25-115 Gemeente Medemblik - Rapportage ombuigingen d.d. 18.02.2025 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Medemblik op weg naar een evenwichtig sluitende meerjarenbegroting Bevindingen
Gemeente Medemblik 18 februari 2025 25-115/MP/PH/JW/1050050
en
resultaten
225-115 d. d. 18. 02. 2025
Inhoudsopgave
Inleiding
3
Deel 1: Financiële situatie gemeente Medemblik
6
Deel 2: Belangrijkste bevindingen benchmark
12
Deel 3: Bouwstenen en bijbehorende begrotingsruimte
18
Deel 4: Handvatten voor het vervolg
27
Bijlage A: Rapportage benchmark (separaat toegevoegd)
31
Bijlage B: Beleidsvrijheid per taakveld
32
3
25-115
d.d.
18.02.2025
Inleiding Gemeente Medemblik Tav. de heer (geanonimiseerd) Postbus 45 1687 ZG WOGNUM
Utrecht, 18 februari 2025
Betreft:
rapport ombuigingen
Geachte
heer
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Hierbij ontvangt u onze rapportage betrekking tot de ombuigingen
inzake de door ons verrichte werkzaamheden binnen de gemeente Medemblik.
Wij hopen
u
zijn en
van
u.
met
graag
hiermee
Hoogachtend
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
van
dienst te
indien
er
vragen
zijn,
vernemen
wij
dit
425-115 d. d. 18. 02. 2025
Inleiding Aanleiding
,
vraagstelling en aanpak
Aanleiding Net als veel andere gemeenten kent ook de gemeente Medemblik vanaf 2026 en verder grote uitdagingen om de gemeentelijke taken goed uit te blijven voeren en daarbij financieel gezond te blijven. Hoewel het voor 2025 gelukt is om een structureel sluitende begroting te presenteren , is er voor 2026 en verder sprake van (aanzienlijke) structurele tekorten. Oplopend van circa € 55, mln in 2026 tot € 79, mln in 2028. Om op deze uitdaging een antwoord te vinden , werkt de gemeente Medemblik aan de bestuursopdracht ‘meerjarenbegroting 2026-2029 in balans’. Met deze bestuursopdracht heeft het college opdracht gegeven aan de organisatie om mogelijke ombuigingsmaatregelen te verkennen ter voorbereiding op het proces voor de totstandkoming van de kadernota 2026/begroting 2026. Onderdeel van de bestuursopdracht is het (laten) uitvoeren van een financiële benchmark met vergelijkbare gemeenten en richting voor ombuigingen te geven op basis van bouwstenen. Uw vraagstelling aan BDO De gemeente Medemblik heeft BDO gevraagd te adviseren en te ondersteunen bij de bovengenoemde twee onderdelen. BDO heeft daartoe in samenwerking met de ambtelijke
organisatie een financiële benchmark uitgevoerd en richtingen voor ombuigingen in kaart gebracht. Door de omvang van de beïnvloedbaarheid van de begroting per gemeente in kaart te brengen. Op basis hiervan zijn de mogelijke ruimte en kaders voor ombuigingen in kaart gebracht binnen de zogenoemde ‘bouwstenen”. In deze bouwstenen is de ruimte voor potentiële ombuigingen gecategoriseerd in lijn met de programmabegroting. Deze bouwstenen dienen als basis voor het latere totstandkomen van de toekomstscenario’s met concrete ombuigmaatregelen. De toekomstscenario’s worden opgesteld door de gemeente Medemblik zelf.
Onze aanpak Om tot de kaders voor ombuigingen en de daaruit voortvloeiende bouwstenen te komen , is de volgende aanpak gevolgd. Het onderzoek is gestart met een benchmarkanalyse. We hebben de bevindingen uit de benchmarkanalyse besproken en gevalideerd met de ambtelijke organisatie. Parallel daaraan is de begroting van Medemblik geanalyseerd om de omvang van wettelijke en niet-wettelijke taakvelden te bepalen. Dit is gebaseerd op de uitgangspunten vanuit de Raad voor het Openbaar Bestuur. Op basis hiervan hebben wij de totale beleidsvrijheid en keuzeruimte van Medemblik per bouwsteen bepaald. Aanvullend op deze feitelijke analyses zijn verdiepende gesprekken gevoerd om de feiten in te kleuren door meningen en beelden op te halen omtrent mogelijkheden voor ombuigingen. Er is gesproken met de: Gemeentesecretaris Strategisch managers (ruimte , externe dienstverlening en sociaal domein) Business controllers Financieel adviseurs Teamleider financiën Vervolgens hebben wij de omvang en kaders voor ombuigingen geformuleerd. Basis hiervoor zijn de benchmarkanalyse , de wettelijke verplichtingen in de taakuitvoering , de gevoerde gesprekken en best practices op basis van onze ervaring met soortgelijke trajecten in den lande. Per bouwsteen hebben wij een verwachting van de omvang van de keuzeruimte opgenomen op basis van de beschikbare mate van beleidsvrijheid.
De uitkomsten hebben wij tegen het licht van de benchmark en onze bevindingen bij andere gemeenten gehouden. De genoemde bedragen zijn indicatief en dienen als beschikbaar potentieel. Om tot daadwerkelijke ombuigmaatregelen te komen vraagt verdere verdieping.
525-115 d. d. 18. 02. 2025
Inleiding Leeswijzer
Leeswijzer Deze adviesrapportage bestaat uit vier delen. In deel 1 schetsen we eerst het financieel meerjarig perspectief van de gemeente Medemblik. Dit dient als feitelijk startpunt voor het komen tot een sluitende meerjarenbegroting. Vervolgens gaan we in op de keuzeruimte in de begroting van Medemblik op hoofdlijnen om een beeld te schetsen van het beschikbare ‘ombuigingspotentieel’. Ten slotte delen we in dit deel onze bevindingen over de (financiële) sturing en beheersing binnen Medemblik om daarmee ook het verbeterpotentieel in dit kader gegeven de financiële opgave te duiden. In deel 2 gaan we in op de belangrijkste bevindingen uit de benchmarkrapportage die we in het kader van dit traject hebben uitgevoerd. De volledige benchmarkrapportage is als separate bijlage meegezonden. Deel 3 gaat in op de ‘bouwstenen’: de mogelijke ruimte voor ombuigingen per programma waarbinnen de gemeente keuzes kan maken om het tekort te
dekken. In deel 4 geven we de gemeente handvatten mee om de opgedane inzichten uit deze rapportage door te vertalen tot scenario’s met concrete maatregelen in het vervolgproces. Het betreft handvatten vanuit zowel financieel als proces oogpunt. Met als doel een evenwichtig vervolgproces in te richten , te komen tot concrete en realistische scenario’s. Ook om de besluitvorming én de maatregelen vervolgens ook succes te implementeren en daarmee duurzaam te begroten.
Financiële situatie gemeente Medemblik
DEEL 1
725-115 d. d. 18. 02. 2025
1a. Het feitelijk financieel perspectief
van
Medemblik beknopt geschetst
De financiële opgave geduid
De financiële opgave van de gemeente Medemblik Het overzicht hiernaast geeft inzicht in het financieel meerjarig perspectief van de gemeente voor de jaarschijven 2025-2028 , uitgaande van ongewijzigd beleid voor 2026 en verder. Basis voor dit beeld is de programmabegroting 2025-2028. Hierin is zover mogelijk door de gemeente rekening gehouden met autonome ontwikkelingen én met nieuw beleid in de periode 2025-2028. Zoals het overzicht laat zien is er sprake van forse tekorten in de komende jaren. Zowel voor wat betreft het saldo van baten en lasten en het resultaat (na mutatie reserves).
