10 Beantwoording commissievragen HvM raadscie. 29-4 agendapunt 8.1 Regionale Energiestrategie 1.0 NHN
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer
DOC-21-384354
Zaaknummer
Z-20-133065
Naam commissielid
T. Berlijn
Fractie
Hart voor Medemblik
Onderwerp
Commissievragen HvM raadscie 29-4 agendapunt 8.1 Regionale Energiestrategie 1.0 NHN
Datum waarop de vraag is gesteld
22 april 2021
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder
H. Nederpelt
Afdeling
1.
Waarom is de ambitie van Noord-Holland Noord hoger dan nodig?
antwoord
De ambitie in Noord-Holland Noord (NHN) is het resultaat van een bottum-up proces wat we de afgelopen anderhalf jaar organiseerden. Inwoners dachten mee waar duurzame energieopwekking een plek kan krijgen in NHN. De concept-RES NHN liet deze uitkomsten zien. Vervolgens hebben de gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hierover hun wensen en bedenkingen kenbaar gemaakt. Dit heeft er toe geleid dat de ambitie in NHN met afgrond 0,6 TWh is afgenomen. We hebben van het Rijk geen taakstelling gekregen in de landelijke opgave van 35 TWh. De 3,6 TWh is met andere woorden het resultaat van participatie en besluitvorming in NHN. De RES draagt bij aan de ambitie van Noord-Holland Noord om energieneutraal te worden. Met een totale opwek van 3,6 TWh, plus de 1,1 TWh potentie van zonneenergie in de Wieringerhoek, kan NHN ongeveer 59% tot 70% van de totale elektriciteitsvraag in de regio dekken. De totale elektriciteitsvraag zal naar verwachting tussen de 6,7 en 8,0 TWh liggen. Na 2030 wacht er bovendien nog een opgave richting de doelstelling van 2050. Voor Westfriesland is de RES een belangrijk instrument om de ambitie energieneutraal in 2040 te bereiken.
2.
Heeft er een onderzoek plaatsgevonden voor zon op dak? a.
Zo ja welk onderzoek? Zo nee waarom niet?
antwoord
Er zijn verschillende manieren om zon op dak te onderzoeken, deze onderzoeken zijn gedaan: -
Draagvlak: uit het bottom-up proces is gebleken dat er veel draagvlak is voor (grootschalig) zon op dak. Daarom maakt dit een groot onderdeel uit van het bod van de RES. De helft van de op te wekken zonne-energie is geprojecteerd op grote daken.
-
Elektriciteitsnet: Liander heeft bij de concept-RES en de RES 1.0 een netimpactanalyse uitgevoerd, waarbij gekeken is naar de mogelijkheden en knelpunten om het bod van de regio aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Zie voor de netimpactanalyse bij de RES 1.0 deze link, of bijlage 4 van de RES. Hierin staat onder anderen: ‘doordat de RES zich ten opzichte van de conceptRES meer focust op verspreide locaties voor ‘zon op grote daken’, is de verwachting dat op lager gelegen netniveaus significante aanpassingen moeten gaan plaatsvinden. Hoewel niet tot op dit detail is doorgerekend, voorziet de netbeheerder hier knelpunten. De uitdaging hieraan is dat dit leidt tot veel aanpassingen ´in de wijken´. Veel kabels en kleine verdeelstations (middenspanningsruimten) zullen moeten worden verzwaard. Dit geeft enorme druk op het werkpakket, het leidt tot hoge kosten en de uitvoerbaarheid (haalbaarheid) van de RES wordt nadelig beïnvloedt. Tevens zal dit werkpakket ook tot overlast voor bewoners zorgen, omdat in veel gevallen voor een langere periode de grond open zal liggen.
-
Geleerde lessen uit stimuleringsregelingen en lopende acties vanuit overheden: De provincie heeft een aantal stimuleringsregelingen ‘zon op grote daken’ uitgevoerd afgelopen jaar: agrarische daken, bedrijfsdaken en schooldaken. De leerpunten van deze stimuleringsregelingen helpen bij het aanjagen van zon op grote daken. Meer informatie hierover vindt u in het katern ‘rollen, beleidskaders, instrumenten en overheden’. In het document vindt u ook de inspanningen die gemeenten doen om zon op grote daken aan te jagen.
-
Technisch: Niet alle daken zijn geschikt voor zon, vanwege de draagconstructie of de ligging, en de realisatie is afhankelijk van de eigenaar. Er is geen onderzoek gedaan op schaal van de energieregio naar de technische mogelijkheden van daken. Dit vindt plaats op lokaal niveau.
