CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 1 juli 2021, gemeente Medemblik28.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel van de Raadscommissie van 1 juli 2021

1 2

20:30 - Opening 20:30 - Vaststelling agenda Agenda Raadscommissie 1 juli 2021.docx

3 4 4.1

20:30 - Spreekrecht art. 16 Verordening op de raadscommissies gemeente Medemblik 2019 20:35 - SAMENLEVING 20:35 - Bespreeknotitie Lange Termijn Accommodatiebeleid juni 2021 00 Bespreeknotitie 01 Bijlage I Achtergrond informatie LTA.docx 02 Bijlage II Financiele analyse LTA (2).docx 03 Beantwoording Commissievragen PvdA raadscie. 28-6 agendapunt 5.1 Bespreeknotitie LTA 04 ARCHIEF Informatienota Langetermijnaccommodatiebeleid (LTA).pdf 05 ARCHIEF Bijlage 1 Verslagen workshops maatschappelijke organisaties (LTA).pdf 06 Beantwoording Commissievragen GB raadscie. 28-6 agendapunt 5.1 Bespreeknotitie LTA 07 ARCHIEF DOC-21-388461 - Bijlage Verslagen workshops maatschappelijke organisaties LTA.pdf 08 ARCHIEF PPT dorpsraad 26052021.pptx 09 ARCHIEF Samenvatting digitale bijeenkomst kernraden voortgang lange termijnaccommodatie op 25 mei 2021.pdf 10 ARCHIEF Subsidiemogelijkheden Gemeente Medemblik.pdf 11 ARCHIEF Subsidieprogramma 2021.pdf 12 ARCHIEF Vervolgproces langetermijnaccommodatiebeleid gemeente Medemblik.pdf

5

21:05 - Sluiting

2 Vaststelling agenda 1 Agenda Raadscommissie 1 juli 2021.docx

Agenda Raadscommissie Datum Tijd Locatie Voorzitter

01-07-2021 20:30 - 21:05 Digitaal

1 20:30 2 20:30 3 20:30

Opening

4 20:35 4.1 20:35 5 21:05

SAMENLEVING

Vaststelling agenda Spreekrecht art. 16 Verordening op de raadscommissies gemeente Medemblik 2019

Bespreeknotitie Lange Termijn Accommodatiebeleid juni 2021 Sluiting

4.1 Bespreeknotitie Lange Termijn Accommodatiebeleid juni 2021 1 00 Bespreeknotitie

BESPREEKNOTITIE COMMISSIE Registratienummer Aan Van Datum Onderwerp Agendapunt

De commissieleden College van B&W 27 mei 2021 Bespreeknotitie LTA juni21 <in te vullen door griffie>

Ter discussie Onderwerp Lange termijn accommodatiebeleid

Probleembeschrijving De financiële opgave voor het LTA is groot, veelomvattend en complex. Er zijn vele accommodatiesoorten, nog meer belanghebbenden en participanten en aanpalende beleidsterreinen. In deze bespreeknotitie met bijlagen zetten we daarom de belangrijkste informatie zoals voorgeschiedenis en context voor u op een rij en hebben we een verdiepingsslag gemaakt ten aanzien van de analyse van de financiële situatie (zie bijlagen). Het is aan te raden, alvorens deze bespreeknotitie verder te lezen, eerst kennis te nemen van de informatie uit de bijlagen. Tijdens een themabijeenkomst in februari 2020 is op hoofdlijnen aangegeven wat de financiële impact is van het op lange termijn in stand houden van deze accommodaties en het vastgoed voor de gemeentebegroting. We spraken toen over een ingeschat jaarlijks tekort oplopend tot minimaal € 2 miljoen in 2040. Op basis van voortschrijdend inzicht stelden wij het beeld verder bij. Omdat nu de focus ligt op maatschappelijke voorzieningen zijn de gemeentelijke huisvesting, de kerktorens en de brandweerkazernes verwijderd uit de raming van februari 2020. De buitensportaccommodaties zijn toegevoegd. Deze waren in februari 2020 wel benoemd maar nog niet doorgerekend. We hebben nu een gerichtere raming gemaakt. In de nieuwe raming is te zien dat vanaf 2024 een tekort ontstaat van € 350.000,-.

Het tekort loopt gestaag op tot € 1,7 miljoen in 2040. Er is niet gespaard voor vervangingsinvesteringen. Voor nadere toelichting over de het ontstaan van het financiële tekort, zie daarvoor de bijlage. De raming is grotendeels opgesteld aan de hand van dezelfde aannames en kengetallen als van februari 2020, waarbij we voor de buitensport en de onderwijshuisvesting recente gegevens hebben gehanteerd, namelijk de Meerjaren Onderhouds Planning (buitensport) en het concept Integrale Huisvestings Plan Onderwijs 2020.

1

In april 2020 stelde u een plan van aanpak vast om gefaseerd tot het lange termijn accommodatiebeleid (hierna LTA) te komen. Het participatietraject dat is doorlopen en actuele ontwikkelingen hebben inzichten opgeleverd waardoor het college met deze bespreeknotitie als tussenstap naar de raadscommissie gaat. Dit komt tegemoet aan de wens van de raad om voorstellen gefaseerd voor te leggen. Het college peilt hiermee of het op de juiste koers zit. Het doel van deze bespreeknotitie is tweeledig: Ten eerste nemen we u graag mee in de nadere inzichten die afgelopen periode zijn opgedaan. Gaandeweg dit project zijn namelijk een aantal nadere inzichten ontstaan, die we in deze notitie graag met u delen. Ten tweede leggen we in deze notitie een vervolgaanpak aan u voor, welke passend is bij de complexiteit, verschillende belangen en de nadere inzichten. Voor deze vervolgaanpak hebben we een aantal uitgangspunten en onderzoeksvragen geformuleerd die we graag aan u voorleggen. U heeft hierbij de gelegenheid om eventuele aanpassingen en/of aanvullingen in te brengen.

Nadere inzichten Gaandeweg dit complexe proces dienden zich voortschrijdende inzichten aan. Die benoemen we hieronder. We stemmen de vervolgaanpak mede af op deze inzichten. (1) Betrokkenheid en weerstand vanuit de gemeenschappen en de maatschappelijke organisaties Tijdens de workshops met de maatschappelijke organisaties is grote betrokkenheid kenbaar geworden vanuit de gemeenschappen en de maatschappelijke partners. We signaleren ook dat er weerstand is binnen sommige kernen vanwege de angst dat voorzieningen verdwijnen doordat minder geld beschikbaar komt. Er zijn zorgen dat de leefbaarheid van de kern achteruit gaat als er geen of minder accommodaties zijn in het dorp of stad. Op dit moment is het nemen van besluiten over het al dan niet in stand houden van specifieke accommodaties nog niet aan de orde. We werken aan LTA met een zichttermijn tot 2040. De volgende stap in het proces die wij voorstellen is het vaststellen van uitgangspunten voor beleid, die een basis bieden voor keuzes verderop in het proces. De weerstand die we zien en lezen in brieven aan de raad en in de media zien wij als een nadrukkelijke betrokkenheid. Deze betrokkenheid willen wij in het vervolgtraject dan ook graag inzetten om te komen tot een helder, eenduidig en reëel LTA. (2) Complexiteit Tijdens het participatietraject is gebruikgemaakt van vier scenario’s als gespreksinstrument.

