10 DOC-25-1138458 3c. OD NHN - advies kadernota 2027
Tekst van het document
Kadernota 2027 gemeenschappelijke regelingen Omgevingsdienst Noord-Holland Noord
Risicoprofiel: middel
DOC-25-1138458
Doelstelling GR (tekst uit de regeling) 1.
De regeling wordt getroffen voor de uitvoering van en ondersteuning bij taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van de fysieke leefomgeving.
2. De taken, bedoeld in het eerste lid, betreffen in elk geval taken op het gebied van het omgevingsrecht in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtgenoemde wetten, dan wel de daarvoor in de plaats getreden wet- en regelgeving.
Voorstel zienswijze raad De raad van gemeente Medemblik wordt verzocht om: 1. Een positieve zienswijze af te geven op de posten; a. Indexatie b. Plan van aanpak Robuustheid c. Herijken bedrijfsvoeringskosten d. Zeer Zorgwekkende Stoffen 2. Een negatieve zienswijze af te geven op de posten; a. Werk gebonden personenmobiliteit b. Indirecte lozingen c. Adviseur Water Argumenten 1.a In overeenstemming met het bepaalde in de Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (hierna FUGR), gemotiveerd af van de standaard verhouding voor loon- en prijsontwikkeling. De gehanteerde verhouding (82,8/17,2) is berekend door de totale werkelijk begrote loonkosten (exclusief overige personeelskosten et cetera) te delen door de totale lasten. De toegepaste prijsloonindexatie voor 2027 is conform de indexatie die de Regietafel (opgericht om de samenwerking in gemeenschappelijke regelingen in Noord-Holland Noord te verbeteren) per brief kenbaar heeft gemaakt. De bijdrage voor 2027 wordt geïndexeerd met 5,7 % voor de prijzen en 8,4 % voor de lonen. De gemiddelde indexatie op basis van de verhouding 17,2 % prijs/ 82,8 % loon bedraagt 7,94 %. 1b, 1c Om te komen tot een robuuste omgevingsdienst is investeren in de bedrijfsvoering (ICT) en robuustheid noodzakelijk, maar levert het wel een efficiencybesparing op vanaf 2029.
Het plan van aanpak om te komen tot robuustheid is reeds in 2024 vastgesteld door het algemeen bestuur. De benodigde financiële middelen voor dit plan zijn echter niet beschikbaar gesteld door de deelnemers. Aangezien belangrijke randvoorwaarden in de sturing en facilitering nog niet op orde zijn, kan er nu nog geen bedrag worden opgenomen in de begroting 2027. Voor het uitvoeren van de maatregelen zijn investeringen nodig in de harde infrastructuur (met name ICT), maar ook in de zachte infrastructuur (houding, gedrag en organisatieontwikkeling).
Kadernota 2027 gemeenschappelijke regelingen Sinds de toekenning van incidentele middelen (resultaatbestemming 2024, besluit juli 2025) zijn de eerste stappen richting robuustheid gezet en zijn maatregelen genomen. Dit heeft geleid tot een neerwaartse bijstelling van de kosten voor robuustheid van € 1.700.000,- (prijspeil 2025) naar € 1.600.000,- (prijspeil 2027). De structurele ICT-lasten konden tot eind 2025 uit de incidentele reserve Masterplan ICT worden gedekt. Deze reserve is nu uitgeput. Om digitaal toekomstbestendig te zijn en de omgevingsdienst in staat te stellen de wettelijke en maatschappelijke taken goed te vervullen, is een structurele investering nodig. De zorgen van de raad uit de motie “alarmbellen want de reserve ICT is bijna leeg” zijn bij de behandeling van de begroting 2026 overgebracht. 1d. Toezicht op Zeer Zorgwekkende Stoffen moet worden geïntensiveerd Bedrijven met een vergunningplicht zijn verplicht om de uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) te minimaliseren. Dit zijn kankerverwekkende, giftige of hormoon verstorende stoffen in bodem, lucht en water. Met het oog op de recente aandacht voor thermisch gereinigde grond, staalslakken en de bredere aandacht voor gevaarlijke stoffen is het raadzaam deze inzet vanaf 2027 verder te intensiveren.
