1.10 Werkgroep MeppelEnergie - brief aan raad
Tekst van het document
Meppel 12 juni 2023 Van:
Werkgroep MeppelEnergie
Aan:
De gemeenteraadsleden van alle politieke partijen in Meppel
Onderwerp:
.
MeppelEnergie.
Op 21 juni 2023 vindt er een besloten vergadering plaats waarin u bijgepraat wordt over de situatie betreffende MeppelEnergie (nader te noemen als ME). Op 22 juni 2023 vindt er een openbare vergadering plaats en wordt er gestemd over de toekomst van ME. Op 18 januari 2022 heeft het college een memo geschreven aan de gemeenteraad, kenmerk 1474230/1586054. Hierin staat geschreven: “In de komende maanden zet het college in op een definitieve en toekomstbestendige oplossing voor de financiële situatie bij MeppelEnergie, die voor alle betrokken partijen acceptabel is. Daarbij hecht het college er waarde aan dat een oplossing gevonden wordt waarbij de inwoner centraal staat. Wat de toekomst ook is: warmtelevering voor de inwoners van Nieuwveense Landen is en blijft gegarandeerd”. Tevens staat er in dit memo in kader 2 laatste zin: “Door ontvlechting als randvoorwaarde op te nemen binnen dit kader wordt verzekerd dat de gemeente in de eerste plaats bevoegd gezag is en daarmee de belangen van de bewoners behartigt”. Kader 3, heeft het over: Betaalbaarheid, Betrouwbaarheid, Duurzaamheid, en Toekomstbestendigheid, Sinds kort bereiken er ons berichten via een conceptbrief van ME. Dat er zicht zou zijn op een oplossing voor ME. Inderdaad, Als u de conceptbrief leest van ME. Dan is er een gerede kans dat ME.
uit de financiële problemen geraakt en als wij het goed hebben, de gemeente voor 15 jaar gevrijwaard is van bijkomende kosten betreffende ME.
Volgens ons schuilt hier een zeer groot probleem. De betaalbaarheid: De afnemers van ME. zullen tot in de verre toekomst de hoofdprijs betalen. Nergens kunnen wij terugvinden dat de vaste kosten en de gig joule prijzen omlaaggaan. De duurzaamheid: Volgens onze berichten gaat Croonwolter en Dros over de duur van 15 jaren, miljoenen in mindering brengen ten aanzien van het warmteverlies. Dit warmteverlies is 3498 gig joule per jaar. Wij kunnen in alle redelijkheid in deze casus niet spreken van duurzaamheid. Toekomstbestendigheid: Hier schuilt het grote gevaar voor alle partijen: Er komen steeds meer berichten bij ons binnen dat afnemers van ME. het helemaal gehad hebben met ME. Veel afnemers willen weg. Er zijn afnemers die ervan overtuigd zijn dat het beter is om vastrecht te blijven betalen en daarbij een andere warmtebron te kiezen. Een aantal heeft al een warmtepomp gekocht. Tevens hebben al een aantal afnemers zelf een kachel geplaatst in hun woning. Een andere afnemer is reeds begonnen met een rechtszaak om helemaal van ME. af te komen. Al met al een zeer gevaarlijke ontwikkeling en mogelijk niet erg sociaal maar wel zeer begrijpelijk. Er zullen in de toekomst steeds minder afnemers zijn, die de lasten moeten gaan dragen. Betrouwbaarheid: Hoe betrouwbaar blijft het. Er zijn nu al disproportionele problemen met de installaties.
Hoe betrouwbaar is het na 15 jaar? De afnemers zullen gegarandeerd schade ondervinden door een slechte installatie. Al met al is er mogelijk een oplossing gekomen voor ME. maar niet voor de afnemers. Ja, als alles doorgaat, dan gaat ME. niet failliet Maar de afnemers worden er niet beter van. Wat dacht u van gedwongen winkelnering. Tevens is er bij Wet geregeld dat ook bij een eventueel faillissement, de warmte leverantie gewaarborgd blijft. De maximum ACM-prijzen zullen dan gelden maar dat doen ze nu al. De werkgroep MeppelEnergie Wil u waarschuwen dat het mogelijke akkoord tussen de verschillende partijen, in de toekomst een debacle wordt. Dit gaat niet goed komen.
Wat ons als werkgroep MeppelEnergie heel erg tegenvalt is dat het W.O.O.verzoek, verstuurd op 27 maart 2023 pas op 20 of 22 juni gehonoreerd gaat worden. Eigenlijk kunnen de afnemers dan pas inlezen maar niet meer sturen. ( Dit betreft niet de informatie van de W.H.O.A. procedure) Er zal nog beter naar de belangen van de afnemers moeten worden gekeken. Voor deze: Met vriendelijke groet, Gerard F. Meijerink.