Hierdoor is een idee ontstaan dat de gemeente één van deze scenario’s gaat toepassen voor alle typen accommodaties. Dat ligt genuanceerder. Gezien de diversiteit aan accommodaties is dat waarschijnlijk niet mogelijk. Over de accommodatie categorieën heen kunnen verschillen zijn en blijven als dat passend is voor het doel dat we gezamenlijk willen bereiken. Ook is sprake van een verschil tussen wettelijke en niet-wettelijke taken wat van invloed kan zijn op de uiteindelijke keuzes. (3) De opgave van de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed De differentiatie tussen de accommodatiecategorieën brengt ook verschillen in verantwoordelijkheden mee voor de duurzaamheidsopgave. De opgave die de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed met zich meebrengt is enorm. Als gemeente hebben wij hierin een aanzienlijke taak. Het rijk keert tot op heden nog geen middelen hiervoor uit. Nu we bezig zijn met LTA komt steeds meer het besef dat de verduurzamingsopgave grote financiële impact heeft. Tegelijkertijd zijn er ook kansen. Verduurzaming kan

2

ook geld opleveren (energiebesparing door isolatie of opbrengsten vanuit duurzame energieopwekking). Ook zijn er kansen voor ondersteuning bij financiering. Zo heeft bijvoorbeeld de BNG een regeling voor het financiering van verduurzaming bij accommodaties van maatschappelijke organisaties. (4) Onvoldoende middelen vanuit rijk voor onderwijshuisvesting: interdepartementaal onderzoek Gemeenten zijn verantwoordelijk voor (ver)nieuwbouw van onderwijsvoorzieningen. Naar verwachting wordt in de toekomst ook levensduur verlengende renovatie een wettelijke verplichting. Dit geldt voor scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. Voor de financiering hiervan krijgen gemeenten jaarlijks een bijdrage uit het Gemeentefonds. De middelen die het Rijk verstrekt zijn ontoereikend om de grote opgave voor vervanging van schoolgebouwen uit de jaren '60 , '70 en '80 te bekostigen. Gemeenten hanteren doorgaans de VNG-norm voor nieuwbouw. Dit normbedrag is vanaf 2017 verhoogd met 40 % voor bouwkostenstijgingen en vanaf 2021 met 9 % voor BENG-normen. Het Rijk heeft deze kostenstijgingen niet gecompenseerd via het Gemeentefonds. Gemeenten in Nederland staan voor de opgave om al die bouwplannen te bekostigen. Dit beeld wordt bevestigd door een recent onderzoek.

Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) heeft in maart 2021 tot de publicatie van een onderzoek naar onderwijshuisvesting geleid: ‘een vak apart’i. Het IBO signaleert enkele knelpunten in de huidige situatie. De gebouwen zijn verouderd en daarbij is het niet altijd duidelijk wie waar verantwoordelijk voor is omdat zowel schoolbesturen als gemeenten middelen van het rijk krijgen voor schoolgebouwen. Ook wordt geconcludeerd dat het Rijk te weinig investeert in onderwijshuisvesting waardoor er sprake is van flinke onderinvestering. Dit onderzoek is aan minister Slob aangeboden in de hoop op beleidsaanpassingen. Ook de VNG is al langere tijd in overleg met het Rijk over het beschikbaar stellen van extra middelen om de kwaliteits- en duurzaamheidsdoelstellingen van de onderwijshuisvesting te realiseren.

Vervolgaanpak, uitgangspunten en onderzoeksvragen Van scenario’s naar een vervolgaanpak, uitgangspunten voor beleid en organisatievorm De scenario’s zijn als ‘uiterste hoeken van de kamer’ gebruikt om met de inwoners en de maatschappelijke organisaties het gesprek te voeren. Vanuit deze scenario’s, de participatie en nadere inzichten is het de opgave om toe te werken naar een passende vervolgaanpak met uitgangspunten voor het nieuwe beleid. Vervolgaanpak op basis waarvan heldere, eenduidige en reële bestuurlijke keuzes gemaakt kunnen worden Op dit moment zijn er nog veel vragen en onzekerheden. Op basis van de uitkomsten van de enquête en de workshops en gezien de voortschrijdende en actuele inzichten kan nu nog geen goed onderbouwd en gedragen voorstel met planningskeuzes voor het LTA worden voorgelegd. Dit was bij de start van het LTAproject wel de verwachting. Als de huidige financiële situatie van de gemeente als maatstaf genomen zou worden, dan zouden nu ingrijpende voorstellen gedaan moeten worden. Voor een aantal beleidsterreinen wordt een beroep gedaan op de verantwoordelijkheid van het Rijk. Als dit wordt gehonoreerd krijgt de gemeente een ander financieel perspectief, bijvoorbeeld voor de onderwijshuisvesting en verduurzaming van ons vastgoed. Dit kan van grote invloed zijn op de te maken keuzes.

We vinden het niet realistisch om een begrotingssysteem dat tientallen jaren is gevolgd (niet sparen voor vervanging) in een kort tijdsbestek om te bouwen. Dan zouden de te maken keuzes voornamelijk financieel gestuurd zijn en nauwelijks gerelateerd aan inhoudelijke beleidsdoelstellingen van de gemeente. Gebouwen zijn uiteindelijk middelen om inhoudelijke doelen te realiseren.

3

Om deze redenen stellen we een vervolgaanpak voor op basis waarvan het gemeentebestuur zorgvuldige planningskeuzes kan maken. Deze aanpak gaat over: A) een participatieve vervolgaanpak; B) uitgangspunten voor beleid; C) nadere onderzoek punten; Deze punten lichten we hieronder toe. Graag verneemt het college van de commissie of we op de goede weg zitten en horen we op- en aanmerkingen zoals aanscherpingen of aanvullingen. Voor het raadsvoorstel van eind 2021 worden de punten dan nader uitgewerkt. Ad. A) Participatieve vervolgaanpak: samen met de maatschappelijke organisaties Het LTA is participatief gestart. We stellen voor om na het raadsbesluit in Q4 ook participatief te werken. Gezien de betrokkenheid van de maatschappelijke organisaties en de complexiteit in organisatievormen (eigenaarschap, beheer en exploitatie) is samenwerking noodzakelijk om de context helder te krijgen. De context is een combinatie tussen maatschappelijke doelstellingen en de gemeentelijke financiële uitdagingen. Samen met verenigingen en maatschappelijke organisaties werken we de uitgangspunten voor het LTA nader uit. Ad. B) Uitgangspunten voor beleid De financiële opgave is groot. Daar moeten we realistisch over zijn. Voor het vervolgproces is het nodig om vooraf heldere uitgangspunten vast te stellen.

We hebben uitgangspunten voor beleid geformuleerd die richting geven aan de nadere uitwerking van het LTA. De uitgangspunten zijn: 1.

Toekomstbestendige financiële basis accommodatiebeleid

Wij kiezen voor een systeem van vooraf reserveren van middelen dat past bij de planning voor nieuwbouw en renovaties inclusief verduurzaming. Voor het regulier onderhoud van gebouwen wordt een langjarig MJOP opgesteld. Voor de investeringen en het onderhoud worden realistische middelen in de begroting opgenomen. 2.

Behoefte en capaciteit in balans

Er wordt alleen geïnvesteerd als daar aantoonbaar en meerjarig een behoefte voor is. De capaciteitsnormen die zijn opgesteld vanuit landelijke koepelorganisaties over grootte van een accommodatie en welke faciliteiten op een accommodatie aanwezig moeten zijn leidend. 3.

Minimale kostendekkendheid marktconform

De minimale kostendekkendheid van een accommodatie is in overeenstemming met de regio en landelijke normen. Dit gaat over het verhouding van de kosten ten opzichte van de inkomsten. Per accommodatiesoort is een andere verhouding van kostendekkendheid reëel. Wat reëel is wordt gebaseerd wat de landelijke en regionale gemiddeldes zijn. 4.

Prioritering van toekomstige investeringen

De gemeente heeft de wettelijke verplichtingen voor de huisvesting van het onderwijs, waaronder ook de gymzalen, en voor consultatiebureaus. De overige accommodatiegroepen hebben geen wettelijke grondslag. In de enquête hebben inwoners aangegeven welke accommodaties ze belangrijk vinden. Op basis daarvan is de onderstaande prioritering opgesteld:

4

I) II) III) IV) V)

wettelijke taken: onderwijs, gymzalen en consultatiebureaus sport en bewegen dorpshuizen en MFA’s zwembaden jeugdcentra 5.

Benutten eigen kracht samenleving

Samen met de verenigingen en maatschappelijke organisaties gaan we op zoek naar wat zij zelf kunnen. Hiermee benutten we de energie en gedrevenheid uit de kernen om het samen ‘anders’ te doen. We doen een beroep op de eigen kracht in de samenleving om zo op een slimme, participatieve en integrale wijze de leefbaarheid in de kernen te behouden. Uitgangspunten hiervan is dat de exploitatie ‘op orde’ is, waarbij de gemeente de ‘vinger aan de pols houdt’.

