CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.10 College - Notitie reikwijdte en detailniveau OER Omgevingsvisie Meppel

1 - RAADSVERGADERING 23 februari 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen8.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notitie reikwijdte en detailniveau Omgevingseffectrapportage Omgevingsvisie

februari 2023

Notitie reikwijdte en detailniveau Omgevingseffectrapportage Omgevingsvisie

Februari 2023

1.

Inleiding ........................................................................................................... 1

2.

Hoofdlijnen omgevingsvisie ........................................................................... 3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Proces..............................................................................................................................................3 Nota van Uitgangspunten 2021 ..................................................................................................4 Samen bouwen aan kwaliteit .....................................................................................................7 Uitwerking ambities .......................................................................................................................9 Participatie .................................................................................................................................. 11

3.

OER: reikwijdte en detailniveau .................................................................. 13

4.

Vervolg........................................................................................................... 28

1.1 1.2 1.3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Aanleiding ......................................................................................................................................1 Omgevingseffectrapportage .....................................................................................................1 Leeswijzer ........................................................................................................................................2

Hoofdlijnen OER en samenhang met de Omgevingsvisie .................................................. 13 Referentiesituatie (eerste aanzet ‘foto van de leefomgeving’) ........................................ 15 Scenario’s .................................................................................................................................... 24 Beoordelingskader en wijze van effectbeoordeling ............................................................ 25 Monitoring en evaluatie ............................................................................................................ 27

Februari 2023

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Meppel werkt aan een Omgevingsvisie waarmee wordt voorgesorteerd op het in werking treden van de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie leggen we de lange termijn visie van de gemeente Meppel op de fysieke leefomgeving vast en worden ambities en doelen geformuleerd en concreet gemaakt. De visie bepaalt de richting voor het gemeentelijk beleid en vormt het afwegingskader voor de beoordeling van nieuwe ontwikkelingen en initiatieven. Om te komen tot een goed onderbouwde en gedragen Omgevingsvisie wordt een zorgvuldig proces doorlopen. Dat betekent onder andere dat gelijktijdig en in samenhang met de Omgevingsvisie ook een Omgevingseffectrapportage wordt opgesteld. Deze notitie reikwijdte en detailniveau is het startdocument voor de Omgevingseffectrapportage (OER). 1.2 Omgevingseffectrapportage Waarom een OER? Op grond van artikel 16.36 van de Omgevingswet geldt voor het opstellen van een omgevingsvisie de verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage (een planMER1). Die planm.e.r.-plicht in het kader van de omgevingsvisie is in lijn met de huidige eisen op grond van hoofdstuk 7 uit de Wet milieubeheer. De omgevingsvisie is namelijk kaderstellend voor m.e.r.-plichtige en m.e.r.-beoordelingsplichtige vervolgbesluiten.

Daarbij gaat het onder andere om stedelijke ontwikkelingsprojecten, de uitbreiding van bedrijventerreinen en mogelijke windparken. Daarnaast is een MER noodzakelijk als significante effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand niet kunnen worden uitgesloten en om die reden op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling noodzakelijk is. Doel en inhoud van het OER Het doel van het instrument milieueffectrapportage is het integraal meewegen van (milieu)effecten bij het maken van beleidskeuzes en hiervoor alternatieven in beeld te brengen. De Omgevingswet heeft een bredere werkingssfeer dan alleen de traditionele milieuaspecten, zoals landschappelijke en cultuurhistorische waarden, natuur, geur, geluid, luchtkwaliteit, bodem, water en veiligheid. Ook thema’s zoals gezondheid, sociale cohesie, energietransitie en klimaatadaptatie worden in het MER meegenomen. Het MER krijgt daardoor meer het karakter. We spreken daarom liever over een omgevingseffectrapportage (OER) dan over een milieueffectrapportage. De omgevingsvisie en het OER komen gelijktijdig en in samenhang tot stand. Daarbij dient het OER als onderbouwing voor de keuzes die in de omgevingsvisie worden opgenomen. Het OER zal bijdragen aan de integraliteit van deze keuzes.

Ook kan het OER helpen met het bepalen van prioriteiten (door analyse van huidige en/of toekomstige knelpunten en kansen) en het in beeld brengen van de haalbaarheid van ambities en doelen. Tot slot levert het OER de benodigde input voor de spelregels voor toekomstige ontwikkelingen en de uitgangspunten voor monitoring en evaluatie na vaststelling van de Omgevingsvisie. 1 MER = het milieueffectrapport, m.e.r. is de afkorting in de milieueffect-procedures. In de m.e.r.-regelgeving wordt onderscheid gemaakt tussen een projectMER voor concrete ontwikkelingen en een planMER voor kaderstellende plannen en visies (waaronder gemeentelijke omgevingsvisies).

1 Februari 2023

Procedure Een eerste stap in de m.e.r.-procedure is het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) waarin wordt aangegeven hoe het MER wordt opgesteld bij het tot stand komen van de omgevingsvisie. In de NRD beschrijven we welke onderwerpen worden onderzocht, hoe deze onderwerpen worden onderzocht (alternatieven en diepgang) en hoe de resultaten worden beoordeeld. De NRD wordt gepubliceerd door het College van Burgemeester en Wethouders (B&W). Eenieder kan zienswijzen indienen op de reikwijdte en het detailniveau van het effectonderzoek. Daarnaast raadplegen we de betrokken bestuursorganen en wettelijke adviseurs. Ook vragen we vrijwillig de Commissie voor de milieueffectrapportage om advies over de reikwijdte en het detailniveau van het OER. De zienswijzen en adviezen van betrokkenen op de NRD worden beantwoord en gebruikt bij het opstellen van het OER en de omgevingsvisie. Het OER leggen we vervolgens gelijktijdig met de ontwerp-omgevingsvisie ter visie, waarmee de mogelijkheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen. Op dat moment vindt ook de wettelijk verplichte toetsing door de Commissie voor de m.e.r. plaats. Afhankelijk van de zienswijzen en het toetsingsadvies van de Commissie voor de m.e.r. vullen we het OER zo nodig aan. Het OER vormt een bijlage bij de door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsvisie.

In de omgevingsvisie dient te worden gemotiveerd op welke wijze in de omgevingsvisie is omgegaan met de resultaten en conclusies uit het OER. Onderdeel van het OER is ook een toelichting op de wijze waarop na vaststelling van de omgevingsvisie wordt omgegaan met de monitoring en evaluatie van de gevolgen van de omgevingsvisie. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze NRD komen de hoofdlijnen en uitgangspunten voor de Omgevingsvisie aan de orde. We hebben de afgelopen jaren al de nodige stappen gezet in de voorbereiding naar het opstellen van de omgevingsvisie. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de resultaten van het proces dat tot dusver is doorlopen en de ambities die als vertrekpunt voor de omgevingsvisie zijn geformuleerd. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de onderzoeksopzet voor het OER. Daarbij wordt eerst ingegaan op de relatie van het OER met vervolgbesluiten. De Omgevingsvisie vormt het kader voor toekomstige ontwikkelingen waarbij ook voor de benodigde vervolgbesluiten sprake kan zijn van een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Het OER kan een belangrijke rol spelen als basis voor de vervolgbesluiten. Vervolgens is in hoofdstuk 3 een eerste analyse van de referentiesituatie opgenomen, de zogenaamde ‘foto van de leefomgeving’ (of nulmeting) die het vertrekpunt vormt voor de effectbeoordeling in het OER.

Ook is in hoofdstuk 3 een voorstel opgenomen voor de in het OER te onderzoeken scenario’s. Hoofdstuk 3 sluit af met een toelichting op het beoordelingskader. Daarbij gaat het om de in het OER te onderzoeken aspecten en criteria, waarbij tevens op hoofdlijnen wordt ingegaan op de wijze waarop de effectbeoordeling tot stand komt. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de vervolgstappen met een globale planning.

