14 DOC-21-454591 - TOE BP Benningbroek - Ganker 4b (23-09-2021) vastgesteld
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Benningbroek – Ganker 4b
September 2021
Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
Bestemmingsplan “Benningbroek – Ganker 4b”
Plannaam:
Benningbroek – Ganker 4b
Plantype:
Bestemmingsplan
Status:
Vastgesteld
IMRO-nummer: NL.IMRO.0420.BPBENGanker4b-VA01
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIEM ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3
BESCHRIJVING PLANGEBIED .............................................................. 8
HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 8 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 12
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 3.1 3.2 3.3 3.4
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 21 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 22
HOOFDSTUK 4 MILIEU-EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 25 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
GELUID .................................................................................................................................................... 25 BODEM.................................................................................................................................................... 26 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 27 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 28 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 30 GEUR ...................................................................................................................................................... 33 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 34 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 35 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37
HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................ 39 5.1 5.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 39 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 40
HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 43 6.1 6.2 6.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 43 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 43 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 44
HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 46 HOOFDSTUK 8 INSPRAAK, VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN ........................................ 47 8.1 8.2 8.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 47 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 47 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 47
BIJLAGE BIJ DE TOELICHTING ................................................................................. 48 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
BEELDKWALITEITSPLAN ....................................................................................................................... 48 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 49 BODEMONDERZOEK FASE 1 .................................................................................................................. 50 BODEMONDERZOEK FASE 2 .................................................................................................................. 51 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9
STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 52 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 53 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK............................................................................................................... 54 WATERADVIES................................................................................................................................... 55 AANVULLEND WATERADVIES ................................................................................................................ 56
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Het voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het glastuinbouwbedrijf aan de Ganker 4b te Benningbroek. De locatie ligt in het bebouwingslint aan de Ganker in de gemeente Medemblik. Aangezien er op deze locatie geen toekomst wordt gezien voor het bedrijf, wil de eigenaar graag gebruik maken van de Ruimte voor Ruimte regeling van de provincie Noord-Holland. Deze regeling biedt, in ruil voor het slopen van de landschapsontsierende gebouwen (de kassen) en verbetering van de kwaliteit van het landschap, ruimte voor de realisatie van woningen. Concreet bestaat het voornemen uit: • • • •
Slopen kassen (circa 2,4 hectare) en saneren overtollige verharding; Realiseren van 5 vrijstaande woningen; Behouden bedrijfswoning en herbestemmen tot ‘reguliere’ woning; Landschappelijk inpassen van de bestaande (bedrijfs)woning en de beoogde vrijstaande woningen.
Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de wijziging van de bestemming vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied betreft het glastuinbouwbedrijf aan de Ganker 4b te Benningbroek. De ligging van het plangebied (rode contour) is indicatief weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ‘Benningbroek – Ganker 4b’ bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0420.BPBENGanker4b-VA01) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regiem
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘dorpskernen IV’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 29 september 2016 door de gemeenteraad van Medemblik. Daarnaast geldt ter plaatse van het plangebied het ‘Parapluplan Parkeren Medemblik’. In dit parapluplan zijn regels opgenomen omtrent het gemeentelijke parkeerbeleid. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘dorpskernen IV’ weergegeven. Hierin is het plangebied indicatief met de rode omlijning aangegeven.
Afbeelding 1.2
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld 1.4.2
Beschrijving bestemmingen en aanduidingen
Het plangebied heeft op basis van het geldend bestemmingsplan ‘dorpskernen IV’ de bestemming ‘Agrarisch’ (met bouwvlak en functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – bedrijfskavel agrarisch grondgebonden bedrijf ). Verder geldt ter plaatse de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Hierna wordt kort ingegaan op de geldende (dubbel)bestemmingen. ‘Agrarisch’ De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor: a. het agrarisch grondgebruik; b. de uitoefening van het agrarisch bedrijf met grondgebonden agrarische bedrijfsvoering ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – bedrijfskavel agrarisch grondgebonden bedrijf’; c. het wonen ten behoeve van de agrarisch bedrijfsvoering. In de bouwregel is bepaald dat uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van de bestemming mogen worden gebouwd. De gebouwen en overkappingen zijn daarnaast uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. ‘Waarde – Archeologie 3’ De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden.
Binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geldt een archeologische onderzoeksplicht voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 500 m 2 en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden.
