30 Beantwoording Commissievragen D66 raadscommissie 31-5 agendapunt 4.1 Vaststellen beleidsregels huisvesten buitenlandse werknemers.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer
DOC-21-395499
Zaaknummer
Z-20-133065
Naam commissielid
C. Vlaar
Fractie
D66
Onderwerp
Commissievragen D66 raadscommissie 31-5 agendapunt 4.1 Vaststellen beleidsregels huisvesten buitenlandse werknemers
Datum waarop de vraag is gesteld
25 mei 2021
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder
Harry Nederpelt
Afdeling
Ruimtelijke Ontwikkeling
Inleiding Huisvesting bij agrarische bedrijven kan uitsluitend binnen het bouwvlak. Uitbreiding daarbuiten is niet toegestaan om (juridische) redenen als mogelijke legalisatie als het bedrijf zou stoppen. U stelt echter ook dat vanwege het waarborgen van voldoende woon- en leefklimaat voor buitenlandse werknemers deze optie in overweging is genomen. 1.
Is het in principe mogelijk vergroting (bestemmingswijziging) van het bouwvlak aan te vragen als dat omwille van de bedrijfsvoering en huisvesting een efficiënte maatregel is?
antwoord
Ja dat is mogelijk.
Huisvesting bij bedrijventerreinen zijn en blijven beperkend. Er zijn voor en tegenstanders zoals de provincie. Er is juist groei te verwachten in de vraag bij deze terreinen. Daarbij is er ook nog de (gemeentelijke) beperking dat huisvesting alleen voor de eigen werknemers kan plaatsvinden. U stelt voorts dat huisvesting vinden op bedrijventerreinen maatwerk moet zijn, mede door de beperkte ruimtelijke en milieutechnische regels. U verwijst echter ook naar diverse voorbeelden van huisvesting op bedrijventerreinen, zoals in Waalwijk waar aan de rand van een bedrijventerrein een campus wordt ontwikkeld voor huisvesting van 400 werknemers. 2.
Betekent dit dat als een initiatiefnemer(s) een verzoek in de vorm van een campus bij een bedrijventerrein zou(den) indienen dat u dit als een maatwerkoplossing kunt beoordelen en met de raad bespreken?
Antwoord
Ja dat is mogelijk. Echter wijzen wij u erop dat ook hier goed naar de milieutechnische inpasbaarheid gekeken moet worden en dat instemming van de provincie nodig is.
3.
Een campusvorm zou dan tevens een oplossing kunnen zijn om huisvesting te kunnen bieden voor bedrijven die zelf geen mogelijkheden hebben?
Antwoord
Dat zou een mogelijke oplossing kunnen zijn. Zie verder het antwoord op vraag 2.
De Verblijfsrichtlijn beperkt de mogelijkheid om, gedurende de eerste drie maanden, de registratie van werknemers die uit andere lidstaten afkomstig zijn, verplicht te stellen. Daarom schrapt u de voorwaarde dat registratie in de RNI verplicht is. U gaat er echter wel van uit dat registratie van personen korter dan 3 maanden werken toch gaat gebeuren omdat die personen anders illegaal werken. Een RNI is wel weer nodig om een Burgerservicenummer te krijgen dat een werkgever nodig heeft om de loonadministratie en loonheffingen te kunnen regelen. U verwijst voorts dat Artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht aangeeft aan dat een verblijfsbieder verplicht is om een register bij te houden van personen aan wie nachtverblijf wordt geboden. U neemt deze grondslag op in de beleidsregels en in de toelichting op de beleidsregels. 4.
Is de Verblijfsrichtlijn feitelijk een hindernis gebleken om vast te stellen of werkgevers en/of uitzendbureaus voor ten minste 3 maanden maar ook wellicht langer mensen in de illegaliteit kunnen laten werken?
Antwoord
De vraag of de Verblijfsrichtlijn een hindernis is gebleken om vast te stellen of mensen 3 maanden of langer in de illegaliteit kunnen werken, kunnen wij niet beantwoorden. Dit behoort niet tot onze verantwoordelijkheden/bevoegdheden. Toelichting: In de evaluatie van het huidige beleid gaven wij aan: “De arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer is een belangrijk thema. In beginsel is de controle hierop niet aan de gemeente. Al speelt zij een signalerende en regisserende rol. De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is primair verantwoordelijk voor de inspectie, toezicht en opsporing op dit gebied.” Ook in de Nota zienswijzen hebben wij onder de algemene reactie 4 en 5 opgenomen dat: -
de (wettelijke) grondslag van sommige onderdelen van huisvesting niet in dit beleid ligt;
-
vraagstukken rondom buitenlandse werknemers veel verschillende facetten bevatten en op verschillende schaalniveaus speelt.
5.
Is er nog een systeem van controle/ handhaving op van toepassing en ziet u daar effect van?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 4.
6.
U meldt dat het heffen van verblijfsbelasting is opgenomen in de gemeentelijke “Verordening op de heffing en invordering van verblijfsbelasting gemeente Medemblik 2020”. En dat u deze grondslag opneemt in de toelichting op de beleidsregels. Betekent dit dat de heffing van verblijfsbelasting mede afhankelijk is van het wel/ niet registeren (en controle) van de werknemer in een nachtregister?
Antwoord
Nee. In de verordening staat dat de verblijfbieder verantwoordelijk is voor de opgaaf van het aantal overnachtingen aan de gemeente.
