Vastgestelde Verordening Jeugdhulp Gemeente Medemblik 2025
Tekst van het document
Intitulé Verordeningjeugdhulp
gemeente
De raad van de gemeente
Medemblik 2025
Medemblik;
gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 27-05~2025 Medemblik 2025; gemeente vaststellen Verordeningjeugdhulp
inzake
gelet op
2.12 en
derde lid van de Jeugdwet;
o
de artikelen
o
het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet
o
gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein;
o
gelet op het vastgestelde gemeente Medemblik.
Overwegende
Meerjarenbeleidsplan
en de Jeugdwet;
Sociaal Domein 'Samen aan zet' van de
dat
voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouder(s) en dejeugdige zelf ligt; ouder(s) worden geacht de dagelijkse hulp, zorg en ondersteuning te bieden tot hun gezin behorendejeugdigem) ook als er sprake is van eenjeugdige met een ziekte, aandoening of beperking; het uitgangspunt
is dat de verantwoordelijkheid
wanneer de ouder(s) en dejeugdige niet in staat zijn de hulpvraag zelfstandig netwerk op te lossen eerst wordt gewend tot de algemene en voorliggende voorzieningen;
of met het
wanneer de algemene en voorliggende voorzieningen onvoldoende helpend zijn, de gemeente zorg draagt voortijdige en passende ondersteuning. o
het op grond van de Jeugdwet noodzakelijk
is hieromtrent
regels vast te stellen:
over de door het college te verlenen individuele voorzieningen
en algemene
voorzieningen; over de afbakening
Jeugdwet in relatie tot andere wetgevende
kaders;
en de wijze van beoordeling over de voorwaarden voortoekenning bij een individuele voorziening; afwegingsfactoren over de wijze waarop de toegang
tot en de toekenning
van, en de
van een individuele
voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen;
over de Wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden artikel van de Jeugdwet wordt vastgesteld;
budget als bedoeld in
voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van
de Jeugdwet; overde Wijze waarop ingezetenen, waaronder in iedergevaljeugdigen ouder(s), worden betrokken bij de uitvoering van de Jeugdwet;
of hun
terwaarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of
jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Daarbij wordt rekening gehouden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden; over onder welke voorwaarden
wordt verstrekt, dejeugdhulp sociale netwerk;
de persoon aan wie een persoonsgebonden budget kan betrekken van een persoon die behoort tot het
Besluit De verordeningjeugdhulp Aldus vastgesteld gehouden opinuli
gemeente
Medemblik 2025 per l juli 2025 vast te stellen.
in de openbare vergadering van de raad van de gemeente 2025.
De voorzitter,
Medemblik
Verordening
Jeugdhulp Gemeente
Hoofdstuk 1Algemene
Medemblik 2025
Bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
ln deze verordening en de daarop berustende bepalingen Wordt verstaan onder: Aanvraagformulier: Het formulierwaarin is opgenomen Wat de hulpvraag van de Wenst te behalen. Het jeugdige/gezin is en Welke resultaten dejeugdige/gezin voorjeugdhulp; als aanvraag aanvraagformuliergeldt algemene voorziening: voorziening op grond van dejeugdwet die rechtstreeks onderzoek naar de behoeften en toegankelijk is zondervoorafgaand of ouder(s); dejeugdige van persoonskenmerken die ingesteld is door de budgethouderen de vertegenwoordiger budgetbeheerder: ingekochte de kwaliteit van de met een houdt op toezicht beheert en het ondersteuning; budgethouder: degene die ondersteuning vanuit de leugdwet krijgt en een ontvangt om deze ondersteuning in te kopen; college: College van burgemeester en Wethouders van de gemeente Medemblik.
eigen kracht: het vermogen van een inwoner om zelf of met zijn haar sociale netwerk om tot een niveau van zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie te komen; familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de of anderen die tot de sociale aanverwanten ouder(s), samen met bloedvervvanten, omgeving van dejeugdige behoren; gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouder(s), inwonende kinderen of andere huisgenoten; individuele voorzieningen voorjeugdhulp die een Hoogspecialistischejeugdhulp: vaak multidisciplinaire zeer intensieve aanpak en/of zeer hoge dan wel specifieke expertise vragen; hulpvraag: behoefte van eenjeugdige of zijn ouder(s) aanjeugdhulp in verband met psychische problemen en stoornissen; opgroei- en opvoedingsproblemen, inwoner: iemand die ingeschreven staat in de gemeentelijke basisregistratie van de gemeente Medemblik; personen Jeugdige: een persoon die op grond van de Wet aanspraak kan maken opjeugdhulp, is dan l8jaar.
ln en die op het moment van de aanvraag of de hulpverleningjonger tot de leeftijd van 23jaar, indien bepaalde gevallen kan deze hulp worden voortgezet dit nodig is voor een goede ontwikkeling naarzelfstandigheid; Lokalejeugdteam: de voorziening die de gemeente heeft ingericht om te bieden aan dejeugdige en/of het gezin en tevens de toegang hulp/ondersteuning ligt op het tot individuele voorzieningen. De focus van het lokalejeugdteam of het gezin, het vergroten van versterken van de eigen regie/kracht van dejeugdige de zelfredzaamheid; na zorgvuldig onderzoek aan inwoner toegekend geheel van maatwerkvoorziening: diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon zijn afgestemd; Nadere regels: Nadere regels Jeugdhulp gemeente Medemblik 2025; onafhankelijke ondersteuning met informatie Onafhankelijke cliëntondersteuning: van de zelfredzaamheid en participatie en versterken aan het en advies die bijdraagt dienstverlening op het gebied van mogelijke een zo integraal van het verkrijgen maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg,jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder; Pedagogische sociale basis: alle activiteiten
en voorzieningen die bijdragen aan het opgroeien, opvoeden en de ontwikkeling vanjeugdigen. Het is erop gericht om
ondersteunings~ hulpvragen in een vroeg stadium te ondervangen en biedt ondersteuning bij de zelf- en samenredzaamheid vanjeugdigen en ouder(s); plan van aanpak zoals bedoeld in de Wet, dat wil zeggen een perspectiefplan: document waarin de ondersteuningsbehoeften van de inwonerzijn onderzocht en zijn vastgelegd samen met de resultaten en Waarin op verschillende leefgebieden de situatie in kaart is gebracht om een effectieve ondersteuning van de inwoner mogelijkte maken; persoonsgebonden budget; Resultaat: een directe vertaling van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner, die staat omschreven in een perspectiefplan; Sociale basis: vrij toegankelijke formele en informele activiteiten en voorzieningen gericht op het elkaarontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen die zorgen dat mensen kunnen samenleven en meedoen; sociale netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de inwonereen sociale relatie onderhoudt; specialistischejeugdhulp: individuele voorziening voorjeugdhulp die een intensieve aanpak en/of hoge dan wel specifieke expertise vragen; voorliggende voorzieningen: algemene voorziening of andere voorziening waarmee een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt. Dit zijn voorzieningen waar eerst aanspraak op moet worden gemaakt; Wet: Jeugdwet.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet naderworden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet, de Regelingjeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk
2 Algemene voorzieningen
Artikel 2.1 Algemene voorziening Het college draagt zorg voor een stevig aanbod aan algemene voorzieningen die aansluiten op het aanbod van individuele voorzieningen. Een algemene voorziening is altijd voorliggend ten opzichte van een individuele voorziening. Voorzover de hulpvraag met een algemene voorziening opgelost kan worden, bestaat er geen recht op een individuele voorziening op grond van dejeugdwet.
