Bijlage 2 - Procesvoorstel prestatieafspraken Jaarschijf 2023 en daarna.pdf
Tekst van het document
Procesvoorstel prestatieafspraken: Jaarschijf 2023 en daarna Inleiding Bij het raadsbesluit 2 juli 2020 (Z-20-106399, DOC-20-259831) over het rapport van de rekenkamercommissie: ‘Doeltreffendheid prestatieafspraken wonen, rolinvulling door de raad’ heeft de portefeuillehouder de volgende toezegging gedaan: Het college zal jaarlijks organiseren dat de raad aan de voorkant van het proces dat leidt tot prestatieafspraken wonen wordt betrokken door te organiseren dat de commissie in juni – met aanwezigheid van de woningbouwcorporaties – gelegenheid krijgt om zich uit te spreken over wat men wil meegeven m.b.t. de prestatieafspraken. Aan deze toezegging is het afgelopen jaar geen gevolg gegeven. Oorzaak hiervan is capaciteitsgebrek en structurele onderbezetting op het beleidsveld wonen. De toezegging blijkt nu echter niet uitvoerbaar, waardoor wij ook dit jaar en in de komende jaren hieraan geen gevolg kunnen geven. Deze memo: -
Maakt duidelijk waarom deze toezegging niet uitvoerbaar is Doet een procesvoorstel hoe hier dit jaar en de komende jaren mee om te gaan
Proces prestatieafspraken en jaarschijven Het maken van prestatieafspraken met woningbouwcorporaties is een wettelijke verplichting die voortvloeit uit de Woningwet 2015. De procedure is op hoofdlijnen beschreven in artikel 44 Woningwet. Doel hiervan is het nader reguleren van de activiteiten van en het toezicht op het handelen van woningbouwcorporaties. De regionale Woonvisie 2017 en het gemeentelijke programma Wonen 2018-2026 (= lokale woonvisie) vormen de basis voor de meerjarige prestatieafspraken. Beide documenten zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft hiermee voor het college de kaders gesteld waarbinnen het college de prestatieafspraken dient uit te werken. In december 2020 zijn meerjarige afspraken gemaakt met de woningbouwcorporaties en huurdersverenigingen in onze gemeente: de prestatieafspraken 2021 – 2024 (zie bijlage). Deze meerjarige afspraken worden elk jaar uitgewerkt in zogenoemde jaarschijven. Recent stemde het college in met de jaarschijf 2022 en is hierover op 15 februari 2022 een informatienota aan de raad verstrekt. In de ambtelijke werkgroepen ‘Sociaal domein en leefbaarheid’ en ‘Vastgoedsturing en verduurzaming’ bewaken we de voortgang van de jaarschijf 2022 en komen we met voorstellen voor de volgende jaarschijf 2023.
Voorstellen meegeven voor de volgende jaarschijf 2023 gebeurt door het opgeven van zogenoemde ‘speerpunten’ aan de woningbouwcorporaties. Dit moet gebeuren voor 1 april. In de speerpunten geven wij aan wat wij belangrijke zaken vinden om volgend jaar aandacht aan te geven / mee aan de slag te gaan. De speerpunten moeten uiteraard wel matchen met de meerjarige afspraken 2021 – 2024: daarin staan immers de zaken waar we samen met de woningbouwcorporaties en huurdersverenigingen de komende jaren aan willen werken. Op basis van de door ons opgegeven speerpunten werken de woningbouwcorporaties een bod uit, die ze bij ons inleveren voor 1 juli. Een bod bestaat uit een overzicht van de voorgenomen werkzaamheden. Aan de hand van dit bod starten we de gesprekken met de woningbouwcorporaties om te komen tot een nieuwe jaarschijf 2023. De nieuwe jaarschijf moet voor 15 december 2022 gereed zijn.