Bedragen x € 1. 000
2025
2026
2027
2028
2029
Saldo van baten en lasten
-6. 774
-5. 093
-6. 244
-10. 446
-10. 446
Resultaat (na mutatie reserves)
-992
-5. 457
-6. 484
-7. 109
-7. 109
Bedragen x € 1. 000
2025
2026
2027
2028
2029
Begrotingsresultaat
-992
-5. 457
-6. 484
-7. 109
-7. 109
-
Incidentele lasten
16. 098
11. 195
5. 060
4. 672
4. 672
-
Incidentele baten
14. 771
11. 223
5. 023
5. 430
5. 430
Structureel saldo
335
-5. 485
-6. 447
-7. 867
-7. 867
Voor de financieel toezichthouder is het structurele en reële resultaat met name van
belang. Hierin worden incidentele baten en lasten niet meegenomen. Zoals het overzicht hiernaast laat zien , wordt hier voor 2025 aan voldaan door de gemeente Medemblik. Vanaf 2026 versombert het financieel perspectief aanzienlijk. (Structurele) maatregelen zijn nodig om voor 2026 en verder tot een structureel en reëel begrotingsevenwicht te komen.
8
25-115
d.d.
1a. Niet
18.02.2025
Het
feitelijk
financieel
ingrijpen op tekorten leidt
tot
opeten
van
perspectief reserves
en
waarschijnlijk
Weerstandsvermogen op korte termijn onder druk bij ongewijzigd beleid In de huidige situatie is er voor 2026 en verder sprake van dat er meer begrote uitgaven inkomsten zijn. Dit is logischerwijs onwenselijk en op termijn onhoudbaar. Tekorten
houden in dat
moet
een
worden
gedaan op de reserves. Dit heeft daarmee ook het weerstandsvermogen
dan
beroep negatief effect op de stand van de reserves en (de verhouding tussen de vrij besteedbare reserves en de omvang van de risico’s). Zonder maatregelen worden de reserves van Medemblik opgemaakt om het negatieve resultaat op te vangen. De gemeenteraad van Medemblik heeft bepaald dat de ratio van het weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0 moet liggen. Bij ongewijzigd beleid zou in 2029 het beschikbare weerstandsvermogen ruim onder de vastgestelde norm liggen. Bovendien is er in Medemblik sprake van tekorten in het structureel saldo. Hiervoor dienen voor de langere termijn maatregelen getroffen te worden. er
Medemblik
van
tot
Bedragen
Preventief
provincie
toezicht worden
beoordeeld.
Dit
preventief
besluiten toezicht
van
wordt
de gemeente
eerst door
2025
2026
2027
2028
2029
9
5.457
6.484
-7.409
__ -7.109
33.071
27.614
21.427
15.434
9.039
Ontwikkeling
weerstandscapaciteit (algemene reserve) Ontwikkeling 3,5
2,5
in dat de financiële
€ 1.000
toezicht
een
toezicht
houdt
x
esultaat Resul
3,0 Provinciaal financieel
preventief
beknopt geschetst
de
ingesteld wanneer de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is en de meerjarenraming niet aannemelijk maakt dat er een herstel van het evenwicht komt. Hierbij zijn criteria opgesteld om te beoordelen in hoeverre sprake is van een sluitende begroting. De toezichthouder beoordeelt in dit kader taakstellingen, bezuinigingen en ombuigen op hardheid en haalbaarheid. Deze ramingen dienen dan ook reëel te zijn onderbouwd.
50’
1,5 1,0
ratio
weerstandsvermogen bij ongewijzigd
beleid
(vanaf
1
jan 2025)
(geanonimiseerd)
0,5 0.0 ’ 2025
2026
2027
2028
=&— Ontwikkeling ratio weerstandsvermogen =@=— Minimum ratio door raad vastgesteld === Omvang
risico
2029
925-115 d. d. 18. 02. 2025
1b. De keuzeruimte in de begroting 90% van de begroting bestaat uit taakvelden met
een
van
Medemblik
Omvang wettelijke taakvelden begroting 2025
wettelijk karakter
Wettelijk en niet-wettelijke taken Een gemeente heeft zowel wettelijke als niet-wettelijke taken. De wettelijke taken zijn degene die door het Rijk zijn opgelegd en waaraan de gemeente moet voldoen. Deze taken betreffen bijvoorbeeld het bijhouden van burgerlijke stand , het verstrekken van vergunningen en het waarborgen van openbare orde en veiligheid. Aan de andere kant heeft een gemeente ook de vrijheid om niet-wettelijke taken op zich te nemen. Dit zijn taken die niet verplicht zijn door het Rijk , maar die de gemeente of de regio vrijwillig kiest om aan te pakken om de leefbaarheid en het welzijn van haar inwoners te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn: het organiseren van lokale evenementen , het ondersteunen van sportverenigingen en het bevorderen van culturele activiteiten. Bij Medemblik zien we dat 90% van de begroting is bestemd voor taakvelden met een wettelijk karakter. Hier is dus minder ruimte voor ombuigingen. Beleidsvrijheid Ondanks de wettelijke verplichtingen is er vaak ook ruimte voor beleidsvrijheid. Dit betekent dat de gemeente zelf kan bepalen hoe zij bepaalde taken uitvoert en met welke intensiteit. Deze vrijheid stelt de gemeente in staat haar eigen prioriteiten en lokale behoeften in aanmerking te nemen bij de uitvoering van deze taken.
De Raad voor Openbaar bestuur onderkent twee varianten van beleidsvrijheid , namelijk formele en maatschappelijke beleidsvrijheid. Formele beleidsvrijheid: formele beleidsvrijheid is de mate waarin een gemeente vrij is zelf haar beleidsdoelen en de uitvoering van haar taken vast te stellen op basis van wet- en regelgeving. De beleidsvrijheid wordt bepaald door de mate waarin de gemeente aanvullende regels kan stellen , gehouden is aan uitvoeringsregels , regels over besluitvorming en/of vrij is te kiezen in de samenwerking. Het vaststellen van de mate van beleidsvrijheid kan worden afgeleid uit wat in wet- en regelgeving is bepaald over met name de taak en de beleidsdoelen. Maatschappelijke beleidsvrijheid: de maatschappelijk geaccepteerde verschillen tussen het aanbod van voorzieningen in de verschillende taakvelden van gemeenten slaan slechts gedeeltelijk neer in wet- en regelgeving. De eigen beleidskeuzes worden voor een belangrijk deel ingevuld door maatschappelijke opvattingen over in hoeverre uitkomsten van beleid mogen verschillen. Zo is er in theorie veel beleidsvrijheid in het sociaal domein , maar maatschappelijk worden verschillen daar veel minder geaccepteerd dan in andere domeinen (bron: Raad voor het Openbaar Bestuur).
€ 11mln
90%
begroting voor wettelijke taken
€ 101mln
Let op: deze berekening is gebaseerd op de berekening van de netto lasten per taakveld , hierin zijn de inkomsten en uitgaven per taakveld met elkaar verrekend. De totale bruto lasten zijn € 165 miljoen
1025-115 d. d. 18. 02. 2025
1b. De keuzeruimte in de begroting 76% van de begroting bestaat uit taakvelden met
van
geen tot weinig
Medemblik
Begroting 2025 per beleidsvrijheid categorie
beleidsvrijheid
Mate van beleidsvrijheid per taakveld In dit onderzoek richten we ons op de formele beleidsvrijheid. De ROB heeft de gemeentelijke taakuitvoering aan de hand van vier verschillende termen gescoord: vrij , wenselijk , dwingend tot verplicht. Hierdoor ontstaat er een indicatie van de mate van formele beleidsvrijheid. Dit leidt tot een glijdende schaal van geheel gebonden zijn bij het stellen en uitvoeren van beleidsdoelen tot nagenoeg geheel vrij zijn. In de notitie ‘Beleidsvrijheid geduid’ van de Raad voor Openbaar Bestuur is
geen
€ 158mln ,
de beleidsvrijheid per taakveld geduid. Dit hanteren wij als normenkader. Op basis van dit normenkader hebben wij de begroting van Medemblik ingedeeld middels een vijfpuntsschaal van beleidsvrijheid. Variërend van (nagenoeg) geen tot (nagenoeg) gehele beleidsvrijheid. Hoe groter de mate van beleidsvrijheid , hoe groter de potentiële ruimte is voor ombuigingen. Wij hebben op taakveldniveau de begroting 2025 van de gemeente Medemblik ingedeeld op basis van deze vijfpuntsschaal. Hieruit blijkt dat indicatief 235% , van de begroting gedeeltelijk of volledig beleidsvrij is.