3. antwoord
Worden de zoekgebieden gevisualiseerd en met de omwoners gedeeld? Westfriesland stelde als deelregio een uitvoeringsprogramma op voor de RES. Een van de onderdelen betreft het komen tot ontwikkelprincipes voor duurzame energieopwekking op land. Deze notitie bevat ook beeldmateriaal hoe dit in de praktijk eruit ziet. Vanuit dit uitvoeringsprogramma starten we ook een nieuw participatiemoment voor inwoners hoe duurzame opwekking in Westfriesland gerealiseerd kan worden. Het idee is dat we dit traject digitaal organiseren. Inwoners worden aan de voorkant goed geïnformeerd met film- en beeldmateriaal. Daarmee krijgen ze een goed beeld van de opgave, maar ook hoe dit een plek kan krijgen in het Westfriese landschap. De opbrengst van dit participatietraject nemen we mee in de kaderstelling duurzame
energieopwekking op land. De raad van Medemblik neemt hier een besluit over. De ervaringen die we nu zelf opdoen bij het uitvoeren van een aantal pilots voor het realiseren van zonneweides, nemen we hierin ook mee. 4. antwoord
5. antwoord
Wordt er aan de hand van deze visualisatie de mening gevraagd bij inwoners? Zie hiervoor.
Op welke manier is draagvlak meegenomen bij nieuwe initiatieven? Draagvlak is een belangrijk uitgangspunt bij duurzame energieopwekking. In de onder antwoord 3 genoemde kaderstelling maakt participatie een belangrijk onderdeel van uit. Bij het komen tot nieuwe initiatief vinden we het belangrijk dat de omgeving goed betrokken is. In de kaderstellende notitie nemen we hiervoor bepalingen op. Het gaat daarbij zowel over omgevingsparticipatie als financiële participatie.
6.
Waarom mag er buiten zoekgebieden nieuwe initiatieven komen? a.
Is in de praktijk dan alles mogelijk?
antwoord Voor nieuwe initiatieven staan we open. De RES gaat over de opgave tot 2030. De opgave stopt niet na 2030. In Westfriesland hebben we de ambitie om energieneutraal te zijn in 2040. Nieuwe initiatieven dragen hieraan bij. We stellen echter wel voorwaarden aan nieuwe initiatieven. De raad gaf hier al eerder kaders voor mee, zoals (financiële) participatie, ruimtelijke inpassing en biodiversiteit. Deze verwerken we in de kaderstellende notitie zoals benoemd in antwoord 5.
7.
Waarom is Energiebesparing door het bedrijfsleven is ook geen onderdeel van de RES 1.0? a.
antwoord
Welke bedrijven vallen buiten de RES en waarom is dat?
Energiebesparing valt niet onder de opdracht van de RES. In de RES staan de plannen voor grootschalige opwek van hernieuwbare energie. Daarnaast worden mogelijkheden verkend voor het inzetten van duurzame warmtebronnen en -technieken in plaats van fossiele brandstoffen. Er gebeurd veel op het gebied van besparing door het bedrijfsleven en er zijn in de regio verschillende stimuleringsregelingen en -programma’s. Omdat er veel naar is gevraagd, is er in de RES wel aandacht aan besteed. U vindt dit terug bij paragraaf 8.3 (blz. 128). Aan energiebesparing werken de Westfriese gemeenten vanuit het Pact van Westfriesland. Tijdens de informatieavond op 19 april informeerden we u hierover. Verduurzaming willen we onder andere realiseren in de gebouwde omgeving (isoleren, isoleren, isoleren). Maar ook in de sectoren industrie en bedrijven, de land- en
tuinbouw en mobiliteit. We sluiten hierbij geen bedrijven uit.
