Vastgestelde Verordening reinigingsrecht 2025
Tekst van het document
Allåäëinbiik Verordening
Reinigingsrechten
gemeente
Medemblik 2025
Artikel 1 Definities Voor de toepassing
wordt verstaan
van deze verordening
onder:
afvalstoffen, met uitzondering van gevaarlijke afvalstoffen bedrijfsafvalstoffen: ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen;
Medemblik;
en Wethouders van de gemeente
college: het college van burgemeester
en nog niet
van de Wet langdurige zorg.
zorginstelling: instelling als bedoeld in artikel Artikel 2 Belastbaar feit
Worden rechten geheven voor het doorof vanwege het Onder de naam 'reinigingsrechten' gemeentebestuurverstrekken van de dienst die bestaat uit het periodiek of incidenteel verwijderen van bedrijfsafval. De reinigingsrechten
bestaan uit:
een vast bedrag per perceel ten behoeve waarvan de dienst wordt verricht:
bedrag per keerdat bedrijfsafvalstoffen
vermeerderd met een gedifferentieerd inzameling worden aangeboden.
ter
Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht.
Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief per perceel perbelastingjaarê
Het vaste belastingtarief
bedraagt
Het gedifferentieerde
tarief bedraagt:
bij percelen in of rondom het centrum aanbieding: 6 70,00 excl. BTW;
287,42 excl. BTW
3.17 perzak excl. BTW
waarwordt
ingezameld via een minicontainer. per 6 90.00 excl. BTW.
bij percelen buiten het centrumgebied,
peraanbieding:
ln afwijking van het tweede lid bedraagt
het gedifferentieerde
peraanbieding
van een 140 liter minicontainer
9.46 excl. BTW
peraanbieding
van een 240 liter minicontainer
Q 12.81 excl. BTW
tarief bij zorginstellingen,
Artikel 5 Belastingjaar Met betrekking
tot de rechten is het belastingjaar
gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6 Wijze van heffing De rechten, bedoeld in artikel Artikel 7 Ontstaan
worden bij wege van aanslag via een factuur geheven.
van de belastingschuld
Dick Keuaan 21. 1687 cD wognum Postbus 45. 1687 ze wegnum 0229 ss so oo info@medemblik.nl
en heffing naar tijdsgelang
sic BNGHNLze 37159672 BTW NLoo1sieszeßoi
w www.medemblik.nl
De rechten, bedoeld in artikel zijn verschuldigd later is, bij de aanvang van de belastingplicht
bij het begin van het belastingjaar
of, zo dit
ls de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voorzoveel twaalfde gedeelten van de voor datjaarverschuldigde belasting als er in datjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor datjaarverschuldigde rechten als er in datjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. l-let derde en vierde lid zijn niet van toepassing verhuist.
als de belastingplichtige
binnen de gemeente
Artikel 8 Termijnen van betaling De aanslagen wordt betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede maand later. De Algemene Termijnenwet
is nietvan toepassing
op de in de voorgaande leden gestelde
termijnen.
Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van de reinigingsrechten kan kwijtschelding 100% van de aanslag voor het vaste tarief, vermeerderd met:
worden verleend tot maximaal
maximaal 32 maal het tarief voor het aanbieden van een zak in de containervoor centrumgebied; of
restafval in het
maximaal lO maal het tarief voor het aanbieden van een zak buiten het centrumgebied. Artikel 10 Delegatie tarieven en uitvoeringsregels Het college is bevoegd om de tarieven, bedoeld in artikel aante passen.
eerste
tot en met derde lid,jaarlijks
Het college kan nadere regels stellen over de heffing en invordering van de reinigingsrechten.
Artikel 11inwerkingtreding en citeertitel l4 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is ljuli 2025.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Aldus vastgesteld 22 mei 2025.
e griffier,
in de openbare
vergadering
Reinigingsrechten
van de raad van de gemeente
2025.
Medemblik van
iiiiåäëinbiik TOELICHTING
Algemeen
Reinigingsrechten zijn een belasting die Wordt geheven voor het inzamelen van bedrijfsafval dat door of vanwege de gemeente wordt ingezameld. Deze verordening bevat de grondslag voor de reinigingsrechten. Reinigingsrechten Worden geheven op grond van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en van de Gemeentewet. Anders dan voor de inzameling van huishoudelijk afval, heeft de gemeente geen inzamelplicht is van een individueel voor bedrijfsafval. Er bestaat enkel een belastingplichtwanneerersprake aanwijsbare prestatie van de overheid in de vorm van het daadwerkelijk inzamelen van bedrijfsafvaistoffen, ook wel een genot-retributie genoemd. Hieruit volgt dat er geen geen gebruik maakt van de reinigingsrechten verschuldigd zijn wanneer de belastingplichtige doorde
gemeente
aangewezen inzameldienst.