Deze cyclus ziet er schematisch als volgt uit:
Wettelijke cyclus prestatieafspraken (Handreiking en vraagbaak Prestatieafspraken, Ministerie van BZK, Toezegging niet uitvoerbaar / rol van de raad De opgave van speerpunten aan de woningbouwcorporaties moet gebeuren voor 1 april van elk kalenderjaar. Het in juni organiseren van een commissieavond is daarmee te laat in het proces en past niet binnen de procedure die wettelijk is voorgeschreven. Bovendien is het dan voor woningbouwcorporaties niet mogelijk om binnen een paar weken hun bod aan te passen aan de wensen van de raad. Zij moeten immers uiterlijk op 1 juli een overzicht verstrekken van de uit te voeren werkzaamheden. Daarmee is de toezegging van de portefeuillehouder niet uitvoerbaar. Overigens is het maken van prestatieafspraken een bevoegdheid van het college. De regionale Woonvisie 2017 en het gemeentelijke programma Wonen 2018-2026 (= lokale woonvisie) vormen de basis voor de meerjarige prestatieafspraken. Beide documenten zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft hiermee voor het college de kaders gesteld waarbinnen het college de prestatieafspraken dient uit te werken. Het is gebruikelijk om de raad achteraf te informeren over de afspraken die het college met de woningbouwcorporaties heeft gemaakt, zodat zij haar volksvertegenwoordigende rol goed kan uitoefenen.
In het rekenkamerrapport ‘Doeltreffendheid prestatieafspraken wonen, rolinvulling door de raad’ van 25 mei 2020 is gesteld dat directe beschikbaarheid van de prestatieafspraken voor de raad belangrijk is voor de maatschappelijke verankering. De landelijke Handreiking Prestatieafspraken zegt hierover: “Doorgaans vindt vaststelling van prestatieafspraken plaats in het college en gaan ze ter informatie naar de raad.” De vaststelling blijft conform de Woningwet een bevoegdheid van het college, de raad is hier dan wel over geïnformeerd.
De raad is via een informatienota geïnformeerd over de jaarschijf 2022. Hiermee heeft de raad zo tijdig als mogelijk was de beschikbaarheid gekregen over de afspraken en acties die we in 2022 samen met woningbouwcorporaties en huurdersorganisaties willen oppakken. Procesvoorstel jaarschijf 2023 1. De raad wordt in de gelegenheid gesteld om aanvullingen te geven op de speerpunten die wij de woningbouwcorporaties hebben meegegeven. Het is niet uitvoerbaar om de raad vooraf input te laten geven op de speerpunten jaarschijf 2023. Wel kunnen we de speerpunten 2023 (die we dus voor 1 april aangeven aan de woningbouwcorporaties) via een informatienota aan de raad kenbaar maken. Deze informatienota ligt nu voor. Op 4 april besloot het Presidium de informatienota in de commissievergadering van 25 april te agenderen, zodat in de commissie kan worden besproken wat de commissie wenst mee te geven. 2. We organiseren een informatiebijeenkomst voor de raad. In overleg met de griffie is al een informatieavond gepland op 13 juni 2022. Het doel van deze avond is overigens puur informatief. Raadsleden wordt hier niet om input gevraagd. De woningbouwcorporaties geven een presentatie.
Met de woningbouwcorporaties is hierover het volgende afgestemd: Er wordt beoogd om de nieuwe raad ook vanaf het begin goed mee te nemen in het proces rondom de prestatieafspraken en helderheid te geven over de verschillende rollen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden rondom de prestatieafspraken. Het is de bedoeling dat de woningbouwcorporaties de inhoud van deze presentatie verzorgen. Deze avond staat dus gereserveerd voor maandag 13 juni vanaf 20:30 uur (het eerste deel van de avond is reeds gereserveerd voor een ander onderwerp). Nb. = digitaal De belangrijkste onderwerpen zijn: • • • •
Kennismaking Rollen en verantwoordelijkheden prestatieafspraken Verhuurmonitor 2021 (incl. wachtlijsten, mutatiegraad en wachttijden) Situatie woningmarkt vanuit het perspectief van de woningbouwcorporaties
Verdere uitwerking van deze bijeenkomst moet nog plaatsvinden in overleg met de woningbouwcorporaties. Procesvoorstel prestatieafspraken na 2023 Zoals al eerder aangegeven is het maken van prestatieafspraken een bevoegdheid van het college. Het is gebruikelijk om de raad achteraf over de gemaakte afspraken te informeren. Wij stellen voor om vanaf de jaarschijf 2024 deze werkwijze te hanteren, dus: de raad wordt achteraf geïnformeerd over de vastgestelde jaarschijf. Zo vervult de raad een juiste rol in het proces: namelijk het uitoefenen van haar volksvertegenwoordigende rol. In 2024 gaan wij aan de slag met nieuwe meerjarige prestatieafspraken: 2025-2028. In 2023 maken wij hiervoor een plan van aanpak en vragen wij om de hiervoor benodigde financiële middelen. In dit plan van aanpak besteden we ook aandacht aan de rol van college en raad, en doen we voorstellen om tot heldere procesafspraken te komen.