CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Beleidsevaluatie Huisvesting Buitenlandse Werknemers 2024

Informatiebijeenkomst 6 februari 2025, gemeente Medemblik14.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsevaluatie huisvesting buitenlandse werknemers 2024

Inhoud

1. Inleiding en aanleiding ............................................................................ 3 1.1 Aanleiding ......................................................................................................................... 3 1.2 Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 4 1.3 Onderzoeksopzet ............................................................................................................. 5 1.4 Begrippenkader ................................................................................................................ 6

2. Recente ontwikkelingen .......................................................................... 8 2.1 Plaatselijke ontwikkelingen .............................................................................................. 8 2.2 Regionale ontwikkelingen ................................................................................................ 9 2.3 Landelijke ontwikkelingen .............................................................................................. 10

3.Het huidige beleid .................................................................................... 12 3.1 Beleidsvorming ............................................................................................................... 12 3.2 Inhoud van het beleid .................................................................................................... 13 3.3 Toelichting inhoud en drempelwaarden van het beleid ................................................ 14 3.4 Doelstellingen van het beleid ......................................................................................... 20 3.5 Uitvoering huidig beleid............................................................................................... 22 3.6 Wettelijke kaders en verantwoording ........................................................................... 23

4

Beleidseffecten ..................................................................................... 25 4.1 Data ................................................................................................................................ 25 4.2 Ervaringen ...................................................................................................................... 26

5

Aanbevelingen ...................................................................................... 33 5.1 Aanbevelingen binnen de huidige beleidskaders .......................................................... 35 5.2 Aanbevelingen waarvoor een nota uitgangspunten vereist is ...................................... 39 5.3 Aanbevelingen voor het project illegale bewoning ...................................................... 40

Bronnen ...................................................................................................... 43

2

1. Inleiding en aanleiding 1.1 Aanleiding In 2021 werd het beleidsstuk 'Huisvesting buitenlande werknemers’ vastgesteld. Sinds de inwerkingtreding van het beleid zijn er diverse ontwikkelingen geweest op het dossier huisvesting buitenlandse werknemers. Zo is er bijvoorbeeld een regionale werkgroep opgericht, is er een rapport van Sweco gepubliceerd en zijn er aanvragen voor middelgrote huisvestingslocaties binnengekomen en behandeld. De huisvesting van buitenlandse werknemers is een complex vraagstuk waar ook thema's als handhaving en registratie een rol spelen. Er is binnen de gemeente een project 'illegale bewoning’ opgestart. Het doel van dit project is om vanuit de verschillende thema's tot een integraal plan te komen voor het verminderen van illegale bewoning in de gemeente. Toen het beleidsstuk 'Huisvesting buitenlande werknemers’ in 2021 werd vastgesteld, is er afgesproken dat het beleidsstuk twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd zou worden. De beleidsevaluatie huisvesting buitenlandse werknemers 2024 richt zich hoofdzakelijk op de huisvesting van buitenlandse werknemers en beperkt zich tevens tot een lokale evaluatie van het huidige beleid van de gemeente Medemblik.

3

1.2 Doelstelling en onderzoeksvragen Het doel van deze evaluatie is tweeledig: enerzijds het verkrijgen van inzicht in de doeltreffendheid van het beleid en anderzijds het verkrijgen van inzicht in de werkbaarheid van het beleidsstuk. Aan de hand van de beleidsevaluatie worden aanbevelingen gedaan voor eventuele aanpassing van het beleid. De gemeenteraad van Medemblik neemt kennis van de evaluatie en besluit indien gewenst om de aanbevelingen uit te werken in gewijzigd beleid. Huidig beleid: 1. Wat is de aanleiding geweest voor het opstellen van nieuw beleid in 2021? a. Wat is er geregeld in het beleid? b. Wat mag er wel en niet? c. Hoe en waar is dat geregeld? 2. Wat zijn de doelstellingen van het beleid uit 2021? 3. Hoe is het proces van beleidsvorming gelopen? Uitvoering van beleid: 4. Hoe is de uitvoering van het beleid geregeld? a. Hoe verloopt het vergunningsproces bij een aanvraag voor huisvesting van buitenlandse werknemers? b. Wie zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid? 5. In hoeverre is het huidige beleid werkbaar? a. In hoeverre is het beleid werkbaar voor de afdeling handhaving? b. In hoeverre is het beleid werkbaar voor de afdeling omgevingszaken? c. In hoeverre is het beleid werkbaar voor de afdeling ruimtelijke ordening? d. In hoeverre is het beleid werkbaar voor de afdeling wonen? e.

In hoeverre is het beleid werkbaar voor externe partijen? Beleidseffecten: 6. Hoeveel initiatieven voor de huisvesting van buitenlandse werknemers zijn sinds de invoering van het beleid vergund? (en hoe verhoudt dit zich tot de periode vóór de invoering van het beleid?) a. Hoeveel ingediende initiatieven voor de huisvesting van buitenlandse werknemers zijn niet vergund? En wat was hier de reden voor? 7. Wat zijn de effecten van het huidige beleid? a. Zijn de doelstellingen behaald? b. Zijn er onbedoelde effecten? 8. In hoeverre zijn de doelstellingen uit dit beleidsstuk nog actueel?

4

1.3 Onderzoeksopzet Vanwege de tweeledigheid van de beleidsevaluatie is er gekozen voor een mixed-methods onderzoek, waarbij diverse onderzoeksstijlen met elkaar gecombineerd zijn. Bij deze evaluatie zijn dit er drie: 1. Een dossierstudie, waarbij de bestaande (beleids)documenten, rapporten en evaluaties die gaan over de huisvesting van buitenlandse werknemers geanalyseerd zijn. 2. Kwantitatief onderzoek, aan de hand van registratiegegevens van de gemeente Medemblik is een analyse gedaan om de vergunningverlening van de afgelopen jaren in beeld te brengen. 3. Kwalitatief onderzoek, aan de hand van interviews en een focusgroep is informatie verkregen van zowel interne als externe betrokkenen. Allereerst is er een dossierstudie uitgevoerd waarbij de bestaande (beleids)documenten, rapporten en evaluaties die gaan over de huisvesting van buitenlandse werknemers geanalyseerd zijn. De output van deze studie is gebruikt tijdens het opstellen van de gespreksthemalijsten voor de interviews en focusgroep. Vervolgens zijn de gesprekken met belanghebbenden ingepland. Tijdens het onderzoek is gesproken met een aantal typen belanghebbenden: de gemeentelijke organisatie, agrariërs (LTO Westfriesland) en initiatiefnemers/huisvesters. Voor de interviews en focusgroep is gebruik gemaakt van een gespreksthemalijst. De gesprekken zijn begeleid door twee onderzoekers van onderzoeksbureau RIGO.

Door de onderzoeken door een externe partij te laten uitvoeren is een professionele objectieve onderzoeksomgeving gewaarborgd. De cijfers van het kwantitatieve onderzoek zijn afkomstig van de gemeente Medemblik. En richt zich op de periode van 2021 tot juli 2024. Het startpunt is zo bepaald dat deze gelijktijdig is met de ingang van het beleidsstuk.

5

1.4 Begrippenkader Agrarische Beoordelingscommissie (ABC)

De Agrarische beoordelingscommissie (ABC) is een stichting, die in opdracht van de gemeente onafhankelijk, objectief en deskundig agrarische verzoeken en vergunningaanvragen beoordeelt. De gemeente vraagt de ABC om, bij initiatieven voor huisvesting bij agrarische bedrijven, een advies uit te brengen over de (tijdelijke) arbeidsbehoefte van het agrarisch bedrijf. De aanvraag wordt vervolgens door de gemeente getoetst aan de hand van dit advies van de ABC.

Basisregistratie Personen (BRP)

De Basisregistratie Personen (BRP) bevat persoonsgegevens van inwoners van Nederland (ingezetenen) en van personen die Nederland hebben verlaten (niet ingezetenen). De gemeenten houdt persoonsgegevens van burgers (ingezetenen) bij in de BRP. Wanneer iemand trouwt, een kind krijgt of verhuist, legt de gemeente dit vast. Als iemand gaat verhuizen naar een andere gemeente, verhuizen de persoonsgegevens met diegene mee.