765% begroting
Medemblik voor elk taakveld bestaat. Hierbij is weergegeven welke taakvelden meer beleidsvrijheid bieden en welke taakvelden meer gebonden zijn aan wettelijke regels.
Veel € 223mln ,
Gedeeltelijk € 25mln ,
,
tot weinig beleidsvrijheid
geen
Tegelijkertijd houdt een beperkte mate van beleidsvrijheid niet in dat er geen enkele ruimte is om ombuigingen te realiseren. Ook in taakvelden met een beperkte beleidsvrijheid , zoals in het sociaal domein , kan sprake zijn van een hoger ambitieniveau dan wettelijk vereist. In bijlage B is per taakveld een overzicht opgenomen van de beleidsvrijheid die er binnen de begroting van de gemeente
(nagenoeg) geheel € 16mln ,
(nagenoeg)
Weinig € 701mln ,
Let op: deze berekening is gebaseerd op de berekening van de netto lasten per taakveld , hierin zijn de inkomsten en uitgaven per taakveld met elkaar verrekend. De totale bruto lasten zijn € 165 miljoen
1125-115 d. d. 18. 02. 2025
1c. Financiële sturing
en
beheersing vragen aandacht
Gegeven de financiële opgave is het noodzakelijk realistischer te begroten én om de sturing op uitgaven te versterken Realistischer begroten en huidige planningsoptimisme in Medemblik zijn een aandachtspunt Wij constateren dat er in Medemblik de afgelopen jaren sprake is geweest van fors positieve rekeningresultaten na initiële conservatieve primitieve begrotingen. Dit ligt voor een deel buiten de invloedssfeer van de gemeente. Zo hebben de ontvangsten van middelen vanuit het Rijk via de decembercirculaire altijd invloed , omdat dit geld logischerwijs niet meer in het betreffende jaar kan worden ingezet. Tegelijkertijd zien wij ook dat over de breedte van de hele begroting , maar met name in het sociaal domein (Jeugd en Participatie) en op de post personeel en inhuur meerdere jaren sprake is van forse onderschrijdingen in de realisatie. Dit laatste werkt vervolgens ook weer door bij andere programma’s. De capaciteitskrapte leidt namelijk tot uitstel van uit te voeren werkzaamheden. Waarmee deze budgetten vaak doorgeschoven worden naar een volgend kalenderjaar. Er lijkt dan ook sprake te zijn van een zeker planningsoptimisme in de begrotingen van de afgelopen jaren. Er is dus ruimte aanwezig voor de gemeente om realistischer/scherper te begroten.
Enerzijds door uitgaven lager te ramen op basis van deze historische analyses en daarmee wellicht tot op zekere hoogte wat ‘risicovoller’ te begroten. Anderzijds door realistischer te zijn in de planning van uit te voeren werkzaamheden in het betreffende jaar en de hiermee
samenhangende budgetten gegeven de beschikbare personele capaciteit.
De gemeente is bezig om in control te komen: grip op financiën Op basis van de gevoerde gesprekken – en feitelijk bevestigd door de cijfers – constateren wij dat het uitdaging is voor de gemeente om te sturen op uitgaven. Dit geldt in het bijzonder voor de personele begroting. Er is (concernbreed) weinig grip op het personeelsbudget , hoe dit wordt ingezet. Ook is de sturing op (beperking van) externe inhuur de afgelopen jaren beperkt geweest. Dit uit zich dan ook in een hoge mate van externe inhuur (242% , versus 192% , in benchmark Vensters voor Bedrijfsvoering). Deze beperkte grip op uitgaven wordt erkend door de gemeente en er wordt reeds ingezet op het versterken hiervan door middel van het programma ‘Grip op financiën’. Het versterken van de financiële sturing en beheersbaarheid is in onze optiek essentieel om de komende jaren van financiële krapte zo scherp als mogelijk ‘aan de wind te zeilen’.
Belangrijkste bevindingen benchmark
DEEL 2
1325-115 d. d. 18. 02. 2025
2. Bevindingen benchmark Duiding waarde
en
beperkingen benchmark
en
selectie referentiegemeenten
Benchmark waardevol voor vergelijking , maar biedt vooral eerste inzichten In het kader van ons onderzoek is een benchmark uitgevoerd om inzicht te krijgen in hoe de inkomsten en uitgaven van de gemeente Medemblik zich verhouden tot andere , soortgelijke gemeenten. In dit deel presenteren wij onze hoofdbevindingen. De volledige bevindingen van de rapportage zijn te vinden in de separaat meegezonden bijlage A. De benchmark biedt waardevolle inzichten in de potentiële ruimte voor het realiseren van ombuigingen. Deze bieden daarmee richting voor verder verdiepend onderzoek. Tegelijkertijd is het van belang om op te merken dat hogere (of lagere) uitgaven niet per definitie ‘fout’ zijn. Verschillende redenen kunnen verklaren waarom uitgaven afwijken van het gemiddelde. Denk bijvoorbeeld aan politiek-bestuurlijke keuzes of de (maatschappelijke) context van de gemeente. Deze achterliggende oorzaken zijn in de benchmark niet onderzocht. Voor de benchmark is gebruik gemaakt van openbare data vanuit het CBS en dit heeft geresulteerd in een vergelijkende analyse met het gemeentefonds en soortgelijke gemeenten op
taakveld en kostensoortniveau.
Referentiegemeenten In overleg met de gemeente Medemblik zijn vijf referentiegemeenten afgestemd. Deze gemeenten zijn geselecteerd op basis van de indicatoren vanuit het gemeentefonds. De gemeenten zijn vergelijkbaar op basis van inwonersklasse en structuur over de clusters heen. De referentiegemeenten die zijn gebruikt zijn: Schagen De Fryske Marren Noordwijk Horst aan de Maas Moerdijk
Referentiegemeenten sociaal domein en OZB Daarnaast zijn de Westfriese gemeenten gebruikt voor een analyse waarbij de regionale context van groter belang is. Voor het maatschappelijk domein is een aanvullende analyse uitgevoerd , omdat er in regionaal verband veel wordt samengewerkt met andere gemeenten. De gemeente Medemblik heeft bovendien veelal te maken heeft met dezelfde partners als de regiogemeenten. Voor de OZB is er een vergelijking gemaakt met de Westfriese gemeenten om de ‘concurrentiepositie’ van de gemeente Medemblik te kunnen bepalen ten opzichte van de
buurgemeenten. De Westfriese gemeenten zijn: Enkhuizen Hoorn
Opmeer Drechterland Stede Broec Koggenland Hollands Kroon
ZiebijlageB voorde indelingvan de taakveldenbinnende clusters ende programma’s van Medemblik.
1425-115 d. d. 18. 02. 2025
2. Bevindingen benchmark
Benchmark primitieve Begroting 2024 | € per inwoner
De bevindingen benchmark in het licht van de beleidsvrijheid geven een helder beeld waar ombuigingen mogelijk zijn Naast dat Medemblik op bepaalde thema’s meer of minder beleidsvrijheid heeft , is het ook interessant om een vergelijking te maken met andere vergelijkbare gemeenten. De benchmark biedt een objectieve maatstaf om de eigen uitgaven en prestaties te vergelijken met die van vergelijkbare gemeenten , terwijl de beleidsvrijheid bepaalt in hoeverre aanpassingen mogelijk zijn binnen het bestaande financiële kader. Door deze twee invalshoeken te combineren , ontstaat een helder beeld van de ruimte voor optimalisatie en de keuzes die de gemeente kan maken. Met de gekleurde bollen is aangegeven wat de mate van beleidsvrijheid
is per taakveld , gebaseerd op de notitie van de Raad voor het Openbaar Bestuur. In vergelijking met de referentiegemeenten valt het volgende op: Op totaalniveau heeft Medemblik circa € 44 per inwoner aan baten minder dan de referentiegroep. Hier staan ook € 40 per inwoner lagere lasten tegenover. Aan de inkomstenkant valt op dat Medemblik minder geld ontvangt uit het gemeentefonds. Ook de baten uit de OZB zijn gemiddeld lager. Hier staan hogere ‘overige eigen middelen’ tegenover. Medemblik is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Aan de uitgavenkant is sprake van fors lagere lasten voor ‘bestuur en ondersteuning’. Ook de uitgaven voor ‘sport , cultuur en recreatie’ zijn aanzienlijk lager dan gemiddeld. Op deze clusters is veel beleidsvrijheid om zelf keuzes te kunnen maken.