De omgevingsdienst stelt voor om in de Kadernota 2027 hetzelfde bedrag van € 261.000,- als in 2026, incidenteel op te nemen als extra opdracht (buiten de lumpsum) en de structurele borging van deze taak op te nemen in de Kadernota 2028. 2a. Een lagere ambitie over Werk gebonden personenmobiliteit is op zijn plaats. Het betreft een basistaak die neerkomt op toezicht op reiskilometers van bedrijven. In dit voorstel wordt uitgegaan van bedrijven met meer dan 100 werknemers. Het Rijk heeft aangekondigd deze norm te verhogen naar bedrijven vanaf 250 werknemers. De Omgevingsdienst heeft in haar onderbouwing niet meegenomen wat deze normwijziging betekent voor het aantal te controleren bedrijven en de kosten. Voorgesteld wordt om hierop een negatieve zienswijze in te dienen. Het principiële argument is dat gemeenten – en ODNHN in haar aanbiedingsbrief – erkennen dat zij voor financiële keuzes staan. Daarbij heeft het de voorkeur om basistaken die zorgen voor een veilige omgeving te laten voorgaan op duurzaamheidsdoelstellingen. We onderschrijven het belang van het terugbrengen van CO₂, maar zien dat niet als kerntaak van een omgevingsdienst. De meest intensieve inzet achten wij in dit geval niet op zijn plaats; een lagere ambitie kan volstaan. 2b De formele overdracht van de watertaak ‘indirecte lozingen’ heeft nog niet plaatsgevonden.
Vanaf 2024 loopt binnen het Programma Stedelijk Water en Riool (PSWR) een regionaal project: Grip op indirecte lozingen. Bij de start van dit project hebben de colleges – waaronder het college van Medemblik – de intentie uitgesproken om deze watertaak per 2027 volledig over te dragen aan de omgevingsdienst. Een definitief besluit is echter nog niet genomen. Aangezien de omgevingsdienst, in afwachting van betrouwbare ervaringscijfers, nog geen goed en actueel inzicht kan geven in de structurele middelen die nodig zijn om deze taak adequaat uit te voeren, wordt een alternatief pad bewandeld. Geadviseerd wordt om een negatieve zienswijze af te geven op dit onderdeel. In 2026 zal hierover separate besluitvorming in de colleges moeten plaatsvinden, waarbij zowel de incidentele opdracht (via het uitvoeringsprogramma 2027) als de formele overdracht van deze watertaak per 2028 moet worden vastgesteld. Vanwege het ontbreken van adequate wettelijke kaders in de uitvoering voor het bemonsteren wordt voorgesteld om, per gemeente te besluiten of een gemeentelijke verordening moet worden opgesteld. Dit is dan ook het moment om af te
Kadernota 2027 gemeenschappelijke regelingen spreken of de inzet hierop moeten worden geïntensiveerd en mogelijk gecombineerd met de uitbreiding van een adviseur Water. 2c. Adviseur water Voorheen was uitsluitend de provincie verantwoordelijk voor het grondwater. Inmiddels hebben ook gemeenten en het hoogheemraadschap een taak gekregen als bevoegd gezag voor de kwaliteit van oppervlaktewater. Dit maakt afstemming tussen alle partijen noodzakelijk en zorgt ervoor dat deze samenwerking steeds vaker voorkomt. De noodzaak en urgentie voor alle bevoegde gezagen vloeien mede voort uit de Europese Kaderrichtlijn Water, die gericht is op de beschikbaarheid van drinkwater en schoon oppervlaktewater. De jaarlijkse structurele lasten bedragen € 162.000,-. Geadviseerd wordt om een negatieve zienswijze af te geven en de omgevingsdienst te adviseren dit voorstel mee te nemen in samenhang met de besluitvorming over de structurele borging en intensivering van indirecte lozingen in de Kadernota 2028. De omgevingsdienst kan dan de specialistische inhoudelijke kennis die hiervoor nodig is, gaan invullen. De huidige opdracht loopt van 2024 tot en met 2026. Voor 2027 zijn de verwachte kosten van € 261.000,(onder argument 1.d) dan incidenteel gedekt. 1. Visie en ontwikkeling korte termijn (wat willen we bereiken in 2027) Een robuuste Omgevingsdienst Noord-Holland Noord.