1.4.3
Strijdigheid
Het voornemen is om binnen het plangebied vijf vrijstaande woningen te realiseren. Daarnaast is het gewenst om de aanwezige bedrijfswoning te herbestemmen tot een ‘reguliere’ woning. Vanwege het ontbreken van de juiste bouw- en gebruiksregels is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie in het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie NoordHolland, regio Kop van Noord Holland en de gemeente Medemblik beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
BESCHRIJVING PLANGEBIED
Huidige situatie
Het plangebied betreft het glastuinbouwbedrijf aan de Ganker 4b te Benningbroek. Binnen het plangebied bevind zich een bedrijfswoning met schuur/garage en kassen met een gezamenlijke oppervlakte van circa 2,4 hectare. Daarnaast zijn er in het oostelijke deel van het plangebied waterbassins aanwezig. Tussen de bebouwing is veelal sprake van erfverharding. Het plangebied wordt begrensd door een erfsloot aan de zuid-, west- en oostzijde. Aan de overzijde van de sloot aan de oostzijde is de weg de Ganker gelegen. De bedrijfswoning en de bijbehorende schuur zijn gelegen aan deze weg (zuidoostzijde plangebied). De kassen zijn parallel aan de Ganker gesitueerd. Verder wordt het plangebied hoofzakelijk omgeven door agrarische cultuurgronden, verspreid liggende woonpercelen en agrarische bedrijven. De luchtfoto in afbeelding 2.1 geeft een goed beeld van de huidige situatie in het plangebied. Afbeelding 2.2. omvat een tweetal straatbeelden.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
Afbeelding 2.2
Straatbeelden plangebied (Bron: Erven Consulenten)
2.2
Gewenste situatie
2.2.1
Algemeen
Zoals reeds beschreven heeft de eigenaar van het glastuinbouwbedrijf besloten de bedrijfsvoering te beëindigen. Gezien het verliezen van de functie van de kassen door de beëindiging van het glastuinbouwbedrijf, bestaat het voornemen om de locatie te herontwikkelen naar woningbouw. Alle kassen worden gesloopt en de overtollige erfverharding gesaneerd. In ruil hiervoor worden vijf vrijstaande woningen gerealiseerd in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling. Tot slot zal de bedrijfswoning aan de Ganker 4b worden herbestemd tot reguliere woning.
2.2.2
Sloop
Aan de Ganker 4b wordt circa 2,4 hectare aan kassen gesloopt. De kassen zijn goed zichtbaar in de omgeving en passen niet bij het oorspronkelijke kleinschalige bebouwingskarakter van de omgeving. In afbeelding 2.3 is aangegeven welke kassen er gesloopt zullen worden in het kader van de Ruimte voor Ruimte ontwikkeling (blauwe contour).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
Afbeelding 2.3
2.2.3
Te slopen kassen Ganker 4b (Bron: PDOK)
Bebouwing en erfinrichting
In het kader van voorgenomen ontwikkeling is door Erven Consulenten een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is opgesteld om zowel de bestaande (bedrijfs)woning als de nieuwe woningen zorgvuldig in te passen in het plangebied. Het plan geeft inzicht in de ruimtelijke kwaliteitswinst als gevolg van de sloop van de kassen en de inpassing van vijf toe te voegen woningen. Door nieuwe ontwikkelingen goed aan te laten sluiten bij de kernkwaliteiten van het landschap wordt nieuwe kwaliteit bereikt en wordt de identiteit van de plek behouden en/of versterkt. Het volledige beeldkwaliteitsplan en verantwoording voor de gemaakte keuzes is opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. Hierna worden de belangrijkste aspecten behandeld. Voor de herinrichting van het plangebied is een erfinrichting uitgewerkt. Hierin staan een aantal verschillende uitgangspunten centraal: • • • •
zorgvuldig landschappelijk inpassen van het perceel na sloop bestaande opstallen; door middel van ruimtelijke analyse rekening houden met context, ontstaansgeschiedenis en kwaliteiten bestaande landschap; Zorgen voor meer doorzichten vanaf de Ganker ten opzichte van de huidige situatie; Behoud van bestaande (bedrijfs)woning binnen het plangebied en inpassen van de nieuwe bebouwing binnen de structuur van het woonlint.
In afbeelding 2.4 en 2.5 zijn respectievelijk de uitgangspunten voor de herinrichting van het plangebied en het inrichtingsplan weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
Afbeelding 2.4
Uitgangspunten herinrichting plangebied (Bron: ErvenConsulenten)
Afbeelding 2.5
Inrichtingsplan Ganker 4b (Bron: ErvenConsulenten)
Het heringerichte plangebied bestaat uit 5 nieuwe woonkavels ten noorden van de bestaande (bedrijfs)woning Ganker 4b. Met deze ontwikkeling wordt een forse landschappelijke winst behaald. Er is namelijk sprake van een sterke afname van het bebouwde en verharde oppervlak en er ontstaat een beeld wat aansluit op het karakter van de omgeving (meer openheid en doorzichten). De nieuwe bebouwing is zo gepositioneerd, dat er een beeld van een woonlint met doorzichten ontstaat. Hierbij zijn de grootte en vorm van de woningen indicatief. De beeldkwaliteit van de kavels wordt bepaald
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld door de samenhang tussen de bebouwing, de erfinrichting en de omgeving. Deze dienen met elkaar in overeenstemming te zijn. Bijgebouwen (aanbouwen, overkappingen en vrijstaande bijgebouwen) mogen binnen de aangegeven zone (zie afbeelding 2.4) gebouwd worden. Hierdoor komen bijgebouwen terug te liggen ten opzichte van de voorgevellijn van het hoofdgebouw. Uitzicht en lange zichtlijnen zijn een belangrijke karakteristiek van het landschap. Bij de inrichting van het gebied zijn ook de kwaliteiten van het wonen in het buitengebied uitgangspunt, namelijk ruimte om de woning, rust, landschap en uitzicht. Vanaf de woonkavels zijn er doorzichten op het weidse omliggende landschap.
