Investering en exploitatie doelgroepenbad aan de VOK Koomenweg
Tekst van het document
DEEL 1;
INVESTERING EN EXPLOITATIE DOELGROEPENBAD MEDEMBLIK
1. Inleiding De gemeenteraad van Medemblik wil de haalbaarheid van een doelgroepenbad in de kern Wervershoof onderzoeken. Het betreft een doelgroepenbad van 25x10 meter. Het onderzoek dient zodanig van inhoud te zijn, dat de gemeenteraad in staat wordt gesteld om een afgewogen besluit te kunnen nemen over de verdere uitwerking van de realisatie van het nieuwe zwembad. In deze rapportage worden de investerings- en exploitatielasten voor een nieuw doelgroepenbad uitgewerkt. Daaraan wordt tevens een hoofdstuk aangaande de mogelijke beheervorm toegevoegd.
2. Configuratie Het uitgangspunt voor de configuratie is: • •
•
een bassin van 25 x 10 meter met een volledig beweegbare bodem en een diepte van 2,00 meter; verder wordt een “gasloze” accommodatie als uitgangspunt gehanteerd. Dit is de meest duurzame en ambitieuze variant van het zwembad. Hierbij is een energie neutrale voorziening (all-electric) het uitgangspunt. ruimteprogramma m2 bvo m3 Entreezone 50 150 Horeca 125 375 Personeel/facilitair 113 339 Kleed- en douchezone 213 639 Zwemzalen 923 5076,5 Totaal
1424
6579,5
Voorbeeld 25 x 10 meter doelgroepenbad
1
3. Locatie Voor de locatie Vok Koomenweg geldt dat het doelgroepenbad op dezelfde wijze gebouwd kan worden als het eerder opgestelde inrichtingsplan voor het 3-badenconcept. Het bebouwingsoppervlak neemt daarbij met ca. 1.000 m2 af naar ca. 1.450 m2. Dezelfde bestemmingsplanwijziging als indertijd voor het oorspronkelijke 3badenconcept is benodigd.
4. Investeringsraming locatie VOK Koomenweg De enorme bouwkostenstijgingen die de periode van 2019 tot 2022 kenmerkte lijkt voorbij. De markt is weer enigszins tot rust gekomen en de materiaalprijzen zijn weer enigszins gestabiliseerd. Inflatie is echter nog steeds aanwezig en met name de stijgende lonen en schaarste aan personeel kunnen de komende tijd de prijzen nog opwaarts stuwen. Anderzijds zien we een gedeeltelijk teruglopende orderportefeuille in de bouw (met name woningbouw) hetgeen prijsstijgingen afremt. De investeringsraming van de doelgroepenconfiguratie -prijspeil mei 2024- is onderstaand weergegeven.
Ex btw
bouwkosten doelgroepenbad 25 x 10 meter
bouwkosten € inrichtingen € architect + engineering € projectkosten € interne kosten gemeente € leges € aansluitkosten € riothermie € infrakosten €
5.134.500 155.000 462.000 308.000 99.500 166.000 260.000 275.000 1.367.500
voorbelasting grond pm bouwrijp maken €
175.000
terreininrichting €
1.109.000
begeleiding infra €
83.500
grondkosten onvoorzien 5%
€
411.500
TOTAAL
€
8.639.000
2
5. Toelichting •
De investering is exclusief BTW. De gemeente zal het zwembad bouwen en vervolgens gaan verhuren aan een exploitant. De kosten inclusief btw die aan de gemeente in rekening worden gebracht komen bij de gemeente voor SPUK-sport in aanmerking. Het betreffen immers sport gerelateerde kosten waarvoor de gemeente geen recht op aftrek van btw of compensatie van btw heeft. Zou het zwembad ook deels voor bewegingsonderwijs worden gebruikt, dan dient eerst op basis van gebruik een verdeelsleutel te worden berekend aangezien kosten van bewegingsonderwijs niet voor SPUK-sport in aanmerking komen. Met het beoogde doelgroepenbad is dat niet het geval. De SPUK-regeling voorziet in een compensatie van 18% van de kosten inclusief BTW en dient door de gemeente te worden aangevraagd. De SPUK-regeling loopt tot eind 2025. Hoe de compensatieregeling er daarna uitziet is nog onbekend, maar de minister heeft aangegeven dat de budgetten in elk geval ook daarna beschikbaar blijven.