Een goed functionerende gemeenschappelijke regeling met beheersbare financiën, een doordachte uitvoerings- en handhavingsstrategie, en een toekomstgerichte organisatie, zodat de Omgevingsdienst in staat is om alle rechten en plichten in de fysieke leefomgeving uit te voeren.
2. Verwachtingen lange termijn (2028-2030) De Nederlandse Omgevingsdiensten hebben van het Rijk de opdracht gekregen om per 1 april 2026 te voldoen aan robuustheidscriteria. Met de Kadernota 2027 van de Omgevingsdienst wordt ingezet op een zelfstandig robuuste dienst, waarbij investeren de komende jaren noodzakelijk blijkt. 3. Actualisering financieel perspectief a. Kaders en uitgangspunten Het indexatie percentage bedraagt 7,94%. De indexatie kan binnen de begroting van onze gemeente worden gedekt uit het hiervoor beschikbare indexatiebudget. De benodigde € 255.000,- voor de materiële kosten dient als een budgetaanvraag terug te komen in de begroting 2027. b. (Autonome) ontwikkelingen De autonome ontwikkelingen worden opgenomen in de begroting. We constateren dat de uren voor adviesaanvragen die nodig zijn om initiatieven in te vullen via de omgevingstafels en voor het aanvragen van vergunningen, sinds de invoering van de nieuwe omgevingswet zijn gestegen. Doordat controles bij bedrijven door personeelstekorten achterbleven, heeft de ODNHN de stijging afgelopen jaren opgevangen binnen de ruimte van de bestaande lumpsum. Nu tekorten worden ingelopen en het ziekteverzuim daalt, is het raadzaam de stijging van kosten door de inzet van meer uren voor advisering in leges voor 2027 te verdisconteren. Hierdoor ontstaat dekking om de stijging van de bijdrage deels tegen te gaan.
Kadernota 2027 gemeenschappelijke regelingen c. Nieuw beleid Door de opgave om robuust te worden, zou het ontwikkelen van nieuw beleid en invullen van ambities een pas op de plaats moeten maken. Het aanstellen van een adviseur water of inzetten op werk gebonden mobiliteit kan opgeschort worden tot aan de (wettelijke) vereisten is voldaan en hierover afspraken zijn gemaakt. Ook zou door de investeringen in ICT, meer data en meer inzicht de besluitvorming inhoudelijk beter onderbouwd kunnen worden. 4. Financiële consequenties a. Gemeentelijke bijdrage Vergeleken met 2026 zal de totale bijdrage van gemeenten en provincie voor 2027 door deze indexering met € 2.319.000,- toenemen. Daarnaast worden de aanvullende bijdragen verhoogd met € 4.484.000,- (exclusief indexatie). Het totaalbedrag Lumpsum wat de gemeenten (€ 20.586.000,-) en Provincie Noord-Holland (€ 15.420.000,-) in 2027 bijdragen komt hiermee op € 36.006.000,-. De bijdrage voor de gemeente Medemblik bedraagt volgens de geldende verdeelsleutel € 2.059.000,-. In de begroting 2026 van de gemeente Medemblik is voor 2027 een bijdrage van € 1.757.000,- opgenomen. Dit maakt dat de bijdrage 2027 stijgt met € 302.000,- (incl. de voorgestelde indexatie en aanvullende bijdrage). b. Kengetallen • Percentage overhead: 28,2%.
• Percentage weerstandvermogen: In de FUGR is opgenomen dat een weerstandvermogen van maximaal 2,5% van de lasten mag worden aangehouden. c. Risico’s Wanneer de Omgevingsdiensten op 1 april 2026 niet aan de robuustheidscriteria voldoen, zet het ministerie van I&W in op fusie (zie bijlage 3d). Als mede-eigenaar is Medemblik verplicht hieraan mee te betalen.