De gemeente Medemblik vergeleken met de gemeenten Schagen , de Fryske Marren , Noordwijk , Horst aan de Maas en Moerdijk.
Er is sprake van fors hogere uitgaven in het brede sociaal domein: Jeugd en sociale
basisvoorzieningen. Binnen deze clusters is relatief weinig beleidsvrijheid , maar wel ruimte voor een andere uitvoeringspraktijk en transformatie. Ook de uitgaven voor infrastructuur , ruimte en milieu liggen aanzienlijk hoger dan bij de referentiegroep. Hier is beleidsvrijheid in o. a. het onderhoudsniveau.
Beleidsvrijheid per cluster op basis van notitie Raad voor het Openbaar Bestuur (nagenoeg) geheel Veel Gedeeltelijk Weinig (nagenoeg) geen
1525-115 d. d. 18. 02. 2025
2. Bevindingen benchmark
Benchmark primitieve Begroting 2024 | € per inwoner
Hogere opbrengsten OZB ten opzichte van Westfriese gemeenten wordt gecompenseerd door lagere overige belastingen Overige eigen middelen | De gemeente Medemblik en de referentiegroep begroten negatieve inkomsten op het cluster Overige eigen middelen. Medemblik begroot echter circa 152% meer lasten op het cluster dan de referentiegroep. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere kosten voor beheer overige gebouwen en gronden. Medemblik begroot lasten op het taakveld 0. 64 Belastingen overig ten opzichte van de referentiegroep die baten begroot. Onder dit taakveld verstaan we de hondenbelasting , precariobelasting , reclamebelasting , heffing en invordering , bezwaar en beroep. Op de grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) en de treasury begroot Medemblik minder inkomsten dan de referentiegroep. Mutaties reserves | Medemblik begroot in 2024 87% (€ 13 per inwoner) meer onttrekkingen aan de reserves dan de referentiegroep. OZB | Medemblik begroot ongeveer 5% (€ 17 per inwoner) minder inkomsten aan OZB dan de standaard referentiegroep. Dit is in de hiernaast staande grafiek weergegeven door het rood omgeven kader. In de benchmark is het cluster OZB vergeleken aan de hand van de Westfriese gemeenten die aanvullend als referentiegroep zijn gebruikt. Deze gemeenten zijn meer vergelijkbaar op basis van vastgoedprijzen , inwonersprofielen en arbeidsmarktdynamiek.
Medemblik begroot in 2024 34% (€ 80 per inwoner) meer OZB-inkomsten ten opzichte van de Westfriese gemeenten. In grafiek hiernaast is dit weergegeven door het blauw omgeven kader. Dit wordt veroorzaakt doordat de tarieven voor OZB in Medemblik hoger liggen dan gemiddeld in de Westfriese gemeenten. Daarnaast ligt de waarde van onroerend goed hoger in Medemblik waardoor er meer OZB inkomsten worden gegeneerd. Uitkering gemeentefonds | Medemblik ontvangt € 14 per inwoner minder van de Uitkering gemeentefonds dan de referentiegroep. Hier liggen verschillende oorzaken aan ten grondslag in de bepaling van de uitkering gemeentefonds door het Rijk.
23 58
Overige eigen middelen
-15 -28
Mutaties reserves
-331 -314
Onroerende zaakbelasting (OZB)
Uitkering gemeentefonds
-1. 873 -1859 -234 -314
Onroerende zaakbelasting (OZB Westfriese gemeenten)
Referentiegroep
Medemblik
Vergelijking OZB reguliere referentiegroep Vergelijking OZB met de Westfriese gemeenten
1625-115 d. d. 18. 02. 2025
2. Bevindingen benchmark Medemblik begroot meer op clusters met veel beleidsvrijheid lagere begroting voor clusters met minder beleidsvrijheid
Benchmark primitieve Begroting 2024 | € per inwoner
,
Bestuur en Ondersteuning | Medemblik geeft in 2024 € 25 per inwoner meer uit aan burgerzaken dan de referentiegroep , dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere personele lasten. Daarnaast heeft Medemblik 27% (€ 151 per inwoner) minder kosten voor Overhead , dit verschil zit voornamelijk in de personele lasten. Bij de andere clusters zien wij juist dat de gemeente Medemblik meer personele lasten realiseert. Ondanks dat wij in deze opdracht geen onderzoek hebben gedaan naar de precieze oorzaak van de verschillen , lijkt dit (gedeeltelijk) verklaard te worden door de boeking systematiek. Medemblik rekent meer overheadkosten door aan de afdelingen. Infrastructuur , ruimte en milieu | Medemblik ontvangt 7% hogere inkomsten vanuit het gemeentefonds voor infrastructuur , ruimte en milieu , maar realiseert 31% meer netto lasten. De verschillen zitten voornamelijk in de volgende aspecten: • Parkeerbelasting en toeristenbelasting • Economische havens en waterwegen • Ruimtelijke ordening • Milieubeheer • Personele lasten op dit cluster (zie ook bestuur & ondersteuning) Sport , cultuur en recreatie | Medemblik begroot in 2024 € 48 minder uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Echter begroot Medemblik structureel meer op het taakveld Musea ten aanzien van de referentiegroep.
Personeel | Zowel in de begroting 2024 als in de realisatie 2022 geeft Medemblik meer uit aan de totale personeelskosten per inwoner. Zo liggen zij in de begroting 2024 4% hoger en bij de realisatie in 2022 3% hoger dan de referentiegemeenten. Daarnaast begroot Medemblik 26% meer ingeleend personeel dan de referentiegemeenten. In de realisatie van 2022 liggen de lasten per inwoner voor ingeleend personeel 77% hoger dan de referentiegemeenten.
625
Bestuur en ondersteuning
489
187
Infrastructuur , ruimte en milieu
Onderwijs
Orde en veiligheid
245
98 71
135 104
274
Sport , cultuur en recreatie
226
Referentiegroep
Medemblik
1725-115 d. d. 18. 02. 2025
2. Bevindingen benchmark
Benchmark realisatie 2022 | € per inwoner | WestfrieseGemeenten
Sociaal domein in regio perspectief: Medemblik geeft meer uit aan jeugd andere clusters minder dan de regio
Correctieeenmalige lagererealisatie2022
,
Gezien de regionale afhankelijkheid binnen het sociaal domein , is de benchmark op het sociaal domein uitgewerkt op basis van de Westfriese gemeenten (Zie pagina 12). Uit onze analyse blijkt het begrote bedrag in 2024 per inwoner 6% lager is dan bij de Westfriese gemeenten. Deze afwijking is in lijn met de afwijking van de sociale structuur van Medemblik. Echter , de realisatie blijkt 16% lager te zijn dan bij de Westfriese gemeenten. Dit betekent dat de werkelijke uitgaven van Medemblik ten opzichte van de referentiegroep fors lager zijn dan je op basis van de afwijking van het gemeentefonds zou verwachten.
