1.1 Commissie voor de milieueffectrapportage - Toelatingsadvies millieueffectrapport Omgevingsvisie gemeente Meppel
Tekst van het document
Omgevingsvisie gemeente Meppel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 16 december 2024 / projectnummer: 3714
Advies over het MER in het kort De gemeente Meppel wil de ‘Omgevingsvisie Meppel Samen bouwen aan duurzaam geluk’ vaststellen. Hierin staat de visie van de gemeente op de fysieke leefomgeving voor de periode tot 2040. De visie vormt ook het afwegingskader voor de beoordeling van nieuwe ontwikkelingen en initiatieven. Voor het besluit over de omgevingsvisie is een omgevingseffectrapport (OER)1,2 opgesteld. De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: de Commissie) gevraagd te adviseren over het OER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het OER.
Wat staat in het OER? Op basis van de ambities en de opgaven van de gemeente zijn drie alternatieven ontwikkeld.3 Deze alternatieven schetsen de richting waarin Meppel zich zou kunnen ontwikkelen. Voor elk alternatief is een ander uitgangspunt genomen: bodem en water, samenleving en economische ontwikkeling. Dit heeft geresulteerd in onderscheidende alternatieven met verschillen onder andere qua aantal en de locatie van nieuwe woningen, omvang en aard van bedrijvigheid, ruimte voor groen en water en de invulling daarvan en de bereikbaarheid van de stad en de dorpen. Voor het buitengebied is gevarieerd in ruimte voor windturbines, zonneparken en vormen van agrarisch gebruik. Het beoordelingskader bevat aspecten op het gebied van milieu en economie. Alternatief 1
Natuurlijk en ontspannen scoort op alle milieuaspecten positief. Alleen op het gebied van
economische vitaliteit wordt de situatie slechter dan in een situatie zonder omgevingsvisie. In het alternatief 2 Samen voor elkaar zorgen de bouw van extra woningen en extra bedrijven
voor negatieve effecten op waterkwantiteit, cultuurhistorie en landschap, en bereikbaarheid. Positieve effecten worden verwacht op het vlak van duurzame energie, welzijn en
voorzieningen. Alternatief 3 Groei van waarde scoort vooral positief op de economische criteria. Op vrijwel alle milieuaspecten leidt de groei met 10.000 woningen en veel extra bedrijven tot een negatieve beoordeling. Het voorkeursalternatief (de koers die in de omgevingsvisie staat) bevat onderdelen uit de drie alternatieven. De beoordeling is op vrijwel alle aspecten neutraal of positief ten opzichte van de referentie, zo staat in het OER. Uitbreiding van bedrijventerrein Noord IV en de ontwikkeling van windturbines en zonnevelden zullen een negatief effect op het landschap hebben en leiden tot een hogere geluidbelasting. Het is daarbij wel onzeker of het energienetwerk over voldoende capaciteit beschikt voor alle ontwikkelingen. In hoofdstuk 7 van het OER zijn de ambities van de gemeente toegelicht. Vervolgens is beoordeeld wat het voorkeursalternatief (de omgevingsvisie) daaraan zal bijdragen. Deze beoordeling heeft een beschouwend karakter, waaraan aanbevelingen voor het vervolg zijn gekoppeld. Monitoring speelt daarbij een belangrijke rol. De verdere uitwerking van de visie gaat plaatsvinden in programma’s.
1
Het OER is formeel een milieueffectrapport (MER), maar gaat ook in op sociale en economische aspecten. Daarom is, in
2
Gemeente Meppel, 2024. Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Meppel. Versie t.b.v. ontwerp, 26-08-2024.
aansluiting op de Omgevingswet, de term ‘omgevingseffectrapportage’ gekozen.
3
Alternatief 1 Natuurlijk en ontspannen, alternatief 2 Samen voor elkaar, alternatief 3 Groei van waarde.
