08 DOC-22-566155 Rombou
Tekst van het document
romb u aan
Gemeente Medemblik College van Burgemeester en Wethouders Postbus 45 1687 ZG Wognum
tel.nummer
088 236 82 36
referentie Datum Betreft
15-7-2022 Zienswijze tegen bestemmingsplan Wognum-Bloesemgaerde Noord
Geachte leden van het college,
Bij deze wil ondergetekende namens een zienswijze indienen op het ontwerpbestemmingsplan Wognum-Bloesemgaerde Noord. Volgens de toelichting in het bestemmingsplan wordt gedaan alsof de bestaande vergunning voor het houden van vleesstieren en schapen al is ingetrokken. Terwijl nog maar recentelijk door de gemeente is ingezet op het intrekken. voelt zich enorm overvallen/overrompeld door die actie van de gemeente en vindt het niet correct dat zijn vergunning op deze kille wijze uit de weg wordt geruimd van wege puur het woningbouwplan. Het voornemen daartoe dateert van 22 april jongstleden. Door
is inmiddels bezwaar aangetekend tegen het op 8 juni verzonden be
sluit tot intrekking. Dat bezwaar mag als hier herhaald en ingelast worden beschouwd en is als bijlage bijge voegd. Naar de mening van moet wel rekening worden gehouden met de volledige vergunning. Immers de vergunning rust nog op de inrichting.
Jufferenwal 30
t
Postbus 432
e
8000 AK Zwolle
088 236 82 36 info@rombou.nl www.rombou.nl
Voorkomen moet worden dat er een onomkeerbare situatie ontstaat. Daarom verdient het sterk de voorkeur dat tenminste de afloop van de intrekkingsprocedure wordt afgewacht. Want als de intrekking geen doorgang kan vinden zal bij de betreffende woningen sprake zijn van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat en is het plan dus onuitvoerbaar. Overigens is het ook belangwekkend dat het bedrijf van van rechtswege valt onder het Activiteitenbesluit. De ingezette intrekking heeft geen betrekking daarop. Onder getekende durft de stelling aan dat daarmee nog steeds het recht bestaat om dieren (120 vleesstieren en 150 schapen) te houden. Waarmee in het voorliggende plan dus geen reke ning is gehouden. Het bezwaar tegen de intrekking maakt ook overduidelijk wat
vindt van de
hele gang van zaken. De gemeente heeft totaal geen oog gehad voor de belangen van en heeft berekenend en met voorbedachte rade ingezet op het uit de weg ruimen van de vergunning. De gemeente wil puur uit eigen woningbouw-belang, zonder enige vorm van overleg/dia loog, volstrekt plotseling een streep gaan zetten door de vergunning van Zonder het woningbouwplan was de gemeente niet daartoe gekomen. Maar is dit de manier waarop een overheid te werk dient te gaan? Is dit zorgvuldig en fat soenlijk besturen? Bekijk eens de gang van zaken vanuit het standpunt van . Dan is die gang van zaken toch echt niet netjes. zou over de hele gang van zaken graag in gesprek willen met de gemeente. Zij willen in tegenstelling tot de gemeente wel het initiatief tonen om gezamenlijk en open lijk te onderzoeken of deze door de gemeente veroorzaakte schrijnende kwestie niet naar te tevredenheid voor beide partijen is op te lossen.
Mocht u nog vragen hebben dan kunt u mij bereiken op telefoonnummer
Erop vertrouwend u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,
__
specialist ruimtelijke ordening en milieu
romb u aan
Gemeente Medemblik College van Burgemeester en Wethouders Postbus 45 1687 ZG Wognum
tel.nummer referentie Datum Betreft
088 236 82 36 Zaaknummer OD.366544 13-7-2022 Bezwaar tegen besluit tot intrekken omgevingsvergunning beperkte milieutoets
Geachte leden van het college, Bij deze wil ondergetekende namen bezwaar aantekenen tegen de intrekking van de omgevingsvergunning beperkte mili eutoets rustende op zijn bedrijfslocatie Kern van het bezwaar is dat veel te gemakkelijk en oppervlakkig wordt verondersteld dat er geen gebruik meer zal worden gemaakt van de omgevingsvergunning. Er is volstrekt te weinig aandacht voor de overduidelijke belangen van Ter wijl juist een zorgvuldige belangenafweging essentieel is bij een intrekking. Daarnaast worden de milieubelangen schromelijk overschat. In dit bezwaarschrift wordt vanuit verschillende invalshoeken duidelijk dat het willen realise ren van de woonwijk Bloesemgaerde-Noord ertoe heeft geleidt dat de gemeente nietsont ziend op de intrekking van de omgevingsvergunning heeft ingezet. Het stelt ons teleur dat een gemeente zich zo, kil en afstandelijk, opstelt. Terwijl binnenkort de omgevingswet in werking treedt, waarin juist de dialoog hoogtij viert. Veel wijst erop dat het een vooropgezette actie is om de vergunning van uit de weg te ruimen. Immers in de toelichting van het bestemmingsplan voor de Bloesemgaerde-Noord staat dat er al in 2011 een berekening is gemaakt. Tijdens drie uitgevoerde controles is met geen woord gerept op de mogelijkheid van een in trekking. Is dat bewust geweest? Maar is dat fair handelen?