Artikel 2.2 (Pedagogische)
sociale basis
Het college stelt aan de hand van het aanbod aan algemene voorzieningen voor jeugdigen een pedagogische sociale basis beschikbaar. Het college vertaalt de pedagogisch sociale basis in preventiefjeugdbeleid dat zich richt op: Het voorkomen van, het vroegsignaleren van en het vroeg interveniëren bij een risico op opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen; Het versterken van het opvoedkundige klimaat; Het bevorderen van de opvoedvaardigheden van ouder(s); Het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleem-oplossend vermogen van dejeugdigen, hun ouder(s) en de personen die tot hun sociale omgeving behoren; Het bevorderen van de veiligheid van dejeugdigen in de opvoedsituatie. Het ondersteunen vanverenigingen in hun rol als belangrijke ontwikkel- en ontmoetingsplek voorjeugdigen, als onderdeel van een sterke pedagogische basis. I
I I I
I I
Artikel 2.3 Lokale algemene voorzieningen
.(9905
Het college draagt zorg voor het beschikbaarstellen van aanbod van, in ieder geval, de volgende vormen van algemeen (vrij) toegankelijkejeugdvoorzieningen: (groeps)bijeenkomsten, preventieve opvoed- en opgroeiondersteuning voorlichting, trainingen en cursussen; vanjeugdigen activiteiten gericht op(talent)ontwikkeling Jeugd- enjongerenwerk(er) praktijk ondersteuning huisarts~jeugd binnen het basisonderwijs en voortgezet (school-)maatschappelijkwerker onderwijs. advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling van Veilig Thuis Noord-Holland Noord; aanbod van onafhankelijke cliëntondersteuning;
Hoofdstuk
3 Individuele voorzieningen
Artikel 3.1 Specialistischejeugdhulp Het college draagt zorg voorde beschikbaarheid van specialistischejeugdhulp. zijn beschikbaarvoor specialistischejeugdhulp: De volgende zorgVormen Diagnostiek en behandeling generalistische basis GGZ; (lntensieve)ambulantebegeleiding; Dagbesteding; Respijtzorg De specialistischejeugdhulp wordt aan de hand van ondersteuningsprofielen producten en intensiteiten afgegeven. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot specialistischejeugdhulp.
Artikel 3.2 Hoog specialistischejeugdhulp Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van hoog specialistischejeugdhulp. zijn beschikbaarvoor hoog specialistischejeugdhulp: De volgende zorgVormen Diagnostiek en behandeling specialistische GGZ;
Intensieve ambulante begeleiding; Dagbesteding/ dagbehandeling; Ambulante crisishulp; Forensischejeugdhulp Het college kan nadere regels stellen met betrekking
tot hoog specialistischejeugdhulp.
Artikel 3.3 Jeugdhulp met verblijf met verblijf. Bijjeugdhuip met verblijfgaat het veelal omjeugdigen met (complexe) eigen problematiek, vaak in combinatie met ouder(s) die zich (ernstig) onmachtig voelen in het ouderschap, vaak als gevolg van complexe (eigen) problematiek bij de ouder(s). De jeugdige kan als gevolg van bovenstaande (tijdelijk) niet meer in het eigen gezin wonen, voor kortere of voor langere tijd is aangewezen op een vorm van waardoordejeugdige
Het college draagt zorg voorde beschikbaarheid vanjeugdhulp
24-uursverblijf. Jeugdhulp met verblijf bestaat uit de volgende vijf zorgVormen: Pleegzorg Gezinshuizen
Verblijfzonderbehandeling Verblijf met behandeling Kortdurend verblijf De inzet van een voorziening voorverblijf is gericht op zo thuis mogelijk en dit kent de volgende uitgangspunten: Verblijf in een pleeggezin is voorliggend op de andere verblijfsvormen; Verblijf zo veel mogelijk in de eigen omgeving is voorliggend; Wanneer een pleeggezin niet (langer) passend is, is een gezinsgerichte verblijfssetting, zoals een gezinshuisl voorliggend; Op het moment dat ook deze verblijfsvorm niet passend is, kan er gekeken worden naarverblijf zonder behandeling of verblijf met behandeling; Voor allejeugdigen in verblijf is het streven dat zij Wisselen van verblijf indien noodzakelijk, maar dat dit ten alle tijden zo min mogelijk plaatsvindt; Voor allejeugdigen in verblijf is het streven dat zij kunnen terugkeren naar het eigen gezin, netwerk of uitstromen richting zelfstandig Wonen. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de toewijzing vanjeugdhulp met verblijf.
Artikel 3.4 JeugdzorgPlus Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van JeugdzorgPlus. JeugdzorgPlus betreft een vorm van hulp die geboden wordt aanjeugdigen die niet bereikbaarzijn voor lichtere vormen vanjeugdhulp of die zonder behandeling een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving. JeugdzorgPlus omvat een plaatsing in een gesloten voorziening. De hulp heeft als doel omjeugdigen met ernstige gedragsproblematiek te behandelen en perspectief te bieden op een toekomst waarin zij verantwoord mee kunnen doen in de maatschappij.