2 Februari 2023

2. Hoofdlijnen omgevingsvisie 2.1 Proces Deze NRD is het startdocument voor de m.e.r.-procedure, maar in de voorbereiding op de implementatie van de Omgevingswet en het opstellen van een omgevingsvisie hebben we als gemeente al verschillende stappen doorlopen. In 2018 en 2019 hebben we verschillende documenten opgesteld en vastgesteld die samenhangen met de voorbereiding op de implementatie van de Omgevingswet, waarbij met name de Startnotitie Implementatie Omgevingswet, een Inventarisatiedocument (omgevingsfoto, ‘labelgesprekken’ over de manier van werken en beleidsinventarisatie) en het Ambitiedocument Omgevingswet Meppel van belang zijn. Ook zijn in 2019 door de gemeenteraad een Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie en een globaal Plan van aanpak Omgevingsvisie vastgesteld. Het proces dat moet leiden tot een vastgestelde Omgevingsvisie bestaat uit vier fases: 1. Verkennen; 2. Voorbereiden en richten; 3. Vormgeven en afwegen; 4. Besluiten. Na de verkenningsfase zijn in 2021 een geactualiseerde Nota van Uitgangspunten en Procesvoorstel vastgesteld. Figuur 2.1 geeft een schematisch overzicht van het proces. Fase 1 en het eerste deel van fase 2 zijn inmiddels afgerond.

Onderdeel van de verkennende fase 1 waren:  het analyseren van bestaand beleid;  het opstellen van een gebiedseigen verhaal;  toekomstperspectieven die schetsen welke ontwikkelingen op ons af komen;  het zwaluwstaarten met lopende beleidstrajecten. De Nota van uitgangspunten 2021 (zie paragraaf 2.2) is de schakel tussen de informatie uit de verkenningsfase en de vervolgstappen naar een Omgevingsvisie Meppel. Het betreft een actualisatie en aanscherping van de voorgenoemde Nota van uitgangspunten 2019. De Nota van uitgangspunten geeft weer waar we als gemeente al kaders/begrenzingen stellen en waar we nog ruimte laten voor participatie in het verdere proces (zie paragraaf 2.5). Belangrijk onderdeel van fase 2 is het bepalen van de visie op de fysieke leefomgeving (paragraaf 2.3) en het formuleren van de ambities (paragraaf 2.4).

3 Februari 2023

Figuur 2.1 Indeling proces richting Omgevingsvisie (Procesvoorstel Omgevingsvisie Meppel) 2.2 Nota van Uitgangspunten 2021 Doel van de Nota van uitgangspunten 2021 (hierna: NvU 2021) is:  Het weergeven van de opbrengsten uit de verkenningsfase en het trechteren van deze opbrengst richting keuzes voor de Omgevingsvisie;  Het meenemen van college en raad in de opgedane inzichten in de verkenningsfase en daarmee de basis te leggen voor een passend vervolgproces;  Het inzicht geven in de werking van de Omgevingsvisie en welke onderdelen, stappen en keuzes nodig zijn;  De kaders te stellen voor participatie in de vervolgfase. In deze paragraaf wordt ingegaan op de elementen uit de NvU 2021 die van belang zijn voor de reikwijdte en het detailniveau van het OER. Scope van de Omgevingsvisie In de Nota van uitgangspunten is vastgelegd op welke aspecten de Omgevingsvisie moet ingaan. Daarbij is het van belang dat het niet alleen gaat om aspecten die onderdeel zijn van het fysieke domein, maar dat er nadrukkelijk ook een verbinding wordt gelegd met het sociale domein. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de aspecten die volgens de NvU 2021 in ieder geval aan de orde moeten komen in de Omgevingsvisie. Dit is van belang met het oog op de uitwerking van het beoordelingskader voor het OER in hoofdstuk 3 van deze NRD.

4 Februari 2023

Tabel 2.1 Aspecten fysieke leefomgeving (NvU 2021)

Werking van de Omgevingsvisie In de NvU 2021 wordt aangegeven dat de huidige tijd om een ander type beleid vraagt. Daarbij is van belang dat het stapelen van sectorale ambities geen optie is, maar de gemeente keuzes moet maken en focus moet aanbrengen. Het OER speelt daarin een belangrijke rol door de haalbaarheid van ambities te toetsen en het mogelijke spanningsveld tussen ambities in beeld te brengen, zodat in de Omgevingsvisie weloverwogen keuzes kunnen worden gemaakt. Ook wordt in de NvU 2021 gesignaleerd dat de grote transities en veranderingen in de samenleving de toekomst minder voorspelbaar maken. Dat betekent dat de Omgevingsvisie in moet kunnen spelen op ontwikkelingen die nu nog niet bekend zijn. De Omgevingsvisie moet ruimte geven en adaptief zijn. Ook op dat punt is nadrukkelijk sprake van een relatie met het OER waarin monitoring en evaluatie steeds belangrijker worden. Uit de inventarisatie van bestaand beleid volgt dat sprake is van abstracte ambities, gevolgd door concrete maatregelen. De vertaling van de ambities naar wat nodig is om die ambities te behalen ontbreekt. Het is een kans om met de nieuwe instrumenten van Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma te komen tot afgestemde beleidskaders en haalbare ambities, waaraan gericht wordt gewerkt.

In de loop van het proces willen we zicht krijgen op de vraag voor welke vraagstukken we als gemeente zelf aan zet zijn en voor welke vraagstukken het initiatief aan de samenleving wordt overgelaten. Dat vraagt om een Omgevingsvisie die ruimte schept om de zich geleidelijk ontwikkelende inzichten tussen “loslaten en vasthouden” in de praktijk te kunnen vertalen. De mate van sturing kan onderdeel zijn van de alternatieven of scenario’s die ten grondslag liggen aan de effectbeoordeling in het OER.

5 Februari 2023

Figuur 2.2 Opbouw / inhoud Omgevingsvisie (bron: Nota van uitgangspunten 2021) Sturingsprincipe: een bestendige lijn en adaptief handelen We kiezen er voor om in de Omgevingsvisie:  Een bestendige lijn vast te leggen voor Meppel door onze visie op de leefomgeving te bepalen en onze ambities uit te spreken;  Adaptief te kunnen handelen door concrete doelen te stellen en spelregels af te spreken voor ontwikkeling (inrichtingsprincipes en proceswijzer). De visie op de fysieke leefomgeving (zie paragraaf 2.3) wordt uitgewerkt in een aantal ambities (zie paragraaf 2.4), die vervolgens weer verder worden uitgewerkt in concrete doelen en richtinggevende principes. Deze principes (randvoorwaarden voor ontwikkelingen) kunnen themagericht of gebiedsgericht zijn. De doelen op de middellange termijn moeten concreet en meetbaar zijn. Via de beleidscyclus vindt monitoring, evaluatie en bijstelling van de doelen plaats. Gebiedseigen verhaal In het Ambitiedocument en de NvU uit 2019 is benoemd dat de identiteit van Meppel aan de basis ligt van de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het enerzijds om de opgaven en doelen die passen bij Meppel en anderzijds om onze relatie met de samenleving en onze manier van werken. Onderdeel van de NvU 2021 is het (concept) Gebiedseigen Verhaal van Meppel. Het gebiedseigen verhaal vertelt op basis van bestaande documenten het verhaal van de gemeente Meppel.