Artikelsgewijs
Artikel i Definities is aangesloten bij het begrip uit het Besluit activiteiten Voor de definitie van bedrijfsafvalstoffen is uit particuliere huishoudens. Onder bedrijfsafval afkomstig niet is afval dat Dit leefomgeving. vallen, naast afvalstoffen van bedrijven, ook afvalstoffen afkomstig van overheden, nonen culturele instellingen. Het gaat zelfstandige beroepsbeoefenaren profitinstellingen, bijvoorbeeld om kantineafval of bouw- en sloopafval. Op het moment dat huishoudelijke afvalstoffen zijn ingezameld of afgegeven vallen deze afvalstoffen ook onder
bedrijfsafvalstoffen. Artikel 2 Belastbaar feit Het belastbare feit is het door of vanwege het gemeentebestuurverwijderen van bedrijfsafval. Deze heffing is een genot-retributie. Dit brengt met zich mee dat er geen reinigingsrechten verschuldigd zijn van de belastingplichtige, als er geen gebruik wordt gemaakt van de door de gemeente aangewezen inzameldienst.
Artikel 3 Belastingplicht
Dit artikel wijst de belastingplichtige aan. Belastingplichtig is degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht. Dit betekent dat er zowel van degene die de dienst aanvraagt als degene ten behoeve van wie de dienst wordt verricht belasting kan worden geheven. De ruime omschrijving van de belastingplicht heeft als doel, om te waarborgen dat er in kan worden alle gevallen wanneer een dienst wordt verricht er ook een belastingplichtige
aangewezen.
Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief De reinigingsrechten mogen maximaal kostendekkend zijn voor de verleende dienst. Er geldt voor de reinigingsrechten een vast tarief, vermeerder met een gedifferentieerd belastingtarief. Hierbij zijn drie verschillende gedifferentieerde belastingtarieven onderscheiden:
een tarief per aanbieding in een (ondergrondse) Medemblik; een tarief peraanbieding
container in het centrumgebied
van
buiten het centrumgebied;
een apart tarief voor aanbiedingen vanuit zorginstellingen.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld
en heffing naar tijdsgelang
Eerste lid Het eerste lid bepaalt het moment van het ontstaan van de materiële belastingschuld en legt deze bij de aanvang van het belastingjaarof bij de aanvang van de belastingplicht. De reinigingsrechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, tenzij de belastingplicht later aanvangt. Dan geldt dat de rechten verschuldigd zijn op het moment dat deze belastingplicht aanvangt (bijvoorbeeld bij vestiging van een nieuw bedrijf, dat voor het eerst bedrijfsafval aanbiedt).
Tweede en derde lid Het tweede en derde lid regelt de berekening van de verschuldigde rechten voor de gevallen wanneer gedurende het belastingjaar de belastingplicht begint of eindigt. De berekening gaat uit van een tijdsevenredige herleiding van de belastingschuld, waarbij de belastingplicht per maand in aanmerking is genomen.
Vierde lid Het vierde lid regelt dat het tweede en derde lid niet van toepassing zijn wanneer de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en een anderperceel in gebruik neemt. ln dat geval wordt een tijdsevenredige herleiding van de belastingschuld achterwegen gelaten. Grond hiervoor is dat een herleiding in dat geval alleen om formele redenen zou plaatsvinden, omdat er geen materiële wijziging in de belastingschuld zal plaatsvinden vanwege de verhuizing. Anders gezegd, het is vanwege uitvoeringstechnische redenen niet wenselijk dat er bij elke binnenstedelijke verhuizing een restitutie en nieuwe aanslag moet volgen. Voorwaarde voor de toepassing van het vierde lid is dat de belastingplichtige die het perceel verlaat een ander perceel in gebruik neemt. Het vierde lid is dan ook niet van toepassing is wanneer een belastingplichtige een tweede perceel feitelijk in gebruik neemt. ln dat geval is het bepaalde in het tweede iid van toepassing.