088 236 82 36
Jufferenwal 30 Postbus 432 8000 AK Zwolle
e
info@rombou.nl www.rombou.nl
is zelfs verteld dat het woningbouwplan geen gevolgen zou hebben voor zijn bedrijf en dan gebeurt dit. Met dit bezwaarschrift willen wij duidelijk maken dat de belangen van zorgvuldiger en veel zwaarder gewogen dienen te worden.
Gebruik van de stal Er is niet onderkend dat het nu anders gebruiken van de stal een tijdelijk karakter heeft. Algemeen gesproken is het zo dat bedrijfsomstandigheden variëren. Als ondernemer speel je daar op in. Dan kan het dus zijn dat de éne tak een aantal jaren niet of minder presteert, dat in afwachting van andere/geschiktere tijden. Het kan/mag toch niet zo zijn dat een overheid dat normaal ondernemen onder druk zet door plotseling over te gaan tot intrekken? Daarmee gaat een overheid te veel op de stoel zitten van een ondernemer. Zelfs al zou er drie jaar geen gebruik zijn gemaakt van een vergunning. De belangen van een onderneming dienen ons inziens te prevaleren. Vast staat dat drie zoons in het bedrijf gaan. Daardoor is er meer arbeid beschikbaar en moeten meer inkomsten gegenereerd worden. Daarom is er juist veel animo om de dieren weer te gaan houden. Mede in voorbereiding daarop is de afgelopen jaren richting de gemeente be zig geweest om medewerking te krijgen voor de bouw van een loods voor de stalling van ma terieel voor zijn andere bedrijfstakken. Dat materieel staat nu in de stal. Als die loods gebouwd is komt de stal weer vrij voor het houden van de dieren. Wat dat be treft zijn de voorbereidingen om de stal in gebruik te nemen enkele jaren geleden al gestart. De gemeente is daarvan op de hoogte.
Daarbij klopt het dat dit niet in het principeverzoek zo is verwoord. Dat was ook niet nodig, want het houden van dieren is immers een vast staand recht. Waarom iets verzoeken watje al hebt? De twee laatste controlemomenten komen uit diezelfde periode. Waarin dus al met de gemeente bezig was voor de loods. Is het dan billijk dat nu overgegaan wordt tot intrekken? De ODNHN betrekken niet in hun overwegingen dat het houden van dieren weer vrij een voudig kan worden opgestart. Het stalgebouw is volledig gebruiksklaar aanwezig. heeft het bewust in die staat gehouden. Juist om de mogelijkheid te behouden om weer dieren te kunnen gaan houden. Tijdens de controle van 25 februari 2022 is inderdaad aangegeven dat er eventueel weer schapen gehouden zullen worden. Het bevreemd ons dat dat niet gezien wordt als een con creet voornemen. Benieuwd ons wat dan wel onder concreet dient te worden verstaan.
Nl’iv ilKOI HS BEHEER BV WESTEINDERWEG 2 TE WOGNUM
romb u
Volgens het bestemmingsplan heeft de locatie een agrarische bedrijfsbestemming. Het in trekken van de omgevingsvergunning is in onze ogen in strijd met die bestemming. Juist op dergelijke bedrijfslocaties is het ongepast als overgegaan wordt tot het intrekken van een vergunning. Een vergunninghouder mag dan de verwachting hebben dat een gemeente het doelmatig gebruiken van een bestemming niet frustreert door dit soort acties.