Artikel 3.5 Jeugdbescherming Het college draagt zorg voor de inzet vanjeugdbescherming enjeugdreclassering door gecontracteerde gecertificeerde instellingen. Jeugdbescherming wordt uitgevoerd door gecertificeerde instellingen. De gecertificeerde instellingen kunnen in opdracht van de rechtbank of het openbaar ministerie een kinderbeschermingsmaatregel of reclasseringsmaatregel inzetten. Alleen de kinderrechter kan besluiten tot een maatregel uit lid nadat de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek heeft gedaan. Zo kan de kinderrechter besluiten dat een jeugdige ondertoezicht of voogdij moet worden geplaatst. ls de situatie kritiek, dan kan de rechter eenjeugdige onmiddellijk uit huis plaatsen. Een andere vorm van gedwongenjeugdbescherming isjeugdreclassering. Daartoe besluit de rechterals hij oordeelt datjeugdige, na zijn/haar straf, begeleiding nodig heeft bij de terugkeer in de maatschappij.
Artikel 3.6 Ernstige dyslexiezorg Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg, bestaande uit: diagnostiek bij een vermoeden van ernstige dyslexie; behandeling van ernstige dyslexie. Het college kan in de nadere regels de in het eerste lid bedoelde dyslexiezorg en de doelgroep afbakenen.
Artikel 3.7 Afspraken per zorgvorm
ownnøw
Het college maakt, indien van toepassing, in het kadervan de inkoop- of subsidiereiatie met aanbieders op geaggregeerd niveau afspraken over in ieder geval de volgende aspecten van de individuele voorzieningen: doelgroepen; activiteiten; doorlooptijd; intensiteit; kwaliteit; beoogd resultaat; en
Artikel 3.8 Medicatiecontrole Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van medicatiecontroie. zoals Medicatiecontrole is in beginsel onderdeel van (hoog)specia|istischejeugdhuip, genoemd in artikel 3.1 en artikel Enkel wanneerde zorg, zoals genoemd in iid is beëindigd kan medicatiecontroie als los product ingezet worden. Medicatiecontrole kan enkel door een daartoe opgeleid medisch specialist, zoals een psychiater of Arts Verstandelijk Gehandicapten, worden uitgevoerd.
Artikel 3.9 Vervoerscomponent Er is sprake van vervoer onder dejeugdwet als ervervoerd wordt naar een jeugdhuipinsteiiing, dan wel vorm van hulp die door dejeugdwet wordt gefinancierd. zijn in beginsel verantwoordelijk voorvervoer. De Ouders/verzorgers in staat is, al dan niet door het jeugdhuipaanbieder onderzoekt of dejeugdige/gezin inzetten van het sociaal netwerk, te voorzien in het vervoervan en naarjeugdhuip. indien indienen bij het college ter dit niet het geval is kan dejeugdhuipaanbiederverzoek of door het netwerk kunnen niet beoordeling. De vervoerskosten voor dejeugdige/gezin gedeclareerd worden. Het college beoordeelt in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn vermogen van de waardoor de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend jeugdige of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor het vervoerop zich te nemen. Als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend op een indicatie waarvoorwei vervoerge'indiceerd moet worden. buiten de regio West-Friesland en rolstoeivervoer, Besluit oververvoervoorzieningen waarin ouder(s) en/of netwerk dejeugdige niet zelf kunnen vervoeren, wordt genomen doorhet college. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de voorwaarden waaronder een kan worden toegekend.
vervoersvoorziening
Artikel 3.10 Zak- en kleedgeldregeling Het college hanteert voor de bekostiging handreiking Zak- en kieedgeld.
van zak- en kieedgeid
de daarvoor opgestelde
Voor pleegzorg is het zak- en kleedgeld inbegrepen in de vastgestelde tarieven voor pleegzorg. Jeugdigen die ten minste gedurende een maand in eenjeugdhulpvoorziening anders dan pleegzorg verblijven hebben recht op zak- en kleedgeld zoals bedoeld in artikel 5a.l in de regeling Jeugdwet. Het college stelt een vergoeding beschikbaar aan dejeugdhulpaanbieder ingeval een jeugdige ten minste gedurende een maand voltijds verblijft in een voorziening en diens ouder(s) niet aan deze kosten kunnen voldoen. Het college maakt met dejeugdhulpaanbieders afspraken over de voorwaarden Waarop deze vergoeding wordtverstrekt.
Hoofdstuk
4 Toegang tot individuele voorzieningen
Artikel 4.1 Toegangjeugdhulp
via de gemeente
Jeugdigen en/of ouder(s) kunnen zich rechtstreeks wenden tot een aanbiedervan een algemene voorziening zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van deze verordening. Jeugdigen en/of ouder(s) kunnen met hun hulpvraag terecht bij het college. Dit kan schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal. Het lokalejeugdteam neemt namens het college contact op met dejeugdige en/of ouder(s). Zij kunnen de vraag van de inwoner beantwoorden, doorverwijzen naar voorliggende of algemene voorzieningen of de situatie verder onderzoeken, zoals Dit onderzoek wordt vastgelegd in een verslag. vastgelegd in artikel Het college merkt een ondertekend verslag van het gesprek aan als een aanvraag als er nog geen aanvraag is ingediend. Daarnaast wordt een hulpvraag aan het college aangemerkt als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht als is voldaan aan de vormvoorschriften bedoeld in de artikelen 4:1 en 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat een aanvraag in iedergeval het volgende bevat: naam en adres van de aanvrager; de datum van de aanvraag; de aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd; de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
Als eenjeugdige en/of ouder(s) dan wel zijn wettelijkvertegenwoordigerjeugdhulp zelf wenst in te kopen met een omdat gecontracteerd aanbod niet voldoet, dient hij daartoe een ondertekend perspectiefplan en een ondertekend plan als bedoeld in artikel in. Het college bevestigt de ontvangst van een aanvraag schriftelijk. ln de bevestiging informeert het college dejeugdige en/of ouder(s) over de gang van zaken na indienen van de aanvraag van hun rechten en plichten, tenzij de aanvraag direct kan worden afgehandeld. Het college neemt het besluit op een aanvraag uiterlijk binnen acht weken na ontvangst en legt dit vast in een beschikking. indien dit om bepaalde redenen niet lukt (artikel Algemene wet bestuursrecht), kan deze termijn worden opgeschort. ln spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende individuele voorziening.
