07 Beantwoording commissievragen VVD raadscie 13-1 agendapunt 9.2 Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2022.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer
DOC-22-480491
Zaaknummer
Z-21-180420
Naam commissielid
T. Beerepoot
Fractie
VVD
Onderwerp
Commissievragen VVD raadscie. 13-1 agendapunt 9.2 Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2022
Datum waarop de vraag is gesteld
10 januari 2022
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder Afdeling
1.
De Adviesdienst Sociaal Domein vraagt wat er onder de verantwoording van een PGB verstaan wordt. In de stukken kunnen wij lezen dat dit richting de adviesraad uitgelegd is.
antwoord
Zou dit ook richting de commissie uitgelegd kunnen worden? De verantwoording van de besteding van het pgb vindt op meerdere manieren plaats: Voorafgaand aan de verstrekking: de gemeente heeft criteria opgesteld waaraan de pgb-houder moet voldoen. Daarmee toetst de gemeente de pgbvaardigheid, ofwel: of de inwoner, dan wel de beoogde budgetbeheerder in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake en of deze in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.
De pgb-vaardigheid wordt getoetst op: o kwaliteit van het persoonlijk budgetplan; o financieel beheer; o zorginhoudelijk beheer; o werkgeverschap. Gedurende de looptijd van het pgb/achteraf: o Middels een evaluatiegesprek met de inwoner evalueert de gemeente of de ingezette ondersteuning aan de wettelijke kwaliteitseisen voldoet; o De regionale toezichthouders kwaliteit onderzoeken steeksproefgewijs en aan de hand van signalen de kwaliteit van de pgb-aanbieders.
De verdere uitwerking van de verantwoording is opgenomen in de nadere regels Wmo. 2.
Krijgen de inwoners, conform het advies van de adviesraad, voor een herindicatie een herinnering vanuit de Gemeente toegestuurd?
Antwoord
In het huidige ICT-systeem is het niet mogelijk automatisch herinneringen te sturen. Vanuit het project Sociaal Domein in Balans is de gemeente bezig met de implementatie van een nieuw ICT-systeem (Mens Centraal), waarbij wij ook kijken naar de mogelijkheden voor het sturen van een automatische herinnering.
3.
Verder adviseert de Adviesraad om de termen inwoner en ingezetene niet door elkaar te gebruiken. In de stukken wordt dit nog regelmatig gedaan. Waarom heeft u het advies van de Adviesraad in deze niet overgenomen?
Antwoord
Het advies van de adviesraad is gedeeltelijk overgenomen: het begrip ‘ingezetene’ is aan de begrippenlijst toegevoegd. Er is niet gekozen voor het gebruik van ofwel het begrip ‘ingezetene’ ofwel het begrip ‘inwoner, omdat de twee begrippen elk een eigen betekenis hebben. ‘Inwoner’ betreft de inwoners van Medemblik. Het begrip ‘ingezetene’ wordt gebruikt voor inwoners van Nederland. Hoewel de verordening in de meeste gevallen alleen van toepassing is op inwoners van Medemblik, is de gemeente in enkele gevallen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning ook verplicht ondersteuning te verlenen aan burgers die niet in Medemblik woonachtig zijn. Dit is van toepassing waar het gaat om maatschappelijke opvang (opvang en begeleiding voor mensen en gezinnen die dak- of thuisloos zijn). In de artikelen over maatschappelijke opvang is dus het begrip ‘ingezetene’ gebruikt. Om dit verder te verduidelijken is het begrip ‘ingezetene’ in de begripsbepalingen opgenomen. In de overige artikelen is er voor gekozen het begrip ‘inwoner’ te handhaven, om zo aan te geven waar ondersteuning alleen van toepassing is op inwoners van Medemblik.
4.
In artikel 1 – begripsomschrijvingen wordt een omschrijving van een “ingezetene” gegeven. Volgens artikel 1h gaat het om iemand die in Nederland woont. Er wordt geen omschrijving van een “inwoner” gegeven. Kan ik ervan uitgaan dat hiermede iemand die in Medemblik woont, bedoeld wordt?
Antwoord
Ja
5.
In het verlengde hiervan vraag ik mij af waarom er in het raadsvoorstel over ingezetenen gesproken wordt. Moet de Gemeente Medemblik niet alleen ondersteuning bieden aan inwoners van Medemblik?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 3: het gaat hier om gebruikers van maatschappelijke opvang.
6.
Moet bij artikel 3 lid 1 niet het woord “bewindvoerder” toegevoegd worden?
Antwoord
Het woord ‘bewindvoerder’ is via een erratum toegevoegd aan de verordening.
7.
In artikel 7 lid 5 wordt weer het woord “ingezetene” gebruikt. Waarom is dat gedaan? Is het niet verstandig om altijd het woord “inwoner” te gebruiken?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 3: het gaat hier om gebruikers van maatschappelijke opvang.
8.
In artikel 8i wordt de term ingezetene van Medemblik gebruikt. Dit lijkt in strijd met artikel 1h. Had hier niet beter de term inwoner gebruikt kunnen worden?