Belangenafweging De wijze waarop de omgevingsdienst dit besluit heeft gemotiveerd laat een volstrekt eenzij dige belangenafweging zien. Terwijl gesuggereerd wordt, onder het kopje "Belangenafwe ging" dat ook rekening is gehouden met de (financiële) belangen van vergunninghouder. Tegelijk wordt ook het milieubelang niet zwaarwegend en steekhoudend onderbouwt. Een intrekking van een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een inrichting kan in beginsel bijdragen aan de bescherming van het milieu. In dit geval lijkt het vooral te gaan om een toekomstig woningbouwbelang. De andere belan gen die worden genoemd (emissies stikstof en fijnstof) worden onvoldoende onderbouwd. Wij vragen ons ook af of in de afweging of sprake is van een "bijdrage aan de bescherming van het milieu" ook een toekomstig woningbouwbelang mag worden betrokken? Uitgaande van de feitelijk aanwezige situatie, de huidige woningen van derden, levert intrek ken geen enkele bijdrage aan de bescherming van het milieu. Zeker niet in die mate dat een volledige intrekking op zijn plaats is. Op het moment van het nemen van het intrekkingsbesluit lag het ontwerp van het woningbouwplan nog niet eens ter inzage. In de toelichting van dat plan wordt een voorschot genomen op de intrekking. Ook daar blijkt uit dat een en ander niet zorgvuldig plaatsvindt.
Nu de intrekkingsprocedure nog on derweg is, is het immers voorbarig om in een toelichting het als voldongen feit te presente ren. Tegen dat bestemmingsplan heeft een zienswijze ingediend. De vergunning is nog relatief jong. Een vergunning die juist in het kader van de bescherming van het milieu verleend is. Er werd en wordt voor alle aspecten voldaan aan alle milieuregel geving. Het bevreemd ons dat het nu in het belang van het milieu zou zijn als deze wordt in getrokken. Daarmee wordt ook inbreuk gepleegd op de duurzame zekerheid die een inrichting houder op een passende bestemming moet kunnen ontlenen aan een vergunning. De vraag is of hier sprake is van bestuurlijk fair cq sportief handelen. Het heeft er te veel schijn van dat vanwege het gemeentelijk woningbouwbelang nietsontziend is ingezet op het intrekken. In den lande is er de laatste jaren een grote terughoudendheid in het intrekken van milieutoestemmingen van veehouderijen. Dat vanwege de verstrekkende gevolgen voor de rech ten en het bedrijfsbelang in het kader van de Wet Natuurbescherming. ervaart het handelen van de gemeente als een vorm van rechtsongelijkheid.
Door de geplande woningbouw is het belang van , in het behoud van de ver gunning, veel groter. Die woningen, liggend in de bebouwde kom, zullen de afgifte van een zelfde vergunning blokkeren. De intrekking heeft daarmee onomkeerbare negatieve gevol gen. Onder de kop "knelpunt Geurhinder" wordt toegelicht dat er een overschrijding zou plaats vinden en dat daarom niet alle geprojecteerde woningen gebouwd kunnen worden. Onduidelijk is hoeveel woningen niet gebouwd kunnen worden. Er heeft daarmee geen ge nuanceerde belangenafweging plaatsgevonden. Immers enkele woningen niet kunnen bou wen hoeft geen onevenredige afbreuk te doen aan het woningbouwplan. Is er sprake van (groot) maatschappelijk belang als er slechts enkele woningen niet gebouwd kunnen worden? Dat afgezet tegen de bedrijfsbelangen van Er wordt gesuggereerd dat het niet meer kunnen houden van de vleesstieren zorgt voor een reductie van fijnstof. Niet wordt onderkend dat niet de emissie, maar de immissie beoor deelt dient te worden. Om helder te krijgen of er negatieve gevolgen zijn voor het woon- en leefklimaat. Daarmee wordt onterecht afgeweken van de normale manier van beoordelen. Onvoldoende is aangetoond dat de reductie van fijnstof een reëel milieubelang vertegen woordigt. Er wordt gesuggereerd dat het niet meer kunnen houden van de dieren leidt tot een belang rijke afname van de stikstofemissie.
Het belang daarvan wordt niet aangetoond. Natura2000 gebieden liggen op grote afstand van het bedrijf. De depositie is dus relatief zeer laag. Volgens het op 10 juni door het kabinet vrijgegeven, inmiddels roemruchte kaartje, zit het bedrijf in een gebied met een generiek kortingspercentage van 12 procent. Het is dus zwaar overtrokken om een intrekking van 100 procent belangwekkend voor het milieu te vinden. Daarmee is ook het stikstof-belang van de intrekking marginaal. Zeker afgezet tegen de be langen van
(Financiële) belangen vergunninghouder Onder het kopje "Financiële belangen vergunninghouder" wordt gesteld dat de financiële belangen voor (zeer) beperkt zijn. Dat is een schromelijk onderschatting van het werkelijke effect. Hieronder enkele effecten: Het verlies van de waarde van de ammoniakrechten. Het verlies van de gebruikswaarde van de stal. Het verlies van een aanmerkelijk aandeel in het bedrijfsinkomen. Het verlies van de mogelijkheid om intern te kunnen salderen. Het verlies van flexibiliteit in de bedrijfsvoering. Het verlies van continuïteit in de bedrijfsvoering. Het verlies van het voor eigen gebruik kunnen benutten van de gronden en dus een lagere gebruikswaarde van die gronden. Het verlies van de mogelijkheid om meer eigen arbeid, nu de zoons in het be drijf gaan, door het houden van dieren te kunnen laten renderen.