2.2.4
Beeldkwaliteit
Om de toekomstige bouwplannen in dit bestemmingsplan op de gewenste beeldkwaliteit te kunnen toetsen zijn er in het beeldkwaliteitsplan welstandscriteria opgesteld. Voor de welstandscriteria is onderscheid gemaakt in welstandscriteria voor de bebouwing, verkeersontsluiting en verharding, erfbeplanting en erfafscheiding en de inrichting van achterliggende gronden (land achter de woonkavels). Voor het volledige beeldkwaliteitsplan en de welstandscriteria wordt verwezen naar bijlage 1 van deze toelichting.
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de ‘Nota Parkeernormen’ van de gemeente Medemblik en de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW bovengenoemde publicatie opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie.
2.3.2
Situatie plangebied
2.3.2.1 Uitgangspunten Voor de berekening van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de uitgangspunten zoals opgenomen in de ‘Nota Parkeernormen’ van de gemeente Medemblik. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd; • •
Stedelijkheidsgraad: niet stedelijk; Stedelijk gebied: buitengebied.
Binnen de begrenzing van het plangebied wordt middels voorliggend bestemmingsplan de realisatie van vijf nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning herbestemd tot ‘reguliere’ woning. Het betreffen allemaal vrijstaande koopwoningen.
2.3.2.2 Parkeerbehoefte Op basis van voorgenoemde uitgangspunten geldt voor vrijstaande koopwoningen een parkeernorm van 2,1 parkeerplaatsen per woning. In totaal is er dan ook sprake van een parkeerbehoefte van (2,1*5=) 10,5 parkeerplaatsen ten behoeve van de beoogde nieuwe woningen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld Gelet op de omvang van de woningbouwkavels (zie ook afbeelding 2.5), is er voldoende ruimte om het parkeren op eigen terrein op te lossen. Ten aanzien van de reeds aanwezige bedrijfswoning wordt opgemerkt dat het parkeren, net als in de huidige situatie, geheel op eigen terrein plaatsvindt.
2.3.2.3 Verkeersgeneratie Om de verkeersgeneratie van het planvoornemen te berekenen is gebruik gemaakt van de kencijfers voor verkeersgeneratie, zoals opgenomen in CROW publicatie 381. Op basis van de voorgenoemde uitgangspunten geldt voor vrijstaande koopwoningen een verkeersgeneratie van gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per woning. In totaal is er dan ook sprake van een verkeersgeneratie van (8,2*5=) 41 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Allereerst wordt geconstateerd dat er geen sprake is van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen. Tevens wordt gesteld dat de Ganker en omliggende infrastructuur de voorgenoemde verkeersbewegingen eenvoudig en veilig kunnen afwikkelen. Daarnaast dient op gemerkt te worden dat planologisch gezien een agrarisch bedrijfsfunctie verdwijnt, evenals de daarbij behorende verkeersbewegingen. Planologisch gezien wordt dan ook gesteld dat per saldo het aantal verkeersbewegingen per weekdagetmaal minimaal gelijk is of slechts in (zeer) beperkte mate toeneemt. De woningen worden allen ontsloten op de Ganker met een eigen of gedeelde overzichtelijke in- en uitrit (zie ook afbeelding 2.5). De in- en uitritten worden aangelegd door middel van een duiker over de aanwezige sloot.
2.3.3
Conclusie
Gelet op het vorenstaande vormt het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
3.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
3.1.1.2 Opgaven van nationaal belang In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Noordwest-Nederland (de provincies Noord-Holland, Flevoland en het IJsselmeergebied) zijn: •
•
• • •
•
Verbetering van de bereikbaarheid van de Metropoolregio Amsterdam (voornamelijk aan de noordkant van Amsterdam en op termijn de achterlandverbinding naar het oosten en het uitvoeren van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer); Het versterken van de mainport Schiphol en het bijbehorende netwerk van verbindingen door het opstellen van de Rijksstructuurvisie Mainport Amsterdam Schiphol Haarlemmermeer (SMASH). Hierin wordt onderzocht welke ruimtelijke en infrastructurele randvoorwaarden daartoe moeten worden geborgd; Het ontwikkelen van de Zuidas als economische toplocatie en infrastructuurknooppunt (weg, spoor en openbaar vervoer) samen met andere overheden; Het mogelijk maken van de drievoudige schaalsprong in het gebied Amsterdam-Almere-Markermeer (woningbouw, infrastructuur en groen/blauw) samen met betrokken overheden (RRAAM); Het ruimtelijk mogelijk maken van de ontwikkeling Zaan-IJoevers in de regio Amsterdam (binnenstedelijke gebiedsontwikkeling: ontwikkelen aantrekkelijk woonwerkmilieu) samen met andere overheden; Versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma), het behouden van het kustfundament, het verbeteren van het ecologisch systeem van het Markermeer-IJmeer (Natura BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
• • • • •
2000) en het samen met decentrale overheden uitvoeren van de gebiedsgerichte deelprogramma’s Kust, IJsselmeergebied en Waddengebied van het Deltaprogramma; Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma’s Veiligheid, Zoet water en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma; Het voor de lange termijn behouden van een adequate zeetoegang van de IJmond (Zeesluis IJmuiden); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV) en buisleidingennetwerk; Het aanwijzen van voorkeursgebieden voor grootschalige windenergie in de kop van Noord Holland, Flevoland en het IJsselmeer/Markermeer; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden.