-1-
Wat is het advies van de Commissie? De alternatieven uit het OER zijn duidelijk onderscheidend wat betreft de toekomstige ontwikkeling van Meppel. De vergelijking van de alternatieven maakt de verschillen tussen en de impact van de alternatieven duidelijk, zoals de impact van de keuze voor veel of weinig woningen en bedrijvigheid of de ruimte voor duurzame energie. Hoewel de drie alternatieven niet specifiek zijn beoordeeld op de mate waarin de ambities bereikt worden (dat is alleen voor het voorkeursalternatief gedaan), is dat wel af te leiden uit de beoordeling. Het beoordelingskader bevat namelijk ook criteria op het gebied van duurzaamheid en sociaaleconomische factoren. De Commissie leest in het OER dat de resultaten van het alternatievenonderzoek een rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van de ontwerpomgevingsvisie.4 Belangrijk om op te merken is dat deze omgevingsvisie alleen de richting uitzet voor de gewenste ontwikkeling. Daarmee heeft de visie een agenderend karakter; concretisering gaat later plaatsvinden in de programma’s.5 De beschouwingen in het OER geven relevante inzichten in onzekerheden en aandachtspunten die gepaard gaan met deze voorgestelde richting, en waar bij volgende stappen aandacht voor moet zijn.
Bovenstaande neemt niet weg dat bij de eerste stap, het besluit over de omgevingsvisie, essentiële informatie over de milieugevolgen voor alle betrokkenen voldoende toegankelijk moet zijn. De Commissie constateert dat op dit vlak een aanvulling van het OER nodig is voordat de gemeente over de omgevingsvisie besluit. Het gaat daarbij om de volgende punten:
een navolgbare en duidelijk weergegeven beoordeling: per onderwerp geeft het aantal toegekende sterretjes het oordeel weer.6 Het aantal toegekende sterretjes sluit op sommige onderdelen niet goed aan bij de tekst en lijkt daar inconsistent mee. De verwachte impact van de alternatieven en het voorkeursalternatief zijn nu onvoldoende navolgbaar. Dit wordt versterkt doordat de methodiek slecht in beeld brengt of de situatie zal verbeteren of verslechteren;
een samenvatting waarin alle onderdelen van het OER aan bod komen: er ontbreekt nu informatie over het voorkeursalternatief, zoals een kaartbeeld of een omschrijving. De samenvatting is daardoor onvolledig. Relevant daarbij is dat kaarten in de omgevingsvisie zelf niet goed vergelijkbaar zijn met de alternatieven.
De Commissie wijst er nadrukkelijk op dat een agenderende omgevingsvisie betekent dat in een volgende fase nadere keuzes gemaakt moeten worden. Het is en blijft belangrijk om ook dan de consequenties van die keuzes tijdig in beeld te brengen: voor iedere keuze op zichzelf en in onderlinge samenhang. Het werken met themagerichte of gebiedsgerichte programma’s brengt het risico met zich mee dat per programma onvoldoende naar de onderlinge samenhang of afhankelijkheden gekeken wordt. Dat geldt zowel voor de samenhang tussen thema’s als tussen gebieden. Maak daarom zo snel mogelijk een ‘agenda voor het vervolg’ die duidelijk maakt hoe de samenhang tussen programma’s geborgd wordt, zowel voor korte- als voor langetermijnkeuzes.
4
Bij de Ontwerp-Omgevingsvisie zijn verschillende verslagen van participatiebijeenkomsten bijgevoegd.
5
De Ontwerp-Omgevingsvisie noemt de volgende acht programma’s: Energietransitie; Groen en water, Gezonde
6
Op een vijf-puntschaal waarin 1 sterretje betekent ‘de staat is slecht, normen en/of streefwaarden worden nergens
leefomgeving, Openbare ruimte, Wonen en welzijn, Ruimtelijke economie, Mobiliteit en Ruimtelijke kwaliteit.
behaald’, en 5 sterretjes betekenen: ‘de staat is overal goed, er wordt voldaan aan de normen en/of de streefwaarden’.