Ad. C) Nader te onderzoeken Om het toekomstige beleid invulling te kunnen geven, hebben we drie overkoepelende onderzoeksvragen geformuleerd. Met de uitkomsten kan het LTA nader vorm gegeven worden. 1. Onderzoek naar kernoverstijgend werken door middel van Integraal Kind Centrum bij wettelijke taken Uit de workshops en overleg met de schoolbesturen blijkt dat onderwijs en kinderopvangorganisaties herkennen dat kern overstijgend werken kan bijdragen aan het creëren van een doorgaande leerlijn en de kwaliteit van voorzieningen. Hierbij zijn de Integraal Kind Centrums (IKC) een belangrijk uitgangspunt. Een IKC is een organisatie waarbij kinderen van 0 tot 13 jaar terecht kunnen in een samenvoeging van verschillende functies voor kinderen zoals: onderwijs, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal en welzijnsactiviteiten. 2. Onderzoek naar (gedeeltelijke) verzelfstandiging van taken en verantwoordelijkheden Uit de enquête en workshops is gebleken dat inwoners en maatschappelijke organisaties over het algemeen tevreden zijn over de huidige eigendoms-, onderhouds-, beheer- en exploitatieverhoudingen met de gemeente. Tegelijkertijd zien we initiatieven vanuit de samenleving om zelf accommodaties te realiseren en/of te renoveren. Het college ziet dit als een kans en als van de kracht van de kernen.

De eigendoms- , beheer- en exploitatievormen zijn een belangrijk onderdeel van het LTA. 3. Onderzoek naar pilot kernbudget Uit de enquête is gekomen dat het kernbudget onder de inwoners populair is. De maatschappelijke organisaties plaatsen hier echter kritische kanttekeningen bij. Ook zijn suggesties aangedragen. We willen samen met de maatschappelijke organisaties onderzoeken welke randvoorwaarden en condities nodig zijn. Op basis daarvan onderzoeken of het opzetten van een pilot zinvol en haalbaar is.

U uit te spreken over: -

De participatieve vervolgaanpak van het LTA De uitgangspunten voor het beleid: o Toekomstbestendige financiële basis accommodatiebeleid o Behoefte en capaciteit in balans

5

-

o Minimale kostendekkendheid marktconform o Prioritering toekomstige investeringen De nadere onderzoeksvragen: o o o

Onderzoek naar kernoverstijgend werken door middel van Integraal Kind Centrum bij wettelijke taken Onderzoek naar eigendoms- en beheer- en exploitatievormen Onderzoek naar pilot kernbudget

Afronding eerste fase Met de input van de commissie worden de uitgangspunten verder uitgewerkt. Deze worden na het zomerreces in concept voorgelegd aan de maatschappelijke organisaties die kunnen een reactie geven. Daarna volgt besluitvorming door de raad in Q4 2021 over de vervolgaanpak, uitgangspunten en onderzoekspunten.

Benodigde middelen tweede fase De tweede fase van het LTA betreft een tweejarig traject waarin het lange termijn accommodatiebeleid en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen worden opgeleverd. De werkzaamheden die dit met zich meebrengt kunnen niet uitgevoerd worden door de medewerkers die het reguliere werk uitvoeren, daarom is er incidenteel budget nodig. Het LTA is nu georganiseerd in een project en er is een extern bureau en tijdelijke projectleiding ingehuurd. Het budget hiervoor is straks op. Om de participatieve vervolgaanpak en onder andere de financiële en juridische verdiepingsslag uit te voeren is extra personele inzet en inhuur van kennis een randvoorwaarde. De totale kosten hiervoor ramen wij op ongeveer € 145.000,- per jaar voor de komende twee jaar. Het college neemt de aanvraag voor het benodigde budget mee bij de komende begrotingsbehandeling.

Communicatie Als u nadere uitleg wilt, kunt u contact opnemen met de projectgroep, via tomas.rongen@medemblik.nl. Via een mailing worden maatschappelijke organisaties van deze bespreeknotitie op de hoogte gesteld.

Bijlagen Bijlage I: Achtergrondinformatie Lange termijn accommodatiebeleid DOC-21-396934 Bijlage II: Verdieping: financiële analyse lange termijn accommodatiebeleid DOC-21-396934 i Het rapport is te lezen op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/03/12/ibo-

onderwijshuisvesting-funderend-onderwijs-een-vak-apart-een-toekomstbestendig-onderwijshuisvestingsstelsel

6

1 01 Bijlage I Achtergrond informatie LTA.docx

Bijlage I: Achtergrond informatie lange termijn accommodatiebeleid Inhoud De besluiten en de opdrachten van de raad ......................................................................................2 Noodzaak LTA .....................................................................................................................................3 Scenario's en participatietraject.........................................................................................................5 De scenario's...................................................................................................................................5 Het participatietraject ....................................................................................................................5

1

De besluiten en de opdrachten van de raad Hieronder een korte terugblik op de besluitvorming. November 2019: debat De gemeenteraad debatteerde in november 2019 tijdens de behandeling van de begroting 2020 over het proces om tot lange termijn accommodatiebeleid (LTA) te komen. Toen werd afgesproken dat het college een voorstel aan de raad zou doen over de processtappen. April 2020: besluit en vraag om fasering In april 2020 stelde de raad een plan van aanpak vast en budget beschikbaar om te komen tot LTA. Om het bestuurlijke proces om tot LTA te komen zorgvuldig te doorlopen vroeg de raad aan het college om de voorstellen gefaseerd voor te leggen. Oktober 2020: afwegingsrichtingen en kaders participatie In oktober 2020 besprak de raad een notitie met conceptscenario's. De raad stemde in met de twee strategische afwegingsrichtingen en de daaruit voortvloeiende concept toekomstbeelden 2040. Dit zou in het verdere proces getoetst worden. De raad stemde ook in met een kaderstellend participatieplan. December 2020: scenario's en participatie op twee niveaus Nadat de toekomstbeelden 2040 getoetst waren, besloot de raad in december 2020 om vier toekomstscenario’s in te zetten als gespreksinstrument binnen het participatietraject. De raad koos voor participatie op twee niveaus: ‘Raadplegen’ voor de inwoners en ‘Adviseren’ voor maatschappelijke partners.

Het volgende raadsvoorstel in Q4 2021 De planning was erop gericht om in het vierde kwartaal van 2021 het LTA aan de raad voor te leggen bestaande uit: - een voorkeursscenario met kaders en uitgangspunten; - de prioriteiten in dit beleid. Na vaststelling van het LTA zou een aanpak en planning van het vervolg volgen: het uitvoeringsplan.

2

Noodzaak LTA Accommodaties zoals buitensport, sporthallen, dorpshuizen, MFA's, scholen, zwembaden kinderopvang en jongerencentra zijn belangrijk voor de leefbaarheid van de kernen. De komende jaren wacht een forse financiële uitdaging op het gebied van al deze accommodaties. Wanneer we doorgaan met het huidige beleid ontstaan in de toekomst structurele tekorten. Tijdens een themabijeenkomst in februari 2020 is op hoofdlijnen aangegeven wat de financiële impact is van het op lange termijn in stand houden van deze accommodaties en het vastgoed voor de gemeentebegroting. We spraken toen over een ingeschat jaarlijks tekort oplopend tot minimaal € 2 miljoen in 2040. Op basis van voortschrijdend inzicht stelden wij het beeld verder bij. Omdat nu de focus ligt op maatschappelijke voorzieningen zijn de gemeentelijke huisvesting, de kerktorens en de brandweerkazernes verwijderd uit de raming van februari 2020. De buitensportaccommodaties zijn toegevoegd. Deze waren in februari 2020 wel benoemd maar nog niet doorgerekend. We hebben nu een gerichtere raming gemaakt. In de nieuwe raming is te zien dat vanaf 2024 een tekort ontstaat van € 350.000,-. Het tekort loopt gestaag op tot € 1,7 miljoen in 2040.