3.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid en conclusie
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkelingen raken geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat de ladder van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van het toevoegen van vijf woningen. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Structuurvisie NoordHolland 2050 en de daarbij behorende Provinciale Ruimtelijke Verordening.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld 3.2.1
Omgevingsvisie NH 2050
3.2.1.1 Algemeen Op 19 november 2018 is door de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Hierin is de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kunnen we voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen zodat de provincie sociaal-inclusief kan worden gehouden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame-energiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van het karakteristieke landschap. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Er wordt dus geen eindbeeld voor 2050 gepresenteerd.
Deze visie laat in algemene zin wel zien wat onze ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema’s gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden vijf samenhangende bewegingen geschetst: bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1.
2.
3.
4. 5.
Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.
Deze vijf bewegingen zijn gebaseerd op de hoofdambitie: balans tussen economische groei en leefbaarheid. In dit geval zijn met name de bewegingen: dynamisch schiereiland’ en ‘sterke kernen, sterke regio’s’ van belang. Hierna wordt daar op ingegaan. Dynamische schiereiland Hierbij gaat het om het benutten van de unieke ligging. Waar mogelijk moeten de ecologische waarden worden vergroot. Ook moeten economische kansen van de unieke ligging voor energietransactie en recreatie en toerisme met een goede balans tussen rust en reuring benut worden. De beweging Dynamisch schiereiland richt zich op het veilig houden van onze kusten en het benutten van de kansen die de unieke ligging als schiereiland biedt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld Sterken kernen, sterke regio’s De beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ beoogt handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden. En om dorpen, steden en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. Belangrijk hierbij is onder andere het behoud en de ontwikkeling van krachtige identiteiten en de mogelijkheid om te bouwen voegen naar de vraag van dat moment. De beweging Sterke kernen sterke regio’s heeft tot doel het netwerk van steden en kernen qua voorzieningenniveau, economische ontwikkeling en woningbouwontwikkeling sterker te maken. En om de verschillende kernen en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden en te ontwikkelen. Locatiespecifiek Het plangebied ligt in het deelgebied West-Friesland. West-Friesland heeft bijzondere eigenheden. De regio is een mini-schiereiland op het schiereiland dat Noord-Holland heet, omringd door het water van het IJsselmeer en Markermeer, de vroegere Zuiderzee. De oud-Hollandse visserijstadjes liggen daar dan ook niet voor niets: Medemblik, Enkhuizen en, de grootste, Hoorn. Toerisme en watersport zijn dan ook kenmerken voor West-Friesland.
Behalve de verbondenheid met het water, is er veel landschap, met een sterke en diverse agrarische sector; zaadveredeling is synoniem voor deze regio (Seed Valley). Landschappelijke en stedelijke diversiteit alsook het watersysteem zijn de leidende kwaliteiten en uitgangspunten voor ontwikkelingen. De Westfriese Omringdijk is een imponerend niet te missen landschapselement, niet alleen voor WestFriesland maar voor grote delen van Noord-Holland Noord. De regio is via Hoorn zowel over weg als spoor goed met Amsterdam en de rest van Nederland verbonden. De diversiteit aan woonmilieus, van stedelijk tot dorps en landelijk, is enorm.
3.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale Omgevingsvisie Door het realiseren van dit Ruimte voor Ruimte project, waarbij ontsierende kassen gesloopt worden en vervangen door passende compensatiewoningen, wordt het karakter van het landschap versterkt. Dit sluit aan bij de ambitie om de unieke ligging van het ‘dynamisch schiereiland’ te benutten. Ten aanzien van het principe ‘sterke regio’s, sterke kernen’ geldt dat met deze ontwikkeling de krachtige identiteit wordt versterkt. Ook wordt gebouwd naar de vraag van dit moment. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de provinciale omgevingsvisie.
3.2.2
Omgevingsverordening NH 2020
3.2.2.1 Algemeen Aanvullend op de reeds vastgestelde Omgevingsvisie NH2050, zijn belangrijke onderwerpen uit de Omgevingsvisie verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. De Omgevingsverordening is op 22 oktober 2020 vastgesteld. Op 14 november 2020 is de Provinciale Ruimtelijke Verordening komen te vervallen. De Ruimte voor Ruimte regeling (op basis waarvan dit plan opgesteld is) komt in de nieuwe omgevingsverordening niet terug. De regeling valt echter onder het overgangsrecht, waarin gesteld wordt dat de Ruimte voor Ruimte regeling nog van toepassing blijft (Artikel 12 lid 7 van de nieuwe omgevingsverordening), met dien verstande dat een ontwerpbestemmingsplan op basis van deze regeling voor 1 januari 2021 ter inzage dient te worden gelegd en voor 1 januari 2022 dient te worden vastgesteld. Daar is in dit geval sprake van. Hierna wordt inhoudelijk dan ook getoetst aan de nieuwe omgevingsverordening en aan het overgangsrecht, waarin wordt getoetst aan de Ruimte voor Ruimte regeling. De omgevingsverordening is van toepassing op bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigings- en uitwerkingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onderdeel a onder 3 of lid 2 van de Wabo.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld In de omgevingsverordening zijn de provinciale belangen uit de Structuurvisie Noord-Holland 2040 uitgewerkt in algemene regels. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen, in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. In dit geval zijn artikel 6.59 (ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied) en artikel 12.7 (Overgangsbepaling Ruimte voor ruimte) van toepassing. Hierna wordt op deze artikelen ingegaan. Artikel 6.59: Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied 1. Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 2. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, indien gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening wordt gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b.
bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. 3. In aanvulling op het tweede lid, wordt bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in de Amstelscheg rekening gehouden met de karakteristieken en de ontwerpprincipes inzake de samenhang, de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van het landschap, zoals beschreven in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde rapport ‘Gebiedsperspectief en Beeldkwaliteit Amstelscheg’ (nr. 2011-66880). 4. De toelichting van een ruimtelijk plan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. 5. Gedeputeerde Staten of het College van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente kunnen het onafhankelijk adviesteam ruimtelijke kwaliteit om advies vragen, ook in een vroeg stadium, inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing. 6. Indien wordt afgeweken van de ontwikkelprincipes als bedoeld in het tweede lid onder a, wordt in ieder geval toepassing gegeven aan het vijfde lid.
Toetsing van het initiatief aan artikel 6.59 In dit geval is in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1) uitgebreid onderzoek gedaan naar zowel de landschappelijke als cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied. Met dit plan worden deze kenmerken versterkt. Zo verdwijnt er in dit geval een fors oppervlak aan ontsierende kassen (circa 2,4 ha), welke niet passen in het landschap. In ruil voor het slopen van deze ontsierende kassen, worden er ter plaatse vijf vrijstaande woningen gerealiseerd, rekening houdend met de ontstaansgeschiedenis en kwaliteiten van het bestaande landschap. Daarnaast wordt het geheel op een adequate en verantwoorde wijze landschappelijk ingepast. In paragraaf 2.2 en bijlage 1 is hier uitgebreid op ingegaan. Tot slot heeft het ARK (adviesteam ruimtelijke kwaliteit) positief geadviseerd op de plannen. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 6.59. Artikel 12.7 Overgangsbepalingen ruimte voor ruimte Artikel 16 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening en de op grond van dit artikel vastgestelde nadere regels blijven van toepassing op een ruimtelijk plan waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2021 ter inzage wordt gelegd met dien verstande dat het ruimtelijk plan vóór 1 januari 2022 wordt vastgesteld. Artikel 16 Provinciale Ruimtelijke Verordening: De Ruimte voor Ruimte regeling 1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 5c kan een bestemmingsplan voorzien in de mogelijkheid van nieuwe woningen ter compensatie van de sloop van storende agrarische bebouwing in het landelijk gebied als door deze ontwikkeling een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd. 2. Gedeputeerde staten stellen nadere regels omtrent het bepaalde in het eerste lid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan artikel 12.7 Aan het toepassen van een Ruimte voor Ruimte regeling geldt als voorwaarde dat er sprake moet zijn van de sloop van storende agrarische bebouwing en door de woningbouwontwikkeling een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd. In artikel 16 van de Provinciale ruimtelijke verordening is de mogelijkheid van nieuwe woningen ter compensatie van de sloop van storende agrarische bebouwing opgenomen. De provincie heeft de nadere eisen ten aanzien van de Ruimte voor Ruimte regeling verder uitgewerkt in de ‘Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015’. In paragraaf 3.2.3 wordt getoetst aan de eisen uit deze regeling. Hier wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015’. De ruimtelijke kwaliteit is verantwoord in het opgestelde beeldkwaliteitsplan (zie bijlage 1).
3.2.3
Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015
3.2.3.1 Algemeen Op 16 december 2014 hebben Gedeputeerde Staten de ‘Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015’ vastgesteld. In de uitvoeringsregeling wordt nader aangegeven aan welke specificaties dient te worden voldaan om gebruik te kunnen maken van de Ruimte voor Ruimte regeling als bedoeld in artikel 16 van de ‘Provinciale Ruimtelijke Verordening 2019’. In navolgende subparagrafen wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de voorwaarden zoals opgenomen in de ‘Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015’.
3.2.3.2 Storende bebouwing Voor de toepassing van deze regeling wordt onder storende bebouwing verstaan, door bedrijfsbeëindiging of verplaatsing leegstaande of leegkomende agrarische bebouwing: a. die niet passend is in het landschap, of; b. die in verval is geraakt. Onder storende bebouwing wordt niet verstaan; beschermde monumenten, bebouwing die behoort tot de kernkwaliteiten van het landschap of tot een provinciale structuurdrager, bebouwing die niet is opgericht of illegaal is opgericht. Toetsing van het initiatief De binnen het plangebied aanwezige kassen worden aangemerkt als storende bebouwing. De kassen komen door bedrijfsbeëindiging leeg te staan. Daarnaast passen de kassen niet bij het oorspronkelijke kleinschalige bebouwingskarakter van de omgeving. Het is daarom gewenst om deze te slopen. De te slopen kassen betreffen geen karakteristieke en/of monumentale bebouwing of anderszins. Ook zijn de kassen legaal opgericht. Geconcludeerd wordt dat de te slopen kassen worden aangemerkt als storende bebouwing zoals bedoeld in de ‘Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015’.
