06 DOC-21-353207 Bijlage 6 - Quickscan Flora en Fauna Nieuwe Dijk 7 2e fase kassen
Tekst van het document
Colofon Tekst en fotografie:
In opdracht van: Datum: Plaats:
Ing. D. van der Elsken Elsken Ecologie Oorgat 74 1135 CT Edam daan@elskenecologie.nl 06-34082608 S. Fransen 09 februari 2021 Edam
Copyright © 2021 Elsken Ecologie. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, in geautomatiseerde bestanden opgeslagen en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Elsken Ecologie. In overeenstemming met artikel 15a van het Nederlandse auteursrecht is het toegestaan delen van deze publicatie te citeren, daarbij gebruik makend van een duidelijke referentie naar deze publicatie. Aansprakelijkheid Hoewel uiterste zorg is besteed aan de inhoud van deze publicatie aanvaardt Elsken Ecologie geen enkele aansprakelijkheid voor onvolledigheid, onjuistheid of de gevolgen daarvan. Gebruik van de inhoud van deze publicatie is voor de verantwoordelijkheid van de gebruiker.
2
Inhoudsopgave
Blz:
Samenvatting
4
1. Aanleiding 1.1 Doelstelling 1.2 Literatuuronderzoek 1.3 Veldbezoek
5 5 5 5
2. Beschrijving Plangebied en voorgenomen werkzaamheden
6
3.1 Gebiedsbescherming 3.1.1 Natura 2000 3.1.2 Natuurnetwerk Nederland 3.1.3 Weidevogelleefgebieden
7 7 7 7
4. Soortbescherming Wet Natuurbescherming 4.1 Vaatplanten 4.2 Reptielen & Amfibieën 4.3 Vissen 4.4 Vogels 4.5 Vlinders 4.6 Libellen 4.7 Zoogdieren 4.7.1 Muizen 4.7.2 kleine marterachtigen 4.7.3 Vleermuizen
8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8
5. Gebiedsbescherming 5.1 Natuurnetwerk Nederland en het plangebied 5.2 Natura-2000 en het onderzoeksgebied 5.3 Weidevogelleefgebied
10 10 10 10
6. Zorgplicht
12
Conclusies & aanbevelingen
13
3
Samenvatting Met het oog op de wens tot het realiseren van een aanbouw van een glasbouwbedrijf aan de nieuwe dijk 7 te Andijk staan voor de nabije toekomst ruimtelijke ingrepen gepland. Volgens nationale en internationale regelgeving is de initiatiefnemer verplicht voor de ingrepen onderzoek te doen naar het (eventuele) voorkomen van beschermde flora en fauna. Dit om te toetsen of er al dan niet bedreigde soorten in hun voortbestaan bedreigd worden. Voor door de Wet natuurbescherming beschermde (verblijfplaatsen van) vogels, reptielen, amfibieën, zoogdieren,vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen zijn niet aangetroffen. Wel is het plangebied geschikt voor algemene soorten broedvogels. Alle broedende vogels genieten bescherming middels de wet Natuurbescherming. Er moet daarom buiten het broedseizoen worden gewerkt. De werkzaamheden moeten derhalve voor begin maart of er moet worden vastgesteld dat er geen broedende vogels aanwezig zijn. aanvangen. Het plangebied ligt niet in de buurt van het natuurnetwerk Nederland en/of een weidevogelleefgebied. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een natura-2000 gebied. Gezien de aard van de werkzaamheden, en de afstand tussen het perceel en het natura-2000 gebied, worden negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen voor habitattypen en habitatsoorten niet verwacht.
Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot in de bouwfase zijn in deze rapportage/toets niet meegenomen. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.