De raming is grotendeels opgesteld aan de hand van dezelfde aannames en kengetallen als van februari 2020, waarbij we voor de buitensport en de onderwijshuisvesting recente gegevens hebben gehanteerd, namelijk de Meerjaren Onderhouds Planning (buitensport) en het concept Integrale Huisvestings Plan Onderwijs 2020.

Hoe zit het nou precies? De prognose van het tekort is tijdens de workshops aan de maatschappelijke partners gepresenteerd. Het roept nogal wat vragen en soms ook verontwaardiging op. Om te kunnen begrijpen hoe het zit en waarom het nodig is om tot nieuw beleid te komen, hebben we een verdiepingsslag gemaakt. We denken dat het helpt om te weten waar we vandaan komen, welke keuzes in het verleden zijn gemaakt en wat voor effect dit heeft op de meerjarenbegroting van de gemeente Medemblik. We hebben een analyse gemaakt en komen met een advies hoe het in de toekomst anders kan en moet. Dit is een belangrijke financieel – technische pijler voor het nieuwe beleid. In de bijlage 2 van de bespreeknotitie is een analyse van de financiën van het accommodatiebeleid opgenomen. Hier staat de ontstaansgeschiedenis van het huidige tekort uiteengezet met daaraan gekoppeld de belangrijkste inzichten. Het belangrijkste inzicht, samengevat:

3

Financiële basis en uitgangspunten is niet op orde: niet gespaard voor vervangingen We constateren dat onze financiële basis voor het accommodatie- en vastgoedbeleid en onderhoud niet op orde is. Er is niet gespaard voor vervangingsinvesteringen. Zolang er sprake is van weinig nieuwbouw en renovatie gaat dat (tijdelijk) goed. We zien nu echter de forse opgaven voor noodzakelijke investeringen op ons afkomen. In de gemeente zijn veel accommodaties die in de jaren '60, '70 en '80 zijn gebouwd. Die zijn zo langzamerhand aan vervanging toe of moeten gerenoveerd worden. In het verleden was in de meerjarenbegroting van de gemeente financiële ruimte voor ad hoc keuzes. Voor deze komende opgave bij de accommodaties en voorzieningen is niet gereserveerd en biedt de begroting onvoldoende ruimte mede doordat we ook op andere beleidsterreinen forse financiële opgaven hebben.

4

Scenario's en participatietraject In deze paragraaf wordt uitleg gegeven over de opgestelde scenario's en wordt ingegaan op het participatietraject. In de raadsvergadering van december 2020 besloot de raad om vier toekomstscenario’s in te zetten als gespreksinstrument binnen het participatietraject.

De scenario's Scenario A: Sober & doelmatig In scenario A heeft de gemeente een actieve rol en zijn de accommodaties gelijk over de dorpen verspreid. De gemeente biedt een zo breed mogelijk scala aan accommodaties. Zij houdt eigendom en beheer in eigen hand. Om de vele accommodaties in stand te houden, moet de gemeente ook keuzes maken. Daarom is er geen ruimte voor nieuwbouw en zijn de accommodaties over de hele linie sober.

Scenario C: Een rijk palet met de samenleving aan zet In scenario C heeft de gemeente een rol op afstand en bedient iedere accommodatie niet alleen de eigen kern, maar is gericht op de hele gemeente. De vereniging of commerciële bedrijven zijn als eigenaar verantwoordelijkheid voor de accommodaties en ook voor het onderhoud. De gemeente ondersteunt bepaalde accommodaties nog wel via een financiële bijdrage.

Scenario B: Opzoek naar kwaliteit In 2040 zijn de accommodaties in gemeente Medemblik van topkwaliteit. Om die topkwaliteit waar te maken, heeft de gemeente het aantal accommodaties beperkt, waardoor per accommodatie meer geld beschikbaar is. De gemeente is eigenaar en bemoeit zich actief met beheer en exploitatie. De accommodaties zijn zo in de gemeente geplaatst dat ze vanuit alle kernen goed bereikbaar zijn. Wel moeten inwoners soms een stukje verder reizen dan zij nu gewend zijn. Scenario D: De kernen aan zet met hun eigen kernbudget De kernen aan zet met hun eigen kernbudget. Hierin heeft de gemeente een terughoudende rol. Elke kern krijgt geld en mag zelf bepalen aan welke accommodaties dit wordt besteed. De gemeente heeft de accommodaties geleidelijk overgedragen aan de samenleving (verenigingen of commerciële bedrijven). Zo kan elk dorp een passend aanbod maken dat aansluit bij de grootte, wensen en behoeftes van de eigen gemeenschap.

Het participatietraject Op 17 december 2020 koos de raad voor een participatietraject, bestaande uit twee stappen: A. een enquête onder alle inwoners van 15 jaar en ouder; B. workshops met de direct betrokken maatschappelijke organisaties. De keuze voor deze twee stappen is gebaseerd om met direct betrokkenen in gesprek te gaan. De inwoners als bezoekers van een accommodatie en de maatschappelijke organisatie als gebruiker en/of exploitant. Tijdens het traject zijn de dorpsraden en adviesraad Sociaal Domein geïnformeerd over het proces en de uitkomsten van het participatietraject. Ad. A. Enquête onder inwoners Inwoners van Medemblik zijn gevraagd om hun mening over het toekomstige accommodatiebeleid. In februari 2021 zijn alle inwoners van 15 jaar en ouder uitgenodigd om deel te nemen aan een digitale enquête. Zij konden daarin aangeven welk toekomstscenario’s hun voorkeur had. Ook werd gevraagd hoe tevreden zij zijn met de bestaande accommodaties en hoe zij daar gebruik van maken. 5

Deelname en representativiteit In totaal hebben 2.978 inwoners de enquêtes ingevuld, dat is een respons van 8%. De enquête is representatief voor de inwoners van Medemblik vanwege de onderstaande redenen: -

wetenschappelijk gezien is de opkomst van de enquête representatief als de totale onderzochte populatie een grootte heeft van 37.000 personen; - alle leeftijdsgroepen hebben de enquête naar verhouding evenredig ingevuld. De ervaringen met gemeentelijke participatie is dat de groep ouderen doorgaans sterk oververtegenwoordigd is en de groep jongeren ondervertegenwoordigd. Van inwoners die de enquête hebben ingevuld, is 9% van de bevolking tussen de leeftijd 15-25. Dit is een hoge opkomst. Dat komt door uitgebreide online communicatie en dat de enquête digitaal was in te vullen. Uitslag De uitslag van de enquête is als volgt:

Uit de uitslagen blijkt dat inwoners van Medemblik hun voorkeuren redelijk gespreid over de toekomstscenario’s hebben verdeeld. Het scenario dat de lichte voorkeur heeft is scenario D waarin het kernbudget centraal staat. Op de tweede plaats van voorkeur komt scenario A waarin accommodaties zoveel mogelijk in de eigen kern zijn gesitueerd. Globale conclusies van de resultaten: -

-

inwoners hebben een voorkeur voor accommodaties in de nabijheid van de kern; omdat inwoners een voorkeur voor zowel scenario A als D hebben kan geconcludeerd worden dat de wijze van exploitatie (uitbesteding aan de samenleving, of in eigen beheer van de gemeente) minder van belang is; uit de antwoorden over gebruik van en tevredenheid over de accommodaties blijkt dat inwoners van Medemblik relatief tevreden zijn over de huidige accommodaties.

Ad. B Workshops maatschappelijke organisaties Nadat inwoners hun mening mochten geven over het toekomstige accommodatiebeleid, was de volgende stap in het participatietraject het betrekken van de maatschappelijke organisaties. In maart zijn zeven workshops gehouden. De maatschappelijke organisaties hadden tijdens deze workshop een adviserende rol. Dat betekende dat de deelnemers argumenten, motiveringen, inzichten en adviezen hebben gedeeld. Deze worden gebruikt om het beleid vorm te geven. Bij workshops konden raadsleden aanwezig zijn als toehoorder.