romb u Het verlies van de mogelijkheid om te voldoen aan de bestemming in het be stemmingsplan. Te oppervlakkig en te algemeen wordt aangenomen dat de marges voor het houden van vleesvee laag zijn. Daarom zou er geen aanmerkelijk financieel belang zijn. In werkelijkheid zijn de marges jaarlijks fluctuerend en elk jaar weer afhankelijk van de bedrijfskosten en de opbrengstprijzen. Zo zijn toevalligerwijs de marges in de vleesveehouderij op dit moment meer dan uitstekend. Maar zolang er geen vervangende loods is kan de bestaande stal niet in gebruik worden ge nomen. Wat dat betreft zou het bijzonder welkom zijn dat de gemeente vlot meewerkt aan het ingediende verzoek voor de bouw van een loods. Juist het gemengde karakter van de bedrijfsvoering maakt dat er wel degelijk goede marges te behalen zijn. Het houden van dieren sluit uitstekend aan op de gehele bedrijfsopzet. Daar liggen bedrijfseconomisch veel voordelen. De leeftijd van de zoons en ook hun in het bedrijf komen maakt dat er nu voldoende en rela tief goedkope arbeid aanwezig is. De regelmatig bij de fouragehandel vrijkomende restpartijen of mindere partijen kunnen als ruwvoer op worden gevoerd aan de stieren. Wat financieel juist zeer aantrekkelijk is. Door in de fouragehandel actief te zijn is er sowieso meer oog voor voordelige partijen voer. De bestaande stal is met enkele simpele voorzieningen gebruiksklaar.
Dus vrijwel zonder kosten kunnen er dieren gehouden worden. Door de loonwerktak is er materieel aanwezig waarmee ook alle werkzaamheden voor het verzorgen van de dieren kunnen worden gedaan. Dat dubbele gebruik van het materieel leidt tot zeer efficiënt gebruik en daarmee ook weer lagere kosten. Bij het bedrijf is ongeveer 24 hectare landbouwgrond in gebruik. Gronden die alleen maar een functie hebben voor de tak veehouderij. Voor de productie van ruwvoer voor de dieren, om de mest op uit te rijden en voor het weiden van de schapen. De beschikbaarheid van deze gronden voor de dierentak is uiteraard positief voor de exploitatie. Gevolg van deze specifieke bedrijfsomstandigheden is dat er verhoudingsgewijs juist veel marge te maken valt. Ze kunnen het houden van de dieren er zonder veel tijd en kosten bij doen. Daarmee is het financiële belang van in het behoud van de vergunning, dus ook groot. Nog meer nu de zoons toetreden tot het bedrijf.
Ammoniakrechten Op het bedrijf rusten ammoniakrechten in het kader van de Wet Natuurbescherming. Daar voor doet het er niet toe dat er enkele jaren geen dieren zijn gehouden. wil die rechten in blijven zetten voor het bedrijf. Zolang er sprake is van in tern salderen is er geen natuurvergunning nodig.
De ammoniakrechten zijn van vitaal belang voor het voortbestaan van het bedrijf, Niet al leen voor het houden van dieren, maar voor alle werkzaamheden op het bedrijf waarbij stik stof vrijkomt, voor nu en voor de toekomst. Het intrekken leidt tot vervallen van de referentie en dat is voor
onaccepta
bel. Goed beschouwd staat mogelijk het voortbestaan van het gehele bedrijf op het spel. Het intrekken heeft dus verstrekkende en onomkeerbaar negatieve gevolgen. De omgevingsdienst onderkent dat helemaal niet. Ammoniakrechten vertegenwoordigen overigens ook een financiële waarde. Een intrekking leidt ertoe dat die vermogenswaarde verliest.
Bedrijfscontroles Maar op drie momenten heeft er een controle plaatsgevonden. Met een lange tijd tussen de eerste en de latere controles. Daarmee geven die controles geen getrouw beeld. Onvol doende is aannemelijk gemaakt dat er drie jaar geen gebruik zou zijn gemaakt van de ver gunning. De beide laatste controles geven zelfs geen duidelijkheid over een periode van tenminste drie jaar. Tussen de laatste twee controles zit immers slechts iets meer dan een jaar. Volgens overweging 5.1 van uitspraak RVS:2022:1892 zijn controlerapporten zelfstandig ook niet dragend voor de conclusie dat er drie jaar lang geen handelingen zijn verricht met de vergunning.