8. antwoord
Wat zijn de totale kosten van de RES NHN? In de netimpactanalyse bij de RES 1.0 heeft Liander een berekening gemaakt van de investeringen die nodig zijn voor de aanpassingen van onderstations. Grootschalig duurzame opwek (zoekgebieden) wordt altijd direct aangesloten op een onderstation. De netimpactanalyse van Liander geeft het aantal knelpunten en benodigde uitbreidingen van stations weer. Dit betekent dat alleen de kosten van het uitbreiden of realiseren van nieuwe stations is weergeven. Er zullen dus nog meer kosten bij komen wanneer er een diepere analyse wordt uitgevoerd op de impact van lagere netvlakken (waar bijvoorbeeld zon op dak zal worden aangesloten). Afhankelijk van de locaties van zon op dak zullen kabels vervangen moeten worden en nieuwe verdeelstations (kleine elektriciteitshuisjes) gerealiseerd worden. Ook de totale investering van energieprojecten is nog niet doorgerekend. Dit is namelijk afhankelijk van de concretisering van de zoekgebieden. Bijvoorbeeld: hoe groot wordt een energieproject? Waar komt deze precies, en moeten er extra kabels aangelegd worden? Worden er ook andere opgaven in meegenomen, zoals bijvoorbeeld het vergroten van de biodiversiteit? Daarnaast zijn er ook kosten voor de gemeentelijke organisatie. De uitvoering van de RES vraagt om expertise en zal tijd vragen.
Tijdens de onderhandelingen van het Klimaatakkoord zijn er afspraken gemaakt over deze uitvoeringskosten. Het nieuwe kabinet moet hierover besluiten.
9. antwoord
Wie betaalt er voor deze kosten? Kosten, zoals bijvoorbeeld dakverzwaring of de ruimtelijke inpassing of biodiversiteit worden gefinancierd uit het project zelf; deze maken onderdeel van de businesscase. De kosten in de infrastructuur bestaan uit twee componenten: -
De aanpassingen aan het elektriciteitsnet worden grotendeels gesocialiseerd over heel Nederland, door de vaste kosten van de energierekening. Om te voorkomen dat de energierekening in Nederland hierdoor erg hoog wordt, heeft Liander (en andere netbeheerders in NL) aanbevelingen gedaan voor de RES (zie de netimpactanalyse).
-
De aansluitkosten (de aansluiting en aansluitkabel) op het elektriciteitsnet komen ten laste van de initiatiefnemer.
10. antwoord
Gaat de energierekening voor huishoudens naar beneden? -
De energierekening bestaat voor een groot gedeelte (ongeveer 40%) uit energiebelasting. De rijksoverheid stelt hiervoor de percentages en tarieven vast. Hoe de tarieven zich zullen ontwikkelen als de energietransitie vordert, is voor ons
-
moeilijk in te schatten. Als er in de energieregio’s gekozen wordt voor inefficiënte energieprojecten, waardoor veel aanpassingen aan het elektriciteitsnet nodig zijn, dan gaat de energierekening (in heel Nederland) omhoog. Daarom is niet alleen draagvlak en ruimtelijke inpassing belangrijk bij de afwegingen voor de RES, maar ook net efficiëntie. Liander heeft aanbevelingen gedaan voor efficiënte inpassing van zoekgebieden op het elektriciteitsnet. Hierdoor zullen niet alleen kosten lager uitvallen, maar vergroot het ook de realiseerbaarheid (tijd en ruimte) van de RES 1.0.
-
Aan de andere kant is één van principes van de RES, dat er gestreefd wordt naar minimaal 50% lokaal eigendom per energieproject. Dat houdt in dat omwonenden financieel kunnen participeren in energieprojecten. Daardoor kan de omgeving verdienen aan de energieprojecten.
11.
Waar komt de energie vandaan als er geen zonne- en windenergie opgewekt kan worden?
antwoord
Zonnepanelen leveren vooral elektriciteit in de zomer en windmolens in de winter. Een combinatie is daarom het meest geschikt. Zo vullen ze elkaar goed aan, ook tijdens dagen-nacht, en wordt het elektriciteitsnetwerk beter benut. Naast zon- en windenergie wordt in de regio ook op andere manieren elektriciteit opgewekt, zoals door afvalverbranding of biomassa (GFT)vergisting. Ook is het opslaan van elektriciteit een belangrijke opgave, waardoor niet alleen pieken op het elektriciteitsnet voorkomen kunnen worden, maar er ook een buffer is als er te weinig wind of zon is. Tot slot: de landelijke doelstelling is dat in 2030 70% van het elektriciteitsverbruik in Nederland duurzaam wordt opgewekt. Komende 10 jaar zal fossiele brandstof (voor de overige 30%) nog nodig zijn om te voorzien in de energiebehoefte.