Bedrijventerreinen

Met bedrijventerreinen worden de gebieden bedoeld die als ‘bedrijventerrein’ zijn aangeduid op de kaart ‘woongebieden en bedrijventerreinen’ die als Bijlage I bij dit beleid is toegevoegd.

Beheerplan

Een beheerplan opgesteld door de initiatiefnemer waarin staat hoe de initiatiefnemer toezicht houdt, orde handhaaft en excessen voorkomt, en dat voldoet aan de minimale normen en eisen ten aanzien van onder andere onderhoud, beheer, informatievoorziening en (brand)veiligheid, zoals deze vanuit dit beleid en de geldende SNF-normen zijn voorgeschreven.

Grootschalige huisvesting

Het bedrijfsmatig aanbieden van nachtverblijf aan meer dan 60 buitenlandse werknemers, met een maximum van 300 personen per grootschalige huisvestingslocatie.

Huisvestingslocatie

Samenhangend geheel van huisvestingsmogelijkheden voor buitenlandse werknemers op een locatie.

Kern

Een gebied dat is vastgelegd op de gemeentelijke wijk- en buurtenkaart. Het aantal inwoners per gebied wordt jaarlijks geactualiseerd.

Long-stay

Bij long-stay is er sprake van een meer structureel karakter, waarbij het gaat om een verblijfsperiode langer dan 36 maanden (3 jaar).

Mid-stay

Bij mid-stay is er sprake van het (laten) verhuren of in gebruikstellen van kamers en/of appartementen aan personen die het hoofdverblijf niet in Medemblik hebben, en waarbij de personen geen gezamenlijk huishouden voeren. Bewoners hebben de intentie om zich voor een periode van ten minste 4 maanden tot maximaal 36 maanden (3 jaar) te vestigen. Er is daarmee sprake van een tijdelijk karakter

Niet grootschalige huisvesting

Het bedrijfsmatig aanbieden van nachtverblijf aan ten hoogste 60 buitenlandse werknemers. En waarbij de huisvesting niet valt binnen de categorieën woningen, agrarische bedrijven, grootschalige huisvesting en bedrijventerreinen.

Plattelandswoning

Een als zodanig in het bestemmings- of omgevingsplan als ‘plattelandswoning’ aangemerkt woonhuis in de vorm van een voormalige agrarische 6

bedrijfswoning, die bewoond mag worden door een persoon of diens huishouden die geen functionele binding heeft met het nabijgelegen agrarisch bedrijf, waartoe het woonhuis in het verleden als bedrijfswoning heeft behoord. Registratie Niet Ingezetenen (RNI)

Personen die korter dan 4 maanden in Nederland wonen kunnen zich als nietingezetenen in de BRP laten registreren. Dit heet ook wel de Registratie NietIngezetenen (RNI). Dat is van belang bij tijdelijk werk of studie in Nederland. Daarvoor is namelijk een burgerservicenummer (BSN) nodig dat mensen krijgen bij de eerste inschrijving.

Short-stay

Bij short-stay is er sprake van het (laten) verhuren of in gebruikstellen van kamers en/of appartementen aan personen die het hoofdverblijf niet in Medemblik hebben, en waarbij de personen geen gezamenlijk huishouden voeren. Bewoners hebben de intentie om zich voor een periode van maximaal 4 maanden te vestigen. Er is daarmee sprake van een tijdelijk karakter.

SNF-norm

SNF staat voor Stichting Normering Flexwonen. SNF kent twee normen: de ‘reguliere’ norm voor huisvesting van arbeidsmigranten en de norm voor het SNF-inhuur-register. Waar in dit beleid wordt gesproken van SNF-norm, wordt de geldende ‘reguliere’ norm voor huisvesting van arbeidsmigranten bedoeld (norm voor het reguliere SNF-register), dan wel een opvolger daarvan. Deze is van toepassing op alle vormen van huisvesting in de gemeente.

Tijdelijke buitenlandse werknemer, ook wel genoemd arbeidsmigrant

Onder een tijdelijke buitenlandse werknemer wordt verstaan, een economisch actieve migrant uit het buitenland wiens doel het is op eigen initiatief en op vrijwillige basis arbeid en inkomen te verwerven.

Verblijfsregister/ nachtregister

Voor alle vormen van short-stay huisvesting is het bijhouden van een verblijfsregister verplicht. In het verblijfsregister wordt geregistreerd hoeveel personen er hoeveel nachten verblijven op een locatie. De verblijfsbieder houdt dit register bij.

Woongebieden

Met woongebieden worden de gebieden bedoeld die als ‘woongebied’ zijn aangeduid op de kaart ‘woongebieden en bedrijventerreinen’ die als Bijlage I bij dit beleid is toegevoegd

7

2. Recente ontwikkelingen Sinds de invoering van het beleid in 2021 zijn er diverse landelijke, regionale en plaatselijke ontwikkelingen geweest. Deze ontwikkelingen hebben invloed op de actualiteit van het huidige beleidsstuk en zijn daarom belangrijk om mee te nemen in deze evaluatie.

2.1 Plaatselijke ontwikkelingen Middelgrote huisvestingslocaties voor buitenlandse werknemers Tijdens de raadsvergadering van 30 november 2023 zijn er vier principeverzoeken voor het realiseren van middelgrote (100-300 huisvestingsplaatsen) huisvestingslocaties voor buitenlandse werknemers voorgelegd aan de raad. Tijdens dezelfde raadsvergadering werd door de raad uitgesproken dat zij minimaal één en maximaal twee middelgrote huisvestingslocaties voor buitenlandse werknemers willen realiseren. Tevens werd er een motie aangenomen waarmee ook andere initiatiefnemers de kans kregen om een principeverzoek in te dienen. Naar aanleiding van deze motie zijn er twee extra principeverzoeken bijgekomen. Vier van de zes initiatieven liggen binnen of vlak naast een voorkeurszoeklocatie uit het Sweco-rapport. De binnengekomen principeverzoeken zijn integraal beoordeeld op de volgende thema’s: mobiliteit (verkeersafwikkeling), model/exploitatie en dagelijks toezicht, landschappelijke inpassing, parkeren, bereikbaarheid van voorzieningen, de rol van de woningcorporaties en de ruimte die ontstaat in de reguliere woningmarkt door vrijkomende woningen. In de beoordeling wordt het huisvesten van buitenlandse werknemers uit de eigen gemeente als iets positiefs gezien. De principeverzoeken die het best beoordeeld werden, zijn op 20 juni 2024 aan de raad voorgelegd.

De raad heeft toen besloten dat er twee principeverzoeken (beiden met 300 huisvestingsplekken) verder uitgewerkt mogen worden.

Rapport rekenkamercommissie 2023 Op 28 november 2023 deelde de rekenkamercommissie het onderzoeksrapport 'Huisvesting arbeidsmigranten in Medemblik’. Het onderzoek onthult de verschillen in beleid en aanpak tussen de gemeente Medemblik en de gemeente Opmeer. In tegenstelling tot eerder onderzoeken die zich richtten op de benodigde hoeveelheid huisvesting, heeft de rekenkamercommissie specifiek gekeken naar het beleid van de gemeenten zelf en de ervaringen van huisvesters en buitenlandse werknemers met dat beleid. Een aantal belangrijke constateringen uit het onderzoeksrapport zijn: 1. De gemeente Medemblik beschikt over een actueel beleidskader, waarin duidelijk wordt aangegeven waar de huisvesting van buitenlandse werknemers mogelijk is. 2. Er is weinig contact tussen buitenlandse werknemers en de gemeente. De gemeente neemt niet actief contact op met buitenlandse werknemers. Buitenlandse werknemers vermijden vaak contact met de gemeente uit angst voor belastingen en meer controles. Dit gedrag wordt soms gestimuleerd door werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters. Buitenlandse werknemers geven wel aan graag onafhankelijke objectieve informatie te willen ontvangen van de gemeente. Zodat zij op de hoogte worden gebracht van hun rechten en plichten zonder tussenkomst van werkgevers, uitzendbureaus of huisvesters. 8