Daarin staat de (ruimtelijke) identiteit van de gemeente Meppel centraal, gebaseerd op (cultuur)historie, landschap, haar bewoners, cultuur en economie. Het verhaal op basis van het verleden en heden biedt inspiratie om vooruit te kijken: “hoe kunnen we de gemeente Meppel opnieuw oud laten worden en de (ruimtelijke) ontwikkelingen zodanig inpassen zodat ze over 50 jaar als logisch onderdeel van Meppel worden gezien?”. Het concept gebiedseigen verhaal is de basis voor het verdere proces van de omgevingsvisie. Aan de hand van participatie en gebiedsgerichte uitwerkingen wordt het verhaal aangevuld en geconcretiseerd. 6 Februari 2023

Centrale kwesties Op basis van het gebiedseigen verhaal, sectorale ambities, de wisselwerking met lopende beleidstrajecten en toekomstperspectieven (transities en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen) is in de NvU 2021 een aantal centrale kwesties geformuleerd: actuele vragen die in de Omgevingsvisie moeten worden beantwoord: 1. Verstedelijking: hoe kunnen we groeien op Meppeler wijze? 2. Verduurzaming: hoe geven we afgewogen ruimte aan de energie- en warmtetransitie, circulariteit en klimaatadaptatie? 3. Gezonde leefomgeving: hoe komen we tot een gezonde schikking en inrichting van de ruimte? 4. Buitengebied: hoe benutten we de ruimte in samenhang met de kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied? 5. Bedrijvigheid: hoe geven we invulling aan de groei, transitie en innovatie van bedrijvigheid, passend bij ons economisch profiel? Deze centrale kwesties vormen het vertrekpunt voor de uitwerking van de scenario’s die in het OER worden onderzocht. De centrale kwesties vormen de basis voor het gesprek met de raad en de samenleving. In paragaaf 2.5 wordt ingegaan op het participatietraject. 2.3 Samen bouwen aan kwaliteit Na de NvU 2021, die een eerste globale richting gaf, zijn de vijf centrale kwesties verder uitgewerkt en geconcretiseerd in de Visie op de fysieke leefomgeving (met de titel Samen bouwen aan kwaliteit).

Deze visie schets een globaal toekomstbeeld voor de gemeente Meppel waar het gaat om de fysieke leefomgeving en vormt het vertrekpunt voor verdere uitwerking, dialoog en toetsing in het vervolgproces. Aan de hand van de OER en door het intensiever raadplegen van de samenleving wordt de visie op de fysieke leefomgeving getoetst, bijgesteld en/of aangescherpt. Samen bouwen aan kwaliteit beslaat de gehele fysieke leefomgeving. De visie sluit aan bij de vijf centrale kwesties uit de NvU2021, waarvoor een wensbeeld is beschreven: Verstedelijking: groei, compacte binnenstad, gezond en groen wonen; Verduurzaming: CO2-neutraal in 2040, klimaatbestendig in 2050, circulair; Gezonde leefomgeving: bruisende stad met voldoende rust, beperken overlast, voldoende groen, bewegen, ontmoeten en voorzieningen nabij; Bedrijvigheid: inzetten op duurzaamheid, innovatie, circulair, regionale groei, balans; Toekomstbestendig buitengebied: duurzame voedselproductie, beleefbaar buitengebied, nieuwe verdienmodellen, energietransitie is zichtbaar, aandacht voor biodiversiteit. Het toekomstbeeld gaat uit van enkele belangrijke principes, die door alle centrale kwesties heen lopen.

In deze principes verbinden we onze identiteit en kwaliteiten, regionale positie en toekomstige opgaven: Duurzaam werken en werken aan duurzaamheid ‘Werken aan duurzaamheid’, betekent aanpassing aan klimaatomstandigheden, vergroten van biodiversiteit, grondstoffen en energie besparen, duurzame opwekking en de transitie naar alternatieven voor aardgas organiseren. Dat doen we samen met de samenleving en met lokaal eigenaarschap. ‘Duurzaam werken’ betekent dat duurzaamheid een vaste factor is in alle opgaven. Of het nu gaat om transformatie of 7 Februari 2023

nieuwbouw, de vormen van vervoer, dagelijkse activiteiten en evenementen, thuis en in bedrijfsprocessen. ‘ -

Groeien vanuit (bestaande) bodem- en waterstructuren en cultuurhistorie De volgende drie basisprincipes worden ingezet bij de ontwikkeling van Meppel: 1. Bodem en waterhuishouding zijn al eeuwenlang vormend voor de ontwikkeling van Meppel en daarmee hét fundament voor alle ontwikkelingen. We houden daarbij rekening met veranderende klimaatomstandigheden. 2. De structuur van historische wegen, water en groenstructuren geeft ordening aan de stad en het landschap. Dit gebruiken we als casco waarbinnen de stad zich kan ontwikkelen. 3. De bestaande landschappen, cultuurhistorische structuren en bebouwing zijn sterke onderdelen van de identiteit van de gemeente, inclusief de contrasten. Hier bouwen we op voort en voegen we nieuwe identiteit aan toe.

-

Groeiend kwaliteit toevoegen We omarmen de groei, die vanuit onze regio op ons afkomt. Maar niet zonder meer. We willen met groei kwaliteit toevoegen. We willen dat ruimtelijke ontwikkeling bijdraagt aan de gezondheid en het geluk van bewoners, ook in de omgeving, en aan een aangename woon- en werkomgeving. In de visie op de fysieke leefomgeving is een aantal kwaliteiten benoemd die we van belang vinden bij toekomstige ontwikkelingen.

-

Groeien door inbreiding en uitbreiding in samenhang Het is vanzelfsprekend inbreiding voorop te stellen bij groei, vanuit duurzaam grondgebruik. We zien echter dat ook uitbreiding nodig is, zowel uit kwalitatief als kwantitatief oogpunt. Ten eerste voegt uitbreiding andere woonmilieus toe dan inbreiding. Dit draagt bij aan de diverse woonmilieus die we willen en kunnen aanbieden. Het houdt ook ruimte in de stad en dorpen voor behoud en realisatie van gewenste gemengde gebieden. En het behoud en versterken van de groene kwaliteit in de stad en de dorpen. Tot slot heeft Meppel onvoldoende binnenstedelijke ruimte om de grote vraag en ambitie te realiseren, zelfs als enkele gebieden getransformeerd worden. De locatiekeuze voor inbreiding en eventuele verdere uitbreiding moeten we nog maken. Wonen, werken en mobiliteit ontwikkelen we in samenhang. Dit geldt niet alleen voor de woonopgave, maar zeker ook voor de opgave rondom bedrijvigheid.

-

Meervoudig grondgebruik: gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde We zien dat meervoudig grondgebruik nodig is om in de beperkte ruimte alle maatschappelijke opgaven een plek te geven. Zeker in onze gemeente, waar een levendige regiostad en relatief klein buitengebied met natuur en landbouw het samen met elkaar moeten rooien. Dat betekent dat we opgaven moeten combineren tot nieuwe woon- en werkmilieus en tot een werkbaar, natuurrijk en beleefbaar buitengebied.

-

Menselijke maat voorop Een veilige, aantrekkelijke, toegankelijke en goed onderhouden woonomgeving is randvoorwaarde voor een goed woonklimaat. Maar ook aandacht voor sociale samenhang in buurten en wijken. We zetten daarom de menselijke maat voorop in buurten en wijken. Dat betekent een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten en daarmee bijdraagt aan de sociale samenhang van de buurt. Groen en water zijn belangrijke kwaliteiten die we benutten. De inrichting van wijken gaat anonimiteit tegen. Buurtvoorzieningen zijn nabij, toegankelijk en veilig, passen bij de behoefte van de buurt en vormen een warm buurthart. Kleinschalige bedrijvigheid kan bijdragen aan de leefbaarheid van de buurten, zolang deze past bij de woonomgeving. 8 Februari 2023

-

Organiseren van hoofdstructuur tot in de haarvaten (voor mens en dier, op alle vlakken) De gebieden om te wonen, werken en recreëren moeten goed bereikbaar en verbonden zijn. Dat geldt voor bewoners, bezoekers en toeristen, maar ook voor diersoorten, goederen, energie en grondstoffen. We zien daarin een aantal belangrijke hoofdstructuren en een netwerk tot in de haarvaten. In de visie op de fysieke leefomgeving zijn deze hoofdstructuren dit nader geconcretiseerd (Groen, water en landschap / de regionale infrastructuur van wegen, spoor en water / de ringen en radialen in de stad / een nieuw warmte- en energienetwerk / De stromen van diensten en grondstoffen). We willen dat deze structuren een stabiele, veilige en toekomstbestendige ruggengraat binnen onze gemeente vormen. En dat de structuren logisch samenhangen met elkaar en omliggende gebieden. Vitale onderdelen van onze infrastructuren zijn beschermd tegen invloeden zoals klimaatomstandigheden.