3.2.3.3 Terug te bouwen woningen 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in compensatiewoningen, mits niet meer woningen mogelijk worden gemaakt dan dat noodzakelijk is om de kosten voor het verwijderen van de storende bebouwing te compenseren. 2. Onverminderd het eerste lid kan een bestemmingsplan niet meer compensatiewoningen mogelijk maken dan dat passend is binnen de ruimtelijke kwaliteitseisen bedoeld in artikel 15 van de verordening.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld 3. De opbrengsten uit de compensatiewoningen, grondverkoop en de waardestijging van de bestaande opstallen leveren niet meer dan 5% winst op ten opzichte van de totale investeringen. 4. Onder opbrengsten in de zin van dit artikel wordt mede verstaan de opbrengsten uit de opstalexploitatie, de waarde van de niet als woongrond uit te geven gronden na bestemmingswijziging, de waarde van de niet te slopen bebouwing na bestemmingswijziging en subsidie. 5. Onder investeringen in de zin van dit artikel wordt verstaan de kosten van de sloop en afvoer van sloopmateriaal van legaal aanwezige bebouwing, bodem- en archeologisch onderzoek, bouwrijp maken, kosten voorgeschreven in een provinciale of gemeentelijke structuurvisie, de landbouwgrondwaarde bij de aankoop van grond en bijkomende kosten met een maximum van 30 procent van de bouwkosten. 6. Bijkomende kosten als bedoeld in het vijfde lid kunnen slechts bestaan uit kosten voor kadaster, notaris, leges, makelaar en taxateur, advies, architect, het opstellen van een beeldkwaliteitsplan en een opslag voor winst en risico’s. 7.
In afwijking van het vijfde lid, wordt onder investeringen in de zin van dit artikel in ieder geval niet verstaan kosten voor bedrijfsverplaatsing, van de sloop en afvoer van sloopmateriaal reeds gesloopte bebouwing, van de sloop en afvoer van sloopmateriaal van illegale bebouwing en voor de aankoop van grond boven de landbouwgrondwaarde. Toetsing van het initiatief 1. De beoogde vijf compensatiewoningen die in ruil zijn voor het slopen van circa 2,4 hectare aan kassen, staat in verhouding met de kosten die gemaakt moeten worden om de kassen te slopen. Hiertoe heeft de provincie reeds akkoord gegeven. 2. Zoals blijkt uit paragraaf 3.2.2.2 is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met artikel 15 van de ‘Provinciale Ruimtelijke Verordening’. Ten aanzien van de voorwaarden onder 3 t/m 7 is reeds overeenstemming bereikt met de provincie NoordHolland. Geconcludeerd wordt dat voldaan wordt aan de voorwaarden ten aanzien van de terug te bouwen woningen.
3.2.3.4 Ruimtelijke kwaliteit terug te bouwen woningen 1. Het bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in compensatiewoningen indien een verbetering in ruimtelijke kwaliteit bereikt wordt door de verwijdering van de bebouwing in samenhang met de bouw van de compensatiewoningen. 2. Het bestemmingsplan neemt bij het mogelijk maken van compensatiewoningen de ruimtelijke kwaliteitseisen als bedoeld in artikel 15 van de verordening in acht. 3. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt een beeldkwaliteitsplan opgenomen ter onderbouwing van het gestelde in het eerste en tweede lid. Toetsing van het initiatief In het kader van voorgenomen ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Verwezen wordt naar paragraaf 2.2 en bijlage 1 waar de ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing en beeldkwaliteitseisen zijn verantwoord en onderbouwd.
3.2.3.5 De locatie van de compenserende woningbouw 1. Een bestemmingsplan voorziet in compensatiewoningen op een locatie aansluitend aan bestaand stedelijk gebied of op de saneringslocatie, tenzij dit niet mogelijk is: a. vanwege ruimtelijke kwaliteit, of; b. omdat de beschikbare locaties en de saneringslocatie niet geschikt zijn voor compensatiewoningen. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan voorzien in compensatiewoningen op een andere locatie dan genoemd in het eerste lid, voor zover deze compensatiewoningen aansluitend aan bestaand stedelijk gebied en op de saneringslocatie niet mogelijk kunnen worden gemaakt. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld 3. Het bestemmingsplan voorziet niet in compensatiewoningen, indien hierdoor de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven wordt beperkt. Toetsing van het initiatief 1. De beoogde compensatiewoningen worden gerealiseerd op de saneringslocatie. 2. Niet van toepassing. 3. Zoals zal blijken uit paragraaf 4.5 en 4.6 worden omliggende (agrarische) bedrijven als gevolg van voorgenomen ontwikkeling niet onevenredig in de ontwikkelingsmogelijkheden beperkt.
