07 Beantwoording Commissievragen D66 raadscie. 13-5 agendapunt 8.1 Principeverzoek vergroten bouwvlak Liederik 1 Zwaagdijk-Oost
Tekst van het document
Zaaknummer
Z-23-482395
Documentnummer
DOC-24-838117
Naam commissielid
C. Vlaar
Fractie
D66
Onderwerp
Commissievragen D66 raadscie. 13-5 agendapunt 8.1 Principeverzoek vergroten bouwvlak Liederik 1 ZwaagdijkOost 6 mei 2024
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Afdeling Inleiding Het betreft een principe verzoek waarvan u zegt dat die op grond van criteria niet voldoet. U meldt niet toe te komen aan een inhoudelijke beoordeling vanwege de strijdigheid van het principeverzoek met de door de raad vastgestelde (ruimtelijke) kaders en uitgangspunten. Zonder een inhoudelijke beoordeling kan ook de raad wellicht geen afgewogen ruimtelijke afweging maken en ook andere aspecten niet meewegen. Schaalvergroting gaat over een effectieve(re) bedrijfsvoering maar moet ook gaan over de negatieve of positieve (maatschappelijke) effecten voor het dorp, de logistiek, bestrijdingsmiddelen, milieueffecten, overlast en duurzaamheid etc.
1.
Hoe verhoudt uw interpretatie - dat de specifieke regeling boven de 4 hectare voor agrarische bedrijven alleen voor het Grootslag geldt - zich tot de ruimte naar een inhoudelijke beoordeling dat punt 4 van het besluit uit 2019 u biedt?
antwoord
Het bij amendement in 2019 toegevoegde 4e beslispunt biedt aan uw Raad de mogelijkheid om, in afwijking van de gestelde ruimtelijke kaders, om uw moverende redenen tot een andere afweging te komen. Dit punt biedt aan het college noch de beleidsmatige ruimte, noch een te hanteren afwegings- of toetsingskader, om tot een andere afweging van belangen, respectievelijk een langs die lijnen geformuleerd raadsvoorstel te komen. Immers: wanneer beslispunt 4 gelezen zou moeten worden alsof daarmee die ruimte aan het college geboden wordt, zou dit naar de aard der zaak betekenen dat bij ieder verzoek tot bedrijfsvergroting van enige omvang (zoals in dit geval naar 8 ha) de ruimtelijke kaders die wel hebben te gelden voor kleinere aanvragen, voor grote aanvragers buiten beschouwing worden gesteld. Die ruimtelijke kaders gelden dan wel voor de kleinere bedrijven, omdat die eventueel wel zouden kunnen verplaatsen.
2.
Het nu niet voldoen aan de saneringseis zou mogelijk in overleg tot aanpassingen kunnen leiden als de ruimte voor een inhoudelijke beoordeling wordt benut?
Antwoord
Het college begrijpt de vraag niet. Als dit gaat over het tegengaan van de geluidsoverlast en/of het bevorderen van de verdere verduurzaming zie antwoord 5.
*ZB9E82E724B*
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie
3.
Ontwikkelingen boven de 2 hectare worden getoetst op beeldkwaliteit door de ARO-commissie van de provincie. (Met de handreiking grootschalige ontwikkelingen) De behandeling door de ARO-commissie gaat voorspoediger wanneer deze handreiking als uitgangspunt geldt. Is dit hier ook van toepassing als u het principe verzoek wel inhoudelijk gaat beoordelen?
Antwoord
Wij weten niet of dit het geval is.
4.
De Agrarische Beoordelingscommissie geeft aan dat de wens voor een extra bouwvlak is ingegeven doordat het bedrijf een nieuwe energiezuinige kas van 2,5 hectare wil bouwen, de productie wil verdubbelen en een eigen inpakruimte wil realiseren. De oude kassen kunnen dan dienen als overschotruimte in piekperioden en ter vervanging van kasruimte die nu wordt gehuurd. De commissie concludeert dat met name het aanhaken op de energietransitie voor het bedrijf een ‘must’ is om toekomstbestendig te zijn en het bedrijf verder over een goede visie beschikt. Die aspecten c.q. visie worden nu niet onderbouwd. Waarom ziet u geen ruimte voor inhoudelijke beoordeling op grond van het vastgestelde beleid met punt 4 uit 2019 als toetsingskader?
