10 Beantwoording commissievragen GB uit raadscie. 6-7 agendapunt 5.5 Uitbreidingsrichting Wognum
Tekst van het document
Beantwoording vragen uit de raadscommissie Zaaknummer Documentnummer Naam commissielid Fractie Onderwerp Datum waarop de vraag is gesteld
Z-22-434445 DOC-23-710801 P. Mosch GemeenteBelangen Commissievragen GB uit raadscie. 6-7 agendapunt 5.5 Uitbreidingsrichting Wognum 6 juli 2023
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de raadsvergadering. Portefeuillehouder Jeroen Broeders Afdeling
1.
Wat zijn de bevindingen van het college over het verkeerskundig onderzoek over plan West van BVA? Kan het college een bestuurlijke quickscan hierop doen?
antwoord
Een eerder met de raad gedeelde beoordeling van de verschillende plannen heeft plaatsgevonden aan de hand en een aantal criteria. Naar aanleiding van de recente aanvullingen op plan West, te weten de presentatie van ‘Zomerbloesem’ alsmede de quickscan van BVA over de verkeerskundige effecten heeft het college de waardering van West en Noord op grond van de belangrijkste van deze criteria opnieuw tegen het licht gehouden. Bij deze criteria gaat het om het woningbouwprogramma, betaalbaarheid, de ruimtelijke structuur en de verkeersafwikkeling. Hierbij wordt ook ingegaan op het verkeerskundig rapport van BVA. Het college merkt naar aanleiding van de nieuwe stukken het volgende op: 1. Woningbouwprogramma In de eerdere beoordeling was het in Wognum Noord te realiseren programma substantieel groter dan in West. Plan West gaat nu uit van woningbouw op 24 hectare, vergelijkbaar met plan Noord (25 Ha). Op dit onderdeel zijn de plannen nu vergelijkbaar. In beide plannen wordt verder aangegeven dat men gaat voor differentiatie in woningtypen en dat men bij de uitgifte voorrang willen verlenen aan eigen ingezetenen. Ook op dit punt zijn de plannen vergelijkbaar. 2. Betaalbaarheid De nieuw aangeboden stukken geven op dit punt géén aanleiding tot een ander inzicht.
Deze factoren worden met name bepaald door de randvoorwaarden (ruimtelijk en anderszins) die de raad meegeeft in de nog op en vast te stellen kaderstellende notitie. Dat geldt in het bijzonder ook voor de prijzen van de op te leveren woningen: ook die kunnen alleen bepaald worden wanneer de randvoorwaarden (programma, ruimtelijke randvoorwaarden, verkeersafwikkeling en kosten bovenwijkse voorzieningen) bekend zijn.
3. Ruimtelijke structuur In de eerdere beoordeling is aangegeven dat Wognum West is gelegen in een waardevol landschappelijk gebied. Wognum Noord is gelegen in een minder waardevol landschappelijk gebied. Het plan Wognum Noord biedt de kans om de entree van Wognum een kwalitatieve impuls te geven. Het nieuwe plan West, ‘Zomerbloesem’, is fors vergroot, waardoor de woningbouw over een aanzienlijke lengte is gesitueerd op ca. 100 meter uit de Grote Zomerdijk. Op dat deel van de Grote Zomerdijk is nu nog vrij uitzicht (van ca. 800 meter) over een fraai landelijk gebied naar de Westeinderweg. Aan de randen wordt weliswaar ruim 11 hectare met groen ingevuld, maar de feitelijke situatie is dat de locatie nu al in het groen ligt en er sprake is van een behoorlijke verstedelijking van het gebied tot op 100 meter van de Grote Zomerdijk. Uiteraard is bij plan Noord ook sprake van verstedelijking, maar dit gebied is gelegen op de hoek Nieuweweg/AC de Graafweg met een geringere groene kwaliteitswaarde. Bij ontwikkeling op deze locatie is er juist een kans om tot een opwaardering te komen van het gebied. De kern Wognum is compact en opgebouwd door woningbouw aan weerszijden van de Kerkstraat. Met realisering van de Bloesem ligt de bebouwing ten westen van de Kerkstraat al behoorlijk verder dan aan de oostzijde van de Kerkstraat.