Artikel 4.2 Toegang totjeugdhulp
via het medisch domein
Het college zorgt voor de inzet vanjeugdhulp na verwijzing door de huisarts, medisch specialist ofjeugdarts naar eenjeugdhulpaanbieder, als en voorzover dejeugdhulpaanbiedervan oordeel
is dat de inzet vanjeugdhulp nodig is en de hulpvraag niet met een algemene voorziening kan worden opgelost. Het college hanteert de volgende voorwaarden:
Er kan alleen verwezen worden naar een gecontracteerdejeugdhulpaanbieder; houdt zich aan de door de verwijzer genoemde hulpvraag en Dejeugdhulpaanbieder ondersteuningsbehoefte; Dejeugdhulpaanbieder moet zich aan de afspraken met de gemeente houden als hij dejeugdhulpvraag na een verwijzing beoordeelt en onderzoekt. Deze afspraken of de subsidie en in de regels van deze verordening. staan in het contract voor eenzelfde Er is geen sprake van een dubbele inzet vanjeugdhulpfinanciering hulpvraag binnen de leefgebieden.
Artikel 4.3 Toegangjeugdhulp
viajustitieel
kader
Het college zorgtvoorde inzet vanjeugdhulp die: instelling nodig acht bij de uitvoering van een de rechter of de gecertificeerde kinderbeschermingsmaatregel; de rechter, het openbaar ministerie, de inrichtingsarts of de directeurvan de justitiële inrichting nodig acht bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing; instelling nodig acht bij de uitvoering vanjeugdreclassering. de gecertificeerde Voor toegekende voorzieningen via hetjustitieel kaderverstrekt het college geen beschikking. dient de instelling verwijst naar aanvullendejeugdhulp indien de gecertificeerde ln een het de lokalejeugdteam. oplegger staan oplegger in bij gecertificeerde instelling de stemt instelling oplegger en De gecertificeerde de doelen en resultaten vastgelegd. het met lokalejeugdteam. inzet af de benodigde Gecertificeerde instellingen dienen in beginsel te verwijzen naareen gecontracteerde passend gecontracteerd aanbod jeugdhulpaanbieder. Alleen indien aantoonbaargeen worden verwezen naar een nietbeschikbaar is, kan in overleg met het lokalejeugdteam aanbieder. gecontracteerde instelling Het college zorgt voor de inzet vanjeugdhulp die de rechter of gecertificeerde nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel.
Artikel 4.4 Toegang naar ernstige dyslexie 12 met ernstige dyslexie, dyslexiezorg, valt onder de De zorg voor kinderen van 7 Wet. Voor dyslexiezorg geldt dat deze alleen toegankelijk is voor dejeugdige als op basis van het landelijke 'Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling' dejeugdige hiervoor in aanmerking komt. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de doorverwijzing naar (ernstige) dyslexiezorg.
Hoofdstuk 5 Behandeling van een aanvraag om een individuele besluitvorming via de gemeente Artikel 5.1 Onderzoek naar de behoeften,
persoonskenmerken
voorziening;
onderzoek
en
en voorkeuren
Als bij het college een aanvraag om een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college in samenspraak met dejeugdige of zijn ouder(s) zo spoedig mogelijk een
onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. Het college wijst voor het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van een als bedoeld in artikel vertrouwenspersoon van de Wet en van onafhankelijke cliëntondersteuning als bedoeld in artikel van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Voordat het onderzoek van start gaat, kunnen dejeugdige of zijn ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hen gedurende twee weken na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als dejeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan. Het college onderzoekt wanneer eenjeugdige of zijn ouder(s) zich meldt met een vraag overjeugdhulp met dejeugdige of zijn ouder(s): wat de hulpvraag van dejeugdige of zijn ouder(s) is en wat die hulpvraag heeft doen ontstaan;
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van dejeugdige en zijn ouder(s), de veiligheid en ontwikkeling van dejeugdige en de gezinssituatie; of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van dejeugdige, van de ouder(s) of adoptiegerelateerde opvoedingsproblemen problemen, en zoja dan onderzoekt het college achtereenvolgens: welke problemen of stoornissen dat zijn; welke hulp naaraard en omvang nodig is voordejeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te naarzelfstandigheid participeren; of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden; en IV.
voorzover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, overige voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp; hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm vanjeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van dejeugdige en zijn ouder(s); indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Als dejeugdige of zijn ouder(s) een familiegroepsplan aan het college hebben overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. Bij het onderzoek wordt ook dejeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord.
Artikel 5.2 Deskundig oordeel, advies en voorbereiding
van de besluitvorming
Het college wint, met in achtneming van artikel van het Besluit Jeugdwet, een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. Het in het eerste lid bedoelde advies wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie als professional: in het kwaliteitsregisterjeugd; bij de Stichting Kwaliteitsregisterleugd bij het Nederlands instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of
op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BlG-register. is gewaarborgd dat het onderzoek en de Het college treft voorzieningen Waarmee voorbereiding van de besluitvorming via de gemeente op zorgvuldige wijze plaatsvindt, van) de organisatie die de in het bijzonder door te voorkomen dat (medewerkers jeugdhulp biedt of mogelijk gaat bieden, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen vanjeugdhulp of het daarop betrekking hebbende besluit neemt.
Artikel 5.3 Verificatie Bij het onderzoek kan het college de identiteit van dejeugdige en zijn ouder(s) verifiëren aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel van de Wet op de identificatieplicht. Ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit merkt het college voor de Wet als geldig identiteitsbewijs aan: lV of EU/EER; van het type een vreemdelingendocument een verblijfskaart Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen); een buitenlands paspoort; of van het type W (asielzoekers). een vreemdelingendocument
Artikel 5.4 Perspectiefplan Binnen tien werkdagen na het onderzoek verstrekt het college aan dejeugdige of zijn een schriftelijke weergave van het uitgevoerde onderzoek en het in verband Opmerkingen daarmee gevoerde gesprek. Dit wordt vastgelegd in het perspectiefplan. of latere aanvullingen van dejeugdige of zijn ouder(s) worden door hen aan het perspectiefplantoegevoegd. ln het perspectiefplan worden afspraken opgenomen over het moment en de wijze met dejeugdige en/of zijn ouder(s), het waarop de resultaten van het perspectiefplan besproken. en dejeugdhulpaanbiederworden lokalejeugdteam Het college zorgt ervoor dat dejeugdige en zijn ouder(s) de uitleg over de uitkomsten van het onderzoek hebben begrepen. of de opmerkingen of latere aanvullingen van dejeugdige of Als uit het perspectiefplan zijn ouder(s) blijkt dat een individuele voorziening is aangewezen of gewenst is, wordt het perspectiefplan door dejeugdige of dejeugdige en zijn ouder(s) ondertekend en door deze teruggestuurd. blijkt dat de gezamenlijke conclusie is dat de hulpvraag kan Als uit het perspectiefplan vermogen, worden opgelost met eigen mogelijkheden en het eigen probleemoplossend dan wel door gebruikvan een andere of overige voorziening, dan wordt het perspectiefplan ondertekend door dejeugdige of dejeugdige en zijn ouder(s) en door deze teruggestuurd.