-2-
Een tweede vereiste is dat er actuele en voldoende gedetailleerde informatie over de leefomgeving beschikbaar is, inclusief een monitoringsplan. Geef hierin de aanbevelingen en aandachtspunten uit het OER een plek om te borgen dat relevante informatie wordt verzameld. Heb daarbij ook oog voor grote ontwikkelingen en transities zoals de energietransitie (waaronder nieuwe hoogspanningsstations en nieuwe hoogspanningsleidingen) en wat dit kan betekenen voor de omgeving en bewoners van Meppel. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe. Hoofdstuk 3 bevat aandachtspunten voor het vervolgtraject. Aanleiding OER De omgevingsvisie beschrijft het integrale beleid van de gemeente voor de fysieke leefomgeving voor de middellange tot lange termijn (tot 2040). De visie biedt een kader voor onder andere de uitbreiding van woon- en werkgebieden. Dit valt onder project J10 van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit; wat betekent dat voor de daadwerkelijke aanleg ervan mogelijk een MER moet worden opgesteld. Ook kunnen de ontwikkelingen die de omgevingsvisie voor ogen heeft leiden tot negatieve effecten op beschermd natuurgebied (Natura 2000-gebied) en is een Passende beoordeling nodig. Om die redenen is voor het besluit over de omgevingsvisie een plan-MER (OER) nodig.
Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Meppel - besluit over de omgevingsvisie Meppel. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3714 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
-3-
Figuur 1. Toponiemenkaart gemeente Meppel (Bron: omgevingsvisie).
Toelichting op het advies Bij de voorbereiding van het besluit spelen de samenvatting en beoordelingstabel(len) een belangrijke rol. Deze moeten de lezer een goed beeld geven van wat in het OER is onderzocht en wat de conclusies daarvan zijn. De Commissie constateert dat de informatie uit het OER met de huidige samenvatting en de beoordeling onvoldoende toegankelijk is. Deze toegankelijkheid is belangrijk, zowel voor het besluit nú over de omgevingsvisie, als voor het gebruiken van de informatie uit het OER bij verdere uitwerking. In de volgende paragrafen licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. De adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van Meppel.
-4-
2.1
Een navolgbare en duidelijk weergegeven beoordeling Een beoordelingstabel is bedoeld om overzichtelijk weer te geven hoe de alternatieven en het voorkeursalternatief zich verhouden tot de referentiesituatie. Elk oordeel is een optelsom van verschillende criteria die bij dat onderwerp een rol spelen. Het is daarom belangrijk dat de scores:
consistent zijn met de beschrijving van de effecten en dat deze beschrijving voldoende onderbouwd is;
aangeven ten opzichte waarvan ze scoren en eenduidig en goed leesbaar zijn.
De Commissie constateert dat dit nu niet het geval is.
Score consistent met een voldoende onderbouwde effectbeschrijving Onderstaande voorbeelden illustreren dat de toegekende scores niet altijd aansluiten op de toelichtende teksten. Dit roept de vraag op of het toegekende aantal sterretjes het juiste oordeel weergeeft.
Luchtkwaliteit: de referentiesituatie en de huidige situatie hebben een gelijk aantal sterretjes (bladzijde 66 van het MER). In de tekst is echter geconstateerd dat het verbod op verkoop van diesel- en benzineauto’s en verdere verduurzaming zullen zorgen dat vrijwel overal voldaan wordt aan de gezondheidskundige advieswaarden. Wanneer dit verbod deel uitmaakt van de autonome ontwikkeling betekent dit dat de referentiesituatie beter zou moeten scoren dan de huidige situatie.
Luchtkwaliteit – blootstelling: voor alternatief 3 beschrijft het OER als conclusie ‘het maximale effect wordt beoordeeld als negatief’, vooral omdat er nieuwe woningen nabij rijkswegen komen. De toegekende sterretjes suggereren dat het mogelijk is om met maatregelen de toegenomen blootstelling te voorkomen. De voorgestelde maatregelen sluiten echter niet aan op dit alternatief.7 Ook heeft de gemeente hiervoor nog geen beleid of concrete plannen.