3. Bij legale huisvesting is de gemeente voldoet men over het algemeen aan de gestelde voorwaarden, maar bij illegale huisvesting zijn er vaak gebreken op het gebied van hygiëne en brandveiligheid. 4. Bij het realiseren van huisvestingslocaties voor buitenlandse werknemers vraagt de gemeente advies aan externe partijen (de Agrarische Beoordelingscommissie, de brandweer en de omgevingsdienst), hierdoor wordt het vergunningsproces vertraagd. 5. De gemeente slaagt er niet altijd in om van tevoren aan te geven welke gegevens voor de vergunningsaanvraag nodig zijn. Dit leidt tot vertraging. 6. Het is de gemeente nog niet gelukt om de registratie van buitenlandse werknemers te verbeteren. Hierdoor is het niet duidelijk hoeveel buitenlandse werknemers er per locatie verblijven. De gemeente onderneemt ook geen pogingen om de registratie te verbeteren, zoals het invoeren van het Westlands model. De rekenkamer doet ook enkele aanbevelingen aan de gemeente: 1. Benut de wet goed verhuurderschap (Rapport Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, 30 oktober 2020). 2. Zorg dat de registratie van buitenlandse werknemers op orde is. 3. Verbeter het vergunningsproces door de vergunningsaanvragen sneller af te handelen.

2.2 Regionale ontwikkelingen In de afgelopen twee jaar is er tussen de West-Friese gemeenten veel samengewerkt op het gebied van huisvesting van buitenlandse werknemers. De samenwerkingspartners van het Pact van Westfriesland hebben de huisvesting van buitenlandse werknemers als project aangewezen en zodoende is er een projectgroep gevormd. Deze projectgroep had 3 doelen zijnde: 1. De woningbouw gericht versnellen, met aandacht voor specifieke doelgroepen en locaties. 2. Voldoende ambtelijke capaciteit organiseren. 3. Invulling NHN biedt 40.000 extra woningen. Ook werd er een maatschappelijk effect uitgesproken namelijk de versnelling van woningbouw, goede aansluiting van vraag en aanbod en dit in balans met leefbaarheid, landschap en bereikbaarheid. Naar aanleiding van het project is in samenwerking met de provincie een locatieonderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau Sweco.

Sweco rapport 2022 In opdracht van de provincie Noord-Holland en in samenwerking met de zeven West-Friese gemeenten wordt eind 2022 een onderzoek opgeleverd om mogelijke locaties in beeld te brengen om de toenemende stroom van buitenlandse werknemers te huisvesten (Sweco, 20 december 2022). De conclusie uit het rapport was dat er de komende jaren minimaal 3.000 logiesplekken nodig zijn om de buitenlandse werknemers is de regio te kunnen huisvesten. Sweco heeft het onderzoek in drie fases opgedeeld. Tijdens fase 1 is er een verkennende analyse uitgevoerd naar vraag en aanbod van huisvesting voor buitenlandse werknemers in de regio. Met belanghebbenden zijn toen relevante criteria voor de zoektocht naar kansrijke locaties verkend. Tijdens fase 2 is er een online enquête verstuurd waarin belanghebbenden konden aangeven hoe zij 9

tegen het huisvestingsvraagstuk aankijken en kregen zij de mogelijkheid hun voorkeur uit te spreken voor middelgrote huisvestingslocaties. Aan de hand van de verkenning, bijeenkomsten en de enquête zijn er locatiecriteria opgesteld. Aangevuld met bekende en gemelde initiatieven en bureauonderzoek is een groslijst van 56 potentiële locaties opgesteld. In fase 3 zijn de locaties met elkaar vergeleken en zijn aan de hand van de locatiecriteria 19 voorkeurszoekgebieden bepaald. Deze locaties zijn gelegen nabij werklocaties en voorzieningen, aansluiten op bestaande bebouwing, goed bereikbaar zijn en gelegen zijn buiten waardevolle natuurgebieden en landschappen. Uit het Sweco onderzoek bleek ook dat belanghebbenden het belangrijk achten dat buitenlandse werknemers in de buurt van hun werk worden gehuisvest. Ook bleek dat er weinig draagvlak was voor echt grote locaties met meer dan 1.000. De voorkeur ging uit naar kleinschaligere locaties (tot 300 huisvestingsplekken). De gemeente Medemblik draagt bij aan de regionale opgave door één of twee middelgrote huisvestingslocatie(s) (max. 300 huisvestingsplekken per locatie) te gaan realiseren.

Decisio rapport 2021 Eerder gaf de provincie opdracht om de gegevens over buitenlandse werknemers in Noord-Holland Noord te actualiseren voor de periode 2010 tot en met 2020 (Decisio, 6 juli 2022). Uit dit onderzoek bleek dat er in 2019 in de regio West-Friesland 9.700 buitenlandse werknemers werkzaam waren, waarvan ruim 3.500 in de gemeente Medemblik. Ook bleek dat er op dat moment slechts 1.015 vergunde huisvestingsplekken in de gemeente waren. Dit heeft te maken met een tekort aan (legale) huisvestingsplekken, maar ook met een lage registratiegraad. Dit houdt in dat buitenlandse werknemers zich niet inschrijven in het RNI (Register Niet-Ingezetenen) of BRP (Basisregistratie Personen). Buitenlandse werknemers verblijven relatief kort in de regio West-Friesland in vergelijking met het landelijk gemiddelde. In 2019 verblijft 41% korter dan vier maanden in de gemeente. Tot slot blijkt u t prognosescenario's dat het aantal buitenlandse werknemers in de regio West-Friesland jaarlijks met 3,8 tot 6% zal toenemen.

2.3 Landelijke ontwikkelingen Rapport Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten Op 1 mei 2020 heeft het kabinet een Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer ingesteld. Op 11 juni 2020 heeft het Aanjaagteam een eerste set aanbevelingen uitgebracht. Deze aanbevelingen waren erop gericht om de situatie van arbeidsmigranten snel te verbeteren vanwege het gevaar van besmetting van arbeidsmigranten door het coronavirus. Vervolgens heeft het aanjaagteam op 30 oktober 2020 een tweede advies uitgebracht onder de titel ‘Geen tweederangs burgers’. | 19 | Rapport Evaluatie beleid en beleidsregels (huisvesting) arbeidsmigranten. Het aanjaagteam geeft aan dat er ingezet moet worden op de volgende thema’s: 1. Betere beheersing van de uitzendsector 2. Zicht krijgen op arbeidsmigratie 3. Meer en betere huisvesting voor arbeidsmigranten 4. Gezondheid en welzijn voor arbeidsmigranten 5. Betere handhaving en toezicht 6. Institutionele inbedding van arbeidsmigratie.

10

Een aantal aanbevelingen uit het rapport zijn relevant voor de gemeente Medemblik omdat deze iets zeggen over de kwaliteit van huisvesting: • Uitgangspunt is dat uiteindelijk elke arbeidsmigrant één slaapkamer heeft (behoudens personen met een affectieve relatie). Daarbij is een eerste stap dat er maximaal twee arbeidsmigranten gebruikmaken van één slaapkamer, waarbij anderhalve meter afstand in acht wordt genomen. Bij bewoners met een hogere kans op coronabesmetting zou de norm van één arbeidsmigrant per slaapkamer al op korte termijn gerealiseerd moeten worden (algemene aanbeveling). • Maak een quickscan van de beschikbaarheid van en de behoefte aan woningen, waarbij wordt uitgegaan van één slaapkamer per arbeidsmigrant en de mogelijkheid om de anderhalve meter te waarborgen. • Maak prioriteit van het creëren van huisvesting en werk zoveel mogelijk regionaal samen. • Neem in ruimtelijke plannen gelijk mee waar en hoe arbeidsmigranten gehuisvest kunnen worden en zoek de mogelijkheden om snel en flexibel af te wijken van bestemmingsplannen. • Werk mee aan het ontwikkelen van één gezamenlijk keurmerk dat goed handhaafbaar is. • Informatievoorziening: zorg voor servicepunten waar arbeidsmigranten met vragen terechtkunnen.