ln dat geval geldt het ondertekende perspectiefplan voorzover er een aanvraag was ingediend als intrekking van die aanvraag voor een individuele voorziening. Het ondertekende perspectiefplan, dan wel de inhoud van een gespreksverslag, kan door het lokalejeugdteam worden opgeslagen in de eigen administratie. Het ondertekende perspectiefplan wordt, voorzovervan toepassing voor een effectieve uitvoering van de individuele voorziening, door dejeugdige en/of zijn ouder(s), of in voorkomende gevallen door het lokalejeugdteam gedeeld met de betrokken jeugdhulpaanbieder met inachtneming van de geldende privacyregelgeving. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het gesprek zoals bedoeld in dit artikel wordt gevoerd. ouder(s)
Artikel 5.5 Criteria voor toekenning
van een individuele voorziening
Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen kracht van dejeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van dejeugdige of zijn ouder(s). Hieronderwordt in ieder gevalverstaan: gebruikelijke hulp van ouder(s) en/of andere verzorgers of opvoeders boven gebruikelijke hulp van ouder(s) voor zoverzij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de boven gebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan
de ondersteuning vanuit het sociale netwerk het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten Overeenkomstig de definitie vanjeugdhulp uit artikel van de Wet wordt geen individuele voorziening verstrekt voor hulp of ondersteuning aan eenjeugdige die niet noodzakelijk is op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking, maar die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van dejeugdige van een bepaalde leeftijd. Erwordt geen individuele voorziening verstrekt voor hulp of ondersteuning aan een jeugdige als een algemene of voorliggende voorziening de noodzaak kan verminderen of wegnemen als deze: daadwerkelijkbeschikbaaris;en passend en toereikend is voor de hulpvraag. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare voorziening. Een individuele voorzieningjeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend wordt beoordeeld door het college. De doeltreffendheid beoordeelt het college doorvast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en waar beschikbaar erwordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een niet bewezen interventie.
Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als zijnde 'erkend' in: de Databank Effectieve leugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; de zorgstandaarden van de GGZ Standaarden; de databank voor interventies gericht opjeugdigen met een beperking (databank interventies gehandicaptenzorg); Als dejeugdige en/of zijn ouder(s) een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouder(s) verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening totjeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed. Het college verleent geen individuele voorziening als het hulpverleningstraject waarvoor dejeugdige en/of zijn ouder(s) die voorziening vragen op het moment van aanvraag al is afgerond. Het college kan nadere regels stellen terverdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste lid.
Artikel 5.6 Gebruikelijke
hulp
Gebruikelijke hulp is hulp die naaralgemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden ven/vacht van ouder(s) en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarigejeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als dejeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van van de ouder(s) neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders.
Erwordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouderwaar de jeugdige niet Woont. Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die eenjeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren: u de leeftijd van dejeugdige de mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die eenjeugdige van die leeftijd nodig heeft van de de aard en de duurvan de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit jeugdige o de mate van planbaarheid van de hulp de behoeften en mogelijkheden van dejeugdige| Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen individuele voorziening totjeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouder(s) door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan dejeugdige. Het college kan nadere regels opstellen terverdere uitwerking van de factoren zoals in het tweede lid.
Artikel 5.7 Boven gebruikelijke hulp Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouder(s) in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze boven gebruikelijke hulp. l-let college beoordeelt dan of van ouder(s) ven/vacht mag worden dat ze deze hulp bieden, Het college maakt hierbij onderscheid tussen zoals in lid l staatweergegeven. kortdurende en langdurende situaties: Kortdurend: er is uitzicht op herstel van de problematiek en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van dejeugdige. Het gaat hierbij over een kalenderjaar. aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in u Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naarverwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie kalenderjaar. maanden in Het college verwacht van ouder(s) dat zij in kortdurende situaties de boven gebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouder(s) door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan dejeugdige.
Bij de beoordeling in langdurige situaties houdt het college rekening met de volgende factoren: van de de aard en de duurvan de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit jeugdige de mate van planbaarheid van de hulp het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouder(s) de maniervan omgaan van ouder(s) met de problemen van dejeugdige vaardigheden van de ouder(s) om zelf hulp te bieden of er sprake is van problematiek bij de ouder(s) welke verplichtingen de ouder(s) hebben het belang van ouder(s) om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen de woonsituatie de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om dejeugdige en/of zijn ouder(s) te ondersteunen
overige individuele omstandigheden die doorjeugdige en/of ouder(s) worden ingebracht Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouder(s), bij de beschikbaarheid van de ouder(s) voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouder(s) en bij de financiële situatie van de ouder(s) wordt van hen verwacht dat zij de boven gebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. l-let college verstrekt dan geen individuele voorziening totjeugdhulp.
Artikel 5.8 (Dreigende)
overbelasting
Bij (dreigende) overbelasting
o
geldt het volgende:
Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan dejeugdige. Als de overbelasting ziet op spanningen door het werk of door andere factoren buiten de zorg van dejeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. Bij een aanvraag voor een individuele voorziening totjeugdhulp bekijkt het college wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. Het verlenen van hulp aanje kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten. Een voor het verlenen van hulp aan eenjeugdige dooreen ouderwordt beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen.
Artikel 5.9 Afbakening
Jeugdwet
en voorliggende
wetgeving
Dejeugdhulpgelden mogen niet worden ingezet voor vormen van zorg en ondersteuning die behoren te worden gefinancierd vanuit andere wetgeving die voorliggend is op de Jeugdwet. Onderstaand betreft een niet limitatieve lijst van vormen van zorg en ondersteuning waarbij andere wetgeving in de basis voorliggend is. Op casusniveau kan het wel zijn dat in het belang van dejeugdige/ het gezin alsnog gekozen wordt omjeugdhulp in te zetten.
