09 Beantwoording Commissievragen Morgen! raadscie. 13-5 agendapunt 8.1 Principeverzoek vergroten bouwvlak Liederik 1 Zwaagdijk-Oost
Tekst van het document
Zaaknummer
Z-23-482395
Documentnummer
DOC-24-838177
Naam commissielid
T. Beuker
Fractie
Morgen!
Onderwerp
Commissievragen Morgen! raadscie. 13-5 agendapunt 8.1 Principeverzoek vergroten bouwvlak Liederik 1 ZwaagdijkOost 6 mei 2024
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder J. Broeders Afdeling Externe dienstverlening
1.
Schouten Tulips wenst uit te breiden naar 8 hectare. Gaat deze uitbreiding tevens zorgen voor meer werkgelegenheid? Zo ja worden hiervoor arbeidsmigranten aangetrokken?
antwoord
De werkgelegenheid neemt volgens de initiatiefnemer toe. Gegeven de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt, alsmede de structuur van de sector, lijkt het reëel er vanuit te moeten gaan dat deze uitbreiding zal leiden tot een toename van het aantal buitenlandse werknemers.
2.
Zo ja, waar worden deze extra arbeidsmigranten gehuisvest?
Antwoord
Dit is nog niet bekend. Schouten Tulips heeft op het perceel Liederik 4 een voorziening voor de huisvesting van 30 medewerkers. In dit principeverzoek is voor de extra benodigde bedden geen huisvestingsvoorziening opgenomen.
3.
Welke gevolgen voorziet het college wanneer de raad wel zou instemmen met dit raadsvoorstel voor de direct omwonenden?
Antwoord
Het aantal verkeersbewegingen zal ongetwijfeld toenemen. Daarnaast vindt er verdichting plaats van de bebouwing.
4.
Welke schade voorziet het college aan het landschap en welk precedent kan dit scheppen in onze gemeente wanneer deze bedrijfsuitbreiding mogelijk wordt gemaakt?
Antwoord
De linten waar de woningen en bedrijfsgebouwen aan zijn gelegen, lopen in Westfriesland hoofdzakelijk van oost naar west. De dwarslinten die daar haaks op staan, zoals bijvoorbeeld de Liederik, zijn veelal grotendeels onbebouwd. Dit draagt er toe bij dat het doorzicht op het open landschap wordt behouden. Medewerking aan het principeverzoek draagt bij aan verdichting van de linten en daarmee aan het beperken van de beleving van het Westfriese open landschap. Ook schept het een
*ZB9E86B9248*
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie
precedentwerking voor andere bedrijven die willen uitbreiden buiten de polder het Grootslag. 5.
Schouten Tulips wenst te verduurzamen, kan dit niet plaatsvinden binnen het bestaande/huidige bouwvlak?
Antwoord
Zoals in het raadsvoorstel al is aangegeven is het college, vanwege de aperte strijd van het principeverzoek met de door de raad vastgestelde (ruimtelijke) kaders en uitgangspunten, niet toegekomen aan een nadere inhoudelijke beoordeling. Dat geldt dan ook voor de vraag of deze uitbreiding nodig is voor de gewenste verduurzaming.
6.
In hoeverre strookt deze eventuele bedrijfsuitbreiding met recent verschenen rapporten als bijvoorbeeld de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, Rapporten van de SER en de Nederlandsche Bank over onze arbeidsmarkt en de toekomst van onze economie?
Antwoord
Zoals al eerder aangegeven, heeft de beoordeling van het onderhavige principeverzoek alleen plaatsgevonden op zuiver ruimtelijke overwegingen. De genoemde rapporten hebben geen betrekking op ruimtelijke overwegingen, maar gaan over zaken als bevolkingsopbouw en wenselijke economie structuur. Het is aan de raad in hoeverre ze de in deze rapporten gehanteerde argumenten wenst te betrekken bij de eigen beoordeling van dit principeverzoek, zoals die volgt uit het door uw raad in 2016 vastgestelde amendement.
7.
Bent u, met ons, van mening dat we eerst een afgewogen mening moeten vormen over ruimtegebruik nu en in de toekomst?
Antwoord
Neen. De door uw raad vastgestelde ruimtelijke kaders met betrekking tot dit principeverzoek zijn helder. Het concept-raadsvoorstel is op deze helderen kaders gebaseerd. Indien uw raad echter zou overwegen om van deze kaders af te wijken, zou het inderdaad verstandig zijn om de kaders eerst tegen het licht te houden. Dat zou dan kunnen gebeuren bij het vaststellen van de omgevingsvisie.
8.
Kunnen wij eisen stellen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen, mede gezien in het licht van de kwaliteit van het oppervlaktewater?
Antwoord
Wij kunnen geen strengere eisen stellen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen, dan wat wettelijk is toegestaan.