Antwoord
Hier zijn abusievelijk de termen inwoner en ingezetene omgedraaid. De zin is aangepast in de verordening via het erratum.
9.
Nergens in de verordening vind ik een limitering van het aantal zorgverleners. Is deze constatering juist en waarom is hier niet voor gekozen?
Antwoord
Deze constatering is juist. Binnen de huidige aanbesteding is regionaal gekozen voor een openhouse constructie. De looptijd van de huidige contracten is nog 2 jaar. Dit betekent dat iedere aanbieder die voldoet aan de gestelde criteria in mag schrijven op een Wmo arrangement. Met deze constructie wordt gestreefd naar een zo passend mogelijk aanbod van voorzieningen.
10.
In artikel 14 van de verordening kunnen wij lezen dat er met een “vaste prijs” gewerkt wordt. Waarom is hiervoor gekozen; kunt u dit nader toelichten; werkt dit niet kostenverhogend?
Antwoord
Dit artikel is niet gewijzigd ten opzichte van de vorige verordening. Na een consultatie met aanbieders gedurende het aanbestedingsproces is regionaal gekozen voor het werken met een vaste prijs per arrangement. Dit heeft meerdere redenen:
Door het hanteren van een vaste prijs (met jaarlijkse indexatie) is sprake van een kostendekkend marktconform tarief, waardoor de kwaliteit van ondersteuning door de zorgverleners gewaarborgd kan worden.
Het werken met een vaste prijs voorkomt woekerprijzen in het geval van schaarse dienstverlening.
Het werken met een vaste prijs voorkomt dat er voor elk zorgtraject een tariefonderhandeling moet plaats vinden. Hierdoor kan er dus sneller zorg worden ingezet. 11.
In artikel 16.5 kunnen wij lezen dat een inwoner een niet van het inkomen afhankelijke ritbijdrage verschuldigd is. Waarom is hiervoor gekozen?
Antwoord
Dit is niet gewijzigd ten opzichte van de vorige verordening. De ritbijdrage is niet hetzelfde als een eigen bijdrage en valt derhalve niet onder het abonnementstarief. De wijze van berekening van de tarieven van de regiotaxi zijn in lijn met de tarieven van het openbaar vervoer. Inwoners betalen dus geen bijdrage per maand, maar per rit (op basis van zones) en de prijs is voor elke passagier met dezelfde rit gelijk, ongeacht inkomen. Op dit moment wordt onderzocht of de ritbijdrage omgezet kan worden naar een bijdrage per kilometer in plaats van per zone. Dit is landelijk gebruikelijk en sluit beter aan bij het openbaar vervoer.
12.
In artikel 27 staat dat e.e.a. na afloop van het beleidsplan geëvalueerd wordt. Het woord beleidsplan heb ik niet eerder aangetroffen. Kunt u dit nader toelichten?
Antwoord
De gemeente stelt periodiek een beleidsplan Sociaal domein op, waarin ondersteuning van doelgroepen in het algemeen en de Wmo in het bijzonder een plek heeft. Het nu geldende beleidsplan is het Beleidsplan Sociaal domein 2019-2022, Samenwerken om
elkaar te versterken.
13.
Op 4 november 2021 is een motie van de CU om een inkomenstoets op aanvragen voor huishoudelijke hulp op basis van de WMO toe te passen, aangenomen. Had dit raadsbesluit niet door deze verordening bekrachtigd moeten worden?
Antwoord
Een inkomenstoets op aanvragen voor huishoudelijke hulp moet bekrachtigd worden door de verordening. In de voorliggende versie is de motie “inkomenstoets op huishoudelijke hulp” van 4 november j.l. niet verwerkt. Op het moment van de betreffende raadsvergadering was het besluitvormingsproces voor de verordening reeds gestart (met de adviesaanvraag bij de adviesraad). Om de motie “inkomenstoets op huishoudelijke hulp” goed te verwerken in de verordening dient eerst onderzoek te worden gedaan naar mogelijke wijzen van implementatie en naar de speelruimte binnen de huidige wettelijke kaders. Dit onderzoek vindt plaats binnen het project Sociaal Domein in Balans en zal ook het recent gepubliceerde landelijke coalitieakkoord in ogenschouw nemen. Hierin is het volgende streven opgenomen: “Het abonnementstarief heeft geleid tot een beperking van stapeling van zorgkosten en is transparant en eenvoudig in de uitvoering. Door stijgend gebruik van de huishoudelijke hulp staat de beschikbaarheid van voorzieningen onder de Wmo onder druk. Daarom werken we naar een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens.
Hierdoor blijven hulp en ondersteuning beschikbaar.” Om op korte termijn aan te kunnen sluiten bij de meest recente jurisprudentie, stelt het college voor de voorliggende verordening vast te stellen en de uitkomsten van het onderzoek naar de invoering van een inkomenstoets op aanvragen voor huishoudelijke hulp in een volgende versie van de verordening te verwerken.