Zorgvorm/
ondersteuningsvorm
Voorliggende
Bürtensšhóoišešpvañš]krn'aérabviång, šasiótiäei"
wetgeving
H
aë'ièiiiaëišpvahg "vliiiíétbip
van
Zorg en ondersteuning gericht op hetbehalen hetdiploma of goede leerresultaten, waaronderhuiswerkbegeleiding
WetpassendOnderwijs
zorg Blijve>nde`724 uurs entoezicht
la-ngdurigekzorgW
Verpleging, handelingen, logopedie, verrichten'méedische
i
'Zorgverzekeringswet
fysiotherapie,
psychische zorg en alternatieve geneeswijzen, waar ouder(s) aanvullend voorverzekerd zijn W
f
Brjióndèrebijstand
4liarticiipatiewet
zorg Allevormenvan levensjaar. maatschappelijke en ondersteuning vanaf het18de våWet Uitzonderingen, 0
indien er geen andere wet voorliggend
pleegzorg
Wetteluktot
Gezinshulzenwsitelilktot211„
is:
iondersteuning,
Zorgverzekeringswet,Wel Hangdurige Zorg l
o
VerlengdeJeugdwet:Wanneererzwaarwegenderedenen zijn om zorg te blijven bieden vanuit de Jeugdwet en er geen andere Wet voorliggend is, geldt de verlengde jeugdwet tot max. 23jaar.
'v'va.areríoiear'jfèïlig'd'vëípieegišIiH-oiišgém
Artikel 5 .10 Uitsluiting zorgvormen]
Reikwijdte
van de Jeugdwet
De volgende zorgvormen en interventies zijn uitgesloten van vergoeding vanuit de JeugdWet. Uitgangspunt hierbij is nee, tenzij. Hierbij blijft de inzet afhankelijkvan de hulpvraag, aard van de problematiek en benodigde inzet. kunnen slechts worden ingezet Wanneer Onderstaande zorg- en ondersteuningsvormen de regiebehandelaar het in het belang van dejeugdige acht als noodzakelijk onderdeel het naast eenjeugdhulpvoorziening Wordt ingezet: van de totale hulp Therapie of coaching met dieren, Waaronder: CREF-Methode paardentherapie Paardencoaching o hulphond hondentherapie Hondencoaching o Vaktherapie,Waaronder: Beeldende therapie o Danstherapie o Dramatherapie o Muziektherapie o o Speltherapie Coaching, Waaronder: Gezinscoaching o Kindercoaching o Slaapcoaching o uit het vorige lid betreft een niet limitatieve lijst van De zorg- en ondersteuningsvormen innovaties zijn zorgvormen. Wijzigingen in Wetgeving, onderzoeken en ontwikkelingen/ van invloed op deze lijst.
Artikel 5.11 Kinderopvang
en buitenschoolse
opvang
Reguliere kinderopvang en reguliere buitenschoolse opvang is geen vorm van jeugdhulp. Wel kan in zeer uitzonderlijke situaties specialistische begeleiding in het kadervan de jeugdWet Worden ingezet op de kinderopvang en buitenschoolse opvang als een kind specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, die niet door medewerkers van de opvang kan Worden geboden en niet van ouder(s) kan Worden verwacht.
Artikel 5.12 Inhoud beschikking
individuelejeugdhulpvoorziening
ln de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening Wordt in ieder geval Wordt verstrekt en aangegeven of de voorziening in natura of in de vorm van een Wordt tevens aangegeven hoe bezWaartegen de beschikking kan Worden gemaakt. Bij het verstrekken van een voorziening in natura Wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: Wat de te verstrekken voorziening is en Wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn;
Watdeingangsdatumenduurvandeverstrekkingis;en indienvantoepassing,Welkeanderevoorzieningenrelevantzijnofkunnenzijn.
NDQQUQ
Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een wordt in de beschikking in iedergevalvastgelegd: voorwelk resultaat het moet worden aangewend; welke kwaliteitseisen gelden voorde besteding van het wat de hoogte van het is en hoe hiertoe is gekomen; welke voorwaarden aan het verbonden zijn; wat de duur is van de verstrekking waarvoor het is bedoeld; en de wijze van verantwoording van de besteding van het Het ondertekende perspectiefplan, bedoeld in artikel maakt in zijn geheel deel uit van de beschikking.
HOOFDSTUK een
Aanvullende regels voor een individuelejeugdhulpvoorziening
in de vorm van
Artikel 6.1 Pgb-plan Als eenjeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar dejeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een dienen dejeugdige of zijn ouder(s) daartoe een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. ln het pgb-plan is in iedergeval opgenomen: de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente volgens dejeugdige of zijn ouder(s) niet passend is en een gewenst is; welkejeugdhuip dejeugdige of zijn ouder(s) willen inkopen met een wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; de voorgenomen uitvoerdervan de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; op welke wijze de kwaliteit van de in te kopenjeugdhulp is gewaarborgd; de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; indien van toepassing, welkejeugdhuip dejeugdige of zijn ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; de motivatie aan de hand van de tien punten benoemd in artikel waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
Artikel 6.2 Verstrekken van een Het college verstrekt een als: dejeugdige of zijn ouder(s) zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend achten; uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheervan een met zich meebrengt; en naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 6.5 is gewaarborgd dat dejeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die dejeugdige of zijn ouder(s) van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat. Het college verstrekt geen als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerdervan dejeugdhulp, wat zich in iedergeval voordoet indien de voorgenomen uitvoerdervan dejeugdhulp in de vierjaarvoorafgaande aan de aanvraag:
SVP-99"?
tomv
fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; veroordeeld is Wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf; op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder; met terugwerkende kracht, langer dan het moment van Het college verstrekt geen de aanvraag. Het college kentgeen pgbtoe als: Voorafgaand aan de datum van het onderzoek, toepassing is gegeven aan artikel lid l sub a en lid 3 van de Wet; ersprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie; voorzover het persoonsgebonden budget is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college; vaardig is, zoals opgenomen als dejeugdige en/of zijn ouder(s) niet voldoende in artikel de kwaliteit van de ondersteuning onvoldoende is geborgd; de zorg die aangevraagd wordt, valt onder gebruikelijke hulp; behandeling geboden wordt door een ouder of personen waarbij sprake is van een persoonlijke band die het behalen van de resultaten in de weg staat; de zorg welke geboden wordt tot (dreigende) overbelasting leidt van de persoon uit het sociaal netwerk.