•
De kosten van de infrastructuur zijn gebaseerd op de stelposten zoals die ook bij de variantenstudie in 2020 zijn gehanteerd en aangepast naar de nieuwe configuratie.
•
Mede gelet op de eenvoudiger configuratie en de stabilisering van de bouwkosten is het onvoorzien gesteld op 5%,
•
De grond van Stroet is reeds aangekocht. Daar zijn in deze raming geen kosten meer voor opgenomen.
6. Kapitaallasten De kostenraming voor de bouw van het doelgroepenbad bedraagt afgerond € 8.639.000, - . Wij zijn uitgegaan van een rentepercentage van 3%. Uitgaande van afschrijving over 40 jaar bedragen de kapitaallasten in jaar 1 na oplevering € 475.145, jaarlijks met € 6.500 afnemend.
Jaar na oplevering + 1 jaar + 2 jaar + 3 jaar Afschrijving € 215.975 € 215.975 € 215.975 € 215.975 € Rente 259.170 € 252.691 € 246.212 € 239.733 Kapitaallast € 475.145 € 468.666 € 462.187 € 455.708
7. Bezoekraming doelgroepenbad Bij het maken van de nieuwe ramingen is uitgegaan van de bezoekersaantallen van het voormalige zwembad Zeehoek van 2019. Dat is het laatste representatieve jaar. (daarna kwam eerst de coronaperiode en daarna is de exploitatie afgebouwd en het zwembad gesloten.
recreatie zwemmen doelgroep instructie zweminstructie diversen totaal:
27.268 14.562 22.400 1.433 65.663
3
Het nieuwe doelgroepenbad bevat geen recreatieve ‘toeters en bellen’, maar is een functioneel zwembad, dat vooral op zwemlessen, doelgroepactiviteiten en banen zwemmen is gericht. Uiteraard kan er ook vrij worden gezwommen, maar daarvoor zijn geen specifieke faciliteiten aanwezig. Het recreatieve aanbod zal dan ook beperkt zijn tot gezinszwemmen en enkele uren voor de basisschooljeugd. Op basis van de omvang en het voorzieningenaanbod van het nieuwe bad wordt het bezoek voor het nieuwe bad als volgt geraamd: activiteit
bezoek
recreatief zwemmen banen zwemmen doelgroepen les zwemmen scholen pm verenigingen/verhuur pm
6.000 15.000 20.000 25.000
totaal
66.000
De lichte toename ten opzichte van het bezoek 2019 van leszwemmen en doelgroepen komt met name door de aanwezigheid van een beweegbare bodem. De afname van het recreatief zwemmen komt doordat de recreatieve elementen van het voormalige zwembad Zeehoek niet meer terugkomen in de nieuwe configuratie. 66.000 bezoekers komt neer op een bezetting van 264 bezoekers per m2 wateroppervlak. Daarmee is het zwembad goed bezet. (bij een bezoek van 225 à 250 bezoek per m2. Spreken van een redelijk goed bezet zwembad).
8. Exploitatieraming doelgroepenbad 8.1. BTW Per 1 januari 2019 is het Sportbesluit aangaande de btw op sportaccommodaties verregaand aangepast. Dat heeft ertoe geleid dat de exploitatie van de sportaccommodaties vrijgesteld is van btw. De gemeente kan het btw-nadeel compenseren via de zogenaamde SPUK-regeling, zoals reeds is toegelicht in paragraaf 5. Over de inkomsten behoeft geen BTW te worden afgedragen.
