CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Beantwoording Commissievragen VVD raadscie. 11-4 agendapunt 8.5 Vaststelling bestemmingsplan 'Woningbouw Dek-terrein Medemblik

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Woningbouw Dek-terrein Medemblik (actualisatie)' (pfh. J. Broeders)521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer

Z-23-482395

Documentnummer

DOC-24-824473

Naam commissielid

J. de Vries

Fractie

VVD

Onderwerp

Commissievragen VVD raadscie. 11-4 agendapunt 8.5 Vaststelling bestemmingsplan 'Woningbouw Dek-terrein Medemblik 8 april 2024

Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Afdeling

1.

Over de beide zienswijzen valt op dat u van beide zegt dat ze afkomstig zijn van een bewoner van een bepaald adres aan de Vlietsingel. Echter van beide wordt hetzelfde huisnummer vermeld. Hoewel dat niet geheel uitgesloten is, lijkt het niet waarschijnlijk. Voor onze mening over uw reactie is het niet van belang maar wij denken dat het netjes is als dit soort zaken correct staat vermeld in de stukken, die immers horen bij een raadsbesluit. Vraag is dus: zijn deze beide zienswijzen inderdaad afkomstig van één adres en zo nee, welke is van welk adres?

antwoord

Ja, beide zienswijzen zijn afkomstig van hetzelfde adres.

2a

Beide reclamanten hebben het over oeverbeschoeiing. Zij zijn het niet eens met de maximaal toegestane hoogte van 1.40 m boven de waterlijn terwijl het oorspronkelijke plan in een lage beschoeiing voorzag. Eén van hen heeft het over 20 cm als oorspronkelijke hoogte. In uw antwoord zegt u dat er in het oorspronkelijke plan helemaal geen maximale bouwhoogte van de beschoeiing voorkomt. Het is ook niet nodig zegt u en daarom komt die voorgestelde wijziging te vervallen. Hoe kan het dat reclamanten het zo duidelijk over een maximale hoogte in het oorspronkelijke plan hebben, terwijl die er niet blijkt te zijn? Waar zit het misverstand?

Antwoord

Wij weten niet waar de reclamant de 20 centimeter vandaan heeft en nemen aan dat dit een fout van de reclamant is. In de regels van het oorspronkelijke bestemmingsplan is namelijk geen regel opgenomen over oeverbeschoeiing bij de bestemming Wonen.

2b.

Als nu de wijziging tot 1.40 m vervalt, is er dan weer sprake van 20 cm (zoals er volgens één reclamant was) of is er helemaal geen maximale hoogte meer, wat zou betekenen dat “alles mag”? Graag duidelijkheid.

Antwoord

Nee, dat zou betekenen dat de oeverbeschoeiingshoogte maximaal 40 centimeter mag bedragen conform regels van de bestemming Water. Oeverbeschoeiing behoort tot de bestemming Water in het plangebied.

*ZB9B07FA879*

Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie

3a

Verhoging goothoogte: hoe moeten wij uw antwoord begrijpen? Staat er in het oorspronkelijke plan nu 5,50 m (zoals reclamant stelt) of 5,88 m?

Antwoord

In het oorspronkelijke bestemmingsplan plan staat dat de goothoogte van woonhuizen maximaal 5,50 meter mag bedragen.

3b

U stelt dat de verhoging goothoogte inderdaad past binnen de uitzonderingsregel van 10% en dat de voorgestelde wijziging van 6.2.1 lid e dus komt te vervallen. Blijft het dan 5,50 m + 10% (55 cm) = 6,05? Dan is dus toch die 6 m (zelfs nog iets meer dan dat) die reclamant zo ongewenst vindt? Of moeten we dit anders lezen? Graag duidelijkheid.

Antwoord

Het blijft dan inderdaad 5,50 m + 10% (55 cm) = 6,05. Nee, de reclamant geeft aan dat een verhoging naar 6 meter met daarbovenop de uitzonderingsregel van 10% ongewenst is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=aab8da0b-8c6f-4c70-8312-d6fa7d6247dd