De volgende kosten zijn uitgesloten van vergoeding vanuit een kosten voorbemiddeling; of belangenbehartigers; kosten voor tussenpersonen kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een kosten voorvervoer als dejeugdige op grond van artikel 6.5 naar het oordeel van het college niet in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening; kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag; en een eenmalige uitkering. kosten voor een feestdagenuitkering
Artikel 6.3 Pgb-vaardigheid
Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen dient de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder, in iedergeval: een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag; of deze zelf op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het (online) weten te vinden; bij te houden; in staat te zijn om een overzichtelijke pgb-administratie te met de Nederlandse taal communiceren in om de te zijn voldoende vaardig SVB en de zorgverleners; de gemeente, in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen; in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan en te spreken op hun functioneren;
voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis Weten te vinden. Een budgethouder of een budgetbeheerderwordt in beginsel niet in staat geacht de aan een verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van of meer van de volgende omstandigheden: Het beheerwordt uitgevoerd door degene die ook dejeugdhulp aan de budgethouder levert, tenzij het college hiervoor toestemming heeft gegeven of de beheerder een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van dejeugdige iS.
er is sprake van of meervan de volgende omstandigheden: schuidenproblematiek; (Ernstige) verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier 'aar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag; Er een schuld is bij de zorgverlener waarde voorziening wordt/zal worden ingekocht Het perspectiefplan als onvoldoende wordt beoordeeld door het college of het niet of onvolledig wordt ingeleverd, perspectiefplan De in te kopen zorg ondereen andere wet dan de Jeugdwet valt. De zorgaanbieder geregistreerd staat bij het informatie Knooppunt Zorgfraude of het waarschuwingsregister.
Artikel 6.4 Onderscheid formele en informele hulp Van formele hulp is sprake als dejeugdhulp wordt verleend door personen met een BIGofSKJ-registratie die: werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister, conform artikel van de HandelsregistenNet 2007, en die beschikken overde relevante diplomas die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister conform artikel van de Handelsregisterwet 2007 en beschikken over de relevante diploma's die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffendetaken; Formele hulp wordt geleverd door personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg of artikel van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen vanjeugdhulp. Als dejeugdhulp geboden wordt door personen uit het sociaal netwerk van dejeugdige, is altijd sprake van informele hulp. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in het eerste lid, onder a of en er niet voldaan is aan het tweede lid, is ersprake van informele hulp.
Artikel 6.5 Kwaliteitseisen
individuele voorziening
in te kopen met een
asQ-*rßeo
in te kopen individuele voorziening Terwaarborging van de kwaliteit van de met een voldoet de uitvoerdervan dejeugdhulp aan de volgende eisen: die niet ouder is dan beschikt overeen relevante Verklaring Omtrent Gedrag en gedurende de hulpverlening drie maanden bij aanvang van de zorgovereenkomst niet ouder dan driejaar, Waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van diens functie. Deze verplichting geldt niet voor ouders die zelf de hulp aan hun kind verlenen. beschikt over dejuiste vaardigheden en deskundigheid om verantwoorde huip te bieden; houdt een deugdelijke administratie bij met een registratie van de geleverde hulp; is voldoende vaardig om in de Nederlandse taai te communiceren; werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd; met de beschikking van het college; voert de hulp uit in overeenstemming stemt de hulp af op de persoonlijke situatie van dejeugdige of zijn ouder(s); stemt de hulp af op andere voorzieningen, overige voorzieningen en individuele voorzieningen waar dejeugdige of zijn ouder(s) gebruik van maken; de privacy van dejeugdige of zijn ouder(s) en gaat vertrouwelijk om met respecteert informatie over de persoonlijke situatie; in het huishouden neemt bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling ouder(s) van of het doen een voor advies contact op melding zijn of van dejeugdige met Veilig Thuis; meldt
calamiteiten en geweldsincidenten bij de verlening vanjeugdhulp aan het college; werkt mee aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het college of daartoe aangewezen derden op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en is of raakt doorverlening van dejeugdhulp naar het oordeel van het college niet overbelast. in te kopen individuele voorziening Terwaarborging van de kwaliteit van de met een aan de volgende aanvullende eisen: voldoet de uitvoerdervan formelejeugdhuip hetgeen is bepaald in artikel b handelt in overeenstemming met de professionele standaard; werkt op basis van een hulpverleningspian; werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; e hanteert de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meidplicht calamiteiten en de meidplicht geweld bij de verlening vanjeugdhulp; en in staat zijn taak uit te voeren. stelt een vertrouwenspersoon voor informelejeugdhulpverstrekt Erwordt geen als conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd formele jeugdhulp noodzakelijkis.
Artikel 6.6 Hoogte De hoogte van een wordt vastgesteld op basis van het pgb-plan en het perspectiefplan; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede dat het ondersteuning van derden te betrekken, en door een zorginstelling bedraagt 100% voorformelejeugdhulp De hoogte van het in natura. van het laagste adequate gecontracteerde tarief voor dezelfdejeugdhuip
De hoogte van het door een gekwalificeerde zzp'er voorformeiejeugdhuip bedraagt 85% van het laagste adequate gecontracteerde tarief voor dezelfde jeugdhuip in natura. De hoogte van het voor informelejeugdhulp is gelijk aan het Wettelijke minimumloon. Het tarief is lager als op basis van het door dejeugdige of zijn ouder(s) ingediende plan passende en toereikendejeugdhulp voor een lagertarief kan Worden ingekocht. Het tarief op basis waarvan het is berekend blijft in stand voor de duurvan de beschikking.
