11 Inspreekreactie de heer Ter Haar
Tekst van het document
Leden van de Raad, Op de valreep van de invoering van de Omgevingswet is nog een wijziging van het bestemmingsplan DEK terrein vastgesteld. Ongetwijfeld met als doel dat dit samen met alle bestaande bestemmingsplannen tot één omgevingsplan wordt samengevoegd. Door bepalingen van overgangsrecht, die zijn opgenomen in de Invoeringswet, worden alle geldende bestemmingsplannen en beheersverordeningen bij invoering van de wet van rechtswege aangemerkt als één omgevingsplan. Dat heeft geleid tot broddelwerk. Ik ga daar verder niet op in. U hebt dat kunnen zien aan het grote aantal zienswijze dat ik heb ingediend. Ik wil wel met u spreken over wat een bestemmingsplan is, zou moeten zijn, of beter: is geweest. Bestemmingsplan
is een ruimtelijk plan dat beschrijft wat er met de ruimte of grond mag gebeuren. Het geeft aan welke bestemmingen aan bepaalde gebieden zijn toegekend.
Doel:
Bestemmingsplannen dienen als juridische kaders voor ruimtelijke ontwikkeling. Ze bepalen hoe grond en gebouwen mogen worden gebruikt en bebouwd.
Inhoud:
Een bestemmingsplan bevat regels over bouwen, verbouwen en het gebruik van grond en gebouwen. Het geeft aan waar wel en waar niet mag worden gebouwd en onder welke voorwaarden.
In de motivering van de aan u voorgelegde bestemmingsplanwijziging en de nota van zienswijzen wordt aangegeven dat ‘hiermee het bestemmingplan wordt aangepast aan de verstrekte vergunningen’. Dit is echter de omgekeerde wereld. Een vergunning dient binnen de regels van het plan te blijven. Slechts in enkele specifieke, in het plan beschreven omstandigheden kan daar – gemotiveerd – van worden afgeweken. Als dit de nieuwe werkwijze van de gemeente Medemblik is, dan is het einde zoek. Dan bestaat de juridische zekerheid van de kaders van een bestemmingsplan niet meer. Dan is inspraak op de tot standkoming van een bestemmingsplan zinloos en uitsluitend nog voor de bühne. Ik vraag u als Raad – die ook kaders stelt waarbinnen gehandeld moet worden – dit verre van u te werpen en ervoor zorg te doen dragen dat naar de toekomst het bestemmingplan / het omgevingsplan, weer het kader is waarbinnen wordt gewerkt.
Over de hoogte van de oeverbescherming wil ik nog opmerken dat ik verwijs naar PRS- 1429 Advies ontwikkeling voormalig DEK-terrein Medemblik. Dit is het advies van het Hoogheemraadschap aan de gemeente Medemblik waarin staat (ik citeer) Beschoeiingen en damwanden De beschoeiingen in stedelijke gebieden worden door HHNK hoger dan 15 centimeter boven het streefpeil toegestaan. De initiatiefnemer heeft aangegeven een hoogte van 20 centimeter te hanteren langs de percelen. Langs openbaar groen zal de hoogte 5 á 10 centimeter bedragen. En het is correct dat in bijlage 4 (dit zijn de regels van het oude én het gewijzigde bestemmingsplan) in artikel 5.2.1 a. staat: de bouwhoogte van oeverbeschoeiingen bedraagt ten hoogste 0,40 m, gemeten vanaf het streefpeil. Ik wijs u veel wijsheid toe. Dank u wel voor uw aandacht. Alex ter Haar