11

3.Het huidige beleid 3.1 Beleidsvorming In 2019 werd het beleid voor de huisvesting van buitenlandse werknemers geëvalueerd door onderzoeksbureau RIGO. Uit de beleidsevaluatie kwamen een tiental aanbevelingen voor het verbeteren van het beleid. Naar aanleiding van deze evaluatie en aanbevelingen actualiseert de gemeente Medemblik in 2021 de beleidsregels met betrekking tot de huisvesting van buitenlandse werknemers (gemeente Medemblik, 11 mei 2021). Tijdens de behandeling in de gemeenteraad blijkt de huisvesting van buitenlandse werknemers de nodige discussie op te leveren. Zo worden zowel tijdens de raadsbehandeling van de beleidsevaluatie als die van de beleidsregels de nodige moties en amendementen ingediend (Bijv. Motie Aanvulling op aanbevelingen 5 en 6, 19 december 2019, Amendement afschaffen discriminatie bij huisvesting, 8 juli 2021, Amendement aanpassen percentage huisvestingsplekken, 8 juli 2021). Ook onder de inwoners en bedrijven leeft het onderwerp huisvesting van buitenlandse werknemers. Dit blijkt uit de 17 zienswijzen die worden ingediend op de beleidsregels (Collegevoorstel DOC-21-358439).

12

3.2 Inhoud van het beleid De huidige beleidsregels huisvesting buitenlandse werknemers worden samengevat in het onderstaande overzicht: Duur verblijf

SHORT STAY (0-4 maanden, verblijfsregister

MID-STAY (4 maanden – 3 jaar, inschrijven in

Niet toegestaan, met uitzondering van woningen die zijn aangemerkt als plattelandswoning.

Alleen toegestaan buiten woon- gebieden en in woningen die zijn aangemerkt als plattelandswoning

Maximaal 8 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers per plattelandswoning.

Maximaal 8 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers per (plattelands)woning.

Maximaal 60 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers per agrarisch bedrijf, waarvan maximaal 8 huisvestingsplekken in de tweede bedrijfswoning (indien aanwezig).

Maximaal 60 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers per agrarisch bedrijf, waarvan maximaal 8 huisvestingsplekken in de tweede bedrijfswoning (indien aanwezig).

Binnen het bouwvlak.

Binnen het bouwvlak.

In de tweede bedrijfswoning (indien aanwezig) of in andere bebouwing.

In de tweede bedrijfswoning (indien aanwezig) of in andere bebouwing.

Het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers stemt overeen met de (tijdelijke) arbeidsbehoefte van het agrarisch bedrijf. Dit toetsen wij op grond van een advies van de agrarische beoordelingscommissie (ABC).

Het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers stemt overeen met de (tijdelijke) arbeidsbehoefte van het agrarisch bedrijf. Dit toetsen wij op grond van een advies van de agrarische beoordelingscommissie (ABC).

De huisvesting mag maximaal 4 aaneengesloten maanden per jaar gebruikt worden voor buitenlandse werknemers van andere bedrijven.

De huisvesting mag maximaal 4 aaneengesloten maanden per jaar gebruikt worden voor buitenlandse werknemers van andere bedrijven. Verblijfsregister verplicht.

Maximaal 50 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers per huisvestingslocatie

Niet toegestaan.

verplicht)

BRP verplicht)

Categorie

Woningen

Agrarische bedrijven

Bedrijventerreinen

Alleen voor personeel dat werkzaam is bij het bedrijf waar de huisvesting plaatsvindt, waarbij huisvesting een nevenactiviteit is

13

Duur verblijf

SHORT STAY (0-4 maanden, verblijfsregister

MID-STAY (4 maanden – 3 jaar, inschrijven in

verplicht)

BRP verplicht)

Categorie

Grootschalige huisvesting > 60 personen

Nietgrootschalige huisvesting < 60 personen

Maximaal 2 huisvestingslocaties van meer dan 60 huisvestingsplekken per kern. Het maximum aantal huisvestings-plekken op een huisvestingslocatie is 300

Het maximum aantal huisvestings- plekken op een huisvestingslocatie is 300

Het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers moet onder andere afgestemd zijn op de omvang en de ligging van de bebouwing, de bereikbaarheid van de locatie en de ligging ten opzichte van voorzieningen.

Het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers moet onder andere afgestemd zijn op de omvang en de ligging van de bebouwing, de bereikbaarheid van de locatie en de ligging ten opzichte van voorzieningen.

Niet toegestaan.

Valt niet binnen de categorieën woningen, agrarische bedrijven, grootschalige huisvesting en bedrijventerreinen Maximaal 60 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers per huisvestingslocatie Alleen toegestaan op locaties waar reeds stedelijke functies zijn toegestaan.

3.3 Toelichting inhoud en drempelwaarden van het beleid Huisvesting in woningen Onder huisvesting in woningen wordt in het huidige beleid verstaan: tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers in woningen in de reguliere woningvoorraad, die in beginsel bedoeld zijn voor de huisvesting van één afzonderlijk (particulier) huishouden. Huisvesting van buitenlandse werknemers heeft een andere impact op de woon- en leefomgeving, dan gebruik door een gezamenlijk huishouden en is daarmee niet gelijk te stellen. Ook de tijdsduur (short-stay – mid-stay) van de huisvesting is van invloed op de woon- en leefomgeving. Met de algemene voorwaarden die gesteld worden aan huisvesting (beheer, parkeren), wordt gewaarborgd dat de huisvesting passend is in de omgeving. Daarnaast is ervoor gekozen om in het beleid onderscheid te maken tussen huisvesting in woongebieden en huisvesting buiten woongebieden, omdat deze gebieden ruimtelijk en functioneel een ander karakter hebben. Short-stay huisvesting in woningen in woongebieden is niet toegestaan, met uitzondering van huisvesting voor maximaal 8 buitenlandse werknemers per woning in plattelandswoningen zoals aangewezen in bestemmingsplannen (of in het daarop volgende omgevingsplan).

Kort verblijf in woningen door steeds wisselende personen die geen gezamenlijk huishouden vormen, wordt niet als passend gezien in gebieden waar sprake is van een overwegende woonfunctie.

De gemeente Medemblik telde op het moment dat het huidige beleid geschreven werd 22 woningen die van een aanduiding plattelandswoning waren voorzien. Van deze 22 woningen, lag er 1 woning binnen woongebieden. De overige plattelandswoningen lagen buiten woongebieden.

14

Mid-stay huisvesting voor maximaal 8 buitenlandse werknemers per woning is alleen toegestaan in plattelandswoningen en in woningen die niet in woongebieden liggen. De bebouwing buiten woongebieden ligt veel meer verspreid dan in woongebieden, en heeft niet overwegend een woonfunctie. Daardoor is huisvesting van buitenlandse werknemers buiten woongebieden beter inpasbaar dan in woongebieden. Het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers in een woning is beperkt tot 8 vanwege de ruimtelijke uitstraling op de omgeving. Het gevaar bestaat dat bij grotere aantallen mensen in één woning de uitstraling naar buiten toe niet langer aansluit bij het karakter van de omgeving. Overgangsregeling huisvesting in woningen De gemeente streeft naar het terugdringen van short-stay en mid-stay huisvesting in woningen in woongebieden. Verblijf in woningen door steeds wisselende personen die geen gezamenlijk huishouden vormen, wordt niet als passend gezien in gebieden waar sprake is van een overwegende woonfunctie. Bovendien is er sprake van woningnood.