8.2. Baten Voor de te hanteren -marktconforme- tarieven is van de volgende gemiddelde omzet per bezoek uitgegaan (prijspeil 2024): • banen/recreatief zwemmen: € 4,85 • doelgroepen: € 7,50 • les zwemmen: € 13,00 Voor de horecaomzet wordt uitgegaan van € 0,30 per bezoek, uitgaande van een relatief eenvoudige horecavoorziening zonder frituur. De overige baten betreffen onder andere de omzet van het diplomazwemmen, magneetpassen, verjaardag arrangementen en de verhuur van kluisjes.
4
Het voormalige zwembad had geen zwemvereniging of bezoek van scholen. Daar is nu ook vooralsnog geen rekening mee gehouden.
8.3. Lasten Ook de lasten In deze raming zijn prijspeil 2024. Voor de personeelslasten is uitgegaan van een gemiddelde van € 55.000, - per fte en 5,8 fte formatie. Dat zijn 11.400 bezoekers per formatieplaats, hetgeen midden in de bandbreedte valt van 10.000- 13.000 bezoekers per formatieplaats voor vergelijkbare accommodaties. De gemiddelde kosten zijn gebaseerd op de CAO Sport 2024. De energielasten zijn gebaseerd op een gasloos en (bijna) energieneutraal zwembad, alsmede de gebruikelijke watertemperatuur. Er is rekening gehouden met extra energielasten voor een zogenaamde “warmwaterdag” per week. Hierbij is wel uitgegaan van een optimale opbrengst van de te plaatsen zonnepanelen. De onderhoudskosten betreffen het dagelijks en het groot onderhoud. Uitgaande van de bouwkosten van ongeveer € 5,1 miljoen zijn de totale onderhoudskosten op 2,5% van de bouwkosten geraamd. Het is te overwegen om bij de aanbesteding van de bouw een zogenaamd “maintaincontract” in de uitvraag mee te nemen. Door het onderhoud mee aan te besteden zijn de onderhoudskosten voor langere termijn vastgelegd. Nadeel is wel dat de kosten van dat onderhoudscontract vaak hoger zijn dan wanneer het onderhoud in eigen beheer wordt uitgevoerd. Een argument om het onderhoud wel uit te besteden is omdat de benodigde expertise intern niet in voldoende mate aanwezig is.
De verkoopkosten zijn op de cijfers van soortgelijke zwembaden gebaseerd, waarbij rekening is gehouden met wat extra budget voor het ‘in de markt zetten’ van het bad. De algemene kosten bestaan onder andere uit verzekeringen en belastingen, abonnementen, contributies e.d. De kosten zijn gebaseerd op die van soortgelijke zwembaden.
5
Doelgroepenbad 25 x 10 baten recreatief zwemmen banenzwemmen doelgroepen les zwemmen horeca overig totaal
€ € € € € € €
29.100 72.750 150.000 325.000 10.000 5.000 591.850
lasten personeel energie onderhoud schoonmaak kantoorkosten verkoopkosten admin. en beheer algemeen totaal
€ € € € € € € € €
322.216 75.000 128.500 12.500 10.000 10.000 35.000 50.000 643.216
resultaat excl. kapitaallasten
€
-51.366
8.4. Resultaat Exclusief kapitaallasten en eigenaarslasten (zoals OZB en verzekeringen) resulteert een exploitatietekort van afgerond € 51.000. Dat geeft een dekkingspercentage van 92 % (de mate waarin de inkomsten de uitgaven exclusief kapitaallasten dekken.) Dat is iets bovengemiddeld binnen de bandbreedte van 85% -100% van nieuwe eigentijdse doelgroepenbaden. Mocht het geraamde bezoek echter tegenvallen dan heeft dat met name effect op de personeelskosten. Als het bezoekersaantal onverhoopt 10.000 (15%) lager zou uitvallen dan dalen de gemiddelde inkomsten met € 59.000. De personeelskosten dalen daardoor dan met ca. € 55.000, waardoor het resultaat met € 4.000 verslechterd. Gelet op het gegeven dat de omgevingsfactoren voor het zwembad niet zijn veranderd is het niet aannemelijk dat het bezoek van het nieuwe zwembad lager zou uitvallen dan aan het in 2023 gesloten zwembad Zeehoek, temeer omdat in 2023 ook een zwemschool in de regio is gestopt.