2.4 Uitwerking ambities De hiervoor beschreven visie omvat het gedeeld toekomstbeeld voor de fysieke leefomgeving, de stip op de horizon voor Meppel in 2040. Met het oog op de Omgevingsvisie en de effectbeoordeling in het OER is het belangrijk om te komen tot duidelijke ambities. Een ambitie is een richting om de visie te realiseren, door bepaalde zaken tot stand te brengen, te verbeteren, te veranderen of te vernieuwen. Bij de totstandkoming van deze NRD hebben we een viertal ambities geformuleerd en geconcretiseerd. De ambities dragen bij aan de visie en zijn gebaseerd op de verschillende inventarisaties die de gemeente in fase 1 (verkennen) heeft uitgevoerd. De ambities zijn een vertaling van het bestaand beleid en de door de raad vastgestelde Visie op de fysieke leefomgeving (Samen bouwen aan kwaliteit). Slechts enkele punten zijn nieuw of bevatten een uitdaging. Maar nagenoeg alle speerpunten komen uit de Visie op de fysieke leefomgeving en/of bestaand beleid (Programma Duurzaamheid, Kwaliteitsmanifest, Zo doen we groen!, Bouwstenennotitie wonen, Actieplan gezondheid, bewegen en sport etc.). De raad heeft in de Nota van Uitgangspunten omgevingsvisie versie 2021 als uitgangspunt vastgesteld dat we de MER procedure gebruiken om keuzes en afwegingen in de omgevingsvisie zorgvuldig te maken en te onderbouwen.

De ambities en speerpunten, die in de NRD zijn benoemd, liggen in dit stadium dan ook niet ter vaststelling voor. Ze zullen in de OER onderzocht worden, vervolgens aangepast en bijgesteld worden. Deze ambities worden in het proces van de omgevingsvisie dus verder uitgewerkt naar concrete doelen en uiteindelijk maatregelen en afgewogen. De OER wordt ingezet voor dit uitwerkingsproces. Ambitie: De gemeente Meppel wil kwalitatief en inclusief groeien.  Met de groei versterken we de kwaliteiten van de gemeente Meppel als ondernemende, gastvrije en groene gemeente.  We verhogen het bouwtempo voor woningbouw en zetten in op stevige groei zowel inbreiding als uitbreiding waarbij we rekenen houden met het cultuurhistorisch erfgoed en het kwaliteitsmanifest.  Bij woningbouw spelen we in op de behoefte, sociaal en betaalbaar, met doorstroming en specifieke woningtypen is er voor iedereen een passend huis. Het aantal banen groeit mee met het aantal werkenden. Nieuwe werkgelegenheid  verrijkt de diversiteit, innovatie en samenwerking in bedrijvigheid. Hierbij moet er ruimte zijn voor eventuele uitbreiding, maar we zetten ook in op slimmer gebruik van bestaande ruimte.

9 Februari 2023

  

De gemeente Meppel werkt verder aan de positie van een warm hart in de regio, met draagkrachtige voorzieningen, goede regionale bereikbaarheid en aantrekkelijk vestigingsklimaat. Ontwikkelingen verbeteren de omgeving en dragen bij aan het oplossen van opgaven. De hoofdstructuur van groen, water en wegen is een stevige drager bij de groei. We worden nog fietsvriendelijker. Duurzame vormen van mobiliteit komen voorop te staan.

Ambitie: De gemeente Meppel wil duurzaam zijn in alle opzichten.  Ontwikkelingen bieden meerwaarde op gebied van energie, klimaatadaptatie, grondstoffenstroom of biodiversiteit. Ze worden niet afgewenteld in plaats en tijd.  De gemeente Meppel wordt CO2 neutraal. We kunnen toe met minder energie en we wekken zelf voldoende duurzame energie op. Effectiviteit en zuinig ruimtegebruik staan voorop.  Wijken worden aardgasvrij. Gemeente, bewoners en partijen pakken dit samen op.  De gemeente Meppel wordt circulair. We hebben steeds minder afval. We sluiten grondstoffenkringlopen, kijkend naar de sectoren waar de gemeente Meppel sterk in is.  We worden weerbaar tegen extreem weer. Er is voldoende ruimte om heftige piekregenbuien op te vangen en we houden water vast voor langere periodes van droogte. In de gemeente Meppel is koelte en schaduw dichtbij.  Vraag en aanbod van energie worden op elkaar afgestemd. Het energienetwerk is mee-ontworpen in stad en dorp.  De lusten en lasten van maatregelen worden voor de samenleving eerlijk verdeeld.  We doen duurzaam met lef. We pakken aan wat nu kan, stimuleren geenspijtmaatregelen en verbinden kennis en initiatieven. Ambitie: De gemeente Meppel wil een levendige en leefbare gemeente zijn voor haar inwoners en de regio.  De gemeente Meppel blijft werken aan een gastvrije samenleving.

Samen zetten we de schouders onder opgaven, met ondernemerschap en solidariteit.  De gemeente Meppel biedt voorzieningen die nabij en toegankelijk zijn voor iedereen. Afstanden zijn kort. We vullen het recreatieve aanbod van de regio aan met een dagje uit.  Bij de ontwikkeling van stad en dorpen hanteren we een prettige menselijke maat en mensen kijken naar elkaar om. Werkgebieden zijn aantrekkelijk en vitaal en geven ruimte aan ondernemerschap.  We kijken naar elkaar om onder andere door vrijwilligerswerk en het stimuleren van het verenigingsleven. Wijk- en dorpsgericht werken maakt de sociale verbinding hechter.  De kwaliteiten van landschappen, historische structuren en elementen zijn leidend bij ontwikkeling. Ze geven herkenning en verrijken de beleving in stad, dorp en buitengebied.  De gemeente Meppel bewaakt een goede balans tussen dynamiek en rust.  We werken aan behoud en versterking van de aantrekkelijke historische binnenstad van Meppel. Ons centrum is levendig en gastvrij, met diversiteit aan winkels, horeca, parkjes, pleinen en evenementen. Stad, dorp en buitengebied lopen geleidelijk in elkaar over en zijn verbonden met  veel mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding dicht bij huis.

10 Februari 2023

Ambitie: De gemeente Meppel wil een schone, natuurlijke en gezonde gemeente zijn.  Bodem en waterhuishouding zijn het fundament voor alle ontwikkelingen. Een schone bodem, water en lucht is een basisvoorwaarde.  Voldoende groen zorgt voor een gezonde leefomgeving, met bomen, parken en groenblauwe structuren wordt hiervoor een goede basis gelegd.  Uitbouwen van de robuuste natuurlijke structuur vanuit de ligging tussen natuurgebieden.  We verbeteren biodiversiteit in de gehele gemeente, zowel stad, dorp als buitengebied, met overal een goede basiskwaliteit natuur.  Ruimte om te bewegen in het groen en elkaar te ontmoeten in de buurten. De inrichting van de openbare ruimte moet uitnodigen tot wandelen, fietsen, hardlopen, watersport, skeeleren.  De leefomgeving maakt gezonde keuzes voor eten, drinken en bewegen logisch en makkelijk.  De landbouw is toekomstbestendig binnen de grenzen van het ecologische systeem.  We zijn voorzichtig met cultuurhistorische en aardkundige elementen.  De inrichting van de omgeving is veilig om op te groeien en oud te worden. Van jong tot oud is de omgeving goed te ‘lezen’ en zijn routes logisch en veilig. 2.5 Participatie Bij de voorbereiding van de Omgevingsvisie Meppel wordt een participatietraject doorlopen. Het doel van de participatie is het vergroten van de kwaliteit van en het creëren van draagvlak voor de Omgevingsvisie.

Onder andere door het aanboren van kennis en ervaring uit de samenleving en het uitwisselen van (wens)beelden voor de toekomst. Het is de bedoeling dat de inbreng van inwoners en belanghebbenden wordt meegewogen in de besluitvorming. Om de mate van invloed van de omgeving op de totstandkoming van de visie te bepalen hanteert de gemeente Meppel een participatieladder. Van welke trede van de participatieladder wordt uitgegaan is afhankelijk van het onderwerp zelf, de aard en de omvang (impact) van het onderwerp en de fase waarin het proces van de totstandkoming van de visie zich bevindt. In de NvU 2021 en het procesvoorstel Omgevingsvisie Meppel is aangegeven op welke momenten participatie plaatsvindt en op welke trede van de participatieladder wordt ingezet: • Informeren (trede 1) als er geen ruimte is om input te leveren, zoals op de kaders vanuit bestaand beleid of na besluitvormingsmomenten. • Raadplegen (trede 2) als betrokkenen kunnen reageren op vooraf gemaakte voorstellen, zoals het gebiedseigen verhaal of waardenkaarten. • Adviseren (trede 3) als open vragen worden voorgelegd, zoals over de centrale kwesties. • Ter inzage leggen, bij formele stappen in de procedure voor het OER en de Omgevingsvisie. Hierbij geldt de Algemene Inspraakverordening.