6

Tijdens de workshops werden de maatschappelijke organisaties eerst op de hoogte gebracht van de financiële aanleiding om een LTA op te stellen. Vervolgens werden de resultaten van de enquête gepresenteerd. Daarna werd de maatschappelijke organisaties verzocht de vier toekomstscenario’s te beoordelen vanuit het gezichtspunt van de organisatie die zij vertegenwoordigden. De scenario’s werden gepresenteerd in een kort filmpje, waarna de deelnemers de voor- en nadelen van ieder scenario konden benoemen. Na alle scenario’s op die manier doorlopen te hebben, werd verzocht een afsluitend oordeel te geven en (elementen van) hun eigen voorkeursscenario te delen. De workshops vonden vanwege de coronamaatregelen in digitale vorm plaats. Bij de beoordeling van de toekomstscenario’s vond verslaglegging plaats. De verslaglegger noteerde zichtbaar voor alle deelnemers op een werkvel de opmerkingen van de deelnemers. Zij konden indien nodig de aantekeningen corrigeren of aanvullen. Daarnaast is een weergave gemaakt van de opmerkingen en aanvullingen die naar aanleiding daarvan tijdens de workshops werden gemaakt. Een document met de verslagen van de workshops zijn aan de deelnemers en aan de raad toegestuurd. De workshops leverden diverse input op.

In grote lijnen bleek dat de maatschappelijke organisaties die bestaan uit vrijwilligers de accommodaties graag kerngericht hebben en tevreden zijn over de huidige situatie. De kleine kernen hebben zorgen geuit over het voortbestaan van de accommodaties in hun kern en bij het verdwijnen ervan een ‘spookdorp’ te worden. Maatschappelijke organisaties die bestaan uit professionals zagen ook maatschappelijke voordelen van een kernoverstijgend aanpak. Daarnaast waren de meeste maatschappelijke organisaties sceptisch over het kernbudget maar gaven wel enkele adviezen. Zoals u terug kunt lezen is het participatietraject om tot een toekomstbestendig accommodatiebeleid te komen een intensief proces dat over alle inwoners en kernen gaat. Keuzes zijn onvermijdelijk. Het is duidelijk dat het nieuwe beleid gevolgen heeft voor inwoners en maatschappelijke organisaties. Het is begrijpelijk dat dit weerstand oplevert.

7

1 02 Bijlage II Financiele analyse LTA (2).docx

Bijlage II: Verdieping: financiële analyse lange termijn accommodatiebeleid Inhoud Verdieping: analyse van de financiën van de accommodaties .................................................................2 Diversiteit door de fusies .....................................................................................................................2 Eigendom.............................................................................................................................................2 Onderhoud en vervangingsinvesteringen ............................................................................................2 Beheer en exploitatie...........................................................................................................................3 Knelpunten door investeringsbeleid ....................................................................................................3 Financieel-technische toelichting ........................................................................................................3 1)

Gebouwen ...............................................................................................................................3

2)

Sportvelden .............................................................................................................................6

3)

Onderwijshuisvesting ..............................................................................................................6

Meerjaren onderhoudsplan (MJOP) ....................................................................................................7 Conclusie: basis is niet op orde: niet gereserveerd voor vervangingen ...............................................7

1

Verdieping: analyse van de financiën van de accommodaties Om te kunnen begrijpen hoe het zit en waarom het nodig is om tot nieuw beleid te komen, hebben we een verdiepingsslag gemaakt: welke keuzes in het verleden zijn gemaakt en wat voor effect dit heeft op de meerjarenbegroting van de gemeente Medemblik. We hebben een analyse gemaakt en komen met een advies hoe het in de toekomst anders moet. Dit is een belangrijke financieel – technische pijler voor het nieuwe beleid.

Diversiteit door de fusies Vanuit de historie van de fusies kent de gemeente Medemblik een rijk palet aan regelingen, contracten, afspraken, eigendoms- en beheeropzetten, onderhoudsregelingen en financiële stromen. De huidige gemeente Medemblik is ontstaan uit vijf kleinere gemeenten, die allen hun eigen beleid en financiële inrichting kenden en die meekwamen naar de ‘nieuwe’ gemeente. Het beleid van de voormalige gemeenten is lange tijd van kracht gebleven. In 2016 stelde de gemeenteraad het korte termijn accommodatiebeleid over dorpshuizen en MFA's vast. Dat was een eerste stap naar harmonisatie, met name op het gebied van subsidies. Keuzes en harmonisatie van de andere aspecten van het accommodatiebeleid werden een onderdeel van het later op te stellen lange termijn accommodatiebeleid. Op veel terreinen is dus nog sprake van diversiteit. Een korte schets.

Eigendom De eigendomssituatie van de gebouwen die onder de scope van het LTA1 vallen varieert nogal. De gemeente is eigenaar van een aantal gebouwen, ook zijn accommodaties in eigendom van gemeenschapsstichtingen, een woningbouwcorporatie is eigenaar van een aantal accommodaties en incidenteel is een kerk eigenaar van voorzieningen met een maatschappelijke functie. De jeugdgebouwen zijn overwegend onderdeel van de MFA's en dorpshuizen. Een aantal jeugdgebouwen zijn zelfstandige accommodaties. Daar is de gemeente of de vereniging eigenaar. De accommodaties voor kinderopvang bevinden zich in schoolgebouwen, MFA's, dorpshuizen of zijn zelfstandig. Zelfstandige gebouwen zijn dan eigendom van kinderopvangorganisaties. We zijn als gemeente eigenaar van bijna alle groene buitensportcomplexen, met twee uitzonderingen waar een dorpshuis en een kerk eigenaar zijn van de sportvelden. De tenniscomplexen zijn eigendom van de verenigingen. De gemeente is vrijwel overal eigenaar van de grond en geeft die in erfpacht uit. Voor schoolgebouwen geldt dat schoolbesturen juridisch eigenaar zijn en de gemeente het economisch eigendom heeft.

Onderhoud en vervangingsinvesteringen De diversiteit in eigendom maakt dat het onderhoud, beheer en de kosten van de exploitatie ook op verschillende wijzen is geregeld. Voor de grote MFA's, maar ook bij de buitensportaccommodaties en een aantal sporthallen en gymzalen, staat de gemeente als eigenaar aan de lat voor het onderhoud en vervangingsinvesteringen. Voor de MFA's in Zwaagdijk-Oost, Onderdijk en Wervershoof geldt dat voor woningbouwcorporatie Het Grootslag. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud en de vervangingsinvesteringen ligt in veel kernen bij eigenaren van de talrijke accommodaties die van gemeenschapsstichtingen en –verenigingen zijn. Bij de jeugdgebouwen die eigendom van de gemeente zijn doet de gemeente het onderhoud en de vervangingen. Dit doen de verenigingen en kinderopvangondernemers zelf als zij eigenaar van de gebouwen zijn. Bij accommodaties die inhuizen 1 Onder het LTA vallen de volgende maatschappelijke voorzieningen:

     

MFA's dorpshuizen zwembaden buitensport (voetbal, handbal en tennis) binnensport (sporthallen en gymzalen) jeugdgebouwen (jongerencentra en kinderopvang)

2

bij MFA's en dorpshuizen ligt de verantwoordelijkheid bij de eigenaren van het vastgoed. Voor de groene buitensportcomplexen zijn de afspraken voor het onderhoud vastgelegd in het beleid uit 2018. De gemeente doet het onderhoud en de verenigingen spelen daar ook een rol in. De tennisverenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de banen en de vervangingsinvesteringen. De zwembaden zijn van gemeenschapsstichtingen. Bij het onderwijs zijn de verantwoordelijkheden wettelijk geregeld, op hoofdlijnen: de schoolbesturen staan opgesteld voor het onderhoud van de gebouwen en de gemeente is verantwoordelijk voor (ver)nieuwbouw.