DEEL 2;
DE BEHEERVORM
1. Inleiding
6
Het voormalige zwembad Zeehoek werd geëxploiteerd door- en was eigendom van- een lokale Stichting. Na sluiting van het zwembad is afscheid genomen van het personeel, het eigendom is om niet overgedragen aan de gemeente en de Stichting is/wordt geliquideerd. Bij de realisatie van een nieuw doelgroepenbad komt derhalve opnieuw de vraag aan de orde hoe het nieuwe zwembad zal gaan worden geëxploiteerd. Uitgangspunt bij deze vraag is dat de gemeente zelf het zwembad bouwt en in eigendom neemt.
2. Beheervormen algemeen 2.1 Gemeentelijk beheer Gemeentelijk beheer betekent feitelijk dat de verantwoordelijkheid voor het beheer en de exploitatie van de accommodaties binnen een afdeling, unit of cluster van de gemeente wordt ondergebracht. Bestuurlijke en maatschappelijke invloed De waarborging van de bestuurlijke en maatschappelijke invloed kan eenvoudig worden geregeld binnen de gemeentelijke organisatie door de opdracht die aan het afdelings-/unithoofd of teamleider wordt verstrekt. Het gaat daarbij vaak om een combinatie van (beperkte) beleids- en uitvoeringsverantwoordelijkheid. Financiële risico’s De gemeente blijft bij tegenvallende exploitatieresultaten voor 100% financieel verantwoordelijk. Opbouw van een voldoende groot weerstandsvermogen is slechts mogelijk, indien met de gemeente afspraken worden gemaakt om eventuele niet-bestede exploitatiebudgetten binnen het programma “sport” als een te maximeren exploitatiereserve te kunnen reserveren. In de praktijk komt dit zelden voor. Voordelen gemeentelijk beheer: • (grote) kans op lokale betrokkenheid; • focus op maatschappelijke opdracht; • maximale invloed gemeente. Nadelen gemeentelijk beheer: • veel dubbel (administratief) werk voor de gemeente; • hoge personeelskosten (cao-gemeenten); • specifieke exploitatie-expertise moet worden ingehuurd; • politiek bestuurlijke besluitvorming over de bedrijfsvoering.
2.2 Aanbesteding van de exploitatie Er is een beperkt aantal landelijk werkende exploitatiemaatschappijen of ondernemingen, dat interesse in het exploiteren van maatschappelijk vastgoed heeft. De exploitatie is bij hen zonder meer in goede handen als het gaat om kennis en expertise, evenals effectiviteit en efficiëntie. Toch geldt ook hier dat de beste exploitatieresultaten door goede managers worden behaald en ook voor landelijke marktpartijen zijn die schaars. Dat geldt zeker indien een manager vanuit de regio een enkelvoudige accommodatie moet aansturen. Een tweede aspect is dat er bij commerciële marktpartijen vaak weinig aansluiting met de lokale belangen bestaat. Men is toch vooral bezig met winst en ondernemers fee. Een lokale ondernemer is door zijn omvang vaak minder goed in staat om schaalvoordelen te bewerkstelligen en de continuïteit van de bedrijfsvoering te garanderen. Er bestaan echter goede voorbeelden van lokale 7
ondernemers, die een maatschappelijke voorziening exploiteren. Het succes van deze beheervorm is sterk afhankelijk van de persoon die de onderneming gaat leiden. Het probleem met een lokale partij is, dat er weinig ondernemers geëquipeerd zijn om een maatschappelijke voorziening te exploiteren, zonder het evenwicht tussen maatschappelijk en financieel belang te verstoren. De sociaal-maatschappelijke functie en het eigen ondernemerschap komen in dat geval met elkaar in conflict. Bestuurlijke en maatschappelijke invloed Exploitanten werken met lokale Bv’s. Er dienen overeenkomsten met de gemeente te worden opgesteld, die garanties bieden voor de maatschappelijke en financiële doelstellingen. De exploitant kan zowel verantwoordelijk kan worden gesteld het beheer van de accommodatie, als voor een risicodragende exploitatie met taakstellende openingstijden, goedgekeurde tarieven en financiële budgetten. Binnen deze taakstelling bestaat vervolgens een grote mate van vrijheid in de bedrijfsvoering. Financiële risico’s Ook een commerciële partij zal in beperkte mate bereid zijn om op voorhand risicodragend weerstandsvermogen in de lokale onderneming te brengen. Daardoor blijft het financiële risico voor de gemeente bij tegenvallende exploitatieresultaten groot (onvervreemdbaar risico).