In de NvU 2021 is nog een aantal uitgangspunten opgenomen over participatie, onder andere over de rol van de raad, het betrekken van de omgeving en communicatie gedurende het proces. In de loop van het proces wordt per stap de inhoud en vorm van de participatie geconcretiseerd. Voor de totstandkoming van het OER wordt geen separaat participatietraject doorlopen, maar wordt aangesloten bij de participatie in het kader van de Omgevingsvisie. In 2022 is het Participatiebeleid Omgevingswet vastgesteld. Dit vormt de basis voor het uitvoeren van participatie onder de Omgevingswet, dus is ook kader voor het 11 Februari 2023

participatieproces van de Omgevingsvisie. Het betreft tijdelijk beleid om te voldoen aan de wettelijke eisen die gelden voor de Omgevingswet. Ondertussen wordt organisatiebreed participatiebeleid uitgewerkt. Dit wordt 2023 verwacht.

12 Februari 2023

3. OER: reikwijdte en detailniveau 3.1

Hoofdlijnen OER en samenhang met de Omgevingsvisie

In de voorgaande 2 hoofdstukken is op verschillende plekken ingegaan op de rol die het OER kan spelen bij de besluitvorming over de Omgevingsvisie Meppel. Samenvattend gaat het daarbij om: - Het beoordelen van de gevolgen van de programmatische en ruimtelijke keuzes die voorliggen in het kader van de Omgevingsvisie; - Het concreet uitwerken van ambities en doelen en de toetsing van de haalbaarheid daarvan; - Het formuleren van randvoorwaarden, principes of spelregels voor toekomstige ontwikkelingen zodat deze in positieve zin bijdragen aan de geformuleerde ambities en doelstellingen; - Het leveren van input voor de monitoring en evaluatie van de gevolgen na vaststelling van de Omgevingsvisie. In het OER worden geen keuzes gemaakt of vastgelegd. Dat gebeurt in de Omgevingsvisie waarbij wordt gemotiveerd op welke wijze wordt omgegaan met de resultaten uit het OER. De Omgevingsvisie is alleen bindend voor de gemeente Meppel en bevat geen regels die bindend zijn voor burgers en bedrijven. De Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in een aantal Omgevingsprogramma’s. Juridische borging van de Omgevingsvisie vindt uiteindelijk plaats in het Omgevingsplan. Ook in het kader van de Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan kan het opstellen van een OER/MER wettelijk verplicht zijn, of dient mogelijk te worden beoordeeld of een OER/MER nodig is (m.e.r.-beoordeling).

Het OER in het kader van de Omgevingsvisie Meppel kan een belangrijke rol spelen binnen deze vervolgbesluiten en procedures. Wanneer het OER op strategisch niveau inzicht geeft in de gevolgen van de ruimtelijke en programmatische keuzes, dan kan de effectbeoordeling in het kader van de programma’s en zich toespitsten op de meer concrete plannen en projecten (van grof naar fijn). Figuur 3.1 laat zien op welke wijze het OER en de Omgevingsvisie in samenhang tot stand komen.

13 Februari 2023

Figuur 3.1 Proces OER en omgevingsvisie

14 Februari 2023

3.2

Referentiesituatie (eerste aanzet ‘foto van de leefomgeving’)

Belangrijk onderdeel van het OER is de beschrijving van de referentiesituatie, ook wel de ‘foto van de leefomgeving’ genoemd. Deze referentiesituatie vormt het vertrekpunt voor de beoordeling van de gevolgen van de alternatieven of scenario’s. In het OER zal voor alle relevante aspecten een analyse worden opgenomen van de bestaande situatie en (voorzover aan de orde) autonome ontwikkelingen die daarop van invloed kunnen zijn. In deze paragraaf van de NRD is alvast een eerste aanzet opgenomen. Hierbij is aangesloten bij het principe van planet (veilige en toekomstbestendige fysieke leefomgeving), prosperity (economische omgeving) en people (sociale en gezonde woonomgeving). Dit vormt ook de ‘kapstok’ voor het voorgestelde beoordelingskader in paragraaf 3.4 van deze notitie. Voor deze eerste globale analyse van de referentiesituatie is onder andere gebruik is gemaakt van de opbrengst uit het inventarisatiedocument (februari 2019) dat in de verkennende fase is opgesteld. In het OER zal de referentiesituatie verder worden uitgewerkt. Veilige en toekomstbestendige fysieke leefomgeving – planet Veiligheidsrisico’s Binnen de gemeente Meppel zijn verschillende risicobronnen aanwezig (externe veiligheid). Figuur 3.1 laat een uitsnede van de risicokaart zien (Atlas Leefomgeving). In buitengebied liggen enkele buisleidingen (voornamelijke aardgastransportleidingen).

Daarnaast vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, het water (Meppelerdiep) en de weg (de A32, de A28 en een aantal provinciale en gebiedsontsluitende wegen). Daarnaast is binnen de gemeente sprake van een aantal risicovolle inrichtingen. Over het algemeen zijn de risicocontouren waarbinnen sprake is van harde ruimtelijke beperkingen van beperkte omvang. Wel is voor een aantal bronnen sprake van een omvangrijk invloedsgebied voor het groepsrisico. In het OER zal inzicht worden gegeven in de relevante risicobronnen en de risicosituatie. Daarbij zal ook worden ingegaan op gevolgen van het in werking treden van de Omgevingswet voor de beoordeling van de risicosituatie. Zo zal bijvoorbeeld niet langer worden gesproken over invloedsgebieden voor het groepsrisico, maar over aandachtsgebieden. Daarnaast zal de gemeente afhankelijk van de optredende risico’s in het toekomstige omgevingsplan voorschriftengebieden moeten vastleggen waarbinnen aanvullende eisen worden gesteld aan nieuwe ontwikkelingen.

15 Februari 2023

Figuur 3.1 Uitsnede risicokaart Naast bovengenoemde risico’s zijn er ook gevaren met betrekking tot overstromingen, aardbevingen en verkeer. Uit kaarten van de Atlas Leefomgeving blijkt dat de omgeving Meppel ten opzichte van de omgeving een verhoogd risico op aardbevingen kent. Het risico op overstromingen is het hoogst aan de zuidzijde van de kern Meppel. In het OER zal de bestaande risicosituatie voor alle relevante veiligheidsaspecten meer gedetailleerd en locatiespecifiek worden beschreven. Naast de voorgenoemde veiligheidsaspecten wordt daarbij ook de verkeersveiligheid betrokken. Natuur Binnen de oostflank van de gemeente Meppel zijn gronden gelegen die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waaronder het Reestdal. Door de verschillende landschapstypen binnen het Reestdal is sprake van een grote soortenrijkdom (zie figuur 3.2). Ook in de directe omgeving van de gemeente zijn veel gebieden aangewezen als NNN, zoals De Wieden aan de westzijde van de gemeente Meppel , het Holtingerveld aan de noordoostzijde en de Boswachterij Staphorst aan de zuidoostzijde.

16 Februari 2023

Figuur 3.2 Natuurnetwerk Nederland (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Binnen de gemeentegrenzen zijn geen Natura 2000-gebieden gelegen, maar in de directe omgeving wel (zie figuur 3.3). In Deze overlappen deels met het hiervoor beschreven NNN. Ten westen van de gemeente Meppel liggen de Natura 2000-gebieden De Wieden en De Weerribben. Deze natuurgebieden hebben met name veel aan de goede waterkwaliteit gerelateerde natuurwaarden. Ten oosten van de gemeente Meppel liggen de Natura 2000gebieden Holtingerveld en Dwingelderveld. In het OER zal een beschrijving worden opgenomen van de natuurwaarden en instandhoudingsdoelstellingen. De aanwezigheid van deze gebieden is onder andere relevante vanwege de stikstofproblematiek en de daarmee samenhangende beperkingen en randvoorwaarden voor toekomstig ontwikkelingen, ook binnen de gemeente Meppel.