Voor lopende aanvragen of legaliseringsverzoeken van tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers in woningen in woongebieden geldt daarom een overgangsregeling, waarbij een initiatiefnemer tot de 1e dag van de 2e maand waarop het beleid van kracht is geworden, een tijdelijke vergunning kan aanvragen voor tijdelijke huisvesting van maximaal 4 personen in een woning in een woongebied. Deze tijdelijke vergunningen lopen tot uiterlijk 1 januari 2023, waarna de huisvesting definitief moet zijn beëindigd. Het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers in een woning in een woongebied is beperkt tot 4 vanwege de ruimtelijke uitstraling op de omgeving. Het gevaar bestaat dat bij grotere aantallen mensen in één woning de uitstraling naar buiten toe niet langer aansluit bij het karakter van de woonomgeving. Huisvesting bij agrarische bedrijven Huisvesting bij agrarische bedrijven verwijst naar de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers in een bestaande tweede bedrijfswoning of in een ander hiervoor bedoeld gebouw binnen het bouwvlak, bij een agrarisch bedrijf. Per agrarisch bedrijf is short- en mid-stay huisvesting van maximaal 60 buitenlandse werknemers toegestaan, waarvan maximaal 8 werknemers in een bestaande tweede bedrijfswoning gehuisvest mogen zijn.

Uit de in 2019 uitgevoerde beleidsevaluatie kwam naar voren dat de behoefte aan huisvestingsplekken bij veel agrarische bedrijven groter is, dan op basis van het beleid is toegestaan. Eén van de aanbevelingen uit de evaluatie was om de huisvesting bij agrarische bedrijven te verruimen (50 huisvestingsplekken of meer). Gesprekken die in het kader van het opstellen van dit beleid hebben plaatsgevonden, bevestigden dit beeld. Dit is de reden dat het maximum aantal te huisvesten werknemers in het huidige beleid werd verhoogd naar 60, waarbij het maximum afhankelijk is gesteld van een aantal (ruimtelijke) randvoorwaarden. De gemeente vraagt, op basis van door de initiatiefnemer te overleggen bedrijfsgegevens, advies van de agrarische beoordelingscommissie. Deze commissie bekijkt de (tijdelijke) arbeidsbehoefte van het betreffende bedrijf, en beoordeelt hoeveel huisvestingsplekken het bedrijf nodig heeft voor het agrarisch productieproces. De buitenlandse werknemers maken onderdeel uit van de agrarische 15

bedrijfsvoering ter plaatse. De huisvesting is daarmee ondergeschikt aan de agrarische bedrijfsvoering. Daarnaast zijn de ligging binnen het agrarisch bouwperceel, de landschappelijke inpassing en parkeergelegenheid op eigen terrein van invloed op het aantal huisvestingsplekken. Het maximale aantal te realiseren huisvestingsplekken kan dus per agrarisch bedrijf verschillen.

Voor meer informatie over de Agrarische Beoordelingscommissie, zie: www.abcommissie.nl

Naast het huisvesten van de buitenlandse werknemers die voor het betreffende bedrijf werken, mag de huisvesting maximaal 4 aaneengesloten maanden per jaar worden gebruikt voor buitenlandse werknemers van andere bedrijven. Reden hiervoor is om piekbelasting bij ander bedrijven op te kunnen vangen in bestaande huisvestingsvoorzieningen bij agrarische bedrijven, en efficiënt ruimtegebruik daarmee te stimuleren. Wanneer hier gebruik van wordt gemaakt is voor zowel shortals mid-stay huisvesting, het bijhouden van een verblijfsregister verplicht op grond van artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht (zie voor meer informatie hoofdstuk 4.3, verblijfsregister en verblijfsbelasting). Huisvesting op bedrijventerreinen Onder huisvesting op bedrijventerreinen wordt in het huidige beleid verstaan: tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers in hiervoor bedoelde bebouwing op een bedrijventerrein. Per huisvestingslocatie is short-stay huisvesting van maximaal 50 buitenlandse werknemers toegestaan. Deze grens van maximaal 50 personen per huisvestingslocatie houdt verband met regels rondom externe veiligheid. Daarnaast is het aanbod aan bedrijventerreinen kleiner dan de vraag. Bij huisvesting van meer dan 50 personen in een gebouw worden zogenaamde ‘kwetsbare objecten’ gerealiseerd. Hierdoor kan bij een calamiteit een (te) hoog groepsrisico ontstaan, wat als onveilig wordt beschouwd.

Daarnaast kan het de ontwikkeling van risicovolle activiteiten belemmeren. In de nabijheid van een kwetsbaar object is realisatie van een risicovolle inrichting niet meer mogelijk (op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)). In principe mogen kwetsbare objecten niet zijn gelegen binnen een risicocontour van een bedrijfsactiviteit. Het wordt daarom niet als wenselijk gezien om het aantal te huisvesten personen op bedrijventerreinen te verruimen. De huisvesting is uitsluitend bedoeld voor personeel dat werkzaam is bij het bedrijf waar de huisvesting plaatsvindt. Er moet sprake zijn van een nevenactiviteit. De bedoeling is dat huisvesting op bedrijventerreinen alleen kan plaatsvinden bij bedrijven waar de buitenlandse werknemers werkzaam zijn. Het is niet wenselijk dat panden worden opgekocht om deze vervolgens volledig om te zetten in huisvesting voor buitenlandse werknemers. Zo lang bedrijventerreinen niet verouderd, of overbodig zijn, zijn ze namelijk nodig voor bedrijven. Dit wordt onderschreven door de “Behoefteraming Werklocaties Noord-Holland Noord” (Stec Groep, 14 januari 2021): In Westfriesland is het aanbod aan bedrijventerreinen kleiner dan de vraag. De komende jaren is er behoefte aan extra bedrijventerreinen.

Kortom, vanwege de bestaande en toekomstige behoefte aan bedrijventerreinen wordt huisvesting op bedrijventerrein slechts beperkt toegestaan. Mid-stay huisvesting is niet toegestaan op bedrijventerreinen. De milieutechnische beoordeling wordt anders bij langer verblijf. Dit kan niet meer als ‘logiesfunctie’ worden aangemerkt, maar is gelijk te 16

stellen aan de functie wonen. Dit maakt inpassing op een bedrijventerrein nauwelijks inpasbaar en leidt tot ongewenste functiemenging. Grootschalige huisvesting Onder grootschalige huisvesting wordt het huisvesten van meer dan 60 personen op één huisvestingslocatie verstaan. Het maximumaantal te huisvesten personen is 300 per grootschalige locatie, maar is ook afhankelijk van de ruimtelijke inpasbaarheid op de locatie zelf (maatwerk). Dit maatwerk wordt verder ingevuld doordat het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers onder andere afgestemd moet zijn op de omvang en de ligging van de bebouwing, de bereikbaarheid van de locatie en de ligging ten opzichte van voorzieningen. Uiteindelijk mogen er maximaal 2 grootschalige huisvestingsvoorzieningen per kern zijn. Grootschalige voorzieningen mogen zowel voor short- als mid-stay huisvesting worden gebruikt. Niet-vitale vakantieparken In 2019 stelde de gemeenteraad het ‘Uitvoeringsprogramma Verblijfsrecreatie gemeente Medemblik’ vast. Daarin staat een aantal uitgangspunten, waaronder de transformatie van vakantieparken die niet-vitaal zijn en ook geen toekomst meer hebben in de verblijfsrecreatie. Daarvoor wordt een ander toekomstperspectief gezocht. Dat kan een woonbestemming zijn, zoals bij bungalowpark De Maar in Twisk, maar de nieuwe functie zou ook de huisvesting van buitenlandse werknemers kunnen zijn.

De invulling van een dergelijke nieuwe functie is maatwerk en is ook afhankelijk van de mogelijkheden van provinciale regelgeving. Niet-vitale vakantieparken zonder toekomstperspectief in de verblijfsrecreatie kunnen vallen onder de categorie grootschalige en niet-grootschalige huisvesting. Het omzetten van vitale vakantieparken of van niet-vitale parken met recreatief toekomstperspectief naar huisvesting van buitenlandse werknemers is op grond van het Uitvoeringsprogramma voor de verblijfsrecreatie niet toegestaan, omdat dit afbreuk doet aan de vitaliteit van het park. Niet-grootschalige huisvesting (restcategorie) Wanneer een huisvestingsvoorzieningen niet onder de hiervoor genoemde categorieën valt (woningen, agrarische bedrijven, bedrijventerreinen of grootschalig) spreken we van (overige) nietgrootschalige huisvesting. Deze (overige) niet grootschalige voorzieningen voor minder dan 60 personen mogen enkel worden ingezet voor mid-stay huisvesting. Het maximum aantal te huisvesten personen is afhankelijk van de ruimtelijke inpasbaarheid op de locatie zelf (maatwerk). Dit maatwerk wordt verder ingevuld door de algemene voorwaarden die zijn opgenomen in dit beleid, zoals voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, en een door de gemeente goed te keuren beheerplan met daarin een mobiliteitsparagraaf.