De continuïteit - en daarmee het financiële risico voor de gemeente - wordt in belangrijke mate bepaald door de contractvoorwaarden waaronder de exploitatie wordt aanbesteed: ▪ is er voldoende werkkapitaal en/of weerstandsvermogen? ▪ is de aangeboden exploitatieraming niet te scherp? ▪ zijn de randvoorwaarden vanuit de gemeente niet te rigide? ▪ zijn de onderhoudsafspraken sluitend en controleerbaar? Voordelen van aanbesteding naar een marktpartij: • professionele en risicodragende exploitatie; • efficiënt en effectief; • (beperkte) Inbreng weerstandsvermogen; • maximale ontzorging van de gemeente. Nadelen van aanbesteding: • beperkte gemeentelijke invloed; • minimaal lokaal initiatief; • focus ligt op verdienmodel en niet op de maatschappelijke (beheer)taken; • hoge kosten managementfee (met name bij marktpartijen); • beperkte transparantie.
2.3 Externe verzelfstandiging Van externe verzelfstandiging is sprake als een aanbestedende dienst (de gemeente) een opdracht zonder aanbesteding aan een juridisch afgescheiden entiteit verstrekt, als deze nauw verbonden is met de opdrachtgever. Er is dan sprake van quasi-inbesteding. (art. 2.24a lid 1 van de Aanbestedingswet 2012. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden: 8
• • •
er moet sprake zijn van toezicht op de rechtspersoon aan wie de opdracht wordt verstrekt als ware het een eigen dienst (het toezichtcriterium); tenminste 80% van de activiteiten van de rechtspersoon worden uitgeoefend in de vorm van taken die zijn toegewezen door de gemeente; er mag geen sprake zijn van participatie van privékapitaal.
Quasi-inbesteding betekent in dit geval de inrichting van een exploitatie BV (of NV) of stichting, die in opdracht van de gemeente uitvoering geeft aan het beheer en de exploitatie van de sportaccommodaties en eventuele toegevoegde taken. In de meeste gevallen is het College van Burgemeester en Wethouders aandeelhouder van de vennootschap (een gemeentelijke BV), of benoemt het bestuur van een stichting. Bestuurlijke en maatschappelijke invloed Er dienen overeenkomsten tussen de exploitatie BV c.q. stichting en de gemeente te worden opgesteld, die garanties bieden voor de maatschappelijke- en financiële doelstellingen. Het bestuur van de exploitatie BV c.q. stichting kan hierbij zowel verantwoordelijk worden gesteld voor de instandhouding van de accommodaties als publieke functie, maatschappelijke prestaties en vaste financiële budgetten. Binnen deze taakstelling bestaat vervolgens een grote mate van vrijheid in de bedrijfsvoering. Het bestuur van de exploitatie BV c.q. stichting is evenwel verantwoording schuldig aan het College en heeft instemming/toestemming nodig voor zaken als: • • • • • •
substantiële wijzigingen in de tariefstelling van de basistarieven voor verhuur; investeringen die niet in de begroting zijn opgenomen; de vaststelling van de jaarrekening en de meerjaren exploitatiebegroting; statutenwijziging; ontbinding van de rechtspersoon; aanvraag van faillissement en surseance van betaling.