Beheer en exploitatie Voor het beheer en de exploitatie van de accommodaties zien we ook verschillende vormen. Een aantal MFA's wordt door commerciële marktpartijen beheerd en geëxploiteerd. De gemeente heeft contracten met deze partijen en betaalt hiervoor. De dorpshuizen worden door gemeenschapsstichtingen gerund. Deze stichtingen hebben vaak de horeca verpacht. De pachter voert tegelijk de beheertaken uit (verhuur, schoonmaak etc.). Bij veel dorpshuizen is de gymzaal onderdeel van de accommodatie. We hebben als gemeente ook een sporthal en gymzaal waarbij de horeca is verpacht en de pachter het beheer doet tegen vergoeding. De jeugdgebouwen worden door verenigingen en stichtingen beheerd en geëxploiteerd. De kinderopvangorganisaties doen dit voor hun eigen gebouwen. De groene buitensportcomplexen worden door de verenigen beheerd en geëxploiteerd. Dat geldt ook voor de tennissport. De zwembaden worden beheert en geëxploiteerd door de gemeenschapsstichtingen. Met één particulier zwembad heeft de gemeente een subsidierelatie. De schoolgebouwen worden door de schoolbesturen geëxploiteerd.

Knelpunten door investeringsbeleid Tot zover de schets van de historie en de diversiteit op het gebied van eigendom, investeringen onderhoud en het beheer en de exploitatie van de accommodaties. We zoomen nu in op de financieel-technische aspecten rondom de investeringen in accommodaties. Op dit punt worden de knelpunten in ons accommodatiebeleid zichtbaar. Begin jaren 2000 had een aantal voormalige gemeenten de beschikking over reserves en voorzieningen die waren ontstaan door onder meer de verkoop van aandelen in nuts- en woningbouwbedrijven. Deze reserves en voorzieningen werden, in de periode voor de fusies, veelal besteed aan gemeenschapsvoorzieningen: MFA's, dorpshuizen en sportvoorzieningen. De dekking van de investeringslasten was voornamelijk voor de korte termijn geregeld. En soms niet eens. Zo werd een investeringsbeslissing over kunstgrasvelden genomen die was gebaseerd op een toekomstige opbrengst van een sportterrein. Deze opbrengst werd pas ca. 15 jaar later gerealiseerd. De lasten van de investering (velden af te schrijven in 12 jaar, onderbouw in 30 jaar) moesten daardoor ten laste gebracht worden van de begroting van de huidige gemeente Medemblik en ook de vervanging na 12 jaar.

Financieel-technische toelichting Hoe ging dit financieel technisch in z'n werk? Een nadere toelichting. We maken onderscheid in (1.) gebouwen (accommodaties) en (2.) sportvelden. Op de onderwijshuisvesting wordt een aparte toelichting gegeven (3.).

1) Gebouwen Hoe zijn de kosten van investeringen verwerkt? Een gebouw wordt boekhoudkundig doorgaans in 40 jaar afgeschreven. Gedurende die 40 jaar wordt het gebouw jaarlijks onderhouden2 en na 15 of 20 2 Op basis van een ‘up to date’ meerjaren onderhoudsplan dat over de gehele levensduur is opgesteld.

3

jaar vindt groot renovatie onderhoud plaats3. Na 40 jaar kan weer een nieuw gebouw neergezet worden. Idealiter is in de begroting rekening gehouden met de lasten van het onderhoud en afschrijvings- en rentelasten die horen bij de investeringen voor de nieuwbouw en renovatie. Dit is, heel kort gezegd, de normatieve benadering vanuit degelijk vastgoed- en financieel beleid. Gebouwen kunnen op die manier in stand en ‘up to date’ worden gehouden. Dit is de theorie. In de praktijk van de gemeente Medemblik zien we een ander beeld. De diversiteit vertaalt zich in verschillende dekkingsmethodes van de investeringen in het verleden. We zien4: A. gemeentelijke investeringen in gemeentelijk eigendom; B. gemeentelijke investeringsbijdragen aan gemeenschapsstichtingen die het vastgoed zelf in eigendom hebben; C. garantstelling voor huur van eigendom van derden. Ad. A. Investeringen in gemeentelijk eigendom In het verleden werden verschillende methodes gehanteerd:   

eenmalig afboeken van investeringen ten laste van reserves of voorzieningen; het activeren van investeringen waarbij de jaarlast deels ten laste van reserves is gebracht; het activeren van investeringen ten laste van de algemene middelen in de gemeentebegroting.

Ad. B. Investeringsbijdragen aan gemeenschapsstichtingen In de voormalige gemeenten zijn bijdragen ‘au fond perdu’ betaald aan gemeenschapsstichtingen (bijdragen investeringen van derden). Dit zijn eenmalige bijdragen geweest aan uitbreidingen en renovaties van met name dorpshuizen. De bijdragen dekten een deel van de investering. Het restant werd door de gemeenschap zelf opgebracht en soms werden nog leningen door de gemeente verstrekt. In één gemeente werden afkoopsommen aan de dorpshuizen beschikbaar gesteld. Dit ging niet om investeringsbijdragen, maar om afkoop van de jaarlijkse subsidie. Ad. C. Garantstellingen De accommodaties in Onderdijk, Zwaagdijk-Oost en Wervershoof zijn eigendom van een woningbouwcorporatie. De accommodaties worden verhuurd aan gemeenschapsstichtingen en de gemeente staat gedurende 40 jaar garant voor de huur.

Wat betekenen de verschillende financieringsmethodes voor de gemeentebegroting? Een aantal van de in het verleden toegepaste methodes heeft een nadelig effect op de huidige en toekomstige meerjarenbegroting van de gemeente Medemblik: 

het eenmalig afboeken van investeringsbedragen ten laste van reserves betekende dat er geen reserveringen voor de toekomstige investeringen plaatsvonden. Ruimte voor de lasten van renovatie en nieuwbouw (vervangingsinvesteringen) moet dus gevonden worden in de algemene middelen in de meerjarenbegroting. Dit geldt ook voor de bijdragen die ‘au fond perdu’ aan gemeenschapsstichtingen beschikbaar zijn gesteld;

3 Dit is bouwkundig en installatietechnisch nodig en vaak veranderen de behoeften van de gebruikers en/of de functie van een gebouw. Dit

is een natuurlijk moment om een gebouw weer toekomstbestendig te maken. Een voorbeeld zijn de schoolgebouwen. Voorheen werd klassikaal onderwijs gegeven. Tegenwoordig is het onderwijs meer persoons- en groepsgericht. Dit vraagt om andere schoolgebouwen. 4 Dit is geen uitputtend overzicht.

4

het activeren van investeringen waarbij de jaarlasten deels ten laste van reserves worden gebracht heeft hetzelfde effect. Als de reserve na 40 jaar of eerder op is, moet ruimte in de begroting gevonden worden. Deze methode is toegepast bij de realisatie een aantal MFA's. De jaarlasten van de investeringen worden deels ten laste gebracht van reserves. Dit deel van de jaarlast wordt vanaf dat moment dat de reserve op is ten laste gebracht van de meerjarenbegroting en legt dan een beslag op al dan niet beschikbare dekkingsruimte; de methode van het activeren van investeringen ten laste van de gemeentebegroting is feitelijk de enige juiste manier om een gedegen financieel accommodatie- en vastgoed beleid te hebben. Als een gebouw is afgeschreven is er ruimte voor nieuwe investeringen. De afschrijvingslast staat vast in de begroting. De praktijk is echter anders. We zien dat gebouwen langer dan 40 jaar meegaan. Boekhoudkundig zijn ze dan afgeschreven, technisch kunnen ze nog jaren mee. Op dat moment ontstaat ruimte in de begroting doordat er vrijval van kapitaallasten plaatsvindt. In deze gemeente en in de voormalige gemeenten is ervoor gekozen om deze nieuwe vrije ruimte voor andere doeleinden te benutten.

Er is in het verleden niet voor gekozen om de vrijval te reserveren voor het moment dat de gebouwen technisch ook afgeschreven zijn en nieuwbouw of levensduur verlengende renovatie nodig is. Medemblik heeft tal van gebouwen die dateren uit de jaren ‘60, ‘70 en ‘80. Boekhoudkundig zijn de gebouwen al lang afgeschreven. De vrijval is voor andere doeleinden aangewend5. De gebouwen zijn zo langzamerhand technisch ook afgeschreven en aan vervanging of vernieuwing toe6. Voor de lasten van nieuwe investeringen is nu geen dekking meer in de begroting aanwezig. Als nu bijvoorbeeld een boekhoudkundig afgeschreven sporthal of dorpshuis aan het einde van de levensduur is, zijn er geen middelen in de begroting aanwezig om de vervangingsinvestering te bekostigen. Dat geldt ook voor bijdragen aan accommodaties waar de gemeente geen eigenaar van is, zoals dorpshuizen.