Daarnaast geldt, dat nieuwe ontwikkelingen van niet-grootschalige voorzieningen alleen mogen plaatsvinden op locaties waar al een stedelijke functie is toegestaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan locaties buiten woongebieden of aan de rand van kernen waar voorheen wel al stedelijke functies mogelijk waren, zoals een leegstaande loods of bijvoorbeeld een voormalig klooster. Het kan ook gaan om locaties binnen woongebieden, zoals leegstaande scholen of zorgcomplexen. Tenslotte kunnen niet-vitale vakantieparken in deze categorie vallen (zie alinea niet-vitale vakantieparken onder ‘grootschalige huisvesting’).

17

Locaties waar al een stedelijke functie is toegestaan, zijn veelal gelegen in gebieden met overwegend een woonfunctie. De keuze om deze categorie van huisvesting alleen in te zetten voor mid-stay en niet voor short-stay, is gelegen in het feit dat huisvesting van buitenlandse werknemers een andere impact op de woon- en leefomgeving heeft dan van reguliere huishoudens. Kort verblijf op een locatie door steeds wisselende personen wordt niet als passend gezien in gebieden waar sprake is van een overwegende woonfunctie. Afwijkingsmogelijkheden Het college kan meewerken aan initiatieven die niet passend zijn binnen het beleid. Dit kan echter nooit zonder een goede motivering. In landelijke wetgeving is daartoe een algemene afwijkingsbevoegdheid opgenomen (artikel 4:84 Awb). Dit artikel geldt algemeen en is daarmee ook van toepassing op dit beleid: het college handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Het gaat hier in beginsel om gevallen die niet voorzienbaar waren, of voorzienbaar maar nu onevenredige gevolgen met zich brengen die de gemeente ook niet heeft kunnen voorzien.

Aanvragen om omgevingsvergunning die afwijken van de beleidsregels en niet in eerste instantie worden afgewezen, kunnen door het college ter advisering voorgelegd worden aan de raad.

Bovenstaande is tot stand gekomen via een amendement: Aangenomen amendement (09-09-2021) Onderwerp: Afwijkingen via de raad Ingediend door: R. Manshanden (GroenLinks), C. Neefjes (PW2010), S. Zeilemaker (PWF) Ondersteund door: T. Beuker (PvdA) Besluit het voorgestelde besluit als volgt te amenderen: De beleidsregels huisvesting buitenlandse werknemers gemeente Medemblik vast te stellen met dien verstande dat de tekst onder de kop ‘Afwijkingsmogelijkheden’ wordt geschrapt en vervangen door: “Aanvragen om omgevingsvergunning die afwijken van de beleidsregels en niet in eerste instantie worden afgewezen , kunnen door het college ter advisering voorgelegd worden aan de raad.’’

Bij de opstelling van het huidige beleid wordt verwacht dat het aantal afwijkende gevallen in de praktijk klein zal zijn. Bovendien hecht het college eraan om zo veel mogelijk binnen dit nieuwe verruimde beleid haar werk te doen. Bevoegdheid aanpassen kaart woongebieden en bedrijventerreinen Bij het beleid zit een kaart waarop woongebieden en bedrijventerreinen staan aangegeven. Zo is direct duidelijk of een initiatief in één van deze gebieden valt of niet. Een kaart is echter geen statisch document. Woongebieden worden bijvoorbeeld groter als er een nieuwe woonwijk wordt gerealiseerd. In het beleid is daarom een bevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen om de bij dit beleid behorende kaart snel te kunnen aanpassen, als zich een dergelijke wijziging voordoet. 18

19

3.4 Doelstellingen van het beleid Het huidige beleid is in 2021 ontwikkeld aan de hand van een aantal doelstellingen. Deze doelstellingen, evenals de redenatie achter de doelstellingen, zijn als volgt: Doel 1: Een eind maken aan de huidige onoverzichtelijke situatie in het beleid en de procedures. In 2019 constateerde onderzoeksbureau Rigo dat de eerdere versie van het beleid huisvesting buitenlandse werknemers in verschillende documenten was geregeld (Rigo Research en Advies, 10 september 2019). Dit had als resultaat dat het beleid voor zowel initiatiefnemers als plantoetsers onoverzichtelijk was geworden. Het huidige beleid heeft zodoende de doelstelling om overzicht terug te brengen in zowel het beleid als de procedures. Doel 2: Een inhaalslag maken op het huidige tekort aan kwalitatief goede huisvestingsplekken in de gemeente Medemblik. In 2021 publiceerde Decisio een geactualiseerd rapport over de ontwikkeling van het aantal buitenlandse werknemers in de regio West-Friesland sinds 2010 (Decisio, 21 april 2021). Het rapport bevatte bovendien een prognose over de ontwikkeling van het aantal buitenlandse werknemers tot 2030. Het rapport toonde aan dat het aantal vergunde huisvestingplekken achterloopt ten opzichte van het aantal buitenlandse werknemers in de gemeente.

In gemeente Medemblik werd deze verhouding als volgt aangetoond: in 2019 werkten er ruim 3.500 buitenlandse werknemers in de gemeente. Voor deze 3.500 buitenlandse werknemers waren er volgens Decisio 1.015 vergunde huisvestingsplekken beschikbaar (o.b.v. het gemeentelijke vergunningensysteem, april 2021). Er is dus een disproportie tussen de hoeveelheid buitenlandse werknemers en de hoeveelheid huisvestingplekken. Deze disproportie leidt volgens adviesbureau Rigo bovendien tot alternatieve huisvesting op minder gewenste plekken (Rigo Research en Advies, 10 september 2019). Doel 3: Er moet sprake zijn van een goede en veilige woon- en leefomgeving voor buitenlandse werknemers. Aansluitend op doelstelling 2 is een belangrijke doelstelling van het huidige beleid om meer kwalitatief goede huisvesting te realiseren binnen de gemeente. De gemeente Medemblik benoemd dat een goede en veilig woon- en leefomgeving voor de buitenlandse werknemers het belangrijkste uitgangspunt is (gemeente Medemblik, 11 mei 2021). Doel 4: Een goede ruimtelijke inpassing van huisvestingslocaties in de omgeving. Een goede ruimtelijke inpassing is van belang om te waarborgen dat er geen ruimtelijke verslechtering ontstaat in de omgeving. De ruimtelijke inpassing van huisvestingslocaties wordt getoetst door de welstandscommissie.

Doel 5: Voorkomen dat huisvesting van slechte kwaliteit plaatsvindt op minder gewenste locaties. In de gemeente Medemblik vindt veel illegale huisvesting plaats. Volgens een schatting uit het rapport van de rekenkamercommissie in 2023 zijn dit tussen de 500 en 600 adressen. Bij illegale huisvesting zijn er vaak gebreken op het gebied van hygiëne en brandveiligheid. Tevens is er geen controle en toezicht op deze locaties waardoor een goede woon- en leefomgeving niet gegarandeerd kan worden.

