CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

09 Beantwoording Commissievragen Morgen! raadscie. 11-12 agendapunt 4.1 Nota Speelplekkenbeleid 2023-2033

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente MedemblikBij agendapunt: Nota Speelplekkenbeleid 2023-2033 (pfh. G. Gringhuis)678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Zaaknummer

Z-22-434445

Documentnummer

DOC-23-764587

Naam commissielid

S. Zeilemaker

Fractie

Morgen!

Onderwerp

Commissievragen Morgen! raadscie. 11-12 agendapunt 4.1 Nota Speelplekkenbeleid 2023-2033 4 december 2023

Datum waarop de vraag is gesteld

Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Gerben Gringhuis Afdeling Maatschappelijk Beleid Inleiding U schrijft in het voorstel: “Als ervoor gekozen wordt om in de toekomst minder geld beschikbaar te stellen, dan kan het bestaan van de huidige speelplekken niet worden gegarandeerd. Een consequentie hiervan zou kunnen zijn, dat van formele speelplekken meer overgegaan wordt naar informele speelplekken en er minder speeltuinen overblijven (bepaald op basis van demografie en levensduur)” 1.

Welke mogelijkheden ziet u om formele speelplekken om te zetten in informele -, dan wel buurtontmoetingsplekken?(BOP) (zie ook bijlage lll)

antwoord

Als blijkt dat van een formele speelplek nauwelijks tot nooit gebruik wordt gemaakt, dan kan de keuze worden gemaakt om de formele speelplek te verwijderen en daar een informele, dan wel buurtontmoetingsplek, van te maken. Dit hangt samen met de demografie. Een speelplek die is ingericht op de jongste jeugd, terwijl er geen jongste jeugd meer omheen woont, kan veranderd worden in een informele plek aangepast aan de leeftijden van de jeugd die er dan woont (met prognose van komende 5 jaar).

2.

Ziet u mogelijkheden om meer informele speelplekken te realiseren door bijv. een knip aan te brengen in bepaalde straten?

Antwoord

Het idee is dat we integraal werken en als we nadenken over wijken, wegen, etc dat we dan streven om de bespeelbaarheid van de openbare ruimte te vergroten.

3.

Ziet u mogelijkheden voor informele speelplekken in plantsoenen en groenstroken. Zo niet, waar dan wel?

Antwoord

Ja, wij zien mogelijkheden voor informele speelplekken in plantsoenen en groenstroken.

4.

Hoe ziet u de vorm, lokatie etc. van “ uitdagende speelplekken”, waarover wij spraken bij de begrotingsvergadering?

Antwoord

Spelen moet al beginnen op het moment dat je je huis uitloopt. Het gaat erom dat bij het inrichten van de buitenruimte er rekening wordt gehouden met de bespeelbaarheid. Dit kan door bijvoorbeeld bosjes aan te leggen zonder pijnlijke prikkels, waar kinderen

in kunnen spelen, maar ook een onderdeel van de buitenruimte is. In dit geval ontstaat een informele plek spontaan doordat kinderen er gebruik van kunnen maken. Er kunnen ook informele plekken worden aangelegd. Denk aan een berg zand (tijdelijk) neer te leggen. Dan doe je dit enkel voor de kinderen. Dit speelplekkenbeleid adviseert met name op het eerste.

Sociale veiligheid Heeft u plannen om in bepaalde buurten informele speelplekken te creëren 1. bijvoorbeeld op de plaats van een gazon in het zicht van woningen? Antwoord

Daar zijn nu geen plannen voor. Na vaststelling van het beleidsplan zal er per kern gekeken worden, onder andere in samenspraak met de kernraden, waar de bespeelbaarheid verbeterd kan worden.

Bijlage lll U schrijft over het aantal kinderen wat nodig is om speelplekken aan te leggen, dan wel voor te behouden. 1.

Kunt u dit toelichten?

Antwoord

Het aanleggen en onderhouden van (in)formele speelplekken kost middelen. Maar belangrijker nog moet wat er aangelegd wordt in een behoefte voorzien. Er moet periodiek worden gepeild of er genoeg kinderen zijn in de juiste leeftijdscategorie voor het aanleggen en/of onderhouden van een (in)formele speelplek. Adviesbureau OBB, gespecialiseerd in speelplekkenbeleid, heeft daar de normen voor opgesteld.

Bijlage llll Er moet een trapveldje zijn per 500 jongeren tussen 6 en 18 jaar. 1.

Halen we die norm?

Antwoord

In de bijlage gaat het over verharde trapveldjes voor jongeren van twaalf tot achttien jaar. In onze gemeente hebben we circa 3250 jongeren tussen twaalf en achttien jaar. Dat houdt in dat we gemeente breed minimaal zes verharde trapveldjes hebben. Naast de zes verharde trapveldjes hebben we circa dertig trapveldjes met gras als ondergrond.

2.

Moet een trapveldje altijd een trapveldje zijn om als trapveldje gebruikt te kunnen worden?

Antwoord

Nee, dat hoeft niet. Op trapveldjes kan natuurlijk ook op een andere wijze gespeeld worden, zoals het ook mogelijk is dat kleine kinderen een balletje kunnen overtrappen op een grasveld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=a5a187cc-c6a7-4570-9366-176fdfff2f0b