3.2.3.6 Zekerheidstelling sloop 1. Indien een bestemmingsplan dat compensatiewoningen mogelijk maakt niet voorziet in compensatiewoningen op de saneringslocatie, wordt voldoende zeker gesteld dat het verwijderen van de aanwezige bebouwing op saneringslocatie zal plaatsvinden. 2. De zekerheidstelling bedoeld in het eerste lid kan bestaan uit een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan, een boetebeding in een ruimte voor ruimte overeenkomst tussen de ontwikkelaar en de gemeente, of op andere geschikte wijze worden geregeld. Toetsing van het initiatief In de regels van het voorliggende bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het slopen van de binnen het plangebied aanwezige kassen. Hiermee is juridisch geborgd dat de kassen gesloopt zullen (moeten) worden.
3.2.3.7 Toetsing van het initiatief aan de ‘Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015’ Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015’.
3.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de provinciale beleidsambities zoals verwoord in de Structuurvisie Noord-Holland 2050 en verankerd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Daarnaast is de ontwikkeling in overeenstemming met de ‘Uitvoeringsregeling ruimte voor ruimte 2015’.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionaal Actie Programma Wonen West-Friesland 2017-2021 en Woonvisie West-Friesland 2017
3.3.1.1 Algemeen In het Regionaal Actie Programma Wonen (RAP) en de Regionale Woonvisie West-Friesland 2017 wordt benoemd welke richting de zeven West-Friese gemeenten met de woningmarkt op willen en waar rekening mee gehouden moet worden. Relevante uitgangspunten met betrekking tot woningbouw zijn: •
• • •
vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten. Hierbij gaat het om het inzetten op unieke product-marktcombinaties in de woningmarkt met een goede prijs-kwaliteitsverhouding op sterke locaties; scheiden van wonen en zorg: langer zelfstandig wonen bevorderen; ruimte bieden voor markt initiatieven. De vraag staat centraal; Vraag gestuurd bouwen: ook voor de oudere doelgroep en kleinere huishoudens;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld • •
vrijkomend vastgoed binnen de kernen, waarvoor herbestemming nodig is, wordt gefaciliteerd; Inbreiding voor uitbreiding.
Op grond van de Structuurvisie van de Provincie Noord-Holland moet de regio West-Friesland in de periode van 2016 tot 2030 in totaal 8.400 woningen bouwen. Voor de gemeente Medemblik is dit kwantitatief vertaald in 1.440 woningen tot 2030. Dit betreffen echter geen harde cijfers. De woonvisie wil namelijk per situatie ruimte bieden voor creativiteit en maatwerk. Er is daarom ook geen vast programma opgesteld, maar er wordt gewerkt met het zogenaamde flexibel strategisch programmeren. Daardoor blijft voldoende ruimte voor marktinitiatieven.
3.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan het Regionaal Actie Programma Wonen (RAP) en de Regionale Woonvisie West-Friesland 2017 De ontwikkeling past binnen de ambitie van de Regionaal Actie Programma Wonen (RAP) en Woonvisie WestFriesland 2017. De in dit bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling gaat uit van het slopen van circa 2,4 hectare aan kassen. In ruil worden hiervoor vijf compensatiewoningen gebouwd. De bestaande bedrijfswoning wordt herbestemd tot een ‘reguliere’ woningen. De beoogde vijf woningen passen binnen de kaders van het regionale woonbeleid en -visie waarin ruimte wordt geboden aan initiatieven uit de markt. Daarnaast verdwijnt er een vrijkomend agrarisch bedrijfsperceel uit een woongebied/woonlint. Het plan sluit dan ook aan bij de wens om vrijkomend vastgoed binnen een kern te herbestemmen.
3.3.2
Conclusie toetsing aan het regionale beleid
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de regionale beleidsuitgangspunten, zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsstukken.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie gemeente Medemblik 2012-2022
3.4.1.1 Algemeen In de op 28 februari 2013 vastgestelde Structuurvisie 2012-2022 van de gemeente Medemblik 'Sterke kust en sterk achterland' is het beleid van de gemeente Medemblik vastgelegd. Medemblik wil het vestigen in de gemeente zo aantrekkelijk mogelijk maken. Met oog voor realiteit stimuleert de gemeente dorpsvernieuwingen en geeft ruimte om nieuwe woningen te bouwen. Deze ruimte vult de gemeente als volgt in: • • •
Er zijn voldoende woningbouwlocaties aanwezig, waarbij de gemeente de vinger aan de pols houdt bij het op gang brengen van de ontwikkeling van de locaties. Daarbij biedt de gemeente ruimte om programmatisch af te wijken van de oorspronkelijke plannen voor een locatie. In de afweging van de locaties vormt de herontwikkeling van de kwaliteitslocaties (dorpsvernieuwing) een belangrijke rol om verpaupering in de dorpen tegen te gaan.