Mobiliteit: de uitbreiding van Meppel leidt, in de autonome ontwikkeling, tot een toename van het autoverkeer.8 Waarom dit een verwaarloosbaar effect heeft op de verkeersveiligheid voor alle typen weggebruikers is onvoldoende toegelicht en niet op voorhand aannemelijk.
Energie infrastructuur: de drie alternatieven scoren op dit punt slechter dan de referentiesituatie en maatregelen worden als randvoorwaarde gezien voor nieuwe ontwikkelingen. Het voorkeursalternatief scoort neutraal (gelijk aan de referentiesituatie)9, terwijl niet duidelijk is waarom de knelpunten, die bij de alternatieven wel genoemd zijn, bij het voorkeursalternatief niet relevant zijn.
Goed leesbare en eenduidige score Het OER moet laten zien wat (de staat van) de referentiesituatie is en wat daarin gaat veranderen met het plan of de alternatieven. In de toelichting op het beoordelingskader staat dat het OER een relatieve beoordeling bevat. Dit houdt in dat de beoordeling en de scores
laten zien of er sprake is van een verbetering, een verslechtering of een gelijke situatie ten opzichte van de referentiesituatie. In de beschrijving van de effecten is dit ook gedaan door met +, 0 of – aan te geven wat de effecten zijn ten opzichte van de referentie.
7
Een relevante maatregel is bijvoorbeeld het uitsluiten van woningen langs rijkswegen. Het is niet duidelijk of deze
8
Zie bladzijde 70 van het OER.
maatregel mogelijk is voor het beoogde doel van 10.000 extra woningen.
9
Zie tabel 6.10 op bladzijde 124 van het MER.
-5-
De beoordeling is echter een absolute weergave: het aantal sterretjes geeft weer wat de toestand is in de referentiesituatie en wat de situatie zal zijn per alternatief. Als bij een alternatief meer sterretjes staan, dan zegt dit iets over de situatie straks, en niet over de verandering ten opzichte van de referentiesituatie. Overigens is door het kleurgebruik het verschil tussen scores met en zonder mitigerende maatregelen slecht te zien. De Commissie beveelt aan daar in het vervolg meer aandacht te besteden aan de visuele leesbaarheid.
2.1.1
Een samenvatting die alle onderdelen van het OER omvat In de samenvatting (en in het OER zelf) ontbreken een kaart en een korte omschrijving van het voorkeursalternatief. De omgevingsvisie zelf bevat (vanzelfsprekend) wel een beschrijving en kaarten van het plan. De Commissie neemt aan dat het voorkeursalternatief en de omgevingsvisie overeenkomen. Omdat in de visie gekozen is voor uitsplitsing in een aantal kaartbeelden en een nadere omschrijving is de visie moeilijk te vergelijken met de alternatieven in het OER. Het advies van de Commissie is om het voorkeursalternatief / de omgevingsvisie in het OER op een vergelijkbare wijze te visualiseren en te omschrijven als de drie alternatieven. De samenvatting is zonder deze informatie onvolledig. De Commissie beveelt daarbij aan om ook de overwegingen om tot het VKA te komen te benoemen. De Commissie adviseert het OER aan te vullen op onderstaande punten, vóórdat de gemeente besluit over de omgevingsvisie. Dit zorgt er namelijk voor dat belangrijke informatie uit het OER goed toegankelijk is en mee kan wegen bij de voorbereiding van het besluit.
Zorg dat elke toegekende score in de tabel overeenkomt met de beschrijving van de effecten.
Kies voor de beoordelingstabel een andere (beter leesbare) methodiek die voor elk aspect duidelijk maakt hoe het alternatief zich verhoudt tot de referentiesituatie.
Vul de samenvatting van het OER aan met deze geactualiseerde beoordelingstabel. Voeg ook een omschrijving en een kaartbeeld van het voorkeursalternatief toe, die goed vergelijkbaar is met de drie alternatieven.