1. Aanleiding Met het oog op de wens tot het realiseren van een aanbouw van een glasbouwbedrijf aan de nieuwe dijk 7 te Andijk staan voor de nabije toekomst ruimtelijke ingrepen gepland. Volgens nationale en internationale regelgeving is de initiatiefnemer verplicht voor de ingrepen onderzoek te doen naar het (eventuele) voorkomen van beschermde flora en fauna. Dit om te toetsen of er al dan niet bedreigde soorten in hun voortbestaan bedreigd worden. 1.1 Doelstelling Door middel van een literatuurstudie en een veldbezoek zal deze quickscan de volgende vragen beantwoorden: · Welke middels Wet Natuurbescherming beschermde soorten komen er (potentieel) voor in het plangebied? · Welke negatieve effecten kan de (potentieel) aanwezige flora en fauna beschermd door de Wet Natuurbescherming ondervinden van de ingreep? · Is er gezien de effecten van de ingreep sprake van een overtreding van de Wet Natuurbescherming? · Welke beschermde gebieden met gebiedsbescherming, o.a ecologische hoofdstructuur, Natura-2000 en weidevogelleefgebieden zijn er in de nabijheid van het projectgebied aanwezig en kunnen negatieve effecten op deze gebieden worden uitgesloten? 1.2 Literatuuronderzoek Door middel van een literatuuronderzoek is gekeken welke beschermde flora, fauna en beschermde gebieden er in (de omgeving van) het plangebied voorkomen.
Daarvoor is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, natuurdatabanken en is er gezocht naar bestaande onderzoeksrapporten. 1.3 Veldbezoeken Het veldbezoek is afgelegd op 12 januari 2021 door Ing. D. van der Elsken van Elsken Ecologie. Voorafgaand aan en tijdens het veldbezoek is met de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling de ingreep besproken om zo een beeld te vormen van de (eventuele) impact op beschermde natuur. Tijdens het bezoek zijn de aanwezige structuren, ecotopen en de (mogelijk) aanwezige flora en fauna geïnventariseerd. Aan de hand van het vooraf uitgevoerde literatuuronderzoek is middels een zogenaamde “expert judgement” een inschatting gemaakt van de (potentieel) aanwezige beschermde natuur, flora en fauna. In dit rapport zijn de (mogelijke) negatieve effecten van de werkzaamheden getoetst aan de Wet Natuurbescherming.
5
2. Beschrijving Plangebied en voorgenomen werkzaamheden Het plangebied bestaat uit het perceel gelegen aan het kassencomplex gelegen aan de Nieuwe Dijk 7 te Andijk. Het betreft landbouwgrond waar ten tijde van het veldbezoek geen gewassen meer in stonden. Volgens de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkelingen heeft er bloemkool gestaan. He perceel is aan de oost-, zuid- en westzijde begrenst door watergangen. Aan de noordzijde ligt het bestaande kassencomplex (afb.1). De wens van de initiatiefnemer is om op het perceel glasbouw te realiseren. Zoals dat ook in beide naastgelegen percelen het geval is.
Afb.1: Ligging van het plangebied te Andijk.
3. Wettelijk kader De ruimtelijke ingrepen zoals in dit rapport zijn beschreven zijn middels een literatuurstudie en in het veld getoetst aan geldende wetgevingen omtrent de natuur. Vanaf 2017 allen geschaard onder de wet Natuurbescherming. Hierin is de soortbescherming alsmede bescherming van gebieden opgenomen. Activiteiten waarbij schade wordt gedaan aan beschermde flora en fauna zijn krachtens deze wet verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het “nee, tenzij” principe). De wet kent, naast de zorgplicht, een aantal verbodsbepalingen welke relevant zijn voor onderhavige toetsing. Deze quickscan is er op gericht om te bepalen of ui te sluiten of er een overtreding plaatsvindt van een van de verbodsbepalingen van de wet natuurbescherming. 3.1 Gebiedsbescherming 3.1.1 Natura 2000 Deze quickscan is bedoeld om te onderzoeken of de geplande ruimtelijke ontwikkelingen een negatief effect hebben op door de natuurbeschermingswet beschermde gebieden en/of de instandhoudingsdoelen van Natura-2000 gebieden, of dat er aanvullend onderzoek nodig is om de effecten van de geplande ingrepen op een natura-2000 gebied te beoordelen. Eventuele stikstofberekeningen voortkomend uit de bouw- en gebruiksfase en hun effecten op Natura-2000 gebieden zijn niet meegenomen in deze rapportage.