17 Februari 2023

Figuur 3.3 Natura 2000-gebieden (bron: Aerius-calculator) Niet alleen binnen de gebieden met een beschermde status, maar ook daarbuiten zijn natuurwaarden aanwezig. Als onderdeel van de gemeentelijke Kadernotitie “Zo doen we groen!” is een ecologische waardenkaart gemaakt. Deze kaart geeft op het schaalniveau van de hele gemeente inzicht in de locaties die een natuurlijke waarde hebben, zoals oude bomen, natuurlijke oevers en kruidenrijk grasland. Daarnaast geven ecologische onderzoeken in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en geregistreerde waarnemingen (Waarneming.nl) meer lokaal specifiek inzicht in de aanwezige natuurwaarden. In het OER zullen op basis van beschikbare bronnen de binnen de gemeente aanwezige natuurwaarden nader worden gespecificeerd. Bodem, water en klimaat De ontstaansgeschiedenis van Meppel is duidelijk in de bodemopbouw te herkennen. In de beekdalen van Reest, Hoogeveensche Vaart, Wold Aa en Oude Vaart/Drentsche Hoofdvaart komen venige beekdalgronden voor. Buiten deze beekdalen worden in het bekengebied vooral kalkarme fijne zandgronden aangetroffen (lokaal afgewisseld met moerige gronden). In de polders Nijeveen en Kolderveen komen vooral laagveengronden voor lokaal afgewisseld met zand- of moerige gronden. Veenoxidatie en gaswinning leiden binnen delen van de gemeente tot bodemdaling.

Bestaande en voormalige activiteiten kunnen van invloed zijn op de bodemkwaliteit. In het OER zal op basis van beschikbare informatie (waaronder de bodemkwaliteitskaart) op hoofdlijnen worden ingegaan op de bodemkwaliteit binnen de gemeente. Water speelt een belangrijke rol en is beeldbepalend voor Meppel. Zowel historisch gezien als hedendaags wordt Meppel gezien als waterweg, als bedrijfsmatige- en recreatieve haven. Kwantitatief is er over het gehele watersysteem op dit moment sprake van afdoende opslagen afvoercapaciteit. Dit komt mede vanwege een actief samenwerkingsverband tussen zes gemeenten, de provincies Drenthe en Overijssel en het waterschap. Er komen in Meppel vijf 18 Februari 2023

waterlopen samen (Drentse Hoofdvaart, Oude Vaart, Wold Aa, Hoogeveense Vaart en Reest). Het OER geeft een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en bekende knelpunten en aandachtspunten waar het gaat om de waterkwaliteit. In het inventarisatiedocument uit 2019 wordt op basis van een eerste scan aangegeven dat Meppel waar het gaat om het watersysteem en rioolsysteem klimaatbestendig is. Wel wordt gesignaleerd dat het stedelijk gebied gevoelig is voor hittestress en water-op-straat problemen. Landschap en openbare ruimte Binnen het buitengebied van de gemeente Meppel is sprake van een gevarieerd landschap met diverse landschapstypes. In de gemeentelijke Kadernotitie “Zo doen we groen!” is een kaart opgenomen met landschappelijke deelgebieden, met daaraan gekoppeld een cultuurhistorische waardering (zie figuur 3.4). In het OER wordt een beschrijving gegeven van de belangrijkste waarden binnen de verschillende landschappelijke deelgebieden. De woonwijken zijn over het algemeen ruim opgezet. Binnen de kernen en aansluitend daaraan is voldoende groen aanwezig, maar uit de waardering volgt dat waar gaat om de inrichting en gebruiksmogelijkheden in sommige gevallen nog wel een kwaliteitsverbetering mogelijk is.

19 Februari 2023

Figuur 3.4 Waardenkaart Ruimte (bron: Kadernotitie “Zo doen we groen!”)

20 Februari 2023

Economische omgeving – prosperity Economische vitaliteit De stad Meppel is een echte werk- en industriestad met een groot regionaal verzorgingsgebied van ongeveer 100.000 mensen. Er is sprake van veel soorten bedrijvigheid, waaronder een eigen ziekenhuis, wat de gemeente economisch flexibel en veerkrachtig maakt. Tevens biedt de gemeente momenteel evenveel arbeidsplaatsen alsook deelnemers aan de beroepsbevolking. Meppel is sterk in groothandel en logistiek, mede vanwege de haven (gezamenlijk havenbedrijf Kampen, Zwolle en Meppel met The Port of Zwolle) en goede ontsluiting via snelweg maar ook watergangen in het achterland. Meppel zet in op het versterken van het onderwijsklimaat door bijvoorbeeld de Regiocampus en het Noordelijk Innovatielab Circulaire Economie (NICE). Binnen de agrarische sector is de melkrundveehouderij sterk vertegenwoordigd. Steeds meer agrarische bedrijven ontplooien nevenactiviteiten. Ruimtelijke economische structuur In de gemeente Meppel zijn er geen grote congestieknelpunten voor de auto, ook parkeren is geen knelpunt. Lokaal vormt de verkeersafwikkeling tijdens de spitsperiodes en bij evenementen een aandachtspunt. Met het treinstation op de lijn Zwolle Groningen/Leeuwarden is Meppel goed ontsloten via het spoor. Binnen de gemeente voorzien verschillende busverbindingen in de bereikbaarheid per openbaar vervoer.

Het waternetwerk is uitgebreid en toereikend. De Sethehaven is een zeehaven met vrachtverwerking tot 3.000 ton en o.a. de Buitenhaven vormt een recreatieve haven. De fietsinfrastructuur biedt nog mogelijkheden voor verbetering en ook de N375 vormt momenteel een probleem. Deze vormt een barrière en vraagt nog om optimalisaties rondom de vele aansluitingen. De gemeente en provincie werken samen aan de herinrichting van de N375 en de aanleg van de ontsluitingswegen Nieuwveense Landen. Sociale en gezonde woonomgeving - people Milieukwaliteit en gezondheid De luchtkwaliteit ter hoogte van woongebieden is relatief goed. Er wordt overal voldaan aan de wettelijke grenswaarden voldaan. Wel liggen de concentraties soms hoger dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie, met name waar het gaat om zeer fijn sof (PM2,5). De geluidbelasting binnen de gemeente wordt met name bepaald door het wegverkeer en meer lokaal ook door het spoor en de bedrijventerreinen. Figuur 3.5 geeft een globaal beeld van de optredende cumulatieve geluidbelastingen. In 2020 gaf 7-9% van de mensen in Meppel aan ernstige geluidhinder door buren te ervaren, 1-2% door treinen, <2,5% door vliegtuigen en 2-4% door wegverkeer (bron: Atlas Leefomgeving). Voor verschillende industrie/-bedrijventerreinen (of delen daarvan) binnen de gemeente Meppel is een geluidzone vastgesteld.