Deze zaken worden nader geregeld in de statuten van de onderneming. Afspraken ten aanzien van onderhoud worden vastgelegd in een meerjaren onderhoudsplan. Door het sluiten van een huur- en exploitatieovereenkomst behoudt de gemeente voldoende zeggenschap over gebruik, tarieven, openstelling en instandhouding van de accommodaties. Controle op de uitvoering vindt onder meer plaats door accountantscontrole en een jaarlijkse schouw. Financiële risico’s De gemeente blijft bij tegenvallende exploitatieresultaten uiteindelijk voor 100% financieel verantwoordelijk, ook al is er sprake van een gesloten eindfinanciering. Opbouw van een voldoende groot weerstandsvermogen is echter mogelijk indien er in het overeen te komen exploitatiebudget enige speelruimte zit en met de gemeente afspraken worden gemaakt om eventuele niet-bestede exploitatiebudgetten binnen de BV c.q. stichting te kunnen reserveren als een te maximeren exploitatiereserve. Elk van de drie accommodaties kan ingericht worden met een eigen Stichting, waarin bestuurders vanuit de eigen kern zitting nemen. Zij sluiten alle drie een exploitatie- en huurovereenkomst met de gemeente en nemen de beheer- en exploitatietaken voor hun rekening.
Voordelen van lokale stichting of BV: • niet aanbestedingsplichtig; • geen winstoogmerk; betere borging maatschappelijke taken; 9
•
lagere kosten dan bij een marktpartij.
Nadelen van lokale Stichting of BV: • beperkte gemeentelijke invloed bij een Stichting; • stichtingen; Continuïteit (geschikte en beschikbare bestuurders); • stichtingen brengen geen weerstandsvermogen in.
10
3. Uitwerking 3.1 Inleiding De afweging om gemeentelijke (sport)accommodaties niet in eigen beheer te nemen heeft al in eerder stadium gemeente breed plaatsgevonden en is ook voor het nieuwe doelgroepenbad als beheervorm niet aan de orde. Dan resteert de keuze om ofwel de exploitatie aan te besteden ofwel te kiezen voor externe verzelfstandiging in de vorm van een Stichting of een gemeentelijke BV. De nadelen van aanbesteding - met name de hoge kosten, de focus op het verdienmodel en de beperkte invloed- werken daarbij sterk in het voordeel van externe verzelfstandiging. De vijf openluchtbaden in de gemeente Medemblik zijn ook allen ondergebracht in een lokale Stichting en deze constructies fungeren naar tevredenheid. Echter, het exploiteren van een overdekt zwembad dat jaarrond open is vraagt veel meer beschikbare expertise en bestuurlijke en personele inspanningen.
3.2 Sportbedrijf Medemblik BV Per 1 juli 2023 is Sportbedrijf Medemblik BV opgericht. Met het onderbrengen van de exploitatie van een vijftal sportaccommodaties bij het Sportbedrijf wordt invulling De opdracht aan het Sportbedrijf is door de gemeente als volgt geformuleerd: • de BV wordt verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van - in eerste aanleg- vijf sportaccommodaties en eventueel andere maatschappelijke voorzieningen; • opgedragen taken moeten worden uitgevoerd binnen de budgettaire kaders, met daarbij ondernemersruimte voor het Sportbedrijf (maatschappelijk ondernemerschap); De ‘kernactiviteiten’ van het Sportbedrijf zijn: • het beheren en exploiteren van kwalitatief goede maatschappelijke voorzieningen die voldoen aan de actuele wettelijke- en sporttechnische eisen en regelgeving (veiligheid en zorgplicht); • het stimuleren van het gebruik van de sportvoorzieningen en het realiseren van een efficiënte en doelmatige bezetting; • het vergroten van de uitstraling, aantrekkingskracht en attractiviteit van de gemeente en haar kernen door middel van een efficiënt en kwalitatief goed productaanbod; • het initiëren van samenwerkingsverbanden met (vaste) gebruikers, maatschappelijke partners, maatschappelijke doelgroepen en verenigingen en het onderhouden van een gestructureerd gebruikersoverleg en periodieke klanttevredenheidsonderzoeken.