Met een keuze voor West wordt nog verder richting Wadway gebouwd, terwijl een keuze voor Noord meer evenwicht geeft in de noordelijke begrenzing van de kern. Op basis van het nieuwe plan ‘Zomerbloesem’ komt het college niet tot een andere waardering van de invloed van beide plannen op de ruimtelijke structuur. Het nieuwe plan ‘Zomerbloesem’ heeft zelfs een grotere (negatieve) impact op op dit moment aanwezige ruimtelijke waarden. 4. Verkeersafwikkeling In de eerdere beoordeling is aangegeven dat bij West en Noord de afwikkeling van verkeer richting het centrum goed vorm kan worden gegeven. De afwikkeling van verkeer die niet in Wognum moet zijn, loopt voor West noodzakelijkerwijs door Wognum. De afwikkeling van verkeer voor Noord die niet in Wognum moet zijn, kan rechtstreeks via de Nieuweweg – AC de Graafweg uitwegen. Doordat het plan Noord grenst aan de Nieuweweg en de rotonde doet de kans zich voor een integraalplan te ontwikkelen voor de wijk maar ook voor een betere ontsluiting van Wognum. In rapport van BVA wordt aangegeven dat gezien de ligging van de kern Wognum ten opzichte van de hoofdwegenstructuur (A7), verreweg het grootste deel van het externe verkeer een oostelijke oriëntatie heeft richting de A-7. Uitgaande van een eindsituatie met 600 woningen komt de uiteindelijke verkeersgeneratie neer, aldus BVA, op ca. 4000 tot 4500 motorvoertuigen per etmaal.
BVA concludeert daarbij dat de externe ontsluiting bij plan Noord het beste is geregeld doordat het gemotoriseerd verkeer binnen korte afstand het hoofdwegennet kan bereiken. BVA geeft vervolgens aan dat de Zomerbloesem zich kenmerkt door een minder goede externe ontsluiting en dit ‘oplost’ door spreiding aan te brengen in de verkeersbewegingen door in- en uit te wegen via de omringende woonstraten. Daarbij is géén aandacht gegeven aan het feit dat die ontsluitingen uiteindelijk uitkomen op de Kerkweg en het verkeer vanaf daar via drie rotondes/kruisingen (nabij de school, kerk en Nieuweweg) en de Verlengde Kerkweg richting de
Nieuweweg moet uitwegen. Het externe verkeer geeft dus ten opzichte van Noord een behoorlijke extra belasting op meerdere wegen in Wognum. Met betrekking tot het interne (centrum)verkeer geeft BVA aan dat de Zomerbloesem tot aanzienlijk minder omrijden leidt, waarbij zij het plan vergelijkt met de Commandeur. Het plan Commandeur is echter niet aan de orde, het zou hier moeten gaan om een beoordeling van het plan Noord (A en B). In plan Noord is een directe verbinding mogelijk naar de Westeinderweg en mogelijk nog een tweede verbinding voor langzaam verkeer bij de locatie Kroon (C). Van omrijden via de Nieuweweg/Verlengde Kerkweg, bijvoorbeeld bij het halen of brengen van kinderen van en naar school, is geen sprake. Aandachtspunt bij een keuze voor Noord is wel dat er een veilige oversteek op de Westeinderweg wordt gerealiseerd. In de quickscan van BVA wordt aangegeven dat de verkeersafwikkeling nabij het hoofdwegennet Noord voor de verkeersafwikkeling gunstig is maar dat het ook een minder prettig woon- en leefklimaat met zich mee kan brengen (lawaai en fijnstof). Dit is een terecht aandachtspunt wat ondervangen kan worden door het houden van voldoende afstand. Een belangrijk aandachtspunt is nog dat los van de locatiekeuze, zowel aan de Nieuweweg als aan de rotonde een reconstructie moet plaatsvinden om het extra verkeer te kunnen afwikkelen.
Gelet op de ligging van plan Noord biedt deze locatie kansen om tot een verbeterde verkeerssituatie te komen door een integraal plan te ontwikkelen voor woningbouw in combinatie met het oplossen van verkeersknelpunten met betrekking tot de Nieuweweg als aan de rotonde en daarmee de entree van Wognum. Al met al leidt de analyse van BVA niet tot een andere waardering van beide initiatieven. Conclusie De ter nadere onderbouwing van ‘Zomerbloesem’ ingebrachte stukken leiden niet tot een andere waardering van beide initiatieven. Het college blijft een voorkeur houden voor Wognum Noord. Dit geldt eens te meer daar de ruimtelijke structuur door de nieuwe invulling van ‘Zomerbloesem’ verder verslechtert. In het rapport van BVA ziet het college geen onderbouwing voor de stelling dat de verkeersafwikkeling in West beter zou verlopen dan in Noord. Dit geldt eens te meer daar in het rapport van BVA sprake is van een incorrecte vergelijking tussen West en Commandeur, en een te beperkte conceptuele analyse van de verkeerseffecten van West op het onderliggend wegennet. Al met al blijft het college bij het eerder aan u aangeboden raadsvoorstel.