Mogelijk op basis van toenmalige regelgeving Sinds 2017 zijn de begrotingsregels waar de gemeente zich aan moet houden aangescherpt. In het verleden had de gemeenteraden meer financiële speelruimte. Zo konden panden worden gerealiseerd en ineens afgeschreven. Tegenwoordig zijn gemeenten verplicht om investeringen in voorzieningen met maatschappelijk nut in gemeentelijke eigendom te activeren en af te schrijven over de boekhoudkundige levensduur.

Hoe werden de afgelopen jaren afwegingen gemaakt over nieuwe investeringen? Investeringsbeslissingen over (bijdragen aan) grote projecten zoals het zwembad en de verplaatsing van de tennisbanen in Wervershoof, het dorpshuis Abbekerk, MFA De Muiter en zaalsport Wognum werden betrokken bij Nieuw Beleid in de meerjarenbegroting7. Keuzes waren afhankelijk van of er financiële ruimte was. Er lag geen beleidsplan of financiële planning aan ten grondslag. Doordat beleid ontbrak werd op casusniveau beslist over hoe plannen ingevuld werden. Dit bracht met zich mee dat wensen van gebruikers en de gemeenschap vaak werden gehonoreerd. Er werd 5 Deze keuzes zijn ook gemaakt omdat er financieel geen andere mogelijkheden waren (tekorten). 6 Dit probleem speelt onder andere bij onderwijsgebouwen. De gemeente telt 24 schoolgebouwen, waarvan veel aan vernieuwing toe is.

Vanuit één van de voormalige gemeenten was aanvankelijk een voorziening Onderwijshuisvesting aanwezig. De raad besloot om deze voorziening op te heffen en voortaan investeringen te activeren. Aan een voorziening hoort een meerjarenplan ten grondslag te liggen. Dat was toen niet aanwezig voor onderwijshuisvesting. Het Integrale Huisvestingsplan Onderwijs is in 2017 door de raad vastgesteld. Vanaf dat moment lag er een plan voor vervangingsinvesteringen en zijn deze geactiveerd. 7 De uitgaven werden ten laste van het begrotingsresultaat gebracht. Bij de verplaatsing van de tennisbanen in Wervershoof werd de subsidiebijdrage ten laste van de Algemene Reserve gebracht.

5

meer gerealiseerd en bekostigd dan wettelijk of op grond van normen strikt genomen nodig was. Een recent voorbeeld is het besluit over de verbouwing van MFA De Muiter en SG De Dijk. Op grond van de onderwijshuisvestingsnormen had de school geen recht op de extra vierkante meters. Om de complexiteit en de omvang van het vraagstuk te duiden wordt nu als voorbeelden buitensport en onderwijs uitgelegd. 2) Sportvelden Voor de vervangingsinvesteringen van de sportvelden geldt een andere systematiek dan voor de gebouwen. Voor de vervanging van sportvelden geldt een relatief eenvoudige opzet. We zijn als gemeente nu verantwoordelijk voor:  10 kunstgrasvoetbalvelden  25 natuurgrasvoetbalvelden  8 handbalvelden  1 korfbalveld De kunstgrasvelden worden in 12 jaar afgeschreven en de onderbouw in 30 jaar. De natuurgrasvelden schrijven we af in 15 jaar, de handbalvelden in 10 jaar en het korfbalveld in 15 jaar. Ook hier was in het verleden geen duidelijk beleid wanneer een sportvereniging een kunstgrasveld krijgt. In het verleden zijn veel kunstgrasvelden aangelegd die duur zijn in vervanging. In tegenstelling tot de bij de gebouwen beschikken we bij de sportvelden wel over een meerjaren onderhoudsplanning en een vervangingsreserve. De renovaties van de kunstgrasvelden worden geactiveerd en niet bekostigd uit de deze reserve.

Bij ongewijzigd beleid zijn vanaf 2027 echter geen financiële middelen meer aanwezig om de vervangingsinvesteringen te bekostigen. De meerjaren planningen zijn overigens gebaseerd op de bestaande situatie, het aantal aanwezige velden. Er is geen rekening gehouden met de benodigde capaciteit van dit moment of in de toekomst. Zoals eerder aangegeven, zijn de tennisverenigingen zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de banen en de vervangingsinvesteringen. Een aantal tennisverenigingen ervaart dit als een ongelijke behandeling ten opzichte van de voetbal- en handbalverenigingen. In het verleden is overigens we aantal besluiten genomen over een gemeentelijke bijdrage aan de verplaatsingskosten van tenniscomplexen. 3) Onderwijshuisvesting Onderwijshuisvesting is een aparte tak van sport binnen het accommodatiebeleid. Dit is een van de weinige accommodatiebeleidsterrein waarop de gemeente een wettelijke verplichtingen heeft. Integraal Huisvestings Plan (IHP) als voorbeeld én knelpunt Binnen het accommodatiebeleid was de onderwijshuisvesting een voorloper van hoe beleids- en planmatig keuzes gemaakt zijn. In 2017 stelden de gemeenteraad en de schoolbesturen een IHP vast. Dat was een eerste stap in de planning van investeringen in gebouwen en het borgen van investeringsmiddelen. In het IHP werd uitgegaan van nieuwbouw en van levensduur verlengende renovatie.

Wettelijk gezien zijn gemeenten nu alleen nog verantwoordelijk voor nieuwbouw8. Levensduur verlengende renovatie is een goed alternatief, waar schoolbesturen en gemeenten beide 8 Er komt een wetswijziging aan waarin formeel afspraken worden gemaakt over de verantwoordelijkheid ten aanzien van levensduur

verlengende renovatie.

6

betalen. In het IHP 2017 werd een planning opgenomen voor de schoolgebouwen die in de periode 2017 – 2026 nieuw gebouwd of levensduur verlengend gerenoveerd worden. In de meerjarenbegroting van de gemeente werden financiële middelen opgenomen. De meerjarenbegroting van de gemeente heeft een looptijd van vier jaar. Dit geeft geen zekerheid voor de financiering van plannen die na deze vier jaar komen. De ideale situatie is dat in de gemeentebegroting ruimte wordt gecreëerd, van waaruit de toekomstige investeringen bekostigd worden. Concept IHP 2020 In 2020 hebben het college en de schoolbesturen het IHP uit 2017 geëvalueerd en zijn tot een nieuw concept IHP gekomen. Dit concept gaat over de periode 2020 tot 2036. Waar in het IHP 2017 nog uit werd gegaan van nieuwbouw of levensduur verlengende renovatie van schoolgebouwen voor 40 jaar, zijn in het IHP 2020 ook minder dure opties in beeld gebracht. Onder meer renovatie voor 20 jaar en een upgrade voor 10 jaar. Dit leidt tot lagere investeringsbedragen, maar niet tot lagere jaarlasten. De investeringen worden in een kortere periode afgeschreven. Onderwijshuisvesting is een belangrijk en groot onderdeel van de financiële opgaven van het gemeentelijke accommodatiebeleid. Daarom is besloten om keuzes voor het nieuwe IHP te koppelen aan het lange termijn accommodatiebeleid.

Meerjaren onderhoudsplan (MJOP) De gemeenteraad heeft in 2016 het MJOP 2017 – 2025 vastgesteld. In het MJOP staan de onderhoudswerkzaamheden die nodig zijn voor de gebouwen die in gemeentelijk eigendom zijn. Voor de middelen die nodig zijn voor het onderhoud is een voorziening aanwezig. De gemeenteraad stelt één keer per 5 jaar het MJOP vast. Vanwege de relatie tussen onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het nieuwe MJOP in 2021 niet als een separaat voorstel aan de raad voorgelegd. Het wordt een onderdeel van lange termijn accommodatiebeleid. Om te weten welke gebouwen de gemeente in de toekomst onderhoudt en de wijze waarop dit moet gebeuren, zijn de keuzes in het lange termijn accommodatiebeleid leidend. Een MJOP gaat niet over groot renovatie onderhoud, renovatie, revitalisatie of vervanging van een gebouw. Daar is een plan voor vervangingsinvesteringen voor nodig. Als voorbeeld: de schoolbesturen zijn wettelijk verantwoordelijk voor onderhoud en hebben daar een eigen MJOP voor, gemeenten zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw – levensduur verlengende renovatie en hebben een IHP. In de praktijk is soms sprake van een grijs gebied: waar stopt onderhoud en begint nieuwbouw of renovatie? In Medemblik worden de gebouwen doorgaans zodanig goed onderhouden dat renovatie, revitalisatie of nieuwbouw tot nu toe uitgesteld kon worden. Deze werkwijze is niet houdbaar.