20

Ook leidt illegale huisvesting in de gemeente (met name in dorpskernen) regelmatig tot overlast voor buurtbewoners. Doel 6: Een goede ruimtelijke ordening. Een goede ruimtelijke ordening is van essentieel belang voor een goed woon-en leefklimaat. Voordat er een nieuwe huisvestingslocatie wordt gebouwd zal er goed gekeken moeten worden of een dergelijke bestemming past bij de bestaande situatie. Factoren die kunnen meespelen zijn bijvoorbeeld verkeersbewegingen, geluidsoverlast, luchtkwaliteit, belemmering van bedrijfsvoering en de natuur. Doel 7: Inspelen op de toekomst. Zoals eerder vermeldt is er sprake van een disproportie tussen het aantal buitenlandse werknemers en het aantal vergunde huisvestingsplekken. Er is aanzienlijke kans dat deze disproportie in de toekomst groeit; in de regio West-Friesland wordt namelijk een jaarlijkse groei in buitenlandse werknemers van 3% tot 5% voorspeld (Decisio, 21 april 2021). Waar in 2019 9.700 buitenlandse werknemers in de regio werkten en verbleven, zal dit aantal naar verwachting in 2030 tussen de 13.410 en 19.500 liggen. De bovenstaande informatie benadrukt de noodzaak om de toekomstige situatie in het beleid te betrekken, om zo niet alleen huidige, maar ook toekomstige buitenlandse werknemers van huisvesting te voorzien. Inspelen op de toekomst is daarom een belangrijke doelstelling in het huidige beleid.

21

3.5

Uitvoering huidig beleid

Proces vergunningsverlening Wanneer een initiatiefnemer een plan heeft, wordt eerst de wenselijkheid van het plan besproken aan de intaketafel. Als het plan wenselijk is wordt de haalbaarheid van het plan besproken. Dit gebeurt aan de omgevingstafel. Intern betrokkenen en extern betrokkenen komen bijeen en geven advies vanuit de eigen discipline. Wanneer het initiatief wenselijk is bevonden, dient de initiatiefnemer een vergunningsaanvraag in en kan de vergunning in 8 weken verleend worden. Het volledige vergunningsverleningsproces wordt weergeven in het stroomschema in bijlage [x]. (de bijlage wordt op een later moment toegevoegd). Proces handhaving Bij de gemeente Medemblik wordt gehandhaafd op basis van meldingen. Een melding kan zowel intern als extern zijn. Voorbeelden van een interne melding zijn dat er te veel mensen staan ingeschreven op een adres of een leegstaande woning. Een externe melding kan afkomstig zijn van een burger of van de politie, al zijn meldingen van de politie zeldzaam. Toezichthouders gaan langs op het adres van de melding en wanneer een illegale situatie wordt aangetroffen maken zij hier een constateringsrapport van. Vervolgens maken zij een ‘zaak’ aan en zetten deze door naar de afdeling juridische handhaving. Deze afdeling doet een legalisatietoets en zet deze uit bij de juristen van omgevingszaken.

Omgevingszaken toetst of de situatie vergund kan worden of niet. Vervolgens wordt er door team juridische handhaving een handhavingstraject opgestart en wordt er een concept last geschreven en verstuurd. Dan kan er een zienswijze worden ingediend. Op basis van de zienswijze kan het zijn dat er wordt afgezien van handhaving, als dit niet het geval is wordt er een definitieve last opgelegd. Een last onder dwangsom geeft overtreders de tijd om binnen een afgesproken termijn de overtreding te beëindigen. Doen zij dat niet, dan verbeuren zij de dwangsom en zijn ze dus dat bedrag verschuldigd. Hierna wordt er door de gemeente opnieuw een last opgelegd, maar dan met een hoger bedrag. Vaak is de begunstigingstermijn dan ook veel korter. Tot nu toe helpt de tweede last altijd en heeft de gemeente geen andere maatregelen hoeven treffen. Het volledige handhavingsproces wordt weergeven in het stroomschema in bijlage [x]. (de bijlage wordt op een later moment toegevoegd).

22

3.6 Wettelijke kaders en verantwoording Werkgevers en uitzendbureaus die buitenlandse werknemers werven zijn zakelijk en moreel gezien verantwoordelijk voor een goede huisvesting voor hun werknemers. Artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verankert het recht van zelfstandigen en ondernemingen om zich in een andere lidstaat te vestigen. Het beleid van de gemeente raakt aan deze uitgangspunten. Maar bij hoge uitzondering en een zwaarwegend belang mag en kan je als gemeente sturend optreden. Zo zijn er uitzonderingen op grond van bijvoorbeeld de openbare orde of de volksgezondheid. In het Nederlandse recht zijn deze uitzonderingen vastgelegd in de huisvestingswet 2014. De Omgevingswet geeft een kader voor de inrichting van de ruimte. Huisvestingswet 2014 Strikt genomen is de Huisvestingswet het enige wettelijke kader om regels te stellen aan ‘wie waar mag wonen’. Tot een aantal jaar geleden werd dat dan ook veelvuldig gedaan door gemeenten: bindingseisen voor de sociale huursector kwamen, bijvoorbeeld, veelvuldig voor om de goedkope huurvoorraad alleen voor inwoners van de eigen gemeente te reserveren. Er waren verschillende motieven om dat te doen, waaronder de leefbaarheid van wijken. Onder andere omdat deze praktijk op gespannen voet stond met het beginsel van vrijheid van vestiging is in 2014 de Huisvestingswet in werking getreden.

Die nieuwe wet beperkte de mogelijkheden om gebruik te maken van dit instrumentarium: alleen wanneer aangetoond kon worden dat er schaarste op de woningmarkt was, mocht de gemeenteraad een Huisvestingsverordening op grond van de Huisvestingswet opstellen met daarin regels voor het onttrekken, samenvoegen of omzetten van woonruimte. Na een beleidsevaluatie is besloten om gemeenten toch weer ruimere bevoegdheden te geven om bepaalde woningen in de gemeente te kunnen toewijzen aan specifieke woningzoekenden. Met de nieuwe Huisvestingswet 2014 kunnen gemeenten bij nieuwbouwprojecten voorrang geven als er meerdere gegadigden zijn. Bijvoorbeeld aan kopers met een binding met de gemeente en mensen met een voor die gemeente cruciaal beroep. Dat betekent dat kopers van een nieuwbouwwoning in sommige gemeenten een huisvestingsvergunning moeten aanvragen voor woningen met een verkoopprijs tot de betaalbaarheidsgrens (in 2024: 390.000 euro). Het doel van de Huisvestingswet, die in 2014 van kracht ging, is het zorgen voor een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimten, zodat iedereen de mogelijkheid krijgt om een betaalbare woning te vinden. Gemeenten bepalen zelf of zij gebruik maken van deze mogelijkheden.

Het uitgangspunt van de Huisvestingswet 2014 is het in artikel 2, eerste lid, van het Vierde Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van Mens (EVRM) en in artikel 12, eerste lid, van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) neergelegde grondrecht dat eenieder die wettig op het grondgebied van een lidstaat verblijft, het recht heeft zich binnen dat grondgebied vrijelijk te verplaatsen en er vrijelijk zijn verblijfplaats te kiezen. Dit grondrecht kan slechts bij wet beperkt worden indien dat biedt gemeenten een instrumentarium om in te grijpen in de woonruimteverdeling en de samenstelling van de aan woonruimte of om de leefbaarheid van de openbare ruimte te behouden. Omgevingswet (voorheen Wabo en Wro ) Met ingang van 1 januari 2024 is de omgevingswet van kracht. Vanaf dit moment zijn de Wro (Wet ruimtelijke ordening) en de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) vervallen. 23

Indirect kan ook gestuurd worden op ‘wie waar mag wonen’ met behulp van het instrumentarium uit de Omgevingswet, concreet middels het omgevingsplan. Deze ruimtelijke regelgeving regelt weliswaar niet de bewoning van woningen, maar geeft wel het kader voor de inrichting van de ruimte. Omdat de Raad van State meerdere keren heeft uitgesproken dat het in dat ruimtelijke perspectief relevant is of een woning door één huishouden of door meerdere huishoudens wordt bewoond (bijvoorbeeld waar het gaat om het aantal auto´s), kan in het bestemmingsplan ook worden vastgelegd dat een woning slechts door één huishouden bewoond mag worden. Dat geeft een grond voor beleid – zoals in Dronten – waarbij studenten en tijdelijke buitenlandse werknemers op basis van het feit dat zij met meerdere huishoudens een woning delen, geweerd kunnen worden uit bepaalde delen van de woningvoorraad. Het gaat er formeel gezien echter niet om dat deze groepen niet overal mogen wonen, maar dat er niet met meerdere huishoudens in één woning gewoond mag worden.