319
Individuele voorzieningen Jeugd
385
340
390
265
Individuele voorzieningen WMO
Onderstaande analyse heeft plaatsgevonden aan de hand van de realisatie 2022. Dit omdat de begroting en realisatie op het sociaal domein grote verschillen laten zien , mede door de ambitieuze raming van de begroting. Jeugd | De gerealiseerde uitgaven voor Jeugd van Medemblik en de referentiegroep in 2022 zijn vergelijkbaar. We zien echter dat dit een eenmalige dip is op de uitgaven voor jeugd. In de grafiek hiernaast is deze dip genormaliseerd op € 385 per inwoner. Uit de eigen cijfers van Medemblik zien we dat de realisatie van 2023 en 2024 weer stijgt boven het niveau van de realisatie 2021. Daarom is 2021 als uitgangspunt genomen , hierin zien we dat Medemblik € 35, mln (€ 78 per inwoner) meer uitgeeft dan de referentiegroep. WMO | Medemblik realiseert 11% (€ 30 per inwoner) minder uitgaven dan de referentiegroep. Dit verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door het taakveld Geëscaleerde zorg 18+ waarop Medemblik aanzienlijk minder uitgeeft in de realisatie dan de referentiegroep. Participatie | Medemblik realiseert 29% (€ 67 per inwoner) minder uitgaven dan de referentiegroep. Medemblik begroot in 2024 minder uitgaven dan de referentiegroep op alle taakvelden binnen het cluster.
Sociale basisvoorzieningen |Medemblik realiseert in 2022 39% (€ 70 per inwoner) minder uitgaven dan de referentiegroep op alle taakvelden binnen dit cluster , zijnde: Samenkracht en burgerparticipatie , Wijkteams en Volksgezondheid (Zie bijlage B).
321
235
231
Participatie
164
179
Sociale basisvoorzieningen
109
-10
40
90
Referentiegroep
140 Medemblik
190
240
290
Bouwstenen en bijbehorende begrotingsruimte
DEEL 3
1925-115 d. d. 18. 02. 2025
3a. Samenvattend overzicht bouwstenen Denkrichtingen maatregelen zijn in kaart gebracht onderverdeeld in vijf bouwstenen In dit hoofdstuk geven wij denkrichtingen voor het om te buigen bedrag gebaseerd op de beleidsvrijheid , benchmarkanalyse , feitelijke historische analyse , de best practice , gesprekken met de ambtelijke organisatie en onze eigen
professionele inschattingen. Wij hebben bij het in kaart brengen van de maatregelen een brede inventarisatie uitgevoerd en daarin geen rekening gehouden met eventuele politieke , bestuurlijke of ambtelijke gevoeligheden. De maatregelen in dit hoofdstuk geven een beeld van de mogelijkheden die er zijn om het begrotingstekort om te buigen. Deze maatregelen hebben wij onderverdeeld in vijf ‘bouwstenen’: 1. Financieel-technische maatregelen 2. Inkomsten verhogen 3. Dienstverlening en organisatie 4. Samen leven en ondersteuning 5. Ruimte De eerste bouwsteen is grotendeels tot stand gekomen op basis van de historische analyse en zoomt daarmee met name in waar , op basis van deze analyse , ‘lucht’ in de begroting lijkt te zitten. Ook benoemen we hier mogelijkheden die vooral begrotingstechnisch van aard zijn. Dit zijn daarmee de ‘minst pijnlijke’ maatregelen die genomen kunnen worden om een deel van het tekort te dichten. Deze denkrichtingen zijn programma-overstijgend en dus opgenomen als een separate bouwsteen. Gezien de omvang van huidige tekort ontkomt Medemblik er niet aan om naast financieel-technische maatregelen ook keuzes te maken die maatschappelijke impact hebben. Logischerwijs kan ervoor gekozen worden om aan de inkomsten- én aan de uitgavenkant maatregelen te nemen. Aan de inkomstenkant gaat dat met name over een verhoging van de OZB en andere gemeentelijke heffingen.
Aan de uitgavenkant onderscheiden we drie ‘bouwstenen’ , waarmee accenten kunnen worden gelegd op de beleidsinhoudelijke programma’s: Dienstverlening en Organisatie , Samenleving en Ondersteuning en Ruimte.
2025-115 d. d. 18. 02. 2025
3a. Samenvattend overzicht bouwstenen Meeste beleidsvrijheid in bouwstenen inkomsten en ruimte. Ook in bouwblokken met minder beleidsvrijheid is ruimte voor keuzes om zaken efficiënter of anders in te richten In deel 1 van deze rapportage is de beleidsvrijheid binnen de begroting van de gemeente Medemblik toegelicht. Dit hoofdstuk zoomt verder in op de mogelijkheden voor ombuigingen
Mate van beleidsvrijheid per bouwsteen o. b. v.
begroting
bouwsteen (met uitzondering van Bouwsteen 1). Hieronder volgen de belangrijkste conclusies: per
Inkomsten: Binnen deze bouwsteen is veel beleidsvrijheid aanwezig. De gemeente kan ervoor kiezen om inkomsten , zoals belastingen en heffingen , zowel te verhogen als te verlagen. Dienstverlening en Organisatie: Hier is weinig beleidsvrijheid. Wel zijn er mogelijkheden om taken efficiënter uit te voeren of extra taken toe te voegen binnen de bestaande kaders. Samen leven en Ondersteunen: Van de totale € 60 miljoen binnen deze bouwsteen valt circa € 5 miljoen onder veel of volledige beleidsvrijheid. Voor de resterende € 55 miljoen is de beleidsvrijheid beperkt of niet aanwezig , omdat dit grotendeels bestaat uit wettelijke taken. Ook hierbij geldt dat hier wel mogelijkheden zijn om zaken efficiënter of anders in te richten. Ruimte: Binnen deze bouwsteen is er voor € 23 miljoen sprake van veel beleidsvrijheid. De gemeente heeft hier ruimte om te bepalen welke activiteiten worden uitgevoerd en hoe deze worden ingericht. Deze analyse biedt inzicht in de mate van beleidsvrijheid per bouwsteen , in de volgende paragrafen zal worden ingegaan voor mogelijkheden voor ombuigingen. In bijlage B is een detailoverzicht opgenomen van de taakvelden die onder de bouwblokken vallen en de categorisering van de beleidsvrijheid. Het opgenomen overzicht is exclusief de
inkomsten vanuit het gemeentefonds.
-1 Ruimte
2 3
23
-
Samen leven en ondersteuning
13
Dienstverlening en organisatie
42
3
27
Inkomsten- -1 -10
-1 -
-2 3
-
21 10
20
30
40
(Nagenoeg) geen beleidsvrijheid
Weinig beleidsvrijheid
Gedeeltelijke beleidsvrijheid
Veel beleidsvrijheid
(nagenoeg) gehele beleidsvrijheid
50
60
70
2125-115 d. d. 18. 02. 2025
3b. Type maatregelen
–
Combineer de volgende vier strategieën
combineren aan
voor
de optimale mix
maatregelen om te komen tot een wendbare
en
duurzaam sluitende begroting
2225-115 d. d. 18. 02. 2025
3c. Bouwsteen 1: Financieeltechnische maatregelen
Beknopt geduid De eerste bouwsteen bestaat uit ‘financieel-technische’ maatregelen. Deze algemene maatregelen zijn gebaseerd op de resultaten uit de benchmark , de historische analyse en mogelijkheden die we zien bij andere gemeenten. In het hiernaast staande overzicht is een overzicht opgenomen van mogelijk financieel-technische maatregelen die de gemeente Medemblik zou kunnen toepassen. Deze maatregelen zijn niet specifiek te koppelen aan één van de Bouwstenen en raken de samenleving niet direct. Daarom zijn deze maatregelen opgenomen als separate bouwsteen. Om een deel van het begrotingstekort op te lossen , hebben gemeenten verschillende maatregelen tot hun beschikking. Zo kan Medemblik bijvoorbeeld overwegen om de uitgangspunten van de indexering aan te passen. Uit de feitelijke analyses en verdiepende gesprekken met de gemeente blijkt ook dat er op verschillende posten ruim wordt begroot als gevolg van beperkte grip en te optimistische ramingen. Dit geldt met name voor het personeelsbudget , waar al vele jaren op wordt onderbesteed. Ook zijn er (bedrijfsvoerings-)budgetten geïdentificeerd die verlaagd kunnen worden omdat er sprake is van structurele onderbesteding. Bovendien zien we dat veel gemeenten hoge ambities hebben , maar door interne én externe factoren lukt het niet altijd in de beoogde jaarschijf de begrote budgetten in te zetten.