Er zijn extra middelen nodig.

Conclusie: basis is niet op orde: niet gereserveerd voor vervangingen We constateren dat onze financiële basis voor het accommodatie- en vastgoedbeleid en onderhoud niet op orde is. Er is geen financiële ruimte voor vervangingsinvesteringen. We zien nu de forse opgaven voor noodzakelijke investeringen op ons afkomen. In de gemeente zijn veel gebouwen uit de jaren '60, '70 en '80 die zo langzamerhand vervangingen of gerenoveerd moeten worden. In het verleden was er in de meerjarenbegroting van de gemeente nog financiële ruimte voor ad hoc keuzes. Die ruimte is er niet meer. De afgelopen jaren stond de gemeente al voor grote bezuinigingsopgaven.

7

1 03 Beantwoording Commissievragen PvdA raadscie. 28-6 agendapunt 5.1 Bespreeknotitie LTA

Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer Zaaknummer Naam commissielid Fractie Onderwerp

DOC-21-406533 Z-20-133065 D. Visser PvdA Commissievragen PvdA raadscie. 28-6 agendapunt 5.1 Bespreeknotitie LTA Datum waarop de vraag is gesteld 21 juni 2021 Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder Afdeling

1.

• Bladzijde 4, Uitgangspunten voor beleid; eerste uitgangspunt: Toekomstbestendige financiële basis accommodatiebeleid ‘Wij kiezen voor een systeem van vooraf reserveren van middelen dat past bij de planning voor nieuwbouw en renovaties inclusief verduurzaming. Voor het regulier onderhoud van gebouwen wordt een langjarig MJOP opgesteld. Voor de investeringen en het onderhoud worden realistische middelen in de begroting opgenomen.’ Vraag 1: Hoe zorgen we voor de inhaalafschrijvingen / reserveringen die we de afgelopen jaren niet hebben gedaan?

antwoord

Voor het inhaaleffect is extra ruimte in de begroting nodig en/of keuzes in het aantal accommodaties en voorzieningen waar de gemeente nu een financiële verantwoordelijkheid voor heeft.

2.

• Bladzijde 4, Uitgangspunten voor beleid; tweede uitgangspunt: Behoefte en capaciteit in balans ‘Er wordt alleen geïnvesteerd als daar aantoonbaar en meerjarig een behoefte voor is. De capaciteitsnormen die zijn opgesteld vanuit landelijke koepelorganisaties over grootte van een accommodatie en welke faciliteiten op een accommodatie aanwezig moeten zijn leidend.’ Vraag 2: Hoe krijgen we de reële en redelijke maatschappelijke behoefte boven tafel?

Antwoord

We kijken naar landelijke normen, bijvoorbeeld van de KNVB voor de capaciteit van de voetbalvelden, en we maken vergelijkingen met accommodaties in de regio. Vervolgens gaan we hier het gesprek over aan met de maatschappelijke organisaties. Zo verwachten we tot een reëel beeld te komen.

3.

Op welke wijze stellen we prioriteiten als er accommodaties moeten afvallen?

Antwoord

In deze fase is er nog geen sprake dat accommodaties afvallen. Uit de inwonersenquête hebben de inwoners een volgorde aangegeven welke accommodaties belangrijkste worden gevonden. Deze zijn volgordelijkheid opgenomen in de uitgangspunten. Hoe de prioritering gebruikt gaat worden, is komende maanden een onderdeel van het nader uitwerken van de uitgangspunten. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad over de te maken keuzes.

1 04 ARCHIEF Informatienota Langetermijnaccommodatiebeleid (LTA).pdf

Informatienota raad Zaaknummer:

Z-19-052657

Nummer: Datum:

6-5-2021

Steller:

College

Onderwerp:

Langetermijnaccommodatiebeleid (LTA)

Ter informatie Kennis nemen van: - de opgehaalde informatie uit het participatietraject van het LTA; - de vervolgstappen met de raad om te komen tot besluitvorming.

Aanleiding In de raadsvergadering van 27 februari heeft u als raad ingestemd met het plan van aanpak om te komen tot het lange termijnaccommodatiebeleid. In de raadsvergadering van 9 april heeft u ingestemd met de afwegingsrichtingen en de daaruit voortvloeide toekomstscenario’s c.q. scenario’s. Op 17 december 2020 heeft u als raad ingestemd met het participatietraject LTA. Dit participatietraject bestaat uit een inwonersenquête en workshops met maatschappelijke organisaties. Dit traject is inmiddels doorlopen. De input bestaande uit een diversiteit van argumenten, motiveringen, inzichten en adviezen. De volgende stap is om zorgvuldig uit de opgehaalde input een overzicht te creëren. Via de actieve informatie van 5 maart 2021 bent u reeds geïnformeerd over de uitkomsten van de inwoners enquête. Wij informeren u nu over de tweede en laatste stap van het participatietraject van het LTA en het vervolgtraject tot en met de besluitvorming.

Kernboodschap Informeren over de opgehaalde informatie van het participatietraject en over de vervolgstappen om te komen tot een LTA.

Consequenties 1. Verslagen workshops met maatschappelijke organisaties Op 16, 22, 23, 24, 30 maart en 31 maart 2021 werden zeven workshops gehouden over het Lange Termijn Accommodatiebeleid van Medemblik. Voor de workshops werden verschillende maatschappelijke organisaties uitgenodigd in de volgende groepen: de besturen van zwembaden, besturen van jeugd- en jongerenorganisaties, de kinderopvang en consultatiebureaus, besturen van sportverenigingen, bestuurders van MFA’s, dorpshuizen en sporthallen, besturen van scholen en de besturen van sportverenigingen. De workshops vonden vanwege de coronacrisis in digitale vorm plaats. Over de beoordeling van de door de raad voor de participatie vastgestelde toekomstscenario’s vond de verslaglegging plaats. De verslaglegger noteerde zichtbaar voor alle deelnemers op een werkblad de opmerkingen van de deelnemers. Zij konden, indien nodig, de aantekeningen corrigeren of aanvullen. Daarom zijn de

verslagen geen letterlijke notulen en zijn ook niet de namen van sprekers toegevoegd. Deze verslagen zijn toegevoegd in de bijlage. 2. Vervolgstappen LTA Het gekozen proces krijgt nu een vervolg. Op dit moment creëren wij overzicht in de opgehaalde informatie en destilleren wij hieruit de dilemma’s en onderbouwen wij deze met verdere inzichten. Het is belangrijk dat er een evenwichtig beeld is over alle maatschappelijke organisaties, op basis waarvan de raad tot zorgvuldige afwegingen kan komen. De volgende stap is dat het college vanuit de maatschappelijke doelstellingen en het financieel perspectief een bespreeknotitie met dillema’s van het LTA deelt met de raad en vraagt aan de commissie (24 of 28 juni) of ze op de goede weg zit. De inzet is er ook op gericht om inzicht te geven in de ‘knoppen waar de raad aan kan draaien’ om tot keuzes te komen. Het participatietraject, tezamen met het besluitvormingsproces van de raad, zorgt voor een lange termijn accommodatiebeleid dat eind 2021 ter besluitvorming aan de raad wordt aangeboden. 3. Concept LTA voorleggen aan maatschappelijke organisaties De raad besloot om voor de maatschappelijke organisaties te kiezen voor het participatieniveau adviseren. Als het concept beleid gereed is organiseren wij een mogelijkheid om een reactie te geven op het concept beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=543cc3bf-e39a-4673-9658-3beacf305c4f