-6-
Agenda voor het vervolg, actuele informatie en verdere uitwerking De inzichten uit het OER zijn gebruikt om tot de omgevingsvisie te komen. De beoordeling van het voorkeursalternatief maakt positieve en negatieve effecten, risico’s en kansen en aandachtspunten zichtbaar. Het abstracte karakter van het OER sluit aan bij de omgevingsvisie. De omgevingsvisie heeft de agenda bepaald: nu gaat de gemeente dit verder uitwerken. De maatregelen en keuzes die daarvoor nodig zijn, volgen in verschillende programma’s (thematisch en gebiedsgericht). De Commissie beveelt aan zo snel mogelijk een agenda voor het vervolg op te stellen en zorg te dragen voor actuele informatie over de leefomgeving. Dit is toegelicht in de volgende paragrafen.
3.1
Agenda voor het vervolg De omgevingsvisie geeft richting en benoemt in algemene zin welke opgaves daaruit voortkomen. Dit betekent dat de uiteindelijke inrichting en (locatie van) ontwikkelingen nog onbekend is. Zo wordt wel aangegeven dát de gemeente windturbines wil toestaan, maar het aantal en de exacte locatie blijft nog open. Het detailniveau van het OER sluit hierop aan. Of het dan allemaal gaat passen is in deze fase moeilijk te beoordelen door het ontbreken van botsproeven en omdat het concreet toewijzen van functies en ontwikkelingen nog niet heeft plaatsgevonden.
Belang van samenhang tussen afzonderlijke programma’s Vooral hoofdstuk 7 van omgevingsvisie bevat uitwerkingen per deelgebied, en biedt houvast voor de verdere uitwerking in programma’s. Naast acht thematische programma’s noemt de visie ook gebiedsprogramma’s en wijkagenda’s. Ondanks de meerwaarde van de verdieping op thema’s en gebieden brengt het werken met afzonderlijke programma’s het risico met zich mee dat er geen integrale afweging meer plaatsvindt. De beoogde ontwikkelingen in polder Nijeveen illustreren het belang van samenhang tussen verschillende programma’s. Relevant is de relatie tussen de waterhuishouding in deze polder en het beschermde natuurgebied Wieden Weerribben. Wijziging van in het waterpeil van polder Nijeveen zal doorwerken in dit Natura 2000-gebied. Bij de keuze voor woningbouw in Nijeveen moet daarom rekening gehouden worden met maatregelen die (op kort of lange termijn) nodig zijn in de waterhuishouding, zoals een voldoende hoog waterpeil. Dit om de gewenste kwaliteit in Wieden Weerribben te kunnen behouden of bereiken. Dit stelt eisen aan nieuwe woningen in de polder, zodat hoge(re) grondwaterstanden niet tot problemen leiden.
Verdere uitwerking concretiseren in een agenda voor het vervolg De Commissie beveelt aan om het vervolg te concretiseren in een agenda voor de diverse aangekondigde programma’s. Maak daarin duidelijk:
welke keuzes de gemeente zelf kan en wil maken en op welke termijn, en voor welke onderwerpen ze (mede)afhankelijk is van beleidskeuzes van andere overheidslagen;
-7-
wat de concrete dilemma’s zijn voor de belangrijkste ruimtevragende functies en welke raakvlakken deze hebben met andere functies en nog te maken keuzes;
in welk programma waarover besloten gaat worden en hoe bij die besluitvorming rekening gehouden wordt met samenhang en raakvlakken;
hoe het omgevingsbelang en de ambities uit de omgevingsvisie integraal worden meegewogen en of daarvoor extra (alternatieven)onderzoek nodig is.
De aandachtspunten, risico’s en beschouwingen in het OER bevatten al veel waardevolle informatie die hierin een plek moet krijgen.
