EE D.1 Motie VAO D66 Commissievragen tijdig beantwoorden.docx
Tekst van het document
Invullen door de griffier voor tegen opmerkingen paraaf
MOTIE vreemd aan de orde van de dag Onderwerp: Agendapunt: Ingediend door: Ondersteund door:
Commissievragen tijdig beantwoorden D.1 Moties Vreemd aan de orde van de dag G. Mos (D66) P. Koning (PWF), R. Manshanden (GL), S. Visser (CU), C. Neefjes (PW2010)
De raad van de gemeente Medemblik, in de vergadering bijeen op 8 juli 2021; gelet op artikel 34 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Medemblik 2019, Constaterende dat: Voorafgaand aan de commissievergadering van 24 juni 2021 de vragen van diverse fracties bij meer dan een agendapunt door het college niet van een antwoord zijn voorzien; Deze vragen (vroeg) binnen de gestelde termijn waren ingediend; Beantwoording van belang is voor een oordeel over de raadsvoorstellen; Het ontbreken van de antwoorden een oorzaak was van een moeizame en lange vergadering; Een aantal fracties vorig jaar een brief aan het college heeft geschreven met als een van de hoofdlijnen dat de raad zijn rol goed moet kunnen vervullen en dat het niet-tijdig beantwoorden van commissievragen daarmee in strijd is.
Overwegende dat: Meer dan een fractie hierin aanleiding heeft gezien het oordeel over de desbetreffende voorstellen op te schuiven naar de raad van 8 juli as.; De toch al volle raadsvergadering daardoor nog langer zal gaan duren en er mogelijk een extra bijéenkomst nodig zal zijn; Een extra commissiebijeenkomst, respectievelijk het opschuiven van agendapunten, nodig is om het op 24 juni niet behandelde agendapunt te bespreken; Ingrepen in de agenda’s van raads- en commissieleden voor de zeer korte termijn ongewenst zijn, zeker in deze periode; De beschikbare capaciteit van de griffie hiermee verder onder druk komt te staan. Spreek uit: Dat het niet-tijdig beantwoorden van commissievragen door het college ongewenst is voor een goed lopende vergadering. En roept het college op: Herhaling te voorkomen, teneinde de raad in de gelegenheid te stellen zijn werk naar behoren en zonder frustratie als gevolg van een gebrekkige voorbereiding te kunnen doen.
Ingediend door: …………………. G. Mos (D66) Ondersteund door: ……………………………. P. Koning (PWF)
……………………………. R. Manshanden (GL)
……………………………. S. Visser (CU)
……………………………. C. Neefjes (PW2010)