12. antwoord
Als een andere RES-regio te kort energie levert, moeten wij dan extra energie leveren? De landelijke doelstelling voor de RES’en is om in 2030 35 TWh aan hernieuwbare elektriciteit op te wekken. Om te monitoren of dit doel gehaald wordt, worden de RES’en (1.0, 2.0 en verder) doorgerekend door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Zie de website van het Nationaal Programma RES voor de doorrekening van de concept-RES’en. Uit de tussentijdse analyse van de concept-RESsen van de 30 regio’s bleek dat de 35 TWh gehaald wordt. Het PBL heeft berekend dat de optelsom van de regionale plannen leidt tot een bod van 52,5 TWh. De realisatie van de regionale plannen is echter met de nodige onzekerheid omgeven. Nadere verkenning levert een inschatting voor hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2030 op met een bandbreedte van 31,2 tot 45,7 TWh, en een middenwaarde van 38,2 TWh. Of het doel van 35 TWh wordt gehaald, is met andere woorden nog geen gegeven. Als uit de doorrekening van de definitieve RESsen blijkt dat de 35 TWh landelijk niet gehaald gaat worden, dan volgt er een verdeling van de resterende opgave. Hierbij
wordt gebruik gemaakt van een landelijke verdeelsystematiek (Route35), waarbij onder andere gekeken wordt naar het energieverbruik en de beschikbare ruimte in de regio.
13.
Is er onderzocht naar de uitbreidingsmogelijkheden en groeipotentie van het bedrijventerreinen?
antwoord
Ja. Aan het begin van het RES-proces zijn analyses per deelregio gemaakt, de zogenaamde foto-documenten voor de RES’en (stap 1 van het RES proces). Hierin zijn ook de uitbreidingslocaties (woningbouw, bedrijventerreinen en wegen) in beeld gebracht. Zie het foto-document van regio Westfriesland. De zoekgebieden zijn mede op basis van de foto-documenten tot stand gekomen. Hierbij is dus (deels) rekening gehouden met uitbreidingsgebieden.
14.
Was er een maximum voor het aantal deelnemers tijdens de bijeenkomsten? Zo ja waarom was een maximum voor de aantal deelnemers bij de bijeenkomsten?
antwoord
In januari 2020 organiseerden alle gemeenten in NHN lokale energieateliers. Dat betekende dat in een kort tijdsbestek er in 18 gemeenten diverse avonden over duurzame energieopwekking op land werden georganiseerd. Avonden die allemaal inzet vroegen van zowel de lokale gemeente als van de RES-organisatie. Om dit te kunnen organiseren, met inzet van de beschikbare mensen werden aan de voorkant goede afspraken gemaakt. Onder andere over het aantal deelnemers per avond. In onze gemeente vonden in drie weken tijd acht bijeenkomsten plaats, verdeeld over de gemeente. Dit leidde ertoe dat we per avond maximaal 30 deelnemers konden verwelkomen. Omdat de animo zo groot was organiseerden we nog een laatste avond waarbij maximaal 70 inwoners konden deelneme. Zo kreeg iedereen die zich opgegeven had de gelegenheid om hierover mee te praten.
Op pagina 4 staat: ‘Als er nieuwe technieken zijn die een serieuze bijdrage kunnen leveren aan de grootschalige opwekking, krijgen deze ook een plek in een volgende versie van de RES.’ 15.
Welke technieken verwacht u als wethouder die de komende jaren een bijdrage kunnen leveren?
antwoord
In het ‘Katern Innovaties’ is een overzicht opgenomen van kansrijke innovaties in de energieregio NHN.
16. antwoord
Is het mogelijk om ‘serieuze bijdrage’ en ‘grootschalig’ verder te definiëren? -
het project levert ten minste 15 KWp vermogen.
-
de techniek is opschaalbaar en op meerdere plekken in te zetten.
-
een serieuze bijdrage is dat het zichtbaar wordt in de eenheid TWh (bijvoorbeeld 0,1 TWh), en dus mee gaat tellen in het bod.
17. antwoord
Wat zijn de voorwaarden van ‘serieuze bijdrage’ en ‘grootschalig’? Zie antwoord 16.
Bij de uitgangspunten staan verschillende punten waar wij vragen hebben over hebben. Het eerst punt ‘Zorgvuldige participatie’ 18. antwoord
19. antwoord
20. antwoord
Hoe ziet het proces van meedenken eruit? Zie antwoorden 3 tot en met 6.
Wat wordt er met de meningen van de inwoners gedaan? Zie antwoorden 3 tot en met 6.
Is draagvlak leidend bij (nieuwe) zoekgebieden en initiatieven? Zie antwoorden 3 tot en met 6.