3.2
Actuele informatie over de leefomgeving en monitoring Het OER bevat een groot aantal kaarten (bijlage 3). De Commissie beveelt aan om te zorgen voor actuele informatie over de leefomgeving, zodat bij de uitwerking van de programma’s voldoende en actuele informatie beschikbaar is. Een monitoringsplan helpt daarbij. Stel dit monitoringsplan tegelijk en in samenhang met de agenda voor het vervolg op, zodat relevante (aanvullende) informatie tijdig beschikbaar is. De onzekerheden in hoofdstuk 7 van het OER (beoordeling van het VKA aan de ambities) vormen voldoende aanknopingspunten voor het monitoringsplan. Monitoring is al in de huidige fase van planvorming van belang vanwege de aard, omvang en opzet van de omgevingsvisie. Zo wordt er gewerkt met een uitwerking van deelgebieden, waarbij de belangrijke vraag is of het steeds blijft passen in het grotere geheel. De Commissie beveelt aan om:
de te monitoren effecten allereerst te koppelen aan de opgaven en doelen. Maak deze zo concreet mogelijk en begin er tijdig mee door het uitvoeren van nulmetingen;
het monitoringsplan uit te breiden met de belangrijkste leefomgevingsaspecten uit het OER zoals geluid, mobiliteit, groen, gezondheidsbevordering, luchtkwaliteit, magneetvelden en schaduwwerking;
de aandachtspunten uit het OER te gebruiken om het monitoringsprogramma compleet te maken;
de gewenste informatie te vertalen naar zo meetbaar mogelijke criteria.
Ook voor onzekerheden over verwachte ontwikkelingen en ontwikkelingen die afhankelijk zijn van andere partijen, beveelt de Commissie aan om (extra) informatie te verzamelen. Het gaat bijvoorbeeld om:
het OER gaat in het VKA uit van 1.500 extra woningen. De referentiesituatie gaat bij de autonome ontwikkeling echter ook uit van een aantal plannen voor woningbouw waarover nog geen besluit is genomen;
aanleg van de nieuwe hoogspanningsverbinding tussen Meppel en Zwolle en de bouw van een nieuw hoogspanningsstation bij Meppel;
de mate van netto ontstening in de stad. Er gaat een transitie optreden naar natuurinclusieve landbouw, zo staat in het OER.10 Deze ontwikkeling is onzeker en afhankelijk van derden. Dit vraagt inzicht in de rol van de gemeente en de invloed op keuzes of maatregelen;
10
de inschatting dat het drinkwatergebruik met 20% zal afnemen richting 2040.
Bladzijde 45 in het OER, deze uitspraak is gebaseerd op het Coalitieakkoord uit 2022.
-8-
3.3
Vooruitkijkend naar de uitwerking in programma’s Deze paragraaf bevat voor een aantal onderwerpen suggesties voor de uitwerking van de omgevingsvisie in programma’s en andere vervolgbesluiten. Het gaat om onderwerpen die in de visie en het OER op hoofdlijnen aan bod komen en waarvoor nadere uitwerking in de programma’s nodig is, bijvoorbeeld om keuzes te kunnen maken.
3.3.1
Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) Het OER bevat een beschouwing van de verwachte effecten op natuur, inclusief beschermde Natura-2000 gebieden.11 Voor de alternatieven wordt geconstateerd dat alternatief 2 en 3 naar verwachting negatieve effecten zullen hebben op Natura 2000-gebieden. Voor het voorkeursalternatief is het effect als neutraal beoordeeld, net als voor alternatief 1. Het OER vermeldt dat er gewerkt is met aannames en dat er onzekerheden zijn. Dit betekent dat de daadwerkelijke impact afhangt van de verdere uitwerking van de visie. Zo is één van de aannames dat extensivering van agrarisch grondgebruik leidt tot een (beperkte) afname van stikstofdepositie, en dat dit voldoende zal zijn om toename van verkeer, bedrijvigheid op te heffen. Deze redenering is op zichzelf plausibel, maar roept ook vragen op. Voor het VKA wordt uitgegaan van een transitie van de landbouw naar kringlooplandbouw. Eerder in dit advies is al vermeld dat deze ontwikkeling onzeker is. Andere onzekerheden zijn bijvoorbeeld het aantal en de locatie van de te plaatsen windturbines en de wijze waarop met de bufferzone rond Nijeveen wordt omgegaan.
