06 Beantwoording Commissievragen VVD raadscie. 21-3 agendapunt 8.1 Vaststelling bestemmingsplan Molenblik
Tekst van het document
Zaaknummer
Z-23-482395
Documentnummer
DOC-24-814078
Naam commissielid
J. de Vries
Fractie
VVD
Onderwerp
Commissievragen VVD raadscie. 21-3 agendapunt 8.1 Vaststelling bestemmingsplan Molenblik 18 maart 2024
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Afdeling
1.
In de reactienota blz. 10 staat verwoord wat reclamant nr 7 stelt (” nergens is aangegeven wat de uitstoot en overlast is van het ontwikkelen, bouwrijpmaken en bouwen van de woningen” en waaronder hij ook overlast van zand en bouwmaterialen verstaat). In het antwoord stelt u dat ”ruimtelijk relevante onderzoeken” zijn uitgevoerd die bij het plan horen en dat verder hieruit geen belemmeringen voor Molenblik blijken. Ik begrijp het antwoord, maar kan me voorstellen dat dit de indruk achterlaat dat men de vraag niet zo goed heeft gelezen. Is het niet beter dit aan te vullen met de reactie dat overlast van zand en bouwmaterialen niet wordt betrokken in de onderzoeken die voor een bestemmingsplan nodig zijn, maar een uitvoeringskwestie betreffen? En zo mogelijk een aanduiding hoe daarmee straks wordt omgegaan?
antwoord
Overlast van het bouw- en woonrijpmaken van de locatie wordt inderdaad niet meegenomen in de onderzoeken.. . In het kader van het bouw- en woonrijp van de locatie zullen we er op toezien dat de overlast zoveel als mogelijk wordt beperkt. We zien overigens geen noodzaak om de reactienota op dit punt aan te vullen.
2.
In de reactienota blz. 11 staat in de zienswijze van reclamanten 8 dat de mandelige wegen op het bedrijventerreintje De Klink bij een ontsluiting via het Schootsvel in een onduidelijke situatie zullen komen. Er is nu geen noemenswaardig gebruik door derden doordat het geen doorgaande verbinding is, straks is het dat wel. Er kan dan onduidelijkheid ontstaan tussen wat gewone wegen en wat mandelige / eigen wegen zijn. Indieners pleiten daarom om dit nader te regelen of de mandelige wegen over te nemen. Overweegt u dit laatste en zo nee waarom niet?
Antwoord
Nee, dat overwegen we niet, omdat wij deze ‘wegen’ beschouwen als uitrit. Met de ontwikkelaar van het bedrijventerrein is overeengekomen dat dit een ‘eigen weg’ blijft (wat met bebording wordt aangegeven), die niet als openbare ruimte door de
*ZB985A19A26*
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie
gemeente wordt overgenomen. Daarbij komt dat de mandelige wegen op het gebied van riolering niet voldoen aan de LIOR. Met de ondernemers is besproken om deze uitritten zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de openbare weg. 3.
In de zienswijze van reclamanten 8 wordt ook de vrees uitgesproken voor ongewenste activiteiten (men bedoelt niet qua verkeer) op de ontsluiting via het Schootsvel, waarbij men toezicht en handhaving mist. In uw antwoord zegt u (terecht) dat dit niet in een bestemmingsplan thuishoort, indien dit nodig blijkt wordt dat op andere wettelijke basis verricht, stelt u. Dit geldt echter voor meerdere plekken in de gemeente, waar die handhaving ook op andere wettelijke basis mogelijk is maar feitelijk ontbreekt. Hoe meent u daarin op deze locatie wel te voorzien? Anders is dit een gratuit antwoord.
Antwoord
Wij delen de vrees voor ongewenste activiteiten niet. Op dit moment is sprake van een doodlopende weg. Door de verbinding naar de nieuwe woonwijk ontstaan er meer verkeersbewegingen en daarmee een toename van de sociale controle. Mocht er toch sprake zijn van een ongewenste activiteit dan zal daar afhankelijk van het soort overtreding op gehandhaafd worden.
4.
In het Bijlagenboek met regels staat bv het volgende bepaald (blz. 43): Regels voor Het Nieuwe Erf: (....) - Het stolpdak wordt uitgevoerd in oranjerode keramische pannen met witte daklijsten (minimale hellingshoek 45 graden); - Gevels zijn uitgevoerd in hout in oud groen of oudblauw met witte accenten, mogelijk in combinatie met roodbruine baksteen. Bij de Wooneilanden (blz. 41) staat bv: (...) Daken van vrijstaande woningen zijn uitgevoerd als zadeldak met dwarskap (minimale hellingshoek van 40 graden) en hebben een heldere vorm. Afschuiningen (bijv. wolfseinde) zijn niet toegestaan. Ik laat het hierbij. Wat is de reden dat hier en op enkele andere blz. zo gedetailleerd zaken vastgelegd worden qua welstand? Moeten we niet eerder streven naar een minder strikte normering zoals voorgenomen bij de “pilot welstandsvrij” ? Er lijkt hier een wereld van verschil met “welstandsvrij” of “welstandsarm”.
Antwoord
Bij een nieuwe woonwijk met een relatief groot aantal woningen is het - mede het oog op de leefbaarheid – wenselijk meer te sturen op de ruimtelijke kwaliteit.