Het realistischer ramen en plannen van de inzet van de gemeente levert hiermee structurele ruimte én een reëlere begroting op over alle jaarschijven. Dit betekent natuurlijk niet dat de projecten niet meer worden uitgevoerd; ze worden enkel later in de tijd uitgevoerd. Hierbij is het wel belangrijk dat deze aanpassingen gericht zijn , dat de partners goed worden geïnformeerd en betrokken zijn bij de herijking van planningen. Nader onderzoek moet uitwijzen hoeveel deze ruimte bij Medemblik bedraagt.
Mogelijke denkrichtingen Proactief Sturing personeelsbudget Verbeteren sturing inhuur personeel Herijken beheerkalender Realistischer ramen afschrijvingen Ramen ruimte onder plafond btw compensatiefonds Lucht uit de begroting halen – realistischer ramen Korte termijn Indexatie tarieven conform systematiek gemeentefonds
Altijd Geen
Lange termijn Geen
2325-115 d. d. 18. 02. 2025
3d. Bouwsteen 2: Inkomsten verhogen
Mogelijke denkrichtingen Proactief Geen
De bouwsteen beknopt geduid Deze bouwsteen bevat de mogelijke inkomstenverhogende maatregelen. Er is gekeken naar de mogelijkheid om tarieven te maximaliseren in vergelijking tot de andere gemeenten in de regio. In het hiernaast staande overzicht is een aantal inkomsten verhogende maatregelen opgenomen die de gemeente Medemblik zou kunnen toepassen. Op basis van de kaders van het ROB is er veel beleidsvrijheid in deze bouwsteen. Dit betekent dat Medemblik zelf keuze kan maken in de hoogte van haar inkomsten. Keuzes kunnen worden gemaakt in de volgende belastingen , namelijk: OZB , toeristenbelasting , hondenbelasting , parkeerbelasting , forensenbelasting en precariobelasting. Over het algemeen is er het meeste te behalen in het verhogen van de OZB. Medemblik verhoogde de OZB reeds met 30% in 2023 en zit daarmee relatief hoog in vergelijking met de regio. Echter , enkele omliggende gemeenten hanteren hogere tarieven. Medemblik kan overwegen haar tarieven gelijk te trekken met de hoogste tarieven in de regio of boven deze grens te gaan. Het is belangrijk om op te merken dat dit een momentopname is en dat we verwachten dat meer gemeenten zullen kijken naar het verhogen van de OZB voor extra inkomsten.
Korte termijn Verhogen OZB Invoering hondenbelasting Invoering parkeerbelasting Verhogen toeristenbelasting Verhogen forensen belasting Invoeren precariobelasting Altijd Geen
In de bijgevoegde tabel zijn de mogelijke denkrichtingen voor ombuigingen opgenomen.
Lange termijn Geen
2425-115 d. d. 18. 02. 2025
3e. Bouwsteen 3: Dienstverlening
en
organisatie
Mogelijke denkrichtingen Proactief Sluiten gemeentehuis tijdens avondopenstelling/vrijdagen
De bouwsteen beknopt geduid In deze bouwsteen ligt de nadruk op het programma ‘Dienstverlening en organisatie’. Uitvoering van deze maatregelen heeft potentieel impact op de maatschappij (inwoners , ondernemers en instellingen) , gemeentebestuur en organisatie. In het hiernaast staande overzicht is een aantal maatregelen opgenomen die de gemeente Medemblik zou kunnen toepassen. Op basis van de beleidsvrijheid binnen het programma ‘Dienstverlening en organisatie’ zien we relatief weinig beleidsvrijheid in deze bouwsteen. Echter is het wel mogelijk om strakker te sturen op de uitvoering van taken en sommige taken te digitaliseren. Het uitvoeren van deze maatregelen kan consequenties hebben voor het dienstverleningsniveau van de organisatie richting
de inwoners van Medemblik. Ook zijn er verschillende maatregelen genoemd die impact hebben op hoe het gemeentebestuur in de praktijk wordt ondersteund en kan functioneren. Daarnaast benoemen we ook maatregelen met impact op het aantrekkelijk werkgeverschap van de gemeente. Verder zien wij aan de hand van gesprekken binnen de organisatie besparingsmogelijkheden in het versoberen van de kosten van het gemeentehuis.
Korte termijn Verlagen kosten ondersteuning gemeenteraad/griffie Verminderen bijdrage bestuurlijke samenwerkingen Verminderen aantal wethouders Verlagen van opleidingsbudgetten Versobering tertiaire arbeidsvoorwaarden Versoberen kosten gemeentehuis (schoonmaak , decoratie , vernieuwing) Taakstelling GR’en Altijd Investeren in IT om slimmer en meer digitaal te werken
Grip op aanbestedingen
Lange termijn Optimalisatie burgerzaken
2525-115 d. d. 18. 02. 2025
3f. Bouwsteen 4: Samen leven
en
ondersteuning
De bouwsteen beknopt geduid Deze bouwsteen richt zich op het programma ‘Samenleving en ondersteuning’. Het programma richt zich op het vitaal , veilig en leefbaar maken en houden van de kernen , in samenwerking met maatschappelijke partners en inwoners. De uitgaven in het sociaal domein vallen dan ook onder dit programma. In het hiernaast staande overzicht is een aantal maatregelen opgenomen die de gemeente Medemblik zou kunnen toepassen. De taakuitvoering in het maatschappelijk domein wordt beïnvloed door maatschappelijke ontwikkelingen zoals vergrijzing , de oorlog in Oekraïne en de ontwikkelingen op het gebied van jeugd. Tevens hebben de inspanningen en uitgaven effect op de leefomgeving en inwoners van de gemeente. Het doorvoeren van ombuigingsmaatregelen in het maatschappelijk domein , waaronder het sociaal domein is een complexe aangelegenheid door de sterke afhankelijkheid van externe partners in de taakuitvoering en kan , afhankelijk van de
maatregel , direct of indirect invloed hebben op inwoners en de leefomgeving. De impact van keuzes in deze bouwsteen is dan ook mogelijk groot. Tegelijkertijd heeft dit programma de grootste omvang in de begroting. Daarnaast is er ruimte voor keuzes. Binnen deze bouwsteen zitten namelijk zowel wettelijke en niet-wettelijke taken. In de niet-wettelijke taken , zoals cultuur , musea en media , is veel ruimte voor eventuele ombuigingen. Binnen dit programma is er ruimte om de controle over de taakuitvoering en kosten te vergroten en om realistischer te ramen. In het sociaal domein kan voor zowel de taakstelling jeugd als WMO bijvoorbeeld worden bespaard door de toegang en regie te versterken. Ook kan het voorveld versterkt worden en ketensamenwerkingen worden geoptimaliseerd. Dit vereist echter een verdere verdieping of uitwerking om te onderzoeken welke mogelijkheden er binnen Medemblik zijn en wat hiervan de opbrengst is.
Mogelijke denkrichtingen Proactief Bibliotheken verminderen Burgerparticipatie stopzetten Verminderen aantal buurthuizen Verhogen leeftijdsgrens peuterspeelzaal Beperken minimabeleid Korte termijn Verlagen vergoeding sportbedrijf Verhogen tarieven sportlocaties Verminderen subsidies/budgetten cultuur Invoeren van de inkomensafhankelijke bijdrage per 1-1-2027 Taakstelling GR’en waaronder GGD Altijd Meer regie op zorg voeren
(Jeugd/WMO) Versterken toegang (Jeugd/WMO)
Lange termijn Leerlingen vervoer Transformeren jeugd – versterken samenwerkingen , versterken voorliggend veld , verbeteren tariefafspraken etc.