De Commissie benadrukt dat de conclusie dat het plaatsen van windturbines geen effect zal hebben omdat een vergunning immers alleen verleend wordt wanneer er geen effecten zijn12, geen enkel inzicht geeft in de uiteindelijke haalbaarheid van de plannen. Bij de verdere uitwerking in programma’s moet een nadere toets plaatsvinden op de haalbaarheid van ontwikkelingen in relatie tot beschermde natuur(gebieden). Daarbij moet rekening gehouden worden met de specifieke situatie in Meppel en gebruik gemaakt worden van kentallen of gedetailleerde berekeningen (afhankelijk van het detailniveau van de uitwerking en het bijbehorende besluit). Deze uitwerking zal nodig zijn bij veel van de voorgestelde programma’s en vraagt goede onderlinge afstemming, zodat eventuele cumulatieve effecten tijdig in beeld zijn.
3.3.2
Water en klimaat Het OER beschrijft dat water een belangrijke rol heeft gespeeld bij het ontstaan van Meppel, en dat water nog steeds beeldbepalend is. Belangrijk daarbij is dat Meppel is ontstaan op een plek waar riviertjes en stroompjes bij elkaar komen en waar er een directe verbinding met de Zuiderzee was. Dit heeft de stad altijd aantrekkelijk gemaakt, maar maakt de stad ook kwetsbaar voor de klimaatverandering. De stad is relatief gevoelig voor ernstige
11
De gemeente heeft aan de Commissie verduidelijkt dat dit de passende beoordeling is, waar op bladzijde 42 van het OER
naar wordt verwezen. 12
Zie bladzijde 118 van het OER.
-9-
wateroverlast. De beoordeling van het voorkeursalternatief benadrukt dat er veel ruimte voor waterberging moet zijn en dat de bodem voldoende waterbergend vermogen moet hebben, en dat dit aandachtspunten zijn voor verdere ontwikkeling. Daarom beveelt de Commissie aan om een lange termijn (2100) watersysteemanalyse met een scenario- en risicostudie uit te voeren, voordat ruimtelijke keuzes worden gemaakt die het vasthouden en bergen van water bovenstrooms van de stad Meppel kunnen verhinderen. Deze systeemanalyse zal onder andere inzichtelijk maken of en in welke mate ontwikkelingen in het beekdal van de Oude Vaart een verstandige keuze zijn, of dat er andere meer klimaatrobuuste locaties in de gemeente zijn. Het waterschap heeft volgens het OER plannen voor de herinrichting van de Oude Vaart. Daarnaast is het belangrijk dat de relatie met het IJsselmeer goed in beeld is. Er bestaat een gerede kans dat op termijn vanuit het Rijk wordt ingezet op het verhogen van de peilen in het IJsselmeer.13 De invloed hiervan kan zich uitstrekken tot in Meppel. De Commissie wijst er ook op dat een klimaatrobuuste waterhuishouding een randvoorwaarde is voor de keuze om het plangebied te ontwikkelen.14 Relevant daarbij is dat de omgevingsverordening van de provincie Drenthe strenge voorwaarden stelt aan het vestigen van kapitaalintensieve functies in beekdalen.
3.3.3
Mobiliteit In de omgevingsvisie legt de gemeente Meppel vast dat ze kiest voor een duurzame mobiliteitsontwikkeling. In het OER komt mobiliteit alleen terug in de criteria bereikbaarheid (bij Ruimtelijk economische structuur) en aantal verkeersslachtoffers (bij Veiligheid). Voor een uitwerking in het Omgevingsprogramma Mobiliteit zal nog nader onderzoek moeten plaatsvinden naar onder meer het verplaatsingsgedrag, langzaam verkeersroutes, hubs en parkeren. Geef daartoe inzicht in de te verwachten ontwikkelingen van aantal inwoners en arbeidsplaatsen. Licht toe wat dat betekent voor de infrastructuur en geef aan wat nodig is om knelpunten aan te pakken. Ga daarna in op mobiliteitsmaatregelen om een verschuiving in de vervoerwijze keuzeverdeling (modal split) te bereiken en toets die aan de opgaven en doelen van de omgevingsvisie.