De structuurvisie geeft aan dat de historische linten belangrijke structuurdragers zijn voor het gebied en fungeren als vestigingsplaatsen, dragers voor nieuwe ontwikkelingen. In het lint wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. De bebouwing oriënteert zich op het lint. Uitgangspunt is het in stand houden en versterken van de laanbeplanting in de linten. Functieverandering van bestaande panden en herstructurering van locaties is mogelijk, verdichting niet gewenst.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld 3.4.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie gemeente Medemblik 2012-2022 Het plangebied betreft een agrarisch bedrijfsperceel met een glastuinbouwbedrijf. Ter plaatse is circa 2,4 hectare aan landschapsontsierende kassen aanwezig. Door de voorgenomen ontwikkeling verdwijnen deze landschapsontsierende kassen en worden er woningen ontwikkeld die passen in het bebouwingsbeeld aan de Ganker. Het realiseren van woningen ter plaatse past binnen de ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving en leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan draagt dan ook bij aan de wensvan de gemeente om voldoende woningen te realiseren en verpaupering tegen te gaan door vernieuwiing. Tot slot is, gelet op de huidige situatie, geen sprake van verdichting. Geconcludeerd wordt dat de ‘Structuurvisie gemeente Medemblik 2012-2022’ zich niet verzet tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
3.4.2
Programma Wonen 2018 t/m 2026
3.4.2.1 Algemeen Op 22 februari 2018 heeft de gemeenteraad het Programma Wonen 2018 t/m 2026 vastgesteld. In dit programma wordt gesteld dat West-Friesland een goedkoper en rustiger alternatief is voor de woningvraag in metropoolregio Amsterdam. Gemeente Medemblik heeft daarom de ambitie om zich hard te maken voor het realiseren van meer bouwvolume. Extra woningbouw is goed voor onze economie en vergroot het draagvlak voor onze lokale en regionale voorzieningen. In Medemblik is contingent beschikbaar voor 1.200 woningen in de periode tot 2026. Nieuwbouw vindt plaats in alle kernen. De gemeente maakt in het programma onderscheidt tussen 'harde plannen', die niet meer beïnvloedbaar zijn en de 'zachte plannen', die veelal nog gemakkelijker aangepast kunnen worden. Daarnaast kent het programma woningen 'tussendoor'.
3.4.2.2 Woningen ‘tussendoor’ Na het aftrekken van het aantal woningen binnen de harde en zachte plannen wijst uit dat er nog marge is voor 75 woningen 'tussendoor'. Voor de verdeling van de woningen 'tussendoor' zijn beleidsregels gemaakt. Kernpunt is het bouwen voor kleine huishoudens (starters en senioren). Daarnaast moeten de woningen levensloopbestendig en aardgasloos zijn. Ruimtelijke criteria zijn het open houden van de doorkijkjes in de linten, het saneren van locaties met milieuproblematiek en het voor wonen geschikt maken van gebouwen die van oorsprong een andere functie hebben (transformatie).
3.4.2.3 Toetsing van het initiatief aan het ‘Programma Wonen 2018 t/m 2026’ Het plangebied is in het huidige bestemmingsplan 'Dorpskernen IV' voorzien van een wijzigingsbevoegdheid. Op basis van het bestemmingsplan ‘dorpskernen IV’ is het plangebied voor het grootste gedeelte voorzien van de bestemming ‘Agrarisch’ (zie ook paragraaf 1.4). Binnen deze bestemming is in artikel 3.8.9 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan de 'agrarische' bestemming kan worden gewijzigd in een woonbestemming. Hiermee is de provinciale ‘Uitvoeringsregeling Ruimte voor Ruimte 2015’ vervat in een wijzigingsbevoegdheid. Opgemerkt wordt dat de beoogde compensatiewoningen gedeeltelijk buiten het ter plaatse aanwezige bouwperceel zijn gelegen. Hierdoor kan de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk worden gemaakt door middel van een wijzigingsplan en is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Echter kan hieruit wel worden geconcludeerd dat de gemeente positief staat tegenover de herontwikkeling van deze locatie naar een functie die past binnen het bebouwingslint aan de Ganker, namelijk wonen. Met dit plan verdwijnt een agrarische bestemming binnen het bestaande bebouwingslint aan de Ganker, waarbij hoofdzakelijk sprake is van een woonfunctie. Het vervallen van de agrarische bedrijfsfunctie ter plaatse heeft een positief effect op het woon- en leefklimaat van de omgeving.
Dit past bij de ambitie die de gemeente
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld beschrijft in haar programma. De gemeente wil saneren in locaties met een milieuproblematiek en het voor wonen geschikt maken doormiddel van het transformeren van locaties met een andere functie. Daarnaast zorgt dit plan voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Door het slopen van de kassen, het bouwen van nieuwe (duurzame) woningen en het treffen van landschapsmaatregelen wordt geïnvesteerd in de aantrekkelijkheid en beeldkwaliteit van het gebied. Gebleken is dat het realiseren van kleine huishoudens op deze locatie niet wenselijk is, omdat dit niet past in het huidige bebouwingsbeeld. Uit bovenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen herontwikkeling past binnen de richtlijnen van het ‘Programma Wonen 2018 t/m 2026’ en bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied.
3.4.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten, zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsstukken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan Benningbroek – Ganker 4b Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
MILIEU-EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit Milieueffectrapportage.