Intrekking OBM Het bedrijf is van rechtswege gaan vallen onder het Activiteitenbesluit. Dat geldt ook voor de activiteit van het houden van de vleesstieren en de schapen. Wat is dus het effect van de in trekking van alleen de omgevingsvergunning? Gelet op de samenhang tussen de melding Activiteitenbesluit en de OBM vragen wij ons af of deze intrekking wel legitiem is. Ook omdat uit bestendige jurisprudentie, betrekking hebbende op bedrijven vallend onder het activiteitenbesluit of voorgangers daarvan, blijkt dat langjarige leegstand niet leidt tot het vervallen van die milieutoestemming.
Totstandkoming besluit onzorgvuldig Het voornemen tot intrekken, bij brief van 22 april, heeft
totaal overvallen.
Het bevreemd ons enorm dat er tijdens de controles met geen enkel woord aandacht is be steed aan de mogelijkheid van het intrekken van een vergunning als er geen gebruik van wordt gemaakt. Als fair was voorgelicht had hij anders gehandeld.
romb u In de brief van 22 april werd een zeer korte termijn, van twee weken, gegund voor het indie nen van een zienswijze. Is dat fair handelen? Ware het ook niet passender geweest als de omgevingsdienst/gemeente zorgvuldiger in was gegaan op de gemailde reactie van
De reactie wordt nu afstandelijk en strikt
formeel afgedaan in voorliggend besluit. Ook dit laat zien dat er geen oog is voor de belan gen van Tussen het voornemen tot intrekken en onderhavig besluit zitten enkele maanden. In over weging 3.2 van de door de ODNHN aangehaalde uitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:3583) wordt verwoord dat de gemeente in dat geval de betreffende vergunninghouder twee jaar de tijd heeft gegeven om zich te beraden op het voornemen tot intrekken. In voorliggend geval heeft de ODNHN totaal geen faire tijd/kans gegeven. Door het woningbouwbelang was de focus volledig gericht op het uit de weg ruimen van de vergunning van Gelet op de vergaande gevolgen had de gemeente/ODNHN veel zorgvuldiger met de belan gen van om kunnen gaan. Door de overrompelende actie zijn de belangen van nu onvoldoende bij de besluitvorming betrokken. Onduidelijk is of een gedeeltelijke intrekking of een wijziging van de inrichting is overwogen; die wellicht zelfs tegemoet kan komen aan alle belangen. Gelet op de vergaande gevolgen voor had het op de weg van de ODNHN gele gen om ook dat zorgvuldig te onderzoeken. Immers een ingrijpend besluit tot intrekken dient wel evenredig te zijn; zoals te lezen valt in overweging 6.1 van uitspraak RVS:2022:1892.
Afsluitend Dit bezwaarschrift maakt overduidelijk dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. De nadelige (financiële) gevolgen van de intrekking zijn voor tot de met het intrekkingsbesluit te dienen doel, onevenredig groot.
, in verhouding
Het algemene belang "de bescherming van het milieu" weegt hier lichter dan het belang van in het behoud van de omgevingsvergunning. Wat vooral heeft gemist is een faire aanpak/dialoog. Hoe kan het zijn dat de gemeente met voorbedachte rade en zonder enige redelijk- en openheid richting de familie heeft ingezet op het uit de weg ruimen van de vergunning? Wij zien graag dat de gemeente terugkomt op haar besluit om over te gaan tot intrekking. Opdat
de dieren kan blijven houden. is bereid om over de ontstane situatie in overleg te treden met het college.
Wellicht dat partijen tot een passender/redelijker uitkomst kunnen komen. Het is echt een gemiste kans dat de gemeente niet eerder de dialoog is aangegaan.
Mocht u nog vragen hebben dan kunt u mij bereiken op telefoonnummer
Erop vertrouwend u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,
_
specialist ruimtelijke ordening en milieu
L)oywv\
vUoG.^©Y-ap,ercJe. \V)oorci
/t
Medemblik
Ontvangstbevestiging Gemeente Medemblik
Naam : Adres : Postcode : Woonplaats :
In ontvangst genomen d.d. :
(0°-
CTj- - rozz
In ontvangst genomen door :
Onderwerp :
CVyVy^N r\r\ < 7<CAsTF o - 2<3T*
Datum brief : Pagina’s :
Ondertekening/stempel gemeente
iö