3.3.4
Gezondheid Op het gebied van gezondheidsbescherming en -bevordering geeft de Commissie de volgende aanbevelingen mee voor verdere uitwerking:
Geluid: bepaal voor elke gebiedsgerichte ontwikkeling het aantal ernstig geluidgehinderden kwantitatief. Ga na welke maatregelen (met name op gebouwniveau)
13
Zie de Kamerbrief betreffende Buitendijks bouwen in het Markermeer en IJsselmeergebied van 5 oktober 2023 (kenmerk
IENW/BSK-2023/270005). Hierin wordt het waterbergend vermogen van dit gebied in relatie tot het huidige en toekomstige peilregime en de zeespiegelstijging besproken. De brief bevat ook verwijzingen naar relevante scenariostudies. 14
In de omgevingsverordening Provincie Drenthe is de vestiging van kapitaalintensieve functies in beekdalen slechts
toegestaan indien aan vier (cumulatieve) voorwaarden wordt voldaan: 1. er is sprake van een zwaarwegend maatschappelijk belang; 2. er zijn geen reële alternatieven; 3. de functie vormt op de locatie geen feitelijke belemmering om in de toekomst de afvoer- en bergingscapaciteit van het regionale watersysteem te vergroten; 4. het negatieve effect op het watersysteem wordt in het plan gecompenseerd.
-10-
de gemeente kan toepassen in gebieden met een hoge geluidsbelasting en leg dat vast in (gebiedsgericht) beleid.
Groen en bewegen: de hoeveelheid groen per inwoner is gebruikt als criterium in het OER, zonder deze getalsmatig in te vullen. De omgevingsvisie doet dit wel en gebruikt daarvoor de 3-30-300 richtlijn. Werk in een programma uit hoe deze richtlijn ingevuld gaat worden.
Magneetvelden: in en rond Meppel wordt het elektriciteitsnetwerk uitgebreid en verzwaard. De landelijke netbeheerder (TenneT) zorgt er daarbij voor dat voor de onderdelen waarvoor zij verantwoordelijk is, gevoelige bestemmingen zoveel als redelijkerwijs mogelijk niet in een verhoogd magneetveld terechtkomen. De lokale netbeheerders (Enexis en Rendo) en de gemeente Meppel hebben hiervoor geen of beperkt beleid. Neem mogelijke blootstelling aan magneetvelden mee, zeker in de wijk Nieuwveense Landen. Hier ligt een zoekgebied voor een nieuwe ondergrondse hoogspanningsleiding naar een gepland hoogspanningsstation in Noord III.15
Gezondheidsbevordering: het OER en de omgevingsvisie benoemen overgewicht van haar inwoners als probleem in Meppel. Ongezond voedselaanbod is daarin een belangrijke factor. Overweeg om daarvoor doelen op te nemen en beleid te ontwikkelen. Roken is de belangrijkste oorzaak van ziekte en sterfte in Nederland. In het OER en de omgevingsvisie staat als doel dat in 2040 alle plekken waar kinderen elkaar ontmoeten of bewegen rookvrij zijn. Overweeg om dat in nieuwe (woon)gebieden vanaf het begin op te nemen.
15
TenneT, 26 augustus 2024. MER Drents Overijsselse Netversterking DON West – Deel A en
TenneT, 30 augustus 2024. MER Drents Overijsselse Netversterking DON West - Deel B.
-11-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie
De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of
onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de
ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit
wordt genomen. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website.
Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: Margo Meeuwissen MSc ing. Ben Peters ir. Harry Webers (voorzitter) dr. Fred Woudenberg drs. Gerrit de Zoeten drs. Aletta Lüchtenborg (secretaris) Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Omgevingsvisie. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet volgt om welke projecten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de projecten J10 “industrieterrein” en J11 “stedelijke ontwikkelingsprojecten” . Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een plan-MER opgesteld.
Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Meppel. Initiatiefnemer besluit College van B&W van Meppel. Bevoegd gezag mer-procedure College van B&W van Meppel. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?
Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3714 in te vullen in het zoekvak.