Overgangsregeling huisvesting in woningen. Voor lopende aanvragen of legaliseringsverzoeken van tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers in woningen in woongebieden geldt een overgangsregeling. Een initiatiefnemer kan tot de 1e dag van de2e maand waarop het beleid van kracht is geworden, een tijdelijke vergunning kan aanvragen voor tijdelijke huisvesting van maximaal 4 personen in een woning in een woongebied. Deze tijdelijke vergunningen lopen tot uiterlijk 1 januari 2023, waarna de huisvesting definitief moet zijn beëindigd. 7.
Als de raad op 17 juni 2021 het beleid vaststelt dan betekent dit concreet dat een aanvrager een verzoek kan indienen tot 1 augustus 2021?
Antwoord
Nee, het gaat om het moment van het van kracht worden van het beleid. Het beleid wordt pas van kracht op de eerste dag nadat dit bekend is gemaakt (formeel gepubliceerd is). Stel dat het beleid op 8 juli wordt gepubliceerd, dan treedt het beleid op 9 juli in werking, en betekent dit dat tot 3 september een verzoek kan worden ingediend.
8.
De vergunning heeft dan een looptijd tot 31 december 2022, een looptijd van krap anderhalf jaar. Daarna vervalt de vergunning en komt de woning vrij voor reguliere bewoning?
Antwoord
Ja, dat klopt. De vergunning voor huisvesting buitenlandse werknemers is niet meer geldig na 31 december 2022.
9.
Voor eerder afgegeven vergunningen dan in de overgangsregeling is deze regel niet van kracht en blijven deze woningen beschikbaar voor arbeidsmigranten totdat de eigenaar daarvan afziet?
Antwoord
Ja, dat klopt in het geval van vergunningen die voor een onbepaalde tijd zijn afgegeven. Vergunningen die voor een bepaalde tijd (dus tijdelijk) zijn afgegeven vervallen na afloop van de looptijd.
De provincie stelt in het stuk dat er mogelijkheden zijn voor eventuele huisvesting van buitenlandse werknemers binnen kleinschalige- en grootschalige woningbouwontwikkelingen in bijvoorbeeld het Landelijk Gebied. Hieraan zijn eisen verbonden, zoals ruimtelijke kwaliteit. Ook is regionale afstemming of melding vereist. Hierover zijn afspraken opgenomen in het Woonakkoord WestFriesland. U neemt deze opmerking voor kennisgeving aan. 10.
Kan deze insteek een relatie hebben/ krijgen met het afschieten van het plan van de West-Friese bedrijvengroep en het zoeken naar kleinschaliger oplossingen in West-Fries (Pact) verband?
Antwoord
Wij kunnen geen motivatie geven voor het standpunt van de provincie.
11.
Zijn er al initiatieven gaande naar alternatieven van de bedrijvengroep door de ingestelde regionale werkgroep huisvesting buitenlandse werknemers en is daar al iets van te melden?
Antwoord
Nee, op dit moment wordt op regionaal niveau gewerkt aan een convenant met de Westfriese bedrijvengroep.
Er worden diverse passages gewijd aan kwaliteit. Voor de techniek wordt verwezen naar het bouwbesluit, aardgasloos en SNF norm. De technische regels voor reguliere woningbouw gelden ook voor deze huisvesting. In het beleid staat dat 50% van de huisvestingsplekken ingericht moet worden als 1 persoonsslaapkamer. We lezen echter ook dat diverse ondernemers interesse hebben voor tijdelijke units, omdat deze niet aan de BENG-eisen (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen) en redelijke eisen van welstand hoeven te voldoen. 12.
Als een ondernemer uitsluitend een aanvraag indient voor units voor een kortere periode dan is dat zijn/ haar goed recht en is gelden er mindere kwaliteitseisen?
Antwoord
Ja en nee. Op grond van de huidige wetgeving zijn de BENG-eisen en welstandscriteria dan niet van toepassing. Echter de kwaliteitseisen vanuit de SNF-norm en goede landschappelijke inpassing gelden voor zowel permanente als tijdelijke aanvragen.
13.
Behoudens een verwijzing dat huisvesting voor langere tijd nodig zal zijn, heeft u geen instrumenten om een hogere (gewenste) kwaliteitsslag (welstand en techniek) te promoten en/of af te dwingen?
Antwoord
Als een aanvraag aan alle wettelijke eisen voldoet, kunnen we de vergunning niet weigeren. En het is dan ook niet mogelijk hogere kwaliteitseisen te stellen.
14.
Is het beleid van 50% 1 persoonsslaapkamers een verplicht minimum als veiligheidsklep om recht te doen aan o.a. privacy? Dat geldt voor zowel short, mid en long stay?
Antwoord
Ja, de 50% norm leggen wij in dit beleid op als een verplicht minimum. Dit geldt voor zowel short- als de midstay huisvesting. Dit beleid ziet niet op long-stay huisvesting: dat valt onder het normale woningbouwmarktbeleid van de gemeente.
15.
Is het mogelijk om op de 50% norm hogere eisen te stellen vanuit gemeentelijk en/of regionaal beleid voor short, mid of long stay? De vraag vloeit voort uit de wens dat privacy en comfort goed gewaarborgd moeten zijn en waar mogelijk vastgelegd worden?
Antwoord
Zie beantwoording vraag 13. Landelijk beleid gaat boven gemeentelijk beleid. Wij kunnen als gemeente geen strengere eisen opleggen dan in landelijke wetgeving is verankerd.