19 DOC-22-571726 Zienswijze Schenkeveld advocaten
Tekst van het document
Blijft de ontsluiting op dezelfde positie, dan zou daar meer mee kunnen worden gedaan in het ontwerp. De commissie vindt het 'erf aan de zuidoostzijde een goed uitgangspunt, maar de erfbegrenzing mag wel wat sterker worden aangezet. Het erf zou niet alleen een verzameling gebouwtjes rond een centrale ruimte moeten zijn, maar zou zich ook meer kunnen gaan onderscheiden als de beplanting op de dijkjes langs de buitenrand van het plan wat minder prominent aanwezig zijn. Het beperken van die beplanting zorgt ook voor een betere (zicht)relatie tussen de wijk en de openheid van de aangrenzende polder. De ARO vindt de 'bastions' aan de west- en zuidwestzijde gebiedsvreemd en minder geslaagd. Tegelijkertijd vraagt de beëindiging van het dijkje aan de zuidoostzijde wellicht juist om een verbijzondering, in combinatie met het zicht op de windrotor. 5
zegt hierop
dat de bastions bedoeld zijn om meer verblijfskwaliteit ter creëren en meer afwisseling in zichtlijnen. Bij nader inzien vindt hij de bastions ook wat minder geslaagd. De ARO vindt dat de wijk gebaat is bij een collectieve ruimte ergens in het plan. Het midden in de wijk geprojecteerde parkje is daarvoor te beperkt en lijkt meer een verbreding van de weg. De ARO merkt verder op dat aan de oostzijde van het gebied een landschappelijke afronding, die aan de andere randen wel aanwezig is, ontbreekt.
zegt hierop
dat aan deze zijd gekozen is voor een afwisseling van privaat en openbaar gebied, met af en toe een doorzicht. Omdat er geen hoogteverschil is met de omgeving is een dijkje ook minder logisch. Het resterende stukje polder aan de oostzijde is ook wat minder aantrekkelijk door de aanwezigheid van een hoogspanningsleiding. De ARO doet de suggestie om aan de oostzijde een natuurvriendelijke oever te maken, waardoor er ecologische meerwaarde ontstaat. De ARO vraagt of het omliggende gebied in handen is van ontwikkelaars en zo ja, of er dan nog een vervolg op deze woningbouwontwikkeling komt.
legt uit dat
Molenblik voortkomt uit de Structuurvisie voor Medemblik. Hierin staan mogelijke nieuwe locaties voor woningbouw. Het aangrenzende gebied aan de westzijde is inderdaad in handen van ontwikkelaars, maar de gemeente gaat eerst kijken waar in Medemblik het beste kan worden uitgebreid. Het gebied aan de oostzijde is van een particulier. Hier loopt bovendien de eerder genoemde hoogspanningsleiding, zodat hier niet ontwikkeld kan worden. De ARO merkt op dat, wanneer er mogelijk sprake is van een verdere ontwikkeling aan de westzijde, hier in het huidige plan rekening mee gehouden zou moeten worden. Er zou in elk geval een beeld moeten zijn wat de relatie is met het huidige dijkje en hoe in de toekomst het beeld wordt als er tussen de provinciale weg en het dijkje een nieuwe woonwijk verrijst.
zegt dat dit inderdaad een aandachtspunt is. De
locatie van de auto-ontsluiting speelt in elk geval al in op een mogelijke verdere ontwikkeling.
vult aan dat aan de westzijde wel rekening gehouden moet
worden met de geluidcontour van de provinciale weg. De ARO vraagt of er vanuit de omwonenden nog sprake is van weerstand tegen deze ontwikkeling.
legt uit dat omwonenden betrokken zijn bij de
planontwikkeling. Er is een bewonersavond geweest en daar bleek dat woningzoekenden en ook veel omwonenden content waren met het plan. Conclusie, samenvatting De ARO is blij dat de commissie in een vroeg stadium van planontwikkeling wordt betrokken. Kijkend naar de huidige inrichtingsschets ziet de commissie positieve elementen, maar het plan verdient op meerdere punten aanscherping en verbetering. Wat betreft de waterstructuur in de wijk, die op boezemniveau wordt gelegd, is de ARO positief. Om het water beter te benutten en een goed rondje te kunnen varen is het wenselijk dat er aan de noordwestzijde een tweede aansluiting op de boezem komt. Ook adviseert de commissie om langs de waterlopen natuurvriendelijke oevers aan te leggen, zodat er ecologische meerwaarde ontstaat. Wat betreft de begrenzing met het dijkje aan de west- en oostzijde is de ARO minder te spreken over de 'bastions'. Dit zijn gebiedsvreemde elementen, die beter achterwege gelaten kunnen worden. De beplanting zou hier ook wat minder prominent en transparanter kunnen, zodat er meer (zicht)relatie met de 6
aangrenzende open polder ontstaat. Het 'erf' zou wat sterker als erf moeten worden vormgegeven, inclusief een steviger erfbeplanting aan de buitenzijde. In het plan zou ook een wat grotere collectieve groene ruimte moeten komen, met meerwaarde voor de hele wijk. De ontsluitingsweg aan de noordwestzijde zou aantrekkelijker moeten worden ingericht, zodat hier een mooiere entree van de wijk ontstaat. Een mogelijk alternatief is een hoofdentree meer in het midden van de wijk, gekoppeld aan de zichtlijn op de oude molen. Hierdoor wordt het kwetsbare oevermilieu aan de noordzijde ontlast. Ook voor een eventuele tweede fase verdient een meer centrale ontsluiting de voorkeur. Tenslotte merkt de ARO op dat in de huidige opzet ook op andere punten rekening gehouden zou moeten worden met een eventuele nieuwe woonwijk aan de westzijde, zeker in relatie tot de betekenis van het huidige dijkje. De vraag is hoe in de toekomst het beeld wordt als er tussen de provinciale weg en het dijkje een nieuwe woonwijk verrijst. De ARO ziet het plan in een vervolgfase graag nog een keer terug.
5.
Rondvraag + afsluiting De volgende vergadering is op dinsdag 8 december 2020 vanaf 16:00 uur. De voorzitter sluit de vergadering.
7
S C H E N K EVELD.
AANGETEKEND
SMN Post Noord Holland BV
Laan van Westenenk 94 7336AZ APELDOORN THE netherlands
m
postnl
Aan etekend
Frankering betaald
D-A-1
Gemeente Medemblik DE Gemeenteraad Re commando
NL
3SFMUR6778987
Ruimteliike Ontwikkeling Postbus 45 16872G WOGNUM
rvj o in c\i
£L
3SFMUR6778987
ï