Ambities: • het -op termijn- ontwikkelen en uitvoeren van nieuwe activiteiten en samenwerkingen binnen het sociaal domein;( voor zover passend binnen de opdracht); • het gevraagd en ongevraagd kunnen adviseren van de gemeenten inzake het te voeren sport(accommodatie)beleid.
11
3.3 Advies Het nieuwe doelgroepenbad is gediend bij een beheervorm waarbij de bedrijfsvoering professioneel en marktgericht wordt opgepakt, maar ook met oog voor de grote maatschappelijke opdracht. Na een zwembadloze periode moet het zwembad immers opnieuw en stevig in de markt worden gezet. Daarnaast is de continuïteit van management en bestuur eveneens van groot belang. Dit overziende ligt het in de lijn om de exploitatie onder te brengen bij Sportbedrijf Medemblik BV (SBM) en de exploitatie niet aan te besteden of onder te brengen in een nieuwe Stichting of bij een van de Stichtingen openluchtbad. Hieraan liggen de volgende belangrijkste argumenten ten grondslag: • toevoeging past bij de ambitie van - en opdracht aan- SBM om door te ontwikkelen en te verbreden; • e toevoeging van de exploitatie aan SBM geeft schaalvoordelen door kostenspreiding (administratie, marketing, personeel, management); (*) • toevoeging is bevorderlijk voor de gemeentelijke regierol; (minder versnipperde aandacht); • de eenduidigheid voor de burger, gebruiker neemt toe (één aanspreekpunt voor de sportaccommodaties); • continuïteit bestuur en management is geborgd. (*) Hiermee is in de exploitatieraming in deel 1 -uiteraard- nog geen rekening gehouden Los van deze argumenten zijn er nog enkele belangrijke verschillen die pleiten voor een gemeentelijke BV in plaats van een lokale Stichting: 1.
bij een gemeentelijke BV worden bestuur en (eventuele) commissarissen benoemd door de aandeelhouder in casu de gemeente. Bij een Stichting heeft de gemeenten hier geen invloed op.
2.
doordat er tussen een stichting en de gemeente geen aandeelhoudersrelatie is, ontbreekt een directe juridische en financiële relatie. De stichting staat daardoor op grotere afstand van de gemeente dan een gemeentelijke BV. Gemeente en stichting zijn nevengeschikt. De praktijk laat zien dat na verloop van tijd stichting en gemeente zodanig uit elkaar kunnen groeien dat gemeentelijke beleidsinvloed
3.
sterk vermindert. (de Stichting is autonoom) de aandelen in een vennootschap geven vermogens- en zeggenschapsrechten. De gemeente wordt 100% aandeelhouder. Hiermee heeft de gemeente een aantal belangrijke bevoegdheden in handen die onder andere voorzien in grip op de bestuurlijke organisatie. Als enige aandeelhouder van de BV is de gemeente bestuurlijk betrokken bij de BV en heeft zij de regie. Via het 100% belang in de aandeelhoudersvergadering en een (desgewenst) in te stellen Raad van Commissarissen heeft de gemeente veel middelen in handen om belangrijke strategische en beleidsmatige besluiten door te voeren/ af te dwingen.
12