2625-115 d. d. 18. 02. 2025
3g. Bouwsteen 5: Ruimte
De bouwsteen beknopt geduid Medemblik zet in op leefbare kernen binnen de gemeente. Het programma Ruimte omvat de taakuitvoering in het fysieke domein. De gemeente is een groeigemeente en draagt bij aan het realiseren van woningbouw en bijbehorende maatschappelijke voorzieningen in alle kernen. Daarnaast staat de gemeente natuurlijk ook aan de lat voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed en de openbare ruimte. Ook het stimuleren van de lokale (en regionale) economie is onderdeel van het programma Ruimte. In hiernaast staande overzicht zijn enkele maatregelen welke Medemblik zou kunnen toepassen binnen het programma
Ruimte. Op basis van de beleidsvrijheid zien wij dat in circa € 23 miljoen van de begroting voor deze bouwsteen veel beleidsvrijheid zit. Dit deel biedt keuzeruimte om zaken anders uit te voeren of keuzes te maken in beleid en ambitie. De maatregelen uit deze bouwsteen richten zich voornamelijk op besparingen in het fysieke domein , in openbare orde en veiligheid en de lokale economie. De bouwsteen omvat daarmee maatregelen voor onder andere het verlagen van het onderhoudsniveau in het bomenplan , het versoberen van de kwaliteit van de openbare ruimte , het versoberen van inzet op openbare orde en veiligheid en het versoberen van het beleid op economische zaken. Ook binnen deze post is het noodzakelijk verschillende maatregelen verder te verdiepen om hier gericht bedragen aan te koppelen.
Mogelijke denkrichtingen Proactief Verminderen inzet BOA’s Stoppen/verlagen bijdragen voor economische ontwikkeling en economische promotie Verlagen budgetten duurzaamheid Herzien kostendekkendheid leges Korte termijn Verhogen huren gronden Verlagen budgetten milieubeheer Verlagen subsidies voor openbaar groen en recreatie Verlagen onderhoudsniveau Taakstelling GR’en Altijd Invoeren
dimprotocol/energiezuinige straatverlichting
Lange termijn Verminderen aantal gemeentewerven
Handvatten vervolg
DEEL 4
voor
het
28
25-115
d.d.
18.02.2025
4. Handvatten
voor
Adviezen
tot het te
met
betrekking
het
vervolg
doorlopen
proces
In dit rapport is per programma inzichtelijk gemaakt in hoeverre omvang mogelijk zijn. Een belangrijke eerste stap. Het te volgen eerste inzichten
ombuigingen proces
om
te
en
met
komen
welke
Een andere
belangrijke stap is het formuleren van een (bestuurlijk) afwegingskader. Dit afwegingskader kan in samenspraak met de raad worden geformuleerd. Aan de hand van de elementen in het afwegingskader (bijvoorbeeld dat belastingen niet verhoogd worden of tot bepaalde doelgroepen moeten worden ontzien) kan er tot scenariovorming worden overgegaan. Verschillende combinaties van maatregelen kunnen binnen deze scenario’s worden verkend. Hierbij worden verschillende accenten gelegd op basis van de elementen uit het afwegingskader.
van
maatregelen en vervolgens scenario’s is hieronder schematisch adviseren als weergegeven. Wij volgende stap in onderstaand proces de mogelijke te inventariseren. Hiervoor is een scherp inzicht in de mogelijke ombuigmaatregelen ‘draaiknoppen’ essentieel: p De inhoud van de maatregel » De financiële impact »p De maatschappelijke impact » Wanneer deze maatregel kan worden geëffectueerd tot concrete
SITUATIE, EN
URGENTIE
WAT WILLEN WE
EN WAT
DOEN _ WAT/HOE WE (HET) NU?
WAAR
KUNNEN
WE
IMPLEMENTATIE
BIJSTUREN?
STRATEGIE
(geanonimiseerd) Gemeenschappelijk kader
Isieht
ie
©
Prioriteren schaarse middelen
©) AFWEGINGSKADER
VOORTGANGS RAPPORTAGE
_PRIORITEITEN
BEPALEN
ii
&) WAT
KUNNEN
WE AAN?
KEUZES
MAKEN
IMPLEMENTEREN
DECHARGE
2925-115 d. d. 18. 02. 2025
4. Handvatten
voor
het vervolg
Hoe te komen tot een goede mix aan maatregelen
Wij adviseren om tot een goede mix van maatregelen vanuit verschillende invalshoeken te komen: lange termijn versus korte termijn en strategisch versus pragmatisch. Strategische route versus pragmatische aanpak Om te komen tot een duurzaam resultaat , adviseren wij de gemeente in te zetten op betere sturing en prioritering , met focus op borging en de langere termijn. Wij constateerden namelijk reeds eerder dat hier winst in is te behalen in Medemblik. Tegelijkertijd kent elke gemeente laaghangend fruit én is er sprake van een politiek-bestuurlijke realiteit die om pragmatische keuzes vraagt. Wij adviseren om in het vaststellen van een pakket aan maatregelen te komen tot een pakket dat in balans is. Uiteindelijk dient hierbij natuurlijk het zo goed mogelijk blijven realiseren van de opgaven en ambities van Medemblik centraal te staan. Interne versus externe focus
Sommige ombuigingsmaatregelen , zoals bijvoorbeeld het verlagen van bepaalde bedrijfsvoeringsbudgetten , hebben een sterke interne focus. Medemblik gaat hier zelf over en is beperkt afhankelijk van derden. Een maatregel als het inzetten op een taakstelling voor een samenwerkingsverband is een voorbeeld van een maatregel met een sterke externe focus. Daarbij is Medemblik afhankelijk van andere partijen voor het resultaat. Ook hierin is een bepaalde balans nodig , maar het is daarbij wel belangrijk te realiseren dat de grootste kans op succes de maatregelen betreft die intern gericht zijn.
Bijlagen
3125-115 d. d. 18. 02. 2025
Bijlage A: Benchmarkrapportage
De volledige benchmarkrapportage is separaat toegevoegd aan deze adviesrapportage.
3225-115 d. d. 18. 02. 2025
Bijlage B: Keuzeruimte begroting
Bouwsteen
Cluster
Taakveld
Omschrijving
Wettelijk?
Beleidsvrijheid
Inkomsten Inkomsten Inkomsten Inkomsten Inkomsten Inkomsten
Reserves OZB OZB OEM OEM GF
0. 10 0. 61 0. 62 0. 5 0. 64 0. 7
Mutaties reserves OZB woningen OZB niet-woningen
Ja Ja Ja Ja Ja N. v. t.
Veel beleidsvrijheid 8-9 Veel beleidsvrijheid 8-9 Veel beleidsvrijheid 8-9 Gedeeltelijke beleidsvrijheid 4-6 (Nagenoeg) gehele beleidsvrijheid 8-10 (Nagenoeg) geen beleidsvrijheid 0-2 Totaal bouwsteen inkomsten
Treasury
Belastingen overig Alg. uitkering en ov. gem. fond
Score ROB
Bouwsteen
Cluster
Taakveld
Omschrijving
Wettelijk?