24

4 Beleidseffecten 4.1 Data Verleende vergunningen Cijfers over verleende en afgewezen vergunningen zijn moeilijk terug te vinden in de gemeentelijke systemen. Registratie vindt plaats in het systeem dat de gemeente gebruikt in het proces van vergunningverlening ( RX-mission en voorheen Squit) en verschillende Exceloverzichten, die handmatig worden bijgehouden. In de beleidsevaluatie van 2019 zijn vergunningscijfers van de periode 2011 tot en met april 2019 uitgelicht. Deze cijfers zijn door de gemeente aangeleverd na het combineren van de diverse bestanden en verdere controle en aanvulling. De cijfers zijn te zien in onderstaande tabel. Woningtype Kern

Categorie A en B (woningen)

Totaal

Abbekerk

10

Categorie C (agrarische bedrijven) 0

Categorie D en E (pensions) 0

10

Andijk

34

178

79

291

Benningbroek

4

30

0

34

Medemblik

16

0

32

48

Midwoud

24

0

0

24

Nibbixwoud

0

28

55

83

Oostwoud

8

12

0

20

Sijbekarspel

8

0

0

8

Wervershoof

20

102

0

122

Wognum

4

0

0

4

Zwaagdijk-Oost

52

55

62

169

Zwaagdijk-West

0

4

0

4

Totaal

180

409

228

817

Tabel 1 : aantal vergunden bedden per kern, 2011 – april 2019

25

Na invoering van het beleid in 2021 zijn de verleende vergunningen bijgehouden in een Excel bestand. Onderstaand tabel beslaat de periode van juni 2021 tot en met mei 2024. In deze periode zijn geen vergunningen verleend voor pensions en woningen, deze staan dus ook niet in de tabel. In de tabel is onderscheid gemaakt tussen verleende vergunningen en tijdelijk verleende vergunningen. Kern

Tijdelijk verleende vergunningen bij agrarische bedrijven

Verleende vergunningen op bedrijventerreinen 0

Totaal verleende vergunningen

41

Totaal verleende vergunningen bij agrarische bedrijven 161

Andijk Medemblik

0

1

0

1

Oostwoud

32

32

0

32

Wervershoof

18

112

0

112

Zwaagdijk-Oost

24

24

64

88

Zwaagdijk-West

28

28

0

28

Totaal

143

358

64

422

161

Tabel 2: aantal verleende vergunningen, juni 2021 – mei 2024

Huisvesting in woonhuizen Hoewel er na 2021 geen vergunningen meer zijn verleend voor de huisvesting van buitenlandse werknemers in dorpskernen, zijn er nog wel enkele geldige vergunningen zonder einddatum.

4.2 Ervaringen Om de ervaringen met het huidige beleid op te halen hebben er interviews plaatsgevonden met diverse externe belanghebbenden: initiatiefnemers, huisvesters en agrarische bedrijven (inclusief LTO). Daarnaast zijn de relevante afdelingen binnen de gemeente geïnterviewd: Ruimtelijke Ordening, Economische Zaken, Omgevingszaken, Handhaving en Wonen. Tijdens de interviews zijn de respondenten bevraagd naar hun ervaringen met de zeven doelen uit het huidige beleid. Dit resulteert in onderstaande overzicht van ervaringen.

DOEL 1: Een eind maken aan de huidige onoverzichtelijke situatie in het beleid en de procedures. Externe overzichtelijkheid Eén van de initiatiefnemers geeft aan dat procedures voor grootschalige huisvestingslocaties snel verlopen en dat het beleid duidelijk is. Het Sweco rapport is een belangrijke toevoeging geweest. Dit heeft ertoe geleid dat hij zijn initiatief heeft ingediend. Ook de andere twee initiatiefnemers die werden geïnterviewd gaven aan de procedure voor het indienen van principeverzoeken duidelijk was. Waarbij wel werd aangegeven dat het als onlogisch werd ervaren dat de principeverzoeken langs de gemeenteraad moesten, aangezien het beleid ruimte biedt om maximaal twee initiatieven voor maximaal 300 buitenlandse werknemers per dorpskern te bouwen. De afdelingen Economische Zaken en Wonen geven aan dat de procedures voor grootschalige huisvestingslocaties ondoorzichtig en lastig zijn. Deze grootschalige huisvestingslocaties vergen eigenlijk een uitgebreidere procedure dan andere vormen van huisvesting, maar deze procedure 26

bestaat niet in het huidige beleid. Volgens economische zaken zorgt dit ervoor dat initiatiefnemers het niet langer interessant vinden om hun initiatieven in te dienen bij een gemeente, terwijl deze initiatieven heel hard nodig zijn om voldoende huisvestingsplekken te creëren. Interne overzichtelijkheid De afdeling Omgevingszaken geeft aan dat het huidige beleid, ondanks enkele knelpunten, redelijk goed werkbaar is. De afdeling Wonen ziet graag dat de huisvesting van buitenlandse werknemers onder één programma geschaard wordt, het liefst met een 'Visie buitenlandse werknemers’ als richtlijn met daarin harde prestatieafspraken. Dit kan zorgen voor meer standvastigheid. De afdeling Ruimtelijke Ordening geeft aan dat het lappendeken van beleid weg is en dat het beleid hierdoor overzichtelijker is geworden.

DOEL 2: Een inhaalslag maken op het huidige tekort aan kwalitatief goede huisvestingsplekken in de gemeente Medemblik. Huisvesting bij agrariërs De agrariërs lieten tijdens de gesprekken weten dat de huisvesting voor hen goed geregeld is. De verruiming van het beleid (rondom de huisvesting van buitenlandse werknemers bij agrarische bedrijven) heeft ervoor gezorgd dat bedrijven jaarrond voldoende plek hebben om hun werknemers op een goede manier te huisvesten. Er zijn in de agrarische sector seizoenspieken waarin de vraag naar arbeid extra groot is. Doordat er verschillende soorten agrarische bedrijven in de gemeente gevestigd zijn, die ook op verschillende momenten hun seizoenspiek kennen, is het voor agrariërs niet lastig om tijdelijk hun seizoenspersoneel elders te huisvesten. Hoewel agrariërs goed zijn in het huisvesten van buitenlandse werknemers, zien zij dit niet als een 'businesscase’. Het beheer en toezicht rondom de huisvesting vergt veel tijd en aandacht en is niet winstgevend. Al zien ze wel in dat goede huisvesting ook zorgt voor een hogere productiviteit en meer loyaliteit bij hun werknemers. Omdat de huisvesting bij agrarische bedrijven over het algemeen heel goed gaat, vinden vrijwel alle respondenten dat het maximum van 60 wel omhoog kan. Het advies van de agrarische beoordelingscommissie moet volgens hen dan wel blijven bestaan.

Huisvesting voor niet-agrarische werknemers Zoals net vermeld is de druk voor huisvesting in de agrarische sector verlicht. De vraag voor huisvesting ligt volgens de huisvesters nu vooral bij de niet-agrarische industrieën, waar bedrijven volgens het beleid niet mogen bouwen op eigen grond. Als de buitenlandse werknemers die werkzaam zijn in deze sectoren nog geen 3 jaar in de gemeente werken, mogen zij ook niet gehuisvest worden in de kernen. Denk bij deze sectoren aan de zorg, distributie of de mechanica werken, maar ook kenniswerkers vallen hieronder. De afdeling Wonen geeft aan dat de huisvesting van deze specifieke groep buitenlandse werknemers meer belicht moet worden. Huisvesting op bedrijventerreinen Waar de afdeling Omgevingszaken vaker tegenaan loopt zijn ondernemers op bedrijventerreinen die huisvesting willen regelen. Beleidsmatig is dit een optie, maar de provincie heeft aangegeven dat de huisvesting van buitenlandse werknemers op bedrijventerreinen niet wenselijk is. Doordat er wel 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=e348b2a2-fecf-43f2-99d2-e5d8f1050308