3.1.2 Natuurnetwerk Nederland Deze quickscan is bedoeld om te onderzoeken of de geplande ingrepen een negatief effect hebben op de wezenlijke waarden van het Natuurnetwerk Nederland dan wel dat aanvullend onderzoek nodig is om de effecten van de ruimtelijke ingrepen op het Natuurnetwerk Nederland te toetsen. 3.1.3 Weidevogelleefgebieden Deze quickscan is bedoeld om te onderzoeken of de geplande ingrepen een negatief effect hebben op een weidevogelleefgebied dan wel dat aanvullend onderzoek nodig is om de effecten van de ruimtelijke ingrepen op een weidevogelleefgebied te toetsen.
7
4. Soortbescherming Wet Natuurbescherming Beschermde soorten die volgens het literatuuronderzoek in (de directe omgeving van) het projectgebied zijn aangetroffen en hun beschermingsstatus staan in onderstaande soortteksten beschreven. 4.1 Vaatplanten Het perceel betreft landbouwgrond waar voorheen cultuur gewassen op hebben gestaan. Het is niet geschikt voor middels de wet Natuurbescherming beschermde soorten. 4.2 Reptielen & amfibieën Op basis van de fysieke karakteristieken van het plangebied worden beschermde reptielen en/of amfibieën het perceel niet niet verwacht. Er is onvoldoende dekking. 4.3 Vissen Er worden geen ingrepen aan wateren gedaan. Van externe werking op water voor mogelijk aanwezige beschermde soorten is geen sprake. 4.4 Vogels Het perceel is mogelijk geschikt voor algemene soorten grondbroeders zoals bijvoorbeeld kievit. Ook de rietkragen welke het perceel omzomen 0afb.2&3) zijn geschikt voor algemene soorten broedvogels. Alle vogels, dus ook algemene, zijn als ze broeden beschermd. Er moet daarom buiten het broedseizoen worden gewerkt en/of er moet worden vastgesteld dat er geen broedende vogels aanwezig zijn. De werkzaamheden moeten derhalve voor begin maart aanvangen. 4.5 Vlinders Er zijn geen geschikte waardplanten of bomen voor middels de Wet Natuurbescherming beschermde vlindersoorten aanwezig in het plangebied.
Noch worden er bomen gekapt of groenstructuren aangetast. 4.6 Libellen Er zijn geen geschikte wateren of groenstructuren voor middels de Wet Natuurbescherming beschermde libellen soorten aanwezig in het plangebied. 4.7 Zoogdieren 4.7.1 Muizen Het plangebied is niet geschikt voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Het ontbreekt er aan geschikte biotoop. Het ontbreekt aan een (geschikte) rietkraag van voldoende omvang. Daarnaast worden beschermde soorten zoals waterspitsmuis en noordse woelmuis in dit sterk gecultiveerde gebied niet verwacht. 4.7.2 Marterachtigen Het plangebied is niet geschikt voor marterachtigen. Het is veel te open. 4.7.3 Vleermuizen Er zijn geen lijnvormige structuren aanwezig welke van functie zouden kunnen zijn voor vleermuizen. Het water wordt naast het beoogde perceel aan beide zijde reeds begrenst door kassenbouw en is derhalve (met name voor lichtschuwe) soorten reeds ongeschikt
Afb.2: Een van de rietkragen aan de zuidzijde van het perceel. Geschikt voor algemene broedvogels.
Afb.3: Een van de rietkragen aan de. Westzijde van het perceel. Geschikt voor algemene broedvogels.