Bij het vierde punt Zon op grote daken, zon op parkeerplaatsen en zon op geluidsschermen wordt actief gestimuleerd om de realisatie te versnellen. 21. antwoord
Hoe wordt dit actief gestimuleerd? De afgelopen twee jaar zijn er drie pilots gedaan voor de stimulering van zon op dak: zon op schooldaken, zon op bedrijfsdaken en zon op agrarisch dak. Op dit moment worden deze pilots geëvalueerd. De opgedane kennis neemt de regio Westfriesland mee in het uitvoeringsprogramma energieneutraal Westfriesland. Vanuit het meerjarenprogramma verduurzaming van bedrijventerreinen zetten we samen met de Westfriese Bedrijvengroep en het Ontwikkelingsbedrijf NHN al in op zon op bedrijfsdaken. Ook dit maakt straks onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma energieneutraal Westfriesland. Tenslotte is er afgelopen 2 jaar een grote autonome groei van zonnepanelen op daken, waaruit blijkt dat er een welwillendheid is bij inwoners en ondernemers om zon op het eigen dak te plaatsen.
22. antwoord
Hoeveel budget hiervoor? Dit nemen we mee in het uitvoeringsprogramma energieneutraal Westfriesland.
Op pagina 10 kansen en uitdagingen zoekgebieden Zon op dak 23.
Maken zonnepanelen op dak gebruik van hetzelfde net als zonneweides? a. Zo ja waarom is het net voor zonneweides wel geschikt maar niet voor zon op dak?
antwoord
Dit is toegelicht op pagina 7 van de netimpactanalyse van Liander, zie bijlage 4 van de RES of deze link. Het elektriciteitsnet bestaat uit drie netniveaus: -
Onderstations (hoogste niveau)
-
Middenspanningsnet
-
Laagspanningsnet (wijkniveau)
Grootschalig zonneweides (boven 2 MVA) worden direct op een onderstation aangesloten. Dit betekent in veel gevallen dat vanaf het zonnepark er slechts één of enkele directe kabelverbindingen naar het onderstation moeten worden getrokken en dat deze worden aangesloten op de velden (stopcontact) van het station. Is er onvoldoende capaciteit op het station aanwezig om de opwekcapaciteit op te nemen, dan zal het station moeten worden uitgebreid. Grote zonnedaken worden aangesloten op het middenspanningsnet. Huishoudens met slechts een aantal zonnepanelen worden aangesloten op het laagspanningsnet. Wanneer het middenspanningsnet vol zit betekent dit niet direct dat het onderstation ook geen beschikbare capaciteit meer heeft. In de praktijk zien we vaak dat de lokale kabels van het middenspanningsnet beginnen te knellen en dat nieuwe dikkere kabels en nieuwe middenspanningsruimten de oplossing zijn om meer zonnepanelen op het net kwijt te kunnen. Veel straten in de (bebouwde omgeving) zullen dan open moeten om verzwaring van de huidige kabels mogelijk te maken en zullen bovengronds middenspanningsruimten verzwaard moeten worden en of bijgeplaatst moeten worden. Naast overlast, ruimtebeslag en hoge kosten geeft dit een enorme extra druk op het werkpakket bij de netbeheerder wat de doorlooptijden nadelig beïnvloedt.
24. antwoord
Hoeveel beschikbare daken zijn er? Het beschikbare dakoppervlak is belangrijker dan het aantal daken. In de regio NHN is daarom niet gerekend met het aantal daken, maar met het aantal hectare zon op daken: 1.235 ha. Grofweg is er gerekend met de inzet van 25-50% van geschikte daken voor zon in 2030, omdat de realisatie veel verschillende uitdagingen kent (beschikbare
capaciteit van de netinfrastructuur in NHN, niet alle daken zijn geschikt voor zon, vanwege de draagconstructie of de ligging, en de realisatie is afhankelijk van de eigenaar).
25.
Is er een onderzoek gedaan naar de welwillendheid van inwoners en ondernemers? a.
antwoord
Zo ja welk onderzoek? Zo nee waarom niet?
Nee, hiernaar hebben we geen onderzoek gedaan. Wel constateren we de afgelopen 2 jaar een grote autonome groei van zonnepanelen op daken. Hieruit blijkt dat er een welwillendheid is bij inwoners en ondernemers om zonnepanelen op het eigen dak te plaatsen.
Op pagina 12 staat het stukje ‘Zoekgebieden bij bedrijventerreinen’ hierin wordt alleen gesproken over gronden rondom bedrijventerreinen. Hart voor Medemblik is van mening dat deze gronden beschikbaar moeten blijven voor het uitbreiden van de bedrijventerreinen. 26. antwoord
Is er rekening gehouden met de economische groei van bedrijventerreinen? Ja, zie antwoord 13. Met de aanleg van zonneweides bij bedrijventerreinen willen we de groei van bedrijventerreinen niet in de weg staan. Dat is de reden dat bij de verdere concretisering van de zoekgebieden we de omgeving nadrukkelijk betrekken. Bij de bedrijventerreinen zijn dit dus de ondernemers op het bedrijventerrein via de OFM.