Beleidsvrijheid
Score ROB
Dienstverlening en organisatie Dienstverlening en organisatie Dienstverlening en organisatie
B&O B&O B&O
0. 1 0. 2 0. 4
Bestuur Burgerzaken Overhead
Ja Ja Ja
(Nagenoeg) geen beleidsvrijheid 1-2 Weinig beleidsvrijheid 2-4 Weinig beleidsvrijheid 2-4 Totaal bouwsteen dienstverlening en organisatie
Netto lasten begroting 2025 (* € 1. 000)
(5. 782) (9. 049) (5. 761) (1. 165) 923 (92. 654) (113. 487)
Netto lasten begroting 2025 (* € 1. 000)
2. 813 2. 065 24. 803 29. 681
3325-115 d. d. 18. 02. 2025
Bijlage B: Keuzeruimte begroting
Bouwsteen
Cluster
Taakveld
Omschrijving
Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning
SBV SBV SBV WMO WMO WMO WMO WMO Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd Jeugd
6. 1 6. 2
Ja Samenkracht&burgerparticipatie (Nagenoeg) geen beleidsvrijheid 2-3 Toegang en eerstelijnsvoorz. Ja 3-4 Weinig beleidsvrijheid Ja Volksgezondheid Weinig beleidsvrijheid 3-5 Maatwerkvoorziening (WMO) Ja Weinig beleidsvrijheid 4-4 Ja Hulp bij het huishouden (WMO) Weinig beleidsvrijheid 3-4 Ja Begeleiding (WMO) Weinig beleidsvrijheid 3-4 Ja Dagbesteding (WMO) Weinig beleidsvrijheid 3-4 Ja Ov. maatwerkarrangementen (WMO Weinig beleidsvrijheid 3-4 Ja Maatwerkdienstverlening 18Weinig beleidsvrijheid 3-4 Ja Jeugdzorg begeleiding Weinig beleidsvrijheid 3-4 Ja Jeugdzorg behandeling Weinig beleidsvrijheid 3-4 Ja Jeugdhulp Weinig beleidsvrijheid 3-4 Ja Jeugdhlp zonder verblijf overig Weinig beleidsvrijheid 3-4 Ja Pleegzorg (Nagenoeg) geen beleidsvrijheid 2-3 Gezinsgericht Ja (Nagenoeg) geen beleidsvrijheid 2-3 Ja Jeugdhulp met verblijf overig (Nagenoeg) geen beleidsvrijheid 2-3 Jeugd beh. GGZ zonder verblijf Ja (Nagenoeg) geen beleidsvrijheid 2-3 Ja Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verbl (Nagenoeg) geen beleidsvrijheid 2-3 Gesloten plaatsing Ja geen beleidsvrijheid 2-3 (Nagenoeg) Ja Jeugdbescherming (Nagenoeg) geen beleidsvrijheid 2-3 Subtotaal bouwsteen samen leven en ondersteuning (SBV , WMO en Jeugd)
7. 1
6. 6 6. 71A 6. 71B 6. 71C 6. 71D 6. 72 6. 72A 6. 72B 6. 72C 6. 72D 6. 73A 6. 73B 6. 73C 6. 74A 6. 74B 6. 74C 6. 82A
Wettelijk?
Beleidsvrijheid
Score ROB
Netto lasten begroting 2025 (* € 1. 000) 4. 470 5. 838
2. 233 3. 359 (197) 66 6 9. 132 73 7. 940 4. 862 611 3. 227 660 130 837 123 158 818 30 44. 375
3425-115 d. d. 18. 02. 2025
Bijlage B: Keuzeruimte begroting
Bouwsteen
Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning Samen leven en ondersteuning
Cluster
Participatie Participatie Participatie Onderwijs Onderwijs SC&R SC&R SC&R SC&R SC&R
Taakveld
Omschrijving
6. 3 6. 4 6. 5 4. 2 4. 3 5. 2 5. 3
Inkomensregelingen WSW en beschut werk Arbeidsparticipatie Onderwijshuisvesting Onderwijsbeleid&leerlingzaken Sportaccommodaties Cultuurpresentatie/particip.
5. 4 5. 5 5. 6
Musea
Cultureel erfgoed Media
Wettelijk?
Beleidsvrijheid
Score ROB
Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Ja Ja
Subtotaal Sociale basisvoorzieningen , Wmo en Jeugd 1-3 (Nagenoeg) geen beleidsvrijheid (Nagenoeg) geen beleidsvrijheid 2-3 Weinig beleidsvrijheid 2-4 Weinig beleidsvrijheid 3-4 Weinig beleidsvrijheid 3-4 (nagenoeg) gehele beleidsvrijheid 9-9 (nagenoeg) gehele beleidsvrijheid 9-9 Veel beleidsvrijheid 8-9 Veel beleidsvrijheid 7-10 Veel beleidsvrijheid 8-9 Totaal bouwsteen Samen leven en ondersteunen
Netto lasten begroting 2025 (* € 1. 000) 44. 375
3. 616 2. 185 875 2. 124 1. 597 2. 273 306 635 148 904 59. 038
3525-115 d. d. 18. 02. 2025
Bijlage B: Keuzeruimte begroting
Bouwsteen
Cluster
Taakveld
Omschrijving
Wettelijk?
Beleidsvrijheid
Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte Ruimte
O&V O&V SC&R IR&M IR&M IR&M IR&M IR&M IR&M IR&M IR&M IR&M IR&M IR&M IR&M IR&M OEM OEM
1. 1 1. 2 5. 7 2. 1
Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Openbaar groen & recreatie Verkeer en vervoer Parkeren Econom. havens en waterwegen Economische ontwikkeling Fysieke bedrijfsinfrastructuur Bedrijvenloket en -regelingen Economische promotie Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria Ruimtelijke ordening Wonen en bouwen Beheer ov. gebouwen en gronden Grondexpl. (niet-bedrijventer)
Ja Ja Nee Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja
Weinig beleidsvrijheid 3-4 3-5 Weinig beleidsvrijheid Veel beleidsvrijheid 7-10 Veel beleidsvrijheid 7-9 (nagenoeg) gehele beleidsvrijheid 8-10 Veel beleidsvrijheid 7-9 (nagenoeg) gehele beleidsvrijheid 9-10 (nagenoeg) gehele beleidsvrijheid 9-10 (nagenoeg) gehele beleidsvrijheid 9-10 (nagenoeg) gehele beleidsvrijheid 9-10 4-5 Weinig beleidsvrijheid 4-5 Weinig beleidsvrijheid 5-5 Gedeeltelijke beleidsvrijheid Veel beleidsvrijheid 6-8 Veel beleidsvrijheid 6-8 Veel beleidsvrijheid 7-9 Veel beleidsvrijheid 8-9 Veel beleidsvrijheid 7-9 Totaal bouwsteen Ruimte
2. 2 2. 4 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 7. 2 7. 3 7. 4 7. 5 8. 1
8. 3 0. 3 8. 2
Score ROB
Netto lasten begroting 2025 (* € 1. 000)
3. 594 1. 674 6. 278 8. 246 4
784 612 –
(14) (1. 616) (1. 952) (1. 804) 2. 508 53 3. 078 2. 155 2. 870 (709) 25. 761
Deze publicatie is zorgvuldig voorbereid en tot stand gekomen , maar is in algemene bewoordingen gesteld en bevat alleen informatie van algemene aard. Deze publicatie bevat geen advies voor concrete situaties , zodat uitdrukkelijk wordt afgeraden om zonder advies van een deskundige op basis van de informatie in deze publicatie te handelen , na te laten of besluiten te nemen. Voor het verkrijgen van een advies dat is toegesneden op uw concrete situatie , kunt u zich wenden tot BDO Accountancy , Tax & Legal B. V. of een van haar adviseurs. BDO Accountancy , Tax & Legal B.V. , de met haar gelieerde partijen en haar adviseurs aanvaarden geen aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van handelen , nalaten of het nemen van besluiten op basis van de informatie in deze publicatie. BDO is een op naam van Stichting BDO te Amsterdam geregistreerd merk. In deze publicatie wordt BDO gebruikt ter aanduiding van de organisatie die onder de merknaam ‘BDO’ actief is op het gebied van de professionele dienstverlening (accountancy , belastingadvies en advisory). BDO Accountants & Adviseurs is een op naam van BDO Holding B. V.
te Eindhoven geregistreerde handelsnaam en wordt gebruikt ter aanduiding van een aantal met elkaar in een groep verbonden rechtspersonen , die ieder afzonderlijk onder de merknaam ‘BDO’ actief zijn op een bepaald terrein van de professionele dienstverlening (accountancy , belastingadvies en advisory). BDO Holding B. V. is lid van BDO International Ltd , een rechtspersoon naar Engels recht met beperkte aansprakelijkheid , en maakt deel uit van het wereldwijde netwerk van juridisch zelfstandige organisaties die onder de naam ‘BDO’ optreden. BDO is de merknaam die wordt gebruikt ter aanduiding van het BDO-netwerk en van elk van de BDO Member Firms.
www. bdo. nl