Antwoord
Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 1: beslispunt 4 biedt aan het college geen toetsingskader, maar aan de raad discretionaire ruimte.
5.
Een gegeven is dat met het niet inhoudelijk in behandeling nemen van de principe aanvraag de bestaande grote schuren aan de Liederik (ook achter het lint) blijven (be)staan, het bedrijf nog jarenlang aanwezig blijft maar mogelijke verbeterpunten ook v.w.b. logistiek, geluid en verduurzaming niet beoordeeld kunnen worden. Ook participatie met de omgeving over mogelijke verbetering van de bedrijfsinrichting blijft hiermee uit. Waarom ziet u geen ruimte voor inhoudelijke beoordeling op grond van het vastgestelde beleid met punt 4 uit 2019 als toetsingskader?
Antwoord
Het realiseren van verbeterpunten is niet alleen maar mogelijk bij een uitbreiding met 4 ha. Verder verwijzen wij nogmaals naar het antwoord op vraag 1.
6.
Het beleidskader van 2019 zegt dat bij verzoeken van agrarische bedrijven buiten polder Het Grootslag, om een dergelijke uitbreiding van hun bouwvlak, het verzoek aan de raad wordt voorgelegd waarbij naast de ruimtelijke inpassing ook de (on)mogelijkheid van bedrijfsverplaatsing zal worden meegenomen in de definitieve beoordeling van de aanvraag. Waarom ziet u geen ruimte voor die inhoudelijke beoordeling op grond van het vastgestelde beleid met punt 4 als toetsingskader?
Antwoord
Zoals gezegd gaat het bij beslispunt 4 om discretionaire ruimte voor uw raad, en biedt dit beslispunt geen aanknopingspunten voor het college om het geldende ruimtelijke kader buiten beschouwing te laten.
7.
Indien het plan kan voorzien in logistieke of technische aanpassingen waarbij geluid en logistiek aan de noordelijk beoogde uitbreiding (Liederik) worden gesitueerd en dan verder weg komen van de lintbebouwing dan heeft u ook daar toch ook een inhoudelijke beoordeling voor nodig?
Antwoord
Dit ligt niet voor: wat voor ligt is de uitbreiding naar 8 ha.
8.
Het leefbaar houden van de lintbebouwing in Zwaagdijk-Oost en het beschermen van het landschap door behoud van openheid achter het lint is een belangrijk punt. De lintbebouwing is door het huidige volume aan bestaande bebouwing al jaren geleden belast/ aangetast en zal niet veranderen. De beoogde uitbreiding wordt echter voornamelijk gepland verder afwaarts van de lintbebouwing achter de bestaande gebouwen. Is er dan nog feitelijk sprake van een extra aantasting van de lintbebouwing of juist meer een volumevergroting aan de Liederik? Waarom ziet u geen ruimte voor inhoudelijke beoordeling op grond van het vastgestelde beleid met punt 4 als toetsingskader?
Antwoord
De linten waar de woningen en bedrijfsgebouwen aan zijn gelegen, lopen in Westfriesland hoofdzakelijk van oost naar west. De dwarslinten die daar haaks op staan, zoals bijvoorbeeld de Liederik zijn veelal grotendeels onbebouwd. Dit draagt er toe bij dat het doorzicht op het open landschap wordt behouden. Het onderhavige verzoek leidt in ieder geval tot een substantiële verdichting aan de Liederik.
9.
Heeft een negatieve uitkomst van het huidige principeverzoek nog invloed op een eventueel nieuw in te dienen plan?
Antwoord
Nee.