27. antwoord
Zijn daken van bedrijventerreinen ook onderzocht als zoekgebied? Ja, op de kaart van de RES is in donker oranje weergegeven welke daken meegerekend zijn voor ‘zon op dak’.
IJsselmeer ‘De regio Noord-Holland Noord kiest ervoor om daar waar wel opwek van zonne-energie op IJsselmeer plaatsvindt, dit te combineren met het vergroten van natuurwaarden, biodiversiteit, recreatie en toerisme.’ Wij hebben werkelijk geen idee waarom het opwekken van energie meer toerisme op zou leveren. Wellicht dat de wethouder dit verder kan toelichten. 28.
Wat heeft zonne-energie met toerisme te maken? a. Hoeveel meer toeristen verwacht de wethouder door het plaatsen van zonne-atollen?
antwoord
We zien in het Buitendijkse Plan Duurzaam Leefbaar een prachtige kans om de natuurwaarden in het IJsselmeer in de Wieringerhoek te vergroten. En om daar de opwek van energie aan mee te koppelen. Ook andere functies koppelen we mee. Door de integrale aanpak combineren we natuurontwikkeling, energieopwekking en
recreatieve mogelijkheden voor een aantrekkelijke kuststrook ten noorden van de stad Medemblik tot Den Oever. U kunt daarbij denken aan de aanleg van een fietspad, nieuwe vaarroutes, recreatieve oevers en een mooiere natuur. a. Dit hebben we niet onderzocht.
29. antwoord
30. antwoord
Wat heeft zonne-energie met recreatie te maken? Zie antwoord 28.
Hoeveel zonnepanelen komen er in het IJsselmeer? Het plan voorziet in de aanleg van zonne-atollen waarbij natuurontwikkeling en duurzame energieopwekking wordt gecombineerd. Met een oppervlak van 4200 ha waarvan 1350 ha voor de opwek van zonne-energie.
Participatie en draagvlak 31. antwoord
Wordt lokaal eigendom meegenomen als draagvlak? Zo ja waarom? Lokaal eigendom maakt onderdeel uit van de kaderstellende notitie duurzame energieopwekking op land. Zie verder ook de antwoorden 3 tot en met 6.
32. antwoord
Wat gebeurt als het minimum van 50% lokaal eigendom niet gehaald wordt 50% lokaal eigendom is een ambitie uit het Klimaatakkoord. Hoeveel dit daadwerkelijk moet zijn leggen we vast in de kaderstellende notitie duurzame energieopwekking op land.
33. antwoord
Is draagvlak leidend bij het plaatsen van zonne-weides of windmolens? Hierover gaat de raad besluiten bij de vaststelling van de kaderstellende notitie. Ook aan andere kaders hecht de raad waarde, zoals omgevingsparticipatie, financiele participatie, ruimtelijke inpassing en biodiversiteit. Dit zijn allemaal zaken die van invloed zijn op het plan en op de financiële haalbaarheid van het plan.
34.
Is lokaal eigenaarschap beleggen buiten AFM toezicht? a. Zo ja: waarom stimuleert de gemeente beleggen buiten AFM toezicht ?
antwoord
Aan actieve vormen van financiële participatie is een zeker risico verbonden. Dit speelt bij mede-eigenaarschap en financiële deelneming, aangezien de mogelijkheid bestaat dat deelnemers inleg kunnen verliezen. Hiervoor zijn door AFM regels opgesteld waaraan deelnemende partijen zich moeten houden. De brochure ‘Samen werken aan een duurzaam energieproject; wat moet u weten als u naar de bank stapt voor financiering?’ van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) geeft aanbevelingen voor het inrichten van een duurzaam energieproject en het indienen van een kansrijke financieringsaanvraag bij een bank. De brochure geeft advies voor kleinere duurzame energieprojecten van energiecoöperaties, professionele ontwikkelaars die omwonenden betrekken of bij samenwerking tussen ontwikkelaars en energiecoöperaties (bron:www.klimaatakkoord.nl).
Net uitbreiding 35. antwoord
Wie betaalt er voor de kosten van het uitbreiden van de netwerk? Zie antwoord 9.