Daarbij gaat het enerzijds om bedrijventerrein waar zogenaamde ‘grote lawaaimakers’ aanwezig zijn (zoals bijvoorbeeld industrieterrein Noord 1), waardoor wettelijk gezien een formele geluidzone industrielawaai vereist is. Anderzijds gaat het ook om bedrijventerreinen met minder zware geluidbelastende activiteiten waarvoor de gemeente een geluidzone heeft vastgesteld om geluidhinder door cumulatie van geluid te voorkomen (zoals bijvoorbeeld het bedrijventerrein Spijkerserve in Nijeveen). In het OER wordt inzicht gegeven in de ligging van de geluidzones en de daarmee samenhangende geluidbelastingen

21 Februari 2023

Figuur 3.5 Cumulatieve geluidbelasting (Atlas voor de leefomgeving) Plaatselijk vormt de geurbelasting door agrarische en industriële activiteiten een aandachtspunt. De veehouderijsector binnen de gemeente bestaat vooral uit melkrundveebedrijven. Voor melkrundvee zijn geen geuremissiefactoren vastgesteld maar gelden vaste afstandseisen vanwege geur. In sommige gevallen zijn bestaande woningen of andere geurgevoelige objecten binnen deze afstanden gelegen waardoor hindersituaties kunnen optreden. Daarnaast leiden ook andere activiteiten (zoals biomassacentrale en industriële bedrijvigheid) lokaal tot verhoogde geurbelastingen. In het OER wordt inzicht gegeven in de relevante bronnen en de daarmee samenhangende geurhindersituatie. Uit beschikbare informatie van de GGD GHOR (zie figuur 3.6) blijkt dat de gemeente Meppel goed scoort waar het gaat om de sociale omgeving. Het aantal eenzame mensen is in 22 Februari 2023

vergelijking met het landelijk gemiddelde laag. De mentale gezondheid ligt net boven het Nederlands gemiddelde. De mentale en lichamelijk gezondheid en de zelfredzaamheid liggen ongeveer op het gemiddelde. Er is echter ook een fors aantal gezondheidsaspecten en indicatoren waarop de gemeente Meppel minder goed dan gemiddeld scoort. Daarbij gaat het onder andere om bewegen / gewicht, roken en alcoholgebruik. De scores op figuur 3.7 hebben betrekking op een cluster van gemeenten waaronder de gemeente Meppel, omdat er voor de gemeente Meppel afzonderlijk onvoldoende representatieve data beschikbaar zijn. In het OER zal waar mogelijk meer specifiek worden ingegaan op de situatie binnen de gemeente Meppel.

Figuur 3.6 Gezondheidsscore Meppel ten opzichte van het landelijk gemiddelde (=50) (bron: GGD GHOR, gezondheidinsociaaldomein.nl) Wonen, voorzieningen en welzijn Binnen de kern Meppel zijn veel regionale voorzieningen, zoals een bioscoop, een theater en een ziekenhuis en jaarlijks worden er verschillende evenementen georganiseerd. Daarnaast

23 Februari 2023

zijn er verschillende middelbare scholen. Over het algemeen is op wijkniveau is het voorzieningenaanbod goed. Ook binnen de kern Nijeveen is een ruim aanbod aan voorzieningen. Uit het inventarisatiedocument uit 2019 blijkt dat er onder de inwoners een hoge tevredenheid is over de kwaliteit van de leefomgeving (goede voorzieningen, dienstverlening, prettige woonomgeving). In het OER wordt voor de belangrijkste voorzieningen inzicht gegeven in het aanbod en de beschikbaarheid binnen een bepaalde afstand van de bewoners van de gemeente Meppel. 3.3

Scenario’s

Het OER dient inzicht te geven in de mogelijke gevolgen van de keuzes die voorliggen in het kader van de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het niet alleen om de gevolgen van mogelijke programmatische en ruimtelijke keuzes. Ook de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan de ambities en doelstellingen of de mate van sturing kunnen variabelen zijn bij de uitwerking van de uitgangspunten voor de effectbeoordeling. Het onderzoeksvoorstel voor het OER voor de Omgevingsvisie Meppel gaat uit van drie onderscheidende scenario’s als vertrekpunt voor de effectbeoordeling. Niet om te komen tot de keuze voor één van de drie scenario’s, maar om de relevante hoeken van het speelveld voor de effecten op de leefomgeving in beeld te brengen. In de Omgevingsvisie zal worden afgewogen hoe wordt omgegaan met de uitkomsten van de effectbeoordeling uit het OER. Daarbij kunnen elementen uit de verschillende scenario’s worden gecombineerd in het voorkeursalternatief. Dat is echter meer dan het samenvoegen van bouwstenen met positieve gevolgen. De verwachting is dat op onderdelen echte keuzes moeten worden gemaakt en dat kijkend naar de consequenties van bepaalde keuzes op onderdelen sprake zal zijn van conflicterende ambities. In deze paragraaf is een voorstel op hoofdlijnen opgenomen voor de in het OER te onderzoek scenario’s.

Mede op basis van de adviezen en reacties op de NRD zullen de scenario’s in de volgende fase verder worden uitgewerkt en geconcretiseerd. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de programmatische uitgangspunten, zowel kwantitatief (boven- en ondergrens voor aantal woningen, oppervlakte bedrijventerrein en aantal arbeidsplaatsen) als kwalitatief (type woningen en bedrijven). Ook zal voor ieder scenario een aantal uitgangspunten worden uitgewerkt waar het gaat om de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de duurzaamheidsambities (opwekking van duurzame energie, warmte en circulariteit) en de klimaatbestendige inrichting van de gemeente Meppel. Voor ieder scenario wordt voorafgaand aan de effectbeoordeling in het OER een ruimtelijk kaartbeeld met een of meer referentiebeelden uitgewerkt. Scenario 1: ‘Natuursystemen’ - natuurlijk en ontspannen In dit eerste scenario zijn het bodem- en watersysteem in hoge mate sturend. Zowel waar het gaat om de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verstedelijksopgave, als bij de inrichting van het buitengebied. Voor wonen (aantal woningen) en werken (hectares en arbeidsplaatsen) wordt in dit scenario aangesloten bij de onderkant van de programmatische bandbreedtes die de komende periode worden uitgewerkt. Wonen en werken doen we in een groene omgeving.

Waar het gaat om de inrichting van het buitengebied zijn in dit scenario natuurherstel en klimaatbestendigheid leidend. Dat betekent bijvoorbeeld dat in dit scenario wordt gekozen voor de aanplant van nieuw bos. Bodem- en water worden ook leidend voor het agrarisch grondgebruik. Concreet betekent dit dat er sprake is van natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer. Ook krijgt water meer ruimte in het landelijk gebied. Op een aantal plekken krijgt water meer de ruimte en er zijn 24 Februari 2023

locaties waar we water langer vasthouden voor langere periodes van droogte. In dit scenario is er veel aandacht voor recreatieve routes en de (be)leefbaarheid van het buitengebied. Voor de energievoorziening wordt vooral ingezet op de opwekking van zonne-energie op daken. In dit scenario wordt uitgegaan van een relatief hoge mate van overheidssturing. Scenario 2: ‘Maatschappelijke systemen’ - Samen voor elkaar In het tweede scenario ligt de focus op samenleven, sociaal contact en het schaalniveau van dorpen, wijken en buurten. Dat betekent ook dat de maatregelen waarmee invulling wordt gegeven aan de ambities en doelstellingen waar mogelijk zijn toegespitst op de lokale situatie en uitgaan van een collectieve aanpak (bijvoorbeeld in de vorm van buurtaanpak energiesystemen en inzet van deelmobiliteit). Programmatisch (aantallen woningen en hectares bedrijventerrein en arbeidsplaatsen) wordt in dit scenario uitgegaan van het midden van de bandbreedtes. Voor bereikbaarheid wordt uitgegaan van optimale verbindingen tussen wijken, dorp, gemeenschappen, buitengebied en centrum. De openbare ruimte is zo ingericht dat ontmoeting en collectief gebruik worden gestimuleerd. Voor de energievoorziening wordt ingezet op een combinatie van zonnevelden en windparken. In dit scenario ligt waar het gaat om het sturingsprincipe voor de overheid de nadruk op samenwerken en faciliteren.

