in de getransformeerde werkwijze. Het voorstel is dat drie essentiële werkwijzen elk een kader vormen en een eigen plek krijgen in de Effectenmonitor Sociaal Domein.

De beide andere zijn: kader 8 preventie, vroegtijdig signaleren en ingrijpen; kader 9 ketensamenwerking. Monitoren op cijfers ligt niet voor de hand, maar door evaluerend periodiek een werkwijze onder de loep te nemen is er aandacht voor deze cruciale werkwijzen. Kader 16 Wij faciliteren netwerkregie om een efficiënte inzet van hulpverleners te bevorderen met de klant centraal. Overwegingen: Tijdens het woordvoerdersoverleg als uitgevoerd beschouwd en geschrapt.

11

Kader 17 We investeren in effectieve, kostenbesparende combinaties binnen het sociaal domein waardoor ook financiële ruimte vrijkomt voor het invullen van de taakstellingen vanuit de rijksoverheid. Overwegingen Dit kader uit 2014 is vertaald en geborgd in de verschillende transformatieopgaven. Het voorstel is om de resultaten van de transformatieopgaven waar mogelijk in de Effectenmonitor op te nemen. Dit moet zichtbaar maken hoe de transformatieopgaven bijdragen aan de gewenste effecten. Kader 18 Als Meppel moeten we ervoor zorgen dat de administratieve lasten zo laag mogelijk blijven. Overwegingen De meetbaarheid van dit kader is lastig. In de huidige onderzoeken wordt de administratieve last niet gemeten. Breder bezien draait het kader om snelle, passende en goede dienstverlening. Het voorstel is om dit kader te vertalen naar snelle, passende en goede dienstverlening. Kader 19 Nieuwe taken die voortkomen uit de decentralisaties worden binnen de over te dragen middelen uitgevoerd. Overwegingen: Tijdens het woordvoerdersoverleg als uitgevoerd beschouwd en geschrapt. Kader 20 In onze samenwerking met maatschappelijke partners staat de opdrachtgever/opdrachtnemer relatie centraal. Zakelijke afspraken met een acceptabel risicoprofiel op basis van het beoogde resultaat vormen het vertrekpunt.

Overwegingen Dit kader is geborgd in de werkwijze rond inkoop en aanbesteding met zorgaanbieders en in de werkwijze met Welzijn Mensenwerk. Dit kader heeft zijn werk gedaan. Het voorstel is om dit kader niet opnieuw op te nemen. Kader 21 Het is belangrijk om te beschikken over goede en meetbaar geformuleerde doelstellingen (SMART en/of goede parameters). De doelstellingen moeten gericht zijn op de gewenste maatschappelijke effecten waarvan de kwaliteit van dienstverlening een onderdeel is. Overwegingen Dit kader wordt geborgd in de notitie Sociaal Domein en in de Effectenmonitor. Dit kader heeft zijn werk gedaan. Het voorstel is om dit kader niet opnieuw op te nemen.

12

Kader 22 Er wordt voor 1 januari 2015 onderzocht op welke manier invulling gegeven kan worden aan een onafhankelijke "sociale ombudsfunctie". Overwegingen: Tijdens het woordvoerdersoverleg als uitgevoerd beschouwd en geschrapt. Kader 23 We benoemen een extra opdracht van 5% boven op de kortingen door het Rijk. Deze opdracht behalen door efficiency. De middelen aan te wenden voor de reserve sociaal deelfonds en versterking van het voorliggend veld. Overwegingen Dit kader is gerealiseerd en vastgelegd in de P&C cyclus. Het kader heeft zijn werk gedaan. Het voorstel is om het niet opnieuw als kader op te nemen, maar de discussie te voeren over de wijze van omgaan met financiële randvoorwaarden in het sociaal domein en de gemeentebegroting; zie overwegingen bij kader 24. Kader 24 We stellen voor een Sociaal Deelfonds (buffer) te creëren voor drie jaren om op korte termijn financiële tekorten op te vangen en op langere termijn de toenemende vraag te financieren. Overwegingen Dit kader is gerealiseerd in de reserve sociaal domein. Het voorstel is om het niet opnieuw als kader op te nemen, maar de discussie te voeren over de wijze van omgaan met financiële randvoorwaarden in het sociaal domein en de gemeentebegroting. Bij het begin van de decentralisaties is besloten om voor de eerste periode van drie jaar een reserve Sociaal Domein te creëren.

Daarmee konden tegenvallers, vanwege onzekerheden, worden opgevangen. In feite is deze reserve een risicobuffer. Het is de vraag of het wenselijk is een specifieke reserve Sociaal Domein te handhaven. Enerzijds is het risico van uitdijende uitgaven nog steeds aanwezig, al is de mate van onzekerheid t.o.v. de beginsituatie verminderd. Anderzijds bestaan ook op andere terreinen risico’s en onzekerheden, die worden afgedekt middels de algemene reserve. Voorstel is de discussie in dit verband te voeren.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=a791925f-fa6b-4eb4-bd6b-9d1e308c0d9b