07 Beantwoording Commissievragen HvM raadscie. 14-9 agendapunt 8.7 Tussentijdse Evaluatie DVO-HVC 2020-2026
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Zaaknummer
Z-22-434445
Documentnummer
DOC-23-735483
Naam commissielid
T. Berlijn
Fractie
Hart voor Medemblik
Onderwerp
Commissievragen HvM raadscie. 14-9 agendapunt 8.7 Tussentijdse Evaluatie DVO - HVC 2020 - 2026 11 september 2023
Datum waarop de vraag is gesteld
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder H. Nederpelt Afdeling Ruimte In het samenvattende gedeelte van het raadsvoorstel wordt gesteld dat de resultaten overwegend positief zijn, hoewel er enkele kanttekeningen zijn. Echter, in de documentatie van de ABWF wordt expliciet vermeld dat er op alle relevante onderdelen van de DVO en de samenwerkingsrelatie ruimte is voor verbetering. Opvallend is dat in de rapportages van zowel ABWF als 'Buiten organisatieadvies' het woord "positief" niet voorkomt.
1.
Hoe komt het dat het raadsvoorstel spreekt van overwegend positieve resultaten, terwijl de documentatie van ABWF en 'Buiten organisatieadvies' deze positiviteit niet expliciet bevestigt en zelfs wijst op een hele lijst aan verbeterpunten?
antwoord
Dat is de conclusie voor het evaluatiemoment tijdens de looptijd van de huidige DVO waarbij, over het geheel genomen, aan de gestelde voorwaarden is voldaan. De kanttekeningen richten zich op de verbetermogelijkheden van beide partijen en hier wordt met HVC en het ABWF aan gewerkt. Een vereiste voor verbetering aan de kant van Medemblik was een invulling van bemensing voor de gemeentelijke regierol en het opdrachtgeverschap. Het totaal aan ervaringen van 2020 tot heden inclusief Corona, waarbij de afvalinzameling als primaire dienstverlening altijd is doorgegaan, is daarmee eerder positief dan negatief te concluderen.
In het raadsvoorstel wordt het volgende aangegeven: Het ABWF beveelt een aantal vervolgacties aan die de gemeente beter inzicht in de marktconformiteit van de kosten van HVC geven, die de regierol van de gemeente Medemblik versterken en de gewenste integrale adviesrol van HVC versterken. 2.
Neemt u alle aanbevelingen over zoals geformuleerd in de bijlage “evaluatie DVO HVC en gemeente Medemblik”? Zo nee, welke neemt u niet over en waarom?
Antwoord
Het college heeft ingestemd met het overnemen van de aanbevelingen uit de aanbiedingsbrief van het ABWF. Primair is nu het continueren van de huidige DVO om aan de ABWF aanbevelingen invulling te kunnen geven. Daaruit volgt de aanleiding om over alle aanbevelingen in de bijlage het gesprek te voeren en samen met het ABWF en / of HVC keuzes voor vervolgacties te maken.
3.
Hoe worden deze aanbevelingen geïmplementeerd en wie is daarvoor verantwoordelijk?
Antwoord
Om de aanbevelingen te implementeren volgt het college de lijn uit vraag 2 en is hiervoor verantwoordelijk.
4.
Wat zijn de verwachte gevolgen als de aanbevelingen niet worden overgenomen?
Antwoord
Het minder effectief behalen van de VANG- en eigen milieudoestellingen uit het grondstoffenplan.
5.
Hoe wordt de voortgang van de aanbevolen vervolgacties gemonitord?
Antwoord
Een deel wordt meegenomen in de evaluatie van het grondstoffenplan. Een ander deel vraagt om beleidskeuzes die aan de raad worden voorgelegd vanuit Medemblik en waar het gezamenlijk kan, vanuit het ABWF.
6.
Wordt deze monitoring gedeeld met de gemeenteraad en krijgt de raad de mogelijkheid om bij te sturen indien de resultaten tegenvallen?
Antwoord
Ja, de monitoring wordt gedeeld met de gemeenteraad. Het college stuurt bij als de resultaten tegenvallen en informeert hierover de raad.
7.
Waarom neemt de gemeente op dit moment nog niet deel aan een landelijke benchmark om, onder andere, de marktconformiteit in de gaten te houden?
Antwoord
Vanaf 2023 neemt gemeente Medemblik deel aan de benchmark huishoudelijk afval over peiljaar 2022. De resultaten worden gedeeld in de eindevaluatie over het grondstoffenplan.
8.
Op wat voor termijn gaat de gemeente Medemblik deelnemen aan de landelijke benchmark?
Antwoord
Zie vraag 7.