Artikel 6.7 Besteding De budgethouderstemt met de zorgaanbieder af op welke wijze de ondersteuning plaatsvindt en legt de afspraken vast in het modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank(SVB). De persoon die een ontvangt, dan weide beheerder, mag met de jeugdhulpaanbieder geen afspraak maken op basis waarvan de SVB de jeugdhulpaanbieder middels een vast maandloon uitbetaalt zonder dat de persoon die een ontvangt de factuur heeft geaccordeerd. Dit betekent dat de jeugdhulpaanbieder maandelijks een factuur met daadwerkelijk gerealiseerde uren aan de persoon die het beheert ter accordering aanbiedt. l-iet mag uitsluitend worden gebruikt voor de inkoop van de in de beschikking genoemde Voorzieningen en ten behoeve van het bereiken van de bij die voorzieningen genoemde doelen. indien sprake is van onderbesteding kan het lokalejeugdteam tijdens het evaluatiegesprek vragen naar de oorzaak van de onderbesteding. Het college kan op basis van de evaluatie besluiten tot aanpassing van de beschikking die is afgegeven op grond van deze verordening
Hoofdstuk
7 Kwaliteit en klachten
Artikel 7.1 Verhouding
prijs en kwaliteitjeugdhuipaanbieders
en gecertificeerde
instellingen
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaiiteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leverenjeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen in iedergeval rekening ofjeugdreciassering, met:
De aard en omvang van de te verrichten taken; De voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functies; Een redelijke toeslag voor overheadskosten; Een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg scholing enwerkoverleg en vanverlof ziekte Kosten voor bijscholing van het personeel. Het college houdt in het belang van een goede prijs kwaliteitsverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voordoor derden te leveren overige voorzieningen, in iedergeval rekening met: De marktprijs van de voorzieningen, en De eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd. Het eerste en tweede iid gelden voor subsidies slechts voorzover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie,jeugdhuip,
aanjeugdigen of hun ouder(s) en ofjeugdreclassering kinderbeschermingsmaatregelen op de hoeveelheid gebaseerd wordt of indirect direct subsidie de omvang van de verrichte diensten.
Artikel 7.2 Inspraak en medezeggenschap l-let college stelt inwoners van de gemeente Medemblik vroegtijdig in de gelegenheid te doen, advies uit te brengen bij de voorstellen voor het beleid betreffendejeugdhulp en en beleidsvoorstellen betreffendejeugdhulp, besluitvorming oververordeningen kunnen vervullen. rol effectief te hun om ondersteuning van hen voorziet Het college heeft hiertoe de Adviesraad Sociaal Domein gemeente Medemblik
ingesteld.
Artikel 7.3 Clientondersteuning
en vertrouwenspersoon
Het college zorgt ervoor dat eenjeugdige en/of zijn ouder(s) een beroep kunnen doen gericht op het geven van informatie en op kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie. Het college wijst dejeugdige en/of zijn ouder(s) op deze mogelijkheid. Het college zorgt ervoor dat eenjeugdigen en/of zijn ouder(s) een beroep kunnen doen die hen bij kan staan bij problemen in het op een onafhankelijke vertrouwenspersoon, Het college wijst dejeugdige en/of zijn ouder(s) er op kadervan de gebodenjeugdhulp. dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door deze onafhankelijke vertrouwenspersoon.
Artikel 7.4 Klachtregeling Het college behandelt klachten van dejeugdige of zijn ouder(s) die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van aanvragen als bedoeld in deze verordening, van de overeenkomstig de bepalingen van de Richtlijnen lnterne klachtenprocedure gemeente Medemblik. Als dejeugdige of zijn ouder(s) een klacht willen indienen tegen gedragingen van een vanuit de klachtregeling van de jeugdhulpaanbieder, dan geldt de klachtenbehandeling Deze is vastgesteld op grond van hoofdstuk 4 van de jeugdhulpaanbiederzelf. Jeugdwet. Wanneerde aanbieder niet adequaat op de klacht reageert of er sprake is van een afhankelijkheldsrelatie tussen aanbieder en klager, komt de gemeentelijke klachtmogelijkheid in zicht.
Hoofdstuk
8 Afstemming
Artikel 8.1 Voorliggende
met andere domeinen
voorzieningen
Het college verstrekt geen voorziening voorjeugdhulp als er: met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg als bedoeld bij of of krachtens de Wet langdurige zorg, de Beginselenwetjustitiëlejeugdinrichtingen
de Zorgverzekeringswet; naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met inhoudende begeleiding als bedoeld in uitzondering van een maatwerkvoorziening van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; of artikel
gegronde redenen zijn voor het college om aan te nemen dat dejeugdige in aanmerking kan komen voorzorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn ouder(s) weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe. Als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoorzowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van de Wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van de Wet te treffen. Dejeugdige of zijn ouder(s) die een aanvraag voorjeugdhulp doen, worden verwezen naar de instantie waar een aanvraag voor een voorziening op basis van de voornoemde wetten kan worden behandeld.
Artikel 8.2 Afstemming ondersteuning
met voorliggende
voorzieningen
en andere vormen van hulp en
Het college stemt dejeugdhulp waaraan eenjeugdige of een ouder behoefte heeft, ten minste af op het aanbod van activiteiten, diensten of middelen op grond van de onderstaande wetgeving dan wel de lokale invulling hiervan: de Leerplichtwet; de Participatiewet; de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; de Wet Inburgering 202i; de Wet kinderopvang; de Wet langdurige zorg; de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de Wet passend onderwijs; de Wet publieke gezondheid; de Wet tijdelijk huisverbod; de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; en deZorgverzekeringswet, zodat deze zoveel mogelijk op elkaar aansluiten en ondersteunt dejeugdige en zijn ouder(s) actief bij het verkrijgen van toegang tot de andere voorziening(en) of bij behoud van de continuïteit van de zorg op grond van de benodigde zorg. De afgestemdejeugdhulp wordt zodanig ingezet dat dit leidt tot: een voldoende mate van duurzame zelfredzaamheid van eenjeugdige of een ouder, voorzoverdat binnen het vermogen ligt.
het opheffen van een situatie die voor eenjeugdige of een ouder of diens omgeving levensbedreigend is, of met grote waarschijnlijkheid leidt tot ernstige gezondheidsschade; stabilisatie van een crisissituatie, anders dan bedoeld onder Het college weegt bij de afstemming van dejeugdhulp de volgende aspecten mee: de behoefte aan hulp en ondersteuning van eenjeugdige of een ouder; de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van eenjeugdige of een ouder en het sociale netwerk zoals bedoeld in artikel welke volgorde van inzet van hulp en ondersteuning naarverwachting het meeste effect sorteert en in hoeverre hulp en ondersteuning gelijktijdig kan of moet worden ingezet; welke hulp en ondersteuning leidt tot de minste maatschappelijke kosten op lange termijn. Als eenjeugdige of een ouderweigert mee te werken aan ondersteuning als bedoeld in het eerste lid, kan het college het onderzoek beëindigen en een individuele voorziening weigeren.