06 Beantwoording commissievragen Morgen! raadscie 13-1 agendapunt 9.2 Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2022.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer
DOC-22-480493
Zaaknummer
Z-21-180420
Naam commissielid
P. Koning
Fractie
Morgen!
Onderwerp
Commissievragen Morgen! raadscie. 13-1 agendapunt 9.2 Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2022
Datum waarop de vraag is gesteld
10 januari 2022
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder Afdeling
1.
H2 artikel 6 punt 5: in hoeverre wordt namens de gemeente gecontroleerd op de kwaliteit en kwantiteit van de geleverde zorg? Een cliënt is immers lang niet altijd in staat om zelf actie te ondernemen als dit niet het geval is.
antwoord
De kwaliteit van dienstverlening wordt gecontroleerd door regionale toezichthouders kwaliteit. Zij toetsen de kwaliteit van zorgverleners preventief op basis van periodieke steekproeven en reactief op basis van signalen van inwoners, gemeenten of andere partijen. Daarnaast moeten de zorgverleners bij inschrijving aan vooraf opgestelde criteria voldoen. Daarnaast ligt er een aanvraag om dit toezicht uit te breiden naar rechtmatigheid. Indien hiermee wordt ingestemd, zal de toezichthouder rechtmatigheid zich richten op de vraag of de afgesproken zorg daadwerkelijk geleverd wordt.
2.
H3 artikel 7 punt 2e: wat zijn de consequenties als de inwoner niet had gehandeld zoals van de inwoner verwacht had mogen worden?
Antwoord
Dit kan betekenen dat de Wmo-aanvraag van de inwoner geweigerd wordt. Een (fictief) voorbeeld van een dergelijke situatie is: De inwoner heeft COPD en is daarom kortademig. Hij is op de hoogte dat de kortademigheid/benauwdheid in de toekomst zal verergeren. De inwoner besluit te verhuizen naar een huis waar de slaapkamer alleen via een smalle steile trap bereikbaar is. Hij vraagt nu of de gemeente de kosten voor een aanbouw beneden wil vergoeden, zodat hij beneden kan slapen. De gemeente is door artikel 7 lid 2 e niet verplicht de kosten van de aanbouw te vergoeden, aangezien de inwoner bij aankoop van het huis al wist dat hij met zijn ziektebeeld de trap niet op zou kunnen komen. Het college levert overigens altijd maatwerk en is in schrijnende gevallen bevoegd af te wijken via artikel 26 van de voorliggende verordening.
3.
H3 artikel 7 punt 4: in hoeverre heeft de inwoner hier een stem in, dus welke voorziening het wordt?
Antwoord
De inwoner mag kiezen of hij zorg in natura of via een persoonsgebonden budget (pgb) wil ontvangen. Via een pgb heeft de inwoner keuzevrijheid (het college stelt wel het pgb vast op basis van reële tarieven). Bij zorg in natura is er, in het geval van meerdere ingekochte aanbieders, ook keuzevrijheid, zolang de diensten gelijk zijn in prijs en even adequaat. Bij sommige vormen van ondersteuning is er slechts een aanbieder. Dan krijgt de inwoner bij de keus voor zorg in natura, de meest adequate en goedkope voorziening die de ingekochte aanbieder beschikbaar heeft.
4.
H3 artikel 8 punt 1h: wat is hier langdurig noodzakelijk?
Antwoord
De Wet maatschappelijke ondersteuning is alleen van toepassing op ondersteuning die voor langere tijd noodzakelijk is. Bij bijvoorbeeld een tijdelijke revalidatie na ziekenhuisopname, wordt de ondersteuning vanuit andere kanalen vergoed, bijvoorbeeld via de zorgverzekeringswet.
5.
H3 artikel 8 punt 3a: wat is in dit geval dan het alternatief voor de inwoner? Immers, ook in een slecht huis bestaat behoefte aan de voorziening.
Antwoord
Het artikel heeft tot doel een onderscheid te maken tussen aanvragen waarbij de noodzaak voor een voorziening voortkomt uit een beperking van de inwoner (en waarvoor een wmo-aanvraag gegrond is) en aanvragen die voortkomen uit een bepaalde keuze die bij de inrichting van de woning is gemaakt. Een voorbeeld van recente jurisprudentie is: een inwoner ervaart ergonomische beperkingen en dient een wmoaanvraag, waarin zij de gemeente verzoekt om de vervanging van haar houten woonkamervloer te vergoeden. De gemeente mag deze aanvraag onder artikel 8, lid 3a afwijzen, omdat de ergonomische beperkingen het gevolg zijn van de aard van het gebruikte materiaal. Bij een inwoner kan sprake zijn van verzachtende omstandigheden. Bij de beoordeling van wmo-aanvragen wordt altijd maatwerk toegepast en in schrijnende gevallen is het college bevoegd af te wijken via artikel 26 van de voorliggende verordening.
6.
H5 artikel 16 punt 4 en vooral 5: wat als de inwoner de eigen bijdrage niet kan betalen? Het lijkt mij dat met name bij het vervoer de eigen bijdrage kan oplopen, omdat hier niet naar het inkomen wordt gekeken.
Antwoord
Dit is niet gewijzigd ten opzichte van de vorige verordening. De ritbijdrage is niet hetzelfde als een eigen bijdrage en valt derhalve niet onder het abonnementstarief. De wijze van berekening van de tarieven van de regiotaxi zijn in lijn met de tarieven van het openbaar vervoer. Inwoners betalen dus geen bijdrage per maand, maar per rit (op basis van zones) en de prijs is voor elke passagier met dezelfde rit gelijk, ongeacht inkomen. Op dit moment wordt onderzocht of de ritbijdrage omgezet kan worden naar een bijdrage per kilometer in plaats van per zone. Dit is landelijk gebruikelijk en sluit beter aan bij het openbaar vervoer. Op alle voorzieningen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning is maatwerk van
toepassing. Indien nodig is het college bevoegd af te wijken via artikel 26 van de voorliggende verordening en de eigen bijdrage kwijt te schelden.