Scenario 3: ‘Economische systemen’ - Groei van waarde Scenario drie gaat uit van ruimte voor economische groei en waarde-ontwikkeling. Dat betekent dat voor de scenario waar het gaat om het aantal woningen, hectares bedrijventerrein en arbeidsplaatsen wordt uitgegaan van de bovenkant van de bandbreedtes. De groei is wel gericht op de lokale ‘markt’ voor eigen inwoners met passende bedrijvigheid (divers van dienstverlening tot maakindustrie). Ook in het buitengebied gaan we de goede landbouwgrond optimaal benutten voor voedselproductie (wel voor de regionale markt). In tegenstelling tot scenario 2 is dit scenario meer gericht op functionele scheiding waar wel dubbel grondgebruik wordt toegepast (woon- en werkgebieden gecombineerd met waterberging en vergroening). De autobereikbaarheid en verbindingen met de regio zijn verbeterd. De maatregelen waarmee invulling wordt gegeven aan de ambities en doelstellingen op het vlak van duurzaamheid en klimaat zijn grootschaliger en gaan uit van een centrale aanpak (grootschalige waterbuffers, windpark en mogelijk ook CO2-opslag). In dit scenario ligt waar het gaat om het sturingsprincipe de focus op marktsturing. 3.4

Beoordelingskader en wijze van effectbeoordeling

Het voorgestelde beoordelingskader voor het OER is tot stand gekomen op basis van de analyse van de referentiesituatie en de geformuleerde ambities en de doelen. De beoordeling van de scenario’s vindt in twee stappen plaats. Eerst worden op basis van de criteria in tabel 3.1 de effecten op de leefomgeving in beeld gebracht. De uitwerking in het OER zal per deelgebied plaatsvinden, aangezien de effecten en keuzes binnen het stedelijk gebied op onderdelen sterk afwijken van de effecten en keuzes in het buitengebied. De afbakening van de deelgebieden die in het OER worden onderscheiden, is nog punt van nadere uitwerking. In stap 2 wordt op basis van de resultaten van de effectbeoordeling van de drie scenario’s bekeken in welke mate (en onder welke randvoorwaarden of met welke maatregelen) invulling kan worden gegeven aan de in paragraaf 2.4 opgenomen ambities.

25 Februari 2023

Tabel 3.1 Beoordelingskader OER Omgevingsvisie Meppel Aspecten

Deelaspecten

Beoordelingscriteria OER

Externe veiligheid Waterveiligheid Verkeersveiligheid Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland

Plaatsgebonden risico en groepsrisico Overstromingsrisico’s Aantal verkeersslachtoffers Staat van instandhouding Oppervlak, samenhang, wezenlijke kenmerken en waarden Beschermde soorten Overige soorten Mate van bodemverontreiniging Beschikbaarheid schoon drinkwater Kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater Gevoeligheid voor bodemdaling Energie- en warmtebehoefte Aandeel duurzame energie en warmte Aandeel fiets en OV als hoofdvervoersmiddel in alle verplaatsingen. Hinder en overlast door hitte en droogte Hoeveelheid overlast door piekbuien Cultuurhistorische elementen en gebieden. Archeologische waarden Kwaliteit en belevingswaarde van het landschap

Veilige en toekomstbestendige fysieke leefomgeving planet Veiligheidsrisico’s

Natuur

Biodiversiteit Bodem en water

Klimaat

Bodemkwaliteit Drinkwater Waterkwaliteit Bodemdaling Duurzame energie en warmte

Duurzame mobiliteit

Hitte en droogte

Landschap en openbare ruimte

Wateroverlast (hemelwater) Cultuurhistorie Archeologie Landschap

Economische omgeving – prosperity Economische vitaliteit

Ruimtelijke economische structuur

Werkgelegenheid en economische diversiteit

Vestigingsklimaat Afstemming vraag-aanbod op de arbeidsmarkt (kwalitatief en kwantitatief) Bereikbaarheid (auto, OV en fiets)

Mobiliteit Digitale en energieinfrastructuur Grondstoffenkringloop

Capaciteit / aanbod i.r.t. behoefte Afvalproductie / hergebruik van grondstoffen

Sociale en gezonde woonomgeving - people Milieukwaliteit en gezondheid

Geluid

Geluidbelasting Aantal geluidgehinderden Concentraties luchtverontreinigende stoffen

Luchtkwaliteit

26 Februari 2023

Aspecten

Deelaspecten

Beoordelingscriteria OER

Geur Beweging Groene omgeving Wonen, voorzieningen en welzijn

Wonen Voorzieningen Recreatie en toerisme Welzijn

Aantal blootgestelden Geurbelasting Aantal geurgehinderden Mogelijkheden om te bewegen en te sporten. Hoeveelheid groen per inwoner Openbaar groen op loopafstand Afstemming vraag-aanbod woningmarkt Voorzieningenaanbod Afstand tot voorzieningen Recreatieve mogelijkheden Inclusiviteit Sociale samenhang Sociale veiligheid

Zichtjaar voor de beoordeling van de effecten van de scenario’s is 2040. Waar relevant wordt ook aangegeven in hoeverre sprake is van onzekerheden en/of risico’s (als input voor de vereiste monitoring en evaluatie, zie paragraaf 3.6). De effectbeoordeling is veelal kwalitatief en sluit aan bij het strategische karakter van de omgevingsvisie. In het kader van het OER worden daarom geen milieutechnische en/of veldonderzoeken uitgevoerd. Die onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de vervolgprocedures. Wel worden in het OER op basis van de veelal kwalitatieve effectbeoordeling de randvoorwaarden en de daarmee samenhangende onderzoeksopgave geformuleerd voor toekomstige initiatieven en ontwikkelingen. Daarbij gaat het ook om ontwikkelingen die op zich zelf weer m.e.r.plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn in kader van de te doorlopen vervolgprocedure(s), zoals bijvoorbeeld de uitbreiding van bedrijventerreinen, stedelijke ontwikkelingsprojecten of recreatieve ontwikkelingen. Het planMER in het kader van de Omgevingsvisie is daarmee geen eindpunt, maar vormt het vertrekpunt voor de nadere (meer gedetailleerde) onderzoeken in het kader van gebiedsontwikkelingen en concrete projecten. In het OER zal nader worden ingegaan op de relatie tussen enerzijds de omgevingsvisie en het OER en anderzijds de vervolgbesluiten en de in dat kader te doorlopen m.e.r.-procedure(s). 3.5

Monitoring en evaluatie

Zoals toegelicht in de NvU 2021 maken de grote transities en veranderingen in de samenleving de toekomst minder voorspelbaar. Dat betekent dat de Omgevingsvisie in moet kunnen spelen op ontwikkelingen die nu nog niet bekend zijn. De Omgevingsvisie moet ruimte geven en adaptief zijn. Het is daarom van belang om de staat van de fysieke leefomgeving ook tijdens de looptijd van de Omgevingsvisie te monitoren. Het OER zal waar relevant aanbevelingen doen voor de thema’s waarvoor en wijze waarop monitoring plaats kan vinden. Deze monitoring kan onderdeel zijn van een bredere monitoring waarbij tijdens de planperiode wordt bekeken in hoeverre de vooraf gestelde doelen en ambities worden gerealiseerd. Monitoring biedt de mogelijkheid om zo nodig tijdens de planperiode bij te sturen, bijvoorbeeld door onderdelen van de Omgevingsvisie aan te passen of aan te vullen.

27 Februari 2023

4.

Vervolg

Raadplegen overlegpartners, bestuursorganen en belanghebbenden Met de voorliggende Notitie reikwijdte en detailniveau worden overlegpartners en bestuursorganen geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau van het OER. De Notitie reikwijdte en detailniveau wordt ook ter inzage gelegd. We kiezen er voor om de NRD ook voor advies voor te leggen aan de onafhankelijke Commissie voor de m.e.r. In tegenstelling tot het wettelijke verplichte toetsingsadvies is een advies van de Commissie over de reikwijdte en het detailniveau van het OER vrijwillig. In het OER wordt een overzicht opgenomen van de reacties op de voorliggende Notitie reikwijdte en detailniveau en gemotiveerd op welke wijze hiermee in het OER wordt omgegaan. Vervolgproces Het OER wordt samen met de ontwerp-omgevingsvisie formeel in procedure gebracht. Conform de wettelijke vereisten wordt in de Omgevingsvisie gemotiveerd op welke wijze in de ontwerp-visie wordt omgegaan met de resultaten en conclusies uit het OER. Op dat moment vindt ook de toetsing door de Commissie voor de m.e.r. plaats. Toetsing door de Commissie voor de m.e.r. en zienswijzen kunnen aanleiding vormen op het OER op onderdelen aan te vullen. Het OER vormt vervolgens een bijlage bij de vast te stellen Omgevingsvisie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=11de5d2c-e1e4-4d70-94ad-2c2966160264