5. Gebiedsbescherming 5.1 Ecologische hoofdstructuur en het plangebied Het plangebied ligt niet in het natuurnetwerk Nederland (afb.4). Het ligt er wel in de buurt. Op grond van artikel 2.10.4 (Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordering) geeft er een ‘nee-tenzij” regime- beschermingsregime. Er mag geen toestemming worden verleend aan activiteiten die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden (Bijlage 1), of tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden. Tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reeële alternatieven zijn en de negatieve effecten worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Onderstaand toetsing aan deze waarden: 1. Aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. Er mag redelijkerwijs worden verwacht dat de ruimtelijke plannen niet van externe invloed zijn op de aanwezige landschapstypen. 2. Significante afname oppervlakte. Er is geen sprake van afname van oppervlakte. 3. Significante vermindering van samenhang tussen de gebieden. Gezien de robuustheid van het netwerk ter plaatse mag redelijkerwijs worden verwacht dat de samenhang niet wordt aangetast.
Afb.4: Ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland. (bron: www.atlasleefomgeving.nl)
5.2. Natura-2000 gebieden en het plangebied Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een natura-2000 gebied (afb.5). Gezien de aard van de werkzaamheden, en de afstand tussen het perceel en het dichtstbijzijnde natura-2000 gebied, worden negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen voor habitattypen en habitatsoorten niet verwacht. Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot in de bouwfase (na de bouw blijft
Afb.5: Ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura-2000. (bron: www.atlasleefomgeving.nl)
Afb.6: Ligging van het plangebied ten opzichte van weidevogelleefgebied. (bron: www.atlasleefomgeving.nl)
11
6. Zorgplicht De zorgplicht verlangt van de initiatiefnemer van ruimtelijke ontwikkelingen dat deze met respect omgaat met alle levende natuur. Dit is opgenomen in artikel 2 en luidt als volgt: 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voorzover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voorzover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Invulling van de term “in redelijkheid” is een eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. De wet erkent de intrinsieke waarde van de in het wild levende dieren. Dat betekent dat voor de wet alle dieren van onvervangbare waarde zijn en dat daar niet onzorgvuldig mee mag worden omgegaan. Vanuit deze gedachte is de zorgplicht in artikel 2 van de wet opgenomen. De zorgplicht geldt voor alle soorten, ook voor plantensoorten en de soorten die niet als beschermd zijn aangewezen.
Er mag van de initiatiefnemer worden verwacht dat de personen verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden op de hoogte zijn of worden gebracht van de zorgplicht. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.
12
Conclusies & aanbevelingen Voor door de Wet natuurbescherming beschermde (verblijfplaatsen van) vogels, reptielen, amfibieën, zoogdieren,vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen zijn niet aangetroffen. Wel is het plangebied geschikt voor algemene soorten broedvogels. Alle broedende vogels genieten bescherming middels de wet Natuurbescherming. Er moet daarom buiten het broedseizoen worden gewerkt. De werkzaamheden moeten derhalve voor begin maart of er moet worden vastgesteld dat er geen broedende vogels aanwezig zijn. aanvangen. Het plangebied ligt niet in de buurt van het natuurnetwerk Nederland en/of een weidevogelleefgebied. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een natura-2000 gebied. Gezien de aard van de werkzaamheden, en de afstand tussen het perceel en het natura-2000 gebied, worden negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen voor habitattypen en habitatsoorten niet verwacht. Negatieve effecten middels additionele stikstofuitstoot in de bouwfase zijn in deze rapportage/toets niet meegenomen. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog.
Literatuur Creemers, R.C.M & J.J.C.W van Delft, 2009 (ravon). De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse fauna deel 9. Dietz , 2009. Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Herder, J.E, J.Kranenbarg, D.M Hoogeboom, J. Hamers & K. Dekker (red) 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen 1980-2012. Hoogeboom, D,M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (red) 2014. Atlas van de NoordHollandse zoogdieren Kaag, K. 2012. Vlinders van duin tot dijk. De dagvlinders van Noord-Holland 2000-2009 Limpens, 2011. Vleermuizen en planologie. Riet, van de, B. 2014. Atlas van de Noord-Hollandse flora. Scharringa et al, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels. Svensson, 2005. Vogelgids van Europa. Internet: www.atlasleefomgeving.nl/kaarten www.synbiosys.alterra.nl
14
Bijlage I: Actuele en potentiële natuurwaarden de Weeren